2006-06-08 | BWBR0019904 | Inkomstenbelasting, resultaat uit overige werkzaamheden
This commit is contained in:
parent
c4d3484aec
commit
88d0eac046
1 changed files with 29 additions and 7 deletions
|
|
@ -136,7 +136,9 @@ De volgende onderdelen zien op nieuw beleid:
|
|||
|
||||
#### 1.1. Inleiding
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
Voorzover de door de pleegouder ontvangen vergoeding is aan te merken als een vergoeding van kosten tot verwerving van de inkomsten in de zin van artikel 23, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (hierna: Wet IB 1964) is deze vergoeding vrijgesteld. Voor het meerdere is de vergoeding belast.
|
||||
|
||||
In de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel 20873 (Oort II) is namelijk onder meer opgemerkt: ‘Volledigheidshalve zij opgemerkt dat de terminologie ‘houden van kostgangers’ ook ziet op de opvang van zogenaamde voogdijkinderen in pleeggezinnen. De belastingplichtige die de verzorging van het voogdijkind op zich neemt ontvangt hiervoor een belaste vergoeding in de zin van artikel 22, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964.’
|
||||
|
||||
#### 1.2. Motie van het Tweede Kamerlid Lankhorst c.s
|
||||
|
||||
|
|
@ -144,7 +146,11 @@ In de motie van het Tweede-Kamerlid Lankhorst c.s. wordt de regering verzocht te
|
|||
|
||||
#### 1.3. De regeling
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
Op grond van het onder onderdeel 1.2. genoemde onderzoek wordt er voor de toepassing van de Wet IB 1964 vanuit gegaan dat de krachtens de ‘Regeling vergoeding pleeggezinnen, (Stcrt. 1989, nr. 252)’ uitgekeerde pleegzorgvergoedingen voor een eerste, een tweede en een derde pleegkind als kostenvergoedingen kunnen worden aangemerkt en onbelast zullen blijven.
|
||||
|
||||
Onder vigeur van de Wet IB 2001 kan ervan worden uitgegaan dat in de pleegzorgvergoedingen voor niet meer dan drie pleegkinderen geen voordeel is gelegen dat tot het inkomen uit werk en woning is te rekenen.
|
||||
|
||||
Als de pleegzorgvergoeding mede een vierde of volgend pleegkind betreft, beoordeelt de inspecteur van geval tot geval of sprake is van een bron van inkomen. Zo sprake is van een bron van inkomen, zal de totale vergoeding voor alle pleegkinderen onder de Wet IB 2001 worden aangemerkt als een belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden, waarop alle werkelijk gemaakte kosten, met inachtneming van de regelingen en beperkingen die in de winstsfeer gelden, in aftrek kunnen worden gebracht. Als de pleegzorgouder voor de Wet IB 2001 opteert voor een fictieve dienstbetrekking (opting-in), kan de opdrachtgever binnen de daarvoor geldende grenzen een onbelaste vergoeding geven.
|
||||
|
||||
### 2. Prijzen van wetenschappers
|
||||
|
||||
|
|
@ -410,27 +416,43 @@ De ROW-balans zie er ná aflossing als volgt uit:
|
|||
|
||||
#### 14.5. Bijboeking rente op een rechtstreeks samenhangende schuld
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
Voor zover een bankschuld is toegenomen door rentebijschrijvingen, dan hangt deze toename rechtstreeks samen met het niet voldoen van rente, maar niet rechtstreeks samen met de schuldvordering. Het deel van de bankschuld dat samenhangt met de rentebijschrijving(en) behoort tot de rendementsgrondslag van box 3. Alleen van de oorspronkelijk aangegane bankschuld kan worden gezegd dat deze rechtstreeks samenhangt met de schuldvordering.
|
||||
|
||||
Onder de Wet op de inkomstenbelasting 1964 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat rente op een banklening, alsmede rente over rente en rente over rente over rente, tot de aftrekbare kosten ter zake van schuldvordering behoren (HR 7 juni 2002, nr. 36.252, V-N 2002/29.13). Vanaf 1 januari 2001 is het aftrekbare kostencriterium niet meer van toepassing maar gelden de regels van de winstbepaling. In artikel 3.92 van de Wet IB 2001 is bepaald dat alleen de rechtstreeks met een schuldvordering samenhangende schuld tot het resultaatsvermogen wordt gerekend. Rente over rente is daarom niet meer aftrekbaar.
|
||||
|
||||
### 15. Uitstel genietingsmoment onder de Wet IB 1964 en overgangsrecht
|
||||
|
||||
#### 15.1. Inleiding
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
In de Invoeringswet Wet IB 2001 zijn regels opgenomen om de belastingheffing veilig te stellen van inkomsten die betrekking hebben op de jaren waarin de Wet op de inkomstenbelasting 1964 van kracht was maar die fiscaal bezien (deels) genoten worden in de jaren waarin de Wet IB 2001 van kracht is. Deze bepalingen hebben hun belang nog niet verloren aangezien in veel situaties het fiscale genietingtijdstip in de toekomst ligt.
|
||||
|
||||
#### 15.2. Uitstel andere inkomsten uit arbeid
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
Op de nog niet genoten inkomsten genoemd in Artikel I, onderdeel Ma, eerste lid van de Invoeringswet Wet IB 2001 blijft hoofdstuk II, afdeling 3 van de Wet op de Inkomstenbelasting 1964 van toepassing. In dit hoofdstuk is zowel de heffingsgrondslag als het genietingsmoment geregeld.
|
||||
|
||||
De uitgestelde arbeidsbeloning wordt niet aangemerkt als een schuldvordering in de zin van artikel 3.92, tweede lid, onderdeel a, onder 1° van de Wet IB 2001.
|
||||
|
||||
Onderdeel Ma beoogt een uitzondering te maken op de toepassing van onderdeel M, waarin regels zijn gegeven omtrent de waardering van vermogensbestanddelen bij overgang naar een werkzaamheid. Indien voldaan wordt aan de voorwaarden voor toepassing van onderdeel Ma, blijven de nog niet genoten inkomsten ‘hangen’ in het regime van artikel 22, eerste lid, onderdeel b, Wet op de inkomstenbelasting 1964. Dit brengt met zich mee dat de uitgestelde arbeidsbeloning niet in het resultaat uit overige werkzaamheden wordt betrokken.
|
||||
|
||||
Op 1 december 2000 wordt BV X door belanghebbende X opgericht. Vanaf 1 januari 1998 drijft X zijn onderneming voor rekening van een door hem op te richten BV X. Over de voorperiode wordt een beloning toegekend, deze beloning wordt in het jaar 2005 ter beschikking gesteld en is dan vorderbaar en inbaar. In het jaar 2005 wordt de arbeidsbeloning aangemerkt als inkomen uit werk en woning.
|
||||
|
||||
#### 15.3. Uitgestelde rente schuldvordering
|
||||
|
||||
##### 15.3.1. Uitstel rente
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
Rente die onder de werking van de Wet IB 1964 is uitgesteld naar een jaar waarin de Wet IB 2001 van kracht is, is geen schuldvordering in de zin van artikel 3.92, tweede lid, onderdeel a, onderdeel 1° van de Wet IB 2001. Artikel I, onderdeel AKa, eerste lid van de Invoeringswet Wet IB 2001 bepaalt immers dat met betrekking tot op 31 december 2000 gerijpte doch nog niet genoten termijnen van rente de bepalingen van Hoofdstuk II, afdeling 3, Wet op de inkomstenbelasting 1964 van toepassing blijven. In dit hoofdstuk is zowel de heffingsgrondslag als het genietingsmoment geregeld.
|
||||
|
||||
F heeft een vordering op zijn BV, genaamd F BV. Jaarlijks wordt er een zakelijke rente berekend, verschuldigd per 31 december van elk jaar. In het jaar 1996 komen F en F BV echter overeen de rente over het jaar 1996 uit te stellen tot 31 december 2006. De uitgestelde rentetermijn is renteloos en niet opeisbaar. De vordering bedraagt per 31 december 2000 € 500.000.
|
||||
|
||||
De vordering van € 500.000 wordt aangemerkt als een schuldvordering in de zin van artikel 3.92, tweede lid, onderdeel a, onder 1° van de Wet IB 2001. Deze vordering wordt op basis van onderdeel AJ, vijfde lid van de Invoeringswet Wet IB 2001 op de openingsbalans te boek gesteld op de oorspronkelijke verkrijgingsprijs.
|
||||
|
||||
De vordering uitgestelde rente daarentegen wordt niet aangemerkt als een schuldvordering in de zin van artikel 3.92, tweede lid, onderdeel a, onder 1° van de Wet IB 2001. De rente wordt in december 2006 in aanmerking genomen.
|
||||
|
||||
##### 15.3.2. Nader uitstel uitgestelde rente
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
Indien partijen in de loop van het jaar waarin de uitstelperiode afloopt verder uitstel overeenkomen, dan zijn de fiscale gevolgen als volgt. De renteloze en niet opeisbare vordering uitgestelde rente wordt omgezet in een andere renteloze en niet-opeisbare vordering. Deze omzetting kan worden gekwalificeerd als een beschikkingshandeling in de zin van artikel 33, eerste lid, onderdeel a van de Wet op de Inkomstenbelasting 1964 juncto artikel I, onderdeel AKa, eerste lid van de Invoeringswet Wet IB 2001, zie onder andere Hoge Raad 14 maart 2003, nr. 37 803, BNB 2003/199.
|
||||
|
||||
Vanaf 31 december 2006, het moment waarop de vordering uitgestelde rente wordt geacht te zijn genoten in de zin van artikel 33 Wet IB 1964, ontstaat een (nieuwe) vordering in de zin van artikel 3.92 van de Wet IB 2001. Deze vordering volgt de normale regels van het resultaat uit overige werkzaamheden. Vanaf 1 januari 2007 wordt een zakelijke rentevergoeding over de vordering tot het resultaat gerekend.
|
||||
|
||||
#### 15.4. Uitgesteld salaris, rangorderegeling loon en resultaat uit overige werkzaamheden
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue