2016-12-01 | BWBR0038616 | Besluit digitale stukken Strafvordering

This commit is contained in:
Coornhert 2016-12-01 12:00:00 +00:00
parent 84474735bd
commit 884c10c595

View file

@ -16,9 +16,9 @@ citeertitel: Besluit digitale stukken Strafvordering
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. *bevoegde instanties:* de gerechten, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de rechterlijke organisatie en de parketten, bedoeld in de artikelen 111, eerste lid, en 134, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie, de instantie waar een opsporingsambtenaar werkzaam is die is belast met de opsporing van strafbare feiten als bedoeld in artikel 141, de onderdelen b, c en d en artikel 142 van de wet;
a. *bevoegde instanties:* de gerechten, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de rechterlijke organisatie en de parketten, bedoeld in de artikelen 111, eerste lid, en 134, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie, de instantie waar een opsporingsambtenaar werkzaam is die is belast met de opsporing van strafbare feiten als bedoeld in artikel 141, onderdelen b, c en d van het Wetboek van Strafvordering;
b. *de wet:* het Wetboek van Strafvordering;
c. *elektronische voorziening:* een webportaal of andere internetdienst ten behoeve van de overdracht van de stukken, bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid, aan of door de bevoegde instanties;
c. *elektronische voorziening:* een webportaal of andere internetdienst ten behoeve van de overdracht van de stukken, bedoeld in artikel 2, eerste lid, aan of door de bevoegde instanties;
d. *Onze Minister:* de Minister van Veiligheid en Justitie, en
e. *vervanging:* het omzetten van een stuk in papieren vorm in een reproductie in elektronische vorm waarna het origineel wordt vernietigd.
@ -34,10 +34,10 @@ a. de indiening van de volgende stukken:
1°. het klaagschrift, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de wet;
2°. een verzoek als bedoeld in artikel 36a, van de wet;
3°. een verzoek als bedoeld in artikel 51ac, achtste lid, van de wet;
3°. een verzoek als bedoeld in artikel 51a, vijfde lid, van de wet;
4°. de aangifte of klachte, bedoeld in de artikelen 163, eerste lid, en 164, eerste lid, van de wet, voor zover deze feiten betreft die zijn opgenomen in de elektronische voorziening;
5°. het verzet, bedoeld in artikel 257e, van de wet;
6°. een schriftuur als bedoeld in de artikelen 410, eerste lid, 437, tweede en derde lid, 438, tweede lid, onderdelen a en b, en 439, vijfde lid, van de wet;
6°. een schriftuur als bedoeld in de artikelen 410, eerste lid, en 437, tweede en derde lid, van de wet;
7°. een volmacht als bedoeld in artikel 450, derde lid, van de wet;
8°. een klaagschrift als bedoeld in de artikelen 552a, derde lid, 552ab, tweede lid, en 552b, tweede lid van de wet, en
9°. een verzoek als bedoeld in artikel 49 van de Wet op de economische delicten;
@ -45,11 +45,9 @@ b. de toezending van berichten van ontvangst en kennisgevingen van de indiening
c. de kennisneming van processtukken en de verstrekking van afschriften van processtukken, bedoeld in de artikelen 30 tot en met 32 en 51b van de wet, voor zover betrokkene daartoe ingevolgde de wet bevoegd is, of
d. de betekening en kennisgeving van gerechtelijke mededelingen, bedoeld in artikel 36b, tweede en derde lid, van de wet.
**2.** Stukken en berichten kunnen ook met behulp van een elektronische voorziening worden ingediend indien van deze mogelijkheid voor het desbetreffende gerecht blijkt uit een voor dat gerecht vastgesteld procesreglement.
**2.** Berichten van ontvangst en kennisgevingen kunnen ook via een internet- of telefoniedienst worden verzonden aan de rechtstreeks belanghebbende en bevatten niet meer gegevens dan noodzakelijk.
**3.** Berichten van ontvangst en kennisgevingen kunnen ook via een internet- of telefoniedienst worden verzonden aan de rechtstreeks belanghebbende en bevatten niet meer gegevens dan noodzakelijk.
**4.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de wijze waarop stukken worden overgedragen door de elektronische voorziening. Tevens kunnen eisen worden gesteld waaraan de stukken dienen te voldoen die worden overgedragen door de elektronische voorziening.
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de wijze waarop stukken worden overgedragen door de elektronische voorziening. Tevens kunnen eisen worden gesteld waaraan de stukken dienen te voldoen die worden overgedragen door de elektronische voorziening.
### Artikel 3
@ -96,8 +94,7 @@ De elektronische handtekening, bedoeld in artikel 138e van de wet, zijnde een ha
a. de ondertekening heeft plaatsgevonden in aanwezigheid van of wordt gedaan door:
een rechter of griffier;
een ambtenaar belast met de opsporing van strafbare feiten als bedoeld in de artikelen 141 en 142 van de wet;
een ambtenaar belast met de betekening en kennisgeving van gerechtelijke mededelingen, bedoeld in artikel 36b, tweede en derde lid, van de wet, en
de bevoegde ambtenaar, bedoeld in artikel 163, eerste lid, van de wet met het oog op de aangifte of klachte, bedoeld in artikel 161 van de wet, en
b. de biometrische of grafische handtekening is op zodanige wijze aan de elektronische gegevens waarop zij betrekking heeft verbonden, dat het moment van ondertekening en elke wijziging na ondertekening van de elektronische gegevens kan worden vastgesteld.
### Paragraaf 4. Overige bepalingen
@ -116,7 +113,7 @@ Wijzigt het Besluit orde van dienst gerechten.
### Artikel 10
Het Besluit elektronische aangifte wordt ingetrokken.
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 11