diff --git a/amvb/uitvoeringsbesluit-motorrijtuigenbelasting-1994/BWBR0007311/README.md b/amvb/uitvoeringsbesluit-motorrijtuigenbelasting-1994/BWBR0007311/README.md index c7ef650951a..278d9589579 100644 --- a/amvb/uitvoeringsbesluit-motorrijtuigenbelasting-1994/BWBR0007311/README.md +++ b/amvb/uitvoeringsbesluit-motorrijtuigenbelasting-1994/BWBR0007311/README.md @@ -14,7 +14,7 @@ citeertitel: Uitvoeringsbesluit motorrijtuigenbelasting 1994 ### Artikel 1 -Dit besluit geeft uitvoering aan de artikelen 1, tweede lid, 4, 19, eerste lid, 22, tweede en derde lid, 24a, 25b, 30, derde en vierde lid, 37b, derde lid en vierde lid, onderdeel b, 37c, tweede lid, 50, tweede lid, 71, tweede lid, 72, eerste lid, 73 en 74, eerste lid, van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 en artikel 37 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. +Dit besluit geeft uitvoering aan de artikelen 1, tweede lid, 4, 19, eerste lid, 22, tweede en derde lid, 23a, eerste lid, 24a, 25b, 30, derde en vierde lid, 37b, derde lid en vierde lid, onderdeel b, 37c, tweede lid, 50, tweede lid, 71, tweede lid, 72, eerste lid, 73 en 74, eerste lid, van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 en artikel 37 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. ### Artikel 2 @@ -63,6 +63,34 @@ c. de datum waarop die installatie is ingebouwd in het motorrijtuig. **3.** De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking. +### Artikel 5aa + +**1.** + +Artikel 23a, eerste lid, van de wet vindt toepassing indien de personenauto een ruimte heeft, gesitueerd achter de zitplaatsen voor de bestuurder en de bijrijder, die een rechthoekig blok kan bevatten van ten minste 170 cm hoogte over een lengte van ten minste 200 cm en over een breedte van ten minste 90 cm en is voorzien van: + +– minimaal twee vaste zitplaatsen; +– een tafel; +– slaapaccommodatie voor twee of meer personen, eventueel gecreëerd met behulp van de zitplaatsen, niet zijnde de zitplaatsen voor de bestuurder en de bijrijder; +– vaste en afsluitbare opbergfaciliteiten; en +– een vast keukenblok met een minimale hoogte van het werkblad van ten minste 60 cm, voorzien van een ingebouwde uitneembare watervoorziening met een spoelbak, een kraan en een afvoer, het geheel bestemd voor gebruik in de binnenruimte. + +Artikel 23a, eerste lid, van de wet vindt mede toepassing, indien in afwijking van het hiervoor bepaalde de binnenruimte van de personenauto af fabriek geen hoogte van 170 cm maar wel van ten minste 130 cm heeft, en het dak is voorzien van een al dan niet uitklapbare, permanent aangebrachte gesloten dakconstructie waardoor de hoogte over een breedte van ten minste 90 cm en een lengte van 100 cm verhoogd kan worden tot ten minste 170 cm. + +**2.** De toepassing van artikel 23a van de wet vindt plaats op verzoek. + +**3.** Het verzoek wordt bij de inspecteur ingediend voor de aanvang van het tijdvak. + +**4.** Bij het verzoek worden bescheiden overgelegd waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de in het eerste lid gestelde voorwaarden, alsmede een opgave van het kenteken van de personenauto. + +**5.** Bij het verzoek wordt een verklaring overgelegd dat indien niet meer wordt voldaan aan de in het eerste lid gestelde voorwaarden de inspecteur daarvan in kennis zal worden gesteld. + +**6.** De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking. Tenzij in de beschikking anders is bepaald, werkt deze terug tot op het tijdstip waarop het verzoek is ingediend. + +**7.** Indien aan de in het eerste lid bedoelde voorwaarden niet langer wordt voldaan, trekt de inspecteur de beschikking in. De intrekking geschiedt bij voor bezwaar vatbare beschikking. + +**8.** Indien degene aan wie de beschikking is verleend niet voldoet aan de verplichting, bedoeld in het vijfde lid, wordt de beschikking geacht te zijn vervallen op het tijdstip waarop aan de in het eerste lid gestelde voorwaarden niet meer wordt voldaan. + ### Artikel 5a **1.** Ten behoeve van eenzelfde gehandicapte vindt artikel 24a van de wet toepassing voor één bestelauto. @@ -110,34 +138,24 @@ b. de bestelauto uitsluitend wordt gebruikt voor het in artikel 24a, eerste lid, Artikel 30 van de wet vindt toepassing voor -a. een kampeerauto: - -1°. indien de kampeerauto een ruimte heeft, gesitueerd achter de zitplaatsen voor de bestuurder en de bijrijder, die een rechthoekig blok kan bevatten van ten minste 170 cm hoogte over een lengte van ten minste 200 cm en over een breedte van ten minste 90 cm en is voorzien van: - -– minimaal twee vaste zitplaatsen; -– een tafel; -– slaapaccommodatie voor twee of meer personen, eventueel met behulp van de zitplaatsen, niet zijnde de zitplaatsen voor de bestuurder en de bijrijder, gecreëerd; -– vaste en afsluitbare opbergfaciliteiten; en -– een vast keukenblok met een minimale hoogte van het werkblad van ten minste 60 cm, voorzien van een ingebouwde uitneembare watervoorziening met een spoelbak, een kraan en een afvoer, het geheel bestemd voor gebruik in de binnenruimte; of -2°. indien in afwijking van het hiervoor bepaalde de binnenruimte van de kampeerauto af fabriek geen hoogte van 170 cm maar wel ten minste 130 cm heeft, en het dak voorzien is van een al dan niet uitklapbare, permanent aangebrachte gesloten dakconstructie waardoor de hoogte over een breedte van ten minste 90 cm en een lengte van 100 cm verhoogd kan worden tot ten minste 170 cm. -b. een motorrijtuig dat in de uitoefening van een bedrijf, niet zijnde een lease- of verhuurbedrijf van motorrijtuigen, wordt gebruikt als reserve-motorrijtuig: indien het motorrijtuig een toegestane maximum massa heeft van ten hoogste 11.000 kg dan wel de richtlijn niet op het motorrijtuig van toepassing is, het motorrijtuig beschikbaar wordt gehouden voor vervanging van motorrijtuigen van dezelfde soort in gevallen van noodzakelijk herstel of onderhoud van die motorrijtuigen of van plotseling optredende bedrijfsdrukte en daarmee uitsluitend in deze gevallen niet meer dan zestig dagen gedurende de vier aaneengesloten tijdvakken waarover belasting wordt betaald gebruik van de weg wordt gemaakt; -c. een motorrijtuig dat wordt gebruikt voor het vervoer van kermis- of circusbenodigdheden: indien het motorrijtuig wordt gehouden door een kermis- of circusexploitant, uitsluitend als zodanig wordt gebruikt en daarmee niet meer dan zestig dagen gedurende de vier aaneengesloten tijdvakken waarover belasting wordt betaald gebruik van de weg wordt gemaakt; -d. een motorrijtuig dat is ingericht als werktuig: indien het motorrijtuig als zodanig uiterlijk herkenbaar is, het als zodanig wordt gebruikt op vaste plaatsen en daarmee niet meer dan zestig dagen gedurende de vier aaneengesloten tijdvakken waarover belasting wordt betaald van de weg gebruik wordt gemaakt en het gebruik uitsluitend dient voor de verplaatsing naar een andere werkplek; -e. een motorrijtuig dat is ingericht als werkplaats: indien het motorrijtuig is voorzien van een laadruimte waarin permanent een werkbank is aangebracht, het met het oog op de te verrichten werkzaamheden noodzakelijke gereedschap permanent daarin aanwezig is, het motorrijtuig uitsluitend als zodanig wordt gebruikt en daarmee niet meer dan zestig dagen gedurende de vier aaneengesloten tijdvakken waarover belasting wordt betaald van de weg gebruik wordt gemaakt en het gebruik uitsluitend dient voor de verplaatsing naar een andere werkplek; -f. een motorrijtuig dat wordt gebruikt als verhuiswagen: indien het motorrijtuig een toegestane maximum massa heeft van ten hoogste 11.000 kg, wordt gehouden door een verhuisondernemer, uitsluitend als zodanig wordt gebruikt en daarmee niet meer dan zestig dagen gedurende de vier aaneengesloten tijdvakken waarover belasting wordt betaald gebruik van de weg wordt gemaakt; -g. een motorrijtuig dat is ingericht voor bijzondere, niet geregeld voorkomende transporten: indien aan de hand van bescheiden wordt aangetoond dat het motorrijtuig als zodanig is ingericht en daarmee niet meer dan zestig dagen gedurende de vier aaneengesloten tijdvakken waarover de belasting wordt betaald gebruik van de weg wordt gemaakt; -h. een motorrijtuig dat is ingericht voor het vervoer van paarden: indien het motorrijtuig uitsluitend niet-beroepsmatig ten behoeve van de paardensport wordt gebruikt, de houder van het motorrijtuig een verklaring overlegt waaruit dit blijkt en met het motorrijtuig niet meer dan zestig dagen gedurende de vier aaneengesloten tijdvakken waarover belasting wordt betaald gebruik van de weg wordt gemaakt. +a. een motorrijtuig dat in de uitoefening van een bedrijf, niet zijnde een lease- of verhuurbedrijf van motorrijtuigen, wordt gebruikt als reserve-motorrijtuig: indien het motorrijtuig een toegestane maximum massa heeft van ten hoogste 11.000 kg dan wel de richtlijn niet op het motorrijtuig van toepassing is, het motorrijtuig beschikbaar wordt gehouden voor vervanging van motorrijtuigen van dezelfde soort in gevallen van noodzakelijk herstel of onderhoud van die motorrijtuigen of van plotseling optredende bedrijfsdrukte en daarmee uitsluitend in deze gevallen niet meer dan zestig dagen gedurende de vier aaneengesloten tijdvakken waarover belasting wordt betaald gebruik van de weg wordt gemaakt; +b. een motorrijtuig dat wordt gebruikt voor het vervoer van kermis- of circusbenodigdheden: indien het motorrijtuig wordt gehouden door een kermis- of circusexploitant, uitsluitend als zodanig wordt gebruikt en daarmee niet meer dan zestig dagen gedurende de vier aaneengesloten tijdvakken waarover belasting wordt betaald gebruik van de weg wordt gemaakt; +c. een motorrijtuig dat is ingericht als werktuig: indien het motorrijtuig als zodanig uiterlijk herkenbaar is, het als zodanig wordt gebruikt op vaste plaatsen en daarmee niet meer dan zestig dagen gedurende de vier aaneengesloten tijdvakken waarover belasting wordt betaald van de weg gebruik wordt gemaakt en het gebruik uitsluitend dient voor de verplaatsing naar een andere werkplek; +d. een motorrijtuig dat is ingericht als werkplaats: indien het motorrijtuig is voorzien van een laadruimte waarin permanent een werkbank is aangebracht, het met het oog op de te verrichten werkzaamheden noodzakelijke gereedschap permanent daarin aanwezig is, het motorrijtuig uitsluitend als zodanig wordt gebruikt en daarmee niet meer dan zestig dagen gedurende de vier aaneengesloten tijdvakken waarover belasting wordt betaald van de weg gebruik wordt gemaakt en het gebruik uitsluitend dient voor de verplaatsing naar een andere werkplek; +e. een motorrijtuig dat wordt gebruikt als verhuiswagen: indien het motorrijtuig een toegestane maximum massa heeft van ten hoogste 11.000 kg, wordt gehouden door een verhuisondernemer, uitsluitend als zodanig wordt gebruikt en daarmee niet meer dan zestig dagen gedurende de vier aaneengesloten tijdvakken waarover belasting wordt betaald gebruik van de weg wordt gemaakt; +f. een motorrijtuig dat is ingericht voor bijzondere, niet geregeld voorkomende transporten: indien aan de hand van bescheiden wordt aangetoond dat het motorrijtuig als zodanig is ingericht en daarmee niet meer dan zestig dagen gedurende de vier aaneengesloten tijdvakken waarover de belasting wordt betaald gebruik van de weg wordt gemaakt; +g. een motorrijtuig dat is ingericht voor het vervoer van paarden: indien het motorrijtuig uitsluitend niet-beroepsmatig ten behoeve van de paardensport wordt gebruikt, de houder van het motorrijtuig een verklaring overlegt waaruit dit blijkt en met het motorrijtuig niet meer dan zestig dagen gedurende de vier aaneengesloten tijdvakken waarover belasting wordt betaald gebruik van de weg wordt gemaakt. **2.** -Voor de toepassing van het eerste lid, aanhef en onderdeel b, komen in aanmerking: +Voor de toepassing van het eerste lid, aanhef en onderdeel a, komen in aanmerking: - één motorrijtuig op een wagenpark van meer dan drie motorrijtuigen van dezelfde soort; - twee motorrijtuigen op een wagenpark van meer dan negen motorrijtuigen van dezelfde soort; - drie motorrijtuigen op een wagenpark van meer dan vierentwintig motorrijtuigen van dezelfde soort; - vier motorrijtuigen op een wagenpark van meer dan negenenveertig motorrijtuigen van dezelfde soort en vervolgens één motorrijtuig op elke vijftig motorrijtuigen van dezelfde soort. -**3.** De toepassing van artikel 30, eerste en tweede lid, van de wet vindt plaats op verzoek. +**3.** De toepassing van artikel 30, eerste lid, van de wet vindt plaats op verzoek. **4.** Het verzoek wordt bij de inspecteur ingediend voor de aanvang van de vier aaneengesloten tijdvakken waarover de belasting wordt betaald.