2014-05-03 | BWBR0012778 | Besluit zeevaartbemanning handelsvaart en zeilvaart

This commit is contained in:
Coornhert 2014-05-03 12:00:00 +00:00
parent 746bc579fa
commit 89b7239f6d

View file

@ -14,38 +14,32 @@ citeertitel: Besluit zeevarenden handelsvaart en zeilvaart
### Artikel 1
**1.**
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. de wet: de Wet zeevarenden;
b. ervaring: de diensttijd in jaren, in een bepaalde functie aan boord van in de vaart zijnde zeeschepen, gerekend met ingang van de dag van aanmonstering tot en met de dag van afmonstering;
c. voortstuwingsvermogen: het maximale vermogen, uitgedrukt in kiloWatt, dat op het geldige bemanningscertificaat is vermeld;
d. reizen nabij de kust: het gebruik van een schip met een bruto-tonnage van minder dan 500 GT en een voorststuwingsvermogen van minder dan 3000 kW, in een vaargebied dat zich uitstrekt tot dertig zeemijlen uit de kust, met dien verstande dat het schip ten hoogste twaalf uren varen verwijderd is van een op het geldige bemanningscertificaat met name genoemde werkhaven en nooit verder verwijderd is dan zes uren varen vanaf een beschutte haven of rede;
e. reizen nabij de kust zonder beperking in voortstuwingsvermogen:
b. voortstuwingsvermogen: het maximale vermogen, uitgedrukt in kiloWatt, dat op het geldige bemanningscertificaat is vermeld;
c. reizen nabij de Nederlandse kust: het gebruik van een schip waarvoor nautische en technische ondersteuning vanaf de wal beschikbaar is, in een vaargebied dat zich uitstrekt tot:
het gebruik van een schip met een bruto tonnage van minder dan 500 GT en een voortstuwingsvermogen van 3000 kW of meer in een vaargebied dat zich uitstrekt tot dertig zeemijlen uit de kust, met dien verstande dat het schip ten hoogste twaalf uren varen verwijderd is van een op het geldige bemanningscertificaat met name genoemde werkhaven en nooit verder verwijderd is dan zes uren varen vanaf een beschutte haven of rede;
f. tankschip: een schip, gebouwd of aangepast en gebruikt voor het vervoer in bulk van vloeibare producten;
g. olietankschip: een tankschip gebouwd en gebezigd voor het vervoer in bulk van aardolie of aardolieproducten;
h. chemicaliëntankschip: een tankschip gebouwd en gebezigd voor het vervoer in bulk van vloeibare producten die zijn opgenomen in hoofdstuk 17 van de Internationale Code inzake het vervoer van chemicaliën in bulk;
i. gastankschip: een tankschip gebouwd en gebezigd voor het vervoer in bulk van vloeibaar gemaakt gas of ander product dat is opgenomen in hoofdstuk 19 van de Internationale Code inzake het vervoer van vloeibaar gemaakt gas;
j passagiersschip: een schip bestemd of gebezigd voor het bedrijfsmatig vervoer van meer dan twaalf passagiers;
k. ro-ro passagiersschip: een passagiersschip met ruimten voor ro-ro lading of ruimten van bijzondere aard, zoals bedoeld in Hoofdstuk II-2/A van het SOLAS-verdrag;
l. hogesnelheidsvaartuig: een schip dat is staat is zich voort te bewegen met een snelheid in meters per seconde die gelijk of groter is dan 3,7 ▿ ^0,1667, waarbij ▿ staat voor de waterverplaatsing in m^3 op de ontwerpwaterlijn.
m. zeilschip: een schip dat bestemd is en ingericht is om hoofdzakelijk door middel van zeilen te worden voortbewogen;
n. STCW-Verdrag: het op 7 juli 1978 te Londen tot stand gekomen Internationaal Verdrag betreffende de normen voor zeevarenden inzake opleiding, diplomering en wachtdienst, 1978 (Trb. 1981, 144);
o. STCW-Code: de Code inzake opleiding, diplomering en wachtdienst van zeevarenden, behorend bij het STCW-Verdrag (Trb. 1996, 249);
p. geneeskundige verklaring: een verklaring als bedoeld in artikel 104;
q. Medisch Adviseur Scheepvaart: de medisch adviseur scheepvaart van Onze Minister of diens plaatsvervanger;
r. kW: kiloWatt;
s. GT: de bruto inhoud van het schip, vastgesteld volgens de bepalingen krachtens de Meetbrievenwet 1981;
t. lengte: de lengte van een zeilschip die gelijk is aan 96 procent van de lengte van de lastlijn op 85 procent van de kleinste holte naar de mal gemeten vanaf de bovenzijde van de kielplaat, dan wel gelijk is aan de lengte van de voorzijde van de voorsteven tot aan de hartlijn van de roerkoning gemeten op deze lastlijn, indien deze laatste lengte groter is.
u. kennisbewijs: het diploma of certificaat afgegeven door een instelling als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) dan wel een getuigschrift of verklaring afgegeven door een instelling als bedoeld in de Wet hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) of een certificaat afgeven door een door Onze Minister erkende opleiding waaruit blijkt dat een erkende opleiding met goed gevolg is afgesloten;
v. High-Speed Craft Code: de ingevolge hoofdstuk X van het SOLAS-verdrag toepasselijke High-Speed Craft Code;
w. aannemersmaterieel: schepen gebruikt voor het uitvoeren van bagger-, kust- en oeverwerken, met inbegrip van schepen gebruikt voor de bevoorrading van op zee gelegen mijnbouwinstallaties en sleepboten, mits gebruikt binnen een afstand gelegen binnen 200 zeemijlen vanuit een met name genoemde werkhaven;
x. SOLAS-verdrag: het op 1 november 1974 te Londen totstandgekomen Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee (Trb. 1976, 157) en de bij dat verdrag behorende bindende protocollen, aanhangsels en bijlagen.
**2.** Een werkhaven als bedoeld in dit besluit beschikt 24 uur per dag over nautische en technische ondersteuning ten behoeve van schepen die in gebruik zijn als aannemersmaterieel.
1. de Nederlandse territoriale zee;
2. de aansluitende zone van het Koninkrijk grenzend aan de Nederlandse territoriale zee; of
3. de Nederlandse exclusieve economische zone;
d. reizen nabij de internationale kust: het gebruik van een schip waarvoor nautische en technische ondersteuning vanaf de wal beschikbaar is, in een vaargebied dat een andere Staat die partij is bij het STCW-Verdrag op grond van voorschrift I/3 van de bijlage bij dat verdrag heeft aangemerkt als vaargebied voor reizen nabij de kust;
e. tankschip: een schip, gebouwd of aangepast en gebruikt voor het vervoer in bulk van vloeibare producten;
f. olietankschip: een tankschip gebouwd en gebezigd voor het vervoer in bulk van aardolie of aardolieproducten;
g. chemicaliëntankschip: een tankschip gebouwd en gebezigd voor het vervoer in bulk van vloeibare producten die zijn opgenomen in hoofdstuk 17 van de Internationale Code inzake het vervoer van chemicaliën in bulk;
h. gastankschip: een tankschip gebouwd en gebezigd voor het vervoer in bulk van vloeibaar gemaakt gas of ander product dat is opgenomen in hoofdstuk 19 van de Internationale Code inzake het vervoer van vloeibaar gemaakt gas;
i. passagiersschip: een schip bestemd of gebezigd voor het bedrijfsmatig vervoer van meer dan twaalf passagiers;
j. ro-ro passagiersschip: een passagiersschip met ruimten voor ro-ro lading of ruimten van bijzondere aard, zoals bedoeld in Hoofdstuk II-2/A van het SOLAS-verdrag;
k. hogesnelheidsschip: een schip als bedoeld in artikel 7 van het Schepenbesluit 2004;
l. zeilschip: een schip dat bestemd is en ingericht is om hoofdzakelijk door middel van zeilen te worden voortbewogen;
m. Medisch Adviseur Scheepvaart: de medisch adviseur scheepvaart van Onze Minister of diens plaatsvervanger;
n. kW: kiloWatt;
o. kennisbewijs: een bekwaamheidsbewijs afgegeven door een instelling als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) of in de Wet hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW);
p. schriftelijk bewijs: een bewijs, niet zijnde een vaarbevoegdheidsbewijs of een bekwaamheidsbewijs, dat door een zeevarende aan een beroepsvereiste is voldaan;
q. certificaat: een bekwaamheidsbewijs waaruit blijkt dat een door Onze Minister erkende training met goed gevolg is afgesloten en een bekwaamheidsbewijs als bedoeld in artikel 68 van de wet;
r. High-Speed Craft Code: de ingevolge hoofdstuk X van het SOLAS-verdrag toepasselijke High-Speed Craft Code;
s. aannemersmaterieel: schepen gebruikt voor het uitvoeren van bagger-, kust- of oeverwerken, voor de bevoorrading van op zee gelegen installaties of voor werkzaamheden daaraan en sleepboten, mits gebruikt binnen een afstand van niet meer dan 200 zeemijlen vanuit een met name in het scheepsdagboek vermelde werkhaven, en waarmee geen passagiers of andere gevaarlijke stoffen dan behorend tot de eigen uitrusting worden vervoerd;
t. scheepsbeveiligingsfunctionaris: een zich aan boord bevindende, aan de kapitein verantwoordelijke persoon, dan wel de kapitein zelf, die door de scheepsbeheerder is aangesteld als verantwoordelijke voor de beveiliging van het schip, waaronder begrepen de uitvoering en het onderhoud van het scheepsbeveiligingsplan, en voor het contact met de beveiligingsfunctionaris van de zeescheepvaartonderneming en de beveiligingsfunctionarissen van de havenfaciliteiten.
### Artikel 2
@ -57,7 +51,7 @@ Dit besluit is niet van toepassing ten aanzien van vissersvaartuigen en zeilvaar
**1.**
Op verzoek van de scheepsbeheerder kan Onze Minister ontheffing verlenen van de verplichting om het schip te bemannen in overeenstemming met het bemanningscertificaat indien blijkt dat:
Op verzoek van de scheepsbeheerder kan Onze Minister een ontheffing als bedoeld in artikel 16 van de wet verlenen indien blijkt dat:
a. korte tijd voor het vertrek van het schip uit de haven een of meer leden van de bemanning niet beschikbaar zijn;
b. dringende omstandigheden ertoe nopen het vertrek niet langer uit te stellen, en
@ -73,35 +67,17 @@ c. met de aan boord aanwezige bemanning, gelet op de bijzonderheden van de reis,
**3.** Een ontheffing als bedoeld in artikel 25 van de wet wordt voor de functie van kapitein of hoofdwerktuigkundige slechts gegeven in zeer bijzondere omstandigheden die niet het gevolg zijn van het handelen of het nalaten te handelen van de zijde van de scheepsbeheerder en indien gedurende korte tijd de vervulling van die functie door een bemanningslid met een lagere bevoegdheid noodzakelijk is voor de voortzetting van de reis, en de veiligheid van het schip en de opvarenden, de veilige vaart ter zee en de bescherming van het mariene milieu gewaarborgd zijn.
**4.** Onze Minister kan op een daartoe strekkend verzoek van de scheepsbeheerder in bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van de in artikel 120, eerste lid, bedoelde verplichting tot het in het bezit zijn van het bekwaamheidsbewijs scheepskok, indien de persoon ten aanzien van wie de ontheffing wordt verzocht een opleiding heeft genoten of instructies heeft gekregen op het gebied van voeding, persoonlijke hygiëne en de behandeling en opslag van levensmiddelen aan boord van schepen. De ontheffing geldt voor een specifiek tijdvak van ten hoogste een maand of tot aan het afmeren in de volgende aanloophaven.
**5.** Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. Indien de voorschriften niet worden nageleefd kan Onze Minister een ontheffing tussentijds intrekken.
## Hoofdstuk 3. Nadere regels aangaande vaarbevoegdheidsbewijzen
### Paragraaf 1. Algemene bepalingen
### Artikel 4
**1.** De vaarbevoegdheden genoemd in dit besluit zijn niet geldig op vissersvaartuigen.
**2.** De vaarbevoegdheden alle schepen zijn geldig op alle schepen.
**3.**
De vaarbevoegdheden als
1. eerste maritiem officier kleine schepen, en
2. maritiem officier kleine schepen zijn uitsluitend geldig op schepen van minder dan 3000 GT en een voorstuwingsvermogen van minder dan 3000 kW.
**4.** De vaarbevoegdheden als kapitein tot 3000 GT en eerste stuurman tot 3000 GT zijn uitsluitend geldig op schepen van minder dan 3000 GT.
**5.**
De vaarbevoegdheden als
1. hoofdwerktuigkundige tot 3000 kW, en
2. tweede werktuigkundige tot 3000 kW zijn uitsluitend geldig op schepen met een voortstuwingsvermogen van minder dan 3000 kW.
**6.** De vaarbevoegdheden zijn alleen geldig aan boord van olietankschepen, chemicaliën-tankschepen, gastankschepen, stoomschepen, zeilschepen of op een andere bij regeling van Onze Minister aan te wijzen categorie van schepen, indien dit uitdrukkelijk op het vaarbevoegdheidsbewijs is aangegeven.
**7.** Een vaarbevoegdheid is uitgebreid of beperkt tot een bepaalde categorie schepen, een bepaald bruto-tonnage, een bepaald voortstuwingsvermogen respectievelijk een bepaald vaargebied, indien deze uitbreiding respectievelijk beperking uitdrukkelijk op het vaarbevoegdheidsbewijs is opgenomen.
Bij regeling van Onze Minister wordt bepaald welke beperkingen of aanvullingen mogen worden aangebracht op een vaarbevoegdheidsbewijs in verband met de aard van de lading, het soort schip, de GT, het voortstuwingsvermogen, het type voortstuwing, de scheepslengte of het vaargebied.
### Artikel 5
@ -109,14 +85,6 @@ Bij regeling van Onze Minister wordt bepaald op welke wijze de in artikel 4, gen
### Artikel 6
**1.**
Tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald wordt de ervaring of diensttijd uitgedrukt in jaren en behaald in ten minste de functie van wachtstuurman, wachtwerktuigkundige of maritiem officier.
De functie van maritiem officier houdt in het afwisselend verantwoordelijk zijn voor de wacht op de brug dan wel aan dek, of in de machinekamer.
**2.**
Bij regeling van Onze Minister wordt bepaald:
a. aan boord van welke categorieën schepen de ervaring voor een bepaalde vaarbevoegdheid wordt opgedaan;
@ -125,1029 +93,820 @@ c. welke ervaring, niet opgedaan aan boord van schepen, in aanmerking wordt geno
### Artikel 7
Een vaarbevoegdheidsbewijs, met uitzondering van dat voor gezellen, is geldig tot ten hoogste vijf jaar na de datum van afgifte.
**1.** Een vaarbevoegdheidsbewijs, met uitzondering van dat voor gezellen, is geldig tot ten hoogste vijf jaar na de datum van afgifte.
**2.** Een vaarbevoegdheidsbewijs voor een gezel is onbeperkt geldig.
### Artikel 8
**1.** Een vaarbevoegdheidsbewijs wordt afgegeven indien de aanvrager aantoont te voldoen aan de ingevolge dit besluit vereiste kennis en ervaring, mits het kennisbewijs ten hoogste vier jaar voor het indienen van de aanvraag is afgegeven.
**2.** Een vaarbevoegdheidsbewijs of een aanvulling daarop kan vernieuwd worden, indien de houder in de periode van vijf jaar voorafgaand aan de datum van de aanvraag tot vernieuwing ten minste één jaar heeft dienstgedaan in een naar het oordeel van Onze Minister relevante functie waarvoor een vaarbevoegdheid is vereist en die door de houder op grond van de aan hem toegekende vaarbevoegdheden mocht worden vervuld, dan wel in een andere, bij regeling van Onze Minister vastgestelde, daarmee vergelijkbare functie.
**2.**
**3.** In het geval van vernieuwing als genoemd in het tweede lid, wordt het vaarbevoegdheidsbewijs dat is vernieuwd, ingenomen of zonodig ongeldig gemaakt.
Een geldig vaarbevoegdheidsbewijs of een aanvulling daarop kan worden vernieuwd indien de houder heeft dienstgedaan in een naar het oordeel van Onze Minister relevante functie waarvoor een vaarbevoegdheid is vereist en die door de houder op grond van de aan hem toegekende vaarbevoegdheden mocht worden vervuld of in een andere, bij regeling van Onze Minister vastgestelde, daarmee vergelijkbare functie, gedurende ten minste:
**4.**
Een vaarbevoegdheidsbewijs, dat door verloop van de geldigheidsduur ongeldig is geworden, en dat niet op grond van het tweede lid kan worden vernieuwd, wordt op verzoek vernieuwd indien de aanvrager direct voorafgaand aan de aanvraag:
a. een daartoe door Onze Minister erkende opleiding heeft gevolgd en met succes heeft afgesloten;
b. gedurende drie maanden in een naar het oordeel van Onze Minister relevante functie boven de sterkte heeft gevaren, of
c. op grond van een ontheffing, gedurende ten minste drie maanden in een naar het oordeel van Onze Minister relevante, maar lagere functie heeft gevaren dan waarvoor zijn ongeldig geworden vaarbevoegdheidsbewijs gold.
**5.** Een vaarbevoegdheidsbewijs dat verloren is gegaan kan worden vervangen door een duplicaat vaarbevoegdheidsbewijs, waarvan de einddatum overeenkomt met de einddatum op het originele document.
**6.** Indien de aanvrager van een duplicaat aanspraak kan maken op vernieuwing van het vaarbevoegdheidsbewijs, wordt hem desgevraagd met inachtneming van het tweede lid een vaarbevoegdheidsbewijs afgegeven.
**7.** Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing indien de eerste aanvraag van een vaarbevoegdheidsbewijs niet is ingediend binnen vier jaar na de datum waarop het kennisbewijs van de opleiding is afgegeven.
**8.** De kosten van de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs of een duplicaat-vaarbevoegdheidsbewijs worden bij de aanvraag voldaan.
### Artikel 9
**1.** Onze Minister erkent een vaarbevoegdheidsbewijs, diploma of certificaat dat is afgegeven door een bevoegde autoriteit van een staat, niet zijnde een Lid-Staat van de Europese Unie, een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of de Bondsstaat Zwitserland, indien ten aanzien van dat vaarbevoegdheidsbewijs, diploma of certificaat wordt voldaan aan de criteria, bedoeld in artikel 19, eerste tot en met zesde lid, van richtlijn nr. 2008/106/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 november 2008 inzake het minimum opleidingsniveau van zeevarenden (PbEU L 323).
**2.** Onze Minister kan tot 1 februari 2002 ten behoeve van zeevarenden die voor 1 augustus 1998 met hun opleiding of dienst aan boord zijn begonnen, andere criteria hanteren dan die genoemd in artikel 9, derde lid van de in het eerste lid genoemde richtlijn voor de erkenning van hun diploma of vaarbevoegdheidsbewijs.
**3.** Indien een vaarbevoegdheidsbewijs, diploma of certificaat wordt erkend als gelijkwaardig aan een vaarbevoegdheidsbewijs met inachtneming van artikel 4 wordt aan de aanvrager het overeenkomstige Nederlandse vaarbevoegdheidsbewijs van erkenning afgegeven.
**4.** Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als kapitein, eerste stuurman of hoofdwerktuigkundige legt de aanvrager het certificaat Wetgeving en Openbaar Gezag over.
**5.** Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op vaarbevoegdheidsbewijzen van gezellen.
### Artikel 10
Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als kapitein, eerste stuurman of hoofdwerktuigkundige op grond van artikel 22a van de wet legt de aanvrager het in artikel 92a genoemde certificaat Wetgeving en Openbaar Gezag over.
### Paragraaf 2. Algemene bepalingen inzake kennisbewijzen en ervaring
### Artikel 11
**1.**
De kennisbewijzen voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs om daarmee dienst te kunnen doen aan boord van schepen in de functie van kapitein, maritiem officier of stuurman zijn in neerdalende lijn:
a. hoger maritiem officier;
b. middelbaar maritiem officier; baggeraar-stuurman of wachtstuurman;
c. stuurman-werktuigkundige kleine schepen of stuurman tot 3000 GT;
d. schipper-machinist beperkt werkgebied.
**2.** a. Met het kennisbewijs middelbaar maritiem officier wordt voor de verkrijging van een vaarbevoegdheidsbewijs gelijkgesteld het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart tezamen met het diploma A als scheepswerktuigkundige.
b. Met het kennisbewijs wachtstuurman wordt voor de verkrijging van een vaarbevoegdheids-bewijs gelijkgesteld het kennisbewijs stuurman grote zeilvaart tezamen met het kennisbewijs aanvulling stuurman handelsvaart.
a. 12 maanden in de periode van 5 jaar voorafgaand aan de datum van de aanvraag tot vernieuwing; of
b. 3 maanden in de periode van 6 maanden voorafgaand aan de datum van de aanvraag tot vernieuwing.
**3.**
De diploma's, bedoeld in de Wet op de zeevaartdiploma's voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs om daarmee dienst te kunnen doen aan boord van schepen in de functie van kapitein of stuurman zijn in neerdalende lijn:
Een vaarbevoegdheidsbewijs of een aanvulling daarop waarvan de geldigheid niet langer dan 5 jaar is verstreken wordt op verzoek vernieuwd indien de houder voorafgaand aan de aanvraag:
a. diploma als eerste stuurman voor de grote handelsvaart;
b. diploma als tweede stuurman voor de grote handelsvaart;
c. diploma als stuurman voor de grote sleepvaart;
d. diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart.
a. een opleiding heeft gevolgd als bedoeld in artikel 19, tweede lid, van de wet en deze met succes heeft afgesloten;
b. gedurende ten minste 3 maanden in de periode van 6 maanden voorafgaand aan de datum van de aanvraag tot vernieuwing in een naar het oordeel van Onze Minister relevante functie boven de sterkte heeft dienstgedaan; of
c. gedurende ten minste 3 maanden in de periode van 6 maanden voorafgaand aan de datum van de aanvraag tot vernieuwing in een naar het oordeel van Onze Minister relevante maar lagere functie heeft dienstgedaan dan waarvoor zijn ongeldig geworden vaarbevoegdheidsbewijs gold.
**4.** Met het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart wordt voor de verkrijging van een vaarbevoegdheidsbewijs gelijkgesteld het diploma als stuurman voor de kleine handelsvaart tezamen met het aanvullingsdiploma als stuurman voor de kleine handelsvaart.
**4.** Onze Minister geeft op verzoek een vaarbevoegdheidsbewijs af met een geldigheidsduur van ten hoogste 6 maanden voor de vervulling van een functie als bedoeld in het derde lid, onderdeel c.
**5.** Voor de dienst aan boord van zeilschepen wordt met het kennisbewijs wachtstuurman in combinatie met het certificaat grote zeilvaart, bedoeld in artikel 86 van dit besluit, gelijkgesteld het kennisbewijs grote zeilvaart.
**5.** Een vaarbevoegdheidsbewijs waarvan de geldigheid langer dan 5 jaar is verstreken wordt op verzoek vernieuwd indien de houder voorafgaand aan de aanvraag een opleiding heeft gevolgd als bedoeld in artikel 19, tweede lid, van de wet en deze met succes heeft afgesloten.
**6.** Een vaarbevoegdheidsbewijs dat verloren is gegaan kan worden vervangen door een duplicaat vaarbevoegdheidsbewijs, waarvan de einddatum overeenkomt met de einddatum op het originele document.
**7.** Indien de aanvrager van een duplicaat aanspraak kan maken op vernieuwing van het vaarbevoegdheidsbewijs, wordt hem desgevraagd met inachtneming van het tweede lid een vaarbevoegdheidsbewijs afgegeven.
**8.** Voor de afgifte van vaarbevoegdheidsbewijzen voor het dienstdoen op zeilschepen van minder dan 500 GT zijn, voor zover dat bij regeling van Onze Minister is bepaald, in plaats van de in het eerste tot en met zevende lid vermelde eisen de in die regeling vermelde eisen van toepassing.
### Artikel 9
Onze Minister erkent een vaarbevoegdheidsbewijs of een bekwaamheidsbewijs voor het dienstdoen op tankers door een kapitein of een officier dat is afgegeven door een bevoegde autoriteit van een staat, niet zijnde een Lid-Staat van de Europese Unie, een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of de Bondsstaat Zwitserland, indien ten aanzien van dat vaarbevoegdheidsbewijs of bekwaamheidsbewijs wordt voldaan aan de criteria, bedoeld in artikel 19, tweede tot en met zesde lid, van de bemanningsrichtlijn.
### Artikel 10
**1.** Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als kapitein op grond van de artikelen 22 of 22a van de wet legt de aanvrager het certificaat wetgeving en openbaar gezag over.
**2.** Zeevarenden in het bezit van een vaarbevoegdheidsbewijs op grond van de artikelen 22 of 22a van de wet voor de functie van eerste stuurman, hoofdwerktuigkundige, tweede werktuigkundige of eerste maritiem officier, nemen voor aanvang van hun dienst aan boord kennis van de voor het in het eerste lid genoemde certificaat van belang zijnde maritieme regelgeving. Van deze kennisneming wordt schriftelijk bewijs vastgelegd.
**3.** Bij regeling van Onze Minister worden de beroepsvereisten vastgesteld voor de verkrijging van het in het eerste lid genoemde certificaat.
### Paragraaf 2. Vereisten voor de verkrijging van een vaarbevoegdheidsbewijs
### Artikel 11
Bij regeling van Onze Minister worden de beroepsvereisten vastgesteld voor de verkrijging van een kennisbewijs ten behoeve van de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs en voor de in deze paragraaf bedoelde bekwaamheidsbewijzen en schriftelijke bewijzen.
### Artikel 12
**1.**
De kennisbewijzen voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs om daarmee dienst te kunnen doen aan boord van schepen in de functie van maritiem officier of werktuigkundige zijn in neerdalende lijn:
Onverminderd artikel 8 geeft het bezit van het kennisbewijs hoger maritiem officier alle schepen of middelbaar maritiem officier alle schepen, tezamen met:
a. hoger maritiem officier;
b. middelbaar maritiem officier; baggeraar-machinist of wachtwerktuigkundige;
c. stuurman-werktuigkundige kleine schepen of werktuigkundige tot 3000 kW;
d. schipper-machinist beperkt werkgebied.
a. het certificaat basisveiligheid;
b. het certificaat reddingmiddelen;
c. het certificaat brandbestrijding voor gevorderden;
d. het certificaat medische eerste hulp aan boord; en
e. het algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie,
**2.**
de aanvrager die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functies:
De diploma's, bedoeld in de Wet op de zeevaartdiploma's voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs om daarmee dienst te kunnen doen aan boord van schepen in de functie van werktuigkundige zijn in neerdalende lijn:
f. maritiem officier alle schepen;
g. wachtstuurman alle schepen;
h. eerste stuurman schepen van minder dan 3.000 GT;
i. eerste stuurman alle schepen met de beperking tot aannemersmaterieel;
j. wachtwerktuigkundige alle schepen;
k. tweede werktuigkundige schepen met minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen;
l. tweede werktuigkundige alle schepen met de beperking tot aannemersmaterieel; en
m. wachtwerktuigkundige zeevisvaart.
a. diploma C als scheepswerktuigkundige;
b. diploma B als scheepswerktuigkundige;
c. diploma A als scheepswerktuigkundige;
d. diploma als motordrijver.
**2.** Het in het eerste lid genoemde kennisbewijs geeft recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie eerste maritiem officier alle schepen indien de aanvrager een ervaring heeft van 24 maanden in de functie maritiem officier.
**3.** Met het diploma als motordrijver worden voor de verkrijging van een vaarbevoegdheidsbewijs gelijkgesteld: het diploma als assistent scheepswerktuigkundige, het voorlopig diploma als scheepswerktuigkundige, alsmede het diploma als motordrijver zeevisvaart en het diploma voor de zeevisvaart W IV-v, uitgereikt krachtens de Wet op de Zeevischvaartdiploma's, Stb. 1935, 455.
**3.** Het in het eerste lid genoemde kennisbewijs geeft recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie eerste stuurman alle schepen indien de aanvrager een ervaring heeft van 12 maanden in de functie wachtstuurman.
**4.**
Het in het eerste lid genoemde kennisbewijs geeft recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functies kapitein schepen van minder dan 3.000 GT en kapitein alle schepen indien de aanvrager in het bezit is van:
a. het certificaat scheepsmanagement-N;
b. het certificaat medische eerste hulp aan boord; en
c. het certificaat medische zorg aan boord,
en een ervaring heeft van:
d. 36 maanden in de functie wachtstuurman; of
e. 24 maanden in de functie wachtstuurman, waarvan ten minste 12 maanden in de functie eerste stuurman.
**5.** Het in het eerste lid genoemde kennisbewijs geeft recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie tweede werktuigkundige alle schepen indien de aanvrager een ervaring heeft van 12 maanden in de functie wachtwerktuigkundige.
**6.** Het in het eerste lid genoemde kennisbewijs geeft recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functies hoofdwerktuigkundige schepen met minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen en hoofdwerktuigkundige alle schepen met de beperking tot aannemersmaterieel, indien de aanvrager in het bezit is van het certificaat scheepsmanagement-W en een ervaring heeft van 12 maanden in de functie wachtwerktuigkundige.
**7.**
Het in het eerste lid genoemde kennisbewijs geeft recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie hoofdwerktuigkundige alle schepen indien de aanvrager in het bezit is van het certificaat scheepsmanagement-W en een ervaring heeft van:
a. 36 maanden in de functie wachtwerktuigkundige; of
b. 24 maanden in de functie wachtwerktuigkundige, waarvan ten minste 12 maanden in het bezit van een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie tweede werktuigkundige.
### Artikel 13
**1.** Het kennisbewijs voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs om daarmee dienst te kunnen doen in de functie van kapitein of eerste stuurman van schepen op reizen nabij de kust, is het kennisbewijs als schipper-machinist beperkt werkgebied en het kennisbewijs als stuurman-werktuigkundige voor de zeevisvaart SW 5.
**2.** De diploma's voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs om daarmee dienst te kunnen doen in de functie van kapitein of stuurman van schepen op reizen nabij de kust, zijn het diploma als stuurman voor de kleine handelsvaart, het diploma als stuurman voor de kustsleepvaart, het diploma als stuurman voor de beperkte kleine handelsvaart, alsmede het diploma voor de zeevisvaart SW V.
### Paragraaf 3. Kennisbewijzen, ervaring en bevoegdheden
### Artikel 14
Onverminderd artikel 8, geeft het bezit van het kennisbewijs als hoger maritiem officier of als middelbaar maritiem officier de aanvrager recht op het vaarbevoegdheidsbewijs voor alle schepen als:
1. a. maritiem officier;
b. wachtstuurman; en
c. eerste stuurman tot 3000 GT, indien hij in het bezit is van
i. het algemeen certificaat voor de maritieme radiocommunicatie, en
ii. de leeftijd heeft bereikt van 18 jaar;
d. wachtwerktuigkundige, indien hij de leeftijd heeft bereikt van 18 jaar;
e. tweede werktuigkundige tot 3000 kW, indien hij de leeftijd heeft bereikt van 18 jaar en een diensttijd heeft van een jaar als werktuigkundige of als assistent-werktuigkundige in het kader van een opleiding tot maritiem officier;
2. eerste stuurman, indien hij naast het genoemde in 1, onderdeel c, onder i, in het bezit is van
i. het certificaat radarnavigator;
ii. het certificaat scheepsmanagement-N, en
iii. een diensttijd heeft van twee jaar als stuurman of maritiem officier;
3. tweede werktuigkundige, indien hij een diensttijd heeft van een jaar als maritiem officier, werktuigkundige of als assistent-werktuigkundige in het kader van een opleiding tot maritiem officier;
4. hoofdwerktuigkundige, indien hij in het bezit is van
i. het certificaat scheepsmanagement-W, en
ii. een diensttijd heeft van vier jaar als werktuigkundige of maritiem officier, waarvan ten minste een jaar als tweede werktuigkundige of eerste maritiem officier;
5. eerste maritiem officier, indien hij naast het genoemde in 1, onderdeel c, onder i, 2, onder i en ii, 4, onder i, een diensttijd heeft van drie jaar als maritiem officier;
6. kapitein, indien hij naast het genoemde in 1, onderdeel c, onder i, 2, onder i en ii, een diensttijd heeft van vier jaar als stuurman of maritiem officier, waarvan ten minste een jaar als eerste stuurman of eerste maritiem officier.
### Artikel 15
Onverminderd artikel 8, geeft het bezit van het kennisbewijs als baggeraar-stuurman, als wachtstuurman alle schepen dan wel het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart de aanvrager recht op het vaarbevoegdheidsbewijs voor alle schepen als:
1. a. wachtstuurman; en
b. eerste stuurman tot 3000 GT, indien hij in het bezit is van
i. het algemeen certificaat voor de maritieme radiocommunicatie, en
ii. de leeftijd heeft bereikt van 18 jaar
2. eerste stuurman, indien hij naast het genoemde in 1, onderdeel b, onder i, in het bezit is van
i. het certificaat radarnavigator;
ii. het certificaat scheepsmanagement-N, en
iii. een diensttijd heeft van een jaar als stuurman;
3. kapitein, indien hij naast het genoemde in 1, onderdeel b, onder i, 2, onder i en ii, een diensttijd heeft van drie jaar als stuurman, dan wel twee jaar als stuurman waarvan ten minste een jaar als eerste stuurman.
### Artikel 16
Onverminderd artikel 8, geeft het bezit van het kennisbewijs als stuurman-werktuigkundige kleine schepen de aanvrager recht op het vaarbevoegdheidsbewijs als:
a. maritiem officier kleine schepen en maritiem officier op alle aannemersmaterieel;
b. eerste stuurman tot 3000 GT en eerste stuurman op alle aannemersmaterieel, indien hij in het bezit is van het algemeen certificaat voor de maritieme radiocommunicatie en hij de leeftijd heeft bereikt van 18 jaar;
c. tweede werktuigkundige tot 3000 kW en tweede werktuigkundige op alle aannemersmaterieel, indien hij de leeftijd heeft bereikt van 18 jaar en een diensttijd heeft van een jaar als werktuigkundige of als assistent-werktuigkundige in het kader van een opleiding tot maritiem officier kleine schepen;
d. hoofdwerktuigkundige tot 3000 kW en hoofdwerktuigkundige op alle aannemersmaterieel, indien hij een diensttijd heeft van twee jaar als maritiem officier of als werktuigkundige, waarvan ten minste één jaar in het bezit van de bevoegdheid als tweede werktuigkundige;
e. eerste maritiem officier kleine schepen en eerste maritiem officier op alle aannemersmaterieel, indien hij naast het certificaat genoemd in onderdeel b, een diensttijd heeft van twee jaar als maritiem officier;
f. kapitein tot 3000 GT en kapitein op alle aannemersmaterieel, indien hij naast het certificaat genoemd in onderdeel b, in het bezit is van het certificaat radarnavigator, het certificaat scheepsmanagement-N, alsmede een diensttijd heeft van twee jaar als stuurman of maritiem officier, waarvan ten minste één jaar als eerste stuurman of eerste maritiem officier.
### Artikel 17
Onverminderd artikel 8, geeft het bezit van het kennisbewijs als stuurman tot 3000 GT de aanvrager recht op het vaarbevoegdheidsbewijs als:
a. eerste stuurman tot 3000 GT en eerste stuurman op alle aannemersmaterieel, indien hij in het bezit is van het algemeen certificaat voor de maritieme radiocommunicatie en de leeftijd heeft bereikt van 18 jaar;
b. kapitein tot 3000 GT en kapitein op alle aannemersmaterieel, indien hij naast het certificaat genoemd onder a, in het bezit is van het certificaat radarnavigator, het certificaat scheepsmanagement-N en een diensttijd heeft van drie jaar als stuurman, dan wel twee jaar als stuurman, waarvan ten minste één jaar als eerste stuurman.
### Artikel 18
Onverminderd artikel 8, geeft het bezit van het kennisbewijs als baggeraar-machinist of als wachtwerktuigkundige alle schepen de aanvrager recht op het vaarbevoegdheidsbewijs voor alle schepen als:
1. wachtwerktuigkundige, indien hij de leeftijd heeft bereikt van 18 jaar;
2. tweede werktuigkundige, indien hij een diensttijd heeft van een jaar als werktuigkundige of als assistent-werktuigkundige in het kader van een opleiding tot werktuigkundige;
3. hoofdwerktuigkundige, indien hij in het bezit is van
i. het certificaat scheepsmanagement-W, en
ii. een diensttijd heeft van drie jaar als werktuigkundige, waarvan ten minste een jaar in het bezit van de bevoegdheid als tweede werktuigkundige.
### Artikel 19
Vervallen
### Artikel 20
Onverminderd artikel 8, geeft het bezit van het kennisbewijs als werktuigkundige tot 3000 kW de aanvrager recht op het vaarbevoegdheidsbewijs als:
a. tweede werktuigkundige tot 3000 kW en tweede werktuigkundige op alle aannemersmaterieel, indien hij de leeftijd heeft bereikt van 18 jaar en een diensttijd heeft van ten minste een jaar als werktuigkundige of als assistent-werktuigkundige in het kader van een opleiding tot werktuigkundige;
b. hoofdwerktuigkundige tot 3000 kW en hoofdwerktuigkundige op alle aannemersmaterieel, mits hij een diensttijd heeft van twee jaar als werktuigkundige, waarvan tenminste één jaar in het bezit van de bevoegdheid als tweede werktuigkundige.
### Artikel 21
Onverminderd artikel 8, geeft het bezit van het kennisbewijs als schipper-machinist beperkt werkgebied de aanvrager recht op het vaarbevoegdheidsbewijs als
1. eerste stuurman op reizen nabij de kust, indien hij in het bezit is van
i. het beperkt certificaat voor de maritieme radiocommunicatie, en
ii. een leeftijd heeft bereikt van 18 jaar;
2. kapitein op reizen nabij de kust, indien hij, naast het genoemde in 1.i.
i. een leeftijd heeft bereikt van 20 jaar, en hij
ii. een diensttijd heeft van een jaar, zo nodig aangevuld met de eisen die voortvloeien uit een overeenkomst met een andere staat binnen wiens territoir de reizen nabij de kust plaatsvinden;
3. kapitein op reizen nabij de kust zonder beperking in voortstuwingsvermogen, indien hij:
i. in het bezit is van het vaarbevoegdheidsbewijs als kapitein op reizen nabij de kust;
ii. een diensttijd heeft van ten minste zes maanden als kapitein op reizen nabij de kust, en
iii. in het bezit is van het certificaat kapitein beperkt werkgebied zonder beperking in voortstuwingsvermogen.
### Artikel 22
Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als radio-operator is vereist het algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie, afgegeven in overeenstemming met het bepaalde bij of krachtens het Frequentiebesluit 2013 en de leeftijd van 18 jaar.
### Artikel 23
Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als radio-operator met de beperking tot het gebruik van VHF/UHF radio-communicatieapparatuur is vereist het beperkt certificaat maritieme radiocommunicatie, afgegeven in overeenstemming met het bepaalde bij of krachtens het Frequentiebesluit 2013 en de leeftijd van 18 jaar.
### Artikel 24
Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als gezel met de beperking tot de dekdienst is ten minste vereist:
1. het kennisbewijs als gezel dekdienst, of
2. een schriftelijke verklaring van de kapitein dat betrokkene met goed gevolg heeft aangetoond te voldoen aan de eisen van bekwaamheid als bedoeld in sectie A-II/4 van de STCW-Code; en
i. een ervaring heeft van ten minste een half jaar als aankomend gezel dekdienst op zeeschepen;
ii. in het bezit is van het certificaat basisveiligheidstraining, en hij
iii. een leeftijd heeft bereikt van 16 jaar.
### Artikel 25
Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als gezel met de beperking tot de machinekamerdienst is ten minste vereist:
1. het kennisbewijs als gezel machinekamerdienst; of
2. een schriftelijke verklaring van de hoofdwerktuigkundige dat betrokkene met goed gevolg heeft aangetoond te voldoen aan de eisen van bekwaamheid als bedoeld in sectie A-III/4 van de STCW-Code;
i. een ervaring heeft van ten minste een half jaar als aankomend gezel machinekamerdienst op zeeschepen;
ii. in het bezit is van het certificaat basisveiligheidstraining, en hij
iii. een leeftijd heeft bereikt van 16 jaar.
### Artikel 26
Onverminderd de artikelen 14 tot en met 17 is de houder van een vaarbevoegdheidsbewijs als kapitein, eerste maritiem officier of eerste stuurman alle schepen alsmede als kapitein tot 3000 GT met ingang van 1 februari 2002 in het bezit van het certificaat radarnavigator.
### Artikel 27
Onverminderd de artikelen 14 tot en met 17 is de houder van een vaarbevoegdheidsbewijs als kapitein, eerste maritiem officier, maritiem officier, eerste stuurman en wachtstuurman alle schepen, eerste maritiem officier en maritiem officier kleine schepen, alsmede eerste stuurman tot 3000 GT met ingang van 1 februari 2002 in het bezit van het certificaat brandbestrijding voor gevorderden.
### Artikel 28
Onverminderd de artikelen 14 tot en met 20 is de houder van een vaarbevoegdheidsbewijs als hoofdwerktuigkundige, tweede werktuigkundige of wachtwerktuigkundige alle schepen, alsmede als hoofdwerktuigkundige en tweede werktuigkundige tot 3000 kW met ingang van 1 februari 2002 in het bezit van het certificaat brandbestrijding voor gevorderden.
### Paragraaf 4. Aanvullende vereisten voor het dienstdoen aan boord van bijzondere typen schepen
#### Paragraaf Eisen voor tankschepen
### Artikel 29
**1.**
Voor de uitoefening door bemanningsleden van speciale taken en verantwoordelijkheden met betrekking tot de lading en de daarbij behorende uitrusting op tankschepen, is vereist:
Onverminderd artikel 8 geeft het bezit van het kennisbewijs stuurman-werktuigkundige kleine schepen, tezamen met:
a. het bezit van een certificaat brandbestrijding in aanvulling op de opleiding en training die is voorgeschreven in artikel 87;
b. ten minste drie maanden goedgekeurde diensttijd op tankschepen; of
c. een erkende cursus hebben gevolgd om zich vertrouwd te maken met de dienst aan boord van tankschepen, waarin ten minste het programma voor de cursus vervat in sectie AV/1, de paragrafen 2 tot en met 7, van de STCW-Code is behandeld.
a. het certificaat basisveiligheid;
b. het certificaat reddingmiddelen;
c. het certificaat brandbestrijding voor gevorderden;
d. het certificaat medische eerste hulp aan boord; en
e. het algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie,
**2.**
de aanvrager die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functies:
Onze Minister is bevoegd in plaats van de diensttijd, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, een kortere diensttijd toe te staan, onder voorwaarde dat:
f. maritiem officier alle schepen;
g. wachtstuurman alle schepen;
h. eerste stuurman schepen van minder dan 3000 GT;
i. eerste stuurman alle schepen met de beperking tot aannemersmaterieel;
j. wachtwerktuigkundige alle schepen;
k. tweede werktuigkundige schepen met minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen;
l. tweede werktuigkundige alle schepen met de beperking tot aannemersmaterieel; en
m. wachtwerktuigkundige zeevisvaart.
a. de diensttijd niet korter is dan een maand;
b. het tankschip waarop de diensttijd is doorgebracht een bruto tonnage heeft van minder dan 3000;
c. de duur van elke reis van het tankschip gedurende die periode niet langer is dan 72 uur, en
d. de operationele kenmerken van het tankschip, het aantal reizen en het aantal beladingen en lossingen die gedurende deze periode worden gedaan, het mogelijk maken hetzelfde niveau van kennis en ervaring te verkrijgen.
**2.** Het in het eerste lid genoemde kennisbewijs geeft recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functies eerste maritiem officier schepen van minder dan 3.000 GT en minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen en eerste maritiem officier alle schepen met de beperking tot aannemersmaterieel, indien de aanvrager een ervaring heeft van 24 maanden in de functie maritiem officier.
**3.**
Kapiteins, eerste maritiem officieren, eerste stuurlieden, hoofdwerktuigkundigen, tweede werktuigkundigen en voorts iedereen die rechtstreeks verantwoordelijk is voor het laden, lossen en de te nemen voorzorgsmaatregelen tijdens de reis of de behandeling van de lading, voldoen naast het in het eerste lid, onderdelen b of c bepaalde, aan het volgende:
Het in het eerste lid genoemde kennisbewijs geeft recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functies kapitein schepen van minder dan 3.000 GT en kapitein alle schepen met de beperking tot aannemersmaterieel, indien de aanvrager in het bezit is van:
a. zij hebben een ervaring van ten minste een half jaar op het gebied van hun taken op het type tankschip waarop zij varen, en
b. zij zijn in het bezit van een voor het type tankschip bestemd veiligheidstrainingscertificaat, zoals is voorgeschreven in artikel 71, 72 of 73;
a. het certificaat scheepsmanagement-N;
b. het certificaat medische eerste hulp aan boord; en
c. het certificaat medische zorg aan boord,
**4.** Onze Minister draagt er zorg voor dat op het vaarbevoegdheidsbewijs van kapiteins en officieren die voldoen aan het eerste, tweede of derde lid, de desbetreffende aantekening wordt gemaakt.
en een ervaring heeft van:
#### Paragraaf Eisen voor passagiersschepen
d. 36 maanden in de functie wachtstuurman; of
e. 24 maanden in de functie wachtstuurman, waarvan ten minste 12 maanden in de functie eerste stuurman.
**4.** Het in het eerste lid genoemde kennisbewijs geeft recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functies hoofdwerktuigkundige schepen met minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen en hoofdwerktuigkundige alle schepen met de beperking tot aannemersmaterieel, indien de aanvrager in het bezit is van het certificaat scheepsmanagement-W en een ervaring heeft van 24 maanden in de functie wachtwerktuigkundige, waarvan ten minste 12 maanden in het bezit van een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie tweede werktuigkundige schepen met minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen.
### Artikel 14
**1.**
Onverminderd artikel 8 geeft het bezit van het kennisbewijs stuurman alle schepen of stuurman waterbouw, tezamen met:
a. het certificaat basisveiligheid;
b. het certificaat reddingmiddelen;
c. het certificaat brandbestrijding voor gevorderden;
d. het certificaat medische eerste hulp aan boord; en
e. het algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie,
de aanvrager die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functies:
f. wachtstuurman alle schepen;
g. eerste stuurman schepen van minder dan 3.000 GT; en
h. eerste stuurman alle schepen met de beperking tot aannemersmaterieel.
**2.** Het in het eerste lid genoemde kennisbewijs geeft recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie eerste stuurman alle schepen indien de aanvrager een ervaring heeft van 12 maanden in de functie wachtstuurman.
**3.**
Het in het eerste lid genoemde kennisbewijs geeft recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functies kapitein schepen van minder dan 3.000 GT en kapitein alle schepen met de beperking tot aannemersmaterieel, indien de aanvrager in het bezit is van:
a. het certificaat scheepsmanagement-N;
b. het certificaat medische eerste hulp aan boord; en
c. het certificaat medische zorg aan boord,
en een ervaring heeft van 24 maanden in de functie wachtstuurman, waarvan ten minste 12 maanden in de functie eerste stuurman.
**4.**
Het in het eerste lid genoemde kennisbewijs geeft recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie kapitein alle schepen indien de aanvrager in het bezit is van:
a. het certificaat scheepsmanagement-N;
b. het certificaat medische eerste hulp aan boord; en
c. het certificaat medische zorg aan boord,
en een ervaring heeft van:
d. 36 maanden in de functie wachtstuurman; of
e. 24 maanden in de functie wachtstuurman, waarvan ten minste 12 maanden in de functie eerste stuurman.
### Artikel 15
**1.**
Onverminderd artikel 8 geeft het bezit van het kennisbewijs wachtstuurman tot 3.000 GT, tezamen met:
a. het certificaat basisveiligheid;
b. het certificaat reddingmiddelen;
c. het certificaat brandbestrijding voor gevorderden;
d. het certificaat medische eerste hulp aan boord; en
e. het algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie,
de aanvrager die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functies:
f. wachtstuurman alle schepen;
g. eerste stuurman schepen van minder dan 3.000 GT; en
h. eerste stuurman alle schepen met de beperking tot aannemersmaterieel.
**2.**
Het in het eerste lid genoemde kennisbewijs geeft recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functies kapitein schepen van minder dan 3.000 GT en kapitein alle schepen met de beperking tot aannemersmaterieel, indien de aanvrager in het bezit is van:
a. het certificaat scheepsmanagement-N;
b. het certificaat medische eerste hulp aan boord; en
c. het certificaat medische zorg aan boord,
en een ervaring heeft van:
d. 36 maanden in de functie wachtstuurman; of
e. 24 maanden in de functie wachtstuurman, waarvan ten minste 12 maanden in de functie eerste stuurman.
### Artikel 16
**1.**
Onverminderd artikel 8 geeft het bezit van het kennisbewijs scheepswerktuigkundige alle schepen of scheepswerktuigkundige waterbouw, tezamen met:
a. het certificaat basisveiligheid;
b. het certificaat reddingmiddelen;
c. het certificaat brandbestrijding voor gevorderden; en
d. het certificaat medische eerste hulp aan boord,
de aanvrager die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functies:
e. wachtwerktuigkundige alle schepen;
f. tweede werktuigkundige schepen met minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen;
g. tweede werktuigkundige alle schepen met de beperking tot aannemersmaterieel; en
h. wachtwerktuigkundige zeevisvaart.
**2.** Het in het eerste lid genoemde kennisbewijs geeft recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie tweede werktuigkundige alle schepen indien de aanvrager een ervaring heeft van 12 maanden in de functie wachtwerktuigkundige.
**3.** Het in het eerste lid genoemde kennisbewijs geeft recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functies hoofdwerktuigkundige schepen met minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen en hoofdwerktuigkundige alle schepen met de beperking tot aannemersmaterieel, indien de aanvrager in het bezit is van het certificaat scheepsmanagement-W en een ervaring heeft van 12 maanden in de functie wachtwerktuigkundige.
**4.**
Het in het eerste lid genoemde kennisbewijs geeft recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie hoofdwerktuigkundige alle schepen indien de aanvrager in het bezit is van het certificaat scheepsmanagement-W en een ervaring heeft van:
a. 36 maanden in de functie wachtwerktuigkundige; of
b. 24 maanden in de functie wachtwerktuigkundige, waarvan ten minste 12 maanden in het bezit van een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie tweede werktuigkundige.
### Artikel 17
**1.**
Onverminderd artikel 8 geeft het bezit van het kennisbewijs wachtwerktuigkundige tot 3.000 kW, tezamen met:
a. het certificaat basisveiligheid;
b. het certificaat reddingmiddelen;
c. het certificaat brandbestrijding voor gevorderden; en
d. het certificaat medische eerste hulp aan boord,
de aanvrager die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functies:
e. wachtwerktuigkundige alle schepen;
f. tweede werktuigkundige schepen met minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen;
g. tweede werktuigkundige alle schepen met de beperking tot aannemersmaterieel; en
h. wachtwerktuigkundige zeevisvaart.
**2.**
Het in het eerste lid genoemde kennisbewijs geeft recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functies hoofdwerktuigkundige schepen met minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen en hoofdwerktuigkundige alle schepen met de beperking tot aannemersmaterieel, indien de aanvrager in het bezit is van het certificaat scheepsmanagement-W en een ervaring heeft van:
a. 36 maanden in de functie wachtwerktuigkundige; of
b. 24 maanden in de functie wachtwerktuigkundige, waarvan ten minste 12 maanden in het bezit van een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie tweede werktuigkundige.
### Artikel 18
**1.**
Onverminderd artikel 8 geeft het bezit van het kennisbewijs schipper-machinist beperkt werkgebied, tezamen met:
a. het certificaat basisveiligheid;
b. het certificaat medische eerste hulp aan boord; en
c. het beperkt certificaat maritieme radiocommunicatie,
de aanvrager die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie eerste stuurman schepen van minder dan 500 GT met de beperking tot reizen nabij de Nederlandse kust in een vaargebied dat zich uitstrekt tot de Nederlandse territoriale zee en de aansluitende zone van het Koninkrijk grenzend aan de Nederlandse territoriale zee.
**2.**
Onverminderd artikel 8 geeft het bezit van het kennisbewijs schipper-machinist beperkt werkgebied, tezamen met:
a. het certificaat basisveiligheid; en
b. het certificaat medische eerste hulp aan boord,
de aanvrager die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie tweede werktuigkundige schepen met minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen met de beperking tot reizen nabij de Nederlandse kust in een vaargebied dat zich uitstrekt tot de Nederlandse territoriale zee en de aansluitende zone van het Koninkrijk grenzend aan de Nederlandse territoriale zee.
**3.** Het in het eerste lid genoemde kennisbewijs geeft recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie kapitein schepen van minder dan 500 GT met de beperking tot reizen nabij de Nederlandse kust in een vaargebied dat zich uitstrekt tot de Nederlandse territoriale zee en de aansluitende zone van het Koninkrijk grenzend aan de Nederlandse territoriale zee, indien de aanvrager de leeftijd van 20 jaar heeft bereikt en een ervaring heeft van 12 maanden in de functie eerste stuurman.
**4.** Het in het eerste lid genoemde kennisbewijs geeft recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie hoofdwerktuigkundige schepen van minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen met de beperking tot reizen nabij de Nederlandse kust in een vaargebied dat zich uitstrekt tot de Nederlandse territoriale zee en de aansluitende zone van het Koninkrijk grenzend aan de Nederlandse territoriale zee, indien de aanvrager een ervaring heeft van 12 maanden in de functie tweede werktuigkundige terwijl hij in het bezit is van een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie, genoemd in het tweede lid.
### Artikel 19
**1.**
Onverminderd artikel 8 geeft het bezit van het kennisbewijs schipper-machinist beperkt werkgebied, tezamen met:
a. het certificaat basisveiligheid;
b. het certificaat reddingmiddelen;
c. het certificaat medische eerste hulp aan boord; en
d. het algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie,
de aanvrager die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie eerste stuurman schepen van minder dan 500 GT met de beperking tot reizen nabij de Nederlandse kust in een vaargebied dat zich uitstrekt tot de Nederlandse territoriale zee en de Nederlandse exclusieve economische zone.
**2.**
Onverminderd artikel 8 geeft het bezit van het kennisbewijs schipper-machinist beperkt werkgebied, tezamen met:
a. het certificaat basisveiligheid;
b. het certificaat reddingmiddelen; en
c. het certificaat medische eerste hulp aan boord,
de aanvrager die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie tweede werktuigkundige schepen met minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen met de beperking tot reizen nabij de Nederlandse kust in een vaargebied dat zich uitstrekt tot de Nederlandse territoriale zee en de Nederlandse exclusieve economische zone.
**3.**
Het in het eerste lid genoemde kennisbewijs geeft recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie kapitein schepen van minder dan 500 GT met de beperking tot reizen nabij de Nederlandse kust in een vaargebied dat zich uitstrekt tot de Nederlandse territoriale zee en de Nederlandse exclusieve economische zone, indien de aanvrager de leeftijd van 20 jaar heeft bereikt en in het bezit is van:
a. het certificaat medische eerste hulp aan boord;
b. het certificaat medische zorg aan boord; en
c. het certificaat brandbestrijding voor gevorderden,
en een ervaring heeft van 12 maanden in de functie eerste stuurman.
**4.** Het in het eerste lid genoemde kennisbewijs geeft recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie hoofdwerktuigkundige schepen van minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen met de beperking tot reizen nabij de Nederlandse kust in een vaargebied dat zich uitstrekt tot de Nederlandse territoriale zee en de Nederlandse exclusieve economische zone, indien de aanvrager een ervaring heeft van 12 maanden in de functie tweede werktuigkundige terwijl hij in het bezit is van een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie, genoemd in het tweede lid.
### Artikel 20
**1.**
Onverminderd artikel 8 geeft het bezit van het kennisbewijs schipper-machinist beperkt werkgebied, tezamen met:
a. het certificaat basisveiligheid;
b. het certificaat reddingmiddelen;
c. het certificaat medische eerste hulp aan boord; en
d. het algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie,
de aanvrager die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie eerste stuurman schepen van minder dan 500 GT met de beperking tot reizen nabij de internationale kust.
**2.**
Onverminderd artikel 8 geeft het bezit van het kennisbewijs schipper-machinist beperkt werkgebied, tezamen met:
a. het certificaat basisveiligheid;
b. het certificaat reddingmiddelen; en
c. het certificaat medische eerste hulp aan boord,
de aanvrager die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie tweede werktuigkundige schepen met minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen met de beperking tot reizen nabij de internationale kust.
**3.**
Het in het eerste lid genoemde kennisbewijs geeft recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie kapitein schepen van minder dan 500 GT met de beperking tot reizen nabij de internationale kust indien de aanvrager de leeftijd van 20 jaar heeft bereikt en in het bezit is van:
a. het certificaat medische eerste hulp aan boord;
b. het certificaat medische zorg aan boord;
c. het certificaat brandbestrijding voor gevorderden; en
d. het certificaat aanvulling-N voor reizen nabij de internationale kust, en een ervaring heeft van 12 maanden in de functie eerste stuurman.
**4.** Het in het eerste lid genoemde kennisbewijs geeft recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie hoofdwerktuigkundige schepen van minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen met de beperkingen tot reizen nabij de internationale kust indien de aanvrager in het bezit is van het certificaat aanvulling-W voor reizen nabij de internationale kust en hij een ervaring heeft van 12 maanden in de functie tweede werktuigkundige terwijl hij in het bezit is van een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie, genoemd in het tweede lid.
### Artikel 21
Onverminderd artikel 8 geeft het bezit van het kennisbewijs officier elektrotechniek alle schepen, tezamen met:
a. het certificaat basisveiligheid;
b. het certificaat reddingmiddelen;
c. het certificaat brandbestrijding voor gevorderden; en
d. het certificaat medische eerste hulp aan boord,
de aanvrager die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie officier elektrotechniek alle schepen.
### Artikel 22
Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie gezel elektrotechniek alle schepen heeft de aanvrager de leeftijd van 18 jaar bereikt en is hij in het bezit van:
a. het certificaat basisveiligheid; en
b. het kennisbewijs gezel elektrotechniek alle schepen; dan wel
c. een door de kapitein of de hoofdwerktuigkundige goedgekeurd takenboek waarin is verklaard dat de betrokkene heeft aangetoond te voldoen aan de eisen van bekwaamheid, bedoeld in sectie A-III/7 van de STCW-Code, en hij een ervaring heeft van ten minste 12 maanden als aankomend gezel elektrotechniek.
### Artikel 23
Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie gekwalificeerd gezel dek alle schepen heeft de aanvrager de leeftijd van 18 jaar bereikt en is hij in het bezit van:
a. het certificaat basisveiligheid;
b. het certificaat reddingmiddelen; en
c. het kennisbewijs gekwalificeerd gezel dek alle schepen; dan wel
d. een door de kapitein goedgekeurd takenboek waarin is verklaard dat de betrokkene heeft aangetoond te voldoen aan de eisen van bekwaamheid, bedoeld in sectie A-II/5 van de STCW-Code, en hij een ervaring heeft van ten minste 18 maanden in de functie wachtlopend gezel dek.
### Artikel 24
Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie gekwalificeerd gezel machinekamer alle schepen heeft de aanvrager de leeftijd van 18 jaar bereikt en is hij in het bezit van:
a. het certificaat basisveiligheid; en
b. het kennisbewijs gekwalificeerd gezel machinekamer alle schepen; dan wel
c. een door de kapitein of de hoofdwerktuigkundige goedgekeurd takenboek waarin is verklaard dat de betrokkene heeft aangetoond te voldoen aan de eisen van bekwaamheid, bedoeld in sectie A-III/5 van de STCW-Code, en hij een ervaring heeft van ten minste 12 maanden in de functie wachtlopend gezel machinekamer.
### Artikel 25
Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie gekwalificeerd gezel dek en machinekamer alle schepen heeft de aanvrager de leeftijd van 18 jaar bereikt en is hij in het bezit van:
a. het certificaat basisveiligheid;
b. het certificaat reddingmiddelen; en
c. het kennisbewijs gekwalificeerd gezel dek en machinekamer alle schepen; dan wel
d. een door de kapitein goedgekeurd takenboek waarin is verklaard dat de betrokkene heeft aangetoond te voldoen aan de eisen van bekwaamheid, bedoeld in sectie A-II/5 van de STCW-Code, en hij een ervaring heeft van ten minste 18 maanden in de functie wachtlopend gezel dek; en
e. een door de hoofdwerktuigkundige goedgekeurd takenboek waarin is verklaard dat de betrokkene heeft aangetoond te voldoen aan de eisen van bekwaamheid, bedoeld in sectie A-III/5 van de STCW-Code, en hij een ervaring heeft van ten minste 12 maanden in de functie wachtlopend gezel machinekamer.
### Artikel 26
Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie wachtlopend gezel dek alle schepen heeft de aanvrager de leeftijd van 16 jaar bereikt en is hij in het bezit van:
a. het certificaat basisveiligheid; en
b. het kennisbewijs wachtlopend gezel dek alle schepen; dan wel
c. een schriftelijke verklaring van de kapitein dat de betrokkene heeft aangetoond te voldoen aan de eisen van bekwaamheid, bedoeld in sectie A-II/4 van de STCW-Code, en hij een ervaring heeft van ten minste 6 maanden als aankomend gezel dek.
### Artikel 27
Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie wachtlopend gezel machinekamer alle schepen heeft de aanvrager de leeftijd van 16 jaar bereikt en is hij in het bezit van:
a. het certificaat basisveiligheid; en
b. het kennisbewijs wachtlopend gezel machinekamer alle schepen; dan wel
c. een schriftelijke verklaring van de hoofdwerktuigkundige dat de betrokkene heeft aangetoond te voldoen aan de eisen van bekwaamheid, bedoeld in sectie A-III/4 van de STCW-Code, en hij een ervaring heeft van ten minste 6 maanden als aankomend gezel machinekamer.
### Artikel 28
Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie wachtlopend gezel dek en machinekamer alle schepen heeft de aanvrager de leeftijd van 16 jaar bereikt en is hij in het bezit van:
a. het certificaat basisveiligheid; en
b. het kennisbewijs wachtlopend gezel dek en machinekamer alle schepen; dan wel
c. een schriftelijke verklaring van de kapitein dat de betrokkene heeft aangetoond te voldoen aan de eisen van bekwaamheid, bedoeld in sectie A-II/4 van de STCW-Code, en hij een ervaring heeft van ten minste 6 maanden als aankomend gezel dek; en
d. een schriftelijke verklaring van de hoofdwerktuigkundige dat de betrokkene heeft aangetoond te voldoen aan de eisen van bekwaamheid, bedoeld in sectie A-III/4 van de STCW-Code, en hij een ervaring heeft van ten minste 6 maanden als aankomend gezel machinekamer.
### Artikel 29
Bij regeling van Onze Minister wordt bepaald welke gegevens worden opgenomen in de in de artikelen 22 tot en met 28 bedoelde verklaringen.
### Artikel 30
**1.** Dit artikel is van toepassing op kapiteins, maritiem officieren, stuurlieden, werktuigkundigen en ander personeel aan boord van passagiersschepen.
**2.** Alvorens hun taken aan boord van passagiersschepen worden opgedragen is er voor de betrokken zeevarenden een door Onze Minister goedgekeurd schriftelijk bewijs waaruit blijkt dat zij de opleiding en training, zoals vereist in het vierde tot en met het achtste lid, in overeenstemming met hun hoedanigheid, taken en verantwoordelijkheden, met goed gevolg hebben voltooid.
**3.** Zeevarenden van wie verlangd wordt dat zij een opleiding hebben gevolgd in overeenstemming met het vierde, zevende en achtste lid, volgen passende herhalingscursussen met tussenpozen van niet meer dan vijf jaar of tonen aan dat zij in de afgelopen vijf jaar tenminste één jaar dienst hebben gedaan aan boord van passagierschepen.
**4.** Voor personeel aan boord van passagiersschepen, aan wie in de alarmrol de taak wordt opgedragen om passagiers bij te staan in noodsituaties, is er het bewijs dat zij de training in groepsbegeleiding, bedoeld in artikel 74 hebben voltooid.
**5.** Voor kapiteins, maritiem officieren, stuurlieden, werktuigkundigen en ander personeel aan boord van passagiersschepen dat belast is met bijzondere taken en verantwoordelijkheden, is er het bewijs dat zij de familiarisatie-training voor het betreffende passagiersschip, bedoeld in artikel 75, hebben voltooid.
**6.** Voor personeel aan boord van passagiersschepen dat in de passagiersruimten direct betrokken is bij de dienstverlening aan passagiers, is er het bewijs dat zij de veiligheidstraining, bedoeld in artikel 76, hebben voltooid.
**7.** Kapiteins, eerste maritiem officieren, eerste stuurlieden en iedereen die aan boord van passagiersschepen die is belast met de directe verantwoordelijkheid voor het aan en van boord gaan van passagiers, het laden, lossen of vastzetten van de lading, zijn in het bezit van het certificaat passagiersveiligheid, bedoeld in artikel 77.
**8.** Kapiteins, eerste stuurlieden, eerste maritiem officieren, hoofdwerktuigkundigen, tweede werktuigkundigen en anderen aan boord van passagiersschepen die verantwoordelijkheid dragen voor de veiligheid van passagiers in noodsituaties zijn in het bezit van het certificaat crisisbeheersing en menselijk gedrag, bedoeld in artikel 78.
Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie radio-operator heeft de aanvrager de leeftijd van 18 jaar bereikt en is hij in het bezit van het algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie, afgegeven in overeenstemming met het bepaalde bij of krachtens het Frequentiebesluit 2013.
### Artikel 31
In plaats van de bewijzen en certificaten, genoemd in artikel 74 tot en met 78, kan de scheepsbeheerder volstaan met het aantekenen van de door de bemanningsleden gevolgde opleiding of training in het krachtens artikel 3, derde lid, van de wet bij te houden overzicht.
#### Paragraaf Eisen voor ro-ro passagiersschepen
Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie radio-operator met de beperking tot het gebruik van VHF/UHF radiocommunicatieapparatuur heeft de aanvrager de leeftijd van 18 jaar bereikt en is hij in het bezit van het beperkt certificaat maritieme radiocommunicatie, afgegeven in overeenstemming met het bepaalde bij of krachtens het Frequentiebesluit 2013.
### Artikel 32
**1.** In afwijking van artikel 30 is dit artikel uitsluitend van toepassing op de bemanningsleden aan boord van ro-ro passagiersschepen.
**1.**
**2.** Alvorens hun taken aan boord van ro-ro passagiersschepen worden opgedragen zijn zeevarenden in het bezit van een document waaruit blijkt dat zij de opleiding en training, zoals vereist in het vierde tot en met het achtste lid, in overeenstemming met hun hoedanigheid, taken en verantwoordelijkheden, met goed gevolg hebben voltooid.
Onverminderd artikel 8 geeft het bezit van het bekwaamheidsbewijs stuurman grote zeilvaart, tezamen met:
**3.** Zeevarenden van wie verlangd wordt dat zij een opleiding en training hebben gevolgd in overeenstemming met het vierde, het zevende en het achtste lid, volgen passende herhalingscursussen met tussenpozen van niet meer dan vijf jaar of tonen aan dat zij in de voorafgaande vijf jaar tenminste één jaar dienst hebben gedaan aan boord van ro-ro passagierschepen.
a. het certificaat basisveiligheid;
b. het certificaat reddingmiddelen;
c. het certificaat brandbestrijding voor gevorderden;
d. het certificaat medische eerste hulp aan boord; en
e. het algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie,
**4.** Kapiteins, maritiem officieren, stuurlieden, werktuigkundigen en ander personeel aan boord van ro-ro passagiersschepen aan wie in de alarmrol de taak wordt opgedragen om passagiers bij te staan in noodsituaties, zijn in bezit van het bewijs groepsbegeleiding, bedoeld in artikel 79.
de aanvrager die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt en een ervaring heeft van 6 maanden in de functie wachtlopend gezel dek alle schepen recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie wachtstuurman zeilvaart.
**5.** Kapiteins, maritiem officieren, stuurlieden, werktuigkundigen en ander personeel aan boord van ro-ro passagiersschepen dat belast is met bijzondere taken en verantwoordelijkheden, zijn in het bezit van het bewijs familiarisatietraining voor het betreffende ro-ro passagiersschip, bedoeld in artikel 80.
**2.** Het in het eerste lid genoemde bekwaamheidsbewijs geeft recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie eerste stuurman zeilvaart indien de aanvrager een ervaring heeft van 12 maanden in de functie wachtstuurman zeilvaart.
**6.** Personeel aan boord van ro-ro passagiersschepen dat in de passagiersruimten direct betrokken is bij de dienstverlening aan passagiers, is in het bezit van het bewijs veiligheidstraining, bedoeld in artikel 81.
**3.**
**7.** Kapiteins, eerste maritiem officieren, eerste stuurlieden, hoofdwerktuigkundigen, tweede werktuigkundigen en iedereen aan boord van ro-ro passagiersschepen, die belast is met de directe verantwoordelijkheid voor het aan en van boord gaan van passagiers, het laden, lossen of vastzetten van de lading of het sluiten van openingen in de romp zijn in het bezit van het certificaat passagiersveiligheid, ladingveiligheid en integriteit van de romp, bedoeld in artikel 82.
Het in het eerste lid genoemde bekwaamheidsbewijs geeft recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie kapitein zeilvaart indien de aanvrager in het bezit is van:
**8.** Kapiteins, eerste maritiem officieren, eerste stuurlieden, hoofdwerktuigkundigen, tweede werktuigkundigen en iedereen aan boord van ro-ro passagiersschepen die verantwoordelijkheid draagt voor de veiligheid van passagiers in noodsituaties zijn in het bezit van het certificaat crisisbeheersing en menselijk gedrag, bedoeld in artikel 83.
a. het certificaat medische eerste hulp aan boord; en
b. het certificaat medische zorg aan boord,
en een ervaring heeft van 12 maanden in de functie eerste stuurman zeilvaart.
### Artikel 33
In plaats van de bewijzen en certificaten, genoemd in artikel 79 tot en met 83, kan de scheepsbeheerder volstaan met het aantekenen van de door de bemanningsleden gevolgde opleiding of training in het krachtens artikel 3, derde lid, van de wet bij te houden overzicht.
Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld met betrekking tot de bemanning van zeilschepen van minder dan 500 GT.
### Paragraaf 5. Aanvullende vereisten voor het dienstdoen aan boord van bijzonder voortbewogen schepen
#### Paragraaf Eisen voor stoomschepen
### Artikel 34
**1.** Werktuigkundigen en maritiem officieren aan boord van schepen voorzien van een stoomvoortstuwingsinstallatie, met een voortstuwingsvermogen van 3000 kW of meer, hebben een erkende opleiding stoomvoortstuwing voltooid, bedoeld in artikel 84.
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing voor houders van het diploma C als scheepswerktuigkundige dan wel het diploma B als scheepswerktuigkundige, uitgereikt voor 1 januari 1989.
**3.** Aan werktuigkundigen en maritiem officieren die voldoen aan het eerste lid wordt een kennisbewijs uitgereikt.
**4.** Onze Minister draagt er zorg voor dat op het vaarbevoegdheidsbewijs van werktuigkundigen en maritiem officieren die voldoen aan dit artikel, de betreffende aantekening wordt gemaakt.
#### Paragraaf Eisen voor hogesnelheidsvaartuigen
### Artikel 35
Kapiteins, maritiem officieren, stuurlieden en werktuigkundigen van hogesnelheidsvaartuigen zijn in het bezit van een *type rating certificate,* bedoeld in artikel 85 voor het hogesnelheidsvaartuig waarop zij dienstdoen.
#### Paragraaf Eisen voor zeilschepen
### Artikel 36
**1.** Kapiteins, stuurlieden en maritiem officieren van zeilschepen met een lengte van 40 meter of meer zijn, naast één der in artikel 11, eerste, tweede of derde lid, genoemde kennisbewijzen of diplomas in het bezit van het certificaat grote zeilvaart, dan wel in bezit van het in artikel 11, vijfde lid, genoemde kennisbewijs grote zeilvaart.
**2.** Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld met betrekking tot de bemanning van zeilschepen met een lengte van minder dan 40 meter.
**3.** Onze Minister draagt er zorg voor dat op het vaarbevoegdheidsbewijs van kapiteins, stuurlieden en maritiem officieren die voldoen aan het eerste lid van dit artikel, de betreffende aantekening wordt gemaakt.
### Paragraaf 6. Vaarbevoegdheden Koninklijke Marine
### Artikel 37
Een vaarbevoegdheidsbewijs als wachtstuurman alle schepen wordt afgegeven aan officieren en oud-officieren van de Zeedienst der Koninklijke Marine, die in het bezit zijn van een getuigschrift van het Koninklijk Instituut voor de Marine en van de Zeewachtstandaard A, zoals vastgesteld door Onze Minister van Defensie, die daarna gedurende ten minste een jaar geplaatst zijn en dienst hebben gedaan als wachtsofficier op operationeel in de vaart zijnde oorlogsschepen, voor zoveel deze ervaring of een deel daarvan niet langer dan vier jaar geleden is opgedaan, en mits zij daarnaast in het bezit zijn van:
a. een kennisbewijs ten aanzien van de Nederlandse en voornaamste internationale wettelijke voorschriften betreffende de zeescheepvaart;
b. een kennisbewijs ten aanzien van het behandelen van lading op het niveau van wachtstuurman alle schepen, en
c. het algemeen certificaat voor de maritieme radiocommunicatie.
### Artikel 38
**1.**
Een vaarbevoegdheidsbewijs als eerste stuurman alle schepen wordt afgegeven aan
a. officieren en oud-officieren van de Zeedienst der Koninklijke Marine, met de rang van luitenant ter zee tweede klasse oudste categorie of een hogere rang, die
1. in het bezit zijn van een getuigschrift van het Koninklijk Instituut voor de Marine;
2. daarna gedurende ten minste vier jaar zijn geplaatst en dienst hebben gedaan als wachtsofficier op operationeel in de vaart zijnde oorlogsschepen, waarvan ten minste twee jaar in de evengenoemde rang of in een hogere rang, voor zoveel deze ervaring of een deel daarvan niet langer dan vier jaar geleden is opgedaan, en
3. in het bezit zijn van de aantekening navigatieofficier, alsmede van:
i. een kennisbewijs ten aanzien van de Nederlandse en voornaamste internationale wettelijke voorschriften betreffende de zeescheepvaart;
ii. een kennisbewijs ten aanzien van het behandelen van lading op het niveau van wachtstuurman;
iii. het algemeen certificaat voor de maritieme radiocommunicatie;
iv. het certificaat radarnavigator;
v. het certificaat scheepsmanagement-N, en
vi. een diensttijd hebben behaald van ten minste een half jaar op schepen in de handelsvaart met een bruto-tonnage van 3000 of meer;
b. de houder van een vaarbevoegdheidsbewijs, afgegeven op grond van artikel 37, die in het bezit is van:
i. het certificaat radarnavigator;
ii. het certificaat scheepsmanagement-N, en
iii. in de handelsvaart een diensttijd heeft behaald van één jaar.
**2.**
Een vaarbevoegdheidsbewijs als eerste stuurman op alle zeilschepen wordt afgegeven aan officieren en oud-officieren van de Zeedienst der Koninklijke Marine, met de rang van luitenant ter zee tweede klasse oudste categorie of een hogere rang, die:
a. in het bezit zijn van een getuigschrift van het Koninklijk Instituut voor de Marine;
b. in het bezit van het onder a genoemde getuigschrift gedurende ten minste vier jaar zijn geplaatst en dienst hebben gedaan als wachtsofficier op operationeel in de vaart zijnde oorlogsschepen, voor zoveel deze ervaring of een deel daarvan niet langer dan vier jaar geleden is opgedaan, en
c. in het bezit zijn van de aantekening navigatieofficier, alsmede van:
i. een kennisbewijs ten aanzien van de Nederlandse en voornaamste internationale wettelijke voorschriften betreffende de zeescheepvaart;
ii. het certificaat grote zeilvaart;
iii. het algemeen certificaat voor de maritieme radiocommunicatie, en
iv. het certificaat radarnavigator.
### Artikel 39
**1.** Een vaarbevoegdheidsbewijs als kapitein alle schepen wordt afgegeven aan de houder van een bevoegdheid afgegeven op grond van artikel 38, eerste lid, die een diensttijd heeft behaald van een jaar als eerste stuurman.
**2.** Een vaarbevoegdheidsbewijs als kapitein alle zeilschepen wordt afgegeven aan de houder van een bevoegdheid afgegeven op grond van artikel 38, tweede lid, die een diensttijd heeft behaald van een jaar als eerste stuurman aan boord van zeilschepen.
### Artikel 40
Een vaarbevoegdheidsbewijs als eerste stuurman tot 3000 GT wordt afgegeven aan
onderofficieren en oud-onderofficieren Operationele Dienst van de Koninklijke Marine, die
1. in het bezit zijn van de Zeewachtstandaard M, zoals vastgesteld door Onze Minister van Defensie;
2. ten minste een jaar geplaatst zijn en zelfstandig dienst hebben gedaan op de brug op operationeel in de vaart zijnde oorlogsschepen, voor zoveel deze ervaring of een deel daarvan niet langer dan vier jaar geleden is opgedaan, en zij daarnaast in het bezit zijn van:
i. een kennisbewijs ten aanzien van de Nederlandse en voornaamste internationale wettelijke voorschriften betreffende de zeescheepvaart;
ii. een kennisbewijs ten aanzien van het behandelen van lading op het niveau van stuurman tot 3000 GT;
iii. het algemeen certificaat voor de maritieme radiocommunicatie;
iv. het certificaat radarnavigator, en
v. een diensttijd hebben behaald van ten minste drie maanden op schepen in de handelsvaart met een bruto tonnage van minder dan 3000.
### Artikel 41
Een vaarbevoegdheidsbewijs als kapitein tot 3000 GT wordt afgegeven aan de houder van een vaarbevoegdheidsbewijs, afgegeven op grond van artikel 40, die in het bezit is van
i. het certificaat scheepsmanagement-N, en
ii. een diensttijd heeft behaald van een jaar als eerste stuurman.
### Artikel 42
Een vaarbevoegdheidsbewijs als tweede werktuigkundige alle schepen wordt afgegeven aan officieren en gewezen officieren van de Technische Dienst van de Koninklijke Marine, die
1. in het bezit zijn van het getuigschrift van het Koninklijk Instituut voor de Marine, en
2. daarna ten minste een jaar dienst hebben gedaan op operationeel in de vaart zijnde oorlogsschepen, voor zoveel deze ervaring of een deel daarvan niet langer dan vier jaar geleden is opgedaan.
### Artikel 43
Een vaarbevoegdheidsbewijs als hoofdwerktuigkundige alle schepen wordt afgegeven aan:
a. officieren en gewezen officieren van de Technische Dienst, die
1. in het bezit zijn van een getuigschrift van het Koninklijk Instituut voor de Marine, en
2. daarna ten minste vijf jaar dienst hebben gedaan op operationeel in de vaart zijnde oorlogsschepen, voor zoveel deze ervaring of een deel daarvan niet langer dan vier jaar geleden is, en
3. in het bezit zijn van het certificaat scheepsmanagement-W;
b. de houder van een bevoegdheid afgegeven op grond van artikel 42, die een diensttijd heeft behaald van:
1. drie jaar als werktuigkundige, waarvan ten minste een jaar in het bezit van de bevoegdheid als tweede werktuigkundige, en
2. in het bezit is van het certificaat scheepsmanagement-W.
### Artikel 44
Een vaarbevoegdheidsbewijs als wachtwerktuigkundige alle schepen en tweede werktuigkundige tot 3000 kW wordt afgegeven aan onderofficieren van de Technische Dienst Werktuigtechniek of Systemen en oud-onderofficieren Technische Dienst Werktuigtechniek of Systemen, die
1. de rang van korporaal of hoger hebben bekleed, en
2. ten minste een jaar dienst hebben gedaan op operationeel in de vaart zijnde oorlogsschepen, voor zoveel deze ervaring of een deel daarvan niet langer dan vier jaar geleden is.
### Artikel 45
Een vaarbevoegdheidsbewijs als hoofdwerktuigkundige tot 3000 kW wordt afgegeven aan de houder van een vaarbevoegdheidsbewijs afgegeven op grond van artikel 44, die een diensttijd heeft behaald van twee jaar, waarvan ten minste een jaar in het bezit van de bevoegdheid als tweede werktuigkundige.
### Artikel 46
Op de verkrijging van vaarbevoegdheidsbewijzen door de officieren, oud-officieren, onderofficieren en oud-onderofficieren die in deze paragraaf worden genoemd, is artikel 8, met uitzondering van het eerste en het zevende lid, van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 47
In plaats van de Zeewachtstandaard A of de Zeewachtstandaard M, genoemd in artikel 37, onderscheidenlijk artikel 40, kan de aanvrager van een vaarbevoegdheidsbewijs een ander door Onze Minister van Defensie afgegeven document overleggen, waaruit blijkt dat de betrokkene over een gelijkwaardig niveau van kennis en inzicht beschikt.
### Artikel 48
Bij regeling van Onze Minister kunnen, na overleg met Onze Minister van Defensie, zo nodig in afwijking van de artikelen 37 tot en met 47, regels worden vastgesteld voor de verkrijging van vaarbevoegdheden door officieren en schepelingen der Koninklijke Marine die dienst doen aan boord van een zeeschip dat met kustwachttaken is belast.
### Paragraaf 7. Overgangsbepalingen vaarbevoegdheden (oude stijl)
### Artikel 49
**1.**
De houders van een verklaring van geschiktheid en bekwaamheid, afgegeven op grond van artikel 119, Schepenbesluit 1965, zoals dit luidde vóór het van kracht worden van dit besluit en als vermeld in kolom I, hebben aanspraak op de bevoegdheid met de beperkingen als vermeld in kolom II van onderstaande tabel:
| **Kolom I** | **Kolom II** |
| --- | --- |
| Kapitein alle schepen | Kapitein alle schepen |
| Kapitein schepen < 9000 GT | Kapitein alle schepen |
| Kapitein schepen < 6000 GT | Kapitein alle schepen |
| Kapitein schepen < 4000 GT | Kapitein alle schepen |
| Kapitein schepen < 2000 GT | Kapitein tot 3000 GT |
| 1e stuurman alle schepen | 1e stuurman alle schepen |
| 1e stuurman schepen < 9000 GT | 1e stuurman alle schepen |
| 1e stuurman schepen < 6000 GT | 1e stuurman alle schepen |
| 1e stuurman schepen < 4000 GT | 1e stuurman alle schepen |
| 1e stuurman schepen < 2000 GT | 1e stuurman tot 3000 GT |
| 2e stuurman alle schepen | wachtstuurman alle schepen |
| 3e stuurman alle schepen | wachtstuurman alle schepen |
| 2e stuurman schepen < 9000 GT | wachtstuurman alle schepen |
| 2e stuurman schepen < 6000 GT | wachtstuurman alle schepen |
| wachtstuurman schepen< 4000 GT | wachtstuurman alle schepen |
| Eerste maritiem officier alle schepen | Eerste maritiem officier alle schepen |
| | Eerste stuurman alle schepen |
| | Tweede werktuigkundige alle schepen |
| Maritiem officier alle schepen | Maritiem officier alle schepen |
| | wachtstuurman alle schepen |
| | wachtwerktuigkundige alle schepen |
| Hoofdwerktuigkundige alle schepen | Hoofdwerktuigkundige alle schepen |
| Hoofdwerktuigkundige schepen< 8000 kW | Hoofdwerktuigkundige alle schepen |
| Hoofdwerktuigkundige schepen < 6000 kW | Hoofdwerktuigkundige alle schepen |
| 1e maritiem officier schepen< 2000GT/1500kW | Eerste maritiem officier kleine schepen |
| | Eerste stuurman tot 3000 GT |
| | Hoofdwerktuigkundige tot 3000 kW |
| Hoofdwerktuigkundige schepen < 3000 kW | Hoofdwerktuigkundige tot 3000 kW |
| Hoofdwerktuigkundige schepen < 1500 kW | Hoofdwerktuigkundige tot 3000 kW |
| 2e werktuigkundige alle schepen | 2e werktuigkundige alle schepen |
| 2e werktuigkundige schepen < 8000 kW | 2e werktuigkundige alle schepen |
| 2e werktuigkundige schepen < 6000 kW | 2e werktuigkundige alle schepen |
| 2e werktuigkundige schepen< 3000 kW | 2e werktuigkundige tot 3000 kW |
| 2e werktuigkundige schepen < 1500 kW | 2e werktuigkundige tot 3000 kW |
| 3e werktuigkundige alle schepen | wachtwerktuigkundige alle schepen |
| 4e werktuigkundige alle schepen | wachtwerktuigkundige alle schepen |
| schipper-machinist beperkt werkgebied | kapitein kleine schepen, beperkt tot schepen op reizen nabij de kust. |
| Radio-operator A | Radio-operator Algemeen |
| Radio-operator B | Radio-operator Beperkt |
| Scheepstechnicus | Gezel |
| Gezel | Gezel |
**2.** Voor de verkrijging van een vaarbevoegdheidsbewijs als kapitein, eerste stuurman dan wel hoofdwerktuigkundige alle schepen is het bezit van het certificaat scheepsmanagement N of W niet vereist voor de houder van het diploma als eerste stuurman voor de grote handelsvaart respectievelijk het diploma C als scheepswerktuigkundige dan wel van het bewijs dat de bijscholingscursus 60009000 GT met goed gevolg werd afgesloten, alsmede voor degenen die voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit dienst doen als kapitein of hoofdwerktuigkundige.
### Artikel 50
Een vaarbevoegdheidsbewijs als kapitein tot 3000 GT wordt afgegeven aan: de houder van het diploma als stuurman voor de kleine handelsvaart, afgegeven voor 3 mei 1988, die in het bezit is van:
i. het certificaat radarnavigator, en
ii. het algemeen certificaat voor de maritieme radiocommunicatie.
### Artikel 51
Een vaarbevoegdheidsbewijs als kapitein op reizen nabij de kust, wordt afgegeven aan:
a. de houder van het diploma als stuurman voor de kustsleepvaart, afgegeven voor de datum van het van kracht worden van dit besluit;
b. de houder van het diploma als stuurman voor de beperkte kleine handelsvaart, afgegeven voor 3 mei 1988;
c. de houder van het diploma als kapitein aannemersmaterieel met aantekening, uitgereikt krachtens artikel 8, derde lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet op de zeevaartdiploma's in verband met artikel 24 van het Besluit Zeevaartdiploma's;
d. de houder van het kennisbewijs schipper-machinist beperkt werkgebied, afgegeven voor de datum van het van kracht worden van dit besluit, die in het bezit is van:
i. het beperkt certificaat voor de maritiem radiocommunicatie, en
ii. een diensttijd heeft behaald van ten minste twee jaar,
zo nodig aangevuld met de eisen die voortvloeien uit een overeenkomst met een andere staat binnen wiens territoir de reizen nabij de kust plaatsvinden.
### Artikel 52
Een vaarbevoegdheidsbewijs als eerste stuurman tot 3000 GT wordt afgegeven aan:
a. de houder van het diploma als stuurman voor de kleine handelsvaart, afgegeven voor 3 mei 1988, die in het bezit is van het algemeen certificaat voor de maritieme radiocommunicatie, en
b. de houder van het diploma als stuurman voor de kleine handelsvaart met aantekening, uitgereikt krachtens artikel 8, derde lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet op de zeevaartdiploma's, in verband met artikel 23, aanhef en onderdeel a, van het Besluit zeevaartdiploma's, die in het bezit is van het algemeen certificaat voor de maritieme radiocommunicatie.
### Artikel 53
Een vaarbevoegdheidsbewijs als eerste stuurman op reizen nabij de kust, wordt afgegeven aan:
a. de houder van het diploma als stuurman voor de kustsleepvaart dan wel het diploma als stuurman voor de beperkte kleine handelsvaart, afgegeven voor de datum van inwerking treden van dit besluit die in het bezit is van het beperkt certificaat voor de maritieme radiocommunicatie;
b. de houder van het diploma als stuurman/tweede schipper aannemersmaterieel met aantekening, uitgereikt krachtens artikel 8, derde lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet op de zeevaartdiploma's, in verband met artikel 23, aanhef en onderdeel a, van het Besluit zeevaartdiploma's die in het bezit is van het beperkt certificaat voor de maritieme radiocommunicatie;
c. de houder van het diploma als stuurman/tweede schipper aannemersmaterieel met aantekening, uitgereikt krachtens artikel 8, derde lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet op de zeevaartdiploma's, in verband met artikel 24, van het Besluit zeevaartdiploma's die in het bezit is van het beperkt certificaat voor de maritieme radiocommunicatie; en
d. de houder van het kennisbewijs schipper-machinist beperkt werkgebied, afgegeven voor de datum van het van kracht worden van dit besluit, die in het bezit is van het beperkt certificaat voor de maritieme radiocommunicatie, zo nodig aangevuld met de eisen die voortvloeien uit een overeenkomst met een andere staat binnen wiens territoir de reizen nabij de kust plaatsvinden.
### Artikel 54
Een vaarbevoegdheidsbewijs als hoofdwerktuigkundige tot 3000 kW en hoofdwerktuigkundige op alle aannemersmaterieel, wordt afgegeven aan: de houder van het diploma als motordrijver met aantekening, uitgereikt krachtens artikel 8, derde lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet op de zeevaartdiploma's, in verband met artikel 23, aanhef en onderdeel b, van het Besluit zeevaartdiploma's, die een diensttijd heeft behaald van twee jaar.
### Artikel 55
Een vaarbevoegdheidsbewijs als tweede werktuigkundige tot 3000 kW en tweede werktuigkundige op alle aannemersmaterieel wordt afgegeven aan:
a. de houder van het diploma als motordrijver met aantekening, uitgereikt krachtens artikel 8, derde lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet op de zeevaartdiploma's, in verband met artikel 23, aanhef en onderdeel b, van het Besluit zeevaartdiploma's;
b. de houder van het diploma als scheepswerktuigkundige, uitgereikt krachtens artikel 8, derde lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet op de zeevaartdiploma's, in verband met artikel 24 van het Besluit Zeevaartdiploma's;
c. de houder van het diploma machinist aannemersmaterieel met aantekening, uitgereikt krachtens artikel 8, derde lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet op de zeevaartdiploma's, in verband met artikel 24 van het Besluit Zeevaartdiploma's;
d. De houder van een vrijstelling van het bezit van een diploma als scheepswerktuigkundige, voor de dienst aan boord van aannemersmaterieel, afgegeven op grond van artikel 11 van de Wet op de zeevaartdiplomas zoals dit artikel luidde vóór 1 augustus 1988, mits hij op 1 februari 2002 tevens in het bezit was van een verklaring van geschiktheid en bekwaamheid als bedoeld in artikel 119 van het Schepenbesluit 1965 zoals dit luidde vóór 1 februari 2002.
### Artikel 56
Een vaarbevoegdheidsbewijs als gezel wordt afgegeven aan: de houder van het certificaat scheepstechnicus, uitgereikt door Onze Minister.
## Hoofdstuk 4. Beroepsvereisten
## Hoofdstuk 4. Aanvullende vereisten
### Paragraaf 1. Algemeen
### Artikel 34
Bij regeling van Onze Minister worden de beroepsvereisten vastgesteld voor de verkrijging van de in dit hoofdstuk bedoelde bekwaamheidsbewijzen en schriftelijke bewijzen.
### Paragraaf 2. Aanvullende vereisten voor het dienstdoen aan boord van bijzondere typen schepen
### Artikel 35
**1.** Zeevarenden die speciale taken en verantwoordelijkheden hebben met betrekking tot de lading en de daarbij behorende uitrusting op olie- of chemicaliëntankschepen zijn in het bezit van het bekwaamheidsbewijs basis ladingbehandeling olie- en chemicaliëntankschepen.
**2.** Zeevarenden die speciale taken en verantwoordelijkheden hebben met betrekking tot de lading en de daarbij behorende uitrusting op gastankschepen zijn in het bezit van het bekwaamheidsbewijs basis ladingbehandeling gastankschepen.
**3.** Kapiteins, eerste stuurlieden, hoofdwerktuigkundigen, tweede werktuigkundigen, eerste maritiem officieren en voorts alle andere zeevarenden die op een olietankschip rechtstreeks verantwoordelijk zijn voor het laden, het lossen en de te nemen voorzorgsmaatregelen tijdens de reis of de behandeling van de lading, het schoonmaken van de tanks of andere werkzaamheden in verband met de lading, zijn in het bezit van het bekwaamheidsbewijs ladingbehandeling olietankschepen voor gevorderden.
**4.** Kapiteins, eerste stuurlieden, hoofdwerktuigkundigen, tweede werktuigkundigen, eerste maritiem officieren en voorts alle andere zeevarenden die op een chemicaliëntankschip rechtstreeks verantwoordelijk zijn voor het laden, het lossen en de te nemen voorzorgsmaatregelen tijdens de reis of de behandeling van de lading, het schoonmaken van de tanks of andere werkzaamheden in verband met de lading, zijn in het bezit van het bekwaamheidsbewijs ladingbehandeling chemicaliëntankschepen voor gevorderden.
**5.** Kapiteins, eerste stuurlieden, hoofdwerktuigkundigen, tweede werktuigkundigen, eerste maritiem officieren en voorts alle andere zeevarenden die op een gastankschip rechtstreeks verantwoordelijk zijn voor het laden, het lossen en de te nemen voorzorgsmaatregelen tijdens de reis of de behandeling van de lading, het schoonmaken van de tanks of andere werkzaamheden in verband met de lading, zijn in het bezit van het bekwaamheidsbewijs ladingbehandeling gastankschepen voor gevorderden.
**6.** De in het eerste tot en met vijfde lid bedoelde bekwaamheidsbewijzen van kapiteins en scheepsofficieren zijn 5 jaar geldig.
**7.**
Een in het eerste tot en met vijfde lid bedoeld bekwaamheidsbewijs van een kapitein of een scheepsofficier wordt op verzoek vernieuwd indien de houder:
a. in de periode van 5 jaar voorafgaand aan de datum van de aanvraag tot vernieuwing ten minste 3 maanden heeft dienstgedaan op een bij regeling van Onze Minister voorgeschreven type tankschip; of
b. in het bezit is van een certificaat ten bewijze van het gevolgd hebben van een passende herhalingstraining.
### Artikel 36
**1.** Van kapiteins, eerste stuurlieden, hoofdwerktuigkundigen, tweede werktuigkundigen, eerste maritiem officieren en alle andere zeevarenden die in de alarmrol zijn belast met de hulpverlening aan passagiers aan boord van passagiersschepen of ro-ro passagiersschepen, is aan boord schriftelijk bewijs aanwezig dat zij geoefend zijn in groepsbegeleiding.
**2.** Van alle zeevarenden aan boord van passagiersschepen of ro-ro passagiersschepen die direct betrokken zijn bij de dienstverlening aan passagiers in passagiersruimten, is aan boord schriftelijk bewijs aanwezig dat zij geoefend zijn in dienstverlening aan passagiers.
**3.** Kapiteins, eerste stuurlieden, hoofdwerktuigkundigen, tweede werktuigkundigen, eerste maritiem officieren en alle andere zeevarenden die zijn belast met de hulpverlening aan passagiers in noodsituaties aan boord van passagiersschepen of ro-ro passagiersschepen, zijn in het bezit van het certificaat crisisbeheersing en menselijk gedrag.
**4.** Kapiteins, eerste stuurlieden, hoofdwerktuigkundigen, tweede werktuigkundigen, eerste maritiem officieren en alle andere zeevarenden aan boord van passagiersschepen of ro-ro passagiersschepen, die zijn belast met de directe verantwoordelijkheid voor het aan en van boord gaan van passagiers, het laden, lossen of vastzetten van de lading of het sluiten van waterdichte deuren, zijn in het bezit van het certificaat passagiersveiligheid, ladingveiligheid en waterdichtheid van de scheepsromp.
**5.** Elke zeevarende belast met bijzondere taken aan boord van passagiersschepen of ro-ro passagiersschepen volgt, alvorens zijn taak aan boord te beginnen, een familiarisatietraining in overeenstemming met sectie A-I/14 van de STCW-Code.
**6.**
Een zeevarende als bedoeld in het eerste tot en met vierde lid, toont door middel van schriftelijk bewijs of een certificaat met tussenpozen van niet meer dan 5 jaar aan:
a. een passende herhalingstraining te hebben gevolgd;
b. in de voorgaande periode van 5 jaar ten minste 12 maanden dienst te hebben gedaan op een passagiersschip of een ro-ro passagiersschip; of
c. in de voorgaande periode van 6 maanden ten minste 3 maanden dienst te hebben gedaan op een passagiersschip of een ro-ro passagiersschip.
**7.** In plaats van de certificaten, bedoeld in het derde en vierde lid, kan worden volstaan met een aantekening van de door een zeevarende gevolgde training in het krachtens artikel 3, derde lid, van de wet bij te houden overzicht.
**8.** Het derde en het vierde lid zijn niet van toepassing op zeilschepen waarmee niet meer dan 36 passagiers vervoerd worden.
### Paragraaf 3. Aanvullende vereisten voor het dienstdoen aan boord van bijzonder voortbewogen schepen
### Artikel 37
**1.** Kapiteins, stuurlieden, werktuigkundigen en maritiem officieren van hogesnelheidsschepen zijn in het bezit van het certificaat *type rating HSC* voor het hogesnelheidsschip waarop zij dienst doen.
**2.** Een zeevarende als bedoeld in het eerste lid toont door middel van schriftelijk bewijs met tussenpozen van niet meer dan 2 jaar aan in de voorgaande periode van 2 jaar ten minste 6 maanden dienst te hebben gedaan aan boord van het in het certificaat genoemde hogesnelheidsschip.
### Artikel 38
**1.** Hoofdwerktuigkundigen, tweede werktuigkundigen en eerste maritiem officieren aan boord van schepen voorzien van een stoomvoortstuwingsinstallatie, zijn in het bezit van het certificaat stoomvoortstuwing.
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op houders van het diploma C als scheepswerktuigkundige en op houders van het diploma B als scheepswerktuigkundige, uitgereikt voor 1 januari 1989.
### Artikel 39
Hoofdwerktuigkundigen, tweede werktuigkundigen en eerste maritiem officieren aan boord van schepen voorzien van een gasturbinevoortstuwingsinstallatie, zijn in het bezit van het certificaat gasturbinevoortstuwing.
### Paragraaf 4. Aanvullende vereisten met betrekking tot veiligheid, beveiliging en medische zorg
### Artikel 40
**1.** Kapiteins, stuurlieden, werktuigkundigen, maritiem officieren, officieren elektrotechniek en andere zeevarenden aan wie in de alarmrol een taak is opgedragen dan wel die een taak ten aanzien van het voorkomen van verontreiniging van de zee hebben, zijn in het bezit van het certificaat basisveiligheid, tenzij zij aan de hand van een monsterboekje of van een soortgelijk document kunnen aantonen dat zij reeds voor 1 augustus 1998 aan boord van zeeschepen werkzaam waren.
**2.** Kapiteins, stuurlieden, werktuigkundigen, maritiem officieren en officieren elektrotechniek zijn in het bezit van het certificaat reddingmiddelen.
**3.** Zeevarenden die in de alarmrol de zorg voor het gebruik van snelle hulpverleningsboten is opgedragen, zijn in het bezit van het certificaat snelle hulpverleningsboten.
**4.** Kapiteins, stuurlieden, werktuigkundigen, maritiem officieren en officieren elektrotechniek zijn in het bezit van het certificaat brandbestrijding voor gevorderden.
**5.**
Elke andere zeevarende dan een zeevarende als bedoeld in het eerste lid, volgt, alvorens zijn taak aan boord te beginnen, een training voor persoonlijke veiligheid aan boord, of krijgt voldoende informatie en instructie, teneinde:
a. met de overige opvarenden over elementaire veiligheidszaken te kunnen spreken, begrip te hebben van de veiligheidssymbolen en de alarmseinen te kennen;
b. te weten wat te doen indien: iemand over boord valt, vuur of rook wordt ontdekt, het sein «brandalarm» of «schip verlaten» wordt gegeven;
c. te weten waar de reddinggordels zich bevinden en hoe deze om te doen;
d. alarm te slaan en bekend te zijn met het gebruik van brandblussers;
e. te weten wat te doen bij een ongeluk voordat hulp wordt ingeroepen;
f. de brand- en waterdichte deuren, met uitzondering van die ter afsluiting van openingen in de romp, te kunnen sluiten en openen, en
g. te kunnen vaststellen waar de verzamelplaatsen bij het sein «schip verlaten», de plaatsen van inscheping in de reddingmiddelen en de ontsnappingsroutes bij noodgevallen zich bevinden.
**6.** Elke zeevarende als bedoeld in het eerste lid krijgt, alvorens zijn taak aan boord te beginnen, voldoende informatie en instructie met betrekking tot de in het vijfde lid, onderdelen c, f en g genoemde onderwerpen.
**7.** Een zeevarende als bedoeld in het eerste tot en met vierde lid, toont met ingang van 1 januari 2017 door middel van een certificaat aan met tussenpozen van niet meer dan 5 jaar een passende herhalingstraining te hebben gevolgd.
### Artikel 41
**1.** Zeevarenden die als scheepsbeveiligingsfunctionaris zijn aangesteld, zijn in het bezit van het certificaat scheepsbeveiligingsfunctionaris.
**2.** Andere zeevarenden dan zeevarenden als bedoeld in het eerste lid, die zijn belast met taken op het gebied van beveiliging zoals aangegeven in het scheepsbeveiligingsplan, zijn in het bezit van het certificaat uitvoering beveiligingstaken.
**3.** Elke andere zeevarende dan een zeevarende als bedoeld in het eerste en tweede lid, is in het bezit van het certificaat bewustwording scheepsbeveiliging.
**4.**
Iedere zeevarende volgt, alvorens zijn taak aan boord te beginnen, een familiarisatietraining in scheepsbeveiliging of krijgt voldoende informatie en instructie om:
a. een beveiligingsincident te kunnen rapporteren;
b. de procedures bij een beveiligingsdreiging te kunnen volgen; en
c. deel te kunnen nemen aan beveiligingsgerelateerde nood- en eventualiteitenprocedures.
**5.** Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing op zeevarenden in het bezit van het certificaat scheepsbeveiligingsfunctionaris.
**6.** Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing op zeevarenden aan boord van schepen waarvoor niet ingevolge artikel 9, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van het Schepenbesluit 2004 of artikel 8 van de Regeling veiligheid zeeschepen een internationaal scheepsbeveiligingscertificaat benodigd is.
### Artikel 42
**1.** De kapitein en de zeevarende die is aangewezen om medische hulp aan boord van het schip te verlenen, zijn in het bezit van het certificaat medische eerste hulp aan boord en van het certificaat medische zorg aan boord.
**2.** In afwijking van het eerste lid zijn de kapitein en de zeevarende die is aangewezen om medische hulp aan boord van het schip te verlenen, op reizen nabij de Nederlandse kust in een vaargebied dat zich uitstrekt tot de Nederlandse territoriale zee en de aansluitende zone van het Koninkrijk grenzend aan de Nederlandse territoriale zee, in het bezit van het certificaat medische eerste hulp aan boord.
**3.** Een zeevarende als bedoeld in het eerste of tweede lid toont door middel van een certificaat met tussenpozen van niet meer dan 5 jaar aan een passende herhalingstraining te hebben gevolgd.
### Paragraaf 5. Aanvullende vereisten voor scheepskoks
### Artikel 43
Scheepskoks als bedoeld in artikel 120, eerste lid, zijn in het bezit van het bekwaamheidsbewijs scheepskok.
### Artikel 44
Vervallen
### Artikel 45
Vervallen
### Artikel 46
Vervallen
### Artikel 47
Vervallen
### Artikel 48
Vervallen
### Artikel 49
Vervallen
### Artikel 50
Vervallen
### Artikel 51
Vervallen
### Artikel 52
Vervallen
### Artikel 53
Vervallen
### Artikel 54
Vervallen
### Artikel 55
Vervallen
### Artikel 56
Vervallen
### Artikel 57
**1.**
Een kennisbewijs wordt afgegeven door:
a. een op grond van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) bekostigde of aangewezen hogeschool, waarvan ten aanzien van de onderwijs- en examenregeling voor de nautische beroepen overleg is gevoerd, bedoeld in artikel 5.5 van de WHW;
b. een instelling als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs, (WEB) die nautische beroepsopleidingen verzorgd waarvoor door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen in overeenstemming met Onze Minister eindtermen zijn vastgesteld, zoals bedoeld in artikel 7.2.4 van de WEB; of
c. een door Onze Minister erkende opleiding of exameninstelling.
**2.** Een certificaat wordt afgegeven door het bevoegd gezag van een door Onze Minister erkende opleiding, training, exameninstelling of een certificerende instelling op het gebied van persoonscertificatie.
### Paragraaf 2. Beroepsvereisten handelsvaart
Vervallen
### Artikel 58
Voor de afgifte van het kennisbewijs Hoger Maritiem Officier of Middelbaar Maritiem Officier,
a. voldoet de aanvrager aan:
voorschrift II/1, paragrafen 2.4 en 2.5 van de bijlage bij het STCW-Verdrag;
voorschrift II/2, paragraaf 2.2 van de bijlage bij het STCW-Verdrag;
voorschrift III/1, paragrafen 2.2 en 2.3, van de bijlage bij het STCW-Verdrag;
voorschrift III/2, paragraaf 2.2 van de bijlage bij het STCW-Verdrag;
voorschrift V/1, paragraaf 1.2, van de bijlage bij het STCW-Verdrag;
b. heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een opleiding die ten minste voldoet aan:
sectie A-II/1, paragraaf 1 tot en met 6, van de STCW-Code;
sectie A-II/2, paragraaf 1 tot en met 7, van de STCW-Code, met uitzondering van de aspecten coördinatie reddingsacties, opstellen wachtschema's en orders, radarnavigatie, reageren op noodsituaties en personeelsmanagement;
sectie A-III/1, paragraaf 1 tot en met 8, van de STCW-Code;
sectie A-III/2, paragraaf 1, 2, 3, 4, 5 en 7 van de STCW-Code, met uitzondering van het aspect personeelsmanagement;
sectie A-V/1, paragraaf 2 tot en met 7 van de STCW-Code, en
c. heeft de aanvrager: een goedgekeurde stage aan boord vervuld van ten minste een jaar als onderdeel van de onder b bedoelde opleiding, onder bijhouding van een goedgekeurd stageboek, en tijdens deze stage gedurende ten minste een half jaar wachtdienst op de brug gelopen onder toezicht van de kapitein, een bevoegde stuurman of een bevoegd maritiem officier en gedurende ten minste een half jaar dienst gedaan in de machinekamer.
Vervallen
### Artikel 59
Voor de afgifte van het kennisbewijs Baggeraar-stuurman of wachtstuurman,
a. voldoet de aanvrager aan:
voorschrift II/1, de paragrafen 2.4.en 2.5 van de bijlage bij het STCW-Verdrag;
voorschrift II/2, paragraaf 2.2 van de bijlage bij het STCW-Verdrag;
voorschrift V/1, paragraaf 1.2, van de bijlage bij het STCW-Verdrag;
b. heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een opleiding die ten minste voldoet aan:
sectie A-II/1, de paragrafen 1 tot en met 6 van de STCW-Code
sectie A-II/2, de paragrafen 1 tot en met 7, van de STCW-Code, met uitzondering van de aspecten coördinatie reddingsacties, opstellen wachtschema's en orders, radarnavigatie, reageren op noodsituaties en personeelsmanagement.
sectie A-V/1, de paragrafen 2 tot en met 7 van de STCW-Code, en
c. heeft de aanvrager:
een goedgekeurde stage aan boord vervuld van ten minste een jaar als onderdeel van de onder b bedoelde opleiding, onder bijhouding van een goedgekeurd stageboek, en tijdens deze stage gedurende ten minste een half jaar wachtdienst op de brug gelopen onder toezicht van de kapitein, een bevoegde stuurman of een bevoegd maritiem officier.
Vervallen
### Artikel 60
Voor de afgifte van het kennisbewijs aanvulling stuurman handelsvaart is de aanvrager in het bezit van het kennisbewijs stuurman grote zeilvaart en
a. voldoet hij tevens aan:
voorschrift II/1, de paragrafen 2.4.en 2.5 van de bijlage bij het STCW-Verdrag;
voorschrift II/2, paragraaf 2.2 van de bijlage bij het STCW-Verdrag;
voorschrift V/1, paragraaf 1.2, van de bijlage bij het STCW-Verdrag;
b. heeft hij met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een opleiding die ten minste voldoet aan:
sectie A-II/1,de paragrafen 1 tot en met 6 van de STCW-Code in het bijzonder de functie behandeling en stuwen van lading;
sectie A-II/2, de paragrafen 1 tot en met 7, van de STCW-Code, in het bijzonder de functie behandeling en stuwen van lading en met uitzondering van de aspecten coördinatie reddingsacties, opstellen wachtschema's en orders, radarnavigatie, reageren op noodsituaties en personeelsmanagement; en
sectie A-V/1, de paragrafen 2 tot en met 7 van de STCW-Code.
Vervallen
### Artikel 61
Voor de afgifte van een kennisbewijs baggeraar-machinist of wachtwerktuigkundige,
a. voldoet de aanvrager aan
voorschrift III/1, paragrafen 2.2. en 2.3, van de bijlage bij het STCW-Verdrag;
voorschrift III/2, paragraaf 2.2 van de bijlage bij het STCW-Verdrag;
voorschrift V/1, paragraaf 1.2 van de bijlage bij het STCW-Verdrag;
b. heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een opleiding die ten minste voldoet aan:
sectie A-III/1, de paragrafen 1 tot en met 8, van de STCW-Code;
sectie A-III/2, de paragrafen 1, 2, 3, 4, 5, en 7 van de STCW-Code, met uitzondering van het aspect personeelsmanagement;
sectie A-V/1, paragraaf 2 tot en met 7 van de STCW-Code, en
c. heeft de aanvrager een goedgekeurde stage aan boord vervuld van ten minste een half jaar dienst in de machinekamer, als onderdeel van de onder b bedoelde opleiding, onder bijhouding van een goedgekeurd stageboek.
Vervallen
### Artikel 62
Voor de afgifte van het kennisbewijs stuurman-werktuigkundige kleine schepen,
a. voldoet de aanvrager aan:
voorschrift II/1, paragrafen 2.4 en 2.5 van de bijlage bij het STCW-Verdrag;
voorschrift II/2, paragraaf 4.3 van de bijlage bij het STCW-Verdrag;
voorschrift III/1, paragrafen 2.2 en 2.3, van de bijlage bij het STCW Verdrag;
voorschrift III/3, paragraaf 2.2 van de bijlage van het STCW-Verdrag;
voorschrift V/1, paragraaf 1.2, van de bijlage bij het STCW-Verdrag;
b. heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een opleiding die ten minste voldoet aan:
sectie A-II/1, paragraaf 1 tot en met 6, van de STCW-Code;
sectie A-II/2, paragraaf 1 tot en met 7, van de STCW-Code, met uitzondering van de aspecten coördinatie reddingsacties, opstellen wachtschema's en orders, radarnavigatie, reageren op noodsituaties en personeelsmanagement;
sectie A-III/1, paragraaf 1 tot en met 8, van de STCW-Code; sectie A-III/3, paragraaf 1, 2, 3, 4, 5 en 7 van de STCW-Code, met uitzondering van het aspect personeelsmanagement;
sectie A-V/1, paragraaf 2 tot en met 7 van de STCW-Code, en
c. heeft de aanvrager
een goedgekeurde stage aan boord vervuld van ten minste een jaar als onderdeel van de onder b bedoelde opleiding, onder bijhouding van een goedgekeurd stageboek, en tijdens deze stage gedurende ten minste een half jaar buitengaats wachtdienst op de brug gelopen onder toezicht van de kapitein, een bevoegde stuurman of een bevoegd maritiem officier, en gedurende ten minste een half jaar dienst gedaan in de machinekamer.
Vervallen
### Artikel 63
Voor de afgifte van het kennisbewijs wachtstuurman tot 3000 GT,
a. voldoet de aanvrager aan:
voorschrift II/1, paragrafen 2.4 en 2.5 van de bijlage bij het STCW-Verdrag;
voorschrift II/2, paragraaf 4.3 van de bijlage bij het STCW-Verdrag;
voorschrift V/1, paragraaf 1.2, van de bijlage bij het STCW-Verdrag;
b. heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een opleiding die ten minste voldoet aan:
sectie A-II/1, paragraaf 1 tot en met 6, van de STCW-Code;
sectie A-II/2, paragraaf 1 tot en met 7, van de STCW-Code, met uitzondering van de aspecten coördinatie reddingsacties, opstellen wachtschema's en orders, radarnavigatie, reageren op noodsituaties en personeelsmanagement;
sectie A-V/1, paragraaf 2 tot en met 7 van de STCW-Code, en
c. heeft de aanvrager een goedgekeurde stage aan boord vervuld van ten minste een jaar als onderdeel van de onder b bedoelde opleiding, onder bijhouding van een goedgekeurd stageboek, en tijdens deze stage gedurende ten minste een half jaar wachtdienst op de brug gelopen onder toezicht van de kapitein, een bevoegde stuurman of een bevoegd maritiem officier.
Vervallen
### Artikel 64
Voor de afgifte van het kennisbewijs wachtwerktuigkundige tot 3000 kW,
a. voldoet de aanvrager aan:
voorschrift III/1, paragrafen 2.2 en 2.3, van de bijlage bij het STCW-Verdrag;
voorschrift III/3, paragraaf 2.2 van de bijlage van het STCW-Verdrag;
voorschrift V/1, paragraaf 1.2, van de bijlage bij het STCW-Verdrag;
b. heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een opleiding die ten minste voldoet aan:
sectie A-III/1, paragraaf 1 tot en met 8, van de STCW-Code;
sectie A-III/3, paragraaf 1, 2, 3, 4, 5 en 7 van de STCW-Code, met uitzondering van het aspect personeelsmanagement;
sectie A-V/1, paragraaf 2 tot en met 7 van de STCW-Code, en
c. heeft de aanvrager
een goedgekeurde stage aan boord vervuld van ten minste een half jaar dienst in de machinekamer, als onderdeel van de onder b bedoelde opleiding, onder bijhouding van een goedgekeurd stageboek.
Vervallen
### Artikel 65
Voor de afgifte van het kennisbewijs schipper-machinist beperkt werkgebied,
a. voldoet de aanvrager aan:
voorschrift II/3, paragraaf 4.2.1, 4.3, 4.4 en 6.3 van de bijlage bij het STCW-Verdrag;
voorschrift VI/1 van de bijlage bij het STCW-Verdrag;
b. heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een opleiding die ten minste voldoet aan:
sectie A-II/3, paragraaf 1, 2, 3, 4, 5 en 7 van de STCW-Code waaronder niet begrepen het bij verwijzing bepaalde in de secties A-VI/2, A-VI/3 en A-VI/4 van de STCW-Code;
sectie A-VI/1, paragraaf 2 van de STCW-Code, en heeft de aanvrager:
een goedgekeurde stage van ten minste een half jaar aan boord vervuld als onderdeel van de onder b bedoelde opleiding, onder bijhouding van een goedgekeurd stageboek, en tijdens deze stage gedurende ten minste een half jaar wachtdienst op de brug gelopen onder toezicht van de kapitein, van een bevoegde stuurman of een bevoegd maritiem officier.
Vervallen
### Artikel 66
Voor de afgifte van het kennisbewijs gezel met de beperking tot de dekdienst,
a. voldoet de aanvrager aan:
voorschrift II/4, de paragrafen 2.2.2 en 2.3 van de bijlage bij het STCW-Verdrag;
b. heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een opleiding die ten minste voldoet aan:
sectie A-II/4, de paragrafen 1, 2 en 3 van de STCW-Code;
c. heeft de aanvrager een goedgekeurde stage als aankomend gezel dekdienst aan boord vervuld van ten minste twee maanden, als onderdeel van de onder b. bedoelde opleiding en onder bijhouding van een praktijkboek.
Vervallen
### Artikel 67
**1.**
Voor de afgifte van het kennisbewijs gezel met de beperking tot de machinekamerdienst,
a. voldoet de aanvrager aan:
voorschrift III/4, de paragrafen 2.2.2 en 2.3 van de bijlage bij het STCW-Verdrag;.
b. heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een opleiding die ten minste voldoet aan:
sectie A-III/4, de paragrafen 1, 2 en 3 van de STCW-Code;
c. heeft de aanvrager een goedgekeurde stage als aankomend gezel machinekamerdienst aan boord vervuld van ten minste twee maanden, als onderdeel van de onder b. bedoelde opleiding en onder bijhouding van een praktijkboek.
Vervallen
### Artikel 68
Voor de afgifte van het certificaat scheepsmanagement-N heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een, door Onze Minister erkende, opleiding die ten minste voldoet aan: sectie A-II/2 van de STCW-Code, met name de aspecten coördinatie reddingsacties, opstellen wachtschema's en orders, bridge resource management, reageren op noodsituaties en personeelsmanagement.
Vervallen
### Artikel 69
Voor de afgifte van het certificaat scheepsmanagement-W heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een, door Onze Minister erkende, opleiding die ten minste voldoet aan: sectie A-III/2 van de STCW-Code, met name de aspecten opstellen wachtschema's en orders, engine room resource management, reageren op noodsituaties en personeelsmanagement.
Vervallen
### Artikel 70
Voor de afgifte van het certificaat radarnavigator heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een door Onze Minister erkende opleiding en training die voldoet aan:
sectie A-II/2 van de STCW-Code, en
sectie B-1/12, de paragrafen 18 tot en met 35 van de STCW-Code.
### Paragraaf 3. Beroepsvereisten ten aanzien van veiligheidstrainingen voor tankschepen
#### Paragraaf Olietankschepen
Vervallen
### Artikel 71
Voor de afgifte van het certificaat behandeling en vervoer van aardolie en aardolieproducten in bulk aan boord van olietankschepen,
a. voldoet de aanvrager aan voorschrift V/1, paragraaf 2.2 van de bijlage bij het STCW-Verdrag, en
b. heeft de aanvrager een diensttijd behaald van ten minste een half jaar als wachtdoend stuurman, werktuigkundige of maritiem officier aan boord van olie- of chemicaliëntankschepen, en
c. heeft de aanvrager met goed gevolg een door Onze Minister erkende opleiding afgerond die voldoet aan sectie A-V/1, paragraaf 8 tot en met 14 van de STCW-Code.
#### Paragraaf Chemicaliëntankschepen
Vervallen
### Artikel 72
Voor de afgifte van het certificaat behandeling en vervoer van chemicaliën in bulk aan boord van chemicaliëntankschepen,
a. voldoet de aanvrager aan voorschrift V/1, paragraaf 2.2 van de bijlage bij het STCW-Verdrag, en
b. heeft de aanvrager een diensttijd behaald van ten minste een half jaar als wachtdoend stuurman, werktuigkundige of maritiem officier aan boord van chemicaliëntankschepen, of tankschepen gebouwd en gebruikt voor het vervoer van aardolieproducten in bulk, en
c. heeft de aanvrager met goed gevolg een door Onze Minister erkende opleiding afgerond die voldoet aan sectie A-V/1, paragraaf 15 tot en met 21 van de STCW-Code.
#### Paragraaf Gastankschepen
Vervallen
### Artikel 73
Voor de afgifte van het certificaat behandeling en vervoer van tot vloeistof verdichte of samengeperste gassen in bulk aan boord van gastankschepen,
a. voldoet de aanvrager aan voorschrift V/1, paragraaf 2.2 van de bijlage bij het STCW-Verdrag, en
b. heeft de aanvrager een diensttijd behaald van ten minste een half jaar als wachtdoend stuurman, werktuigkundige of maritiem officier aan boord van vloeibaar gastankschepen, en
c. heeft de aanvrager met goed gevolg een door Onze Minister erkende opleiding afgerond die voldoet aan sectie A-V/1, paragraaf 22 tot en met 34, van de STCW-Code.
### Paragraaf 4. Beroepsvereisten ten aanzien van veiligheidstrainingen voor passagiersschepen
Vervallen
### Artikel 74
Voor de afgifte van het bewijs groepsbegeleiding in noodsituaties aan boord van passagiersschepen heeft de aanvrager met goed gevolg een training afgerond die voldoet aan:
a. voorschrift V/3, paragraaf 4 van de bijlage bij het STCW-Verdrag, en
b. sectie A-V/3, paragraaf 1 van de STCW-Code.
Vervallen
### Artikel 75
Voor de afgifte van het bewijs familiarisatietraining passagiersschip/schepen heeft de aanvrager met goed gevolg een instructie en training afgerond die voldoet aan:
a. voorschrift V/3, paragraaf 5 van de bijlage bij het STCW-Verdrag, en
b. sectie A-V/3, paragraaf 2 van de STCW-Code.
Vervallen
### Artikel 76
Voor de afgifte van het bewijs hotelpersoneel passagiersschepen heeft de aanvrager met goed gevolg een veiligheidstraining afgerond die voldoet aan:
a. voorschrift V/3, paragraaf 6 van de bijlage bij het STCW-Verdrag, en
b. sectie A-V/3, paragraaf 3 van de STCW-Code.
Vervallen
### Artikel 77
Voor de afgifte van het certificaat passagiersveiligheid heeft de aanvrager met goed gevolg een door Onze Minister goedgekeurde opleiding en training afgerond die voldoet aan:
a. voorschrift V/3, paragraaf 7 van de bijlage bij het STCW-Verdrag, en
b. sectie A-V/3, paragraaf 4 van de STCW-Code.
Vervallen
### Artikel 78
Voor de afgifte van het certificaat crisisbeheersing en menselijk gedrag heeft de aanvrager met goed gevolg een door Onze Minister erkende opleiding en training afgerond die voldoet aan:
a. voorschrift V/3, paragraaf 8 van de bijlage bij het STCW-Verdrag, en
b. sectie A-V/3, paragraaf 5 van de STCW-Code.
### Paragraaf 5. Beroepsvereisten ten aanzien van veiligheidstrainingen voor ro-ro passagiersschepen
Vervallen
### Artikel 79
Voor de afgifte van het bewijs groepsbegeleiding in noodsituaties aan boord van ro-ro passagiersschepen heeft de aanvrager met goed gevolg een training afgerond die voldoet aan:
a. voorschrift V/2, paragraaf 4 van de bijlage bij het STCW-Verdrag, en
b. sectie A-V/2, paragraaf 1 van de STCW-Code.
Vervallen
### Artikel 80
Voor de afgifte van het bewijs familiarisatie-training ro-ro passagierschip/schepen heeft de aanvrager met goed gevolg een instructie en training afgerond die voldoet aan:
a. voorschrift V/2, paragraaf 5 van de bijlage bij het STCW-Verdrag, en
b. sectie A-V/2, paragraaf 2 van de STCW-Code.
Vervallen
### Artikel 81
Voor de afgifte van het bewijs hotelpersoneel ro-ro passagiersschepen heeft de aanvrager met goed gevolg een veiligheidstraining afgerond die voldoet aan
a. voorschrift V/2, paragraaf 6 van de bijlage bij het STCW-Verdrag, en
b. sectie A-V/2, paragraaf 3 van de STCW-Code.
Vervallen
### Artikel 82
Voor de afgifte van het certificaat passagiersveiligheid, ladingveiligheid en integriteit van de romp ro-ro passagiersschepen, heeft de aanvrager met goed gevolg een door Onze Minister goedgekeurde instructie en training afgerond die voldoet aan:
a. voorschrift V/2, paragraaf 7 van de bijlage bij het STCW-Verdrag, en
b. sectie A-V/2, paragraaf 4 van de STCW-Code.
Vervallen
### Artikel 83
Voor de afgifte van het certificaat crisisbeheersing en menselijk gedrag, heeft de aanvrager met goed gevolg een door Onze Minister erkende opleiding en training afgerond die voldoet aan:
a. voorschrift V/2, paragraaf 8 van de bijlage bij het STCW-Verdrag, en
b. sectie A-V/2, paragraaf 5 van de STCW-Code.
### Paragraaf 6. Beroepsvereisten ten aanzien van bijzondere typen voortbewogen schepen
#### Paragraaf Stoomschepen
Vervallen
### Artikel 84
Voor de afgifte van het certificaat stoomvoortstuwing heeft de houder van ten minste het kennisbewijs wachtwerktuigkundige, dan wel van ten minste het diploma A als scheepswerktuigkundige, met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een door Onze Minister erkende opleiding die ten minste voldoet aan sectie A-III/1 en sectie A-III/2 van de STCW-Code voor wat betreft de functie scheepswerktuigkunde, en met name de aspecten stoomketels, stoomturbines en veiligheidsvoorschriften.
#### Paragraaf Hogesnelheidsvaartuigen
Vervallen
### Artikel 85
**1.** Voor de afgifte van een type rating certificate voor de dienst aan boord van een hogesnelheidsvaartuig bestemd of gebezigd voor het vervoer van 36 passagiers of meer heeft de houder van tenminste het kennisbewijs wachtstuurman of wachtwerktuigkundige dan wel het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart of het diploma A als scheepswerktuigkundige, met goed gevolg een door Onze Minister erkende opleiding en training afgerond die voldoet aan voorschrift 18.3.3 van de High Speed Craft Code.
**2.** Voor de afgifte van een type rating certificate voor de dienst aan boord van een hogesnelheidsvaartuig bestemd of gebezigd voor het vervoer van minder dan 36 passagiers heeft de houder van tenminste het kennisbewijs schipper-machinist beperkt werkgebied met goed gevolg een door Onze Minister erkende opleiding en training afgerond die voldoet aan voorschrift 18.3.3 van de High Speed Craft Code.
**3.** Een *type rating certificate* heeft een geldigheidsduur van maximaal twee jaar. Na afloop van de geldigheidsduur kan de geldigheid van het certificaat telkenmale met een periode van maximaal twee jaar worden verlengd mits de betrokkene aantoont dat hij in de afgelopen twee jaar tenminste een half jaar heeft dienst gedaan aan boord van het, in het certificaat genoemde, hogesnelheidsvaartuig.
#### Paragraaf Zeilschepen
Vervallen
### Artikel 86
**1.** Voor afgifte van het certificaat grote zeilvaart voor de dienst aan boord van zeilschepen met een lengte van 40 meter of meer heeft de houder van een diploma of kennisbewijs als bedoeld in de artikelen 58, 59, 62 of 63 met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een door Onze Minister erkende opleiding in de aspecten scheepsvormen, materialen en tuigage, behandeling van zeilschepen en dynamische stabiliteit van zeilschepen.
**2.**
Voor de afgifte van het kennisbewijs stuurman grote zeilvaart voldoet de aanvrager aan:
voorschrift II/1, paragrafen 2.4 en 2.5 van de bijlage bij het STCW-verdrag;
voorschrift II/2, paragraaf 4.3 van de bijlage bij het STCW-verdrag;
voorschrift IV/2, paragraaf 2.2 van de bijlage bij het STCW-verdrag; en
voorschrift VI/1 van de bijlage bij het STCW-verdrag;
en heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een opleiding die ten minste voldoet aan:
sectie A-II/1, de paragrafen 1 tot en met 6, van de STCW-Code, met uitzondering van de functie behandeling en stuwen van lading;
sectie A-II/2, de paragrafen 1 tot en met 7, van de STCW-Code, met uitzondering van de functie behandeling en stuwen van lading, en onder toevoeging van de aspecten materialen en tuigage, scheepsvormen, behandeling van zeilschepen en dynamische stabiliteit van zeilschepen,
en heeft de aanvrager een vaartijd behaald van tenminste een jaar waarvan tenminste één seizoen aan boord van zeilschepen is doorgebracht en heeft hij in deze periode ten minste een half jaar wachtdienst op de brug gelopen onder toezicht van de kapitein, een bevoegde stuurman of een bevoegd maritiem officier.
**3.** Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld met betrekking tot de beroepsvereisten voor de dienst aan boord van zeilschepen met een lengte van minder dan 40 meter.
### Paragraaf 7. Beroepsvereisten overige veiligheidstrainingen
#### Paragraaf Basisveiligheid
Vervallen
### Artikel 87
Voor de afgifte van het certificaat basisveiligheid heeft de aanvrager met goed gevolg een door Onze Minister erkende opleiding en training afgerond die voldoet aan:
voorschrift VI/1 van de bijlage bij het STCW-Verdrag, en
sectie A-VI/1, paragraaf 2 van de STCW-Code.
#### Paragraaf Sloepsgast
Vervallen
### Artikel 88
Voor de afgifte van het certificaat sloepsgast heeft de aanvrager met goed gevolg een door Onze Minister erkende opleiding en training afgerond die voldoet aan:
voorschrift VI/2, paragraaf 1 van de bijlage bij het STCW-Verdrag, en
sectie A-VI/2, paragraaf 1 tot en met 4, van de STCW-Code.
#### Paragraaf Snelle hulpverleningsboten
Vervallen
### Artikel 89
Voor de afgifte van het certificaat van bekwaamheid in het gebruik van snelle hulpverleningsboten voldoet de aanvrager aan:
voorschrift VI/2, paragraaf 2 van de bijlage bij het STCW-Verdrag, en
heeft de aanvrager met goed gevolg een door Onze Minister erkende opleiding en training afgerond die voldoet aan sectie A-VI/2, paragraaf 5 tot en met 8, van de STCW-Code.
#### Paragraaf Brandbestrijding voor gevorderden
Vervallen
### Artikel 90
Voor de afgifte van het certificaat brandbestrijding voor gevorderden heeft de aanvrager met goed gevolg een door Onze Minister erkende opleiding en training afgerond die voldoet aan:
voorschrift VI/3, van de bijlage bij het STCW-Verdrag, en
sectie A-VI/3 van de STCW-Code.
### Paragraaf 8. Beroepsvereisten scheepsgezondheidszorg
Vervallen
### Artikel 91
**1.**
Voor de afgifte van het certificaat scheepsgezondheidszorg B, heeft de aanvrager met goed gevolg een door Onze Minister erkende training en opleiding afgerond die voldoet aan Richtlijn 92/29/EG (Minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid ter bevordering van een betere medische hulpverlening aan boord van schepen); deze opleiding omvat in elk geval:
a. kennis van de beginselen van de fysiologie, van de ziekteverschijnselen en van de therapie;
b. elementaire kennis op het gebied van de preventieve gezondheidszorg, waaronder begrepen de hygiëne;
c. elementaire kennis van profylactische maatregelen;
d. praktische kennis van elementaire medische handelingen;
e. kennis van de wijze van evacuatie van patiënten;
f. kennis van de wijze waarop de middelen voor medische consultatie op afstand moeten worden gebruikt.
**2.** Voor de afgifte van een certificaat scheepsgezondheidszorg O voldoet de aanvrager aan het eerste lid, en heeft ter verwerving van praktische kennis van elementaire medische handelingen, als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, een praktijk stage vervuld op een afdeling voor spoedeisende hulp in een algemeen ziekenhuis van een bij regeling van Onze Minister vast te stellen duur, dan wel met goed gevolg een vergelijkbare training voltooid die voldoet aan bij regeling van Onze Minister vast te stellen eisen.
**3.** Voor de afgifte van een verlenging van de geldigheidsduur van het certificaat scheepsgezondheidszorg B heeft de aanvrager met goed gevolg een door Onze Minister erkende bijscholingscursus gevolgd die tenminste de in het eerste lid genoemde onderdelen a tot en met f omvat.
**4.** Voor de afgifte van een verlenging van de geldigheidsduur van het certificaat scheepsgezondheidszorg O voldoet de aanvrager aan het derde lid en heeft een herhalingsstage vervuld op een afdeling voor spoedeisende hulp in een algemeen ziekenhuis van een bij regeling van Onze Minister vast te stellen duur, dan wel met goed gevolg een vergelijkbare training voltooid die voldoet aan bij regeling van Onze Minister vast te stellen eisen.
### Paragraaf 9. Beroepsvereisten voor scheepskoks
Vervallen
### Artikel 92
Voor de afgifte van het diploma als scheepskok heeft de aanvrager:
a. met goed gevolg een door Onze Minister goedgekeurde of erkende opleiding afgerond die ten minste de volgende aspecten bevat:
1°. praktische kookvaardigheden;
2°. voeding en persoonlijke hygiëne;
3°. opslag van levensmiddelen;
4°. voorraadcontrole;
5°. milieubescherming;
6°. gezondheid en veiligheid met betrekking tot maaltijdverzorging, en
b. een diensttijd behaald van ten minste een maand in de kombuis van een zeeschip.
### Paragraaf 10. Beroepsvereisten voor scheepsofficieren
Vervallen
### Artikel 92a
**1.** Voor de afgifte van het certificaat »Wetgeving en Openbaar Gezag» heeft de aanvrager met goed gevolg een door Onze Minister erkende opleiding wetgeving en openbaar gezag afgerond.
**2.**
Deze opleiding omvat in elk geval:
a. kennis en inzicht in de Nederlandse wetgeving op de scheepvaart betrekking hebbende;
b. kennis van de bepalingen en handleidingen inzake het uitoefenen van openbaar gezag aan boord, alsmede vaardigheid in de toepassing hiervan, en
c. kennis van de maatregelen te nemen ter beveiliging van het schip en vaardigheid in het optreden in havens en op zee wat betreft veiligheidsaangelegenheden.
### Paragraaf 11. Beroepsvereisten kapitein op reizen nabij de kust zonder beperking in voortstuwingsvermogen
Vervallen
### Artikel 92b
Voor de afgifte van het certificaat kapitein beperkt werkgebied zonder beperking in voortstuwingsvermogen, heeft de aanvrager met goed gevolg een door Onze Minister erkende opleiding en training kapitein beperkt werkgebied zonder beperking in voortstuwingsvermogen afgerond die ten minste de volgende aspecten omvat:
a. karakteristieken van typen sleepboten;
b. stabiliteit en krachten bij een voortstuwingsvermogen van 3000 kW en meer;
c. technische- en milieutechnische aspecten;
d. veiligheid van gebruikte materialen in relatie tot een voortstuwingsvermogen van 3000 kW en meer.
Vervallen
## Hoofdstuk 5. Nadere regels aangaande de monsterrol en het monsterboekje
@ -1182,7 +941,7 @@ d. de naam en roepletters van het schip alsmede voor een passagiersschip van 100
### Artikel 95
De scheepsbeheerder stelt Onze Minister telkenmale schriftelijk in kennis van het feit dat hij van de kapitein een opgemaakte monsterrol heeft ontvangen.
Vervallen
### Artikel 96
@ -1227,7 +986,7 @@ e. zo nodig aanvullende informatie, die nodig is om de gegevens, bedoeld in arti
**1.**
Alvorens het monsterboekje af te geven, met uitzondering van het voorlopig monsterboekje als bedoeld in artikel 101, eerste lid, onder a, tekent Onze Minister in elk geval de volgende gegevens erin aan:
Alvorens het monsterboekje af te geven tekent Onze Minister in elk geval de volgende gegevens erin aan:
a. van de houder:
@ -1254,27 +1013,17 @@ b. de handtekening van de houder.
### Artikel 101
**1.**
Onverminderd artikel 97, tweede lid, kan in de volgende gevallen een voorlopig monsterboekje worden afgegeven:
a. indien de aanvrager niet tijdig in Nederland een monsterboekje kan aanvragen;
b. op verzoek van de zeevarende die aantoont het monsterboekje niet langer dan drie maanden nodig te hebben voor zijn werkzaamheden aan boord; of
c. indien naar het oordeel van Onze Minister niet zeker is dat de aanvrager een arbeidsovereenkomst met de scheepsbeheerder of de werkgever zal kunnen sluiten.
**2.** In het geval, genoemd in het eerste lid, onderdeel a, wordt het monsterboekje ingevuld en afgegeven door de kapitein.
**3.** In de gevallen, genoemd in het eerste lid, onderdelen b en c, wordt het monsterboekje ingevuld en afgegeven door Onze Minister.
Vervallen
### Artikel 102
De artikelen 97, tweede lid, 98 en 99 zijn van overeenkomstige toepassing bij de afgifte van een vervangend monsterboekje of een voorlopig monsterboekje.
De artikelen 97, tweede lid, 98 en 99 zijn van overeenkomstige toepassing bij de afgifte van een vervangend monsterboekje.
### Artikel 103
**1.** Bij regeling van Onze Minister wordt bepaald welke personen naast de kapitein bevoegd zijn tot het maken van de daarbij genoemde aanvullende aantekeningen of van wijzigingen in een monsterboekje of een voorlopig monsterboekje.
**1.** Bij regeling van Onze Minister wordt bepaald welke personen naast de kapitein bevoegd zijn tot het maken van de daarbij genoemde aanvullende aantekeningen of van wijzigingen in een monsterboekje.
**2.** Een monsterboekje of een voorlopig monsterboekje, waarin een ander dan een van de in het eerste lid bedoelde personen de daarbij genoemde aantekeningen of wijzigingen heeft aangebracht, is ongeldig.
**2.** Een monsterboekje, waarin een ander dan een van de in het eerste lid bedoelde personen de daarbij genoemde aantekeningen of wijzigingen heeft aangebracht, is ongeldig.
**3.** Degene, die onbevoegd aantekeningen of wijzigingen heeft aangebracht in een monsterboekje, draagt de kosten van de vervanging van dat monsterboekje.
@ -1376,7 +1125,7 @@ j. heeft verzuimd een voor hem aangewezen nascholingscursus te volgen.
**2.** Een geneeskundige verklaring als bedoeld in het eerste lid die niet op grond van dit besluit is afgegeven, mag niet langer dan twee jaren vóór de beoordeling zijn afgegeven.
**3.** Bij toepassing van het eerste lid geeft de Medisch Adviseur Scheepvaart een geneeskundige verklaring af als genoemd in artikel 40 van de wet.
**3.** Bij toepassing van het eerste lid geeft de Medisch Adviseur Scheepvaart een geneeskundige verklaring af als bedoeld in artikel 40 van de wet dan wel, indien het meer dan een zeevarende betreft, een verklaring af van gelijkwaardigheid van de desbetreffende geneeskundige verklaringen met de geneeskundige verklaring, bedoeld in artikel 40 van de wet.
### Artikel 114
@ -1390,61 +1139,31 @@ Vervallen
### Artikel 116
**1.** Bemanningsleden aan wie in de alarmrol van het schip een veiligheidstaak wordt opgedragen dan wel die een taak ten aanzien van het voorkomen van verontreiniging van de zee hebben, zijn in het bezit van een certificaat waaruit blijkt dat zij met goed gevolg een door Onze Minister erkende training en opleiding «basis veiligheid» als bedoeld in artikel 87 hebben gevolgd, tenzij zij aan de hand van een monsterboekje of van een soortgelijk document kunnen aantonen dat zij reeds voor 1 augustus 1998 aan boord van zeeschepen werkzaam waren.
**2.** Voor bemanningsleden met de functie van ten minste wachtstuurman, wachtwerktuigkundige of maritiem officier geldt het geldige vaarbevoegdheidsbewijs als het certificaat, bedoeld in het eerste lid.
**3.**
Elke andere zeevarende dan een bemanningslid als bedoeld in het eerste lid volgt, alvorens zijn taak aan boord te beginnen, een training voor persoonlijke veiligheid aan boord, teneinde:
a. met de overige opvarenden over elementaire veiligheidszaken te kunnen spreken, begrip te hebben van de veiligheidssymbolen en de alarmseinen te kennen;
b. te weten wat te doen indien: iemand over boord valt; vuur of rook wordt ontdekt; het sein «brandalarm» of «schip verlaten» wordt gegeven;
c. te weten waar de reddingsgordels zich bevinden en hoe deze om te doen;
d. alarm te slaan en bekend te zijn met het gebruik van handbrandblussers;
e. te weten wat te doen bij een ongeluk voordat hulp wordt ingeroepen;
f. de brand- en waterdichte deuren, met uitzondering van die ter afsluiting van openingen in de romp, te kunnen sluiten en openen, en
g. te kunnen vaststellen waar de verzamelplaatsen bij het sein «schip verlaten», de plaatsen van inscheping in de reddingsloepen en de ontsnappingsroutes bij noodgevallen zich bevinden.
**4.** Elk bemanningslid als bedoeld in het eerste lid, krijgt alvorens zijn taak aan boord te beginnen, voldoende informatie en instructie met betrekking tot de in het derde lid, onderdelen c, f en g genoemde onderwerpen.
Vervallen
### Artikel 117
**1.** De kapitein van elk schip draagt er zorg voor dat voor het ondernemen van een reis en gedurende de reis overeenkomstig Hoofdstuk III/10 van het SOLAS-verdrag voldoende sloepsgasten aan boord zijn die in het bezit zijn van het certificaat, bedoeld in artikel 88.
**1.** De kapitein van elk schip draagt er zorg voor dat voor het ondernemen van een reis en gedurende de reis overeenkomstig Hoofdstuk III/10 van het SOLAS-verdrag voldoende zeevarenden in het bezit van het certificaat reddingmiddelen aan boord zijn die in het bezit zijn van het certificaat, bedoeld in artikel 40, tweede lid.
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid worden kapiteins, stuurlieden en maritieme officieren geacht in het bezit te zijn van het certificaat als sloepsgast.
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid worden kapiteins, stuurlieden en maritieme officieren geacht in het bezit te zijn van het certificaat reddingmiddelen.
**3.** De kapitein van elk schip dat is uitgerust met snelle hulpverleningsboten draagt er zorg voor dat voor het ondernemen van een reis en gedurende de reis voor iedere snelle hulpverleningsboot tenminste twee bemanningsleden beschikbaar zijn in het bezit van het certificaat van bekwaamheid in het gebruik van snelle hulpverleningsboten als bedoeld in artikel 89.
**3.** De kapitein van elk schip dat is uitgerust met snelle hulpverleningsboten draagt er zorg voor dat voor het ondernemen van een reis en gedurende de reis voor iedere snelle hulpverleningsboot tenminste twee bemanningsleden beschikbaar zijn in het bezit van het certificaat snelle hulpverleningsboten als bedoeld in artikel 89.
### Artikel 118
**1.** De kapitein en het bemanningslid aan wie, onder de verantwoordelijkheid van de kapitein, de zorg voor het gebruik en het beheer van de medische uitrusting is overgedragen zijn in het bezit van het certificaat scheepsgezondheidszorg-O (onbeperkt), bedoeld in artikel 91, tweede lid, of, wanneer aan het schip een veiligheidscertificaat voor vrachtschepen dan wel veiligheidscertificaat voor passagierschepen voor beperkt vaargebied is afgegeven in die zin dat het schip uitsluitend reizen onderneemt in zeegebied A2, zoals omschreven in Hoofdstuk IV van het SOLAS-verdrag, van het certificaat scheepsgezondheidszorg-B (beperkt), bedoeld in artikel 91, eerste lid.
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid worden bezitters van het kennisbewijs maritiem officier, middelbaar maritiem officier, stuurman werktuigkundige kleine schepen, baggeraarstuurman, wachtstuurman, stuurman grote zeilvaart en stuurman kleine zeilvaart en het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart geacht in het bezit te zijn van het certificaat scheepsgezondheiszorg B.
**3.** De in het eerste lid bedoelde personen volgen ten minste eenmaal in de vijf jaar een bijscholingscursus als bedoeld in artikel 91, derde lid, die voor personen aan boord van vaartuigen met een veiligheidscertificaat voor vrachtschepen dan wel veiligheidscertificaat voor passagierschepen voor onbeperkt vaargebied mede een herhalingsstage, bedoeld in artikel 91, vierde lid, omvat.
**4.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van dit artikel.
Vervallen
### Artikel 119
**1.** Op een schip dat op een internationaal traject van meer dan drie dagen vaart, met een bemanning en overig personeel van honderd personen of meer die, in welke hoedanigheid ook, aan boord ten behoeve van het schip in dienst of tewerkgesteld zijn, inclusief stagiairs en leerlingen alsmede personen die werkzaam zijn als loods, is een arts aanwezig.
**2.** Indien aan het eerste lid is voldaan, kan in afwijking van artikel 118, eerste lid, voor de kapitein worden volstaan met het bezit van het certificaat scheepsgezondheidszorg B, bedoeld in artikel 91, eerste lid.
**3.** Bij regeling van Onze Minister kunnen, met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens artikel 21 van de wet, nadere eisen worden gesteld ten aanzien van de bekwaamheid van de in het eerste lid genoemde arts.
Op een schip dat een internationale reis van meer dan 3 dagen maakt met 100 of meer opvarenden, is een arts aanwezig.
### Artikel 120
**1.** Aan boord van een schip waarvan de voorgeschreven bemanning uit meer dan 9 personen bestaat, moet daarboven een gediplomeerde scheepskok belast zijn met de bereiding van de voeding.
**1.** Aan boord van een schip waarvan de voorgeschreven bemanning uit meer dan 9 personen bestaat, moet daarboven een scheepskok belast zijn met de bereiding van de voeding.
**2.** Onder een gediplomeerde scheepskok wordt verstaan een persoon van 18 jaar of ouder in het bezit van een door de Minister erkend diploma als scheepskok als bedoeld in artikel 92.
**2.** Onder scheepskok wordt verstaan een persoon van 18 jaar of ouder in het bezit van het bekwaamheidsbewijs scheepskok.
**3.** Onze Minister kan diploma's, door bevoegde autoriteiten in andere landen afgegeven op grond van het Verdrag betreffende het diploma van bekwaamheid als scheepskok, 1946, of van het Maritiem Arbeidsverdrag als gelijkwaardig aan Nederlandse diploma's erkennen.
**4.** Onze Minister kan op een daartoe strekkend verzoek van de scheepsbeheerder in bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van de in het eerste lid bedoelde verplichting tot het gediplomeerd zijn van de scheepskok, indien de persoon ten aanzien van wie de ontheffing wordt verzocht een opleiding heeft genoten of instructies heeft gekregen op het gebied van voeding, persoonlijke hygiëne en de behandeling en opslag van levensmiddelen aan boord van schepen. De ontheffing geldt voor een specifiek tijdvak van ten hoogste een maand of tot aan het afmeren in de volgende aanloophaven.
**5.** Aan een in het vierde lid bedoelde ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. Indien de voorschriften niet worden nageleefd kan Onze Minister een verleende ontheffing tussentijds intrekken.
**3.** Onze Minister kan bekwaamheidsbewijzen en vaarbevoegdheidsbewijzen, door bevoegde autoriteiten in andere landen afgegeven op grond van het Verdrag betreffende het diploma van bekwaamheid als scheepskok, 1946, of van het Maritiem Arbeidsverdrag, als gelijkwaardig aan Nederlandse bekwaamheidsbewijzen erkennen.
### Artikel 120a
@ -1460,24 +1179,24 @@ Aan boord van een schip waarvan de voorgeschreven bemanning uit minder dan tien
De scheepsbeheerder draagt er zorg voor dat:
a. tussen alle bemanningsleden een doelmatige communicatie over veiligheidsaspecten kan plaatsvinden. Voorts dient hij zeker te stellen dat er op adequate wijze communicatie kan plaatsvinden tussen het schip en de autoriteiten te land, in een gemeenschappelijke taal of in de taal van de autoriteiten;
b. aan boord van passagiersschepen een werktaal wordt vastgesteld die in het journaal wordt aangetekend;
c. aan boord van passagiersschepen de bemanningsleden, die op de alarmrol zijn aangewezen om de passagiers in kritieke situaties te helpen, beschikken over voor dat doel toereikende communicatieve vaardigheden en duidelijk herkenbaar zijn en,
a. tussen alle bemanningsleden een doelmatige communicatie over veiligheidsaspecten kan plaatsvinden. Voorts dient hij zeker te stellen dat er op adequate wijze communicatie kan plaatsvinden tussen het schip en andere schepen en tussen het schip en de autoriteiten te land, in het Engels of in een gemeenschappelijke taal;
b. aan boord van schepen een werktaal wordt vastgesteld die in het journaal wordt aangetekend;
c. aan boord van passagiersschepen en ro-ro passagiersschepen de bemanningsleden, die op de alarmrol zijn aangewezen om de passagiers in kritieke situaties te helpen, beschikken over voor dat doel toereikende communicatieve vaardigheden en duidelijk herkenbaar zijn en,
d. onverminderd het bepaalde onder a, op olietankschepen, chemicaliëntankschepen en gastankschepen, de bemanningsleden in staat zijn met elkaar te communiceren in een of meer gemeenschappelijke werktalen.
### Artikel 123
**1.** De scheepsbeheerder legt aan Onze Minister een verklaring in drievoud over, waarin hij voor ieder onderdeel van artikel 122, voor zover het desbetreffende onderdeel betrekking heeft op zijn schip, nauwkeurig vermeldt op welke wijze hij ten aanzien van zijn schip uitvoering heeft gegeven aan zijn verplichtingen ingevolge dat artikel.
**1.** De scheepsbeheerder stelt een verklaring op waarin hij voor ieder onderdeel van artikel 122, voor zover het desbetreffende onderdeel betrekking heeft op zijn schip, nauwkeurig vermeldt op welke wijze hij ten aanzien van zijn schip uitvoering heeft gegeven aan zijn verplichtingen ingevolge dat artikel.
**2.** Onze Minister registreert de overgelegde verklaring, bedoeld in het eerste lid, en zendt de eigenaar twee door hem ten teken van registratie gewaarmerkte afschriften van de verklaring.
**2.** De scheepsbeheerder verschaft de kapitein een exemplaar van de verklaring, bedoeld in het eerste lid.
**3.** De eigenaar verschaft de kapitein een van de twee exemplaren van de geregistreerde verklaring, bedoeld in het tweede lid.
**3.** De verklaring, bedoeld in het eerste lid, heeft een geldigheidsduur van vijf jaar.
**4.** De verklaring, bedoeld in het eerste lid, heeft een geldigheidsduur van vijf jaar.
**4.** In afwijking van het derde lid heeft de verklaring, bedoeld in het eerste lid, voor passagiersschepen en ro-ro passagiersschepen een geldigheidsduur van één jaar.
**5.** In afwijking van het vierde lid heeft de verklaring, bedoeld in het eerste lid, voor passagiersschepen een geldigheidsduur van één jaar.
**5.** De verklaring bedoeld in het tweede lid wordt door de kapitein in een voor iedereen toegankelijke plaats opgehangen.
**6.** De verklaring bedoeld in het derde lid wordt door de kapitein in een voor iedereen toegankelijke plaats opgehangen.
**6.** Bij regeling van Onze Minister wordt bepaald welke gegevens worden opgenomen in de in het eerste lid bedoelde verklaring.
### Artikel 124
@ -1485,7 +1204,7 @@ Bij regeling van Onze Minister kunnen, ter uitvoering van Verdragen of van beslu
### Artikel 124a
Bij regeling van Onze Minister kunnen ter uitvoering van de Verordening (EG) nr. 725/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de verbetering van de beveiliging van zeeschepen en havenfaciliteiten (PbEG L 129) nadere regels worden gesteld omtrent de opleiding van de voorgeschreven scheepsbeveiligingsofficier.
Vervallen
## Hoofdstuk 8. Overgangs- en slotbepalingen
@ -1493,6 +1212,220 @@ Bij regeling van Onze Minister kunnen ter uitvoering van de Verordening (EG) nr.
De geneeskundige verklaringen van geschiktheid voor de zeevaart die zijn afgegeven voor het tijdstip waarop artikel I voor wat betreft de onderdelen F tot en met L en P van het besluit van 5 juli 2012 houdende wijziging van algemene maatregelen van bestuur op het terrein van de scheepvaart in verband met de implementatie van het Maritiem Arbeidsverdrag, 2006 in werking treedt, behouden hun geldigheid overeenkomstig de daarop aangegeven einddatum.
### Artikel 125a
**1.** Een geldig vaarbevoegdheidsbewijs dat is afgegeven voor 1 januari 2012 kan tot en met 31 december 2016 worden vernieuwd met inachtneming van de voorwaarden voor vernieuwing ervan zoals die luidden voor het tijdstip waarop artikel I, onderdeel F, van het besluit van 31 maart 2014, houdende wijziging van algemene maatregelen van bestuur op het terrein van de scheepvaart in verband met de implementatie van de wijziging van de bijlage bij het STCW-Verdrag en de STCW-Code en van richtlijn 2012/35/EU en enige andere onderwerpen op het terrein van de zeevaartbemanning (Stb. 150), in werking treedt.
**2.** Een op grond van het eerste lid afgegeven vaarbevoegdheidsbewijs is uiterlijk geldig tot en met 31 december 2016.
### Artikel 125b
**1.**
Houders van een vaarbevoegdheidsbewijs als bedoeld in artikel 70, eerste lid, van de wet voor de functie kapitein alle schepen, kapitein kleine schepen, eerste stuurman alle schepen, eerste stuurman kleine schepen, of wachtstuurman alle schepen, overleggen een bekwaamheidsbewijs of een schriftelijk bewijs waaruit blijkt dat zij zijn geschoold of bijgeschoold op het gebied van:
a. ECDIS (*Electronic Chart Display Information Sytems*) en daaromtrent voldoen aan de toepasselijke eisen van sectie A-II/1 of sectie A-II/2 van de STCW-Code; en
b. radarnavigatie.
**2.** Houders van een vaarbevoegdheidsbewijs als bedoeld in artikel 70, eerste lid, van de wet voor de functie hoofdwerktuigkundige alle schepen, hoofdwerktuigkundige kleine schepen, tweede werktuigkundige alle schepen, tweede werktuigkundige kleine schepen of wachtwerktuigkundige alle schepen, overleggen een bekwaamheidsbewijs of een schriftelijk bewijs waaruit blijkt dat zij zijn geschoold of bijgeschoold op het gebied van hoogspanning en daaromtrent voldoen aan de toepasselijke eisen van sectie A-III/1 of sectie A-III/2 van de STCW-Code.
**3.**
Houders van een vaarbevoegdheidsbewijs als bedoeld in artikel 70, eerste lid, van de wet voor de functie eerste maritiem officier alle schepen, eerste maritiem officier kleine schepen, maritiem officier of maritiem officier kleine schepen, overleggen een bekwaamheidsbewijs of een schriftelijk bewijs waaruit blijkt dat zij zijn geschoold of bijgeschoold op het gebied van:
a. ECDIS (*Electronic Chart Display Information Sytems*) en daaromtrent voldoen aan de toepasselijke eisen van sectie A-II/1 of sectie A-II/2 van de STCW-Code;
b. hoogspanning en daaromtrent voldoen aan de toepasselijke eisen van sectie A-III/1 of sectie A-III/2 van de STCW-Code; en
c. radarnavigatie.
**4.** Voor de toepassing van het eerste en het derde lid wordt onder radarnavigatie verstaan de training voor het certificaat radarnavigator, bedoeld in artikel 70 van dit besluit, zoals dat luidde voor het tijdstip waarop artikel I, onderdeel O, van het in artikel 125a, eerste lid, bedoelde besluit in werking is getreden.
### Artikel 125c
Een vaarbevoegdheidsbewijs voor een functie op reizen nabij de kust of voor een functie op reizen nabij de kust zonder beperking in voortstuwingsvermogen, afgegeven aan een zeevarende voor het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A en M, van het in artikel 125a, eerste lid, bedoelde besluit in werking treden, behoudt zijn geldigheid overeenkomstig de daarop aangegeven einddatum.
### Artikel 125d
**1.** Onverminderd artikel 8 heeft de houder van een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie kapitein op reizen nabij de kust of kapitein op reizen nabij de kust zonder beperking in voortstuwingsvermogen, recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie kapitein schepen van minder dan 500 GT met de beperking tot reizen nabij de Nederlandse kust in een vaargebied dat zich uitstrekt tot de Nederlandse territoriale zee en de aansluitende zone van het Koninkrijk grenzend aan de Nederlandse territoriale zee.
**2.** Onverminderd artikel 8 heeft de houder van een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie eerste stuurman op reizen nabij de kust recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie eerste stuurman schepen van minder dan 500 GT met de beperking tot reizen nabij de Nederlandse kust in een vaargebied dat zich uitstrekt tot de Nederlandse territoriale zee en de aansluitende zone van het Koninkrijk grenzend aan de Nederlandse territoriale zee.
**3.** Onverminderd artikel 8 heeft de houder van een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie wachtwerktuigkundige op reizen nabij de kust recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie tweede werktuigkundige schepen van minder dan 3.000 kW met de beperking tot reizen nabij de Nederlandse kust in een vaargebied dat zich uitstrekt tot de Nederlandse territoriale zee en de aansluitende zone van het Koninkrijk grenzend aan de Nederlandse territoriale zee.
### Artikel 125e
**1.**
Onverminderd artikel 8 geeft het bezit van een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie kapitein op reizen nabij de kust of kapitein op reizen nabij de kust zonder beperking in voortstuwingsvermogen, tezamen met:
a. het certificaat reddingmiddelen;
b. het certificaat brandbestrijding voor gevorderden;
c. het certificaat medische eerste hulp aan boord;
d. het certificaat medische zorg aan boord;
e. het algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie; en
f. het certificaat aanvulling-N voor reizen nabij de internationale kust,
de aanvrager recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie kapitein schepen van minder dan 500 GT met de beperking tot reizen nabij de internationale kust.
**2.**
Onverminderd artikel 8 geeft het bezit van een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie kapitein op reizen nabij de kust of kapitein op reizen nabij de kust zonder beperking in voortstuwingsvermogen, tezamen met:
a. het certificaat reddingmiddelen;
b. het certificaat brandbestrijding voor gevorderden;
c. het certificaat medische eerste hulp aan boord;
d. het certificaat medische zorg aan boord; en
e. het algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie,
de aanvrager recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie kapitein schepen van minder dan 500 GT met de beperking tot reizen nabij de Nederlandse kust in een vaargebied dat zich uitstrekt tot de Nederlandse territoriale zee en de Nederlandse exclusieve economische zone.
**3.**
Onverminderd artikel 8 geeft het bezit van een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie eerste stuurman op reizen nabij de kust, tezamen met:
a. het certificaat reddingmiddelen;
b. het certificaat medische eerste hulp aan boord;
c. het certificaat medische zorg aan boord; en
d. het algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie,
de aanvrager recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie eerste stuurman schepen van minder dan 500 GT met de beperking tot reizen nabij de internationale kust.
**4.**
Onverminderd artikel 8 geeft het bezit van een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie eerste stuurman op reizen nabij de kust, tezamen met:
a. het certificaat reddingmiddelen;
b. het certificaat medische eerste hulp aan boord; en
c. het algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie,
de aanvrager recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie eerste stuurman schepen van minder dan 500 GT met de beperking tot reizen nabij de Nederlandse kust in een vaargebied dat zich uitstrekt tot de Nederlandse territoriale zee en de Nederlandse exclusieve economische zone.
**5.**
Onverminderd artikel 8 geeft het bezit van een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie wachtwerktuigkundige op reizen nabij de kust, tezamen met:
a. het certificaat reddingmiddelen; en
b. het certificaat medische eerste hulp aan boord,
de aanvrager recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie tweede werktuigkundige schepen met minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen met de beperking tot reizen nabij de internationale kust.
**6.**
Onverminderd artikel 8 geeft het bezit van een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie wachtwerktuigkundige op reizen nabij de kust, tezamen met:
a. het certificaat reddingmiddelen; en
b. het certificaat medische eerste hulp aan boord,
de aanvrager recht op een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie tweede werktuigkundige schepen van minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen met de beperking tot reizen nabij de Nederlandse kust in een vaargebied dat zich uitstrekt tot de Nederlandse territoriale zee en de Nederlandse exclusieve economische zone.
**7.** Het certificaat, genoemd in het eerste lid, onderdeel f, is niet vereist tot een bij regeling van Onze Minister vast te stellen tijdstip.
### Artikel 125f
Vaarbevoegdheidsbewijzen met de beperking tot aannemersmaterieel, afgegeven voor het tijdstip waarop artikel I, onderdelen A en M, van het in artikel 125a, eerste lid, bedoelde besluit in werking treden, behouden hun geldigheid overeenkomstig de daarop aangegeven einddatum.
### Artikel 125g
**1.**
Artikel 35, eerste en tweede lid, is tot en met 31 december 2016 niet van toepassing op een daarin bedoelde zeevarende indien:
a. deze in het bezit is van een aan hem afgegeven geldig vaarbevoegdheidsbewijs waarop is aangetekend dat de houder voldoet aan de eisen voor de uitoefening van speciale taken en verantwoordelijkheden met betrekking tot de lading en de daarbij behorende uitrusting op tankschepen, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van dit besluit, zoals dat luidde voor het tijdstip waarop artikel I, onderdeel M, van het in artikel 125a, eerste lid, bedoelde besluit in werking treedt; of
b. het een wachtlopend gezel of een gekwalificeerd gezel betreft en deze aantoont ten minste 3 maanden dienst te hebben gedaan op een tankschip dan wel in het bezit is van een certificaat ten bewijze van het gevolgd hebben van een passende training.
**2.** Een zeevarende als bedoeld in het eerste lid, heeft recht op het bekwaamheidsbewijs basis ladingbehandeling olie- en chemicaliëntankschepen, bedoeld in artikel 35, eerste lid, en op het bekwaamheidsbewijs basis ladingbehandeling gastankschepen, bedoeld in artikel 35, tweede lid.
### Artikel 125h
**1.** Artikel 35, derde, vierde of vijfde lid, is tot en met 31 december 2016 niet van toepassing op een daarin bedoelde zeevarende indien deze in het bezit is van een aan hem afgegeven geldig vaarbevoegdheidsbewijs waarop is aangetekend dat de houder voldoet aan de eisen met betrekking tot de verantwoordelijkheid voor de uitoefening van taken op het type tankschip waarop hij vaart, genoemd in artikel 29, derde lid, van dit besluit, zoals dat luidde voor het tijdstip waarop artikel I, onderdeel M, van het in artikel 125a, eerste lid, bedoelde besluit in werking treedt.
**2.** De houder van een certificaat behandeling en vervoer van aardolie en aardolieproducten in bulk aan boord van olietankschepen, afgegeven op grond van artikel 71 van dit besluit, zoals dat luidde voor het tijdstip waarop artikel I, onderdeel O, van het in artikel 125a, eerste lid, bedoelde besluit in werking treedt, heeft recht op het bekwaamheidsbewijs ladingbehandeling olietankschepen voor gevorderden, bedoeld in artikel 35, derde lid.
**3.** De houder van een certificaat behandeling en vervoer van chemicaliën in bulk aan boord van chemicaliëntankschepen, afgegeven op grond van artikel 72 van dit besluit, zoals dat luidde voor het in het tweede lid bedoelde tijdstip, heeft recht op het bekwaamheidsbewijs ladingbehandeling chemicaliëntankschepen voor gevorderden, bedoeld in artikel 35, vierde lid.
**4.** De houder van een certificaat behandeling en vervoer van tot vloeistof verdichte of samengeperste gassen in bulk aan boord van gastankschepen, afgegeven op grond van artikel 73 van dit besluit, zoals dat luidde voor het in het tweede lid bedoelde tijdstip, heeft recht op het bekwaamheidsbewijs ladingbehandeling gastankschepen voor gevorderden, bedoeld in artikel 35, vijfde lid.
### Artikel 125i
De artikelen 37 tot en met 47 van dit besluit, zoals die luidden voor het tijdstip waarop artikel I, onderdeel M, van het in artikel 125a, eerste lid, bedoelde besluit in werking treedt, blijven tot en met 31 december 2016 van toepassing op de behandeling van een aanvraag voor een vaarbevoegdheidsbewijs door officieren en oud-officieren van de Zeedienst der Koninklijke Marine.
### Artikel 125j
Certificaten scheepsmanagement-N en scheepsmanagement-W die zijn afgegeven op grond van de artikelen 68 of 69 van dit besluit, zoals die luidden voor het tijdstip waarop artikel I, onderdeel O, van het in artikel 125a, eerste lid, bedoelde besluit in werking treedt, behouden hun geldigheid en worden voor de toepassing van dit besluit gelijkgesteld aan het in hoofdstuk 3, paragraaf 2, genoemde certificaat scheepsmanagement-N respectievelijk scheepsmanagement-W.
### Artikel 125k
Bewijzen groepsbegeleiding in noodsituaties aan boord van passagiersschepen en bewijzen groepsbegeleiding in noodsituaties aan boord van ro-ro passagiersschepen die zijn afgegeven op grond van de artikelen 74 of 79 van dit besluit, zoals die luidden voor het tijdstip waarop artikel I, onderdeel O, van het in artikel 125a, eerste lid, bedoelde besluit in werking treedt, behouden hun geldigheid overeenkomstig de daarop aangegeven einddatum en worden voor de toepassing van dit besluit gelijkgesteld aan het in artikel 36, eerste lid, genoemde schriftelijk bewijs geoefend zijn in groepsbegeleiding.
### Artikel 125l
Bewijzen familiarisatietraining passagiersschip/schepen en bewijzen familiarisatie-training ro-ro passagiersschip/schepen die zijn afgegeven op grond van de artikelen 75 of 80 van dit besluit, zoals die luidden voor het tijdstip waarop artikel I, onderdeel O, van het in artikel 125a, eerste lid, bedoelde besluit in werking treedt, behouden hun geldigheid en kunnen dienen als bewijs dat aan de verplichting tot het volgen van een familiarisatietraining, opgenomen in artikel 36, vijfde lid, is voldaan.
### Artikel 125m
Bewijzen hotelpersoneel passagiersschepen en bewijzen hotelpersoneel ro-ro passagiersschepen die zijn afgegeven op grond van de artikelen 76 of 81 van dit besluit, zoals die luidden voor het tijdstip waarop artikel I, onderdeel O, van het in artikel 125a, eerste lid, bedoelde besluit in werking treedt, behouden hun geldigheid en worden voor de toepassing van dit besluit gelijkgesteld aan het in artikel 36, tweede lid, genoemde schriftelijk bewijs geoefend zijn in dienstverlening aan passagiers.
### Artikel 125n
Certificaten passagiersveiligheid en certificaten passagiersveiligheid, ladingveiligheid en integriteit van de romp ro-ro passagiersschepen die zijn afgegeven op grond van de artikelen 77 of 82 van dit besluit, zoals die luidden voor het tijdstip waarop artikel I, onderdeel O, van het in artikel 125a, eerste lid, bedoelde besluit in werking treedt, behouden hun geldigheid overeenkomstig de daarop aangegeven einddatum en worden voor de toepassing van dit besluit gelijkgesteld aan het in artikel 36, vierde lid, genoemde certificaat passagiersveiligheid, ladingveiligheid en waterdichtheid van de scheepsromp.
### Artikel 125o
Certificaten crisisbeheersing en menselijk gedrag die zijn afgegeven op grond van de artikelen 78 of 83 van dit besluit, zoals die luidden voor het tijdstip waarop artikel I, onderdeel O, van het in artikel 125a, eerste lid, bedoelde besluit in werking treedt, behouden hun geldigheid overeenkomstig de daarop aangegeven einddatum en worden voor de toepassing van dit besluit gelijkgesteld aan het in artikel 36, derde lid, genoemde certificaat crisisbeheersing en menselijk gedrag.
### Artikel 125p
Certificaten stoomvoortstuwing die zijn afgegeven op grond van artikel 84 van dit besluit, zoals dat luidde voor het tijdstip waarop artikel I, onderdeel O, van het in artikel 125a, eerste lid, bedoelde besluit in werking treedt, behouden hun geldigheid en worden voor de toepassing van dit besluit gelijkgesteld aan het in artikel 38 genoemde certificaat stoomvoortstuwing.
### Artikel 125q
*Type rating certificaten* die zijn afgegeven op grond van artikel 85 van dit besluit, zoals dat luidde voor het tijdstip waarop artikel I, onderdeel O, van het in artikel 125a, eerste lid, bedoelde besluit in werking treedt, behouden hun geldigheid overeenkomstig de daarop aangegeven einddatum en worden voor de toepassing van dit besluit gelijkgesteld aan het in artikel 37, eerste lid, genoemde certificaat *type rating HSC*.
### Artikel 125r
Certificaten grote zeilvaart en kennisbewijzen stuurman grote zeilvaart die zijn afgegeven op grond van artikel 86 van dit besluit, zoals dat luidde voor het tijdstip waarop artikel I, onderdeel O, van het in artikel 125a, eerste lid, bedoelde besluit in werking treedt, behouden hun geldigheid en worden voor de toepassing van dit besluit gelijkgesteld aan het in artikel 32, eerste lid, genoemde bekwaamheidsbewijs stuurman grote zeilvaart.
### Artikel 125s
**1.** Certificaten basisveiligheid die zijn afgegeven op grond van artikel 87 van dit besluit, zoals dat luidde voor het tijdstip waarop artikel I, onderdeel O, van het in artikel 125a, eerste lid, bedoelde besluit in werking treedt, behouden hun geldigheid en worden voor de toepassing van dit besluit gelijkgesteld aan het in artikel 40, eerste lid, genoemde certificaat basisveiligheid.
**2.** Voor bemanningsleden met de functie van ten minste wachtstuurman, wachtwerktuigkundige of maritiem officier geldt het geldige vaarbevoegdheidsbewijs tot en met 31 december 2016 als certificaat basisveiligheid.
### Artikel 125t
Certificaten sloepsgast die zijn afgegeven op grond van artikel 88 van dit besluit, zoals dat luidde voor het tijdstip waarop artikel I, onderdeel O, van het in artikel 125a, eerste lid, bedoelde besluit in werking treedt, behouden hun geldigheid en worden voor de toepassing van dit besluit gelijkgesteld aan het in de artikelen 40, tweede lid, en 117, eerste en tweede lid, genoemde certificaat reddingmiddelen.
### Artikel 125u
Certificaten van bekwaamheid in het gebruik van snelle hulpverleningsboten die zijn afgegeven op grond van artikel 89 van dit besluit, zoals dat luidde voor het tijdstip waarop artikel I, onderdeel O, van het in artikel 125a, eerste lid, bedoelde besluit in werking treedt, behouden hun geldigheid en worden voor de toepassing van dit besluit gelijkgesteld aan het in de artikelen 40, derde lid, en 117, derde lid, genoemde certificaat snelle hulpverleningsboten.
### Artikel 125v
Certificaten brandbestrijding voor gevorderden die zijn afgegeven op grond van artikel 90 van dit besluit, zoals dat luidde voor het tijdstip waarop artikel I, onderdeel O, van het in artikel 125a, eerste lid, bedoelde besluit in werking treedt, behouden hun geldigheid en worden voor de toepassing van dit besluit gelijkgesteld aan het in artikel 40, vierde lid, genoemde certificaat brandbestrijding voor gevorderden.
### Artikel 125w
**1.** Certificaten scheepsgezondheidszorg B die zijn afgegeven op grond van artikel 91, eerste lid, van dit besluit, zoals dat luidde voor het tijdstip waarop artikel I, onderdeel O, van het in artikel 125a, eerste lid, bedoelde besluit in werking treedt, behouden hun geldigheid overeenkomstig de daarop aangegeven einddatum en worden voor de toepassing van dit besluit gelijkgesteld aan de in artikel 42, eerste lid, genoemde certificaten medische eerste hulp aan boord en medische zorg aan boord.
**2.** Certificaten scheepsgezondheidszorg O die zijn afgegeven op grond van artikel 91, tweede lid, van dit besluit, zoals dat luidde voor het in het eerste lid bedoelde tijdstip, behouden hun geldigheid overeenkomstig de daarop aangegeven einddatum en worden voor de toepassing van dit besluit gelijkgesteld aan de in artikel 42, eerste lid, genoemde certificaten medische eerste hulp aan boord en medische zorg aan boord.
### Artikel 125x
Certificaten Wetgeving en Openbaar Gezag die zijn afgegeven op grond van artikel 92a van dit besluit, zoals dat luidde voor het tijdstip waarop artikel I, onderdeel O, van het in artikel 125a, eerste lid, bedoelde besluit in werking treedt, behouden hun geldigheid en worden voor de toepassing van dit besluit gelijkgesteld aan het in artikel 10, eerste lid, genoemde certificaat wetgeving en openbaar gezag.
### Artikel 125y
Certificaten scheepsbeveiligingsfunctionaris die zijn afgegeven op grond van artikel 2 van de Regeling certificering scheepsbeveiligingsfunctionarissen behouden hun geldigheid en worden voor de toepassing van dit besluit gelijkgesteld aan het in artikel 41, eerste lid, genoemde certificaat scheepsbeveiligingsfunctionaris.
### Artikel 125z
Verklaringen als bedoeld in artikel 123, eerste en tweede lid, van dit besluit, zoals dat luidde voor het tijdstip waarop artikel I, onderdeel AA, van het in artikel 125a, eerste lid, bedoelde besluit in werking treedt, behouden hun geldigheid overeenkomstig de daarop aangegeven einddatum en worden voor de toepassing van dit besluit gelijkgesteld aan de in artikel 123, eerste lid, genoemde verklaring.
### Artikel 125aa
**1.** In afwijking van artikel 20, derde lid, is het certificaat aanvulling-N voor reizen nabij de internationale kust, tot een bij regeling van Onze Minister vast te stellen tijdstip niet vereist voor de verkrijging van een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie kapitein schepen van minder dan 500 GT met de beperking tot reizen nabij de internationale kust.
**2.** In afwijking van artikel 20, vierde lid, is het certificaat aanvulling-W voor reizen nabij de internationale kust, tot een bij regeling van Onze Minister vast te stellen tijdstip niet vereist voor de verkrijging van een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie hoofdwerktuigkundige schepen met minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen met de beperking tot reizen nabij de internationale kust.
### Artikel 126
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit zeevarenden handelsvaart en zeilvaart.
@ -1520,7 +1453,3 @@ Vervallen
### Artikel 132
Vervallen
### Artikel 130*
Vervallen