diff --git a/amvb/besluit-geluidhinder-spoorwegen/BWBR0004137/README.md b/amvb/besluit-geluidhinder-spoorwegen/BWBR0004137/README.md index 101597d43b8..d2fe88eef45 100644 --- a/amvb/besluit-geluidhinder-spoorwegen/BWBR0004137/README.md +++ b/amvb/besluit-geluidhinder-spoorwegen/BWBR0004137/README.md @@ -19,7 +19,7 @@ citeertitel: Besluit geluidhinder spoorwegen In dit besluit wordt verstaan onder: a. wet: Wet geluidhinder; -b. 1°. uitwendige scheidingsconstructie en verblijfsruimte: hetgeen onder die begrippen wordt verstaan in het Bouwbesluit 2003, +b. 1°. verblijfsruimte: hetgeen onder dat begrip wordt verstaan in het Bouwbesluit 2003, 2°. gezondheidszorggebouw: hetgeen onder gezondheidszorgfunctie wordt verstaan in het Bouwbesluit 2003; c. spoorweg: een spoorweg als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Spoorwegwet die is aangegeven op de bij dit besluit behorende kaart; d. wijziging van een spoorweg: een wijziging met betrekking tot een aanwezige spoorweg, die verandering brengt in de omstandigheden welke ingevolge de regels die gelden bij de vaststelling van de geluidsbelasting vanwege die spoorweg in acht genomen moeten worden; @@ -31,7 +31,11 @@ g. etmaalwaarde van het equivalente geluidsniveau in dB(A) met betrekking tot ee 2. de met 5 dB(A) verhoogde waarde van het equivalente geluidsniveau over de periode 19.00-23.00 uur (avondwaarde), 3. de met 10 dB(A) verhoogde waarde van het equivalente geluidsniveau over de periode 23.00-07.00 uur (nachtwaarde); h. geluidsbelasting vanwege een spoorweg: de etmaalwaarde van het equivalente geluidsniveau in dB(A) op een bepaalde plaats, veroorzaakt door het gezamenlijke spoorverkeer op een bepaald spoorweggedeelte of een combinatie van spoorweggedeelten; -i. woonwagenstandplaats: een standplaats als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel h, van de Woningwet. +i. woonwagenstandplaats: een standplaats als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel h, van de Woningwet; +j. saneringsprogramma: programma van maatregelen als bedoeld in artikel 26, eerste lid; +k. geluidsgevoelige ruimte: een verblijfsruimte als bedoeld in het Bouwbesluit 2003, met uitzondering van een keuken met een vloeroppervlak van minder dan 11 m^2; +l. categorie a-ruimte: verblijfsruimte als bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder a, van het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen; +m. categorie b-ruimte: verblijfsruimte als bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder b, van het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen. **2.** @@ -43,10 +47,20 @@ c. een horizontale verplaatsing van de spoorstaven over een afstand kleiner dan d. een verticale verplaatsing van de spoorstaven over een afstand kleiner dan één meter dan wel e. het ter vervanging aanbrengen van een baanconstructie, die, bepaald met inachtneming van de door Onze Minister op grond van artikel 23 gestelde regels, niet meer geluid emitteert dan de te vervangen constructie. -**3.** Onverminderd het bepaalde in het tweede lid wordt onder een wijziging van een spoorweg in dit besluit niet verstaan een wijziging die een verhoging van 2 dB(A) of minder tot gevolg heeft, en tengevolge waarvan de geluidsbelasting van de uitwendige scheidingsconstructie van woningen of van andere geluidsgevoelige gebouwen niet hoger zal zijn dan 65 dB(A). +**3.** Onverminderd het bepaalde in het tweede lid wordt onder een wijziging van een spoorweg in dit besluit niet verstaan een wijziging die een verhoging van 2 dB(A) of minder tot gevolg heeft, en tengevolge waarvan de geluidsbelasting van de gevel van woningen of van andere geluidsgevoelige gebouwen niet hoger zal zijn dan 65 dB(A). **4.** Onze Minister kan in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat na overleg met de betrokken spoorwegexploitant en de betrokken gemeentebesturen de in het eerste lid, onder c, bedoelde kaart wijzigen met inachtneming van de uitgangspunten die bij de vaststelling van de kaart zijn gehanteerd. Van een wijziging van de kaart wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. +### Artikel 1a + +**1.** Tot wijziging van een spoorweg met betrekking waartoe een melding moet worden gedaan als bedoeld in artikel 25, eerste lid, wordt niet overgegaan dan nadat onze Minister met betrekking tot de in dat artikel bedoelde woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen of geluidsgevoelige terreinen binnen de zone van die spoorweg uitvoering heeft gegeven aan artikel 27, tweede en negende lid. + +**2.** Onze Minister stelt in een geval als bedoeld in het eerste lid tevens voor andere dan de in dat lid bedoelde woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen of geluidsgevoelige terreinen binnen de zone van die spoorweg vast welke maatregelen nodig zijn om te voorkomen dat de geluidsbelasting die de spoorweg binnen de zone zal veroorzaken de waarden die ingevolge de artikelen 7 tot en met 11 als ten hoogste toelaatbaar worden aangemerkt te boven zou gaan. + +**3.** In afwijking van de artikelen 8 tot en met 11 geeft Onze Minister voor de in het tweede lid bedoelde woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen toepassing aan die artikelen. + +**4.** In geval van het eerste tot en met derde lid zijn de artikelen 19 tot en met 21 niet van toepassing. + ### Artikel 2 **1.** @@ -68,7 +82,7 @@ In dit besluit wordt verstaan onder geluidsgevoelige terreinen: a. terreinen die behoren bij gebouwen als bedoeld in het eerste lid, onder *e*, voor zover deze bestemd zijn of gebruikt worden voor de in die gebouwen gegeven zorg en b. woonwagenstandplaatsen. -**4.** In afwijking van artikel 1, eerste lid, onder g, is de geluidsbelasting, vanwege een spoorweg, van de uitwendige scheidingsconstructie van scholen en van medische kleuterdagverblijven als bedoeld in het eerste lid de dagwaarde van het equivalente geluidsniveau in dB(A). +**4.** In afwijking van artikel 1, eerste lid, onder g, is de geluidsbelasting, vanwege een spoorweg, van de gevel van scholen en van medische kleuterdagverblijven als bedoeld in het eerste lid de dagwaarde van het equivalente geluidsniveau in dB(A). ### Artikel 2a @@ -90,22 +104,22 @@ Indien artikel 157 van de wet van toepassing is geven gedeputeerde staten slecht ### Artikel 4 -**1.** Bij de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden, behorende tot een zone als bedoeld in artikel 3, worden ter zake van de geluidsbelasting, vanwege de spoorweg waarlangs de zone ligt, van de uitwendige scheidingsconstructie van woningen of van andere geluidsgevoelige gebouwen of aan de grens van geluidsgevoelige terreinen binnen die zone, de waarden in acht genomen die ingevolge de artikelen 7 en 11, eerste, tweede, vijfde en zesde lid als ten hoogste toelaatbaar worden aangemerkt. +**1.** Bij de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden, behorende tot een zone als bedoeld in artikel 3, worden ter zake van de geluidsbelasting, vanwege de spoorweg waarlangs de zone ligt, van de gevel van woningen of van andere geluidsgevoelige gebouwen of aan de grens van geluidsgevoelige terreinen binnen die zone, de waarden in acht genomen die ingevolge de artikelen 7 en 11, eerste, tweede, vijfde en zesde lid als ten hoogste toelaatbaar worden aangemerkt. **2.** In afwijking van het eerste lid worden bij de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan als in dat lid bedoeld hogere waarden in acht genomen, voor zover: -a. gedeputeerde staten met toepassing van artikel 8, 9, 10 of 11, derde, vijfde of zesde lid, voor de vaststelling of herziening van het bestemmingsplan zodanige waarden hebben vastgesteld, dan wel -b. zodanige waarden noodzakelijk zijn als gevolg van een vaststelling of herziening van het plan in afwijking van het ontwerp, zoals dit ter inzage heeft gelegen, welke waarden door gedeputeerde staten redelijkerwijs met toepassing van artikel 8, 9, 10, 11, derde, vijfde of zesde lid, zullen worden vastgesteld. +a. gedeputeerde staten met toepassing van artikel 8,9, 10 of 11, derde, vijfde of zesde lid, voor de vaststelling of herziening van het bestemmingsplan zodanige waarden hebben vastgesteld, dan wel +b. zodanige waarden noodzakelijk zijn als gevolg van een vaststelling of herziening van het plan in afwijking van het ontwerp, zoals dit ter inzage heeft gelegen, welke waarden door gedeputeerde staten redelijkerwijs met toepassing van artikel 8,9, 10, 11, derde, vijfde of zesde lid, zullen worden vastgesteld. -**3.** Gedeputeerde staten nemen bij hun beslissing over de goedkeuring van een bestemmingsplan of de herziening hiervan dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden, behorende tot een zone als bedoeld in artikel 3, ter zake van de geluidsbelasting vanwege de spoorweg waarlangs die zone ligt, van de uitwendige scheidingsconstructie van woningen en van andere gebouwen dan woningen, alsmede van andere geluidsgevoelige objecten binnen die zone, de waarden in acht, die ingevolge de artikelen 7, 8, 9, 10 en 11, eerste, tweede, derde, vijfde en zesde lid, als de ten hoogste toelaatbare worden aangemerkt. +**3.** Gedeputeerde staten nemen bij hun beslissing over de goedkeuring van een bestemmingsplan of de herziening hiervan dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden, behorende tot een zone als bedoeld in artikel 3, ter zake van de geluidsbelasting vanwege de spoorweg waarlangs die zone ligt, van de gevel van woningen en van andere gebouwen dan woningen, alsmede van andere geluidsgevoelige objecten binnen die zone, de waarden in acht, die ingevolge de artikelen 7, 8,9, 10 en 11, eerste, tweede, derde, vijfde en zesde lid, als de ten hoogste toelaatbare worden aangemerkt. **4.** Tenzij bij de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid wordt voorzien in de wijziging van een spoorweg, gelden het eerste, tweede en derde lid niet, indien op het tijdstip van die vaststelling of herziening de spoorweg reeds aanwezig of in aanleg is, met betrekking tot de daarbij in het plan opgenomen bebouwing en andere geluidsgevoelige objecten die op dat tijdstip reeds aanwezig of in aanbouw zijn. ### Artikel 4a -**1.** Bij het nemen van een besluit tot vrijstelling als bedoeld in artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden behorende tot een zone als bedoeld in artikel 3, worden ter zake van de geluidsbelasting, vanwege de spoorweg waarlangs die zone ligt, van de uitwendige scheidingsconstructie van woningen en van andere gebouwen dan woningen of van andere geluidsgevoelige objecten binnen die zone de waarden in acht genomen, die ingevolge de artikelen 7, 8, 9, 10 en 11, eerste, tweede, derde, vijfde en zesde lid, als de hoogste toelaatbare worden aangemerkt. +**1.** Bij het nemen van een besluit tot vrijstelling als bedoeld in artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden behorende tot een zone als bedoeld in artikel 3, worden ter zake van de geluidsbelasting, vanwege de spoorweg waarlangs die zone ligt, van de gevel van woningen en van andere gebouwen dan woningen of van andere geluidsgevoelige objecten binnen die zone de waarden in acht genomen, die ingevolge de artikelen 7, 8, 9, 10 en 11, eerste, tweede, derde, vijfde en zesde lid, als de hoogste toelaatbare worden aangemerkt. **2.** Gedeputeerde staten nemen bij hun beslissing over het verlenen van een verklaring van geen bezwaar ten behoeve van het nemen van een besluit als bedoeld in het eerste lid, het bepaalde in dat lid in acht. @@ -124,17 +138,17 @@ Vervallen ### Artikel 7 -**1.** Behoudens het bepaalde in de artikelen 8 en 11 is de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege een spoorweg, van de uitwendige scheidingsconstructie van woningen binnen de zone van die spoorweg 57 dB(A). +**1.** Behoudens het bepaalde in de artikelen 8 en 11 is de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege een spoorweg, van de gevel van woningen binnen de zone van die spoorweg 57 dB(A). -**2.** Behoudens het bepaalde in de artikelen 9 en 11 is de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege een spoorweg, van de uitwendige scheidingsconstructie van de in artikel 2, eerste lid, onder *a* tot en met *e*, genoemde categorieën van geluidsgevoelige gebouwen binnen de zone van die spoorweg 55 dB(A). +**2.** Behoudens het bepaalde in de artikelen 9 en 11 is de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege een spoorweg, van de gevel van de in artikel 2, eerste lid, onder *a* tot en met *e*, genoemde categorieën van geluidsgevoelige gebouwen binnen de zone van die spoorweg 55 dB(A). **3.** Behoudens het bepaalde in de artikelen 10 en 11 is de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege een spoorweg, aan de grens van binnen de zone van die spoorweg gelegen geluidsgevoelige terreinen 57 dB(A). ### Artikel 8 -**1.** Gedeputeerde staten kunnen voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de uitwendige scheidingsconstructie van woningen, vanwege een spoorweg, op verzoek van degenen die zijn aangewezen in artikel 14, een hogere waarde dan de in artikel 7, eerste lid, genoemde vaststellen, met dien verstande dat deze waarde 70 dB(A) niet te boven mag gaan. +**1.** Gedeputeerde staten kunnen voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel van woningen, vanwege een spoorweg, op verzoek van degenen die zijn aangewezen in artikel 14, een hogere waarde dan de in artikel 7, eerste lid, genoemde vaststellen, met dien verstande dat deze waarde 70 dB(A) niet te boven mag gaan. -**2.** Gedeputeerde staten kunnen alleen toepassing geven aan het eerste lid in gevallen waarin toepassing van maatregelen, gericht op het terugbrengen van de geluidsbelasting, vanwege de spoorweg, van de uitwendige scheidingsconstructie van de betrokken woningen tot 57 dB(A), onvoldoende doeltreffend zal zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedebouwkundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. +**2.** Gedeputeerde staten kunnen alleen toepassing geven aan het eerste lid in gevallen waarin toepassing van maatregelen, gericht op het terugbrengen van de geluidsbelasting, vanwege de spoorweg, van de gevel van de betrokken woningen tot 57 dB(A), onvoldoende doeltreffend zal zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedebouwkundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. **3.** @@ -151,15 +165,15 @@ a. nog niet geprojecteerde dan wel geprojecteerde woningen, die 7e. door de gekozen situering een open plaats tussen aanwezige bebouwing opvullen, of b. een nog niet geprojecteerde, geprojecteerde of te wijzigen spoorweg, voor zover deze spoorweg een noodzakelijke verkeers- en vervoersfunctie zal vervullen, behoudens het bepaalde in artikel 11. -**4.** Gedeputeerde staten kunnen bij de toepassing van het eerste en tweede lid ten aanzien van nog niet geprojecteerde woningen alleen een hogere waarde dan 60 dB(A) als de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vaststellen, indien naar hun oordeel voldoende verzekerd wordt, dat de verblijfsruimten, alsmede de tot de woning behorende buitenruimten, niet aan de uitwendige scheidingsconstructie worden gesitueerd waar de hoogste geluidsbelasting optreedt. +**4.** Gedeputeerde staten kunnen bij de toepassing van het eerste en tweede lid ten aanzien van nog niet geprojecteerde woningen alleen een hogere waarde dan 60 dB(A) als de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vaststellen, indien naar hun oordeel voldoende verzekerd wordt, dat de verblijfsruimten, alsmede de tot de woning behorende buitenruimten, niet aan de gevel worden gesitueerd waar de hoogste geluidsbelasting optreedt. **5.** Het vierde lid is niet van toepassing, indien naar het oordeel van gedeputeerde staten overwegingen van stedebouw of volkshuisvesting zich daartegen verzetten. ### Artikel 9 -**1.** Gedeputeerde staten kunnen voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege een spoorweg, van de uitwendige scheidingsconstructie van gebouwen, behorend tot de in artikel 2, eerste lid, onder *a* tot en met *e*, genoemde categorieën, op verzoek van degenen die in artikel 14 aangewezen zijn, een hogere waarde dan de in artikel 7, tweede lid, genoemde vaststellen, met dien verstande dat deze waarde 70 dB(A) niet te boven mag gaan. +**1.** Gedeputeerde staten kunnen voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege een spoorweg, van de gevel van gebouwen, behorend tot de in artikel 2, eerste lid, onder *a* tot en met *e*, genoemde categorieën, op verzoek van degenen die in artikel 14 aangewezen zijn, een hogere waarde dan de in artikel 7, tweede lid, genoemde vaststellen, met dien verstande dat deze waarde 70 dB(A) niet te boven mag gaan. -**2.** Gedeputeerde staten kunnen alleen toepassing geven aan het eerste lid in die gevallen waarin toepassing van maatregelen, gericht op het terugbrengen van de geluidsbelasting, vanwege de spoorweg, van de uitwendige scheidingsconstructie van de betrokken gebouwen tot 55 dB(A) onvoldoende doeltreffend zal zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedebouwkundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. +**2.** Gedeputeerde staten kunnen alleen toepassing geven aan het eerste lid in die gevallen waarin toepassing van maatregelen, gericht op het terugbrengen van de geluidsbelasting, vanwege de spoorweg, van de gevel van de betrokken gebouwen tot 55 dB(A) onvoldoende doeltreffend zal zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedebouwkundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. ### Artikel 10 @@ -169,23 +183,25 @@ b. een nog niet geprojecteerde, geprojecteerde of te wijzigen spoorweg, voor zov ### Artikel 11 -**1.** Ingeval met betrekking tot aanwezige of in aanbouw zijnde woningen waarvoor toepassing is gegeven aan artikel 8 of het derde lid van dit artikel, een aanvang wordt gemaakt met de wijziging van een spoorweg en de bestaande geluidsbelasting op het tijdstip waarop met die wijziging een aanvang wordt gemaakt, lager is dan de vastgestelde hogere waarde, geldt als de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege de spoorweg, van de uitwendige scheidingsconstructie van die woningen de bestaande geluidsbelasting op dat tijdstip, met dien verstande, dat een vastgestelde geluidsbelasting waarvan de waarde 57 dB(A) niet te boven gaat, in elk geval als toelaatbaar blijft aangemerkt. +**1.** Ingeval met betrekking tot aanwezige of in aanbouw zijnde woningen waarvoor toepassing is gegeven aan het derde lid van dit artikel, artikel 8 of artikel 27, tweede lid, van dit besluit of de artikelen 87e, 87h, 87i, 106d tot en met 106f, van de wet, een aanvang wordt gemaakt met de wijziging van een spoorweg en de bestaande geluidsbelasting op het tijdstip waarop met die wijziging een aanvang wordt gemaakt, lager is dan de vastgestelde hogere waarde, geldt als de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanege de spoorweg, van de gevel van die woningen de bestaande geluidsbelasting op dat tijdstip, met dien verstande, dat een vastgestelde geluidsbelasting waarvan de waarde 57 dB(A) niet te boven gaat, in elk geval als toelaatbaar blijft aangemerkt. **2.** -Ingeval met betrekking tot aanwezige of in aanbouw zijnde woningen waarvoor geen toepassing is gegeven aan artikel 8 of het derde lid van dit artikel, een aanvang wordt gemaakt met de wijziging van een spoorweg, geldt als de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege de spoorweg, van de uitwendige scheidingsconstructie van die woningen de laagste van de volgende waarden, met dien verstande dat een geluidsbelasting waarvan de waarde 57 dB(A) niet te boven gaat, in elk geval als toelaatbaar blijft aangemerkt: +Ingeval met betrekking tot aanwezige of in aanbouw zijnde woningen waarvoor geen toepassing is gegeven aan het derde lid van dit artikel, artikel 8 of artikel 27, tweede lid, van dit besluit of de artikelen 87e, 87h, 87i, 106d tot en met 106f, van de wet, een aanvang wordt gemaakt met de wijziging van een spoorweg, geldt als de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege de spoorweg, van de gevel van die woningen de laagste van de volgende waarden, met dien verstande dat een geluidsbelasting waarvan de waarde 57 dB(A) niet te boven gaat, in elk geval als toelaatbaar blijft aangemerkt: a. de geluidsbelasting op het tijdstip van in werking treden van dit besluit; b. de geluidsbelasting op het tijdstip waarop met de wijziging een aanvang wordt gemaakt. -**3.** Gedeputeerde staten kunnen voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege een spoorweg, van de uitwendige scheidingsconstructie van de op het tijdstip van de aanvang van een wijziging binnen de zone aanwezige of in aanbouw zijnde woningen, op verzoek van degenen die in artikel 14 aangewezen zijn, een hogere waarde dan de voor die woningen alsdan geldende waarde vaststellen, met dien verstande dat deze waarde in afwijking voor zover nodig van artikel 8 73 dB(A) niet te boven mag gaan. +**3.** Gedeputeerde staten kunnen voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege een spoorweg, van de gevel van de op het tijdstip van de aanvang van een wijziging binnen de zone aanwezige of in aanbouw zijnde woningen, op verzoek van degenen die in artikel 14 aangewezen zijn, een hogere waarde dan de voor die woningen alsdan geldende waarde vaststellen, met dien verstande dat deze waarde in afwijking voor zover nodig van artikel 8 73 dB(A) niet te boven mag gaan. -**4.** Gedeputeerde staten kunnen alleen toepassing geven aan het derde lid in die gevallen waarin toepassing van maatregelen, gericht op het terugbrengen van de geluidsbelasting, vanwege de spoorweg, van de uitwendige scheidingsconstructie van de betrokken woningen tot de ingevolge het eerste of tweede lid geldende ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting onvoldoende doeltreffend zal zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedebouwkundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. +**4.** Gedeputeerde staten kunnen alleen toepassing geven aan het derde lid in die gevallen waarin toepassing van maatregelen, gericht op het terugbrengen van de geluidsbelasting, vanwege de spoorweg, van de gevel van de betrokken woningen tot de ingevolge het eerste of tweede lid geldende ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting onvoldoende doeltreffend zal zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedebouwkundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. **5.** Het in het eerste tot en met vierde lid bepaalde is van overeenkomstige toepassing op gebouwen, behorend tot de in artikel 2, eerste lid, onder *a* tot en met *e*, bedoelde categorieën, met dien verstande dat in plaats van de in het eerste en tweede lid genoemde waarde van 60 dB(A) 55 dB(A) wordt gelezen. **6.** Het in het eerste tot en met vierde lid bepaalde is van overeenkomstige toepassing aan de grens van geluidsgevoelige terreinen, met dien verstande dat in plaats van de in het derde lid genoemde waarde van 73 dB(A) de betreffende in artikel 10, eerste lid, genoemde waarde wordt gelezen. +**7.** Bij toepassing van het derde en zesde lid wordt, indien reeds eerder een ten hoogste toelaatbare waarde is verleend die hoger is dan de in die leden genoemde maximale waarde, de genoemde waarde vervangen door de eerder verleende waarde. + ### Artikel 12 Bij toepassing van de artikelen 8 tot en met 11 kan de gelding van een daarbij vastgestelde waarde aan voorwaarden worden gebonden. @@ -194,13 +210,15 @@ Bij toepassing van de artikelen 8 tot en met 11 kan de gelding van een daarbij v ### Artikel 13 -**1.** Indien door toepassing van artikel 8 of 11 voor de uitwendige scheidingsconstructie van een of meer in aanbouw zijnde of aanwezige woningen een hogere geluidsbelasting dan 57 dB(A) als toelaatbaar is aangemerkt, treft de gemeenteraad met betrekking tot de geluidwering van die uitwendige scheidingsconstructie maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting, vanwege de spoorweg, binnen de woning bij gesloten ramen 37 dB(A) niet te boven zal gaan. +**1.** Indien door toepassing van artikel 8 of 11 voor de gevel van een of meer in aanbouw zijnde of aanwezige woningen een hogere geluidsbelasting dan 57 dB(A) als toelaatbaar is aangemerkt, treft de gemeenteraad met betrekking tot de geluidwering van die gevel maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting, vanwege de spoorweg, binnen de woning bij gesloten ramen 37 dB(A) niet te boven zal gaan. -**2.** In afwijking van het eerste lid treft de gemeenteraad, indien door toepassing van artikel 11 voor de uitwendige scheidingsconstructie van een of meer in aanbouw zijnde of aanwezige woningen binnen de zone een hogere geluidsbelasting dan 57 dB(A) als toelaatbaar is aangemerkt en de geluidsbelasting ten tijde van de inwerkingtreding van dit besluit hoger is dan 65 dB(A), met betrekking tot de geluidwering van die uitwendige scheidingsconstructie maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting, vanwege de spoorweg, binnen de woning bij gesloten ramen 40 dB(A) niet te boven zal gaan. +**2.** Indien de geluidsbelasting van de gevel van een woning op 1 juli 1987 hoger was dan 65 dB(A) onderscheidenlijk van de gevel van een ander geluidsgevoelig gebouw hoger was dan 60 dB(A) en voor die woning of dat ander geluidsgevoelig gebouw eerder een hogere waarde voor de geluidsbelasting is vastgesteld op grond van dit besluit of de wet en met betrekking tot de woning toepassing is gegeven aan artikel 11, treft de gemeenteraad, in afwijking van het eerste lid, met betrekking tot de geluidwering van de gevels van de betrokken woning maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting, vanwege de spoorweg, binnen de woning bij gesloten ramen ten hoogste de waarde bedraagt die ten tijde van de vaststelling van de eerste hogere waarde ten hoogste toelaatbaar was. -**3.** +**3.** Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing voor de woningen waarbij maatregelen aan de gevel zijn getroffen ter uitvoering van artikel 13, zesde lid, van het Subsidiebesluit openbare lichamen milieubeheer. -Indien door toepassing van de artikelen 9 of 11 voor de uitwendige scheidingsconstructie van een of meer in aanbouw zijnde of aanwezige gebouwen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder *a* tot en met *e*, een hogere geluidsbelasting dan 55 dB(A) als toelaatbaar is aangemerkt, treft de gemeenteraad met betrekking tot de geluidwering van die uitwendige scheidingsconstructie maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting, vanwege de spoorweg, bij gesloten ramen +**4.** + +Indien door toepassing van de artikelen 9 of 11 voor de gevel van een of meer in aanbouw zijnde of aanwezige gebouwen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder *a* tot en met *e*, een hogere geluidsbelasting dan 55 dB(A) als toelaatbaar is aangemerkt, treft de gemeenteraad met betrekking tot de geluidwering van die gevel maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting, vanwege de spoorweg, bij gesloten ramen a. binnen de verblijfsruimten, genoemd in artikel 10, tweede lid, onder *a*, van het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen, 30 dB(A) niet te boven zal gaan, en b. binnen de verblijfsruimten, genoemd in artikel 10, tweede lid, onder *b*, van het onder *a* genoemde besluit, 35 dB(A) niet te boven zal gaan. @@ -240,7 +258,7 @@ Het verzoek en het ontwerp van een verzoek bevatten ten minste: a. de verzochte hogere waarden; b. de redenen die aan het verzoek ten grondslag liggen; c. de resultaten van het akoestisch onderzoek, bedoeld in artikel 5 of 20; -d. een beschrijving van de mogelijkheden om de geluidsbelasting van de uitwendige scheidingsconstructie van de woningen of de andere geluidsgevoelige gebouwen of aan de grens van de geluidsgevoelige terreinen tot een lagere waarde te verminderen dan de onder *a* bedoelde, alsmede een schatting van de hieraan verbonden extra kosten; +d. een beschrijving van de mogelijkheden om de geluidsbelasting van de gevel van de woningen of de andere geluidsgevoelige gebouwen of aan de grens van de geluidsgevoelige terreinen tot een lagere waarde te verminderen dan de onder *a* bedoelde, alsmede een schatting van de hieraan verbonden extra kosten; e. een verklaring dat maatregelen als bedoeld in artikel 13, zullen worden getroffen, indien de geluidsbelasting binnen de woning onderscheidenlijk binnen de verblijfsruimten van de in artikel 2, eerste lid, onder a tot en met e, bedoelde gebouwen, bij gesloten ramen, meer bedraagt dan de in artikel 13, eerste, tweede of derde lid, bedoelde waarden; f. een beschrijving met een schetstekening of een verklaring omtrent de wijze waarop aan artikel 8, derde lid, voldaan zal worden, dan wel, indien aan dat artikel niet voldaan kan worden, de redenen daarvan; g. voor zover het verzoek hier aanleiding toe geeft, een beschrijving, schetstekening en uitvoeringsplan van de geluidafschermende voorziening tussen spoorweg en woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen of geluidsgevoelige terreinen, indien deze voorziening vereist is om de in het verzoek begrepen waarden te waarborgen. @@ -317,15 +335,118 @@ Vervallen **2.** Op verzoek van de spoorwegexploitant kan Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat ontheffing geven van het vereiste in het eerste lid, indien toepassing van dat lid op overwegende bezwaren van technische of financiële aard stuit. -## Hoofdstuk 9. Financiële bepalingen +## Hoofdstuk 9. Sanering -### Artikel +### Artikel 25 -Vervallen +**1.** -### Artikel +Burgemeester en wethouders melden na een ingesteld akoestisch onderzoek voor 1 januari 2007 aan Onze Minister de in de gemeente voorkomende gevallen, waarin op 1 juli 1987 een spoorweg aanwezig was, terwijl op dat tijdstip binnen de zone van die spoorweg reeds woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen of geluidsgevoelige terreinen aanwezig waren en de geluidsbelasting, vanwege de spoorweg, op dat tijdstip: -Vervallen +a. van de gevel van woningen hoger was dan 65 dB(A); +b. van de gevel van andere geluidsgevoelige gebouwen hoger was dan 60 dB(A), onderscheidenlijk +c. aan de grens van geluidsgevoelige terreinen, anders dan woonwagenstandplaatsen, hoger was dan 65 dB(A). + +**2.** Indien burgemeester en wethouders woningen als bedoeld in het eerste lid voor 1 januari 1997 aan Onze Minister hebben gemeld en bij die gelegenheid hebben verklaard dat het treffen van geluidwerende maatregelen de enige oplossing is die in aanmerking komt, geldt die melding als melding op grond van het eerste lid. + +### Artikel 26 + +**1.** Behoudens het derde lid stellen burgemeester en wethouders met inachtneming van de artikelen 26a tot en met 26d een programma van maatregelen op, die naar hun oordeel in aanmerking komen om de geluidsbelasting, vanwege de spoorweg, van de gevel van de in artikel 25 bedoelde woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en aan de grens van de in dat artikel bedoelde geluidsgevoelige terreinen, zoveel mogelijk te beperken tot 57 dB(A) en om zo nodig te voldoen aan artikel 27, zevende en achtste lid. + +**2.** In een geval als bedoeld in artikel 1a wordt vanwege de spoorwegexploitant een akoestisch onderzoek ingesteld van de in artikel 5 omschreven strekking. + +**3.** In een geval als bedoeld in artikel 1a stelt de spoorwegexploitant een saneringsprogramma op, met dien verstande dat dit saneringsprogramma tevens de resultaten van het in het tweede lid bedoelde akoestisch onderzoek bevat en mede betrekking heeft op andere binnen de zone van de spoorweg gelegen woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen. + +### Artikel 26a + +**1.** + +Een saneringsprogramma kan uitsluitend de volgende maatregelen bevatten: + +a. geluidreducerende maatregelen aan een spoorweg; +b. maatregelen die de geluidsoverdracht van een spoorweg naar woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen of geluidsgevoelige terreinen verminderen; +c. geluidwerende maatregelen aan de gevel van de betrokken woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen; +d. onttrekking aan de bestemming van één of meer van de betrokken woningen. + +**2.** Maatregelen als bedoeld in het eerste lid, onder b, onder c, onderscheidenlijk onder d, komen eerst in aanmerking voor opneming in het saneringsprogramma, voor zover de toepassing van de in het eerste lid, onder a, genoemde maatregelen, onderscheidenlijk de in het eerste lid, onder a en b, dan wel onder a, b en c, genoemde maatregelen onvoldoende doeltreffend zal zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard. + +### Artikel 26b + +Op de voorbereiding van een saneringsprogramma door burgemeester en wethouders of door de spoorwegexploitant is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing. + +### Artikel 26c + +**1.** + +Een saneringsprogramma bevat: + +a. de resultaten van het akoestisch onderzoek, bedoeld in artikel 25; +b. een of meer kaarten met bijbehorende verklaring als bedoeld in het tweede lid, een lijst met adressen van de betrokken woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen, alsmede het trajectnummer van het spoorweggedeelte of de combinatie van spoorweggedeelten, waarvan de geluidsbelasting wordt ondervonden; +c. een beschrijving van de maatregelen, bedoeld in artikel 26a, eerste lid, onder a en b, die in aanmerking komen, en van het effect van de maatregelen op de geluidsbelasting in het maatgevende jaar, vanwege de spoorweg, van de gevel van betrokken woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en aan de grens van geluidsgevoelige terreinen; +d. voor zover toepassing van de in artikel 26a, eerste lid, onder a en b, bedoelde – in het saneringsprogramma opgenomen – maatregelen niet leidt tot beperking van de geluidsbelasting, vanwege de spoorweg, tot 57 dB(A), een beschrijving van de bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard tegen de toepassing van verdergaande maatregelen; +e. zo nodig, een verklaring dat door middel van geluidwerende maatregelen als bedoeld in artikel 26a, eerste lid, onder c, zal worden voldaan aan artikel 27, zevende en achtste lid; +f. voor zover van toepassing, een beschrijving van de maatregelen, bedoeld in artikel 26a, eerste lid, onder d, alsmede een onderbouwing van de keuze; +g. voor zover met toepassing van artikel 26a, tweede lid, andere dan meer primaire maatregelen in aanmerking komen, een beschrijving van de redenen daarvoor; +h. een beschrijving van de mogelijkheden om uit een oogpunt van doelmatigheid en kostenbeheersing de te treffen maatregelen al dan niet gezamenlijk uit te voeren met andere werken; +i. een globale indicatie van de geluidsbelasting, vanwege andere geluidsbronnen als bedoeld in de artikelen 41, 53, 74 en 108 van de wet, artikel 25a van de Luchtvaartwet en artikel 8.1 van de Wet luchtvaart; +j. een globale indicatie van de kosten van de te treffen maatregelen; +k. het tijdstip waarop met de uitvoering van de maatregelen kan worden begonnen, alsmede de verwachte duur van de uitvoering van de maatregelen. + +**2.** + +De kaart of kaarten, bedoeld in het eerste lid, onder b, geven in elk geval aan: + +a. de zone langs de spoorweg of spoorwegen en de ligging van de betrokken woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen; +b. bronmaatregelen of overdrachtsmaatregelen, en +c. voor zover hiervan sprake is, de ligging van de betrokken woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen binnen: + +1°. een geluidszone rond een industrieterrein, +2°. een geluidszone rond een luchtvaartterrein, +3°. een geluidszone langs een weg, of +4°. een andere geluidszone. + +**3.** Artikel 16, eerste lid, onder a, b, c, d, f, g en h, van het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985 is van overeenkomstige toepassing op de in het eerste lid, onder b, bedoelde kaart of kaarten. + +### Artikel 26d + +Onze Minister stelt nadere regels vast met betrekking tot de vormgeving en inrichting van een saneringsprogramma. + +### Artikel 27 + +**1.** Burgemeester en wethouders, onderscheidenlijk de spoorwegexploitant leggen het ingevolge artikel 26 vastgestelde saneringsprogramma onverwijld voor aan Onze Minister en zenden tegelijkertijd een afschrift van dit saneringsprogramma aan gedeputeerde staten. + +**2.** Onze Minister stelt na ontvangst van zodanig saneringsprogramma de ten hoogste toelaatbare waarde van de geluidsbelasting, vanwege de spoorweg, van de gevel van de woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen of aan de grens van geluidsgevoelige terreinen vast waarop het saneringsprogramma betrekking heeft, met dien verstande dat deze waarde, in afwijking van de artikelen 7 tot en met 11 en behoudens het derde en vierde lid, voor zover het woningen en geluidsgevoelige terreinen betreft de waarde 65 dB(A) en voor zover het andere geluidsgevoelige gebouwen betreft de waarde 60 dB(A), niet te boven mag gaan. Onze Minister doet van zijn besluit mededeling aan burgemeester en wethouders en de spoorwegexploitant. + +**3.** Indien overwegende bezwaren bestaan van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard tegen de toepassing van maatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidsbelasting, vanwege de spoorweg, van de gevel van de woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen of aan de grens van geluidsgevoelige terreinen, kan bij een besluit als bedoeld in het tweede lid, voor woningen en geluids-gevoelige terreinen een hogere waarde dan 65 dB(A), onderscheidenlijk voor andere geluidsgevoelige gebouwen een hogere waarde dan 60 dB(A) worden vastgesteld, met dien verstande dat deze waarde 73 dB(A) voor woningen en geluidsgevoelige terreinen, onderscheidenlijk 68 dB(A) voor andere geluidsgevoelige gebouwen, niet te boven mag gaan. + +**4.** + +Onze Minister kan bij een besluit als bedoeld in het tweede lid voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting voor woningen een hogere dan de in het derde lid genoemde waarde vaststellen, in gevallen waarin: + +a. toepassing van maatregelen die strekken tot vermindering van het geluid, veroorzaakt door het verkeer op de spoorweg niet mogelijk is, +b. toepassing van maatregelen die strekken tot vermindering van de geluidsoverdracht van de spoorweg naar de betrokken woningen niet mogelijk is of duurder zal zijn dan € 97.110,-- per woning, +c. het onttrekken aan de bestemming van de betrokken woningen binnen het bedrag van € 97.110,-- per woning niet mogelijk is, en +d. koppeling van het treffen van maatregelen aan andere activiteiten niet kan leiden tot het terugbrengen van de geluidsbelasting, vanwege de spoorweg, tot de in het tweede of derde lid genoemde waarde binnen het bedrag van € 97.110,-- per woning. + +**5.** In afwijking van artikel 157, eerste lid, van de wet geeft Onze Minister toepassing aan het derde lid, voor zover de gecumuleerde geluidsbelastingen na de correctie op grond van artikel 157, derde lid, van de wet niet zal leiden tot een naar zijn oordeel onaanvaardbare geluidsbelasting. + +**6.** Onze Minister doet van zijn besluit mededeling aan burgemeester en wethouders, aan gedeputeerde staten, aan de spoorwegexploitant en aan de gebruikers van de woningen, het bevoegde gezag van scholen en de directies van ziekenhuizen en andere gezondheidszorggebouwen waarvoor een hogere waarde is bepaald. + +**7.** + +Indien Onze Minister toepassing heeft gegeven aan het derde lid treffen burgemeester en wethouders de in het achtste lid beschreven maatregelen, indien + +a. ten minste één geluidsgevoelige ruimte binnen een woning, onderscheidenlijk ten minste één categorie b-ruimte binnen een ander geluidsgevoelig gebouw niet zijnde een woning een geluidsbelasting ondervindt van meer dan 45 dB(A), of +b. ten minste één categorie a-ruimte binnen een ander geluidsgevoelig gebouw niet zijnde een woning een geluidsbelasting ondervindt van meer dan 40 dB(A). + +**8.** + +De maatregelen ter uitvoering van het zevende lid hebben betrekking op de geluidwering van de gevel en bevorderen dat de geluidsbelasting bij gesloten ramen: + +a. in het zevende lid, onder a, bedoelde geval in geluidsgevoelige ruimten binnen de woning, onderscheidenlijk in categorie b-ruimten binnen het andere geluidsgevoelige gebouw, 40 dB(A), dan wel een door het gemeentebestuur doelmatig geoordeelde hogere waarde van ten hoogste 45 dB(A), niet te boven zal gaan; +b. in het zevende lid, onder b, bedoelde geval in categorie a-ruimten binnen het andere geluidsgevoelige gebouw 35 dB(A), dan wel een door het gemeentebestuur doelmatig geoordeelde hogere waarde van ten hoogste 40 dB(A), niet te boven zal gaan. + +**9.** Onze Minister stelt ten aanzien van elk van de daarvoor in aanmerking komende gevallen maatregelen vast die strekken tot het terugbrengen van de geluidsbelasting, vanwege de spoorweg, van de gevel van de betrokken woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen, of aan de grens van de geluidsgevoelige terreinen, tot het bij het besluit, bedoeld in het tweede lid, vastgestelde waarde. De maatregelen strekken tevens, afhankelijk van de hoogte van deze waarde, tot het terugbrengen van de geluidsbelasting, vanwege de spoorweg, binnen de woning of het andere geluidsgevoelige gebouw. ## Hoofdstuk 10. Beroep