2020-07-01 | BWBR0005672 | Bekostigingsbesluit W.V.O.

This commit is contained in:
Coornhert 2020-07-01 12:00:00 +00:00
parent 837ad4a337
commit 89a081b011

View file

@ -24,17 +24,17 @@ In dit besluit wordt verstaan onder:
- **bijzondere school:** bijzondere school als bedoeld in artikel 1 van de wet;
- **eerste schooldag:**
1°. bij opening van de school aan het begin van het schooljaar: 1 augustus,
1°. bij opening van de school aan het begin van het schooljaar: 1 augustus,
2°. bij opening van de school tijdens het schooljaar: de dag waarop het onderwijs aan de school is aangevangen;
- **formatieplaats:** een formatieplaats als bedoeld in artikel 1 van het Formatiebesluit WVO;
- **nieuwkomer:** leerling die vreemdeling als bedoeld in artikel 1 van de Vreemdelingenwet 2000 is en op 1 oktober korter dan één jaar in Nederland verblijft;
- **nieuwkomer:** leerling die vreemdeling als bedoeld in artikel 1 van de Vreemdelingenwet 2000 is en op 1 oktober korter dan één jaar in Nederland verblijft;
- **Onze Minister:** Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
- **openbare school:** openbare school als bedoeld in artikel 1 van de wet;
- **ouders:** ouders, voogden of verzorgers;
- **samenwerkingsverband:** samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1 van de wet;
- **school:** school voor voortgezet onderwijs;
- **scholengemeenschap:** scholengemeenschap bestaande uit twee of meer scholen;
- **schooljaar:** tijdvak van 1 augustus van enig kalenderjaar tot en met 31 juli daaraanvolgend;
- **schooljaar:** tijdvak van 1 augustus van enig kalenderjaar tot en met 31 juli daaraanvolgend;
- **teldatum:** datum van 1 oktober, bedoeld in artikel 8, tweede lid;
- **uitkering:** een werkloosheidsuitkering, een suppletie inzake arbeidsongeschiktheid alsmede een uitkering wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid van gewezen personeel anders dan op grond van de Ziektewet, en
- **wet:**
@ -155,7 +155,7 @@ c. het bedrag voor de personele en materiële kosten dat het bevoegd gezag van d
**1.** In afwijking van artikel 7, eerste lid, worden nieuwkomers niet meegeteld voor het vaststellen van de bekostiging, bedoeld in artikel 96d, eerste en tweede lid, en voor de toepassing van de artikelen 85a en 89 van de wet en de daarop berustende bepalingen met uitzondering van de bepalingen die betrekking hebben op de bekostiging van nieuwkomers.
**2.** Voor de toepassing van artikel 8, zesde lid, worden de nieuwkomers meegeteld die op 1 januari, 1 april, 1 juli of 1 oktober als werkelijk schoolgaand staan ingeschreven. Artikel 7, tweede tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
**2.** Voor de toepassing van artikel 8, zesde lid, worden de nieuwkomers meegeteld die op 1 januari, 1 april, 1 juli of 1 oktober als werkelijk schoolgaand staan ingeschreven. Artikel 7, tweede tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
## Hoofdstuk 2. Bekostiging van de personeels- en exploitatiekosten
@ -179,7 +179,7 @@ c. het bedrag voor de personele en materiële kosten dat het bevoegd gezag van d
### Artikel 8a
De bekostiging voor regionale ondersteuning, bedoeld in artikel 85b1, vierde lid, en 89a1, vierde lid, van de wet, wordt berekend door een jaarlijks bij ministeriële regeling te bepalen bedrag te vermenigvuldigen met het aantal leerlingen, bedoeld in artikel 7 van het Bekostigingsbesluit WVO, dat staat ingeschreven op de vestigingen binnen het samenwerkingsverband. Bij ministeriële regeling kunnen tot 1 januari 2017 regels worden gesteld voor de berekening van de bekostiging voor regionale ondersteuning, welke regels kunnen afwijken van het bepaalde in de eerste volzin. Een leerling telt slechts eenmaal mee voor de berekening van de bekostiging.
De bekostiging voor regionale ondersteuning, bedoeld in artikel 85b1, vierde lid, en 89a1, vierde lid, van de wet, wordt berekend door een jaarlijks bij ministeriële regeling te bepalen bedrag te vermenigvuldigen met het aantal leerlingen, bedoeld in artikel 7 van het Bekostigingsbesluit WVO, dat staat ingeschreven op de vestigingen binnen het samenwerkingsverband. Bij ministeriële regeling kunnen tot 1 januari 2017 regels worden gesteld voor de berekening van de bekostiging voor regionale ondersteuning, welke regels kunnen afwijken van het bepaalde in de eerste volzin. Een leerling telt slechts eenmaal mee voor de berekening van de bekostiging.
### Artikel 8b
@ -217,19 +217,19 @@ Vervallen
### Artikel 14a
**1.** Ten behoeve van de vaststelling van de bekostiging, bedoeld in artikel 8, doet Onze Minister aan het bevoegd gezag jaarlijks voor 15 januari volgend op de teldatum overzichten toekomen van de gegevens, bedoeld in artikel 103b, tweede lid, onderdelen b, c, d, e, h en i, van de wet, over het aantal leerlingen op de teldatum dat bij de vaststelling van de bekostiging voor het daarop volgende kalenderjaar in aanmerking wordt genomen.
**1.** Ten behoeve van de vaststelling van de bekostiging, bedoeld in artikel 8, doet Onze Minister aan het bevoegd gezag jaarlijks voor 15 januari volgend op de teldatum overzichten toekomen van de gegevens, bedoeld in de artikelen 5, eerste lid, 6, derde lid, en 8, vijfde lid, onderdeel a, van het Besluit register onderwijsdeelnemers, over het aantal leerlingen op de teldatum dat bij de vaststelling van de bekostiging voor het daarop volgende kalenderjaar in aanmerking wordt genomen.
**2.**
Het bevoegd gezag dient jaarlijks voor 1 juli bij Onze Minister voor het daaropvolgende schooljaar in:
a. een verklaring van het bevoegd gezag omtrent de juistheid van de gegevens, bedoeld in artikel 103b, tweede lid, onderdelen b, c, d, e, h en i, van de wet, van de leerlingen op de teldatum die het aan Onze Minister heeft gemeld, of
a. een verklaring van het bevoegd gezag omtrent de juistheid van de gegevens, bedoeld in de artikelen 5, eerste lid, 6, derde lid, en 8, vijfde lid, onderdeel a, van het Besluit register onderwijsdeelnemers, van de leerlingen op de teldatum die het aan Onze Minister heeft gemeld, of
b. indien de onder a bedoelde gegevens naar het oordeel van het bevoegd gezag onjuist zijn, de door het bevoegd gezag gecorrigeerde gegevens, alsmede
c. een verklaring van een accountant omtrent de juistheid van de gegevens, bedoeld in onderdeel a of onderdeel b.
**3.** Bij ministeriële regeling kan een model voor de in het tweede lid, onder a en c, bedoelde verklaringen worden vastgesteld. Onze Minister kan een leidraad vaststellen ten behoeve van de controle door de accountant, bedoeld in het tweede lid, onder c.
**3.** Bij ministeriële regeling kan een model voor de in het tweede lid, onderdelen a en c, bedoelde verklaringen worden vastgesteld. Onze Minister kan een leidraad vaststellen ten behoeve van de controle door de accountant, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c.
**4.** Indien voor 1 juli in enig jaar aanvullende bekostiging is vastgesteld, dient het bevoegd gezag voor die datum bij Onze Minister een verklaring in omtrent de juistheid van de in voorkomende gevallen voor de vaststelling van de aanvullende bekostiging aan Onze Minister gemelde gegevens. Het tweede lid, onder b en c, en het derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
**4.** Indien voor 1 juli in enig jaar aanvullende bekostiging is vastgesteld, dient het bevoegd gezag voor die datum bij Onze Minister een verklaring in omtrent de juistheid van de in voorkomende gevallen voor de vaststelling van de aanvullende bekostiging aan Onze Minister gemelde gegevens. Het tweede lid, onderdeel c, en het derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 15
@ -275,11 +275,11 @@ PI: de bekostiging voor personeelskosten, bedoeld in Titel III, afdeling II, hoo
PL: de bekostiging voor personeelskosten, bedoeld in Titel III, afdeling II, hoofdstuk II, paragraaf 2 van de wet, voor zover gebaseerd op de formatieplaatsen, van de scholen voor het desbetreffende kalenderjaar;
A: de kosten van de uitkeringen in het desbetreffende kalenderjaar voor gewezen personeel van de scholen voortvloeiend uit een ontslag dat is geëffectueerd voor 1 augustus 1995;
A: de kosten van de uitkeringen in het desbetreffende kalenderjaar voor gewezen personeel van de scholen voortvloeiend uit een ontslag dat is geëffectueerd voor 1 augustus 1995;
B: de kosten van de uitkeringen in het desbetreffende kalenderjaar voor gewezen personeel van de scholen voortvloeiend uit een ontslag dat is geëffectueerd in de periode tussen 31 juli 1995 en 1 januari 2007 en waarvoor de rechtspersoon, bedoeld in artikel 98b van de wet, zoals luidend op 31 december 2006, heeft ingestemd op grond van artikel 96o, derde lid, tweede volzin, van de wet, zoals luidend op 31 december 2006, met het ten laste van bedoelde rechtspersoon brengen van de kosten van deze uitkeringen;
B: de kosten van de uitkeringen in het desbetreffende kalenderjaar voor gewezen personeel van de scholen voortvloeiend uit een ontslag dat is geëffectueerd in de periode tussen 31 juli 1995 en 1 januari 2007 en waarvoor de rechtspersoon, bedoeld in artikel 98b van de wet, zoals luidend op 31 december 2006, heeft ingestemd op grond van artikel 96o, derde lid, tweede volzin, van de wet, zoals luidend op 31 december 2006, met het ten laste van bedoelde rechtspersoon brengen van de kosten van deze uitkeringen;
C: een bij ministeriële regeling vast te stellen percentage van de kosten van de uitkeringen in het desbetreffende kalenderjaar voor gewezen personeel van de scholen voortvloeiend uit een ontslag dat is geëffectueerd op of na 1 januari 2007, waarbij ten aanzien van de verschillende soorten uitkeringen verschillende percentages kunnen worden vastgesteld;
C: een bij ministeriële regeling vast te stellen percentage van de kosten van de uitkeringen in het desbetreffende kalenderjaar voor gewezen personeel van de scholen voortvloeiend uit een ontslag dat is geëffectueerd op of na 1 januari 2007, waarbij ten aanzien van de verschillende soorten uitkeringen verschillende percentages kunnen worden vastgesteld;
D: de kosten van de uitkeringen in het desbetreffende kalenderjaar voor gewezen personeel van een school die de taken beëindigt, anders dan op grond van een samenvoeging, een bestuursoverdracht als bedoeld in artikel 42c van de wet indien het een openbare school betreft, en artikel 50 van de wet indien het een bijzondere school betreft, of een splitsing, indien het bevoegd gezag van deze school niet tevens een andere school onder zijn bestuur heeft.
@ -287,8 +287,8 @@ D: de kosten van de uitkeringen in het desbetreffende kalenderjaar voor gewezen
Onze Minister brengt tevens op de bekostiging van een school of van een samenwerkingsverband voor het in het eerste lid bedoelde kalenderjaar in mindering:
a. de kosten van de uitkeringen in het desbetreffende kalenderjaar voor gewezen personeel van de desbetreffende school voortvloeiend uit een ontslag dat is geëffectueerd in de periode tussen 31 juli 1995 en 1 januari 2007 en waarvoor de rechtspersoon, bedoeld in artikel 98b van de wet, zoals luidend op 31 december 2006, niet heeft ingestemd op grond van artikel 96o, derde lid, tweede volzin, van de wet, zoals luidend op 31 december 2006, met het ten laste van bedoelde rechtspersoon brengen van de kosten van deze uitkeringen, en
b. een bij ministeriële regeling vast te stellen percentage van de kosten van de uitkeringen in het desbetreffende kalenderjaar voor gewezen personeel van de desbetreffende school of van het desbetreffende samenwerkingsverband voortvloeiend uit een ontslag dat is geëffectueerd op of na 1 januari 2007, waarbij het percentage bedoeld in het eerste lid, onder C, en het in dit onderdeel bedoelde percentage samen 100 bedraagt.
a. de kosten van de uitkeringen in het desbetreffende kalenderjaar voor gewezen personeel van de desbetreffende school voortvloeiend uit een ontslag dat is geëffectueerd in de periode tussen 31 juli 1995 en 1 januari 2007 en waarvoor de rechtspersoon, bedoeld in artikel 98b van de wet, zoals luidend op 31 december 2006, niet heeft ingestemd op grond van artikel 96o, derde lid, tweede volzin, van de wet, zoals luidend op 31 december 2006, met het ten laste van bedoelde rechtspersoon brengen van de kosten van deze uitkeringen, en
b. een bij ministeriële regeling vast te stellen percentage van de kosten van de uitkeringen in het desbetreffende kalenderjaar voor gewezen personeel van de desbetreffende school of van het desbetreffende samenwerkingsverband voortvloeiend uit een ontslag dat is geëffectueerd op of na 1 januari 2007, waarbij het percentage bedoeld in het eerste lid, onder C, en het in dit onderdeel bedoelde percentage samen 100 bedraagt.
**3.** De uitkomsten van de in het eerste en tweede lid bedoelde berekeningen worden rekenkundig afgerond op hele eurocenten.
@ -412,20 +412,20 @@ De artikelen 16, 17, 18, 19, 20, 21 en 22 zijn van overeenkomstige toepassing op
**1.**
De overgangsbekostiging voor personele en materiële kosten, bedoeld in artikel X, zesde lid van de Wet van 11 oktober 2012 tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en de financiering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs (Stb. 2012, 533) wordt berekend als volgt:
De overgangsbekostiging voor personele en materiële kosten, bedoeld in artikel X, zesde lid van de Wet van 11 oktober 2012 tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en de financiering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs (Stb. 2012, 533) wordt berekend als volgt:
a. voor iedere leerling die op 1 oktober van het daaraan voorafgaande schooljaar was ingeschreven op een vestiging van een school behorend tot het samenwerkingsverband en voor wie op dat moment een leerlinggebonden budget beschikbaar was, ontvangt het samenwerkingsverband bekostiging volgens onderstaande tabel:
a. voor iedere leerling die op 1 oktober van het daaraan voorafgaande schooljaar was ingeschreven op een vestiging van een school behorend tot het samenwerkingsverband en voor wie op dat moment een leerlinggebonden budget beschikbaar was, ontvangt het samenwerkingsverband bekostiging volgens onderstaande tabel:
Met ingang van 1 augustus 2014:
b. naast de in onderdeel a bedoelde bekostiging ontvangt het samenwerkingsverband als overgangsbekostiging een bij ministeriële regeling te bepalen bedrag per leerling.
### Artikel 27a
**1.** De omvang van het her te besteden bedrag, bedoeld in artikel XIA, vijfde lid van de Wet van 11 oktober 2012 tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en de financiering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs (Stb. 2012, 533) wordt berekend als volgt: het her te besteden bedrag is de vermenigvuldiging van het bedrag per leerling met het aantal leerlingen, bedoeld in artikel 27, onderdeel a.
**1.** De omvang van het her te besteden bedrag, bedoeld in artikel XIA, vijfde lid van de Wet van 11 oktober 2012 tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en de financiering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs (Stb. 2012, 533) wordt berekend als volgt: het her te besteden bedrag is de vermenigvuldiging van het bedrag per leerling met het aantal leerlingen, bedoeld in artikel 27, onderdeel a.
**2.**
Het bedrag per leerling, bedoeld in het eerste lid, is op basis van het prijspeil 1 augustus 2013 weergegeven in onderstaande tabel:
Het bedrag per leerling, bedoeld in het eerste lid, is op basis van het prijspeil 1 augustus 2013 weergegeven in onderstaande tabel:
| Lichamelijk gehandicapte kinderen | € 2.960,16 |
| --- | --- |
@ -438,19 +438,19 @@ Het bedrag per leerling, bedoeld in het eerste lid, is op basis van het prijspei
### Artikel 27b
**1.** De vereveningspercentages voor personele kosten, bedoeld in artikel XV, tweede lid, van de Wet van 11 oktober 2012 tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en de financiering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs (Stb. 2012, 533) zijn voor samenwerkingsverbanden voor wie de uitkomst van de berekening, bedoeld in het eerste lid, van genoemd artikel negatief is, voor het derde, vierde, vijfde en zesde schooljaar, bedoeld in genoemd artikel, respectievelijk 90%, 75%, 60% en 30%. Indien de uitkomst van de in de eerste volzin bedoelde berekening positief is, zijn de percentages, bedoeld in de vorige volzin in de daar bedoelde jaren respectievelijk 95%, 80%, 60% en 30%.
**1.** De vereveningspercentages voor personele kosten, bedoeld in artikel XV, tweede lid, van de Wet van 11 oktober 2012 tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en de financiering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs (Stb. 2012, 533) zijn voor samenwerkingsverbanden voor wie de uitkomst van de berekening, bedoeld in het eerste lid, van genoemd artikel negatief is, voor het derde, vierde, vijfde en zesde schooljaar, bedoeld in genoemd artikel, respectievelijk 90%, 75%, 60% en 30%. Indien de uitkomst van de in de eerste volzin bedoelde berekening positief is, zijn de percentages, bedoeld in de vorige volzin in de daar bedoelde jaren respectievelijk 95%, 80%, 60% en 30%.
**2.** De overgangsbekostiging voor materiële instandhouding, bedoeld in artikel XVI, tweede lid, van de Wet van 11 oktober 2012 tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en de financiering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs (Stb. 2012, 533) zijn voor samenwerkingsverbanden voor wie de uitkomst van de berekening, bedoeld in het eerste lid, van genoemd artikel negatief is, voor het derde, vierde, vijfde en zesde schooljaar, bedoeld in genoemd artikel, respectievelijk 90%, 75%, 60% en 30%. Indien de uitkomst van de in de eerste volzin bedoelde berekening positief is, zijn de percentages, bedoeld in de vorige volzin in de daar bedoelde jaren respectievelijk 95%, 80%, 60% en 30%.
**2.** De overgangsbekostiging voor materiële instandhouding, bedoeld in artikel XVI, tweede lid, van de Wet van 11 oktober 2012 tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en de financiering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs (Stb. 2012, 533) zijn voor samenwerkingsverbanden voor wie de uitkomst van de berekening, bedoeld in het eerste lid, van genoemd artikel negatief is, voor het derde, vierde, vijfde en zesde schooljaar, bedoeld in genoemd artikel, respectievelijk 90%, 75%, 60% en 30%. Indien de uitkomst van de in de eerste volzin bedoelde berekening positief is, zijn de percentages, bedoeld in de vorige volzin in de daar bedoelde jaren respectievelijk 95%, 80%, 60% en 30%.
### Artikel 28
**1.** Het samenwerkingsverband is gehouden om, wanneer een bevoegd gezag of een personeelsorganisatie daarom verzoekt, met dat bevoegd gezag en de personeelsorganisaties een op overeenstemming gericht overleg te voeren over het personeel dat in het derde schooljaar waarin artikel 77a van de wet is vervallen, nog niet zal zijn herplaatst en dat niet als gevolg van natuurlijk verloop zal zijn uitgestroomd op of voor 1 augustus 2016.
**1.** Het samenwerkingsverband is gehouden om, wanneer een bevoegd gezag of een personeelsorganisatie daarom verzoekt, met dat bevoegd gezag en de personeelsorganisaties een op overeenstemming gericht overleg te voeren over het personeel dat in het derde schooljaar waarin artikel 77a van de wet is vervallen, nog niet zal zijn herplaatst en dat niet als gevolg van natuurlijk verloop zal zijn uitgestroomd op of voor 1 augustus 2016.
**2.** Een bevoegd gezag als bedoeld in het eerste lid is, het bevoegd gezag van een school als bedoeld in de Wet op de expertisecentra, een centrale dienst of een school die het budget ten behoeve van aanvullende zorg voor leerlingen in het samenwerkingsverband ontving, bedoeld in artikel 77, vierde lid, van de wet, waarbij het personeel in het schooljaar 20142015 in dienst is.
**3.** Het personeel, bedoeld in het eerste lid, is het personeel dat op 1 mei 2012 als ambulant begeleider in dienst was bij een school als bedoeld in de Wet op de expertisecentra, een regionaal expertisecentrum als bedoeld in de Wet op de expertisecentra of een centrale dienst.
**3.** Het personeel, bedoeld in het eerste lid, is het personeel dat op 1 mei 2012 als ambulant begeleider in dienst was bij een school als bedoeld in de Wet op de expertisecentra, een regionaal expertisecentrum als bedoeld in de Wet op de expertisecentra of een centrale dienst.
**4.** Het eerste, tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van personeel, niet zijnde ambulant begeleiders, dat op 1 mei 2012 is dienst was bij een samenwerkingsverband als bedoeld in de wet, een school die het budget ten behoeve van aanvullende zorg voor leerlingen in het samenwerkingsverband ontving, bedoeld in artikel 77, vierde lid, van de wet of een regionaal expertisecentrum als bedoeld in de Wet op de expertisecentra en dat in het eerste schooljaar waarin artikel 77a van de wet is vervallen, niet zal zijn herplaatst.
**4.** Het eerste, tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van personeel, niet zijnde ambulant begeleiders, dat op 1 mei 2012 is dienst was bij een samenwerkingsverband als bedoeld in de wet, een school die het budget ten behoeve van aanvullende zorg voor leerlingen in het samenwerkingsverband ontving, bedoeld in artikel 77, vierde lid, van de wet of een regionaal expertisecentrum als bedoeld in de Wet op de expertisecentra en dat in het eerste schooljaar waarin artikel 77a van de wet is vervallen, niet zal zijn herplaatst.
## Hoofdstuk 8. Citeertitel