2010-06-25 | BWBR0002489 | Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965

This commit is contained in:
Coornhert 2010-06-25 12:00:00 +00:00
parent 6d0c845868
commit 87e6497690

View file

@ -492,10 +492,11 @@ De loonbelasting wordt mede geheven van natuurlijke personen die de navolgende t
a. de navolgende termijnen van lijfrenten en andere periodieke uitkeringen en verstrekkingen, negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen en afkoopsommen:
1°. termijnen van lijfrenten, verstrekt door een lichaam dat het levensverzekeringsbedrijf uitoefent, alsmede termijnen als bedoeld in artikel 3.126a, vierde, vijfde en zesde lid, van die wet;
2°. negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen ter zake van een afkoop als bedoeld in artikel 3.133, tweede lid, onderdeel d, van de Wet inkomstenbelasting 2001, indien de afkoopsom is verstrekt door een lichaam dat het levensverzekeringsbedrijf uitoefent; daarbij wordt de loonbelasting geheven over de afkoopsom;
3°. uitkeringen die worden verstrekt door een kredietinstelling of beheerder als bedoeld in artikel 3.126a van de Wet inkomstenbelasting 2001 en die ingevolge artikel 3.133, achtste lid, van die wet worden aangemerkt als negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen;
4°. afkoopsommen ter zake van lijfrenten verstrekt door een lichaam dat het levensverzekeringsbedrijf uitoefent, voor zover met betrekking tot die afkoopsommen ingevolge hoofdstuk 2, artikel I, onderdeel O, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001 en artikel 75 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 de regels die daarvoor golden op 31 december 1991 van toepassing blijven;
5°. periodieke uitkeringen en verstrekkingen en afkoopsommen daarvan verstrekt door een lichaam dat het levensverzekeringsbedrijf uitoefent, voor zover met betrekking tot die uitkeringen of verstrekkingen ingevolge hoofdstuk 2, artikel I, onderdeel O, eerste lid, aanhef en onderdeel b of d, van de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001 de regels die daarvoor golden op 31 december 2000 op grond van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 van toepassing blijven;
2°. periodieke uitkeringen en verstrekkingen ter zake van invaliditeit, ziekte of ongeval als bedoeld in artikel 3.100, eerste lid, onderdeel b, van de Wet inkomstenbelasting 2001, indien deze uitkeringen en verstrekkingen zijn gedaan door een lichaam dat het levensverzekeringsbedrijf uitoefent;
3°. negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen ter zake van een afkoop als bedoeld in artikel 3.133, tweede lid, onderdeel d, van de Wet inkomstenbelasting 2001, indien de afkoopsom is verstrekt door een lichaam dat het levensverzekeringsbedrijf uitoefent; daarbij wordt de loonbelasting geheven over de afkoopsom;
4°. uitkeringen die worden verstrekt door een kredietinstelling of beheerder als bedoeld in artikel 3.126a van de Wet inkomstenbelasting 2001 en die ingevolge artikel 3.133, achtste lid, van die wet worden aangemerkt als negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen;
5°. afkoopsommen ter zake van lijfrenten verstrekt door een lichaam dat het levensverzekeringsbedrijf uitoefent, voor zover met betrekking tot die afkoopsommen ingevolge hoofdstuk 2, artikel I, onderdeel O, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001 en artikel 75 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 de regels die daarvoor golden op 31 december 1991 van toepassing blijven;
6°. periodieke uitkeringen en verstrekkingen en afkoopsommen daarvan verstrekt door een lichaam dat het levensverzekeringsbedrijf uitoefent, voor zover met betrekking tot die uitkeringen of verstrekkingen ingevolge hoofdstuk 2, artikel I, onderdeel O, eerste lid, aanhef en onderdeel b of d, van de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001 de regels die daarvoor golden op 31 december 2000 op grond van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 van toepassing blijven;
b. uitkeringen ingevolge de Ziektewet en ingevolge de Ongevallenwet 1921, de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 en de Zeeongevallenwet 1919 in verbinding met de Liquidatiewet ongevallenwetten;
c. uitkeringen ingevolge de Algemene Ouderdomswet, de Algemene nabestaandenwet, hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 2, van de Wet arbeid en zorg, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en uitkeringen of inkomensvoorzieningen ingevolge de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten;
d. uitkeringen ingevolge de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945, ingevolge de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers en ingevolge de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet;