2020-01-01 | BWBR0033783 | Verordening op de kostenvergoedingen
This commit is contained in:
parent
ac1e31813a
commit
8905719457
1 changed files with 18 additions and 8 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Verordening op de kostenvergoedingen
|
|||
bwb_id: BWBR0033783
|
||||
type: pbo
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2017-07-01'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2020-01-01'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0033783
|
||||
citeertitel: Verordening op de kostenvergoedingen
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -18,9 +18,9 @@ citeertitel: Verordening op de kostenvergoedingen
|
|||
|
||||
De vergoeding, bedoeld in het eerste lid bedraagt op jaarbasis voor:
|
||||
|
||||
– de voorzitter van het bestuur € 72.100,–;
|
||||
– de plaatsvervangend voorzitter van het bestuur € 36.050,–; bij vervanging van de voorzitter voor een langere termijn dan één maand ontvangt de plaatsvervangend voorzitter voor de volledige vervangingsperiode naar rato de vergoeding toekomende aan de voorzitter in plaats van de vergoeding voor de plaatsvervangend voorzitter;
|
||||
– de overige leden van het bestuur € 8.650,–.
|
||||
– de voorzitter van het bestuur € 72.100,–;
|
||||
– de plaatsvervangend voorzitter van het bestuur € 36.050,–; bij vervanging van de voorzitter voor een langere termijn dan één maand ontvangt de plaatsvervangend voorzitter voor de volledige vervangingsperiode naar rato de vergoeding toekomende aan de voorzitter in plaats van de vergoeding voor de plaatsvervangend voorzitter;
|
||||
– de overige leden van het bestuur € 8.650,–.
|
||||
|
||||
**3.** Een lid van het bestuur heeft niet langer recht op een vaste vergoeding indien en voor zover het lid langer dan drie maanden niet betrokken is geweest bij de uitoefening van de taak van het bestuur, tenzij van het lid in de bedoelde periode geen betrokkenheid is verlangd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -48,7 +48,7 @@ Een lid van het bestuur heeft recht op een vergoeding van reistijdkosten voor he
|
|||
|
||||
### Artikel 2b
|
||||
|
||||
**1.** Het presentiegeld bedraagt € 285,– per dagdeel en ten hoogste € 570,– per dag.
|
||||
**1.** Het presentiegeld bedraagt € 285,– per dagdeel en ten hoogste € 570,– per dag.
|
||||
|
||||
**2.** Een dagdeel omvat een tijdsperiode van vier uur.
|
||||
|
||||
|
|
@ -56,7 +56,7 @@ Een lid van het bestuur heeft recht op een vergoeding van reistijdkosten voor he
|
|||
|
||||
**4.** Parkeer-, tol- en veergelden en vergoedingen voor reiskosten worden geacht te zijn begrepen in de vergoedingen bedoeld in het eerste en derde lid.
|
||||
|
||||
**5.** In afwijking van het eerste lid bedraagt het presentiegeld voor deelname aan een telefonische vergadering of een vergadering via elektronische weg € 90,– per vergadering.
|
||||
**5.** In afwijking van het eerste lid bedraagt het presentiegeld voor deelname aan een telefonische vergadering of een vergadering via elektronische weg € 90,– per vergadering.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
|
|
@ -70,10 +70,20 @@ Als verblijfkosten worden vergoed de werkelijk gemaakte kosten voor consumpties,
|
|||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
**1.** Declaraties voor vergoedingen als bedoeld in artikel 2, artikel 2a en artikel 4 moeten uiterlijk binnen één maand na afloop van het kwartaal waarin deze kosten zijn gemaakt bij het bureau van de NBA worden ingediend.
|
||||
**1.** Declaraties voor vergoedingen als bedoeld in artikel 2, artikel 2a en artikel 4 moeten uiterlijk binnen één maand na afloop van het kwartaal waarin deze kosten zijn gemaakt bij het bureau van de NBA worden ingediend.
|
||||
|
||||
**2.** Het bestuur kan verlangen dat aan hem bewijsstukken worden overgelegd waaruit de juistheid van de ingediende declaratie blijkt.
|
||||
|
||||
### Artikel 5a
|
||||
|
||||
**1.** De bedragen, genoemd in deze verordening, worden met ingang van 1 januari 2020 ieder jaar per 1 januari aangepast overeenkomstig de ontwikkeling van de consumentenprijsindex voor het kalenderjaar waarop de aanpassing betrekking heeft ten opzichte van deze index in het voorafgaande jaar.
|
||||
|
||||
**2.** De ontwikkeling van de consumentenprijsindex, bedoeld in het vorige lid, is de ontwikkeling van de geharmoniseerde consumentenprijsindex zoals deze blijkt uit de door het Centraal Planbureau, bedoeld in artikel 2, eerste lid van de Wet voorbereiding van de vaststelling van een Centraal Economisch Plan, laatst uitgebrachte publicatie voor 1 april van het jaar dat vooraf gaat aan het jaar waarop de aanpassing, bedoeld in het vorige lid betrekking heeft.
|
||||
|
||||
**3.** De bedragen die voor enig jaar volgen uit de toepassing van het eerste lid, worden daarna naar boven afgerond op gehele euro’s nauwkeurig met uitzondering van het tarief, genoemd in artikel 2b, derde lid, welk tarief naar boven wordt afgerond op gehele eurocenten nauwkeurig.
|
||||
|
||||
**4.** Het bestuur maakt ieder jaar zo spoedig mogelijk na 1 april de bedragen bekend die voortvloeien uit de toepassing van het eerste tot en met het derde lid en vermeldt daarbij tevens de publicatie, bedoeld in het tweede lid, die aan de toepassing van deze leden ten grondslag is gelegd.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
De Verordening op de kostenvergoedingen 2013 (Stcrt. 2012, 16005) wordt ingetrokken.
|
||||
|
|
@ -82,6 +92,6 @@ De Verordening op de kostenvergoedingen (laatstelijk Stcrt. 2012, 16169) wordt i
|
|||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
**1.** Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2014.
|
||||
**1.** Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2014.
|
||||
|
||||
**2.** Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op de kostenvergoedingen.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue