From 89f134d0bce065dbbaf8350aeba8fc12c668e486 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Mon, 14 Feb 2005 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2005-02-14 | BWBR0003245 | Wet milieubeheer --- wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md | 59 ++++++++++++++-------- 1 file changed, 39 insertions(+), 20 deletions(-) diff --git a/wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md b/wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md index 0a358a50fcb..59bb7a4059c 100644 --- a/wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md +++ b/wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md @@ -534,7 +534,9 @@ e. de redelijkerwijze te verwachten financiële, economische en ruimtelijke gevo ### Artikel 4.4 -Onze Ministers betrekken bij de voorbereiding van het nationale milieubeleidsplan de naar hun oordeel bij de te behandelen onderwerpen meest belanghebbende bestuursorganen, instellingen en organisaties. Daartoe behoren in elk geval gedeputeerde staten van de provincies. +**1.** Onze Ministers betrekken bij de voorbereiding van het nationale milieubeleidsplan de naar hun oordeel bij de te behandelen onderwerpen meest belanghebbende bestuursorganen, instellingen en organisaties. Daartoe behoren in elk geval gedeputeerde staten van de provincies. + +**2.** Met betrekking tot de voorbereiding van het nationale milieubeleidsplan is de in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht geregelde procedure van toepassing. Een ieder kan gedurende de termijn van terinzagelegging schriftelijk zijn zienswijze omtrent het ontwerp kenbaar maken aan Onze Minister. ### Artikel 4.5 @@ -576,6 +578,8 @@ d. een verslag van de voortgang van de uitvoering van het geldende nationale mil **3.** Bij de vaststelling van het programma houden Onze Ministers rekening met het geldende nationale milieubeleidsplan. +**4.** Met betrekking tot de voorbereiding van het nationale milieuprogramma is de in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht geregelde procedure van toepassing. Een ieder kan gedurende de termijn van terinzagelegging schriftelijk zijn zienswijze omtrent het ontwerp kenbaar maken aan Onze Minister. + ### Artikel 4.8 **1.** Onze Minister maakt het nationale milieuprogramma bekend door het bij de aanbieding van de rijksbegroting over te leggen aan de Staten-Generaal. @@ -682,11 +686,11 @@ c. een verslag van de voortgang van de uitvoering van het geldende provinciale m ### Artikel 4.15 -**1.** Gedeputeerde staten betrekken bij de voorbereiding van het provinciale milieuprogramma de bestuursorganen waaraan provinciale bevoegdheden zijn gedelegeerd bij de uitoefening waarvan met het provinciale milieubeleidsplan rekening moet worden gehouden, of die betrokken zijn bij de activiteiten, bedoeld in artikel 4.14, tweede lid, onder *a*, 1°. +**1.** Artikel 4.10, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing. -**2.** Artikel 4.10, derde lid, is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de voorbereiding van het programma, voor zover dat betrekking heeft op gevallen als bedoeld in artikel 4.14, tweede lid, onder *a*, 1°. +**2.** Gedeputeerde staten maken het programma bekend door het bij het ontwerp van de begroting over te leggen aan provinciale staten. Zij doen gelijktijdig mededeling van het programma door toezending aan Onze Minister. -**3.** Gedeputeerde staten maken het programma bekend door het bij het ontwerp van de begroting over te leggen aan provinciale staten. Zij doen gelijktijdig mededeling van het programma door toezending aan Onze Minister. +**3.** Artikel 4.11, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. ### Paragraaf 4.5a. Het regionale milieubeleidsplan @@ -763,9 +767,11 @@ b. een overzicht van de financiële gevolgen van de onder *a* bedoelde activitei **1.** Het gemeentelijke milieuprogramma wordt voorbereid door burgemeester en wethouders. Burgemeester en wethouders leggen het ontwerp van het programma bij het ontwerp van de begroting voor aan de gemeenteraad. -**2.** Zodra het gemeentelijke milieuprogramma is vastgesteld, doen burgemeester en wethouders hiervan mededeling door toezending van het programma aan gedeputeerde staten en aan de inspecteur. +**2.** Artikel 4.17, derde lid, is van overeenkomstige toepassing. -**3.** Burgemeester en wethouders maken de vaststelling bekend in één of meer dag- of nieuwsbladen die in de gemeente verspreid worden. Hierbij geven zij aan op welke wijze kennis kan worden gekregen van de inhoud van het programma. +**3.** Zodra het gemeentelijke milieuprogramma is vastgesteld, doen burgemeester en wethouders hiervan mededeling door toezending van het programma aan gedeputeerde staten en aan de inspecteur. + +**4.** Burgemeester en wethouders maken de vaststelling bekend in één of meer dag- of nieuwsbladen die in de gemeente verspreid worden. Hierbij geven zij aan op welke wijze kennis kan worden gekregen van de inhoud van het programma. ### Paragraaf 4.8. Het gemeentelijke rioleringsplan @@ -2919,8 +2925,6 @@ c. de uitvoering van een bindend besluit van de Raad van de Europese Unie of de **3.** Indien degene die de inrichting drijft, gegevens verstrekt in verband met de verkrijging of de voortzetting van de registratie als organisatie als bedoeld in artikel 12.3 is op die gegevens het eerste lid van overeenkomstige toepassing. -**4.** Een milieuverslag dat openbaar wordt gemaakt, behoeft geen bedrijfsgeheimen of beveiligingsgegevens te bevatten ten aanzien waarvan voor een eerder verslagjaar een onherroepelijke beslissing tot geheimhouding ingevolge hoofdstuk 19 is genomen, mits het verslag daarnaar uitdrukkelijk verwijst. - ### Artikel 12.7 **1.** Zo spoedig mogelijk, maar niet later dan zes maanden na afloop van het verslagjaar geeft degene die de inrichting drijft, desgevraagd aan een ieder kosteloos inzage in en verstrekt hij tegen vergoeding van ten hoogste de kosten een exemplaar van een milieuverslag dat hij ingevolge artikel 12.2 of artikel 12.4 moet opstellen. @@ -4680,29 +4684,42 @@ Een gedraging in strijd met een voorschrift dat is verbonden aan een krachtens d Vervallen -## Hoofdstuk 19. Bepalingen in verband met de openbaarheid +## Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie ### Artikel 19.1a -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** -### Artikel 19.1 +In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder milieu-informatie: alle informatie, neergelegd in documenten, over: + +a. de toestand van elementen van het milieu, met inbegrip van lucht en atmosfeer, water, bodem, land, landschappen en natuurgebieden, biologische diversiteit en componenten daarvan, met inbegrip van genetisch gemodificeerde organismen, en de interactie tussen deze elementen; +b. factoren, met inbegrip van stoffen, energie, geluid en straling, en activiteiten die de elementen van het milieu aantasten of waarschijnlijk aantasten, alsmede maatregelen, met inbegrip van bestuurlijke maatregelen, milieuovereenkomsten, beleid, wetgeving, plannen en programma's, die de elementen van het milieu aantasten of kunnen aantasten of dienen ter bescherming van die elementen, binnen het toepassingsgebied, bedoeld in onderdeel a, en kosten-baten- en andere economische analyses en veronderstellingen die worden gebruikt in milieubesluitvorming; +c. de toestand van de menselijke gezondheid en veiligheid, de menselijke levensomstandigheden, cultureel waardevolle gebieden en bouwwerken, voorzover deze: + +1. worden of kunnen worden aangetast door de toestand van de elementen van het milieu, of, via deze elementen, door de factoren, bedoeld in onderdeel b; +2. worden of kunnen worden aangetast dan wel beschermd door de activiteiten of maatregelen, bedoeld in onderdeel b. + +**2.** Artikel 1, aanhef en onder a, van de Wet openbaarheid van bestuur is van overeenkomstige toepassing. + +### Artikel 19.1b Na het einde van de termijn waarbinnen beroep kan worden ingesteld tegen een beschikking als bedoeld in artikel 13.1 waarop afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is, wordt, zolang zij niet is tenietgegaan, door het bevoegd gezag aan een ieder desgevraagd kosteloos inzage gegeven in en tegen vergoeding van ten hoogste de kosten een exemplaar verstrekt van de beschikking en voor zover mogelijk van de stukken die in verband met de totstandkoming daarvan overeenkomstig deze wet dan wel afdeling 3.5 of artikel 3:44 of 7:4 van de Algemene wet bestuursrecht ter inzage dienden te worden gelegd. ### Artikel 19.1c -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Onverminderd artikel 8 van de Wet openbaarheid van bestuur verstrekt een bestuursorgaan uit eigen beweging informatie over de openbare verantwoordelijkheden en functies die het heeft alsmede de openbare diensten die het verleent met betrekking tot het milieu. ### Artikel 19.2 -Een bestuursorgaan dat over gegevens beschikt die redelijkerwijs van belang kunnen zijn bij het maken of beoordelen van een milieu-effectrapport, verstrekt deze gegevens aan een ieder die daarom verzoekt in de door hem gevraagde vorm, voor zover dat redelijkerwijs mogelijk is en met inachtneming overigens van het bij of krachtens de Wet openbaarheid van bestuur bepaalde. +**1.** In het geval van een gebeurtenis waardoor een onmiddellijke bedreiging van het leven of de gezondheid van personen, van het milieu of van grote materiële belangen is ontstaan, verstrekken burgemeester en wethouders voorzover deze informatie niet reeds ingevolge artikel 10b van de Wet rampen en zware ongevallen of een ander wettelijk voorschrift moet worden verstrekt, aan de personen die getroffen kunnen worden, terstond op passende wijze alle informatie over de maatregelen die zijn getroffen ter voorkoming en beperking van de bedreiging en de daaruit voortvloeiende nadelige gevolgen en de daartoe door die personen te volgen gedragslijn. + +**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gegeven over de gevallen waarin ingevolge het eerste lid informatie wordt verstrekt, over de inhoud van de te verstrekken informatie en over de wijze waarop de informatie wordt verstrekt. ### Artikel 19.3 -**1.** Indien in een stuk ten aanzien waarvan bij of krachtens deze wet of door afdeling 3.5 of 3.6 van de Algemene wet bestuursrecht openbaarmaking wordt voorgeschreven, gegevens voorkomen of uit zodanig stuk gegevens kunnen worden afgeleid, waarvan de geheimhouding gerechtvaardigd is, kan het bevoegd gezag op een daartoe strekkend schriftelijk verzoek van de belanghebbende toestaan dat deze ten behoeve van de openbaarmaking een, door het bevoegd gezag goedgekeurde, tweede tekst overlegt, waarin die gegevens niet voorkomen, onderscheidenlijk waaruit ze niet kunnen worden afgeleid. Het bevoegd gezag maakt van deze bevoegdheid slechts gebruik met betrekking tot bedrijfsgeheimen en beveiligingsgegevens. Bij een algemene maatregel van bestuur krachtens deze wet kunnen ter uitvoering van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie gegevens worden aangewezen waarvoor de in de eerste volzin bedoelde bevoegdheid eveneens geldt. +**1.** Indien in een stuk ten aanzien waarvan bij of krachtens deze wet of door afdeling 3.5 of 3.6 van de Algemene wet bestuursrecht openbaarmaking wordt voorgeschreven, milieu-informatie voorkomt of uit zodanig stuk milieu-informatie kan worden afgeleid, waarvan de geheimhouding op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur gerechtvaardigd is, kan het bevoegd gezag op een daartoe strekkend schriftelijk verzoek van de belanghebbende toestaan dat deze ten behoeve van de openbaarmaking een, door het bevoegd gezag goedgekeurde, tweede tekst overlegt, waarin die informatie niet voorkomt, onderscheidenlijk waaruit deze niet kan worden afgeleid. Het bevoegd gezag maakt van deze bevoegdheid slechts gebruik met betrekking tot bedrijfsgeheimen en beveiligingsgegevens. Bij een algemene maatregel van bestuur krachtens deze wet kunnen ter uitvoering van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie gegevens worden aangewezen waarvoor de in de eerste volzin bedoelde bevoegdheid eveneens geldt. -**2.** Indien in een stuk ten aanzien waarvan bij of krachtens deze wet of door afdeling 3.5 of 3.6 van de Algemene wet bestuursrecht openbaarmaking wordt voorgeschreven, gegevens voorkomen of uit zodanig stuk gegevens kunnen worden afgeleid, waarvan de geheimhouding geboden is in het belang van de veiligheid van de Staat of de nakoming van internationale overeenkomsten, wordt op aanwijzing van Onze betrokken Minister ten behoeve van de openbaarmaking een tweede tekst overgelegd, waarin die gegevens niet voorkomen, onderscheidenlijk waaruit ze niet kunnen worden afgeleid. +**2.** Indien in een stuk ten aanzien waarvan bij of krachtens deze wet of door afdeling 3.5 of 3.6 van de Algemene wet bestuursrecht openbaarmaking wordt voorgeschreven, milieu-informatie voorkomt of uit zodanig stuk milieu-informatie kan worden afgeleid, waarvan de openbaarmaking achterwege dient te blijven, onderscheidenlijk achterwege mag blijven, op grond van artikel 10, eerste lid, aanhef en onder b, onderscheidenlijk artikel 10, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wet openbaarheid van bestuur, wordt op aanwijzing van Onze betrokken Minister ten behoeve van de openbaarmaking een tweede tekst overgelegd, waarin die informatie niet voorkomt, onderscheidenlijk waaruit deze niet kan worden afgeleid. ### Artikel 19.4 @@ -4722,21 +4739,21 @@ Een bestuursorgaan dat over gegevens beschikt die redelijkerwijs van belang kunn ### Artikel 19.6 -Het bevoegd gezag laat artikel 3:21, eerste lid, onder *d*, van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover het betreft de eerder genomen, nog van kracht zijnde besluiten, alsmede artikel 13.5 op verzoek van de aanvrager dan wel op aanwijzing van Onze betrokken Minister buiten toepassing met betrekking tot voor het in werking treden van deze wet gegeven beschikkingen, indien daarin gegevens voorkomen of daaruit gegevens kunnen worden afgeleid, waarvan de geheimhouding op de in artikel 19.3 bedoelde gronden gerechtvaardigd, onderscheidenlijk geboden is. +Het bevoegd gezag laat artikel 3:21, eerste lid, onder *d*, van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover het betreft de eerder genomen, nog van kracht zijnde besluiten, alsmede artikel 13.5 op verzoek van de aanvrager dan wel op aanwijzing van Onze betrokken Minister buiten toepassing met betrekking tot voor het in werking treden van deze wet gegeven beschikkingen, indien daarin milieu-informatie voorkomt of daaruit milieu-informatie kan worden afgeleid, waarvan openbaarmaking op de in artikel 19.3 bedoelde gronden achterwege mag, onderscheidenlijk dient te blijven. ### Artikel 19.6a -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +De artikelen 19.3 tot en met 19.6 zijn van overeenkomstige toepassing op gegevens die voorkomen in een stuk ten aanzien waarvan openbaarmaking wordt voorgeschreven of die uit zodanig stuk kunnen worden afgeleid en die niet als milieu-informatie zijn te beschouwen. ### Artikel 19.6b -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Indien bij de voorbereiding van een besluit dat is aangewezen krachtens artikel 7.2 ter zake van een activiteit bij de voorbereiding waarvan een milieu-effectrapport moet worden gemaakt, dan wel van een besluit inzake vergunning voor een inrichting krachtens artikel 8.1, ingevolge een wettelijk voorschrift of een besluit van het bevoegd gezag informatie openbaar wordt gemaakt, en dat wettelijk voorschrift of besluit zich op andere gronden dan voorzien in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur tegen de openbaarmaking verzet, is artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur van overeenkomstige toepassing en blijft het wettelijk voorschrift of besluit dat zich tegen de openbaarmaking verzet, buiten toepassing. Indien milieu-informatie niet ter inzage wordt gelegd, wordt daarvan mededeling gedaan. ### Artikel 19.7 -**1.** Indien in een milieuverslag als bedoeld in titel 12.1, gegevens voorkomen of gegevens daaruit kunnen worden afgeleid, waarvan de geheimhouding gerechtvaardigd is, kan het bestuursorgaan, bedoeld in artikel 12.4, eerste lid, eerste onderscheidenlijk tweede volzin, op een daartoe strekkend verzoek van degene die de inrichting drijft, toestaan dat een door dat bestuursorgaan goedgekeurde, tweede tekst openbaar wordt gemaakt, waarin die gegevens niet voorkomen, onderscheidenlijk waaruit ze niet kunnen worden afgeleid. Het bestuursorgaan maakt van deze bevoegdheid slechts gebruik met betrekking tot bedrijfsgeheimen en beveiligingsgegevens. Het in de eerste volzin bedoelde verzoek wordt gedaan uiterlijk drie maanden na afloop van het verslagjaar. Bij het verzoek wordt een tweede tekst overgelegd. +**1.** Indien in een milieuverslag als bedoeld in titel 12.1, milieu-informatie voorkomt of milieu-informatie daaruit kan worden afgeleid, waarvan de geheimhouding op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur gerechtvaardigd is, kan het bestuursorgaan, bedoeld in artikel 12.4, eerste lid, eerste onderscheidenlijk tweede volzin, op een daartoe strekkend verzoek van degene die de inrichting drijft, toestaan dat een door dat bestuursorgaan goedgekeurde, tweede tekst openbaar wordt gemaakt, waarin die informatie niet voorkomt, onderscheidenlijk waaruit die informatie niet kan worden afgeleid. Het bestuursorgaan maakt van deze bevoegdheid slechts gebruik met betrekking tot bedrijfsgeheimen en beveiligingsgegevens. Het in de eerste volzin bedoelde verzoek wordt gedaan uiterlijk drie maanden na afloop van het verslagjaar. Bij het verzoek wordt een tweede tekst overgelegd. -**2.** Indien in een milieuverslag als bedoeld in titel 12.1, gegevens voorkomen of daaruit gegevens kunnen worden afgeleid, waarvan de geheimhouding geboden is in het belang van de veiligheid van de Staat of de nakoming van internationale overeenkomsten, wordt een door degene die de inrichting drijft, op aanwijzing van Onze betrokken Minister opgestelde tweede tekst openbaar gemaakt, waarin die gegevens niet voorkomen, onderscheidenlijk waaruit ze niet kunnen worden afgeleid. +**2.** Indien in een milieuverslag als bedoeld in titel 12.1, milieu-informatie voorkomt of daaruit milieu-informatie kan worden afgeleid, waarvan de openbaarmaking achterwege dient te blijven, onderscheidenlijk achterwege mag blijven, op grond van artikel 10, eerste lid, aanhef en onder b, onderscheidenlijk artikel 10, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wet openbaarheid van bestuur, wordt een door degene die de inrichting drijft, op aanwijzing van Onze betrokken Minister opgestelde tweede tekst openbaar gemaakt, waarin die informatie niet voorkomt, onderscheidenlijk waaruit deze niet kan worden afgeleid. **3.** De artikelen 19.4 en 19.5, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het bestuursorgaan, bedoeld in het eerste lid, wordt aangemerkt als het bevoegd gezag. @@ -4744,6 +4761,8 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden **5.** Het eerste tot en met vierde lid is van overeenkomstige toepassing op een verslag als bedoeld in artikel 16.12, eerste lid, onder b. +**6.** Het eerste tot en met vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op gegevens die voorkomen in een milieuverslag als bedoeld in titel 12.1 of die uit zodanig verslag kunnen worden afgeleid en die niet als milieu-informatie zijn te beschouwen. + ## Hoofdstuk 20. Beroep bij de administratieve rechter ### Paragraaf 20.1. Algemeen