2007-01-01 | BWBR0013816 | Wet inzake de geldtransactiekantoren

This commit is contained in:
Coornhert 2007-01-01 12:00:00 +00:00
parent ffd02457b6
commit 89cfcc7195

View file

@ -17,14 +17,17 @@ citeertitel: Wet inzake de geldtransactiekantoren
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. geldtransactiekantoor: de natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap die beroeps- of bedrijfsmatig ten behoeve van of op verzoek van een derde geldtransacties uitvoert, dan wel beroeps- of bedrijfsmatig werkzaam is bij de totstandkoming daarvan;
b. derde: de natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap die geen onderdeel uitmaakt van een groep als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder *o*, van de Wet toezicht kredietwezen 1992, waarvan het geldtransactiekantoor deel uitmaakt;
b. derde: de natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap die geen onderdeel uitmaakt van een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, met dien verstande dat indien een natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap:
1°. via een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur invloed kan uitoefenen op een of meer andere natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen; of
2°. in een of meer andere rechtspersonen of vennootschappen een deelneming heeft als bedoeld in artikel 24c van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel, voorzover het natuurlijke personen betreft, een met een deelneming overeenkomende positie, die natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap tezamen met die andere natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap dan wel natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen wordt aangemerkt als groep;
c. geldtransactie:
1°. het wisselen van munten of bankbiljetten;
2°. het uitbetalen van munten of bankbiljetten op vertoon van een creditcard, tegen inlevering van een of meer cheques of tegen inlevering van een of meer onderdelen van het couponblad van een waardepapier aan toonder tegen inlevering waarvan de rente op dit waardepapier kan worden geïnd;
3°. het in het kader van een geldelijke overmaking ter beschikking krijgen van gelden of geldswaarden, teneinde deze gelden of geldswaarden al dan niet in dezelfde vorm aan een derde elders betaalbaar te stellen of te doen stellen, dan wel het betalen of betaalbaar stellen van gelden of geldswaarden nadat deze gelden of geldswaarden elders al dan niet in dezelfde vorm ter beschikking zijn gesteld, waarbij deze geldelijke overmaking een op zichzelf staande dienst is.
4°. bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen andere verwante activiteit;
d. bankgarantie: een garantie, overeenkomstig het door Onze Minister opgestelde model, van een op grond van artikel 52, tweede lid, Wet toezicht kredietwezen 1992 geregistreerde kredietinstelling dat deze onherroepelijk en onvoorwaardelijk garant staat ten behoeve van derden ter zake van de door hen in het kader van een geldtransactie als bedoeld in onderdeel *c*, onder 3°, ter beschikking gestelde en nog niet betaalde of betaalbaar gestelde gelden of geldswaarden;
d. bankgarantie: een garantie, overeenkomstig het door Onze Minister opgestelde model, van een financiële onderneming die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van kredietinstelling mag uitoefenen; dat deze onherroepelijk en onvoorwaardelijk garant staat ten behoeve van derden ter zake van de door hen in het kader van een geldtransactie als bedoeld in onderdeel *c*, onder 3°, ter beschikking gestelde en nog niet betaalde of betaalbaar gestelde gelden of geldswaarden;
e. register: het openbare register van geldtransactiekantoren dat door de zorg van Onze Minister wordt gehouden;
f. Onze Minister: Onze Minister van Financiën;
g. gekwalificeerde deelneming: een rechtstreeks of middellijk belang van meer dan 5 procent van het geplaatste aandelenkapitaal van een onderneming of instelling, of het rechtstreeks of middellijk kunnen uitoefenen van meer dan 5 procent van de stemrechten in een onderneming of instelling, of het rechtstreeks of middellijk kunnen uitoefenen van een daarmee vergelijkbare zeggenschap in een onderneming of instelling.
@ -75,9 +78,9 @@ Het in het eerste lid vervatte verbod is niet van toepassing op:
a. degene die als geldtransactiekantoor is ingeschreven in het register als bedoeld in deze wet;
b. De Nederlandsche Bank N.V.;
c. kredietinstellingen die ingevolge artikel 52, tweede lid, onder *a* of *b,* van de Wet toezicht kredietwezen 1992 zijn ingeschreven in het in dat artikel bedoelde register;
d. kredietinstellingen die ingevolge artikel 52, tweede lid, onder *c* of *d,* van de Wet toezicht kredietwezen 1992 zijn ingeschreven in het in dat artikel bedoelde register, voor zover het hen op grond van artikel 31, tweede lid, onderscheidenlijk artikel 32, tweede lid, van die wet is toegestaan in Nederland werkzaamheden als geldtransactiekantoor te verrichten;
e. financiële instellingen die ingevolge artikel 52, tweede lid, onder *e*, *f* of *g*, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 zijn ingeschreven in het in dat artikel bedoelde register, voor zover het hen op grond van artikel 45, artikel 50, onderscheidenlijk artikel 51, van die wet is toegestaan werkzaamheden als geldtransactiekantoor te verrichten.
c. financiële ondernemingen die ingevolge artikel 2:11 of 2:20 van de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van kredietinstelling mogen uitoefenen;
d. financiële ondernemingen die ingevolge artikel 2:15, 2:18 of 2:19 van de Wet op het financieel toezicht in Nederland hun bedrijf mogen uitoefenen, voorzover het hen op grond van artikel 3:39 is toegestaan in Nederland werkzaamheden als geldtransactiekantoor te verrichten;
e. financiële instellingen die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland hun bedrijf mogen uitoefenen, voorzover het hen op grond van artikel 2:25, 2:26, onderscheidenlijk 3:110, van die wet is toegestaan in Nederland werkzaamheden als geldtransactiekantoor te verrichten.
### Artikel 4
@ -161,7 +164,7 @@ b. geldtransactiekantoren waaraan een ontheffing als bedoeld in artikel 4 is ver
c. geldtransactiekantoren waarop een vrijstelling als bedoeld in artikel 4 van toepassing is;
d. de natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap, waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat deze handelt in strijd met de bij of krachtens deze wet gestelde regels, alle inlichtingen inwinnen of doen inwinnen die redelijkerwijs nodig zijn voor de uitoefening van de taken en bevoegdheden die Onze Minister op grond van deze wet heeft en teneinde na te gaan of de bij of krachtens deze wet gestelde bepalingen worden nageleefd.
**2.** Onze Minister kan van ieder ingeschreven geldtransactiekantoor en van iedere kredietinstelling of financiële instelling die ingevolge artikel 52, tweede lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 is ingeschreven in het register bedoeld in het eerste lid van dat artikel, inlichtingen verlangen betreffende de door dat kantoor of die instelling met een geldtransactiekantoor of met een kredietinstelling of financiële instelling verrichte transacties, voor zover dat voor de vervulling van zijn bij deze wet opgelegde taak redelijkerwijs nodig is.
**2.** Onze Minister kan van ieder ingeschreven geldtransactiekantoor en van iedere financiële onderneming die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van kredietinstelling of financiële instelling mag uitoefenen, inlichtingen verlangen betreffende de door dat kantoor of die onderneming met een geldtransactiekantoor of met een kredietinstelling of financiële instelling verrichte transacties, voorzover dat voor de vervulling van zijn bij deze wet opgelegde taak redelijkerwijs nodig is.
**3.** Degene van wie de inlichtingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden verlangd, verstrekt deze binnen de door Onze Minister te stellen redelijke termijn.
@ -234,7 +237,7 @@ b. indien die buitenlandse instantie op een andere wijze dan in deze wet voorzie
### Artikel 16
**1.** Onze Minister verstrekt aan de autoriteiten die ingevolge de Wet toezicht kredietwezen 1992, de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf, de Wet toezicht beleggingsinstellingen, de Wet toezicht effectenverkeer 1995 of de Wet toezicht trustkantoren, belast zijn met het toezicht op kredietinstellingen, verzekeraars, beleggingsinstellingen, effectenbemiddelaars en vermogensbeheerders onderscheidenlijk trustkantoren, de gegevens of inlichtingen die hij heeft verkregen bij de vervulling van de hem ingevolge deze wet opgedragen taak en die betrekking hebben op de betrouwbaarheid van de personen, bedoeld in artikel 2, derde lid, onder *a, b, c *of *d*, voor zover deze naar het oordeel van Onze Minister van belang zijn of zouden kunnen zijn voor het toezicht dat door die andere autoriteit wordt uitgeoefend.
**1.** Onze Minister verstrekt aan de autoriteiten die ingevolge de Wet op het financieel toezicht of de Wet toezicht trustkantoren belast zijn met het toezicht op financiële ondernemingen onderscheidenlijk trustkantoren, de gegevens of inlichtingen die hij heeft verkregen bij de vervulling van de hem ingevolge deze wet opgedragen taak en die betrekking hebben op de betrouwbaarheid van de personen, bedoeld in artikel 2, derde lid, onder a, b, c of d, voorzover deze naar het oordeel van Onze Minister van belang zijn of zouden kunnen zijn voor het toezicht dat door die andere autoriteit wordt uitgeoefend.
**2.** De in het eerste lid bedoelde verplichting geldt niet in het geval de gegevens of inlichtingen zijn verkregen van een buitenlandse instantie als bedoeld in artikel 14.
@ -291,7 +294,7 @@ In afwijking van artikel 8:7 van de Algemene wet bestuursrecht is voor beroepen
### Artikel 22
**1.** Het bedrag van de bestuurlijke boete wordt bepaald op de wijze als voorzien in de bijlage, met dien verstande dat de bestuurlijke boete voor een afzonderlijke overtreding ten hoogste  € 900 000 bedraagt.
**1.** Het bedrag van de bestuurlijke boete wordt bepaald op de wijze als voorzien in de bijlage, met dien verstande dat de bestuurlijke boete voor een afzonderlijke overtreding ten hoogste € 900 000 bedraagt.
**2.** De bijlage bepaalt bij elke daarin omschreven overtreding het bedrag van de deswege op te leggen bestuurlijke boete.
@ -429,7 +432,7 @@ Wijzigt de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf.
### Artikel 42
Wijzigt de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993.
Wijzigt de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993.
### Artikel 43
@ -481,29 +484,29 @@ Voor de overtredingen genoemd in tabel 1 en tabel 2, begaan na het tijdstip van
**Tariefnummer: Bedrag (vasttarief):**
1. Indien een bestuurlijke boete wordt opgelegd voor het overtreden van een bepaling als genoemd in tabel 1, is bij de vaststelling van de hoogte van deze bestuurlijke boete de volgende categorie-indeling naar opbrengst respectievelijk balanstotaal van toepassing met de daarbij behorende factor:1In tabel 1 zijn die bepalingen opgesomd die zich uitsluitend richten tot instellingen (ingeschreven geldtransactiekantoren, alsmede kredietinstellingen en financiële instellingen in de zin van de Wet toezicht kredietwezen 1992). In tabel 2 zijn die bepalingen opgesomd die zich in beginsel tot een ieder (al dan niet instellingen) richten.2Onder opbrengst wordt in dit verband verstaan het bedrag aan totale baten overeenkomstig rubriek 2500 van het rapportageformulier geldtransactiekantoren.
1. Indien een bestuurlijke boete wordt opgelegd voor het overtreden van een bepaling als genoemd in tabel 11In tabel 1 zijn die bepalingen opgesomd die zich uitsluitend richten tot instellingen (ingeschreven geldtransactiekantoren, alsmede kredietinstellingen en financiële instellingen als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel c of d). In tabel 2 zijn die bepalingen opgesomd die zich in beginsel tot een ieder (al dan niet instellingen) richten., is bij de vaststelling van de hoogte van deze bestuurlijke boete de volgende categorie-indeling naar opbrengst respectievelijk balanstotaal van toepassing met de daarbij behorende factor:2Onder opbrengst wordt in dit verband verstaan het bedrag aan totale baten overeenkomstig rubriek 2500 van het rapportageformulier geldtransactiekantoren.
**Categorie-indeling normgeadresseerden**
*Categorie I*: ingeschreven geldtransactiekantoren met een opbrengst van minder dan  € 45 400,; factor: 0,25;
*Categorie I*: ingeschreven geldtransactiekantoren met een opbrengst van minder dan € 45 400; factor: 0,25;
*Categorie II*: ingeschreven geldtransactiekantoren met een opbrengst van ten minste  € 45 400, maar minder dan  90 800,; factor: 0,5;
*Categorie II*: ingeschreven geldtransactiekantoren met een opbrengst van ten minste € 45 400 maar minder dan € 90 800; factor: 0,5;
*Categorie III*: ingeschreven geldtransactiekantoren met een opbrengst van ten minste  € 90 800, maar minder dan  € 226 900,, alsmede kredietinstellingen en financiële instellingen opgenomen in het register, bedoeld in artikel 52 van de Wet toezicht kredietwezen 1992, met een balanstotaal van minder dan  € 45 378 000,; factor: 1;
*Categorie III*: ingeschreven geldtransactiekantoren met een opbrengst van ten minste € 90 800 maar minder dan € 226 900 alsmede kredietinstellingen en financiële instellingen als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel c of d, met een balanstotaal van minder dan € 45 378 000; factor: 1;
*Categorie IV*: ingeschreven geldtransactiekantoren met een opbrengst van ten minste  € 226 900, maar minder dan  € 453 800,, alsmede kredietinstellingen en financiële instellingen opgenomen in het register, bedoeld in artikel 52 van de Wet toezicht kredietwezen 1992, met een balanstotaal van ten minste  € 45 378 000, maar minder dan  € 453 780 000,; factor: 2;
*Categorie IV*: ingeschreven geldtransactiekantoren met een opbrengst van ten minste € 226 900 maar minder dan € 453 800, alsmede kredietinstellingen en financiële instellingen als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel c of d, met een balanstotaal van ten minste € 45 378 000 maar minder dan € 453 780 000; factor: 2;
*Categorie V*: ingeschreven geldtransactiekantoren met een opbrengst van ten minste  € 453 800,, alsmede kredietinstellingen en financiële instellingen opgenomen in het register, bedoeld in artikel 52 van de Wet toezicht kredietwezen 1992, met een balanstotaal van ten minste  € 453 780 000, maar minder dan  € 4 537 800.000,; factor: 3;
*Categorie V*: ingeschreven geldtransactiekantoren met een opbrengst van ten minste € 453 800, alsmede kredietinstellingen en financiële instellingen als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel c of d, met een balanstotaal van ten minste € 453 780 000 maar minder dan € 4 537 800 000; factor: 3;
*Categorie VI*: kredietinstellingen en financiële instellingen opgenomen in het register, bedoeld in artikel 52 van de Wet toezicht kredietwezen 1992, met een balanstotaal van ten minste  € 4 537 800.000, maar minder dan  € 45 378 020.000,; factor: 4;
*Categorie VI*: kredietinstellingen en financiële instellingen als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel c of d, met een balanstotaal van ten minste € 4 537 800 000 maar minder dan € 45 378 020 000; factor: 4;
*Categorie VII*: kredietinstellingen en financiële instellingen opgenomen in het register, bedoeld in artikel 52 van de Wet toezicht kredietwezen 1992, met een balanstotaal van ten minste  € 45 378 020.000,; factor: 5.
*Categorie VII*: kredietinstellingen en financiële instellingen als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel c of d, met een balanstotaal van ten minste € 45 378 020 000; factor: 5.
2. De bestuurlijke boete wordt vastgesteld door het bedrag, bedoeld in artikel 1, te vermenigvuldigen met de factor behorende bij de categorie naar opbrengst respectievelijk balanstotaal, bedoeld in het eerste lid.
3. Indien de gegevens omtrent de opbrengst respectievelijk balanstotaal niet aan Onze Minister beschikbaar zijn gesteld, kan Onze Minister aan degene aan wie de bestuurlijke boete wordt opgelegd, verzoeken deze gegevens binnen een door hem te stellen termijn te verstrekken. Indien de betrokkene niet binnen de gestelde termijn voldoet aan dit verzoek, is bij de vaststelling van de hoogte van de bestuurlijke boete categorie VII van toepassing.
Indien het een overtreding betreft waarvoor tariefnummer 1 of 2 is vastgesteld, behoeft de betrokkene op grond van artikel 24, tweede lid, niet in de gelegenheid te worden gesteld om zijn zienswijze naar voren te brengen voordat de bestuurlijke boete wordt opgelegd.
Indien het een overtreding betreft waarvoor tariefnummer 1 of 2 is vastgesteld, behoeft de betrokkene op grond van artikel 24, tweede lid, niet in de gelegenheid te worden gesteld om zijn zienswijze naar voren te brengen voordat de bestuurlijke boete wordt opgelegd.
**TABEL 1**