2005-02-25 | BWBR0005181 | Woningwet
This commit is contained in:
parent
8a27df0d83
commit
885af59b1d
1 changed files with 22 additions and 31 deletions
|
|
@ -30,7 +30,7 @@ i. norm: een document, uitgegeven door een deskundig, onafhankelijk instituut, w
|
|||
j. kwaliteitsverklaring: een schriftelijk bewijs, voorzien van een merkteken, aangewezen door Onze Minister, afgegeven door een deskundig, onafhankelijk instituut, aangewezen door Onze Minister, op grond waarvan een bouwmateriaal, bouwdeel of samenstel van bouwmaterialen of bouwdelen dan wel een bouwwijze, indien dat bouwmateriaal, bouwdeel of samenstel van bouwmaterialen of bouwdelen dan wel die bouwwijze bij het bouwen wordt toegepast, wordt geacht te voldoen aan krachtens deze wet aan dat bouwmateriaal, bouwdeel of samenstel van bouwmaterialen of bouwdelen dan wel die bouwwijze gestelde eisen;
|
||||
k. aansluitvoorwaarden: door representatieve organisaties van openbare nutsbedrijven, van andere instellingen of van gemeenten opgestelde voorschriften waaraan moet worden voldaan, opdat een woning of gebouw kan worden aangesloten op het leidingnet van die bedrijven, instellingen of gemeenten;
|
||||
l. Onze Minister: Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
|
||||
m. inspecteur: de inspecteur van de volkshuisvesting;
|
||||
m. inspecteur: als zodanig bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaar;
|
||||
n. toegelaten instelling: instelling als bedoeld in artikel 70;
|
||||
o. fonds: Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting, bedoeld in artikel 71;
|
||||
p. reguliere bouwvergunning: bouwvergunning als bedoeld in artikel 44, eerste lid;
|
||||
|
|
@ -1353,9 +1353,9 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde vrijdom van legesheffing geldt niet ten aanzien van bij de in dat lid bedoelde algemene maatregel van bestuur aangewezen vormen van legesheffing. Bij die algemene maatregel van bestuur kunnen ter zake nadere voorschriften worden gegeven.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk VI. Organen en diensten voor de volkshuisvesting
|
||||
## Hoofdstuk VI. Het toezicht op de volkshuisvesting
|
||||
|
||||
### Afdeling 1. Het staatstoezicht op de volkshuisvesting
|
||||
### Afdeling 1. Het toezicht van rijks- en provinciewege
|
||||
|
||||
### Artikel 89
|
||||
|
||||
|
|
@ -1375,45 +1375,45 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 93
|
||||
|
||||
Er is een staatstoezicht op de volkshuisvesting, dat tot taak heeft:
|
||||
**1.** Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.
|
||||
|
||||
a. het verrichten van onderzoek naar de staat van de volkshuisvesting, waaronder begrepen het wonen in woonwagens op standplaatsen, en, waar nodig, het aangeven en bevorderen van middelen tot verbetering van de volkshuisvesting en
|
||||
b. het handhaven van de wetten en de krachtens die wetten gegeven voorschriften op het gebied van de volkshuisvesting, voor zover ter zake geen andere wettelijke regeling geldt.
|
||||
**2.** Van een besluit als bedoeld in het eerste lid, wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
### Artikel 94
|
||||
|
||||
Het staatstoezicht op de volkshuisvesting ressorteert onder Onze Minister en is opgedragen aan:
|
||||
**1.** Met het toezicht op de uitvoering en de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.
|
||||
|
||||
a. de inspecteur-generaal van de volkshuisvesting en
|
||||
b. de inspecteurs en de aan hen toegevoegde ambtenaren.
|
||||
**2.** De artikelen 5:13, 5:15, 5:16, 5:17 en 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister kan bij ministeriële regeling bepalen dat bestuursorganen die met de uitvoering of de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast, daarbij aan te geven gegevens verstrekken aan de krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaren. Bij de regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het tijdstip waarop, de frequentie waarmee en de vorm waarin de gegevens worden verstrekt. Tevens kan bij de regeling worden bepaald dat daarbij gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven gevallen.
|
||||
|
||||
### Artikel 95
|
||||
|
||||
De inspecteur-generaal en de inspecteurs worden bij koninklijk besluit benoemd, geschorst en ontslagen.
|
||||
**1.** Tegelijkertijd met of zo spoedig mogelijk na de bekendmaking zenden burgemeester en wethouders aan de inspecteur een afschrift van elke verordening, elk raadsbesluit of elk door de raad vastgesteld verslag, de volkshuisvesting betreffende. De financiële gevolgen van het zenden van die afschriften worden niet gecompenseerd.
|
||||
|
||||
**2.** Burgemeester en wethouders geven aan de inspecteur alle door deze verlangde inlichtingen omtrent de naleving van de wetten en de krachtens die wetten gegeven voorschriften op het gebied van de volkshuisvesting.
|
||||
|
||||
### Artikel 96
|
||||
|
||||
De inspecteur-generaal staat aan het hoofd van het staatstoezicht op de volkshuisvesting en heeft, overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur gegeven voorschriften, de leiding van de inspecteurs.
|
||||
**1.** Met het toezicht op de uitvoering van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn tevens belast de bij besluit van de commissaris van de Koning aangewezen personen.
|
||||
|
||||
**2.** De artikelen 5:13, 5:15, 5:16, 5:17 en 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 97
|
||||
|
||||
**1.** Behoudens het tweede lid, is een inspecteur belast met het staatstoezicht op de volkshuisvesting binnen een door de inspecteur-generaal aangewezen deel van Nederland.
|
||||
|
||||
**2.** Een inspecteur kan in algemene dienst werkzaam zijn.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 97a
|
||||
|
||||
Met het toezicht op de naleving van de wetten en voorschriften, bedoeld in artikel 93, onderdeel b, zijn belast de ambtenaren, bedoeld in artikel 94, onderdelen a en b.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 98
|
||||
|
||||
**1.** Tegelijkertijd met of zo spoedig mogelijk na de bekendmaking zenden burgemeester en wethouders aan de inspecteur, binnen wiens ambtsgebied hun gemeente ligt, een afschrift van elke verordening, elk raadsbesluit of elk door de raad vastgesteld verslag, de volkshuisvesting betreffende. De financiële gevolgen van het zenden van die afschriften worden niet gecompenseerd.
|
||||
|
||||
**2.** Burgemeester en wethouders geven aan de inspecteur-generaal of aan de inspecteur, binnen wiens ambtsgebied hun gemeente ligt, alle door deze verlangde inlichtingen omtrent de naleving van de wetten en de krachtens die wetten gegeven voorschriften op het gebied van de volkshuisvesting.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 99
|
||||
|
||||
Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere voorschriften gegeven betreffende de inrichting van het staatstoezicht op de volkshuisvesting.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Afdeling 2. Gemeentelijk bouw- en woningtoezicht
|
||||
|
||||
|
|
@ -1505,7 +1505,7 @@ Overtreding van artikel 103 is een economisch delict in de zin van de Wet op de
|
|||
|
||||
Met de opsporing van de bij de artikelen 105a tot en met 110, eerste lid, strafbaar gestelde feiten zijn, onverminderd artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, belast:
|
||||
|
||||
a. de door Onze Minister aangewezen ambtenaren van het staatstoezicht op de volkshuisvesting en
|
||||
a. de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren;
|
||||
b. de door de burgemeester aangewezen ambtenaren, belast met de in artikel 100, eerste lid, bedoelde taak.
|
||||
|
||||
**2.** Deze ambtenaren zijn tevens belast met de opsporing van de feiten, strafbaar gesteld in de artikelen 179 tot en met 182 en 184 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover deze feiten betrekking hebben op een bevel, vordering of handeling, gedaan of ondernomen door henzelf.
|
||||
|
|
@ -1536,20 +1536,11 @@ Indien de bekendmaking van beschikkingen op grond van deze wet niet kan geschied
|
|||
|
||||
### Artikel 119
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Met het toezicht op de uitvoering van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast:
|
||||
|
||||
a. in het gehele rijk: de bij besluit van Onze Minister aan te wijzen rijksambtenaren;
|
||||
b. in een provincie: de bij besluit van de commissaris van de Koning aan te wijzen personen.
|
||||
|
||||
**2.** De artikelen 5:13, 5:15, 5:16, 5:17 en 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 119a
|
||||
|
||||
**1.** Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen rijksambtenaren.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde ambtenaren beschikken niet over de bevoegdheden, genoemd in de artikelen 5:18 en 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 120
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue