2009-12-23 | BWBR0006743 | Rechtspositiebesluit burgemeesters 1994
This commit is contained in:
parent
2c4956c1af
commit
8948c82901
1 changed files with 25 additions and 40 deletions
|
|
@ -16,7 +16,7 @@ citeertitel: Rechtspositiebesluit burgemeesters
|
|||
|
||||
In dit besluit en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken;
|
||||
a. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
|
||||
b. bezoldiging: het bedrag per maand, waarop een burgemeester met inachtneming van de artikelen 5 tot en met 14b en 17 van dit besluit aanspraak kan maken;
|
||||
c. het aantal inwoners van een gemeente: het aantal inwoners volgens de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers per 1 januari;
|
||||
d. de commissaris: de commissaris van de Koning in de provincie waarin de gemeente is gelegen;
|
||||
|
|
@ -47,17 +47,15 @@ De gemeenten worden ten behoeve van de vaststelling van de bezoldiging van de bu
|
|||
|
||||
| Klasse | Aantal inwoners |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| 1 | tot en met 2 000 |
|
||||
| 2 | 2 001– 4 000 |
|
||||
| 3 | 4 001– 8 000 |
|
||||
| 4 | 8 001– 14 000 |
|
||||
| 5 | 14 001– 24 000 |
|
||||
| 6 | 24 001– 40 000 |
|
||||
| 7 | 40 001– 60 000 |
|
||||
| 8 | 60 001–100 000 |
|
||||
| 9 | 100 001–150 000 |
|
||||
| 10 | 150 001–375 000 |
|
||||
| 11 | 375 001 en meer |
|
||||
| 1 | Tot en met 8.000 |
|
||||
| 2 | 8.001–14.000 |
|
||||
| 3 | 14.001–24.000 |
|
||||
| 4 | 24.001–40.000 |
|
||||
| 5 | 40.001–60.000 |
|
||||
| 6 | 60.001–100.000 |
|
||||
| 7 | 100.001–150.000 |
|
||||
| 8 | 150.001–375.000 |
|
||||
| 9 | 375.001 en meer |
|
||||
|
||||
**2.** Indien in gemeenten het ambt van burgemeester door dezelfde persoon wordt vervuld, worden deze gemeenten voor de indeling in een inwonersklasse als één gemeente aangemerkt waarbij de inwoners van de gemeenten worden samengeteld.
|
||||
|
||||
|
|
@ -88,7 +86,7 @@ b. de dag voorafgaande aan een wijziging van de gemeentelijke indeling waarbij z
|
|||
|
||||
**1.** De bezoldiging van de burgemeester wordt bepaald overeenkomstig de tabel in bijlage I bij dit besluit.
|
||||
|
||||
**2.** De bezoldiging van de burgemeester van meer dan één gemeente wordt bepaald overeenkomstig de tabel in bijlage I bij dit besluit met dien verstande dat wordt uitgegaan van de bezoldigingsschaal van de eerstvolgende hogere inwonersklasse.
|
||||
**2.** De bezoldiging van de burgemeester van meer dan één gemeente wordt bepaald overeenkomstig de tabel in bijlage I bij dit besluit met dien verstande dat wordt uitgegaan van de bezoldiging behorende bij de eerstvolgende hogere inwonersklasse.
|
||||
|
||||
**3.** Als de bezoldiging van het personeel in de sector Rijk wijziging ondergaat, worden de bedragen genoemd in de bijlage bij ministeriële regeling overeenkomstig gewijzigd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -98,15 +96,7 @@ b. de dag voorafgaande aan een wijziging van de gemeentelijke indeling waarbij z
|
|||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
**1.** De aanspraak op de bezoldiging begint op de dag dat de benoeming ingaat en eindigt met ingang van de dag waarop het ontslag ingaat of met ingang van de dag volgend op die van het overlijden.
|
||||
|
||||
**2.** Bij benoeming wordt de bezoldiging bepaald op het bedrag onmiddellijk gelegen boven de tot dusver genoten bezoldiging of het inkomen dat daarmee gelijk kan worden gesteld. Het maximum van de desbetreffende bezoldigingsschaal wordt niet overschreden.
|
||||
|
||||
**3.** Bij benoeming tot burgemeester van een andere gemeente kan, indien na de laatste periodieke verhoging in de vorige gemeente tenminste zes maanden zijn verstreken, de bezoldiging worden bepaald op het bedrag onmiddellijk gelegen boven het bedrag, bedoeld in het tweede lid. Het maximum van de desbetreffende bezoldigingsschaal wordt niet overschreden.
|
||||
|
||||
**4.** De bezoldiging wordt periodiek verhoogd tot het naasthogere bedrag. Deze verhoging geschiedt voor de eerste maal met ingang van de eerste dag van de maand, waarin sinds de benoeming een jaar is verstreken en vervolgens telkens na een jaar.
|
||||
|
||||
**5.** Onze Minister kan in bijzondere gevallen, de commissaris gehoord, de bezoldiging op een hoger bedrag van de bezoldigingsschaal vaststellen.
|
||||
De aanspraak op de bezoldiging begint op de dag dat de benoeming ingaat en eindigt met ingang van de dag waarop het ontslag ingaat of met ingang van de dag volgend op die van het overlijden.
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
|
|
@ -114,7 +104,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
Indien een gemeente door toeneming van het aantal inwoners of op grond van een besluit als bedoeld in artikel 7, wordt ingedeeld in een hogere inwonersklasse, wordt de bezoldiging van de burgemeester, onverminderd de toepassing van artikel 9, vierde lid, bepaald in de desbetreffende bezoldigingsschaal op het bedrag onmiddellijk gelegen boven de tot dusver genoten bezoldiging.
|
||||
Indien een gemeente door toename van het aantal inwoners of op grond van een besluit als bedoeld in artikel 7 wordt ingedeeld in een hogere inwonersklasse, wordt de bezoldiging van de burgemeester overeenkomstig de tabel in bijlage I aangepast.
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
|
|
@ -122,7 +112,7 @@ De overgang van een gemeente naar een lagere klasse als bedoeld in artikel 6, tw
|
|||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
Met ingang van de eerste dag van de maand waarin de burgemeester de 55-jarige leeftijd bereikt, dan wel, indien en zodra de burgemeester - hetzij bij indiensttreding, hetzij bij overgang van de gemeente naar een hogere klasse - deze leeftijd heeft bereikt, geniet de burgemeester de maximumbezoldiging voor de klasse waarin de gemeente is of wordt ingedeeld.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
|
|
@ -130,21 +120,21 @@ Wanneer dezelfde persoon burgemeester is van meer dan één gemeente komen de be
|
|||
|
||||
### Artikel 14a
|
||||
|
||||
**1.** Een burgemeester die in een gemeente het maximum van de desbetreffende bezoldigingsschaal heeft bereikt en benoemd wordt tot burgemeester van een andere gemeente, ontvangt indien die andere gemeente in een gelijke inwonersklasse is geplaatst, een toelage op de bezoldiging.
|
||||
**1.** Een burgemeester die benoemd wordt tot burgemeester van een andere gemeente, ontvangt indien die andere gemeente in een gelijke inwonersklasse is geplaatst, een toelage op de bezoldiging.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De toelage komt ten laste van de gemeente en bedraagt:
|
||||
|
||||
a. gedurende het eerste en tweede jaar na de benoeming het verschil tussen het maximum van de desbetreffende bezoldigingsschaal en het naasthogere bedrag van de bezoldigingsschaal van de eerstvolgende hogere klasse;
|
||||
b. gedurende het derde en vierde jaar na de benoeming het verschil tussen het maximum van de desbetreffende bezoldigingsschaal en het bedrag voorafgaand aan het maximum van de bezoldigingsschaal van de eerstvolgende hogere klasse;
|
||||
c. gedurende de volgende jaren het verschil tussen het maximum van de desbetreffende bezoldigingsschaal en het maximum van de bezoldigingsschaal van de eerstvolgende hogere klasse.
|
||||
a. gedurende het eerste en tweede jaar na de benoeming eenderde van het verschil tussen de bezoldiging behorende bij de inwonersklasse waarin de gemeente is ingedeeld en de bezoldiging behorende bij de eerstvolgende hogere inkomensklasse;
|
||||
b. gedurende het derde en vierde jaar na de benoeming tweederde van het verschil tussen de bezoldiging behorende bij de inwonersklasse waarin de gemeente is ingedeeld en de bezoldiging behorende bij de eerstvolgende hogere inkomensklasse;
|
||||
c. gedurende de volgende jaren het verschil tussen de bezoldiging behorende bij de inwonersklasse waarin de gemeente is ingedeeld en de bezoldiging behorende bij de eerstvolgende hogere inkomensklasse.
|
||||
|
||||
**3.** De burgemeester behoudt aanspraak op de toelage zolang hij het ambt vervult in een gemeente van een gelijke inwonersklasse als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de burgemeester het ambt vervult in een gemeente als bedoeld in artikel 7, behoudt hij de toelage na afloop van het tijdvak, bedoeld in dat artikel.
|
||||
|
||||
**5.** De toelage wordt voor de toepassing van de artikelen 9, 11, 12, 15 en 15*a* gerekend tot de bezoldiging. Bij de toepassing van artikel 11 wordt het maximum van de desbetreffende bezoldigingsschaal niet overschreden.
|
||||
**5.** De toelage wordt voor de toepassing van de artikelen 9, 11, 12, 15 en 15a gerekend tot de bezoldiging.
|
||||
|
||||
### Artikel 14b
|
||||
|
||||
|
|
@ -176,10 +166,9 @@ De burgemeester ontvangt een ambtstoelage voor de aan de uitoefening van het amb
|
|||
|
||||
| Inwonersklasse als bedoeld in artikel 5 | Ambtstoelage per maand |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| 1 en 2 | € 522,75 Per 1 januari 2009: € 626,68 |
|
||||
| 3 en 4 | € 549,53 Per 1 januari 2009: € 658,79 |
|
||||
| 5 en 6 | € 572,67Per 1 januari 2009: € 686,54 |
|
||||
| 7 tot en met 11 | € 591,73Per 1 januari 2009: € 709,37 |
|
||||
| 1 en 2 | € 658,79 |
|
||||
| 3 en 4 | € 686,54 |
|
||||
| 5 tot en met 9 | € 709,37 |
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
|
@ -205,7 +194,7 @@ Daarnaast heeft hij aanspraak op de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 15, d
|
|||
|
||||
**5.** Zodra een waarnemend burgemeester ten aanzien van wie het derde lid van dit artikel is toegepast, zonder onderbreking één jaar het ambt van burgemeester heeft waargenomen, wordt met terugwerkende kracht tot en met de ingangsdatum van de waarneming in die gemeente, alsnog het vierde lid van dit artikel toegepast.
|
||||
|
||||
**6.** Indien een waarnemend burgemeester, aangewezen op grond van artikel 78 van de Gemeentewet, tevens burgemeester van een andere gemeente is en de beide gemeenten met overeenkomstige toepassing van artikel 5, tweede lid, worden ingedeeld in een hogere inwonersklasse dan klasse 4, wordt de bezoldiging bepaald op het bedrag dat in bijlage I in de desbetreffende bezoldigingsschaal met het zelfde volgnummer is aangeduid als het nummer waarmee het voor de burgemeester geldende bezoldigingsbedrag is aangeduid in de bezoldigsschaal van die andere gemeente.
|
||||
**6.** Indien een waarnemend burgemeester, aangewezen op grond van artikel 78 van de Gemeentewet, tevens burgemeester van een andere gemeente is en de beide gemeenten met overeenkomstige toepassing van artikel 5, tweede lid, worden ingedeeld in een hogere inwonersklasse dan klasse 2, wordt de bezoldiging bepaald op het bedrag dat behoort bij die hogere inwonersklasse.
|
||||
|
||||
**7.** Indien een waarnemend burgemeester, aangewezen op grond van artikel 78 van de Gemeentewet, tevens burgemeester van een andere gemeente is, kan in afwijking van artikel 14, de verhouding waarin de bezoldiging en de aanspraken, bedoeld in dat artikel, ten laste van de gemeenten komen, door Onze Minister worden vastgesteld.
|
||||
|
||||
|
|
@ -439,11 +428,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 36
|
||||
|
||||
**1.** Indien een gemeente voor haar ambtenaren een regeling heeft getroffen ter verstrekking van een hypothecaire geldlening ter verkrijging van een eigen woning, kan de burgemeester aan een dergelijke regeling deelnemen.
|
||||
|
||||
**2.** De geldlening, bedoeld in het eerste lid, wordt door de gemeente, met inachtneming van een termijn van zes maanden, opgezegd onmiddellijk nadat het ontslag van de burgemeester ingaat.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de regeling daartoe de mogelijkheid biedt, kan Onze Minister in bijzondere gevallen, om onbillijkheden van overwegende aard te vermijden, in afwijking van het tweede lid, toestaan dat de geldlening wordt voortgezet.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Paragraaf . Gedrag
|
||||
|
||||
|
|
@ -562,7 +547,7 @@ b. bij eervol ontslag op eigen aanvraag, bij niet-herbenoeming als ook bij een e
|
|||
|
||||
### Artikel 46c
|
||||
|
||||
**1.** De burgemeester van 61 jaar of ouder van wie de gemeente wordt opgeheven en aan wie met ingang van de datum van herindeling ontslag wordt verleend met het oog op een FPU-uitkering, ontvangt ten laste van het Rijk een aanvulling op deze uitkering tot aan de pensioengerechtigde leeftijd, tenzij hij aanspraak maakt op de extra uitkering, bedoeld in artikel 46c of 47b.
|
||||
**1.** De burgemeester van 61 jaar of ouder van wie de gemeente wordt opgeheven en aan wie met ingang van de datum van herindeling ontslag wordt verleend met het oog op een FPU-uitkering, ontvangt ten laste van het Rijk een aanvulling op deze uitkering tot aan de pensioengerechtigde leeftijd, tenzij hij aanspraak maakt op de extra uitkering, bedoeld in artikel 46e of 47b.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue