2005-01-01 | BWBR0011982 | Besluit personenvervoer 2000
This commit is contained in:
parent
edd07039c9
commit
889ef2aa1c
1 changed files with 31 additions and 15 deletions
|
|
@ -61,6 +61,10 @@ Onder besloten busvervoer als bedoeld in het eerste lid wordt in ieder geval beg
|
|||
a. door ondernemingen ten behoeve van hun werknemers, onderwijsinstellingen ten behoeve van hun leerlingen, tehuizen ten behoeve van hun vaste bewoners, alsmede verpleeginrichtingen, psychiatrische instellingen, medische verzorgingstehuizen, medische dagverblijven of soortgelijke instellingen ten behoeve van hun patiënten,
|
||||
b. ten behoeve van particuliere doeleinden.
|
||||
|
||||
### Artikel 4a
|
||||
|
||||
Artikel 32, tweede lid, onderdelen i, j en k, van de wet is niet van toepassing op openbaar vervoer anders dan per trein.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
De artikelen 41 tot en met 43, 45, eerste lid, onderdeel a, 46, 47, tweede lid, en 50 zijn niet van toepassing op openbaar vervoer per trein.
|
||||
|
|
@ -182,9 +186,7 @@ f. de mate van toegankelijkheid van het vervoer voor reizigers met een handicap.
|
|||
|
||||
**1.** Onze Minister besluit binnen twaalf weken op een aanvraag om verlening, wijziging of intrekking van een vergunning.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid besluit Onze Minister binnen zes maanden op een aanvraag om verlening, wijziging of intrekking van een vergunning voor het verrichten van openbaar vervoer per trein.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister neemt een aanvraag om verlening of wijziging van een vergunning in behandeling nadat de bij ministeriële regeling vastgestelde vergoeding voor de kosten van deze behandeling is ontvangen.
|
||||
**2.** Onze Minister neemt een aanvraag om verlening of wijziging van een vergunning in behandeling nadat de bij ministeriële regeling vastgestelde vergoeding voor de kosten van deze behandeling is ontvangen.
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
|
|
@ -282,7 +284,7 @@ Het is verboden een bewerkt vergunningbewijs te gebruiken.
|
|||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
**1.** De vervoerder voldoet aan de eis van betrouwbaarheid, indien hij een met het oog op een vergunning voor collectief personenvervoer, taxivervoer of openbaar vervoer per trein verleende verklaring omtrent het gedrag overeenkomstig de bepalingen van de Wet justitiële gegevens heeft overgelegd die niet ouder is dan twee maanden.
|
||||
**1.** De vervoerder voldoet aan de eis van betrouwbaarheid, indien hij een met het oog op een vergunning voor collectief personenvervoer of taxivervoer verleende verklaring omtrent het gedrag overeenkomstig de bepalingen van de Wet justitiële gegevens heeft overgelegd die niet ouder is dan twee maanden.
|
||||
|
||||
**2.** De vervoerder wiens land van oorsprong of herkomst een andere lidstaat is dan Nederland, dan wel een andere staat die partij is bij de EER, voldoet aan de eis van betrouwbaarheid, indien hij een document of verklaring heeft overgelegd die in die staat is afgegeven overeenkomstig artikel 3, tweede lid, van richtlijn nr. 96/26/EG, die niet ouder is dan twee maanden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -313,7 +315,7 @@ c. tegen de vervoerder binnen een aaneengesloten periode van vijf jaar onherroep
|
|||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
**1.** De vervoerder die openbaar vervoer, anders dan per trein, of besloten busvervoer verricht, voldoet aan de eis van kredietwaardigheid.
|
||||
**1.** De vervoerder die openbaar vervoer of besloten busvervoer verricht, voldoet aan de eis van kredietwaardigheid.
|
||||
|
||||
**2.** Indien meer natuurlijke personen of rechtspersonen gezamenlijk als vervoerder optreden, voldoet een ieder van de natuurlijke personen en een ieder van de rechtspersonen aan de eis, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -331,7 +333,7 @@ c. tegen de vervoerder binnen een aaneengesloten periode van vijf jaar onherroep
|
|||
|
||||
### Artikel 26
|
||||
|
||||
**1.** De vervoerder die openbaar vervoer, anders dan per trein, besloten busvervoer of taxivervoer verricht, moet aan de eis van vakbekwaamheid voldoen.
|
||||
**1.** De vervoerder die openbaar vervoer, besloten busvervoer of taxivervoer verricht, moet aan de eis van vakbekwaamheid voldoen.
|
||||
|
||||
**2.** Degene die permanent en daadwerkelijk leiding geeft aan het vervoer, bedoeld in het eerste lid, voldoet aan de eis, bedoeld in het eerste lid, of, indien deze leiding bij meer personen berust, tenminste een van hen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -341,7 +343,7 @@ c. tegen de vervoerder binnen een aaneengesloten periode van vijf jaar onherroep
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De vervoerder die openbaar vervoer, anders dan per trein, of besloten busvervoer verricht, voldoet aan de eis van vakbekwaamheid indien wordt overgelegd:
|
||||
De vervoerder die openbaar vervoer of besloten busvervoer verricht, voldoet aan de eis van vakbekwaamheid indien wordt overgelegd:
|
||||
|
||||
a. een door Onze Minister erkend getuigschrift van met goed gevolg afgelegde examens waarbij ten minste de kennis is vastgesteld van de onderwerpen en het opleidingsniveau van bijlage I van richtlijn nr. 96/26/EG en die overeenkomstig die bijlage zijn georganiseerd, of,
|
||||
b. een verklaring van vakbekwaamheid die op grond van artikel 3, vierde lid, van richtlijn nr. 96/26/EG, door een andere lidstaat, dan wel door een andere staat die partij is bij de EER, is afgegeven.
|
||||
|
|
@ -383,7 +385,7 @@ b. een voor het beroep van vervoerder die taxivervoer verricht afgegeven EG-verk
|
|||
|
||||
### Artikel 30
|
||||
|
||||
**1.** De vervoerder die openbaar vervoer, anders dan per trein, of besloten busvervoer verricht, overlegt elke vijf jaar, gerekend vanaf de dag waarop de vergunning is verleend, aan Onze Minister een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 22, eerste lid, en toont aan dat hij voldoet aan de eis van kredietwaardigheid als bedoeld in artikel 25 en de eis van vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 27, eerste lid.
|
||||
**1.** De vervoerder die openbaar vervoer of besloten busvervoer verricht, overlegt elke vijf jaar, gerekend vanaf de dag waarop de vergunning is verleend, aan Onze Minister een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 22, eerste lid, en toont aan dat hij voldoet aan de eis van kredietwaardigheid als bedoeld in artikel 25 en de eis van vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 27, eerste lid.
|
||||
|
||||
**2.** De vervoerder die taxivervoer verricht overlegt elke vijf jaar, gerekend vanaf de dag waarop de vergunning is verleend, aan Onze Minister een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 22, eerste lid, en toont aan dat hij voldoet aan de eis van vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 28, eerste lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -405,11 +407,7 @@ c. zijn werkzaam op nationale of regionale schaal.
|
|||
|
||||
### Artikel 32
|
||||
|
||||
Indien de concessieverlener advies vraagt aan consumentenorganisaties als bedoeld in artikel 31, over een voornemen tot het verlenen of wijzigen van een concessie dan wel tot het vaststellen van een programma van eisen, draagt hij er ten minste zorg voor dat:
|
||||
|
||||
a. het advies wordt gevraagd op een zodanig tijdstip, dat het advies van wezenlijke invloed kan zijn op het voornemen,
|
||||
b. de consumentenorganisaties zo spoedig mogelijk schriftelijk door hem in kennis worden gesteld van de wijze waarop aan het uitgebrachte advies gevolg wordt gegeven en
|
||||
c. de consumentenorganisaties door hem in de gelegenheid worden gesteld nader overleg met hem te voeren indien hij voornemens is het advies niet of niet geheel te volgen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 33
|
||||
|
||||
|
|
@ -447,7 +445,25 @@ De plicht te gedogen, bedoeld in artikel 35 van de wet, geldt ten aanzien van he
|
|||
|
||||
### Artikel 36
|
||||
|
||||
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de vergoeding die vervoerders als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de wet ten hoogste verschuldigd zijn.
|
||||
**1.** De duur van een concessie voor openbaar vervoer per trein bedraagt ten hoogste vijf jaar. Indien de concessie tevens wordt verleend voor het verrichten van openbaar vervoer anders dan per trein, bedraagt de duur van de concessie ten hoogste zes jaar.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid kan de duur van een concessie voor openbaar vervoer per trein op ten hoogste tien jaar worden vastgesteld, indien dit naar het oordeel van de concessieverlener wordt gerechtvaardigd door het bestaan van commerciële overeenkomsten, specifieke investeringen of bijzondere risico’s.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid kan de duur van een concessie voor openbaar vervoer per trein op ten hoogste vijftien jaar worden vastgesteld, indien dit naar het oordeel van de concessieverlener wordt gerechtvaardigd door het bestaan van omvangrijke investeringen voor lange termijn.
|
||||
|
||||
### Artikel 36a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een concessie voor openbaar vervoer per trein als bedoeld in artikel 20, derde lid, van de wet kan bij wijze van overgangsmaatregel worden verleend zonder dat een aanbesteding is gehouden:
|
||||
|
||||
a. in afwachting van tot stand te brengen infrastructuur;
|
||||
b. in afwachting van de vorming van nieuwe concessiegebieden, of
|
||||
c. gedurende een periode waarin aanbesteding wordt voorbereid.
|
||||
|
||||
**2.** De duur van een concessie die wordt verleend conform het eerste lid bedraagt ten hoogste drie jaar. Na afloop van die concessie vindt voor het openbaar vervoer in het gebied waarop de desbetreffende concessie betrekking had, niet opnieuw concessieverlening plaats conform het eerste lid, behoudens goedkeuring van Onze Minister.
|
||||
|
||||
**3.** Een opdracht voor het openbaar vervoer per regionale treindienst die voor de inwerkingtreding van dit besluit is aanbesteed of onderhands verleend op grond van artikel 5, eerste lid, van de Regeling experimenten regionale treindiensten, kan na inwerkingtreding van dit besluit worden omgezet in een concessie voor openbaar vervoer per trein zonder dat daartoe een aanbesteding is gehouden.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Aanbesteding
|
||||
|
||||
|
|
@ -673,7 +689,7 @@ Onze Minister kan bij het berekenen van de bijdrage rekening houden met:
|
|||
|
||||
a. demografische, geografische en vervoerkundige kenmerken,
|
||||
b. inzet van het soort vervoermiddel,
|
||||
c. onderhoud railinfrastructuur,
|
||||
c. onderhoud spoorweginfrastructuur,
|
||||
d. verbetering van de verhouding tussen de opbrengsten en de bijdrage.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling worden regels vastgesteld over de wijze waarop rekening wordt gehouden met de in het eerste lid genoemde onderdelen.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue