2006-01-01 | BWBR0002633 | Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968
This commit is contained in:
parent
ded38ae227
commit
8867c0ee97
1 changed files with 16 additions and 19 deletions
|
|
@ -75,7 +75,7 @@ Voor de toepassing van de in artikel 11 van de wet vervatte vrijstellingen is de
|
|||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
**1.** Als leveringen en diensten van sociale of culturele aard als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel *f*, van de wet, worden aangewezen de leveringen en diensten, genoemd in de bij dit besluit behorende bijlage B.
|
||||
**1.** Als leveringen en diensten van sociale of culturele aard als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel f , van de wet, worden aangewezen de leveringen en diensten, genoemd in de bij dit besluit behorende bijlage B.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -87,12 +87,6 @@ c. het ter beschikking stellen van personeel;
|
|||
d. het verzorgen van loon- en salarisadministraties, financiële administraties en grootboekadministraties;
|
||||
e. andere bij ministeriële regeling in verband met het voorkomen van een ernstige verstoring van concurrentieverhoudingen aan te wijzen leveringen of diensten.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De ondernemers die zijn genoemd in onderdeel *a* van bijlage B bij dit besluit zijn gehouden Onze Minister in kennis te stellen van wijzigingen in de statuten, alsmede Onze Minister in het jaar 1994 en vervolgens om de vijf jaren, binnen zes maanden na afloop van het laatst verstreken boekjaar, hun financiële jaarstukken over dat boekjaar toe te zenden.
|
||||
|
||||
Indien de in het eerste lid bedoelde aanwijzing heeft plaatsgevonden na 31 december 1993 worden, in afwijking van het in de vorige volzin bepaalde, de financiële jaarstukken binnen zes maanden na afloop van het vijfde boekjaar na deze aanwijzing en vervolgens om de vijf jaren aan Onze Minister toegezonden.
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
|
@ -112,7 +106,7 @@ d. bijlessen en tentamen- of examentrainingen die worden verstrekt in het kader
|
|||
|
||||
Als diensten als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel *u*, van de wet, worden aangewezen de diensten, verleend aan hun leden door zelfstandige groeperingen van:
|
||||
|
||||
a. rechtspersonen welke zijn toegelaten op grond van artikel 34 van de Ziekenfondswet, voor zover de diensten rechtstreeks nodig zijn voor de door die rechtspersonen verrichte prestaties;
|
||||
a. vervallen;
|
||||
b. instellingen welke zijn toegelaten om op de voet van de Woningwet werkzaam te zijn in het belang van de volkshuisvesting, voor zover de diensten rechtstreeks nodig zijn voor het beheer of het onderhoud van woningwet- of premiewoningen;
|
||||
c. onderwijsinstellingen, voor zover de diensten bestaan in het verzorgen van de administratie;
|
||||
d. verplegings- en verzorgingsinstellingen waarvan de prestaties zijn vrijgesteld op grond van artikel 11, eerste lid, onderdeel c, van de wet, voor zover de diensten rechtstreeks nodig zijn voor het verrichten van die prestaties, met uitzondering van de diensten, bestaande in de wasverzorging en het verzorgen van de loon- en salarisadministratie, de financiële administratie en de grootboekadministratie;
|
||||
|
|
@ -141,19 +135,20 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, is het tarief van nihil slechts van toepassing:
|
||||
|
||||
a. voor wat betreft de levering, de intracommunautaire verwerving en de invoer van luchtvaartuigen, alsmede de diensten welke ten aanzien van luchtvaartuigen worden verricht, indien de ondernemer kan overleggen een schriftelijke verklaring van de afnemer van de luchtvaartuigen, onderscheidenlijk degene aan wie de diensten ten aanzien van luchtvaartuigen worden verleend, dat hij de luchtvaartuigen hoofdzakelijk als openbaar vervoermiddel in het internationaal verkeer bezigt of zal bezigen;
|
||||
b. 1°. voor wat betreft de leveringen van accijnsgoederen als bedoeld in de bij de wet behorende tabel II, onderdeel *a*, post 7, onder *a*, indien de ondernemer kan overleggen een schriftelijke verklaring van de ondernemer die de accijnsgoederen afneemt dat deze de goederen geleverd krijgt en in opslag neemt in een accijnsgoederenplaats als bedoeld in de Wet op de accijns die voor die soort accijnsgoederen als zodanig is aangewezen, en dat deze de goederen niet aan dat regime zal onttrekken, anders dan in het kader van een levering ter zake waarvan gehele aftrek van belasting op de voet van artikel 15 van de wet door die ondernemer mogelijk is;
|
||||
2°. voor wat betreft de leveringen van minerale oliën als bedoeld in de bij de wet behorende tabel II, onderdeel *a*, post 7, onder *b*, indien de ondernemer kan overleggen een afschrift van het geleidedocument alsmede een schriftelijke verklaring van de ondernemer die de minerale oliën afneemt dat deze de minerale oliën niet aan het geleidedocument zal onttrekken, anders dan in het kader van een levering ter zake waarvan gehele aftrek van belasting op de voet van artikel 15 van de wet door die ondernemer mogelijk is;
|
||||
c. voor wat betreft de leveringen van goederen als bedoeld in de bij de wet behorende tabel II, onderdeel *a*, post 8, onder *a*, indien de ondernemer kan overleggen een schriftelijke verklaring van de ondernemer die de goederen afneemt dat deze die goederen opneemt in zijn niet-plaatsgebonden entrepot als bedoeld in die post, onder vermelding van het nummer van zijn entrepotvergunning, en dat deze de goederen niet aan dat regime zal onttrekken, anders dan in het kader van een levering ter zake waarvan gehele aftrek van belasting op de voet van artikel 15 van de wet door die ondernemer mogelijk is.
|
||||
d. voor wat betreft de achtereenvolgende leveringen die plaatsvinden ingeval door meer dan één persoon overeenkomsten worden gesloten met de verplichting tot levering van eenzelfde goed dat vervolgens door de eerste persoon rechtstreeks aan de laatste afnemer buiten de Gemeenschap of in een entrepot wordt afgeleverd, indien een door iedere afnemer - behalve de buitenlandse - aan zijn leverancier uit te reiken schriftelijke opdracht tot uitvoer uit de Gemeenschap of tot plaatsing onder het stelsel van douane-entrepots op basis van artikel 98, eerste lid, onderdeel *b*, van het Communautair douanewetboek kan worden overgelegd;
|
||||
e. voor wat betreft de levering van een motorrijtuig waarvoor ter zake van de in artikel 36 van de Wegenverkeerswet 1994 bedoelde opgaaf van een kenteken een bewijs is afgegeven en welk motorrijtuig door een ondernemer wordt vervoerd naar een andere Lid-Staat, wordt uitgevoerd uit de Gemeenschap of wordt gebracht onder het stelsel van douane-entrepots op basis van artikel 98, eerste lid, onderdeel *b*, van het Communautair douanewetboek, indien de ondernemer een schriftelijke verklaring van de inspecteur kan overleggen waaruit blijkt, dat dat bewijs bij hem is ingeleverd;
|
||||
a. 1°. voor wat betreft de levering, de intracommunautaire verwerving en de invoer van luchtvaartuigen, alsmede de diensten welke ten aanzien van luchtvaartuigen worden verricht, indien de ondernemer kan overleggen een schriftelijke verklaring van de afnemer van de luchtvaartuigen, onderscheidenlijk degene aan wie de diensten ten aanzien van luchtvaartuigen worden verleend, dat hij de luchtvaartuigen hoofdzakelijk als openbaar vervoermiddel in het internationaal verkeer bezigt of zal bezigen;
|
||||
2°. voor wat betreft de leveringen van goederen als bedoeld in de bij de wet behorende tabel II, onderdeel a, post 6, indien de ondernemer beschikt over het btw-identificatienummer van degene die de goederen afneemt;
|
||||
b. 1°. voor wat betreft de leveringen van accijnsgoederen als bedoeld in de bij de wet behorende tabel II, onderdeel a, post 7, onder a, indien de ondernemer kan overleggen een schriftelijke verklaring van de ondernemer die de accijnsgoederen afneemt dat deze de goederen geleverd krijgt en in opslag neemt in een accijnsgoederenplaats als bedoeld in de Wet op de accijns die voor die soort accijnsgoederen als zodanig is aangewezen, en dat deze de goederen niet aan dat regime zal onttrekken, anders dan in het kader van een levering ter zake waarvan gehele aftrek van belasting op de voet van artikel 15 van de wet door die ondernemer mogelijk is;
|
||||
2°. voor wat betreft de leveringen van minerale oliën als bedoeld in de bij de wet behorende tabel II, onderdeel a, post 7, onder b, indien de ondernemer kan overleggen een afschrift van het geleidedocument alsmede een schriftelijke verklaring van de ondernemer die de minerale oliën afneemt dat deze de minerale oliën niet aan het geleidedocument zal onttrekken, anders dan in het kader van een levering ter zake waarvan gehele aftrek van belasting op de voet van artikel 15 van de wet door die ondernemer mogelijk is;
|
||||
c. voor wat betreft de leveringen van goederen als bedoeld in de bij de wet behorende tabel II, onderdeel a, post 8, onder a, indien de ondernemer kan overleggen een schriftelijke verklaring van de ondernemer die de goederen afneemt dat deze die goederen opneemt in zijn niet-plaatsgebonden entrepot als bedoeld in die post, onder vermelding van het nummer van zijn entrepotvergunning, en dat deze de goederen niet aan dat regime zal onttrekken, anders dan in het kader van een levering ter zake waarvan gehele aftrek van belasting op de voet van artikel 15 van de wet door die ondernemer mogelijk is.
|
||||
d. voor wat betreft de achtereenvolgende leveringen die plaatsvinden ingeval door meer dan één persoon overeenkomsten worden gesloten met de verplichting tot levering van eenzelfde goed dat vervolgens door de eerste persoon rechtstreeks aan de laatste afnemer buiten de Gemeenschap of in een entrepot wordt afgeleverd, indien een door iedere afnemer - behalve de buitenlandse - aan zijn leverancier uit te reiken schriftelijke opdracht tot uitvoer uit de Gemeenschap of tot plaatsing onder het stelsel van douane-entrepots op basis van artikel 98, eerste lid, onderdeel b, van het Communautair douanewetboek kan worden overgelegd;
|
||||
e. voor wat betreft de levering van een motorrijtuig waarvoor ter zake van de in artikel 36 van de Wegenverkeerswet 1994 bedoelde opgaaf van een kenteken een bewijs is afgegeven en welk motorrijtuig door een ondernemer wordt vervoerd naar een andere Lid-Staat, wordt uitgevoerd uit de Gemeenschap of wordt gebracht onder het stelsel van douane-entrepots op basis van artikel 98, eerste lid, onderdeel b, van het Communautair douanewetboek, indien de ondernemer een terzake door de Rijksdienst voor het Wegverkeer opgemaakte verklaring kan overleggen;
|
||||
f. voor wat betreft de levering door een ondernemer als bedoeld in artikel 7, zesde lid, van de wet, van een nieuw vervoermiddel dat wordt vervoerd naar een andere Lid-Staat, indien de ondernemer aan de inspecteur de naam en het adres meldt van degene aan wie de levering is verricht.
|
||||
|
||||
In geval de leverancier of de afnemer in de gevallen bedoeld in de onderdelen *b* en *c* niet in Nederland woont of is gevestigd dan wel aldaar geen vaste inrichting heeft, dient deze voor de toepassing van het tarief van nihil een fiscaal vertegenwoordiger als bedoeld in artikel 24c te hebben aangesteld.
|
||||
In geval de leverancier of de afnemer in de gevallen bedoeld in de onderdelen b en c niet in Nederland woont of is gevestigd dan wel aldaar geen vaste inrichting heeft, dient deze voor de toepassing van het tarief van nihil een fiscaal vertegenwoordiger als bedoeld in artikel 24c te hebben aangesteld.
|
||||
|
||||
**3.** In geval een ondernemer die een verklaring als bedoeld in het tweede lid, onderdeel *b* of *c*, heeft afgegeven, aan de desbetreffende goederen een andere bestemming geeft, wordt de belasting ter zake van de aan hem verrichte levering van die goederen alsnog verschuldigd naar het tarief als bedoeld in artikel 9, eerste lid, dan wel tweede lid, onderdeel a, van de wet.
|
||||
**3.** In geval een ondernemer die een verklaring als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b of c, heeft afgegeven, aan de desbetreffende goederen een andere bestemming geeft, wordt de belasting ter zake van de aan hem verrichte levering van die goederen alsnog verschuldigd naar het tarief als bedoeld in artikel 9, eerste lid, dan wel tweede lid, onderdeel a, van de wet.
|
||||
|
||||
**4.** In geval het derde lid toepassing vindt met betrekking tot accijnsgoederen als bedoeld in de bij de wet behorende tabel II, onderdeel *a*, post 7, wordt de maatstaf van heffing verhoogd met het bedrag van de accijns dat voor die goederen ingevolge de Wet op de accijns bij uitslag verschuldigd zou zijn.
|
||||
**4.** In geval het derde lid toepassing vindt met betrekking tot accijnsgoederen als bedoeld in de bij de wet behorende tabel II, onderdeel a, post 7, wordt de maatstaf van heffing verhoogd met het bedrag van de accijns dat voor die goederen ingevolge de Wet op de accijns bij uitslag verschuldigd zou zijn.
|
||||
|
||||
**5.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gegeven met betrekking tot de wijze waarop de aanspraak op toepassing van het tarief van nihil wordt aangetoond.
|
||||
|
||||
|
|
@ -326,7 +321,7 @@ b. ter zake van de levering van goederen tegen inwisseling van de waardebonnen b
|
|||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
In gevallen waarin ingevolge artikel 35, vijfde lid, van de wet ontheffing is verleend van de verplichting tot uitreiking van een factuur, blijft de aanspraak van de afnemer op aftrek van de hem in rekening gebrachte belasting bestaan, mits hij die aanspraak kan aantonen. Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot de wijze van aantoning nadere voorschriften worden gegeven.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 23
|
||||
|
||||
|
|
@ -488,10 +483,12 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
Algemene aantekening
|
||||
|
||||
Als leveringen en diensten van sociale of culturele aard worden niet aangemerkt de leveringen van goederen welke door de in de onderdelen *a* en *b* genoemde ondernemers in het kader van arbeidstherapie zijn voortgebracht en de diensten welke door die ondernemers in dat kader worden verricht.
|
||||
Als leveringen en diensten van sociale of culturele aard worden niet aangemerkt de leveringen van goederen welke door de in de onderdelen b en c bedoelde instellingen in het kader van arbeidstherapie zijn voortgebracht en de diensten welke door die instellingen in dat kader worden verricht.
|
||||
|
||||
Als diensten van sociale of culturele aard worden voorts niet aangemerkt diensten bestaande in thuiszorg.
|
||||
|
||||
De in de onderdelen b en c bedoelde instellingen, behoudens die bedoeld in de posten 29 en 33 van onderdeel b, mogen niet systematisch het maken van winst beogen en, zo er wel winst wordt gemaakt, mogen zij deze niet uitkeren, maar moet die winst worden aangewend voor de instandhouding of verbetering van de leveringen en diensten die worden verleend.
|
||||
|
||||
## Bijlage C
|
||||
|
||||
Vervallen.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue