2017-04-01 | BWBR0024096 | Leidraad Invordering 2008
This commit is contained in:
parent
64e9efd8dc
commit
89284803d1
1 changed files with 30 additions and 14 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Leidraad Invordering 2008
|
|||
bwb_id: BWBR0024096
|
||||
type: beleidsregel
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2015-12-15'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2017-03-17'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0024096
|
||||
citeertitel: Leidraad Invordering 2008
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -2061,7 +2061,7 @@ Naast het aanwezige vermogen speelt bij de beoordeling van de financiële omstan
|
|||
|
||||
Bij de berekening van de betalingscapaciteit gaat de ontvanger met betrekking tot de huur- en hypotheekverplichtingen voor de woning waarin de belastingschuldige feitelijk verblijft uit van de werkelijke uitgaven.
|
||||
|
||||
De betalingscapaciteit bestaat uit het netto besteedbaar inkomen na aftrek van het normbedrag voor levensonderhoud. Voor de betalingsregeling eist de ontvanger 80% van de betalingscapaciteit op. Voor een belastingschuldige die in het buitenland woont, past de ontvanger op de hiervoor bedoelde betalingscapaciteit het percentage toe dat in artikel 1 van de Regeling woonlandbeginsel in de sociale zekerheid 2012 en de bijlage bij die regeling is opgenomen voor het woonland van de belastingschuldige. Eventuele periodieke inkomsten die de belastingschuldige uit zijn woonland geniet, telt de ontvanger op bij de aldus berekende betalingscapaciteit.
|
||||
De betalingscapaciteit bestaat uit het netto besteedbaar inkomen na aftrek van het normbedrag voor levensonderhoud. Voor de betalingsregeling eist de ontvanger 80% van de betalingscapaciteit op. Voor een belastingschuldige die in het buitenland woont, past de ontvanger op het normbedrag voor levensonderhoud eerst het percentage toe dat in artikel 1 van de Regeling woonlandbeginsel in de sociale zekerheid 2012 en de bijlage bij die regeling is opgenomen voor het woonland van de belastingschuldige. Eventuele periodieke inkomsten die de belastingschuldige uit zijn woonland geniet, telt de ontvanger op bij de aldus berekende betalingscapaciteit.
|
||||
|
||||
#### 25.5.7. Berekening betalingscapaciteit – bijzondere uitgaven
|
||||
|
||||
|
|
@ -2417,7 +2417,7 @@ Van de kunstenaar die in het voorafgaande kalenderjaar geen Wik-uitkering heeft
|
|||
|
||||
#### 26.2.19. Normpremie ziektekostenverzekering begrepen in de bijstandsuitkering
|
||||
|
||||
De normpremie, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de zorgtoeslag, voor zover is begrepen in de bijstandsnorm, bedraagt voor een alleenstaande of een alleenstaande ouder € 39 per maand en voor echtgenoten € 86 per maand.
|
||||
De normpremie, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de zorgtoeslag, voor zover is begrepen in de bijstandsnorm, bedraagt voor een alleenstaande of een alleenstaande ouder € 39 per maand en voor echtgenoten € 85 per maand.
|
||||
|
||||
#### 26.2.20. Onderhoud gezinsleden in het buitenland
|
||||
|
||||
|
|
@ -3532,16 +3532,11 @@ In artikel 2, eerste lid, onderdeel g, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1
|
|||
|
||||
## 36a. Aansprakelijkheid bestuurder voor vennootschapsbelasting
|
||||
|
||||
In aansluiting op artikel 36a van de wet beschrijft dit artikel het beleid over de disculpatiemogelijkheid van de bestuurder.
|
||||
20171811730-03-201717-03-20172017-5727820171811730-03-201717-03-20172017-5727801-04-2017
|
||||
|
||||
### 36a.1. Disculpatiemogelijkheid bestuurder aansprakelijkheid vennootschapsbelasting
|
||||
|
||||
De bestuurder is niet aansprakelijk als hij bewijst dat:
|
||||
|
||||
– het niet aan hem is te wijten dat de onderhavige vennootschapsbelasting niet is voldaan; en
|
||||
– hij op het tijdstip waarop de niet-toegestane handeling met betrekking tot een pensioen- of vut-aanspraak dan wel de aanspraak op een stamrechtuitkering – die aanleiding heeft gegeven tot heffing van vennootschapsbelasting – plaatsvond, wist noch redelijkerwijze moest vermoeden dat de desbetreffende belasting niet zou kunnen worden voldaan.
|
||||
|
||||
Aan de tweede eis waaraan de bestuurder moet voldoen is in elk geval niet voldaan wanneer al ten tijde van de overeenkomst tot afkoop van de pensioenverplichting – met een aanzienlijke mate van waarschijnlijkheid – de afwikkeling van die overeenkomst tot gevolg zou hebben dat er voor de voldoening van de vennootschapsbelasting die ten gevolge van de afkoop verschuldigd wordt, geen of onvoldoende middelen beschikbaar zouden zijn.
|
||||
20171811730-03-201717-03-20172017-5727820171811730-03-201717-03-20172017-5727801-04-2017
|
||||
|
||||
## 36b. Aansprakelijkheid bestuurder voor aansprakelijkheidsschuld lichaam
|
||||
|
||||
|
|
@ -4065,9 +4060,26 @@ Het verstrekken van andere informatie dan hiervoor genoemd, is in strijd met de
|
|||
|
||||
Er zijn in deze leidraad op artikel 67a van de wet geen beleidsregels gemaakt.
|
||||
|
||||
## 68. tot en met 72
|
||||
## 68. tot en met 70cb
|
||||
|
||||
Er zijn in deze leidraad op de artikelen 68, 69, 70, 70a, 70aa, 70ba, 70c, 70d, 70e, 70ea, 70f, 71 en 72 van de wet geen beleidsregels gemaakt.
|
||||
Er zijn in deze leidraad op de artikelen 68, 69, 70, 70a, 70aa, 70ba, 70c, 70ca en 70cb van de wet geen beleidsregels gemaakt.
|
||||
|
||||
## 70cc. Overgangsrecht in verband met vervallen artikel 36a per 1 april 2017
|
||||
|
||||
In aansluiting op artikel 70cc van de wet beschrijft dit artikel het beleid over de disculpatiemogelijkheid van de bestuurder.
|
||||
|
||||
## 70cc.1. Disculpatiemogelijkheid aansprakelijkheid bestuurder voor vennootschapsbelasting tot 1 april 2017
|
||||
|
||||
Voor vennootschapsbelasting die een lichaam is verschuldigd op grond van het tot 1 april 2017 geldende artikel 23a van de Wet op de vennootschapsbelasting, is de bestuurder niet aansprakelijk als hij bewijst dat:
|
||||
|
||||
– het niet aan hem is te wijten dat de onderhavige vennootschapsbelasting niet is voldaan; en
|
||||
– hij op het tijdstip waarop de niet-toegestane handeling met betrekking tot een pensioen- of vut-aanspraak dan wel de aanspraak op een stamrechtuitkering plaatsvond die aanleiding heeft gegeven tot heffing van vennootschapsbelasting, niet wist of redelijkerwijze kon vermoeden dat de desbetreffende belasting niet zou kunnen worden voldaan.
|
||||
|
||||
Aan de tweede eis is in elk geval niet voldaan, wanneer de bestuurder ten tijde van het sluiten van de overeenkomst tot afkoop van deze verplichtingen met een aanzienlijke mate van waarschijnlijkheid kon voorzien dat de afwikkeling van die overeenkomst tot gevolg heeft dat er voor de voldoening van de ten gevolge van de afkoop verschuldigde vennootschapsbelasting geen of onvoldoende middelen beschikbaar zijn.
|
||||
|
||||
## 70d. tot en met 72
|
||||
|
||||
Er zijn in deze leidraad op de artikelen 70d, 70e, 70ea, 70f, 71 en 72 van de wet geen beleidsregels gemaakt.
|
||||
|
||||
## 73. Insolventieprocedures
|
||||
|
||||
|
|
@ -4314,7 +4326,7 @@ Als omzetting van een faillissement in een wettelijke schuldsaneringsregeling mo
|
|||
|
||||
Een schuldhulpverleningstraject vangt in het algemeen aan met een stabilisatie-overeenkomst tussen de schuldenaar en de schuldhulpverlener als hierna bedoeld in onderdeel b. Voor de toepassing van dit artikel wordt met een stabilisatie-overeenkomst gelijkgesteld een schriftelijke mededeling van de schuldhulpverlener waarin staat dat hij activiteiten ontplooit die erop gericht zijn de financiële situatie van de schuldenaar op korte termijn te stabiliseren.
|
||||
|
||||
Vanaf de ontvangst van een afschrift van de stabilisatie-overeenkomst neemt de ontvanger gedurende 120 dagen geen dwanginvorderingsmaatregelen. Lopende invorderingsmaatregelen schort de ontvanger op, zo nodig in overleg met de schuldhulpverlener. Daarnaast vindt verrekening alleen plaats met belastingteruggaven die (materieel) zijn ontstaan tot en met de dag waarop het afschrift van de stabilisatie-overeenkomst is ontvangen. Als zich bijzondere omstandigheden voordoen kan de schuldhulpverlener de voormelde termijn in overleg met de ontvanger met maximaal 120 dagen verlengen. Het in deze alinea beschreven terughoudende beleid geldt niet in situaties waarin op voorhand duidelijk is dat de belastingschuldige niet in aanmerking komt voor uitstel van betaling op basis van het hierna in dit artikel beschreven beleid. De ontvanger informeert de schudhulpverlener hierover.
|
||||
Vanaf de ontvangst van een afschrift van de stabilisatie-overeenkomst neemt de ontvanger gedurende 120 dagen geen dwanginvorderingsmaatregelen. Lopende invorderingsmaatregelen schort de ontvanger op, zo nodig in overleg met de schuldhulpverlener. Daarnaast vindt verrekening alleen plaats met belastingteruggaven die (materieel) zijn ontstaan tot en met de dag waarop het afschrift van de stabilisatie-overeenkomst is ontvangen. Als zich bijzondere omstandigheden voordoen kan de schuldhulpverlener de voormelde termijn in overleg met de ontvanger met maximaal 120 dagen verlengen. Het in deze alinea beschreven terughoudende beleid geldt niet in situaties waarin op voorhand duidelijk is dat de belastingschuldige niet in aanmerking komt voor uitstel van betaling op basis van het hierna in dit artikel beschreven beleid. De ontvanger informeert de schuldhulpverlener hierover.
|
||||
|
||||
De ontvanger verleent uitstel van betaling voor een periode van maximaal 36 maanden als:
|
||||
|
||||
|
|
@ -4454,6 +4466,8 @@ Indien een akkoord op grond van artikel 22a van de regeling niet mogelijk is, vi
|
|||
|
||||
### 73.7. Wettelijk breed moratorium
|
||||
|
||||
Gedurende een door de rechtbank afgekondigde afkoelingsperiode als bedoeld in artikel 5 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, schort de ontvanger lopende invorderingsmaatregelen op. Verrekeningen met belastingteruggaven vinden gedurende de afkoelingsperiode niet plaats, ongeacht de periode waarin die teruggaaf is ontstaan. De afkoelingsperiode is niet van invloed op een eventueel verleend uitstel van betaling of een voorwaardelijk verleende kwijtschelding. Hierop blijft het in deze leidraad opgenomen beleid op de artikelen 25 en 26 van de wet van toepassing. Gedurende de afkoelingsperiode schort de ontvanger de uitbetaling aan een derde op in verband met een executoriaal beslag op belastingteruggaven van de belastingschuldige.
|
||||
|
||||
## 74. Uitstel- en kwijtscheldingsfaciliteiten
|
||||
|
||||
Voor belastingaanslagen betreffende de inkomstenbelasting zijn in artikel 25 van de wet uitstelfaciliteiten opgenomen in het vierde, vijfde, zesde, achtste, negende, veertiende, zestiende, zeventiende en achttiende lid.
|
||||
|
|
@ -4970,10 +4984,12 @@ Zie voor toeslagschulden na de toepassing van de WSNP of MSNP de artikelen 73.2.
|
|||
|
||||
### 79.4. Minnelijke schuldsaneringsregeling en toeslagschuld
|
||||
|
||||
Voor een toeslagschuld geldt dat het invorderingsbeleid voor belastingschulden zoals dat is verwoord in artikel 73.5 van deze leidraad overeenkomstig wordt toepast. In aanvulling op artikel 73.5.2, vijfde volzin, en artikel 73.5.3, laatste volzin, geldt dat een verrekening van een voorschot ter zake van toeslagen, die in termijnen behoort te worden uitbetaald, moet worden teruggedraaid voor zover die verrekening betrekking heeft op de voorschottermijnen die verstrijken na de ontvangst van het afschrift van de stabilisatie-overeenkomst of van de schriftelijke mededeling als bedoeld in artikel 73.5.2, tweede volzin. Dit geldt ook als sprake is van een verrekening met termijnbedragen ingevolge een betalingsregeling als bedoeld in de artikelen 79.7 en 79.8.
|
||||
Voor een toeslagschuld geldt dat het invorderingsbeleid voor belastingschulden zoals dat is verwoord in artikel 73.5 van deze leidraad overeenkomstig wordt toepast. In aanvulling op artikel 73.5.1, vijfde volzin, en artikel 73.5.3, laatste volzin, geldt dat een verrekening van een voorschot ter zake van toeslagen, die in termijnen behoort te worden uitbetaald, moet worden teruggedraaid voor zover die verrekening betrekking heeft op de voorschottermijnen die verstrijken na de ontvangst van het afschrift van de stabilisatie-overeenkomst of van de schriftelijke mededeling als bedoeld in artikel 73.5.1, tweede volzin. Dit geldt ook als sprake is van een verrekening met termijnbedragen ingevolge een betalingsregeling als bedoeld in de artikelen 79.7 en 79.8.
|
||||
|
||||
### 79.4a. Wettelijk breed moratorium
|
||||
|
||||
Gedurende een door de rechtbank afgekondigde afkoelingsperiode als bedoeld in artikel 5 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, schort de ontvanger lopende invorderingsmaatregelen op. Verrekeningen met uit te betalen toeslagen vinden gedurende de afkoelingsperiode niet plaats, ongeacht de periode waarop de toeslag betrekking heeft. De afkoelingsperiode is niet van invloed op een eventueel verleende betalingsregeling. Hierop blijft het in de artikelen 79.7 en 79.8 van deze leidraad opgenomen beleid van toepassing. Gedurende de afkoelingsperiode schort de Belastingdienst/Toeslagen de uitbetaling aan een derde op grond van een executoriaal beslag op uit te betalen toeslagen van de belanghebbende op.
|
||||
|
||||
### 79.5. Verrekening en toeslagschuld
|
||||
|
||||
Een toeslagschuld kan worden verrekend met een aan dezelfde belanghebbende uit te betalen teruggaaf die voortvloeit uit een aanslag of voorlopige aanslag inkomstenbelasting. Van deze bevoegdheid zal alleen gebruik worden gemaakt als de ontvanger de belastingteruggaaf niet met belastingschulden wil verrekenen.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue