2023-01-01 | BWBR0047444 | Uitvoeringsregeling GLB 2023
This commit is contained in:
parent
eb50cca119
commit
8847a99327
1 changed files with 894 additions and 0 deletions
|
|
@ -0,0 +1,894 @@
|
|||
---
|
||||
titel: Uitvoeringsregeling GLB 2023
|
||||
bwb_id: BWBR0047444
|
||||
type: ministeriele-regeling
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2023-01-01'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0047444
|
||||
citeertitel: Uitvoeringsregeling GLB 2023
|
||||
---
|
||||
|
||||
# Uitvoeringsregeling GLB 2023
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 1
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In deze regeling wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
− * aanvraagjaar: * kalenderjaar waarin de aanvraag wordt gedaan;
|
||||
− * administratieve sanctie: * verlagen van de betaling naar aanleiding van een niet-naleving;
|
||||
− * areaalmonitoring: * systeem als bedoeld in artikel 65, vierde lid, onderdeel b, van verordening (EU) 2021/2116;
|
||||
− * Belastingdienst: * Belastingdienst als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003;
|
||||
− * blijvend grasland: * perceel met een natuurlijke of ingezaaide vegetatie van meer dan 50 procent grassen of kruidachtige voedergewassen dat minimaal vijf jaar niet is opgenomen in de vruchtwisseling;
|
||||
− * blijvende teelt: * teelt van gewassen, anders dan blijvend grasland, die niet in de vruchtwisseling zijn opgenomen en die de grond gedurende ten minste vijf jaar in beslag nemen en geregeld een oogst opleveren;
|
||||
− * boslandbouw: * vorm van landbouw waarbij bomen en struiken bewust worden geteeld tussen niet-houtige gewassen of worden gecombineerd met dierhouderij op hetzelfde perceel;
|
||||
− * bouwland: * grond die voor de teelt van gewassen, anders dan blijvend grasland en blijvende teelt, wordt gebruikt of daarvoor beschikbaar is maar braak ligt;
|
||||
− * braak: * bouwland waarop in het aanvraagjaar voor een periode van minimaal 6 aaneengesloten maanden, of op basis van de subsidieregelingen ANLb of de Catalogus Groenblauwe diensten, geen productie plaatsvindt en waarop natuurlijke of ingezaaide vegetatie voorkomt;
|
||||
− * droogstaande koeien: * vrouwelijke runderen die gehouden worden voor de productie van melk en die zich bevinden in de fase tussen de periode van melk geven en het moment van afkalven;
|
||||
− * eco-activiteiten: * landbouwpraktijken als bedoeld in artikel 31, tweede lid, van verordening (EU) 2021/2115;
|
||||
− * Europees Landbouwgarantiefonds: * Europees Landbouwgarantiefonds als bedoeld in artikel 4, onderdeel a, van verordening (EU) 2021/2116;
|
||||
− * flauw talud: * natuurvriendelijke oevers en andere situaties waarbij sprake is van geleidelijke overgang van water naar land;
|
||||
− * grootvee-eenheid: * coëfficiënt voor het omrekenen van dieren zoals opgenomen in de bijlage, punt 12, onder b, van Verordening (EU) nr. 2021/2290;
|
||||
− * hamsterverbintenis: * een verbintenis aangegaan in het kader van subsidieregelingen van de provincie Limburg met als specifiek doel de bescherming van de habitat voor de hamster;
|
||||
− * hoofdactiviteit: * eerstgenoemde activiteit die in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007, is vermeld;
|
||||
− * hoofdteelt: * teelt op landbouwareaal van een gewas dat in de periode van 15 mei tot 15 juli het langst aanwezig is;
|
||||
− * I&R register: * geautomatiseerd gegevensbestand als bedoeld in afdeling 5b.4 van de Regeling houders van dieren;
|
||||
− * kortlopend hakhout: * boomsoorten met een maximale omlooptijd van vijf jaar met een plantdichtheid van minimaal 10.000 stoven per hectare, die behoren tot het geslacht wilg, populier, els of es;
|
||||
− * kruidachtige voedergewassen: * alle kruidachtige planten die traditioneel in natuurlijk grasland voorkomen of normaliter in zaadmengsels voor grasland worden opgenomen met uitzondering van heide en riet;
|
||||
− * landbouwactiviteit: * productie of landbouwareaal in een staat houden die begrazing of teelt mogelijk maakt zonder dat daarvoor voorbereidende activiteiten nodig zijn die verder gaan dan activiteiten op basis van de gebruikelijke landbouwmethoden en -machines;
|
||||
− * landbouwareaal: * grond die wordt gebruikt als bouwland, blijvend grasland of blijvende teelt;
|
||||
− * landbouwer: * natuurlijke of rechtspersoon of een groep natuurlijke of rechtspersonen die een minimumniveau aan landbouwactiviteiten uitvoert;
|
||||
− * landschapselementen: * begroeide terrein- en waterdelen en overige elementen waarop het uitoefenen van een landbouwactiviteit niet mogelijk is;
|
||||
− * lichte grondbewerking: * graslandvernieuwingstechniek waarbij de ondergrond vrijwel onberoerd blijft en waarbij een dekkende vegetatie zichtbaar blijft;
|
||||
− * meerjarige teelt: * teelt van een gewas dat langer dan één jaar onafgebroken aanwezig is;
|
||||
− * minister: * de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
|
||||
− * mulchsysteem: * teeltsysteem waarbij de bodem in het najaar wordt geploegd, gevolgd door de inzaai van een bodembedekking, waarbij in het voorjaar uitsluitend niet-kerende grondbewerking plaatsvindt;
|
||||
− * natte teelten: * natte teelt als bedoeld in bijlage 1;
|
||||
− * nevenactiviteit: * activiteit die in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007, is vermeld na de hoofdactiviteit;
|
||||
− * niet-productieve gronden: * landschapselementen, braak, plas-dras gedurende de inundatieperiode, bufferstroken als bedoeld in artikel 32, onderdeel b, in samenhang met Bijlage 4, onder 4 en 4a die worden gebruikt voor niet-productieve doeleinden, akkerranden en andere stroken of randen van gras of kruiden die niet aangemerkt kunnen worden als landbouwproductie;
|
||||
− * onregelmatigheid: * onregelmatigheid als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van verordening (EU) 2021/2116;
|
||||
− * peildatum: * 15 mei van het aanvraagjaar;
|
||||
− * perceel landbouwgrond: * aaneengesloten stuk landbouwareaal, waaronder begrepen aangrenzende landschapselementen die ter beschikking van de landbouwer staan, dat door één landbouwer is aangegeven;
|
||||
− * productie: * produceren van landbouwproducten als bedoeld in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), bijlage I, met uitzondering van visserijproducten, alsmede hakhout met korte omlooptijd;
|
||||
− * RVO: * Rijksdienst voor Ondernemend Nederland;
|
||||
− * subsidiabele hectare: * landbouwareaal van het landbouwbedrijf dat wordt gebruikt voor een landbouwactiviteit of in overwegende mate voor landbouwactiviteiten wordt gebruikt en ter beschikking van de landbouwer staat, landschapselementen grenzend aan landbouwareaal die ter beschikking van de landbouwer staan, areaal dat wordt ingezet voor een conditionaliteitsnorm als bedoeld in bijlage III, onder GLMC 8, van verordening (EU) 2021/2115, alsmede natte teelten op areaal als bedoeld in artikel 4, vierde lid, onderdeel c, onder ii van verordening (EU) 2021/2115;
|
||||
− * THI: * temperatuur en luchtvochtigheidsindex;
|
||||
− * verlaging: * elke vermindering op de betaling als gevolg van het toepassen van een administratieve sanctie;
|
||||
− * verordening (EU) 2018/848: *
|
||||
Verordening (EU) 2018/848 van het Europees parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad (PbEU 2018, L150);
|
||||
− * verordening (EU) 2021/2115: *
|
||||
Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees parlement en de Raad van 2 december 2021 tot vaststelling van voorschriften inzake steun voor de strategische plannen die de lidstaten in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid opstellen (strategische GLB-plannen) en die uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) worden gefinancierd, en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1305/2013 en Verordening (EU) nr. 1307/2013 (PbEU 2021, L435);
|
||||
− * verordening (EU) 2021/2116: *
|
||||
Verordening (EU) 2021/2116 van het Europees parlement en de Raad van 2 december 2021 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1306/2013 (PbEU 2021, L435);
|
||||
− * verordening (EU) 2021/2290: *
|
||||
Uitvoeringsverordening (EU) 2021/2290 van de Commissie van 21 december 2021 tot vaststelling van regels voor de berekeningsmethoden voor de gemeenschappelijke output- en resultaatindicatoren die zijn opgenomen in bijlage I bij Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees parlement en de Raad tot vaststelling van voorschriften inzake steun voor de strategische plannen die de lidstaten in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid opstellen (strategische GLB-plannen) en die uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling worden gefinancierd, en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1305/2013 en (EU) nr. 1307/2013 (PbEU 2021, L458);
|
||||
− * verordening (EU) 2022/126: * Gedelegeerde verordening (EU) 2022/126 van de Commissie van 7 december 2021 tot aanvulling van Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees parlement en de Raad met aanvullende eisen voor bepaalde interventietypes die de lidstaten in het kader van die verordening in hun strategisch GLB-plan voor de periode 2023-2027 uitwerken, alsmede regels voor het aandeel in het kader van norm 1 inzake een goede landbouw- en milieuconditie (GLMC) (PbEU 2022, L20);
|
||||
− * verordening (EU) 2022/128: *
|
||||
Uitvoeringsverordening (EU) 2022/128 van de Commissie van 21 december 2021 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) 2021/2116 van het Europees parlement en de Raad wat betreft betaalorganen en andere instanties, financieel beheer, goedkeuring van de rekeningen, controles, zekerheden en transparantie (PbEU 2022, L20);
|
||||
− * verordening (EU) 2022/1172: * Gedelegeerde verordening (EU) 2022/1172 van de Commissie van 4 mei 2022 tot aanvulling van Verordening (EU) 2021/2116 van het Europees parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en de toepassing en berekening van administratieve conditionaliteitssancties (PbEU 2022, L183);
|
||||
− * waterloop: * samenhangend geheel van vrij aan het aardoppervlak voorkomend water, met de daarin aanwezige stoffen, en de bijbehorende bodem en oevers;
|
||||
− * watervoerende sloot: * sloot die van 1 april tot 1 oktober onder normale omstandigheden water bevat.
|
||||
− * zeldzame landbouwhuisdierrassen: * met uitsterven bedreigde landbouwhuisdierrassen als bedoeld in artikel 45, tweede lid, onderdeel a, van Verordening (EU) 2022/126.
|
||||
|
||||
**2.** De definities in verordening (EU) 2021/2115 en verordening (EU) 2021/2116 alsmede in de op deze verordeningen gebaseerde verordeningen zijn van overeenkomstige toepassing voor deze regeling.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. Bepalingen inzake rechtstreekse betalingen
|
||||
|
||||
### Paragraaf 1. Algemene bepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De minister verstrekt rechtstreekse betalingen inzake:
|
||||
|
||||
a. basisinkomenssteun voor duurzaamheid;
|
||||
b. aanvullende herverdelende inkomenssteun voor duurzaamheid;
|
||||
c. aanvullende inkomenssteun voor jonge landbouwers;
|
||||
d. de eco-regeling.
|
||||
|
||||
**2.** De minister verstrekt voorts betalingen inzake de regeling voor zeldzame landbouwhuisdierrassen.
|
||||
|
||||
**3.** De minister stelt elk jaar voor alle in het eerste en tweede lid genoemde betalingen het eenheidsbedrag vast binnen de marges, bedoeld in artikel 102, tweede lid, van verordening (EU) 2021/2115.
|
||||
|
||||
**4.** De minister kan middelen bestemd voor de in het eerste lid genoemde rechtstreekse betalingen herverdelen overeenkomstig artikel 101, derde lid, van verordening (EU) 2021/2115.
|
||||
|
||||
**5.** De minister is bevoegd tot het uitbetalen, terugvorderen en verrekenen van betalingen en het opleggen van sancties.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
Het criterium waaraan de landbouwer dient te voldoen om een landbouwareaal in een staat te houden die begrazing of teelt mogelijk maakt, als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel b, van verordening (EU) 2021/2115, is:
|
||||
|
||||
a. het jaarlijks, vóór 1 oktober, maaien van het areaal grasland, tenzij de landbouwer als gevolg van een contract voor agrarisch natuurbeheer op basis van de subsidieregelingen ANLb en Catalogus Groenblauwe diensten niet aan dit criterium kan voldoen, in welk geval het areaal ten minste één keer per twee jaar vóór 1 oktober wordt gemaaid;
|
||||
b. het areaal bouwland in zodanige staat houden dat regelmatig een akkerbouwgewas kan worden ingezaaid;
|
||||
c. het areaal blijvende teelt in goede vegetatieve staat houden die productief potentieel heeft.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
**1.** Voor de uitvoering van zijn taken en bevoegdheden baseert de minister zich voor de grenzen van de referentiepercelen op het perceelsregister van RVO dat is gebaseerd op de objectgrenzen uit de Basisregistratie Grootschalige Topografie.
|
||||
|
||||
**2.** Op de peildatum heeft de landbouwer het perceel landbouwgrond ter beschikking, op grond van eigendom, huur of pacht dan wel in gebruik met schriftelijke toestemming van de eigenaar, de verhuurder of de verpachter.
|
||||
|
||||
**3.** Als landbouwareaal komt tevens in aanmerking boslandbouw op areaal dat in de periode tussen 2015 en 2022 werd aangemerkt als landbouwareaal.
|
||||
|
||||
**4.** Als bouwland komt tevens in aanmerking een perceel met maximaal 100 bomen per hectare.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Als blijvende teelt komt tevens in aanmerking:
|
||||
|
||||
a. een perceel boslandbouw als voedselbos met verschillende bomen en struiken waarvan de soorten binnen afzienbare termijn voor eetbare producten zorgen, onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
1°. er mag een kruinlaag van hogere bomen staan die een ondersteunende functie voor de andere soorten heeft;
|
||||
2°. er zijn minimaal drie verticale vegetatielagen;
|
||||
3°. de kruinlaag en vegetatielagen mogen nog in ontwikkeling zijn;
|
||||
b. arealen met jonge houtachtige planten in de open lucht, bestemd om later te worden verplant en kwekerijen van:
|
||||
|
||||
1°. wijnstokken en moederplanten;
|
||||
2°. vruchtbomen en kleinfruitgewassen;
|
||||
3°. siergewassen;
|
||||
4°. voor de verkoop bestemde bosplanten, exclusief de in het bos gelegen bosboomkwekerijen voor de eigen behoefte van het bedrijf;
|
||||
5°. bomen en heesters ter beplanting van tuinen, parken, straten en wegbermen, alsmede onderstammen en jonge zaailingen ervan;
|
||||
c. kortlopend hakhout.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
Als blijvend grasland komt tevens in aanmerking:
|
||||
|
||||
a. mengsels van gras met een gewas uit de gewassenlijst ‘stikstofbindende gewassen’ als bedoeld in bijlage 1, met uitzondering van riet; en
|
||||
b. areaal blijvend grasland met maximaal 100 bomen per hectare.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
**1.** Er worden geen betalingen toegekend aan landbouwers die niet uiterlijk op de peildatum zijn ingeschreven of waarvan de onderneming niet uiterlijk op de peildatum is ingeschreven in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007, onder de vermelding van de verkorte omschrijving van de landbouwactiviteit en de daarbij behorende code van de Standaard Bedrijfsindeling (SBI) beginnend met de cijfers 011, 012, 013, 014, 015, 016 of 1051, voor zover minimaal 50 procent van de melk die wordt verwerkt op het eigen melkveebedrijf geproduceerd wordt.
|
||||
|
||||
**2.** Onverminderd het eerste lid worden geen betalingen toegekend aan een landbouwer indien uit de inschrijving in het handelsregister volgt dat de landbouwactiviteit geen hoofdactiviteit is.
|
||||
|
||||
**3.** Het tweede lid is niet van toepassing indien de landbouwer aantoont door middel van een accountantsverklaring dat de landbouwactiviteit een nevenactiviteit is, waaronder begrepen het in stand houden van landbouwareaal, waarmee een derde van het totale bedrag aan inkomsten in het meest recente belastingjaar wordt verdiend, dan wel een derde van een gemiddeld bedrag aan inkomsten over de drie meest recente belastingjaren.
|
||||
|
||||
**4.** Als accountantsverklaring wordt vastgesteld een accountantsverklaring die overeenkomt met het model dat is opgenomen in bijlage5.
|
||||
|
||||
**5.** Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing ingeval de landbouwer voor het voorgaande aanvraagjaar minder dan 5.000 euro aan rechtstreekse betalingen heeft ontvangen.
|
||||
|
||||
**6.** Een overnemer als bedoeld in artikel 40, eerste lid, wordt als actieve landbouwer aangemerkt indien de inschrijving, bedoeld in het eerste lid, uiterlijk ten tijde van de melding van de overdracht van het bedrijf is geschied, en voor zover uit de inschrijving blijkt dat het bedrijf van de overnemer is opgericht op uiterlijk de datum van de bedrijfsoverdracht.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
**1.** Landbouwareaal dat ook wordt gebruikt voor niet-landbouwactiviteiten, wordt aangemerkt als overwegend voor landbouwactiviteiten gebruikt areaal indien geen sprake is van noemenswaardige hinder voor de uitoefening van landbouwactiviteiten.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Van de in het eerste lid bedoelde situatie is sprake indien:
|
||||
|
||||
a. maximaal 90 dagen in het jaar van aanvraag niet-landbouwactiviteiten plaatsvinden; en
|
||||
b. het landbouwareaal na afloop van deze activiteiten weer in een staat verkeert waarin begrazing of teelt mogelijk is.
|
||||
|
||||
**3.** Van de in het eerste lid bedoelde situatie is tevens sprake indien op een landbouwareaal voor meer dan 90 dagen niet-landbouwactiviteiten plaatsvinden in het kader van contracten op basis van de subsidieregelingen ANLb of de Catalogus Groenblauwe diensten.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Als areaal dat overwegend voor niet-landbouwactiviteiten wordt gebruikt en daardoor voor de toepassing van artikel 2, eerste lid, niet wordt beschouwd als subsidiabele hectare, wordt in elk geval aangemerkt:
|
||||
|
||||
a. moes- en siertuinen;
|
||||
b. bermen tot een breedte van drie meter van de weg of breder voor zover de verkeersbestemming de landbouw hindert;
|
||||
c. speelweides;
|
||||
d. stroken grasland langs verharde landingsbanen voor vliegverkeer;
|
||||
e. onverharde landingsbanen voor luchtsport en luchtvaart;
|
||||
f. stroken langs gebouwen of kassen smaller dan één meter;
|
||||
g. geluidswallen;
|
||||
h. springweides;
|
||||
i. kinderboerderijen;
|
||||
j. erven;
|
||||
k. areaal waarop installaties voor de benutting van zonne-energie aanwezig zijn.
|
||||
|
||||
**5.** In afwijking van het vierde lid, onderdeel k, is er sprake van subsidiabele hectare indien verspreid over het perceel maximaal 100 zonnepanelen per hectare staan die gezamenlijk een oppervlakte van maximaal 100m² beslaan.
|
||||
|
||||
**6.** De minimumoppervlakte van een perceel landbouwgrond waarvoor rechtstreekse betalingen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, kunnen worden aangevraagd bedraagt afgerond 0,01 hectare.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het zesde lid komt:
|
||||
|
||||
a. een perceel landbouwgrond met een afgeronde oppervlakte kleiner dan 0,01 hectare voor steun in aanmerking, voor zover is voldaan aan de volgende criteria:
|
||||
|
||||
1°. het perceel grenst direct aan een ander perceel landbouwgrond van dezelfde landbouwer waarbij de totale oppervlakte afgerond minimaal 0,01 hectare bedraagt; en
|
||||
2°. tussen de percelen bevindt zich geen afrastering of enige andere vorm van fysieke begrenzing.
|
||||
b. een perceel landbouwgrond met alleen een landschapselement met een afgeronde oppervlakte kleiner dan 0,01 hectare voor steun in aanmerking.
|
||||
|
||||
**8.** Het maximum subsidiabele areaal wordt vastgesteld per referentieperceel waarbij een marge als bedoeld in artikel 2, zevende lid, onderdeel a, van verordening (EU) 2022/1172, kan worden gehanteerd van maximaal 125 cm, rekening houdend met de omtrek en conditie van het referentieperceel.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
**1.** Voor de uitvoering van zijn taken en bevoegdheden baseert de minister zich voor de grenzen van landschapselementen op de referentiepercelen van het perceelsregister van RVO dat is gebaseerd op de objectgrenzen uit de Basisregistratie Grootschalige Topografie.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Als landschapselement, zijnde begroeide terreindelen, worden aangemerkt:
|
||||
|
||||
a. boomgroepen met een maximum oppervlakte van 1,5 hectare op maaiveldniveau;
|
||||
b. geïsoleerde bomen;
|
||||
c. heggen en hagen;
|
||||
d. houtsingels of houtwallen; en
|
||||
e. struwelen.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Als landschapselementen, zijnde waterdelen, worden aangemerkt:
|
||||
|
||||
a. waterlopen, niet zijnde grachten, smaller dan tien meter van insteek naar insteek, waarbij geldt dat ze geheel meetellen als ten minste 90 procent van de waterloop smaller is dan tien meter; en
|
||||
b. watervlakten met een oppervlakte tussen 0,001 hectare en 0,5 hectare.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Als landschapselementen, zijnde overige elementen met een oppervlakte van maximaal 1,5 hectare, worden aangemerkt:
|
||||
|
||||
a. natuurvriendelijke oevers;
|
||||
b. schouwpaden;
|
||||
c. zandwallen;
|
||||
d. tuunwallen;
|
||||
e. ruigtes op landbouwpercelen;
|
||||
f. stroken wild gras; en
|
||||
g. graften.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Als aangrenzende landschapselementen worden aangemerkt:
|
||||
|
||||
a. landschapselementen die op of binnen vijf meter van landbouwareaal liggen;
|
||||
b. landschapselementen die direct grenzen aan landschapselementen die binnen vijf meter van landbouwareaal liggen.
|
||||
|
||||
**6.** Op de peildatum heeft de landbouwer de landschapselementen ter beschikking, op grond van eigendom, huur of pacht dan wel in gebruik met schriftelijke toestemming van de eigenaar, de verhuurder of de verpachter.
|
||||
|
||||
**7.** Landschapselementen die volledig zijn omsloten door niet subsidiabele arealen zijn niet subsidiabel.
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
Geen rechtstreekse betalingen worden toegekend aan de landbouwer indien het totaalbedrag van de voor een aanvraagjaar aangevraagde of toe te kennen betalingen, voordat de sancties of verlagingen zijn toegepast, lager is dan 500 euro.
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
**1.** De landbouwer die hennep teelt stuurt de minister een kopie van de originele etiketten van het gebruikte zaaizaad toe met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld elektronisch formulier.
|
||||
|
||||
**2.** De landbouwer bewaart de aankoopbewijzen en de originele etiketten van het gebruikte zaaizaad gedurende 5 jaar in zijn administratie.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Aanvraagprocedure
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
**1.** Een landbouwer die aanspraak maakt op betalingen als bedoeld in artikel 2, eerste of tweede lid, doet hiertoe in de periode van 15 oktober tot en met 30 november voorafgaand aan het aanvraagjaar een aanmelding. Wanneer 30 november een zaterdag of zondag is wordt de uiterste termijn verlengd tot en met de eerstvolgende dag die niet een zaterdag of zondag is.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De aanmelding wordt gedaan door middel van een door de minister beschikbaar gesteld elektronisch formulier en bevat in ieder geval:
|
||||
|
||||
a. een ondertekende aanmelding tot deelname aan één of meer van de in artikel 2, eerste en tweede lid, genoemde regelingen;
|
||||
b. een opgave van alle percelen en in voorkomend geval alle landschapselementen die naar verwachting op de peildatum ter beschikking van de landbouwer staan;
|
||||
c. een concept bouwplan dat betrekking heeft op het aanvraagjaar;
|
||||
d. de voorgenomen eco-activiteiten, bedoeld in de artikelen 18 tot en met 24, die betrekking hebben op het betreffende aanvraagjaar; en
|
||||
e. het BTW-nummer van de landbouwer en, indien van toepassing, de naam van de moedermaatschappij of dochteronderneming met het daarbij behorende BTW-nummer.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De landbouwer die aanspraak maakt op betalingen verklaart voorts:
|
||||
|
||||
a. te voldoen aan de voorwaarden, bedoeld in de artikelen 3, 4, tweede lid, 5 en 7, zesde lid;
|
||||
b. toestemming te verlenen aan de minister om persoonsgegevens te verwerken ten behoeve van de controle op de naleving van deze regeling; en
|
||||
c. toestemming te verlenen voor het gebruik van areaalmonitoring.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
De landbouwer houdt de gegevens die ingevolge het tweede lid, onderdelen b, c en d, zijn ingediend, gedurende het aanvraagjaar actueel met dien verstande dat nadat zich een wijziging heeft voorgedaan de gegevens door middel van een door de minister beschikbaar gesteld formulier kunnen worden gewijzigd die betrekking hebben op:
|
||||
|
||||
a. de percelen en de landschapselementen die ter beschikking van de landbouwer staan;
|
||||
b. de gewassen die per perceel worden geteeld; en
|
||||
c. de eco-activiteiten per perceel, bedoeld in de artikelen 18 tot en met 24:
|
||||
|
||||
1°. die worden uitgevoerd met inachtneming van de uiterste termijn, bedoeld in bijlage 2;
|
||||
2°. die niet, gedeeltelijk niet, of niet volgens de voorwaarden, worden uitgevoerd;
|
||||
d. ingeval van de teelt van hennep, het geteelde ras en een indicatie van de hoeveelheid gebruikt zaaizaad, uitgedrukt in kilogrammen per hectare.
|
||||
|
||||
**5.** Onverminderd de in het vierde lid, onderdeel c, bedoelde termijn, worden wijzigingen als bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, uiterlijk doorgegeven op de peildatum. Wanneer de peildatum op een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag valt wordt de uiterste termijn verlengd tot en met de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is.
|
||||
|
||||
**6.** In afwijking van het eerste lid kan een landbouwer die na de in het eerste lid bedoelde periode is begonnen met zijn landbouwactiviteit tot en met de peildatum een aanmelding doen.
|
||||
|
||||
**7.** In afwijking van het eerste lid doet de landbouwer die in aanvraagjaar 2023 aanspraak wil maken op betalingen hiertoe in de periode van 1 maart tot en met 15 mei 2023 een aanmelding.
|
||||
|
||||
**8.** In geval het indienen van de aanmelding op of kort voor de sluitingsdatum, genoemd in het eerste lid, langere tijd niet mogelijk is door een calamiteit aan de kant van het elektronisch loket kan de minister met inachtneming van een redelijke termijn een nieuw tijdstip voor uiterste indiening van de aanmelding bepalen.
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
**1.** Een landbouwer die ingevolge artikel 10 een aanmelding tot deelname heeft gedaan dient in de periode van 15 oktober tot en met 30 november van het aanvraagjaar een aanvraag in. Wanneer 30 november een zaterdag of zondag is wordt de uiterste termijn verlengd tot en met de eerstvolgende dag die niet een zaterdag of zondag is.
|
||||
|
||||
**2.** Na de in het eerste lid bedoelde uiterste datum kunnen geen wijzigingen meer worden aangebracht in de aanvraag, behoudens gevallen als bedoeld in artikel 59, zesde lid, van verordening 2021/2116 en artikel 46.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De aanvraag wordt gedaan door middel van een door de minister beschikbaar gesteld elektronisch formulier en bevat in ieder geval:
|
||||
|
||||
a. een opgave van alle percelen en in voorkomend geval alle landschapselementen die op de peildatum ter beschikking van de landbouwer staan;
|
||||
b. een opgave van de zeldzame landbouwhuisdierrassen, als bedoeld in artikel 28, die betrekking hebben op het desbetreffende aanvraagjaar;
|
||||
c. indien van toepassing een accountantsverklaring als bedoeld in artikel 5, derde lid;
|
||||
d. indien van toepassing een volledige invulling voor het aandeel niet productieve grond, bedoeld in artikel 32, onderdeel b, in samenhang met bijlage 4, onder 8; en
|
||||
e. een opgave van de gerealiseerde eco-activiteiten.
|
||||
|
||||
**4.** In geval het indienen van de aanvraag op of kort voor de sluitingsdatum, genoemd in het eerste lid, langere tijd niet mogelijk is door een calamiteit aan de kant van het elektronisch loket kan de minister met inachtneming van een redelijke termijn een nieuw tijdstip voor uiterste indiening van de aanvraag bepalen.
|
||||
|
||||
**5.** De minister beslist op de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, uiterlijk op 30 juni van het jaar volgend op het jaar waarin de aanvraag is ingediend.
|
||||
|
||||
**6.** Indien een landbouwer niet voldoet aan het vereiste, bedoeld in het derde lid, onderdeel d, wordt de aanvraag door de minister aangepast door beschikbare niet productieve gronden aan te wijzen totdat aan de verplichting van artikel 32, onderdeel b, in samenhang met bijlage 4, onder 8, wordt voldaan.
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
De belastingdienst maakt voor de uitvoering van deze regeling het BTW-nummer van de aanvrager bekend aan de minister.
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De minister kan een ontheffing verlenen van de verplichting langs elektronische weg de aanmelding, bedoeld in artikel 10, eerste lid, of de aanvraag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, in te dienen, in geval de landbouwer aantoont:
|
||||
|
||||
a. te behoren tot een geloofsgemeenschap die het gebruik van de elektronische weg in zijn geheel afwijst; of
|
||||
b. niet te beschikken over een computer met internetverbinding en niet eerder langs elektronische weg contact te hebben gelegd met RVO of de rijksoverheid.
|
||||
|
||||
**2.** Een ontheffing wordt uiterlijk op 1 november voorafgaand aan het aanvraagjaar aangevraagd.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het tweede lid wordt de ontheffing voor aanvraagjaar 2023 uiterlijk op 1 maart 2023 aangevraagd.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Aanvullende herverdelende inkomenssteun voor duurzaamheid
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
**1.** Een landbouwer die aanspraak maakt op de betaling van basisinkomenssteun voor duurzaamheid, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, krijgt aanvullend hierop een betaling van herverdelende inkomenssteun voor maximaal 40 hectaren.
|
||||
|
||||
**2.** De minister stelt elk jaar een bedrag- en hectaregrens als bedoeld in artikel 29, derde lid, van verordening (EU) 2021/2115 vast.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4. Aanvullende inkomenssteun voor de jonge landbouwer
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
**1.** Een landbouwer kan aanspraak maken op de betaling voor aanvullende inkomenssteun voor jonge landbouwers, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, voor de resterende periode, bedoeld in artikel 30, tweede lid, tweede alinea, van verordening (EU) 2021/2115, indien de jonge landbouwer daadwerkelijke langdurige zeggenschap heeft over het bedrijf op de peildatum van het aanvraagjaar.
|
||||
|
||||
**2.** Bij een aanspraak als bedoeld in het eerste lid, verleent de landbouwer toestemming aan de minister om persoonsgegevens te verwerken ten behoeve van de controle op de naleving van deze regeling.
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Van daadwerkelijke langdurige zeggenschap is sprake indien de jonge landbouwer:
|
||||
|
||||
a. ten minste een blokkerende zeggenschap heeft ter zake van ondernemingsbeslissingen met een financieel belang van meer dan 25.000 euro; en
|
||||
b. ten minste mede belast is met de dagelijkse bedrijfsvoering.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De blokkerende zeggenschap, bedoeld in het eerste lid, onderdeel, a, is uiterlijk op 15 mei 2022 verkregen en kan worden aangetoond met:
|
||||
|
||||
a. de statuten van de rechtspersoon, ingeval van een besloten vennootschap, naamloze vennootschap, een stichting en een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid;
|
||||
b. een schriftelijk vastgelegde overeenkomst met alle maten, ingeval van een maatschap;
|
||||
c. een schriftelijk vastgelegde overeenkomst met alle vennoten, ingeval van een vennootschap onder firma;
|
||||
d. een schriftelijk vastgelegde overeenkomst tussen alle leden, ingeval van een vereniging zonder volledige rechtsbevoegdheid; of
|
||||
e. de registratie van de blokkerende zeggenschap in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007, waarvan de juistheid desgevraagd kan worden aangetoond met de onder a tot en met d genoemde bescheiden.
|
||||
|
||||
**3.** De jonge landbouwer wordt geacht niet te voldoen aan het bepaalde in het eerste lid, onderdeel a, indien in een samenwerkingsovereenkomst voor bepaalde tijd is bepaald dat de maatschap onderscheidenlijk de vennootschap onder firma eenzijdig door de andere maten onderscheidenlijk vennoten kan worden opgezegd of bij bedrijfsbeëindiging de jonge landbouwer geen recht op voortzetting heeft.
|
||||
|
||||
**4.** Een commanditaire vennoot wordt geacht niet te voldoen aan het eerste lid.
|
||||
|
||||
**5.** De overeenkomst, bedoeld in het tweede en derde lid, is uiterlijk op de peildatum opgesteld, ondertekend en voorzien van de datum waarop de overeenkomst is ondertekend.
|
||||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
De minister stelt elk jaar een vast bedrag per jonge landbouwer als bedoeld in artikel 30, derde lid, tweede alinea, van verordening (EU) 2021/2115 vast.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5. Eco-regeling voor Klimaat en Leefomgeving
|
||||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
De Eco-activiteiten in de categorie hoofdteelt zijn:
|
||||
|
||||
a. een *rustgewas*, onder de volgende voorwaarde:
|
||||
|
||||
de landbouwer teelt een gewas uit de gewassenlijst ‘rustgewassen eco-regeling’ als bedoeld in bijlage 1 als hoofdteelt met een zichtbare bedekking.
|
||||
b. een *vezelgewas*, onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
1°. de landbouwer teelt een gewas uit de gewassenlijst ‘vezelgewassen’ als bedoeld in bijlage 1 als hoofdteelt met een zichtbare bedekking; en
|
||||
2°. artikel 9 is van overeenkomstige toepassing op de teelt van hennep.
|
||||
c. een *stikstofbindend gewas*onder de volgende voorwaarde:
|
||||
|
||||
de landbouwer teelt uitsluitend één of meerdere gewassen uit de gewassenlijst ‘stikstofbindende gewassen’ als bedoeld in bijlage 1 als hoofdteelt met een zichtbare bedekking.
|
||||
d. een *meerjarige teelt*, vanaf het tweede jaar, onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
1°. de landbouwer teelt een gewas uit de gewassenlijst ‘meerjarige gewassen’ als bedoeld in bijlage 1 als hoofdteelt met een zichtbare bedekking; en
|
||||
2°. het gewas is in het voorgaande jaar als hoofdteelt geteeld en staat aaneengesloten op het perceel.
|
||||
e. *langjarig grasland*, onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
1°. de landbouwer houdt blijvend grasland in stand op het perceel in de periode van 1 januari tot en met 31 december;
|
||||
2°. op het perceel is vanaf 1 januari 2023 uitsluitend lichte grondbewerking toegepast; en
|
||||
3°. uitsluitend pleksgewijze toepassing van gewasbeschermingsmiddelen en biociden is toegestaan, op maximaal 10 procent van de oppervlakte van het perceel landbouwgrond.
|
||||
f. *kruidenrijk grasland*, onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
1°. de landbouwer teelt:
|
||||
|
||||
a. gras, kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen uit de gewassenlijst ‘stikstofbindend gewas’ als bedoeld in bijlage 1, op het perceel, waarbij van 1 april tot 1 oktober minimaal 25 procent van het perceel uit duidelijk zichtbare kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen en minimaal 25 procent uit gras bestaat, tenzij de landbouwer als gevolg van een contract voor agrarisch natuurbeheer op basis van de subsidieregelingen ANLb beheerspakket 3 ‘plasdras voor weidevogels’ uitvoert waardoor hij tijdelijk niet kan voldoen aan de zichtbare bedekking; of
|
||||
b. gras, kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen uit de gewassenlijst ‘stikstofbindend gewas’ als bedoeld in bijlage 1, waarbij van 1 april tot 1 oktober minimaal 25 procent uit duidelijk zichtbare kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen en minimaal 25 procent uit gras bestaat, op de grasstroken tussen de fruitbomen of -struiken, op minimaal 30 procent van de oppervlakte van de grasstroken; en
|
||||
2°. gras, kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen zijn gelijkmatig verdeeld over het perceel.
|
||||
g. een *natte teelt,* onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
1°. de landbouwer teelt een gewas uit de gewassenlijst ‘natte teelten’ als bedoeld in bijlage 1 als hoofdgewas met een zichtbare bedekking;
|
||||
2°. de teelt vindt plaats op areaal dat tussen 2015 en 2022 werd aangemerkt als landbouwareaal; en
|
||||
3°. de landbouwer oogst het gewas ten minste eenmaal per kalenderjaar.
|
||||
h. een *vroeg ras rooigewas 1 september*, onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
1°. de landbouwer teelt een gewas uit de gewassenlijst ‘vroeg ras rooigewas 1 september’ als bedoeld in bijlage 1 als hoofdteelt met een zichtbare bedekking;
|
||||
2°. de landbouwer oogst het aangegeven vroeg ras rooigewas vóór 1 september van het aanvraagjaar; en
|
||||
3°. de landbouwer voert het gewas en de gewasresten af van het perceel of werkt de gewasresten onder vóór 1 september van het aanvraagjaar.
|
||||
i. een *vroeg ras rooigewas 1 november*, onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
1°. de landbouwer teelt een gewas uit de gewassenlijst ‘vroeg ras rooigewas 1 november’ als bedoeld in bijlage 1 als hoofdteelt met een zichtbare bedekking; en
|
||||
2°. de landbouwer oogst het aangegeven vroeg ras rooigewas vóór 1 november van het aanvraagjaar.
|
||||
j. *grasklaver*, onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
1°. van 1 april tot 1 juli bestaat minimaal 25 procent van het perceel uit gras en minimaal 25 procent uit klaver, met een zichtbare bedekking van grasklaver; en
|
||||
2°. gras en klaver zijn gelijkmatig verdeeld over het perceel.
|
||||
k. *strokenteelt*, onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
1°. het perceel landbouwgrond bestaat uit minimaal vijf stroken;
|
||||
2°. de stroken zijn minimaal drie en maximaal 24 meter breed;
|
||||
3°. de landbouwer teelt een combinatie van minimaal vijf gewassen, met uitzondering van blijvend grasland, als hoofdteelt met een zichtbare bedekking, waarvan tenminste twee productieve gewassen en één rustgewas uit de gewassenlijst ‘rustgewassen eco-regeling’ als bedoeld in bijlage 1; en
|
||||
4°. een strook met struiken en bomen waaronder boslandbouw is toegestaan.
|
||||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
De Eco-activiteiten in de categorie bodemgewas zijn:
|
||||
|
||||
a. *onderzaai vanggewas,* onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
1°. de landbouwer teelt een vanggewas uit de gewassenlijst ‘groenbemesters / vanggewassen’ als bedoeld in bijlage 1 als onderzaai in combinatie met de hoofdteelt, zodat dit leidt tot zichtbare bodembedekking direct na de oogst van de hoofdteelt;
|
||||
2°. tot ten minste 1 december bestaat de oppervlakte van het betreffende perceel voor minimaal 80 procent uit het aangegeven vanggewas;
|
||||
3°. de hoofdteelt en de onderzaai zijn verschillende gewassen; en
|
||||
4°. het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen of biociden op het perceel is na de oogst van de hoofdteelt niet toegestaan.
|
||||
b. *groenbedekking,* onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
1°. de landbouwer teelt een gewas uit de gewassenlijst ‘groenbemesters / vanggewassen’ als bedoeld in bijlage 1, waarbij gedurende de gehele periode van 1 januari tot 1 maart de oppervlakte van het betreffende perceel voor minimaal 80 procent uit het aangegeven gewas bestaat;
|
||||
2°. uitsluitend pleksgewijze toepassing van gewasbeschermingsmiddelen of biociden is toegestaan, op maximaal 10 procent van de oppervlakte van het perceel landbouwgrond; en
|
||||
3°. de groenbedekking wordt mechanisch ondergewerkt voorafgaand aan de hoofdteelt in het betreffende aanvraagjaar, zonder doodspuiten of branden van het gewas.
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
De Eco-activiteit in de categorie teeltmaatregel is:
|
||||
|
||||
*biologische bestrijding*, onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
1°. de landbouwer teelt een gewas uit de gewassenlijst ‘biologische bestrijding’ als bedoeld in bijlage 1;
|
||||
2°. op het perceel met biologische bestrijding wordt de steriele insectentechniek (SIT) ter beheersing van de uienvlieg of feromoonverwarring ter beheersing van de fruitmot, pruimenmot, bessenglasvlinder, vruchtbladroller, leverkleurige bladroller, grote appelbladroller, of heggebladroller toegepast; en
|
||||
3°. de landbouwer bewaart het aankoopbewijs van de toepassing van de biologische bestrijding en het betaalbewijs gedurende 5 jaar in zijn administratie. Het aankoopbewijs vermeldt tenminste de naam van de teler van het gewas, de GPS-coördinaten van het perceel, een indicatie van de oppervlakte van het perceel waarop de biologische bestrijding is toegepast, de leverancier en de prijs en hoeveelheid van de geleverde biologische bestrijding.
|
||||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
De eco-activiteiten, bedoeld in de artikelen 18, onderdelen a tot en met j, 19, 20 en artikel 23, onderdeel c, zijn niet toegestaan op een bufferstrook als bedoeld in artikel 32, onderdeel b, in samenhang met Bijlage 4, onder 4 en 4a.
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
De Eco-activiteiten in de categorie veemaatregel zijn:
|
||||
|
||||
a. * overdag weiden,* onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
1°. het melkvee van runderen wordt tenminste 6 uur per dag geweid in de periode van 1 mei tot en met 30 september;
|
||||
2°. geen verplichting voor weiden geldt:
|
||||
|
||||
i. indien de verwachte THI 68 of meer bedraagt;
|
||||
ii. voor droge koeien, zieke koeien en koeien die onlangs hebben afgekalfd, tot maximaal 14 dagen na de afkalfdatum;
|
||||
3°. indien er sprake is van vrije uitloop, is maximaal 25 procent van het melkvee in de stal aanwezig gedurende de uren dat er geweid wordt;
|
||||
4°. de landbouwer houdt een weidekalender bij waarin tenminste de weidedagen, en de tijdstippen van beweiding, zoals starttijd en eindtijd, zijn vastgelegd; en
|
||||
5°. De landbouwer bewaart de weidekalender gedurende 5 jaar in zijn administratie.
|
||||
b. *dag en nacht weiden*, onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
1°. het melkvee van runderen wordt tenminste 16 uur per dag geweid in de periode van 1 mei tot en met 30 september;
|
||||
2°. geen verplichting voor overdag weiden geldt indien de verwachte THI 68 of meer bedraagt;
|
||||
3° Geen verplichting voor dag en nacht weiden geldt voor droge koeien, zieke koeien en koeien die onlangs hebben afgekalfd, tot maximaal 14 dagen na de afkalfdatum;
|
||||
4°. indien er sprake is van vrije uitloop, is maximaal 25 procent van het melkvee in de stal aanwezig gedurende de uren dat er geweid wordt;
|
||||
5°. de landbouwer houdt een weidekalender bij waarin tenminste de weidedagen, en de tijdstippen van beweiding, zoals starttijd en eindtijd, zijn vastgelegd; en
|
||||
6°. De landbouwer bewaart de weidekalender gedurende 5 jaar in zijn administratie.
|
||||
|
||||
### Artikel 23
|
||||
|
||||
De Eco-activiteiten in de categorie niet-productieve grond zijn:
|
||||
|
||||
a. *heg, haag, struweel,* onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
1°. de landbouwer houdt een heg, haag, of struweel gelegen op of grenzend aan landbouwgrond in stand van 1 januari tot en met 31 december;
|
||||
2°. een heg, haag of struweel bestaat uit een lijnvormig element met een aaneengesloten opgaande begroeiing van inheemse struiken, zonder voorkomen van bomen of uitheemse soorten;
|
||||
3°. een heg, haag of struweel wordt in stand gehouden door periodiek te snoeien of te knippen, zodat de begroeiing bestaat uit alleen opgaande begroeiing; en
|
||||
4°. het knippen of snoeien van landschapselementen is niet toegestaan in de periode van 15 maart tot en met 15 juli en in het geval buiten die periode in landschapselementen door vogels wordt gebroed.
|
||||
b. *landschapselement hout*, onder de volgende voorwaarde:
|
||||
|
||||
1°. de landbouwer houdt een landschapselement als bedoeld in artikel 7, tweede lid, in stand gelegen op of grenzend aan landbouwgrond van 1 januari tot en met 31 december; en
|
||||
2°. het knippen of snoeien van landschapselementen is niet toegestaan in de periode van 15 maart tot en met 15 juli en in het geval buiten die periode in landschapselementen door vogels wordt gebroed.
|
||||
c. *groene braak*, onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
1°. de landbouwer teelt een gewas uit de gewassenlijst ‘groene braak’ als bedoeld in bijlage 1 als hoofdteelt op bouwland, die minimaal drie meter breed is;
|
||||
2°. in de periode van 31 mei tot 31 augustus bestaat de oppervlakte voor minimaal 80 procent uit het aangegeven gewas;
|
||||
3°. er wordt geen gebruik gemaakt van bemesting en chemische gewasbeschermingsmiddelen of biociden op het perceel; en
|
||||
4°. beweiden of oogsten is niet toegestaan.
|
||||
d. een kruidenrijke bufferstrook langs bouwland of blijvende teelt, onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
1°. de landbouwer beheert een kruidenrijke beheerde bufferstrook die minimaal drie meter en maximaal 12 meter breed is en geheel of gedeeltelijk samenvalt met de bufferstrook, bedoeld in artikel 32, onderdeel b, in samenhang met Bijlage 4, onder 4 en 4a;
|
||||
2°. de bufferstrook ligt op of langs bouwland, met uitzondering van tijdelijk grasland, of op of langs een perceel blijvende teelt;
|
||||
3°. er wordt op de bufferstrook geen gebruik gemaakt van bemesting en chemische gewasbeschermingsmiddelen of biociden;
|
||||
4°. beweiden of oogsten is niet toegestaan;
|
||||
5°. van 1 april tot 1 oktober bestaat minimaal 25 procent van de bedekking uit duidelijk zichtbare kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen, tenzij de landbouwer als gevolg van een contract voor agrarisch natuurbeheer op basis van de subsidieregelingen ANLb beheerspakket 3 ‘plasdras voor weidevogels’ uitvoert waardoor hij tijdelijk niet kan voldoen aan de zichtbare bedekking; en
|
||||
6°. kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen zijn gelijkmatig verspreid over de bufferstrook aanwezig.
|
||||
e. een kruidenrijke bufferstrook langs grasland, onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
1°. de landbouwer beheert een kruidenrijke beheerde bufferstrook die minimaal drie meter en maximaal 12 meter breed is en geheel of gedeeltelijk samenvalt met de bufferstrook, bedoeld in artikel 32, onderdeel b, in samenhang met Bijlage 4, onder 4 en 4a;
|
||||
2°. de kruidenrijke bufferstrook ligt langs een perceel met grasland;
|
||||
3°. er wordt op de bufferstrook geen gebruik gemaakt van bemesting en chemische gewasbeschermingsmiddelen of biociden;
|
||||
4°. beweiden of oogsten is niet toegestaan;
|
||||
5°. van 1 april tot 1 oktober bestaat minimaal 25 procent van de bedekking uit duidelijk zichtbare kruiden en vlinderbloemigen, tenzij de landbouwer als gevolg van een contract voor agrarisch natuurbeheer op basis van de subsidieregelingen ANLb beheerspakket 3 ‘plasdras voor weidevogels’ uitvoert waardoor hij tijdelijk niet kan voldoen aan de zichtbare bedekking; en
|
||||
6°. gras, kruidachtige voedergewassen en vlinderbloemigen zijn gelijkmatig verspreid over de bufferstrook aanwezig.
|
||||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
De Eco-activiteit in de categorie biologische productie is:
|
||||
|
||||
*biologische landbouw,* onder de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
1°. Het bedrijf van de landbouwer is gecertificeerd overeenkomstig verordening (EU) 2018/848 voor het betreffende perceel of het betreffende perceel is in omschakeling naar biologisch; en
|
||||
2°. Het bedrijf voldoet uiterlijk op de peildatum aan de voorwaarden gesteld onder 1°.
|
||||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De landbouwer die aanspraak maakt op de betaling voor de eco-regeling, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel d:
|
||||
|
||||
a. voldoet per uitgevoerde eco-activiteit aan de desbetreffende voorwaarden, bedoeld in de artikelen 18 tot en met 24;
|
||||
b. heeft voor de subsidiabele hectares per regio een minimaal aantal punten volgens de verdeelsleutel, bedoeld in bijlage 2, onderdeel C, behaald voor de verbetering van klimaat, bodem en lucht, water, landschap en biodiversiteit gedifferentieerd naar regio als bedoeld in bijlage 2, onderdeel B;
|
||||
c. heeft voor de subsidiabele hectares minimaal een waarde op het niveau van het tarief brons behaald, als bedoeld in artikel 27, vierde lid; en
|
||||
d. is verantwoordelijk voor de uitvoering van de eco-activiteiten op de subsidiabele hectares die op de peildatum bij hem in gebruik zijn.
|
||||
|
||||
**2.** Onverminderd artikel 10, tweede lid, onderdeel d en vierde lid, onderdeel c, geeft de landbouwer, uiterlijk op de in bijlage 2 genoemde datum, aan welke eco-activiteiten op welke percelen zullen worden uitgevoerd. Wanneer deze uiterste datum op een zaterdag, zondag of een algemeen erkende feestdag als bedoeld in de Algemene termijnenwet eindigt, wordt deze verlengd tot en met de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is.
|
||||
|
||||
### Artikel 26
|
||||
|
||||
**1.** Uitbetaling kan worden gevraagd voor de uitvoering van verschillende, elkaar niet uitsluitende eco-activiteiten op hetzelfde perceel, als bedoeld in bijlage 2, waarbij zowel de punten als de waardes van die eco-activiteit bij elkaar mogen worden opgeteld.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Bij de uitvoering van verschillende eco-activiteiten op hetzelfde perceel die dezelfde handeling omvatten als bedoeld in bijlage 2:
|
||||
|
||||
a. worden de punten toegekend van de activiteit die het hoogste aantal te behalen punten oplevert; en
|
||||
b. wordt de waarde toegekend van de activiteit die de hoogste waarde oplevert.
|
||||
|
||||
**3.** Indien naast een aanvraag om uitbetaling voor het uitvoeren van een eco-activiteit voor dezelfde handeling op hetzelfde perceel tevens een aanvraag wordt gedaan om uitbetaling in het kader van de subsidieregelingen ANLb, wordt voor de eco-activiteit geen waarde toegekend.
|
||||
|
||||
### Artikel 27
|
||||
|
||||
**1.** Het totaal aantal punten, bedoeld in artikel 25, eerste lid, onderdeel b, wordt berekend door de subsidiabele hectares waarop de eco-activiteit is gerealiseerd en die op de peildatum bij de landbouwer in gebruik zijn, te vermenigvuldigen met het aantal te behalen punten voor de verbetering van klimaat, bodem en lucht, water, landschap en biodiversiteit gedifferentieerd naar regio, zoals vastgesteld in bijlage 2.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid wordt het totaal aantal punten voor de eco-activiteiten, bedoeld in artikel 22, berekend door de oppervlakte tijdelijk en blijvend grasland, met uitzondering van het grasland dat wordt ingezet als kruidenrijke beheerde bufferstrook als bedoeld in artikel 23 onderdelen d en e, waarop de eco-activiteit wordt uitgevoerd en die op de peildatum bij de landbouwer in gebruik zijn, te vermenigvuldigen met het aantal te behalen punten voor de verbetering van klimaat, bodem en lucht, water, landschap en biodiversiteit, zoals vastgesteld in bijlage 2.
|
||||
|
||||
**3.** Per uitgevoerde eco-activiteit wordt de waarde berekend door het aantal subsidiabele hectares waarop de eco-activiteit wordt uitgevoerd, te vermenigvuldigen met de in bijlage 2 vastgestelde waarde, gedifferentieerd naar regio.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Indien op bedrijfsniveau gemiddeld per hectare een waarde is behaald van:
|
||||
|
||||
a. ten minste 60 euro, maar minder dan 100 euro, vindt uitbetaling plaats op niveau van het tarief brons;
|
||||
b. ten minste 100 euro, maar minder dan 200 euro, vindt uitbetaling plaats op het niveau van het tarief zilver;
|
||||
c. 200 euro of meer, vindt uitbetaling plaats op het niveau van het tarief goud.
|
||||
|
||||
**5.** De minister stelt de tarieven voor het niveau brons, zilver en goud jaarlijks vast.
|
||||
|
||||
**6.** In afwijking van het vierde lid vindt uitbetaling plaats op het niveau van het tarief goud indien het bedrijf van de landbouwer voor het gehele landbouwareaal dat bij de landbouwer in gebruik is SKAL gecertificeerd is overeenkomstig verordening (EU) 2018/848 of in omschakeling is.
|
||||
|
||||
**7.** De hoogte van de uitbetaling wordt berekend door het tarief, bedoeld in het vierde lid, te vermenigvuldigen met het aantal subsidiabele hectares.
|
||||
|
||||
**8.** In geval van activiteiten op niet-productieve gronden die worden ingezet voor artikel 32, onderdeel b, in samenhang met Bijlage 4, onder 8, wordt voor de eco-activiteiten groene braak, kruidenrijke bufferstrook langs grasland, en kruidenrijke bufferstrook langs bouwland of blijvende teelt, geen waarde toegekend.
|
||||
|
||||
**9.** Op ecologisch kwetsbaar blijvend grasland als bedoeld in artikel 32, onderdeel b, in samenhang met Bijlage 4, onder 9, wordt voor de eco-activiteit langjarig grasland geen waarde toegekend.
|
||||
|
||||
**10.** Indien een solitaire boom wordt ingezet als landschapselement hout als bedoeld in artikel 23, onderdeel b, wordt de hoogte van de uitbetaling, in afwijking van het zevende lid, berekend door de oppervlakte van de boom te vermenigvuldigen met conversiefactor 20, en vervolgens te vermenigvuldigen met het tarief.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 6. Regeling voor zeldzame landbouwhuisdierrassen
|
||||
|
||||
### Artikel 28
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een actieve landbouwer als bedoeld in artikel 5, kan aanspraak maken op de betaling voor het houden van raszuivere vrouwelijke en mannelijke dieren, als bedoeld en als zodanig geregistreerd in het I&R register, van de volgende zeldzame Nederlandse landbouwhuisdierrassen:
|
||||
|
||||
a. rund: Brandrood rund, Fries-Hollands vee, Groninger blaarkop, Lakenvelder, Verbeterd Roodbont;
|
||||
b. schaap: Blauwe Texelaar (inclusief Dassenkop Texelaar), Drents heideschaap, Flevolander, Groot heideschaap, Mergelland schaap, Fries melkschaap, Noordhollander, Schoonebeeker heideschaap, Swifter, Veluws heideschaap, Zwartbles; en
|
||||
c. geit: Nederlandse Bonte geit, Nederlandse Landgeit, Nederlandse Toggenburger geit, Nederlandse Witte geit.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Dieren van de in het eerste lid bedoelde landbouwhuisdierrassen worden als raszuiver beschouwd indien:
|
||||
|
||||
a. het dier staat ingeschreven in de hoofdsectie van het stamboek;
|
||||
b. het dier staat ingeschreven in de aanvullende sectie van het stamboek, met tenminste 87.5% bloedvoering van het desbetreffende ras.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Om in aanmerking te komen voor betalingen worden:
|
||||
|
||||
a. in geval van mannelijke en vrouwelijke runderen, tenminste 5 grootvee-eenheden gehouden;
|
||||
b. in geval van mannelijke en vrouwelijke geiten en schapen, tenminste 1,5 grootvee-eenheden gehouden.
|
||||
|
||||
### Artikel 29
|
||||
|
||||
**1.** De aanvrager voldoet aan de beheerseisen RBE 9 en RBE 11, bedoeld in artikel 32, onderdeel a, in samenhang met bijlage 3.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 11 bevat de aanvraag in ieder geval:
|
||||
|
||||
a. de reeds automatisch ingevulde, actuele informatie uit het I&R register;
|
||||
b. het aantal zeldzame landbouwhuisdierrassen, bedoeld in artikel 28 eerste lid, uitgedrukt in grootvee-eenheden als bedoeld in artikel 30.
|
||||
c. de locatie van de dieren; en
|
||||
d. de leeftijd van de dieren.
|
||||
|
||||
### Artikel 30
|
||||
|
||||
Het aantal grootvee-eenheden van de zeldzame landbouwhuisdierrassen wordt met inachtneming van punt 12, onderdeel b, van de bijlage bij verordening (EU) 2021/2290, berekend door:
|
||||
|
||||
a. de som van het aantal op 1 januari, 1 april, 1 juli en 1 oktober van het aanvraagjaar, op het unieke bedrijfsregistratienummer van de aanvrager, vastgestelde aantal grootvee-eenheden te delen door 4;
|
||||
b. het aantal runderen van 2 jaar en ouder, te vermenigvuldigen met 1;
|
||||
c. het aantal runderen van 6 maanden tot 2 jaar oud, te vermenigvuldigen met 0,6;
|
||||
d. het aantal schapen of geiten van 6 maanden en ouder te vermenigvuldigen met 0,15.
|
||||
|
||||
### Artikel 31
|
||||
|
||||
**1.** De betaling wordt eenmaal per jaar verstrekt voor maximaal 100 grootvee-eenheden zeldzame landbouwhuisdierrassen, gehouden in het aanvraagjaar.
|
||||
|
||||
**2.** De beschikking tot betaling vermeldt per ras het aantal dieren, omgerekend in grootvee-eenheid.
|
||||
|
||||
**3.** De betaling bedraagt maximaal 200 euro per jaar per grootvee-eenheid.
|
||||
|
||||
**4.** Indien betaling van het goedgekeurde aantal aanvragen het beschikbare budget overschrijdt, wordt het maximaal per jaar per grootvee-eenheid te betalen bedrag naar rato verdeeld over het aantal grootvee-eenheden waarvoor betaling is gevraagd.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Bepalingen inzake de conditionaliteiten en het bedrijfsadviseringssyteem
|
||||
|
||||
### Paragraaf 1. Conditionaliteiten
|
||||
|
||||
### Artikel 32
|
||||
|
||||
Een landbouwer die deelneemt aan één of meer van de onder artikel 2, eerste en tweede lid, bedoelde regelingen, neemt de volgende bepalingen in acht:
|
||||
|
||||
a. de beheerseisen, bedoeld in artikel 12 van verordening (EU) 2021/2115, opgenomen in bijlage 3; en
|
||||
b. de normen voor het in goede landbouw- en milieuconditie houden van landbouwareaal, bedoeld in artikel 13 van verordening (EU) 2021/2115, opgenomen in bijlage 4.
|
||||
|
||||
### Artikel 33
|
||||
|
||||
**1.** Het bewustmakingsmechanisme, bedoeld in artikel 85, derde lid, tweede alinea, van verordening (EU) 2021/2116, houdt in dat de minister, op grond van de beoordeling van de niet-naleving van een conditionaliteit die, gelet op haar geringe ernst, omvang en duur, in naar behoren gemotiveerde gevallen geen aanleiding geeft tot een verlaging of uitsluiting, aan de landbouwer eerst een waarschuwing geeft voor zover geen sprake is van een herhaling.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De in het eerste lid bedoelde niet-naleving van een conditionaliteit betreft in ieder geval:
|
||||
|
||||
a. artikel 2.18, tweede lid, en artikel 6.4 van de Wet dieren, in samenhang met artikel 2.1 van het Besluit diervoeders 2012 en artikel 13 van de Regeling Diervoeders 2012, in samenhang met artikel 5, eerste lid, en Bijlage I, deel A, onderdeel II onder 2a, 2b en 2e van Verordening (EG) nr.183/2005, voor zover de registratie in geringe mate niet volledig is bijgehouden; RBE 5.2
|
||||
b. artikel 2, eerste lid, van het Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen juncto artikel 4, eerste lid, en Bijlage I, deel A, onderdeel III, onder 8a, 8d en 8e van Verordening (EG) nr. 852/2004, voor zover de registratie in geringe mate niet volledig is bijgehouden; RBE 5.10
|
||||
c. artikel 2, eerste lid, van het Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen juncto artikel 4, eerste lid, en bijlage I, deel A, onderdeel III, onder 9a en 9c van Verordening (EG) nr. 852/2004, voor zover de registratie in geringe mate niet volledig is bijgehouden; RBE 5.11
|
||||
d. artikel 2.2, tiende lid, onderdeel l, subonderdeel 4˚, en onderdeel r, van de Wet dieren in samenhang met artikel 4, eerste lid, en Bijlage I, deel A, onder III, onder 8b, van Verordening (EG) nr. 852/2004, artikel 1.25 van het Besluit houders van dieren en artikel 3.1 van de Regeling houders van dieren, voor zover het register in geringe mate niet volledig is bijgehouden; RBE 5.12
|
||||
e. artikel 2a van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, voor zover het onzorgvuldig handelen of nalaten eenvoudig en snel kan worden of al is beëindigd, met geringe gevaarzetting of gevolgen waardoor het (risico op) gevaar voor de gezondheid van mens, dier en milieu gering is; RBE 8.4
|
||||
f. de artikelen 3.23, 4.6, 4.7, 8.1 en 8.4 van het Arbeidsomstandighedenbesluit, voor zover het onzorgvuldig handelen of nalaten eenvoudig en snel kan worden of al is beëindigd, bij gebruik van gewasbeschermingsmiddelen door werknemers; RBE 8.7
|
||||
g. artikel 2.33, tweede lid, van het Besluit houders van dieren, voor zover de niet-naleving door een melkveehouder plaatsvindt, bij een gering aantal kalveren; RBE 9.15
|
||||
h. artikel 2.22, tweede lid, van het Besluit houders van dieren, voor zover het materiaal incidenteel ontbreekt; RBE 10.19
|
||||
i. artikel 2.23, eerste lid, van het Besluit houders van dieren, voor zover sprake is van incidenteel te weinig licht; RBE 10.20
|
||||
j. artikel 2.10 van het Besluit houders van dieren, voor zover het register in geringe mate onvolledig is bijgehouden; RBE 11.18
|
||||
|
||||
**3.** De waarschuwing, bedoeld in het eerste lid, wordt niet meer dan één keer gegeven voor niet-nalevingen van eenzelfde conditionaliteit gedurende drie opeenvolgende kalenderjaren, gerekend vanaf en inclusief het jaar waarin de niet-naleving is geconstateerd.
|
||||
|
||||
### Artikel 34
|
||||
|
||||
De minister stelt de sancties, bedoeld in artikel 84, eerste lid, van verordening (EU) 2021/2116, vast overeenkomstig artikel 85 van verordening (EU) 2021/2116 en hoofdstuk III van verordening (EU) 2022/1172.
|
||||
|
||||
### Artikel 35
|
||||
|
||||
**1.** Een niet-naleving van conditionaliteiten is opzettelijk begaan indien de landbouwer de desbetreffende niet-naleving heeft beoogd of indien de landbouwer het risico heeft aanvaard dat zijn handelen of nalaten een niet-naleving tot gevolg heeft.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Opzet wordt beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:
|
||||
|
||||
a. in de omschrijving van de betrokken conditionaliteit wordt een rechtstreeks verband met de opzettelijkheid van de niet-naleving gelegd;
|
||||
b. de mate van complexiteit van de conditionaliteit;
|
||||
c. de aanwezigheid van langdurig bestendig beleid;
|
||||
d. de niet-naleving veronderstelt een actieve handeling dan wel het bewust nalaten van een handeling;
|
||||
e. de omstandigheid dat de landbouwer reeds eerder op de hoogte is gesteld van onvolkomenheden in de naleving ten aanzien van de conditionaliteit;
|
||||
f. de omvang van de niet-naleving.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
In het geval waarin een niet-naleving door een derde is begaan op de landbouwgrond of in het kader van het bedrijf van een landbouwer wordt desbetreffende niet-naleving aan de landbouwer toegerekend als een opzettelijke niet-naleving indien de landbouwer heeft beoogd of het risico heeft aanvaard dat de niet-naleving zou plaatsvinden blijkens:
|
||||
|
||||
a. de keuze voor de derde;
|
||||
b. het door de landbouwer op de derde uitgeoefende toezicht; of
|
||||
c. de door de landbouwer aan de derde gegeven instructies.
|
||||
|
||||
**4.** Indien een opzettelijke niet-naleving die heeft geleid tot een verlaging met 15 procent, als bedoeld in artikel 85, zesde lid, tweede alinea, van verordening (EU) 2021/2116, nogmaals wordt geconstateerd bedraagt de verlaging voor die herhaling 20 procent, welk percentage voor elke volgende herhaling met 10 procentpunten wordt verhoogd.
|
||||
|
||||
**5.** Indien een niet-naleving die vóór 2023 heeft geleid tot een verlaging met een percentage van meer dan 15 en niet zijnde een percentage uitgedrukt in een tiental, nogmaals wordt geconstateerd, bedraagt de verlaging voor die herhaling een verlaging met het percentage dat overeenkomt met het daarop eerstvolgende tiental, welk percentage voor elke volgende herhaling met 10 procentpunten wordt verhoogd.
|
||||
|
||||
**6.** In afwijking van de leden 4 en 5 kan een hoger verlagingspercentage worden toegepast indien ernst, omvang of permanent karakter van de niet-naleving daar aanleiding toe geven.
|
||||
|
||||
### Artikel 36
|
||||
|
||||
Wanneer de landbouwgrond, dan wel een deel hiervan, in het betrokken kalenderjaar wordt overgedragen, worden de administratieve sancties, bedoeld in artikel 34, opgelegd aan de actieve landbouwer, bedoeld in artikel 5, die op de peildatum het perceel landbouwgrond ter beschikking heeft.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Bedrijfsadviseringssysteem
|
||||
|
||||
### Artikel 37
|
||||
|
||||
**1.** Er is een bedrijfsadviseringssysteem als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van verordening (EU) 2021/2115.
|
||||
|
||||
**2.** De adviseur in het kader van het bedrijfsadviseringssysteem adviseert, met inachtneming van artikel 15, tweede lid, van verordening (EU) 2021/2115 ten minste over de onderwerpen, bedoeld in artikel 15, vierde lid, onderdelen a tot en met h, van verordening (EU) 2021/2115.
|
||||
|
||||
### Artikel 38
|
||||
|
||||
**1.** De minister wijst op aanvraag een beroepsorganisatie voor adviseurs in het kader van het bedrijfsadviseringssysteem aan die ten minste 50 leden heeft en die blijkens de bij de aanvraag overgelegde gegevens voldoet aan het tweede tot en met vierde lid.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De beroepsorganisatie erkent de adviseur in het kader van het bedrijfsadviseringssysteem die aantoonbaar:
|
||||
|
||||
a. ten minste een HBO-opleidingsniveau of HBO-denkniveau heeft;
|
||||
b. ten minste 3 jaar werkervaring heeft als adviseur; en
|
||||
c. kennis heeft over de onderwerpen, bedoeld in artikel 15, vierde lid, onderdelen a tot en met h, van verordening (EU) 2021/2115.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De beroepsorganisatie verplicht de adviseur in het kader van het bedrijfsadviseringssysteem die een erkenning als bedoeld in het tweede lid houdt tot:
|
||||
|
||||
a. het regelmatig geven van adviezen in het kader van het bedrijfsadviseringssysteem; en
|
||||
b. de periodieke educatie met betrekking tot de onderwerpen, bedoeld in artikel 15, vierde lid, onderdelen a tot en met h, van verordening (EU) 2021/2115, en met betrekking tot adviesvaardigheden.
|
||||
|
||||
**4.** De beroepsorganisatie trekt een erkenning als bedoeld in het tweede lid in indien de adviseur in enig jaar niet kan aantonen dat hij ten minste 20 uur educatie heeft gevolgd als bedoeld in het derde lid, onderdeel b.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 4. Procedurele bepalingen en administratieve sancties
|
||||
|
||||
### Artikel 39
|
||||
|
||||
Ten behoeve van de beoordeling van een aanmelding of aanvraag om betalingen kan door de minister worden verzocht om binnen maximaal vier weken extra gegevens en inlichtingen te verschaffen.
|
||||
|
||||
### Artikel 40
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
- *overdracht van een bedrijf:* de verkoop, verhuur of welke soortgelijke transactie ook van de betrokken productie-eenheden;
|
||||
- * overdrager:* de begunstigde wiens bedrijf geheel wordt overgedragen aan een andere begunstigde;
|
||||
- * overnemer:* de begunstigde aan wie het bedrijf wordt overgedragen.
|
||||
|
||||
**2.** Indien het bedrijf van een landbouwer na de aanmelding, bedoeld in artikel 10, in zijn geheel aan een andere begunstigde wordt overgedragen, wordt van deze overdracht onverwijld melding gedaan met een door de minister ter beschikking gesteld elektronisch formulier dat door de overdrager en de overnemer is ondertekend.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Indien in de melding van een bedrijfsoverdracht is verklaard dat de overnemer alle rechten en plichten van de overdrager heeft overgenomen kan de overnemer, door tijdige indiening van de aanvraag, bedoeld in artikel 11, door de overdrager of de overnemer, aanspraak maken op de betalingen waarvoor de overdrager een aanmelding heeft gedaan als bedoeld in artikel 10 en wordt de steun uitbetaald aan de overnemer, op voorwaarde dat:
|
||||
|
||||
a. de overdracht uiterlijk 30 november van het aanvraagjaar is gemeld; en
|
||||
b. de overnemer vanaf het moment van de overdracht actieve landbouwer is als bedoeld in artikel 5 of ingeval de overdracht dateert van na 15 mei, de overdrager op de peildatum actieve landbouwer was als bedoeld in artikel 5.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de overdracht na 30 november van het aanvraagjaar is gemeld of de overnemer op het moment van de overdracht geen actieve landbouwer is als bedoeld in artikel 5, wordt de steun uitbetaald aan de overdrager, mits de overdrager tijdig een aanvraag heeft ingediend als bedoeld in artikel 11 en de overdrager op de peildatum actieve landbouwer was als bedoeld in artikel 5.
|
||||
|
||||
### Artikel 41
|
||||
|
||||
Indien het bedrijf van een landbouwer na de aanmelding, bedoeld in artikel 10, gedeeltelijk aan een andere begunstigde wordt overgedragen, of wanneer sprake is van een fusie, splitsing, vererving of bedrijfsbeëindiging, wordt door de landbouwer die de aanmelding heeft gedaan daarvan onverwijld melding gedaan met een door de minister ter beschikking gesteld elektronisch formulier.
|
||||
|
||||
### Artikel 42
|
||||
|
||||
**1.** Ter uitvoering van artikel 59, eerste lid, onderdeel d, van verordening (EU) 2021/2116 worden administratieve sancties vastgesteld om een doeltreffende bescherming van de financiële belangen van de Europese Unie te waarborgen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De minister kan besluiten, met inachtneming van de bij of krachtens verordening (EU) 2021/2116 gestelde regels, tot:
|
||||
|
||||
a. het geven van een waarschuwing;
|
||||
b. het opleggen van een administratieve sanctie in de vorm van een procentuele verlaging van de betaling.
|
||||
|
||||
**3.** De administratieve sanctie wordt toegepast op het totale bedrag aan betalingen van de interventie als bedoeld in artikel 2, eerste lid en tweede lid, waarop de niet-naleving betrekking heeft.
|
||||
|
||||
**4.** De niet-nalevingen waarvoor een waarschuwing kan worden afgegeven en de hoogte van de procentuele verlagingen staan opgenomen in bijlage 6.
|
||||
|
||||
**5.** Van herhaling is sprake wanneer dezelfde niet-naleving zich eenmaal herhaalt binnen drie opeenvolgende kalenderjaren vanaf en met inbegrip van het jaar waarin de niet-naleving heeft plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
**6.** In afwijking van het tweede lid, onderdeel b, kan een hoger verlagingspercentage worden toegepast indien ernst, omvang of permanent karakter van de niet-naleving daar aanleiding toe geven.
|
||||
|
||||
**7.** Een administratieve sanctie wordt alleen opgelegd indien een niet-naleving wordt ontdekt binnen drie opeenvolgende kalenderjaren vanaf en met inbegrip van het jaar waarin de niet-naleving heeft plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
### Artikel 43
|
||||
|
||||
Wanneer een perceel landbouwgrond in het betrokken kalenderjaar wordt overgedragen, worden de administratieve sancties, bedoeld in artikel 42, opgelegd aan de actieve landbouwer, bedoeld in artikel 5, die op de peildatum het perceel landbouwgrond ter beschikking heeft.
|
||||
|
||||
### Artikel 44
|
||||
|
||||
Indien de begunstigde of zijn vertegenwoordiger de uitvoering van een controle ter plaatse verhindert, wordt de betrokken steun- of betalingsaanvraag afgewezen, behalve in gevallen als bedoeld in artikel 46.
|
||||
|
||||
### Artikel 45
|
||||
|
||||
Geen steun wordt toegekend aan natuurlijke personen of rechtspersonen van wie is komen vast te staan dat zij kunstmatig de voorwaarden hebben gecreëerd om hiervoor in aanmerking te komen.
|
||||
|
||||
### Artikel 46
|
||||
|
||||
**1.** De landbouwer die een beroep wil doen op overmacht of uitzonderlijke omstandigheden doet hiervan zo spoedig mogelijk een melding bij RVO met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld elektronisch formulier.
|
||||
|
||||
**2.** De minister geeft geen toepassing aan artikel 42 in de gevallen genoemd in artikel 59, vijfde lid, onderdelen a, b en c, van verordening (EU) 2021/2116.
|
||||
|
||||
### Artikel 47
|
||||
|
||||
**1.** In aanvulling op artikel 59, zesde lid, van verordening (EU) 2021/2116 kan de aanvraag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, en eventuele daarbij overgelegde bewijsstukken, na de indiening ervan worden gecorrigeerd en aangepast indien sprake is van een kennelijke fout.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Van een kennelijke fout kan sprake zijn indien:
|
||||
|
||||
a. er een tegenstrijdigheid zit in de door of namens de landbouwer verstrekte gegevens, die wijst op een vergissing;
|
||||
b. de tegenstrijdigheid eenvoudig kan worden geconstateerd tijdens een administratieve controle van de aanvraag of de bewijsstukken; en
|
||||
c. de begunstigde te goeder trouw heeft gehandeld.
|
||||
|
||||
**3.** De minister geeft geen toepassing aan artikel 42 indien de niet-naleving het gevolg is van een kennelijke fout.
|
||||
|
||||
### Artikel 48
|
||||
|
||||
**1.** De minister kan afwijken van de artikelen 5, 10, eerste lid, 11, eerste lid, 13, tweede lid, 40 en 41, voor zover de toepassing van deze artikelen gelet op het doel ervan zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
|
||||
|
||||
**2.** De minister kan, rekening houdend met de financiële belangen van de Unie, voorts afwijken van artikel 42, voor zover de toepassing van dit artikel gelet op het doel ervan zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
|
||||
|
||||
### Artikel 49
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Indien sprake is van een (deels) onverschuldigde betaling, wordt het onverschuldigd betaalde bedrag teruggevorderd, tenzij:
|
||||
|
||||
a. het van de begunstigde in een kalenderjaar terug te vorderen bedrag, exclusief rente, niet hoger is dan 100 euro; of
|
||||
b. de terugvordering onmogelijk is als gevolg van erkende insolventie van de debiteur of van de personen die juridisch aansprakelijk zijn voor de onregelmatigheid.
|
||||
|
||||
**2.** Ter voldoening aan artikel 30, tweede lid, van verordening (EU) 2022/128 wordt wettelijke rente in rekening gebracht overeenkomstig afdeling 4.4.2 van de Algemene wet bestuursrecht indien de begunstigde het onverschuldigde bedrag niet binnen de gestelde termijn heeft terugbetaald.
|
||||
|
||||
**3.** De minister geeft toepassing aan artikel 31 van verordening (EU) 2022/128.
|
||||
|
||||
### Artikel 50
|
||||
|
||||
**1.** Over de periode van 16 oktober van het kalenderjaar voorafgaand aan het aanvraagjaar tot en met 15 oktober van het aanvraagjaar worden de gegevens openbaar gemaakt over de subsidies en andere steunbedragen van het Europees Landbouwgarantiefonds overeenkomstig artikel 98, leden 2, 3 en 4, van verordening (EU) 2021/2116.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde gegevens worden ontleend aan de financiële administratie van RVO ten behoeve van het Europees Landbouwgarantiefonds.
|
||||
|
||||
**3.** De gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden uiterlijk 31 mei van het kalenderjaar volgend op het aanvraagjaar openbaar gemaakt.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 5. Overgangs- en slotbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 51
|
||||
|
||||
**1.** De Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB wordt ingetrokken.
|
||||
|
||||
**2.** De Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB blijft van toepassing ten aanzien van aanvragen die op grond van die regeling zijn ingediend vóór 1 januari 2023.
|
||||
|
||||
### Artikel 52
|
||||
|
||||
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2023.
|
||||
|
||||
### Artikel 53
|
||||
|
||||
Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling GLB 2023.
|
||||
|
||||
## Bijlage 1. bij de
|
||||
|
||||
¹ *Onder agrarisch natuurmengsel wordt verstaan een mengsel van verschillende gewassen (door elkaar heen gezaaid) waarbij geen van de gewassen overwegend aanwezig is.*
|
||||
|
||||
² *Onder drachtplanten wordt verstaan een mengsel van tenminste 3 drachtplanten van de soorten Karwij (Carum carvi), Koriander (Coriandrum sativum) Wilde Peen (, Daucus carota), Duizendblad (Achiella millefolium), Goudsbloem (Calendula officinalis), Korenbloem (Centaurea cyanus), Cichorei (Cichorium), Zonnebloem (Helianthus Annus), Komkommerkruid (Borago officinalis), Slangenkruid (Echium Vulgare), Phacelia (Phacelia tanacetifolia), Gele Mosterd (Sinapis alba), Gewone Rolklaver (Lotus corniculatus),Luzerne (Medicago sativa), Witte honingklaver (melilotus albus), Esparcette (Onobrychis viccifolia), Rode klaver (Trifolium pratense), Voederwikke (Vicia sativa), Lijnzaad/vlas (Linum usitatissimum), Malva (Malva), Klaproos (Papaver), Boekweit (Fagopyrum esculentum), Juffertje in ’t groen (Nigella damascena), Smalle Weegbree (Plantago lanceolata) of Incarnaatklaver (Trifolium incarnatum)*
|
||||
|
||||
## Bijlage 2. bij de
|
||||
|
||||
## Bijlage 3. bij
|
||||
|
||||
## Bijlage 4. bij
|
||||
|
||||
Goede landbouw- en milieucondities als bedoeld in artikel 13 van Verordening (EU) nr. 2021/2015
|
||||
|
||||
## Bijlage 5. bij
|
||||
|
||||
## Bijlage 6. bij
|
||||
Loading…
Add table
Reference in a new issue