From 89f2d887b7d6f32747fa612917fc7731ef147cd8 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sun, 1 Jan 2012 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2012-01-01 | BWBR0020368 | Wet op het financieel toezicht --- .../BWBR0020368/README.md | 1136 +++++++++-------- 1 file changed, 588 insertions(+), 548 deletions(-) diff --git a/wet/wet-op-het-financieel-toezicht/BWBR0020368/README.md b/wet/wet-op-het-financieel-toezicht/BWBR0020368/README.md index 273fad702f0..a13962d1c5f 100644 --- a/wet/wet-op-het-financieel-toezicht/BWBR0020368/README.md +++ b/wet/wet-op-het-financieel-toezicht/BWBR0020368/README.md @@ -22,13 +22,14 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt, voorzover niet anders is b *aanbieden:* -a. het in de uitoefening van een beroep of bedrijf rechtstreeks of middellijk doen van een voldoende bepaald voorstel tot het als wederpartij aangaan van een overeenkomst met een consument inzake een financieel product dat geen financieel instrument of verzekering is of het in de uitoefening van een beroep of bedrijf aangaan, beheren of uitvoeren van een dergelijke overeenkomst; -b. het in de uitoefening van een beroep of bedrijf rechtstreeks of middellijk doen van een voldoende bepaald voorstel tot het als wederpartij aangaan van een overeenkomst inzake een verzekering of het in de uitoefening van een beroep of bedrijf aangaan, beheren of uitvoeren van een dergelijke overeenkomst; of -c. het rechtstreeks of middellijk doen van een voldoende bepaald voorstel tot het als wederpartij aangaan van een overeenkomst inzake een recht van deelneming in een beleggingsinstelling of het rechtstreeks of middellijk vragen of verkrijgen van gelden of andere goederen van een cliënt ter deelneming in een beleggingsinstelling; +a. het in de uitoefening van een beroep of bedrijf rechtstreeks of middellijk doen van een voldoende bepaald voorstel tot het als wederpartij aangaan van een overeenkomst met een consument inzake een financieel product dat geen financieel instrument, premiepensioenvordering of verzekering is of het in de uitoefening van een beroep of bedrijf aangaan, beheren of uitvoeren van een dergelijke overeenkomst; +b. het in de uitoefening van een beroep of bedrijf rechtstreeks of middellijk doen van een voldoende bepaald voorstel tot het als wederpartij aangaan van een overeenkomst waarbij een premiepensioenvordering ontstaat of het in de uitoefening van een beroep of bedrijf aangaan, beheren of uitvoeren van een dergelijke overeenkomst; +c. het in de uitoefening van een beroep of bedrijf rechtstreeks of middellijk doen van een voldoende bepaald voorstel tot het als wederpartij aangaan van een overeenkomst inzake een verzekering of het in de uitoefening van een beroep of bedrijf aangaan, beheren of uitvoeren van een dergelijke overeenkomst; of +d. het rechtstreeks of middellijk doen van een voldoende bepaald voorstel tot het als wederpartij aangaan van een overeenkomst inzake een recht van deelneming in een beleggingsinstelling of het rechtstreeks of middellijk vragen of verkrijgen van gelden of andere goederen van een cliënt ter deelneming in een beleggingsinstelling; *aanbieder:* degene die aanbiedt; -*aangewezen staat:* een staat die op grond van deze wet is aangewezen als staat waar toezicht wordt uitgeoefend op beleggingsinstellingen, clearinginstellingen onderscheidenlijk natura-uitvaartverzekeraars dat in voldoende mate waarborgen biedt ten aanzien van de belangen die deze wet beoogt te beschermen; +*aangewezen staat:* een staat die op grond van deze wet is aangewezen als staat waar toezicht wordt uitgeoefend op beleggingsinstellingen, clearinginstellingen, natura-uitvaartverzekeraars onderscheidenlijk wisselinstellingen dat in voldoende mate waarborgen biedt ten aanzien van de belangen die deze wet beoogt te beschermen; *aanmeldingstermijn:* de periode gedurende welke de effecten waarop een openbaar bod betrekking heeft, kunnen worden aangemeld; @@ -36,8 +37,8 @@ c. het rechtstreeks of middellijk doen van een voldoende bepaald voorstel tot he *adviseren:* -a. het in de uitoefening van een beroep of bedrijf aanbevelen van een of meer specifieke financiële producten, met uitzondering van verzekeringen en financiële instrumenten, aan een bepaalde consument; of -b. het in de uitoefening van een beroep of bedrijf aanbevelen van een of meer specifieke verzekeringen of van een of meer specifieke financiële instrumenten aan een bepaalde cliënt; +a. het in de uitoefening van een beroep of bedrijf aanbevelen van een of meer specifieke financiële producten, met uitzondering van premiepensioenvorderingen, verzekeringen en financiële instrumenten, aan een bepaalde consument; of +b. het in de uitoefening van een beroep of bedrijf aanbevelen van een of meer specifieke overeenkomsten waarbij een premiepensioenvordering ontstaat, van een of meer specifieke verzekeringen of van een of meer specifieke financiële instrumenten aan een bepaalde cliënt; *adviseur:* degene die adviseert; @@ -72,9 +73,10 @@ b. een ander bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen recht; *bemiddelen:* -a. alle werkzaamheden in de uitoefening van een beroep of bedrijf gericht op het als tussenpersoon tot stand brengen van een overeenkomst inzake een ander financieel product dan een financieel instrument, krediet of verzekering tussen een consument en een aanbieder; -b. alle werkzaamheden in de uitoefening van een beroep of bedrijf gericht op het als tussenpersoon tot stand brengen van een overeenkomst inzake krediet tussen een consument en een aanbieder of op het assisteren bij het beheer en de uitvoering van een dergelijke overeenkomst; of -c. alle werkzaamheden in de uitoefening van een beroep of bedrijf gericht op het als tussenpersoon tot stand brengen van een verzekering tussen een cliënt en een verzekeraar of op het assisteren bij het beheer en de uitvoering van een verzekering; +a. alle werkzaamheden in de uitoefening van een beroep of bedrijf gericht op het als tussenpersoon tot stand brengen van een overeenkomst inzake een ander financieel product dan een financieel instrument, krediet, premiepensioenvordering of verzekering tussen een consument en een aanbieder; +b. alle werkzaamheden in de uitoefening van een beroep of bedrijf gericht op het als tussenpersoon tot stand brengen van een overeenkomst inzake krediet tussen een consument en een aanbieder of op het assisteren bij het beheer en de uitvoering van een dergelijke overeenkomst; +c. alle werkzaamheden in de uitoefening van een beroep of bedrijf gericht op het als tussenpersoon tot stand brengen van een overeenkomst waarbij een premiepensioenvordering ontstaat tussen een cliënt en een premiepensioeninstelling of op het assisteren bij het beheer en de uitvoering van een dergelijke overeenkomst; of +d. alle werkzaamheden in de uitoefening van een beroep of bedrijf gericht op het als tussenpersoon tot stand brengen van een verzekering tussen een cliënt en een verzekeraar of op het assisteren bij het beheer en de uitvoering van een verzekering; *besloten kring:* een kring, bestaande uit personen of vennootschappen waarvan een persoon of vennootschap opvorderbare gelden ter beschikking verkrijgt, @@ -84,7 +86,7 @@ c. waarbinnen degenen die er deel van uitmaken in een op het tijdstip van het ve *betaaldienst:* bedrijfswerkzaamheid als bedoeld in de bijlage bij de richtlijn betaaldiensten; -*betaaldienstagent:* persoon die bij de uitvoering van betaaldiensten voor rekening van een betaalinstelling optreedt; +*betaaldienstagent:* persoon die bij de uitvoering van betaaldiensten voor rekening van een betaalinstelling of elektronischgeldinstelling optreedt; *betaaldienstgebruiker:* persoon die in de hoedanigheid van betaler, betalingsbegunstigde of beide van een betaaldienst gebruik maakt; @@ -152,22 +154,22 @@ a. een verhandelbaar aandeel of een ander daarmee gelijk te stellen verhandelbaa b. een verhandelbare obligatie of een ander verhandelbaar schuldinstrument; of c. elk ander door een rechtspersoon, vennootschap of instelling uitgegeven verhandelbaar waardebewijs waarmee een in onderdeel a of b bedoeld effect door uitoefening van de daaraan verbonden rechten of door conversie kan worden verworven of dat in geld wordt afgewikkeld; -*elektronisch geld:* een geldswaarde die is opgeslagen op een elektronische drager of die op afstand is opgeslagen in een centrale rekeningadministratie; +*elektronisch geld:* geldswaarde die elektronisch of magnetisch is opgeslagen die een vordering op de uitgever vertegenwoordigt, die is uitgegeven in ruil voor ontvangen geld om betalingstransacties te verrichten als bedoeld in artikel 4, punt 5, van de richtlijn betaaldiensten, en waarmee betalingen kunnen worden verricht aan een andere persoon dan de uitgever; *elektronische weg:* elektronische apparatuur voor de verwerking, met inbegrip van digitale compressie, opslag en verzending van gegevens via draden, radio, optische technologieën of andere elektromagnetische middelen; -*elektronischgeldinstelling:* degene die, geen bank zijnde, zijn bedrijf maakt van het ter beschikking verkrijgen van gelden in ruil waarvoor elektronisch geld wordt uitgegeven waarmee betalingen kunnen worden verricht ook aan anderen dan degene die het elektronisch geld uitgeeft; +*elektronischgeldinstelling:* degene die zijn bedrijf maakt van de uitgifte van elektronisch geld; *entiteit voor risico-acceptatie*: instelling, niet zijnde een verzekeraar, die door een verzekeraar overgedragen risico’s accepteert en de acceptatie van die risico’s uitsluitend financiert door van derden gelden aan te trekken terzake waarvan de terugbetalingsverplichtingen zijn achtergesteld bij de betalingsverplichtingen die ontstaan uit het accepteren van de overgedragen risico’s; *entiteit voor risico-acceptatie met zetel in een niet-aangewezen staat*: entiteit voor risico-acceptatie met zetel in een staat die geen lidstaat is die niet op grond van artikel 2:54d, tweede lid, is aangewezen als staat waar toezicht op entiteiten voor risico-acceptatie wordt uitgeoefend dat in voldoende mate waarborgen biedt ten aanzien van de belangen die deze wet beoogt te beschermen; +*Europese bank:* bank met zetel in een andere lidstaat die aldaar voor de uitoefening van haar bedrijf een vergunning heeft; + *Europese beleggingsonderneming*: beleggingsonderneming met zetel in een andere lidstaat die aldaar voor de uitoefening van haar bedrijf een vergunning heeft; *Europese herverzekeraar*: herverzekeraar met zetel in een andere lidstaat die aldaar een vergunning heeft voor de uitoefening van zijn bedrijf die overeenkomt met die in artikel 2:26a; -*Europese kredietinstelling*: kredietinstelling met zetel in een andere lidstaat die aldaar voor de uitoefening van haar bedrijf een vergunning heeft; - *Europese levensverzekeraar of schadeverzekeraar*: levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in een andere lidstaat die aldaar een vergunning heeft voor de uitoefening van zijn bedrijf die overeenkomt met de in artikel 2:27 bedoelde vergunning; *feeder-instelling voor collectieve belegging in effecten:* een instelling voor collectieve belegging in effecten die ten minste 85 procent van het beheerd vermogen belegt in rechten van deelneming in een master-instelling voor collectieve belegging in effecten; @@ -211,24 +213,25 @@ i. verrichten van een beleggingsactiviteit; *financiëledienstverlener:* degene die een ander financieel product dan een financieel instrument aanbiedt, die adviseert over een ander financieel product dan een financieel instrument of die bemiddelt, herverzekeringsbemiddelt, optreedt als gevolmachtigd agent of optreedt als ondergevolmachtigde agent; -*financiële instelling:* degene die, geen kredietinstelling zijnde, in hoofdzaak zijn bedrijf maakt van het verrichten van een of meer van de werkzaamheden, bedoeld onder 2 tot en met 12 in bijlage I van de herziene richtlijn banken, of van het verwerven of houden van deelnemingen; +*financiële instelling:* degene die, geen bank zijnde, in hoofdzaak zijn bedrijf maakt van het verrichten van een of meer van de werkzaamheden, bedoeld onder 2 tot en met 12 en 15 van de lijst in de bijlage I van de herziene richtlijn banken, of van het verwerven of houden van deelnemingen; -*financiële Nederlandse moederholding*: financiële holding met zetel in Nederland die zelf geen dochteronderneming is van een Nederlandse beleggingsonderneming of Nederlandse kredietinstelling of van een financiële holding met zetel in Nederland, waarbij onder dochteronderneming wordt verstaan een dochteronderneming als bedoeld in de artikelen 1 en 2 van de richtlijn geconsolideerde jaarrekening, of een onderneming waarop, naar het oordeel van de Nederlandsche Bank, een moederonderneming feitelijk een overheersende invloed uitoefent; +*financiële Nederlandse moederholding*: financiële holding met zetel in Nederland die zelf geen dochteronderneming is van een Nederlandse beleggingsonderneming of Nederlandse bank of van een financiële holding met zetel in Nederland, waarbij onder dochteronderneming wordt verstaan een dochteronderneming als bedoeld in de artikelen 1 en 2 van de richtlijn geconsolideerde jaarrekening, of een onderneming waarop, naar het oordeel van de Nederlandsche Bank, een moederonderneming feitelijk een overheersende invloed uitoefent; *financiële onderneming:* -a. een beheerder; -b. een beleggingsinstelling; -c. een beleggingsonderneming; -ca. een betaaldienstverlener; -d. een bewaarder; -e. een clearinginstelling; -f. een entiteit voor risico-acceptatie; -g. een financiëledienstverlener; -h. een financiële instelling; -i. een kredietinstelling; -ia. een pensioenbewaarder; of -j. een verzekeraar; +- a. een bank; +b. een beheerder; +c. een beleggingsinstelling; +d. een beleggingsonderneming; +e. een betaaldienstverlener; +f. een bewaarder; +g. een clearinginstelling; +h. een entiteit voor risico-acceptatie; +i. een financiëledienstverlener; +j. een financiële instelling; +k. een pensioenbewaarder; +l. een verzekeraar; of +m. een wisselinstelling; *gecontroleerde onderneming:* @@ -252,6 +255,8 @@ g. in een andere lidstaat als gekwalificeerde belegger aangemerkte natuurlijke p *geldmiddelen:* chartaal geld, giraal geld of elektronisch geld; +*geldwisseltransactie:* transactie waarbij munten of bankbiljetten worden omgewisseld tegen andere munten of bankbiljetten en waarbij de geldmiddelen niet op een betaalrekening worden aangehouden; + *gemeentelijke kredietbank:* een aanbieder van krediet, opgericht door een of meer gemeenten; *geoorloofde debetstand:* door een aanbieder van krediet aan een consument toegestaan debetsaldo van een rekening; @@ -279,7 +284,7 @@ c. de risico’s die behoren tot de in de bij deze wet behorende Bijlage branche 2°. de netto-omzet over het voorafgaande boekjaar bedraagt meer dan € 12.800.000; 3°. het gemiddeld aantal werknemers over het voorafgaande boekjaar bedraagt meer dan 250; -waarbij bovengenoemde vereisten, indien de verzekeringnemer deel uitmaakt van een groep waarvan de geconsolideerde jaarrekening overeenkomstig de richtlijn geconsolideerde jaarrekening wordt opgesteld, worden toegepast op basis van de geconsolideerde jaarrekening en indien de verzekeringnemer deel uitmaakt van een samenwerkingsverband, bovengenoemde vereisten gelden voor de deelnemers in het samenwerkingsverband gezamenlijk; +waarbij bovengenoemde vereisten, indien de verzekeringnemer deel uitmaakt van een groep waarvan de geconsolideerde jaarrekening overeenkomstig de richtlijn geconsolideerde jaarrekening wordt opgesteld, worden toegepast op basis van de geconsolideerde jaarrekening en indien de verzekeringnemer deel uitmaakt van een samenwerkingsverband, bovengenoemde vereisten gelden voor de participanten in het samenwerkingsverband gezamenlijk; *handelen voor eigen rekening*: met eigen kapitaal handelen in financiële instrumenten, hetgeen resulteert in het uitvoeren van transacties; @@ -289,7 +294,7 @@ waarbij bovengenoemde vereisten, indien de verzekeringnemer deel uitmaakt van ee *herverzekeraar met zetel in een niet-aangewezen staat*: herverzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is die niet op grond van artikel 2:26d, derde lid, is aangewezen als staat waar toezicht op herverzekeraars wordt uitgeoefend dat in voldoende mate waarborgen biedt ten aanzien van de belangen die deze wet beoogt te beschermen; -*herverzekering*: verzekering waarbij risico’s worden geaccepteerd die door een verzekeraar of een pensioenfonds worden overgedragen; +*herverzekering*: verzekering waarbij risico’s worden geaccepteerd die door een verzekeraar worden overgedragen; *herverzekeringsbemiddelaar:* degene die herverzekeringsbemiddelt; @@ -305,15 +310,15 @@ waarbij bovengenoemde vereisten, indien de verzekeringnemer deel uitmaakt van ee *in aanmerking komende tegenpartij:* -a. beheerder van een beleggingsinstelling; -b. beheerder van een pensioenfonds of van een daarmee vergelijkbare rechtspersoon of vennootschap; -c. beleggingsinstelling; -d. beleggingsonderneming; -e. nationaal of regionaal overheidslichaam of overheidslichaam die de overheidsschuld beheert; -f. centrale bank; -g. financiële instelling; -h. internationale of supranationale publiekrechtelijke organisatie of daarmee vergelijkbare internationale organisatie; -i. kredietinstelling; +a. bank; +b. beheerder van een beleggingsinstelling; +c. beheerder van een pensioenfonds of van een daarmee vergelijkbare rechtspersoon of vennootschap; +d. beleggingsinstelling; +e. beleggingsonderneming; +f. nationaal of regionaal overheidslichaam of overheidslichaam die de overheidsschuld beheert; +g. centrale bank; +h. financiële instelling; +i. internationale of supranationale publiekrechtelijke organisatie of daarmee vergelijkbare internationale organisatie; j. marketmaker; k. pensioenfonds of daarmee vergelijkbare rechtspersoon of vennootschap; l. persoon of vennootschap die voor eigen rekening handelt in grondstoffen en grondstoffenderivaten; @@ -338,8 +343,6 @@ d. premiepensioeninstelling; a. het aan een consument ter beschikking stellen van een geldsom, ter zake waarvan de consument gehouden is een of meer betalingen te verrichten; b. het aan een consument verlenen van een dienst of verschaffen van het genot van een roerende zaak, financieel instrument of beleggingsobject, dan wel het aan een consument of een derde ter beschikking stellen van een geldsom ter zake van het aan die consument verlenen van een dienst of verschaffen van het genot van een roerende zaak, financieel instrument of beleggingsobject, ter zake waarvan de consument gehouden is een of meer betalingen te verrichten, met uitzondering van doorlopende dienstverlening en doorlopende levering van dezelfde soort roerende zaken, financieel instrumenten of beleggingsobjecten, waarbij de consument gehouden is in termijnen te betalen zolang de doorlopende dienstverlening of doorlopende levering plaatsvindt; -*kredietinstelling:* een bank of elektronischgeldinstelling; - *levensverzekeraar:* degene die zijn bedrijf maakt van het sluiten van levensverzekeringen voor eigen rekening en het afwikkelen van die levensverzekeringen; *levensverzekering:* een levensverzekering als bedoeld in artikel 975 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, met dien verstande dat de prestatie van de levensverzekeraar uitsluitend in geld geschiedt, of een natura-uitvaartverzekering als bedoeld in dit artikel; @@ -372,21 +375,21 @@ c. niet belegt in rechten van deelneming in een feeder-instelling voor collectie *Nederlandsche Bank:* De Nederlandsche Bank N.V.; +*Nederlandse bank:* bank met zetel in Nederland die voor de uitoefening van haar bedrijf een vergunning heeft; + *Nederlandse beleggingsonderneming*: beleggingsonderneming met zetel in Nederland die voor de uitoefening van haar bedrijf een vergunning heeft; -*Nederlandse EU-moederbeleggingsonderneming*: moederbeleggingsonderneming met zetel in Nederland die zelf geen dochteronderneming is van een beleggingsonderneming, kredietinstelling of van een financiële holding met zetel in een lidstaat; +*Nederlandse EU-moederbank:* moederbank met zetel in Nederland die zelf geen dochteronderneming is van een beleggingsonderneming of bank of van een financiële holding met zetel in een lidstaat; -*Nederlandse EU-moederkredietinstelling*: moederkredietinstelling met zetel in Nederland die zelf geen dochteronderneming is van een beleggingsonderneming of kredietinstelling of van een financiële holding met zetel in een lidstaat; +*Nederlandse EU-moederbeleggingsonderneming*: moederbeleggingsonderneming met zetel in Nederland die zelf geen dochteronderneming is van een beleggingsonderneming, bank of van een financiële holding met zetel in een lidstaat; -*Nederlandse financiële EU-moederholding*: financiële holding met zetel in Nederland die geen dochteronderneming is van een beleggingsonderneming of kredietinstelling of van een financiële holding met zetel in een lidstaat; - -*Nederlandse kredietinstelling*: kredietinstelling met zetel in Nederland die voor de uitoefening van haar bedrijf een vergunning heeft; +*Nederlandse financiële EU-moederholding*: financiële holding met zetel in Nederland die geen dochteronderneming is van een beleggingsonderneming of bank of van een financiële holding met zetel in een lidstaat; *Nederlandse herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar*: herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in Nederland die voor de uitoefening van zijn bedrijf een vergunning heeft; -*Nederlandse moederbeleggingsonderneming*: beleggingsonderneming met zetel in Nederland die een beleggingsonderneming, kredietinstelling of financiële instelling als dochteronderneming heeft of die een deelneming heeft in een dergelijke financiële onderneming en die zelf geen dochteronderneming is van een andere Nederlandse beleggingsonderneming, Nederlandse kredietinstelling of financiële holding met zetel in Nederland; +*Nederlandse moederbank:* bank met zetel in Nederland die een beleggingsonderneming, bank of financiële instelling als dochteronderneming heeft of die een deelneming heeft in een dergelijke financiële onderneming en die zelf geen dochteronderneming is van een andere Nederlandse beleggingsonderneming, Nederlandse bank of financiële holding met zetel in Nederland; -*Nederlandse moederkredietinstelling*: kredietinstelling met zetel in Nederland die een beleggingsonderneming, kredietinstelling of financiële instelling als dochteronderneming heeft of die een deelneming heeft in een dergelijke financiële onderneming en die zelf geen dochteronderneming is van een andere Nederlandse beleggingsonderneming, Nederlandse kredietinstelling of financiële holding met zetel in Nederland; +*Nederlandse moederbeleggingsonderneming*: beleggingsonderneming met zetel in Nederland die een beleggingsonderneming, bank of financiële instelling als dochteronderneming heeft of die een deelneming heeft in een dergelijke financiële onderneming en die zelf geen dochteronderneming is van een andere Nederlandse beleggingsonderneming, Nederlandse bank of financiële holding met zetel in Nederland; *nevendienst*: @@ -398,9 +401,9 @@ e. onderzoek op beleggingsgebied en financiële analyse of andere vormen van alg f. dienst in verband met het overnemen van financiële instrumenten; g. beleggingsdienst of -activiteit alsmede nevendienst die verband houden met de onderliggende waarde van de financiële instrumenten, als bedoeld in de definitie van financieel instrument onder e, f, g of i voor zover deze in verband staan met het verlenen van beleggings- of nevendiensten; -*niet-Europese beleggingsonderneming*: beleggingsonderneming waaraan een vergunning is verleend in een staat die geen lidstaat is waar naar het oordeel van de Nederlandsche Bank het prudentieel toezicht ten minste gelijkwaardig is aan het prudentieel toezicht op grond van deze wet; +*niet-Europese bank:* bank met zetel in een staat die geen lidstaat is die aldaar voor de uitoefening van haar bedrijf een vergunning heeft; -*niet-Europese kredietinstelling*: kredietinstelling met zetel in een staat die geen lidstaat is die aldaar voor de uitoefening van haar bedrijf een vergunning heeft; +*niet-Europese beleggingsonderneming*: beleggingsonderneming waaraan een vergunning is verleend in een staat die geen lidstaat is waar naar het oordeel van de Nederlandsche Bank het prudentieel toezicht ten minste gelijkwaardig is aan het prudentieel toezicht op grond van deze wet; *niet-Europese herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar*: herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is die aldaar een vergunning heeft voor de uitoefening van zijn bedrijf; @@ -473,15 +476,15 @@ d. financiële instrumenten waarop de afgeleide financiële instrumenten, bedoel *professionele belegger:* -a. beheerder van een beleggingsinstelling; -b. beheerder van een pensioenfonds of van een daarmee vergelijkbare rechtspersoon of vennootschap; -c. beleggingsinstelling; -d. beleggingsonderneming; -e. nationaal of regionaal overheidslichaam of overheidslichaam dat de overheidsschuld beheert; -f. centrale bank; -g. financiële instelling; -h. internationale of supranationale publiekrechtelijke organisatie of daarmee vergelijkbare internationale organisatie; -i. kredietinstelling; +a. bank; +b. beheerder van een beleggingsinstelling; +c. beheerder van een pensioenfonds of van een daarmee vergelijkbare rechtspersoon of vennootschap; +d. beleggingsinstelling; +e. beleggingsonderneming; +f. nationaal of regionaal overheidslichaam of overheidslichaam dat de overheidsschuld beheert; +g. centrale bank; +h. financiële instelling; +i. internationale of supranationale publiekrechtelijke organisatie of daarmee vergelijkbare internationale organisatie; j. marketmaker; k. onderneming wiens belangrijkste activiteit bestaat uit het beleggen in financiële instrumenten, het verrichten van securitisaties of andere financiële transacties; l. pensioenfonds of daarmee vergelijkbare rechtspersoon of vennootschap; @@ -534,7 +537,7 @@ b. voorzover het register betrekking heeft op financiële ondernemingen die werk *richtlijn verzekeringsbemiddeling:* richtlijn nr. 2002/92/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 9 december 2002 betreffende verzekeringsbemiddeling (PbEG L 9); -*saneringsmaatregel:* de noodregeling, bedoeld in afdeling 3.5.5, of een maatregel, genomen in een andere lidstaat, die enigerlei optreden van de aldaar bevoegde instanties behelst en bestemd is om de financiële positie van een kredietinstelling of een verzekeraar in stand te houden of te herstellen, en van dien aard is dat de maatregel bestaande rechten van derden aantast; +*saneringsmaatregel:* de noodregeling, bedoeld in afdeling 3.5.5, of een maatregel, genomen in een andere lidstaat, die enigerlei optreden van de aldaar bevoegde instanties behelst en bestemd is om de financiële positie van een bank of een verzekeraar in stand te houden of te herstellen, en van dien aard is dat de maatregel bestaande rechten van derden aantast; *schadeverzekeraar:* degene die zijn bedrijf maakt van het sluiten van schadeverzekeringen voor eigen rekening en het afwikkelen van die schadeverzekeringen; @@ -625,6 +628,16 @@ d. schadeverzekering; *vordering uit hoofde van verzekering:* een vordering, rechtstreeks op de verzekeraar, van een verzekerde, verzekeringnemer, begunstigde of benadeelde, met inbegrip van de vordering ter zake van voor deze personen gereserveerde bedragen zo lang nog niet alle elementen van de vordering bekend zijn, alsmede de vordering tot teruggave van premies die een verzekeraar heeft ontvangen in de niet beantwoorde verwachting dat een verzekering zou worden gesloten dan wel heeft ontvangen op grond van een verzekering die vervolgens is ontbonden of vernietigd; +*wisselinstelling:* degene die zijn bedrijf maakt van het verrichten van wisseltransacties; + +*wisselinstelling met zetel in een niet-aangewezen staat:* een wisselinstelling met zetel in een staat buiten Nederland die niet op grond van artikel 2:54l, tweede lid, is aangewezen als staat waar toezicht op wisselinstellingen wordt uitgeoefend dat in voldoende mate waarborgen biedt ten aanzien van de belangen die deze wet beoogt te beschermen; + +*wisseltransactie:* + +a. een geldwisseltransactie; +b. het uitbetalen van munten of bankbiljetten op vertoon van een creditcard of tegen inlevering van een document als bedoeld in artikel 1:5a, tweede lid, onderdeel g; +c. een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen andere aanverwante activiteit; + *zetel:* de plaats waar een onderneming volgens haar statuten of reglementen is gevestigd of, indien zij geen rechtspersoon is, de plaats waar die onderneming haar hoofdvestiging heeft. #### Afdeling 1.1.2. Reikwijdte met betrekking tot financiële ondernemingen @@ -637,10 +650,10 @@ d. schadeverzekering; **2.** -In afwijking van het eerste lid is deze wet van toepassing op het verlenen van betaaldiensten door: +In afwijking van het eerste lid zijn dit deel en het deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen van toepassing op het verlenen van betaaldiensten en de uitgifte van elektronisch geld door: -a. de Europese Centrale Bank en de centrale banken van de lidstaten voor zover zij niet handelen in hun hoedanigheid van monetaire of andere publieke autoriteit; -b. lidstaten alsmede de regionale of lokale overheden van de lidstaten voor zover zij niet handelen in de hoedanigheid van overheidsinstantie. +a. de Europese Centrale Bank en de centrale banken van de lidstaten; +b. lidstaten alsmede de regionale of lokale overheden van de lidstaten. ### Artikel 1:3 @@ -650,30 +663,18 @@ Voor de toepassing van het ingevolge deze wet bepaalde wordt onder financiële o Dit hoofdstuk, de hoofdstukken 1.3, 1.4, 1.5 en afdeling 1.6.3 van deze wet zijn van overeenkomstige toepassing op het toezicht op de naleving en de handhaving van de artikelen 7, 8, 17, 24, 27, 29, 36 en 37 van de uitvoeringsverordening markten voor financiële instrumenten. -##### Paragraaf 1.1.2.2. Betaaldienstverleners, clearinginstellingen en kredietinstellingen +##### Paragraaf 1.1.2.2. Betaaldienstverleners, clearinginstellingen, elektronischgeldinstellingen en banken ### Artikel 1:4 -De Nederlandsche Bank is geen clearinginstelling en geen kredietinstelling in de zin van deze wet. +De Nederlandsche Bank is geen clearinginstelling en geen bank in de zin van deze wet. ### Artikel 1:5 -**1.** - -Met uitzondering van de artikelen 3:35 en 4:31, is deze wet met betrekking tot het uitoefenen van het bedrijf van elektronischgeldinstelling niet van toepassing op een elektronischgeldinstelling die elektronisch geld uitgeeft met een maximum geldswaarde van € 150 per elektronische waardedrager, indien: - -a. de gezamenlijke waarde van de financiële verplichtingen van de elektronischgeldinstelling die met de uitgifte van elektronisch geld verband houden nooit hoger is dan € 6.000.000; -b. het elektronische geld slechts wordt aanvaard door een onderneming die behoort tot de groep, waartoe de elektronischgeldinstelling behoort; of -c. het elektronische geld slechts wordt aanvaard door een beperkt aantal gemakkelijk te onderscheiden ondernemingen die hetzij hetzelfde gebouw, terrein of een andere feitelijk begrensde locatie delen, hetzij nauwe financiële of zakelijke banden hebben met de elektronischgeldinstelling. - -**2.** Artikel 3:71 en de daarop gebaseerde bepalingen is van overeenkomstige toepassing op elektronischgeldinstellingen als bedoeld in het eerste lid. De jaarrekening vermeldt welk onderdeel van het eerste lid van toepassing is en de totale waarde van de financiële verplichtingen die met de uitgifte van elektronisch geld verband houden. - -**3.** - Deze wet is niet van toepassing op: -a. financiële diensten met betrekking tot elektronisch geld waarmee alleen bij de financiële onderneming die het elektronisch geld uitgeeft, betalingen kunnen worden verricht; -b. financiële diensten met betrekking tot elektronisch geld dat wordt uitgegeven door een elektronischgeldinstelling als bedoeld in het eerste lid die worden verleend door een ander dan de elektronischgeldinstelling zelf. +a. de uitgifte van betaalinstrumenten als bedoeld in artikel 1:5a, tweede lid, onderdeel k; +b. de uitgifte van geldswaarden die worden gebruikt om betalingstransacties te verrichten als bedoeld in artikel 1:5a, tweede lid, onderdeel l. ##### Paragraaf 1.1.2.2a. Betaaldiensten @@ -703,13 +704,14 @@ g. het verrichten van betalingstransacties met een van de volgende documenten di h. het onverminderd artikel 5:88 verrichten van betalingstransacties binnen een betalings- of een effectenafwikkelingssysteem, of tussen afwikkelondernemingen, centrale tegenpartijen als bedoeld in artikel 212a, onderdeel c, van de Faillissementswet, clearinginstellingen, centrale banken van de lidstaten, andere deelnemers van een van de bedoelde systemen, en betaaldienstverleners; i. betalingstransacties in verband met dienstverlening op effecten, met inbegrip van uitkeringen van dividend en andere inkomsten in verband met effecten, en aflossing en verkoop, uitgevoerd door personen als bedoeld in onderdeel h of door beleggingsondernemingen, banken, of door andere instellingen aan welke de bewaarneming van financiële instrumenten is toegestaan; j. het verlenen van diensten door technische dienstverleners ter ondersteuning van het verlenen van betaaldiensten zonder dat de technische dienstverlener op enig moment in het bezit komt van de over te maken geldmiddelen, daarbij inbegrepen het verwerken en opslaan van gegevens, diensten ter bescherming van het vertrouwen en het privéleven, authenticatie van gegevens en entiteiten, het aanbieden van informatietechnologie- en communicatienetwerken, en het aanbieden en onderhouden van voor betaaldiensten gebruikte automaten en instrumenten; -k. het verrichten van betalingstransacties ten behoeve van de aankoop van goederen of diensten die worden uitgevoerd met betaalinstrumenten die uitsluitend kunnen worden gebruikt: +k. het verrichten van betalingstransacties ten behoeve van de aankoop van goederen of diensten die worden uitgevoerd met betaalinstrumenten die voorzien in een welbepaalde behoefte en die uitsluitend kunnen worden gebruikt: -1°. in de door de uitgevende instelling gebruikte bedrijfsgebouwen; of -2°. op grond van een handelsovereenkomst met de uitgevende instelling binnen een beperkt netwerk van dienstverleners of voor een beperkte reeks goederen en diensten; +1°. hetzij in door de uitgevende instelling gebruikte bedrijfsgebouwen; +2°. hetzij op grond van een handelsovereenkomst met de uitgevende instelling binnen een beperkt netwerk van dienstverleners; +3°. hetzij voor een beperkte reeks goederen dan wel diensten; l. het verrichten van betalingstransacties ten behoeve van de aankoop van goederen of diensten die worden uitgevoerd via een telecommunicatie-instrument, digitaal instrument of informatietechnologie-instrument, mits de aanbieder van dit instrument niet uitsluitend als tussenpersoon optreedt tussen de betaaldienstgebruiker en de leverancier van de gekochte goederen en diensten en voor zover de gekochte goederen of diensten geleverd worden aan en gebruikt moeten worden via een van de bedoelde instrumenten; m. het verrichten van betalingstransacties die voor eigen rekening worden uitgevoerd tussen betaaldienstverleners, hun agenten of hun bijkantoren; -n. het verrichten van betalingstransacties tussen een moederonderneming en haar dochteronderneming als bedoeld in artikel 3:268, onderdeel c, of tussen dochternemingen als bedoeld in artikel 3:268, onderdeel c, van dezelfde moederonderneming, zonder tussenkomst van een andere betaaldienstverlener dan een tot dezelfde groep behorende onderneming; of +n. het verrichten van betalingstransacties tussen een moederonderneming en haar dochteronderneming als bedoeld in artikel 3:268, eerste lid, onderdeel c, of tussen dochternemingen als bedoeld in artikel 3:268, eerste lid, onderdeel c, van dezelfde moederonderneming, zonder tussenkomst van een andere betaaldienstverlener dan een tot dezelfde groep behorende onderneming; of o. het opnemen van chartaal geld uit een geldautomaat, voor zover de exploitant van de geldautomaat geen andere betaaldiensten verleent en handelt namens een of meer betaaldienstverleners, en voor zover deze exploitant geen partij is bij de raamovereenkomst voor betaaldiensten van degene die de geldmiddelen van een betaalrekening opneemt. ##### Paragraaf 1.1.2.3. Verzekeraars @@ -789,13 +791,13 @@ b. uitsluitend gekwalificeerde beleggers. **4.** Het eerste lid is niet van toepassing op master-instellingen voor collectieve belegging in effecten die ten minste twee feeder-instellingen voor collectieve belegging in effecten als deelnemer hebben en waarvan de rechten van deelneming verhandelbaar zijn en op verzoek van de deelnemers ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald. -**5.** Bij een aanbod van rechten van deelneming als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, niet zijnde verhandelbare rechten van deelneming in een belegginginstelling die niet op verzoek van de deelnemers ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald, en in reclame-uitingen en documenten waarin een dergelijk aanbod in het vooruitzicht wordt gesteld, wordt vermeld dat de beleggingsinstelling niet vergunningplichtig is ingevolge deze wet en dat op de beleggingsinstelling geen toezicht wordt uitgeoefend op grond van het Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen en het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen. +**5.** Bij een aanbod van rechten van deelneming als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, niet zijnde verhandelbare rechten van deelneming in een beleggingsinstelling die niet op verzoek van de deelnemers ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald, en in reclame-uitingen en documenten waarin een dergelijk aanbod in het vooruitzicht wordt gesteld, wordt vermeld dat de beleggingsinstelling niet vergunningplichtig is ingevolge deze wet en dat op de beleggingsinstelling geen toezicht wordt uitgeoefend op grond van het Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen en het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen. -**6.** Bij een aanbod van rechten van deelneming als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, niet zijnde verhandelbare rechten van deelneming in een belegginginstelling die niet op verzoek van de deelnemers ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald, en in reclame-uitingen en documenten waarin een dergelijk aanbod in het vooruitzicht wordt gesteld, wordt vermeld dat het aanbod uitsluitend is onderscheidenlijk zal zijn gericht tot gekwalificeerde beleggers. +**6.** Bij een aanbod van rechten van deelneming als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, niet zijnde verhandelbare rechten van deelneming in een beleggingsinstelling die niet op verzoek van de deelnemers ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald, en in reclame-uitingen en documenten waarin een dergelijk aanbod in het vooruitzicht wordt gesteld, wordt vermeld dat het aanbod uitsluitend is onderscheidenlijk zal zijn gericht tot gekwalificeerde beleggers. **7.** Het ingevolge deze wet bepaalde ten aanzien van het aanbieden van rechten van deelneming in een beleggingsinstelling is niet van toepassing op het aanbieden door niet in de uitoefening van hun beroep of bedrijf handelende natuurlijke personen van rechten van deelneming die deze personen in eigendom hebben. -**8.** De Autoriteit Financiële Markten stelt de wijze vast waarop de vermelding op grond van het vierde lid wordt gedaan. +**8.** De Autoriteit Financiële Markten stelt de wijze vast waarop de vermelding op grond van het vijfde lid wordt gedaan. ### Artikel 1:13 @@ -851,7 +853,7 @@ Onder het verlenen van een financiële dienst in Nederland wordt mede verstaan h ### Artikel 1:18 -Deze wet, met uitzondering van het deel Gedragstoezicht financiële markten, is niet van toepassing op het verlenen van beleggingsdiensten en het verrichten van beleggingsactiviteiten voorzover: +Deze wet, met uitzondering van het deel Gedragstoezicht financiële markten, is, voor zover niet anders is bepaald, niet van toepassing op het verlenen van beleggingsdiensten en het verrichten van beleggingsactiviteiten voorzover: a. deze worden verleend aan of verricht voor de onderneming waarvan de beleggingsonderneming dochtermaatschappij is, voor haar dochtermaatschappijen of voor een andere dochtermaatschappij van de onderneming waarvan zij dochtermaatschappij is; b. deze bestaan uit het beheren van een werknemersparticipatieplan met betrekking tot financiële instrumenten; @@ -1017,7 +1019,7 @@ Indien een verordening als bedoeld in artikel 288 van het Verdrag betreffende d De Nederlandsche Bank maakt de onderstaande informatie openbaar: a. het bij of krachtens het Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen bepaalde; -b. de wijze waarop in Nederland gebruik wordt gemaakt van de keuzemogelijkheden in de richtlijnen van de Europese Unie die specifiek gericht zijn tot beleggingsondernemingen en kredietinstellingen; +b. de wijze waarop in Nederland gebruik wordt gemaakt van de keuzemogelijkheden in de richtlijnen van de Europese Unie die specifiek gericht zijn tot beleggingsondernemingen en banken; c. de algemene uitgangspunten die zij hanteert bij het gebruik van de beleidsruimte die zij heeft ingevolge het bij of krachtens het Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen bepaalde; d. de algemene criteria en methodieken op basis waarvan de evaluatie, bedoeld in artikel 3:18a, wordt verricht; en e. de geaggregeerde statistische gegevens over de voornaamste aspecten van de tenuitvoerlegging van de prudentiële regels. @@ -1233,9 +1235,10 @@ e. bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen andere onderwerpen. De maatregelen zijn: a. de benoeming van een curator op grond van artikel 1:76; -b. de intrekking van een vergunning op grond van artikel 1:104, aanhef en onderdeel b, c, d, e, f of j; -c. het opleggen van het verbod, bedoeld in artikel 1:58, tweede en derde lid, 1:58a, tweede lid, 1:58b, tweede lid, 1:58c, derde lid, 1:59, tweede lid, 1:67, eerste lid, 1:77, eerste lid, derde volzin, 4:4, eerste lid, of 4:4a; en -d. de aanwijzing op grond van artikel 1:75, strekkende tot het doen heenzenden van een persoon die het beleid van een financiële onderneming bepaalt of mede bepaalt of strekkende tot het doen heenzenden van een persoon die onderdeel is van een orgaan dat belast is met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van een financiële onderneming. +b. de intrekking van een vergunning op grond van artikel 1:104, eerste lid, aanhef en onderdeel b, c, d, e, f of j; +c. het opleggen van het verbod, bedoeld in artikel 1:58, tweede en derde lid, 1:58a, tweede lid, 1:58b, tweede lid, 1:58c, derde lid, 1:59, tweede lid, 1:67, eerste lid, 1:77, eerste lid, derde volzin, 4:4, eerste lid, of 4:4a; +d. de aanwijzing op grond van artikel 1:75, strekkende tot het doen heenzenden van een persoon die het beleid van een financiële onderneming bepaalt of mede bepaalt of strekkende tot het doen heenzenden van een persoon die onderdeel is van een orgaan dat belast is met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van een financiële onderneming; en +e. de intrekking van de aanwijzing op grond van artikel 2:105, vierde lid, indien het een financiële onderneming betreft waarop de Nederlandsche Bank prudentieel toezicht uitoefent. **3.** De zienswijze wordt schriftelijk naar voren gebracht, tenzij onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, zich daartegen verzet. In dat geval kan worden volstaan met een mondeling naar voren gebrachte zienswijze, met dien verstande dat deze zo spoedig mogelijk schriftelijk wordt bevestigd. Indien de toezichthouder een besluit als bedoeld in het eerste lid neemt dat afwijkt van de door de andere toezichthouder naar voren gebrachte zienswijze, wordt zulks met de redenen voor de afwijking in de motivering van het besluit vermeld. De zienswijze of de schriftelijke bevestiging van een mondeling gegeven zienswijze vormt een integraal onderdeel van het besluit tot het treffen van een toezichtmaatregel. @@ -1245,9 +1248,9 @@ d. de aanwijzing op grond van artikel 1:75, strekkende tot het doen heenzenden v De Autoriteit Financiële Markten raadpleegt de Nederlandsche Bank alvorens zij een vergunning verleent aan een beleggingsonderneming die: -a. dochtermaatschappij is van een kredietinstelling, levensverzekeraar of schadeverzekeraar waaraan in een lidstaat een vergunning is verleend; -b. dochtermaatschappij is van een moedermaatschappij van een kredietinstelling, levensverzekeraar of schadeverzekeraar waaraan in een lidstaat een vergunning is verleend; -c. onder zeggenschap staat van een persoon die tevens zeggenschap uitoefent over een kredietinstelling, levensverzekeraar of schadeverzekeraar waaraan in een lidstaat een vergunning is verleend. +a. dochtermaatschappij is van een bank, levensverzekeraar of schadeverzekeraar waaraan in een lidstaat een vergunning is verleend; +b. dochtermaatschappij is van een moedermaatschappij van een bank, levensverzekeraar of schadeverzekeraar waaraan in een lidstaat een vergunning is verleend; +c. onder zeggenschap staat van een persoon die tevens zeggenschap uitoefent over een bank, levensverzekeraar of schadeverzekeraar waaraan in een lidstaat een vergunning is verleend. ### Artikel 1:47b @@ -1335,18 +1338,18 @@ c. tegen dezelfde persoon en voor hetzelfde feit in Nederland reeds een onherroe Onder essentiële informatie als bedoeld in het tweede lid, worden in elk geval verstaan gegevens over: -a. de structuur van de groep, de belangrijke beleggingsondernemingen en kredietinstellingen van de groep, alsmede de toezichthoudende instanties van andere lidstaten die toezicht houden op de beleggingsondernemingen en kredietinstellingen van de groep; -b. procedures voor de verzameling van informatie bij de beleggingsondernemingen en kredietinstellingen van de groep, alsmede voor de verificatie van deze informatie; -c. ontwikkelingen bij beleggingsondernemingen, kredietinstellingen of andere ondernemingen van de groep die ernstige nadelige gevolgen voor de beleggingsondernemingen of kredietinstellingen zouden kunnen hebben; +a. de structuur van de groep, de belangrijke beleggingsondernemingen en banken van de groep, alsmede de toezichthoudende instanties van andere lidstaten die toezicht houden op de beleggingsondernemingen en banken van de groep; +b. procedures voor de verzameling van informatie bij de beleggingsondernemingen en banken van de groep, alsmede voor de verificatie van deze informatie; +c. ontwikkelingen bij beleggingsondernemingen, banken of andere ondernemingen van de groep die ernstige nadelige gevolgen voor de beleggingsondernemingen of banken zouden kunnen hebben; d. belangrijke sancties en bijzondere maatregelen die de Nederlandsche Bank of de toezichthoudende instanties van andere lidstaten ten aanzien van de in afdeling 3.6.2 bedoelde financiële ondernemingen hebben getroffen. -**4.** Indien de Nederlandsche Bank toezicht houdt op een Nederlandse beleggingsonderneming of Nederlandse kredietinstelling die een dochteronderneming is van een EU-moederbeleggingsonderneming of een EU-moederkredietinstelling en informatie nodig heeft over de invoering van benaderingen of methodieken zoals beschreven ingevolge deze wet en die informatie reeds is verstrekt aan de toezichthoudende instantie die toezicht houdt op die EU-moederbeleggingsonderneming of EU-moederkredietinstelling richt zij zich eerst tot deze toezichthoudende instantie. +**4.** Indien de Nederlandsche Bank toezicht houdt op een Nederlandse beleggingsonderneming of Nederlandse bank die een dochteronderneming is van een EU-moederbeleggingsonderneming of een EU-moederbank en informatie nodig heeft over de invoering van benaderingen of methodieken zoals beschreven ingevolge deze wet en die informatie reeds is verstrekt aan de toezichthoudende instantie die toezicht houdt op die EU-moederbeleggingsonderneming of EU-moederbank richt zij zich eerst tot deze toezichthoudende instantie. **5.** De Nederlandsche Bank overlegt, voordat zij een besluit neemt dat van belang is voor de toezichthoudende taken als bedoeld in afdeling 3.6.2 van een andere betrokken toezichthoudende instantie, met die instantie over: -a. veranderingen in het aandeelhouderschap, de organisatie of de bestuursstructuur van beleggingsondernemingen en kredietinstellingen in de groep; en +a. veranderingen in het aandeelhouderschap, de organisatie of de bestuursstructuur van beleggingsondernemingen en banken in de groep; en b. belangrijke sancties of bijzondere maatregelen. **6.** De Nederlandsche Bank vraagt advies aan de toezichthoudende instantie van een andere lidstaat die toezicht houdt op geconsolideerde basis, voordat zij een besluit neemt over het opleggen van een sanctie of maatregel als bedoeld in het vijfde lid, onderdeel b. @@ -1367,17 +1370,17 @@ b. belangrijke sancties of bijzondere maatregelen. ### Artikel 1:51c -**1.** Indien de Nederlandsche Bank toezicht houdt op een in Nederland gelegen bijkantoor van een beleggingsonderneming of kredietinstelling met zetel in een andere lidstaat, kan zij de toezichthoudende instantie van een andere lidstaat die toezicht houdt op geconsolideerde basis of indien geen toezicht op geconsolideerde basis wordt uitgeoefend, de toezichthoudende instantie van de lidstaat van de zetel van de desbetreffende beleggingsonderneming of kredietinstelling verzoeken het bijkantoor als significant aan te merken. +**1.** Indien de Nederlandsche Bank toezicht houdt op een in Nederland gelegen bijkantoor van een beleggingsonderneming of bank met zetel in een andere lidstaat, kan zij de toezichthoudende instantie van een andere lidstaat die toezicht houdt op geconsolideerde basis of indien geen toezicht op geconsolideerde basis wordt uitgeoefend, de toezichthoudende instantie van de lidstaat van de zetel van de desbetreffende beleggingsonderneming of bank verzoeken het bijkantoor als significant aan te merken. **2.** Het verzoek vermeldt de redenen waarom het bijkantoor als significant kan worden aangemerkt, en met name: -a. indien het een kredietinstelling betreft, of het marktaandeel in deposito’s van het in Nederland gelegen bijkantoor meer dan 2 procent bedraagt; -b. de vermoedelijke gevolgen van een opschorting of beëindiging van de werkzaamheden van een beleggingsonderneming of kredietinstelling als bedoeld in het eerste lid voor de liquiditeit van de markt en de betalings-, clearing- en afwikkelingssystemen in Nederland; of +a. indien het een bank betreft, of het marktaandeel in deposito’s van het in Nederland gelegen bijkantoor meer dan 2 procent bedraagt; +b. de vermoedelijke gevolgen van een opschorting of beëindiging van de werkzaamheden van een beleggingsonderneming of bank als bedoeld in het eerste lid voor de liquiditeit van de markt en de betalings-, clearing- en afwikkelingssystemen in Nederland; of c. de omvang en het belang van het bijkantoor, wat het aantal cliënten betreft, binnen het bancaire of financiële stelsel in Nederland. -**3.** Indien de Nederlandsche Bank toezicht houdt op een beleggingsonderneming of kredietinstelling met zetel in Nederland of toezicht op geconsolideerde basis houdt op een Nederlandse beleggingsonderneming of Nederlandse kredietinstelling en een verzoek ontvangt van een toezichthoudende instantie van een andere lidstaat om een in die lidstaat gelegen bijkantoor van deze financiële onderneming als significant aan te merken, neemt zij nadat overeenstemming met de andere betrokken toezichthoudende instanties is bereikt over de kwalificatie van het bijkantoor als significant een besluit over de kwalificatie van een bijkantoor als significant. +**3.** Indien de Nederlandsche Bank toezicht houdt op een beleggingsonderneming of bank met zetel in Nederland of toezicht op geconsolideerde basis houdt op een Nederlandse beleggingsonderneming of Nederlandse bank en een verzoek ontvangt van een toezichthoudende instantie van een andere lidstaat om een in die lidstaat gelegen bijkantoor van deze financiële onderneming als significant aan te merken, neemt zij nadat overeenstemming met de andere betrokken toezichthoudende instanties is bereikt over de kwalificatie van het bijkantoor als significant een besluit over de kwalificatie van een bijkantoor als significant. **4.** Indien binnen twee maanden na een verzoek van de Nederlandsche Bank, bedoeld in het eerste lid, geen besluit over de kwalificatie van een bijkantoor is genomen, beslist de Nederlandsche Bank, uiterlijk twee maanden daarna of het bijkantoor significant is. Bij deze beslissing houdt de Nederlandsche Bank rekening met de standpunten en voorbehouden van de betrokken toezichthoudende instanties. @@ -1385,9 +1388,9 @@ c. de omvang en het belang van het bijkantoor, wat het aantal cliënten betreft, ### Artikel 1:51d -**1.** Indien de Nederlandsche Bank toezicht houdt op een beleggingsonderneming of kredietinstelling met zetel in Nederland, zendt zij de toezichthoudende instantie van een lidstaat waar een significant bijkantoor van deze financiële onderneming is gelegen de informatie, bedoeld in artikel 1:51a, derde lid, onderdelen c en d, en voert zij de toezichtactiviteiten, bedoeld in artikel 3:278b, eerste lid, onderdeel c, in samenwerking met die toezichthoudende instantie uit. +**1.** Indien de Nederlandsche Bank toezicht houdt op een beleggingsonderneming of bank met zetel in Nederland, zendt zij de toezichthoudende instantie van een lidstaat waar een significant bijkantoor van deze financiële onderneming is gelegen de informatie, bedoeld in artikel 1:51a, derde lid, onderdelen c en d, en voert zij de toezichtactiviteiten, bedoeld in artikel 3:278b, eerste lid, onderdeel c, in samenwerking met die toezichthoudende instantie uit. -**2.** Indien de Nederlandsche Bank toezicht houdt op een in Nederland gelegen significant bijkantoor van een beleggingsonderneming of kredietinstelling met zetel in een andere lidstaat, werkt zij, in de uitvoering van de toezichttaken, bedoeld in artikel 3:278b, eerste lid, onderdeel c, samen met de toezichthoudende instantie van de zetel van de desbetreffende financiële onderneming. +**2.** Indien de Nederlandsche Bank toezicht houdt op een in Nederland gelegen significant bijkantoor van een beleggingsonderneming of bank met zetel in een andere lidstaat, werkt zij, in de uitvoering van de toezichttaken, bedoeld in artikel 3:278b, eerste lid, onderdeel c, samen met de toezichthoudende instantie van de zetel van de desbetreffende financiële onderneming. ### Artikel 1:51e @@ -1403,7 +1406,7 @@ De Nederlandsche Bank neemt deel aan de werkzaamheden van de Europese Bankenauto **1.** Indien een Nederlandse herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar en een Europese herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar met elkaar zijn verbonden als bedoeld in artikel 3:268, eerste lid, onderdeel i, stelt de Nederlandsche Bank, met inachtneming van artikel 1:90, eerste tot en met derde lid, eigener beweging de toezichthoudende instantie in iedere andere betrokken lidstaat in kennis van alle informatie die essentieel lijkt voor het door die toezichthoudende instantie uit te oefenen toezicht. -**2.** Indien een Nederlandse herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar en een beleggingsonderneming of een kredietinstelling met zetel in een andere lidstaat met elkaar zijn verbonden als bedoeld in artikel 3:268, onderdeel i, verstrekt de Nederlandsche Bank, met inachtneming van artikel 1:90, eerste tot en met derde lid, aan de toezichthoudende instanties die belast zijn met het toezicht op die andere financiële ondernemingen alle informatie die de vervulling van hun taak kan vergemakkelijken. +**2.** Indien een Nederlandse herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar en een beleggingsonderneming of een bank met zetel in een andere lidstaat met elkaar zijn verbonden als bedoeld in artikel 3:268, onderdeel i, verstrekt de Nederlandsche Bank, met inachtneming van artikel 1:90, eerste tot en met derde lid, aan de toezichthoudende instanties die belast zijn met het toezicht op die andere financiële ondernemingen alle informatie die de vervulling van hun taak kan vergemakkelijken. ### Artikel 1:54 @@ -1443,21 +1446,21 @@ Indien een marktexploitant waaraan een vergunning als bedoeld in artikel 5:26, e ### Artikel 1:54b -**1.** Indien de Nederlandsche Bank ingevolge afdeling 3.6.2 op geconsolideerde basis toezicht houdt op een Nederlandse beleggingsonderneming of Nederlandse kredietinstelling richt zij een college van toezichthouders op om de uitoefening van de taken, bedoeld in de artikelen 1:93a en 3:278b te vergemakkelijken, met inachtneming van artikel 1:90, eerste tot en met derde lid, en te zorgen voor passende coördinatie en samenwerking met relevante toezichthoudende instanties van andere lidstaten. +**1.** Indien de Nederlandsche Bank ingevolge afdeling 3.6.2 op geconsolideerde basis toezicht houdt op een Nederlandse beleggingsonderneming of Nederlandse bank richt zij een college van toezichthouders op om de uitoefening van de taken, bedoeld in de artikelen 1:93a en 3:278b te vergemakkelijken, met inachtneming van artikel 1:90, eerste tot en met derde lid, en te zorgen voor passende coördinatie en samenwerking met relevante toezichthoudende instanties van andere lidstaten. -**2.** Onverminderd het eerste lid richt de Nederlandsche Bank, indien zij toezicht houdt op een beleggingsonderneming of kredietinstelling met zetel in Nederland die in andere lidstaten uitsluitend daar gelegen bijkantoren heeft waarvan ten minste een als significant is aangemerkt, in samenwerking met de betrokken toezichthoudende instanties van de lidstaten waar een significant bijkantoor is gelegen, een college van toezichthouders op om de samenwerking, bedoeld in de artikelen 1:51 en 1:51d, te vergemakkelijken. +**2.** Onverminderd het eerste lid richt de Nederlandsche Bank, indien zij toezicht houdt op een beleggingsonderneming of bank met zetel in Nederland die in andere lidstaten uitsluitend daar gelegen bijkantoren heeft waarvan ten minste een als significant is aangemerkt, in samenwerking met de betrokken toezichthoudende instanties van de lidstaten waar een significant bijkantoor is gelegen, een college van toezichthouders op om de samenwerking, bedoeld in de artikelen 1:51 en 1:51d, te vergemakkelijken. **3.** De Nederlandsche Bank beslist welke betrokken toezichthoudende instanties deelnemen aan een bijeenkomst of activiteit van het college van toezichthouders. **4.** De Nederlandsche Bank houdt bij haar beslissing, bedoeld in het derde lid, rekening met de relevantie van de te plannen of te coördineren toezichtactiviteit voor de betrokken toezichthoudende instanties en in het bijzonder met de gevolgen die deze beslissing kan hebben voor de stabiliteit van het financiële stelsel in de betrokken lidstaten en met de verplichtingen op grond van artikel 1:51d. -**5.** Indien de Nederlandsche Bank toezicht houdt op een beleggingsonderneming of kredietinstelling, bedoeld in het tweede lid, stelt zij, met inachtneming van afdeling 1.5.1, de Europese Bankenautoriteit in kennis van de toezichtactiviteiten van het college van toezichthouders, met inbegrip van de toezichtactiviteiten in noodsituaties, en deelt de Europese Bankenautoriteit alle informatie mede die voor de convergentie van het toezicht van bijzonder belang is. +**5.** Indien de Nederlandsche Bank toezicht houdt op een beleggingsonderneming of bank, bedoeld in het tweede lid, stelt zij, met inachtneming van afdeling 1.5.1, de Europese Bankenautoriteit in kennis van de toezichtactiviteiten van het college van toezichthouders, met inbegrip van de toezichtactiviteiten in noodsituaties, en deelt de Europese Bankenautoriteit alle informatie mede die voor de convergentie van het toezicht van bijzonder belang is. **6.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de taken van de Nederlandsche Bank binnen het college van toezichthouders. ### Artikel 1:54c -De Nederlandsche Bank neemt deel aan het betrokken college van toezichthouders, indien zij toezicht houdt op een dochteronderneming van een EU-moederbeleggingsonderneming, een EU-moederkredietinstelling, een financiële EU-moederholding, of een in Nederland gelegen significant bijkantoor van een beleggingonderneming of kredietinstelling als bedoeld in artikel 1:51c. Zij kan ook deelnemen in haar hoedanigheid van centrale bank. +De Nederlandsche Bank neemt deel aan het betrokken college van toezichthouders, indien zij toezicht houdt op een dochteronderneming van een EU-moederbeleggingsonderneming, een EU-moederkredietinstelling, een financiële EU-moederholding, of een in Nederland gelegen significant bijkantoor van een beleggingonderneming of bank als bedoeld in artikel 1:51c. Zij kan ook deelnemen in haar hoedanigheid van centrale bank. ##### Paragraaf 1.3.2.2. Samenwerking in het kader van toezicht op de naleving @@ -1465,7 +1468,7 @@ De Nederlandsche Bank neemt deel aan het betrokken college van toezichthouders, **1.** -Indien een beheerder, beleggingsonderneming, betaalinstelling, herverzekeraar, kredietinstelling, levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in Nederland een bijkantoor heeft in een andere lidstaat, kan de toezichthouder ten behoeve van het toezicht op de naleving van deze wet door die financiële onderneming: +Indien een beheerder, beleggingsonderneming, betaalinstelling, elektronischgeldinstelling, herverzekeraar, bank, levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in Nederland een bijkantoor heeft in een andere lidstaat, kan de toezichthouder ten behoeve van het toezicht op de naleving van deze wet door die financiële onderneming: a. de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat verzoeken om bij het bijkantoor gegevens of inlichtingen te verifiëren; of b. na kennisgeving aan de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat zelf bij het bijkantoor gegevens of inlichtingen verifiëren of doen verifiëren. @@ -1484,22 +1487,24 @@ Indien de toezichthouder ten behoeve van het toezicht op een beheerder van een i a. de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat verzoeken om bij die onderneming gegevens of inlichtingen te verifiëren of te onderzoeken; of b. na instemming van de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat zelf bij die onderneming gegevens of inlichtingen verifiëren of doen verifiëren of een onderzoek verrichten of doen verrichten. -**4.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van betaaldienstagenten en personen aan wie werkzaamheden zijn uitbesteed door betaalinstellingen. +**4.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van betaaldienstagenten en personen aan wie werkzaamheden zijn uitbesteed door betaalinstellingen of elektronischgeldinstellingen. ### Artikel 1:56 -**1.** Indien een beheerder, beleggingsonderneming, betaaldienstverlener, herverzekeraar, kredietinstelling, levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in een andere lidstaat een bijkantoor heeft in Nederland, kan de toezichthoudende instantie van die andere lidstaat, na de toezichthouder in kennis te hebben gesteld, bij het bijkantoor gegevens of inlichtingen verifiëren die nodig zijn voor de uitoefening van het toezicht op die beheerder, beleggingsonderneming, betaaldienstverlener, herverzekeraar, kredietinstelling, levensverzekeraar of schadeverzekeraar. +**1.** Indien een beheerder, beleggingsonderneming, betaaldienstverlener, elektronischgeldinstelling, herverzekeraar, bank, levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in een andere lidstaat een bijkantoor heeft in Nederland, kan de toezichthoudende instantie van die andere lidstaat, na de toezichthouder in kennis te hebben gesteld, bij het bijkantoor gegevens of inlichtingen verifiëren die nodig zijn voor de uitoefening van het toezicht op die beheerder, beleggingsonderneming, betaaldienstverlener, elektronischgeldinstelling, herverzekeraar, bank, levensverzekeraar of schadeverzekeraar. -**2.** De toezichthoudende instantie van de andere lidstaat kan voorts de toezichthouder verzoeken bij het bijkantoor gegevens of inlichtingen te verifiëren die nodig zijn voor de uitoefening van het toezicht op die beheerder, beleggingsonderneming, betaaldienstverlener, herverzekeraar, kredietinstelling, levensverzekeraar of schadeverzekeraar. De toezichthouder geeft aan dit verzoek gevolg, of stelt de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat in de gelegenheid om bij het bijkantoor gegevens of inlichtingen te verifiëren of te doen verifiëren. +**2.** De toezichthoudende instantie van de andere lidstaat kan voorts de toezichthouder verzoeken bij het bijkantoor gegevens of inlichtingen te verifiëren die nodig zijn voor de uitoefening van het toezicht op die beheerder, beleggingsonderneming, betaaldienstverlener, elektronischgeldinstelling, herverzekeraar, bank, levensverzekeraar of schadeverzekeraar. De toezichthouder geeft aan dit verzoek gevolg, of stelt de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat in de gelegenheid om bij het bijkantoor gegevens of inlichtingen te verifiëren of te doen verifiëren. **3.** Indien een toezichthoudende instantie van een andere lidstaat ten behoeve van het toezicht op de naleving van de herziene richtlijn beleggingsinstellingen bij een in Nederland gevestigde onderneming gegevens of inlichtingen wenst te verifiëren of een onderzoek te verrichten, kan zij de Autoriteit Financiële Markten verzoeken dat te doen. De Autoriteit Financiële Markten geeft aan dit verzoek gevolg of geeft de toezichthoudende instantie gelegenheid gegevens of inlichtingen te verifiëren, te doen verifiëren of een onderzoek te verrichten of doen verrichten. -**4.** Indien een toezichthoudende instantie van een andere lidstaat ten behoeve van het toezicht op geconsolideerde basis op een kredietinstelling met zetel in die lidstaat gegevens of inlichtingen wenst te verifiëren bij een in Nederland gevestigde onderneming, kan zij de Nederlandsche Bank verzoeken dat te doen. De Nederlandsche Bank geeft aan dit verzoek gevolg, of geeft de toezichthoudende instantie gelegenheid om de gegevens of inlichtingen te verifiëren of te doen verifiëren. +**4.** Indien een toezichthoudende instantie van een andere lidstaat ten behoeve van het toezicht op geconsolideerde basis op een bank met zetel in die lidstaat gegevens of inlichtingen wenst te verifiëren bij een in Nederland gevestigde onderneming, kan zij de Nederlandsche Bank verzoeken dat te doen. De Nederlandsche Bank geeft aan dit verzoek gevolg, of geeft de toezichthoudende instantie gelegenheid om de gegevens of inlichtingen te verifiëren of te doen verifiëren. **5.** De toezichthouder kan ten behoeve van een verificatie als bedoeld in het eerste of tweede lid bij het bijkantoor onderscheidenlijk bij de onderneming inlichtingen vorderen. De artikelen 5:13, 5:17 en 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing. **6.** Het eerste, tweede en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van betaaldienstagenten van betaaldienstverleners met zetel in een andere lidstaat, die beschikken over een door de toezichthoudende instantie van die lidstaat verleende vergunning voor het verlenen van betaaldiensten, en personen aan wie werkzaamheden zijn uitbesteed door betaaldienstverleners met zetel in een andere lidstaat, die beschikken over een door de toezichthoudende instantie van die lidstaat verleende vergunning voor het verlenen van betaaldiensten. +**7.** Het eerste, tweede en vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van agenten van elektronischgeldinstellingen met zetel in een andere lidstaat die beschikken over een door de toezichthoudende instantie van die lidstaat verleende vergunning die het toestaat betaaldiensten te verlenen, en personen aan wie werkzaamheden zijn uitbesteed door elektronischgeldinstellingen met zetel in een andere lidstaat. + ### Artikel 1:56a **1.** Indien een beleggingsonderneming met zetel in een andere lidstaat een bijkantoor heeft in Nederland, kan de Autoriteit Financiële Markten, op verzoek van de toezichthoudende instantie van die andere lidstaat, bij het bijkantoor door een deskundige gegevens of inlichtingen doen verifiëren of een onderzoek doen verrichten. @@ -1528,7 +1533,7 @@ c. tegen dezelfde persoon en voor hetzelfde feit in Nederland reeds een onherroe ### Artikel 1:58 -**1.** Indien een beheerder met zetel in een andere lidstaat van een instelling voor collectieve belegging in effecten of een kredietinstelling, levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in een andere lidstaat die vanuit een bijkantoor in Nederland zijn onderscheidenlijk haar bedrijf uitoefent of financiële diensten verleent dan wel diensten verricht naar Nederland, geen gevolg geeft aan een door de toezichthouder gegeven aanwijzing als bedoeld in artikel 1:75, stelt de toezichthouder de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat daarvan in kennis. +**1.** Indien een beheerder met zetel in een andere lidstaat van een instelling voor collectieve belegging in effecten of een bank, levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in een andere lidstaat die vanuit een bijkantoor in Nederland zijn onderscheidenlijk haar bedrijf uitoefent of financiële diensten verleent dan wel diensten verricht naar Nederland, geen gevolg geeft aan een door de toezichthouder gegeven aanwijzing als bedoeld in artikel 1:75, stelt de toezichthouder de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat daarvan in kennis. **2.** @@ -1554,8 +1559,9 @@ Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op: a. bemiddelaars in verzekeringen met zetel in een andere lidstaat; b. betaaldienstverleners, met dien verstande dat onder bijkantoor mede wordt verstaan betaaldienstagent of persoon aan wie werkzaamheden zijn uitbesteed; -c. financiëledienstverleners met zetel in een andere lidstaat die het bedrijf van financiële instelling, kredietinstelling of verzekeraar uitoefenen; en -d. herverzekeringsbemiddelaars met zetel in een andere lidstaat. +c. elektronischgeldinstellingen met zetel in een andere lidstaat, met dien verstande dat onder bijkantoor mede wordt verstaan betaaldienstagent of persoon aan wie werkzaamheden zijn uitbesteed; +d. financiëledienstverleners met zetel in een andere lidstaat die het bedrijf van financiële instelling, bank of verzekeraar uitoefenen; en +e. herverzekeringsbemiddelaars met zetel in een andere lidstaat. ### Artikel 1:58a @@ -1603,13 +1609,13 @@ c. in het geval de toezichthoudende instantie, bedoeld in onderdeel a, geen maat ### Artikel 1:59 -**1.** Indien een beheerder, beleggingsonderneming, betaalinstelling, herverzekeraar, kredietinstelling, levensverzekeraar, premiepensioeninstelling of schadeverzekeraar met zetel in Nederland die vanuit een bijkantoor in een andere lidstaat zijn onderscheidenlijk haar bedrijf uitoefent of financiële diensten verleent dan wel diensten verricht naar een andere lidstaat niet voldoet aan in die andere lidstaat geldende wettelijke voorschriften, geeft de toezichthouder na daartoe een kennisgeving van de toezichthoudende instantie van die andere lidstaat te hebben ontvangen, zo spoedig mogelijk een aanwijzing aan de betrokken beheerder, beleggingsonderneming, betaalinstelling, herverzekeraar, kredietinstelling, levensverzekeraar, premiepensioeninstelling of schadeverzekeraar om binnen een door de toezichthouder gestelde redelijke termijn de in de aanwijzingsbeschikking bepaalde gedragslijn te volgen, ten einde de strijdigheid met de in die andere lidstaat geldende wettelijke voorschriften te beëindigen. +**1.** Indien een beheerder, beleggingsonderneming, betaalinstelling, elektronischgeldinstelling, herverzekeraar, bank, levensverzekeraar, premiepensioeninstelling of schadeverzekeraar met zetel in Nederland die vanuit een bijkantoor in een andere lidstaat zijn onderscheidenlijk haar bedrijf uitoefent of financiële diensten verleent dan wel diensten verricht naar een andere lidstaat niet voldoet aan in die andere lidstaat geldende wettelijke voorschriften, geeft de toezichthouder na daartoe een kennisgeving van de toezichthoudende instantie van die andere lidstaat te hebben ontvangen, zo spoedig mogelijk een aanwijzing aan de betrokken beheerder, beleggingsonderneming, betaalinstelling, elektronischgeldinstelling, herverzekeraar, bank, levensverzekeraar, premiepensioeninstelling of schadeverzekeraar om binnen een door de toezichthouder gestelde redelijke termijn de in de aanwijzingsbeschikking bepaalde gedragslijn te volgen, ten einde de strijdigheid met de in die andere lidstaat geldende wettelijke voorschriften te beëindigen. -**2.** Indien niet of onvoldoende gevolg is gegeven aan de aanwijzing, kan de toezichthouder, na die toezichthoudende instantie daarvan in kennis te hebben gesteld, het besluit nemen dat de betrokken beheerder, beleggingsonderneming, betaalinstelling, herverzekeraar, kredietinstelling, levensverzekeraar, premiepensioeninstelling of schadeverzekeraar geen nieuwe overeenkomsten in die andere lidstaat mag afsluiten. +**2.** Indien niet of onvoldoende gevolg is gegeven aan de aanwijzing, kan de toezichthouder, na die toezichthoudende instantie daarvan in kennis te hebben gesteld, het besluit nemen dat de betrokken beheerder, beleggingsonderneming, betaalinstelling, elektronischgeldinstelling, herverzekeraar, bank, levensverzekeraar, premiepensioeninstelling of schadeverzekeraar geen nieuwe overeenkomsten in die andere lidstaat mag afsluiten. **3.** De toezichthouder doet aan de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat mededeling van de maatregelen genomen op grond van het eerste of tweede lid. -**4.** Het eerste tot en met derde lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van betaaldienstagenten en personen aan wie werkzaamheden zijn uitbesteed door een betaalinstelling. +**4.** Het eerste tot en met derde lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van betaaldienstagenten en personen aan wie werkzaamheden zijn uitbesteed door betaalinstellingen of elektronischgeldinstellingen. ### Artikel 1:59a @@ -1625,33 +1631,33 @@ c. in het geval de toezichthoudende instantie, bedoeld in onderdeel a, geen maat De Autoriteit Financiële Markten raadpleegt de toezichthoudende instantie van de desbetreffende lidstaat alvorens een vergunning wordt verleend aan een beheerder die: -a. een dochtermaatschappij is van een beheerder, beleggingsonderneming, herverzekeraar, kredietinstelling, levensverzekeraar of schadeverzekeraar waaraan in een andere lidstaat een vergunning is verleend; -b. een dochtermaatschappij is van een moedermaatschappij van een beheerder, beleggingsonderneming, herverzekeraar, kredietinstelling, levensverzekeraar of schadeverzekeraar waaraan in een andere lidstaat een vergunning is verleend; -c. onder zeggenschap staat van een persoon die tevens zeggenschap uitoefent over een beheerder, beleggingsonderneming, herverzekeraar, kredietinstelling, levensverzekeraar of schadeverzekeraar waaraan in een andere lidstaat een vergunning is verleend. +a. een dochtermaatschappij is van een beheerder, beleggingsonderneming, herverzekeraar, bank, levensverzekeraar of schadeverzekeraar waaraan in een andere lidstaat een vergunning is verleend; +b. een dochtermaatschappij is van een moedermaatschappij van een beheerder, beleggingsonderneming, herverzekeraar, bank, levensverzekeraar of schadeverzekeraar waaraan in een andere lidstaat een vergunning is verleend; +c. onder zeggenschap staat van een persoon die tevens zeggenschap uitoefent over een beheerder, beleggingsonderneming, herverzekeraar, bank, levensverzekeraar of schadeverzekeraar waaraan in een andere lidstaat een vergunning is verleend. **2.** De Autoriteit Financiële Markten raadpleegt de toezichthoudende instantie van de desbetreffende lidstaat alvorens een vergunning wordt verleend aan een beleggingsonderneming die: -a. een dochtermaatschappij is van een beleggingsonderneming, herverzekeraar, kredietinstelling, levensverzekeraar of schadeverzekeraar waaraan in een andere lidstaat een vergunning is verleend; -b. een dochtermaatschappij is van een moedermaatschappij van een beleggingsonderneming, herverzekeraar, kredietinstelling, levensverzekeraar of schadeverzekeraar waaraan in een andere lidstaat een vergunning is verleend; -c. onder zeggenschap staat van een persoon die tevens zeggenschap uitoefent over een beleggingsonderneming, herverzekeraar, kredietinstelling, levensverzekeraar of schadeverzekeraar waaraan in een andere lidstaat een vergunning is verleend. +a. een dochtermaatschappij is van een beleggingsonderneming, herverzekeraar, bank, levensverzekeraar of schadeverzekeraar waaraan in een andere lidstaat een vergunning is verleend; +b. een dochtermaatschappij is van een moedermaatschappij van een beleggingsonderneming, herverzekeraar, bank, levensverzekeraar of schadeverzekeraar waaraan in een andere lidstaat een vergunning is verleend; +c. onder zeggenschap staat van een persoon die tevens zeggenschap uitoefent over een beleggingsonderneming, herverzekeraar, bank, levensverzekeraar of schadeverzekeraar waaraan in een andere lidstaat een vergunning is verleend. **3.** -De Nederlandsche Bank raadpleegt de toezichthoudende instantie van de desbetreffende lidstaat alvorens een vergunning wordt verleend aan een kredietinstelling die: +De Nederlandsche Bank raadpleegt de toezichthoudende instantie van de desbetreffende lidstaat alvorens een vergunning wordt verleend aan een bank die: -a. een dochtermaatschappij is van een kredietinstelling waaraan in een andere lidstaat een vergunning is verleend; -b. een dochtermaatschappij is van een moedermaatschappij van een kredietinstelling waaraan in een andere lidstaat een vergunning is verleend; -c. onder zeggenschap staat van een persoon die tevens zeggenschap uitoefent over een kredietinstelling waaraan in een andere lidstaat een vergunning is verleend. +a. een dochtermaatschappij is van een bank waaraan in een andere lidstaat een vergunning is verleend; +b. een dochtermaatschappij is van een moedermaatschappij van een bank waaraan in een andere lidstaat een vergunning is verleend; +c. onder zeggenschap staat van een persoon die tevens zeggenschap uitoefent over een bank waaraan in een andere lidstaat een vergunning is verleend. **4.** De Nederlandsche Bank raadpleegt de toezichthoudende instantie van de desbetreffende lidstaat alvorens een vergunning wordt verleend aan een herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar die: -a. een dochtermaatschappij is van een beleggingsonderneming, herverzekeraar, kredietinstelling, levensverzekeraar of schadeverzekeraar waaraan in een andere lidstaat een vergunning is verleend; -b. een dochtermaatschappij is van een moedermaatschappij van een beleggingsonderneming, herverzekeraar, kredietinstelling, levensverzekeraar of schadeverzekeraar waaraan in de andere lidstaat een vergunning is verleend; -c. onder zeggenschap staat van een natuurlijke persoon of rechtspersoon die tevens zeggenschap uitoefent over een beleggingsonderneming, herverzekeraar, kredietinstelling, levensverzekeraar of schadeverzekeraar waaraan in een andere lidstaat een vergunning is verleend. +a. een dochtermaatschappij is van een beleggingsonderneming, herverzekeraar, bank, levensverzekeraar of schadeverzekeraar waaraan in een andere lidstaat een vergunning is verleend; +b. een dochtermaatschappij is van een moedermaatschappij van een beleggingsonderneming, herverzekeraar, bank, levensverzekeraar of schadeverzekeraar waaraan in de andere lidstaat een vergunning is verleend; +c. onder zeggenschap staat van een natuurlijke persoon of rechtspersoon die tevens zeggenschap uitoefent over een beleggingsonderneming, herverzekeraar, bank, levensverzekeraar of schadeverzekeraar waaraan in een andere lidstaat een vergunning is verleend. ### Artikel 1:60a @@ -1681,9 +1687,9 @@ c. de overeenkomst inzake beheer en bewaring, bedoeld in artikel 4:43. De Nederlandsche Bank stelt de toezichthoudende instantie van de desbetreffende lidstaat in de gelegenheid advies uit te brengen alvorens zij een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95 verleent, indien de aanvrager: -a. een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten, beleggingsonderneming, herverzekeraar, kredietinstelling, levensverzekeraar of schadeverzekeraar is waaraan in een andere lidstaat een vergunning is verleend; -b. de moedermaatschappij is van een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten, beleggingsonderneming, herverzekeraar, kredietinstelling, levensverzekeraar of schadeverzekeraar als bedoeld onder a; of -c. een persoon is die anderszins zeggenschap heeft over een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten, beleggingsonderneming, herverzekeraar, kredietinstelling, levensverzekeraar of schadeverzekeraar als bedoeld onder a. +a. een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten, beleggingsonderneming, herverzekeraar, bank, levensverzekeraar of schadeverzekeraar is waaraan in een andere lidstaat een vergunning is verleend; +b. de moedermaatschappij is van een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten, beleggingsonderneming, herverzekeraar, bank, levensverzekeraar of schadeverzekeraar als bedoeld onder a; of +c. een persoon is die anderszins zeggenschap heeft over een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten, beleggingsonderneming, herverzekeraar, bank, levensverzekeraar of schadeverzekeraar als bedoeld onder a. ### Artikel 1:63 @@ -1752,7 +1758,7 @@ d. een instantie die in die staat is belast met het toezicht op personen die zij De Nederlandsche Bank stelt de Commissie van de Europese Gemeenschappen in kennis van een vergunning die ingevolge deze wet: -a. voor het uitoefenen van het bedrijf van kredietinstelling is verleend; +a. voor het uitoefenen van het bedrijf van bank is verleend; b. voor het uitoefenen van het bedrijf van herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar is verleend aan een dochtermaatschappij van een financiële onderneming waarop het recht van toepassing is van een staat die geen lidstaat is. ### Artikel 1:69a @@ -1763,7 +1769,7 @@ De Autoriteit Financiële Markten stelt de Commissie van de Europese Gemeenschap De Nederlandsche Bank stelt de Commissie van de Europese Gemeenschappen in kennis van: -a. een verleende verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95 voor een gekwalificeerde deelneming in een kredietinstelling, beleggingsonderneming, herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar, indien door de gekwalificeerde deelneming de kredietinstelling, beleggingsonderneming, herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar een dochteronderneming wordt van een financiële onderneming waarop het recht van toepassing is van een staat die geen lidstaat is; en +a. een verleende verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95 voor een gekwalificeerde deelneming in een bank, beleggingsonderneming, herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar, indien door de gekwalificeerde deelneming de bank, beleggingsonderneming, herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar een dochteronderneming wordt van een financiële onderneming waarop het recht van toepassing is van een staat die geen lidstaat is; en b. een besluit tot instemming als bedoeld in artikel 3:275, zesde of achtste lid. ### Artikel 1:71 @@ -1772,9 +1778,9 @@ b. een besluit tot instemming als bedoeld in artikel 3:275, zesde of achtste lid De toezichthouder stelt de Commissie van de Europese Gemeenschappen in kennis van: -a. de algemene moeilijkheden die beheerders, beleggingsondernemingen, herverzekeraars, kredietinstellingen, levensverzekeraars of schadeverzekeraars met zetel in Nederland ondervinden bij het uitoefenen van hun bedrijf of het verlenen van financiële diensten vanuit een bijkantoor in een staat die geen lidstaat is of het verrichten van diensten naar een staat die geen lidstaat is; -b. het aantal en de aard van de gevallen waarin de toezichthouder een door een beheerder, beleggingsonderneming of kredietinstelling gedane aanvraag van instemming met het voornemen als bedoeld in artikel 2:72, 2:108, 2:122 of 2:127 heeft geweigerd; -c. het aantal en de aard van de gevallen waarin hij een besluit heeft genomen als bedoeld in artikel 1:58, tweede en derde lid, ten aanzien van een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten of een beleggingsonderneming of kredietinstelling die een bijkantoor in Nederland heeft. +a. de algemene moeilijkheden die beheerders, beleggingsondernemingen, herverzekeraars, banken, levensverzekeraars of schadeverzekeraars met zetel in Nederland ondervinden bij het uitoefenen van hun bedrijf of het verlenen van financiële diensten vanuit een bijkantoor in een staat die geen lidstaat is of het verrichten van diensten naar een staat die geen lidstaat is; +b. het aantal en de aard van de gevallen waarin de toezichthouder een door een beheerder, beleggingsonderneming of bank gedane aanvraag van instemming met het voornemen als bedoeld in artikel 2:72, 2:108, 2:122 of 2:127 heeft geweigerd; +c. het aantal en de aard van de gevallen waarin hij een besluit heeft genomen als bedoeld in artikel 1:58, tweede en derde lid, ten aanzien van een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten of een beleggingsonderneming of bank die een bijkantoor in Nederland heeft. **2.** De toezichthouder stelt de Commissie van de Europese Gemeenschappen onverwijld in kennis van de gevallen waarin hij ten aanzien van een beleggingsonderneming of een marktexploitant een besluit heeft genomen als bedoeld in artikel 1:58a, tweede lid, 1:58b, tweede lid, onderscheidenlijk artikel 1:58c, derde lid. @@ -1868,7 +1874,7 @@ e. zijn de handelingen, bedoeld in onderdeel d, voorzover deze rechtshandelingen ### Artikel 1:77 -**1.** Indien een financiële onderneming ten aanzien waarvan de toezichthouder heeft ingestemd met een voornemen als bedoeld in artikel 2:107, 2:108, 2:111, 2:112, 2:115, 2:117, 2:118, 2:121, 2:121a, 2:122, 2:127, of 2:130 van de toezichthouder een aanwijzing als bedoeld in artikel 1:75 heeft gekregen met betrekking tot de bedrijfsvoering of haar financiële positie, en die financiële onderneming hieraan niet of onvoldoende gevolg heeft gegeven, kan de toezichthouder besluiten er niet langer mee in te stemmen dat die financiële onderneming vanuit het bijkantoor of door middel van het verrichten van diensten haar bedrijf uitoefent of financiële diensten verleent in de andere lidstaat. De toezichthouder doet mededeling van dit besluit aan de toezichthoudende instantie van de betrokken lidstaat. Vanaf het tijdstip van deze mededeling is het de financiële onderneming verboden nog langer vanuit het bijkantoor of door middel van het verrichten van diensten haar bedrijf uit te oefenen of diensten te verlenen in de andere lidstaat. +**1.** Indien een financiële onderneming ten aanzien waarvan de toezichthouder heeft ingestemd met een voornemen als bedoeld in artikel 2:107, 2:108, 2:111, 2:112, 2:115, 2:117, 2:118, 2:120, 2:121, 2:121a, 2:122, 2:127, of 2:130 van de toezichthouder een aanwijzing als bedoeld in artikel 1:75 heeft gekregen met betrekking tot de bedrijfsvoering of haar financiële positie, en die financiële onderneming hieraan niet of onvoldoende gevolg heeft gegeven, kan de toezichthouder besluiten er niet langer mee in te stemmen dat die financiële onderneming vanuit het bijkantoor of de vestiging of door middel van het verrichten van diensten haar bedrijf uitoefent of financiële diensten verleent in de andere staat. De toezichthouder doet mededeling van dit besluit aan de toezichthoudende instantie van de betrokken staat. Vanaf het tijdstip van deze mededeling is het de financiële onderneming verboden nog langer vanuit het bijkantoor of de vestiging of door middel van het verrichten van diensten haar bedrijf uit te oefenen of diensten te verlenen in de andere staat. **2.** Indien een verzekeraar een aanwijzing als bedoeld in artikel 1:75 heeft gekregen met betrekking tot de betrouwbaarheid of deskundigheid van de vertegenwoordiger van de verzekeraar of van een persoon die het dagelijks beleid van die verzekeraar bepaalt, en de verzekeraar hieraan niet of onvoldoende gevolg heeft gegeven, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing. @@ -2058,7 +2064,7 @@ c. na overleg met Onze Minister van Justitie indien het in de aanhef bedoelde ve ### Artikel 1:93a -Indien de Nederlandsche Bank ingevolge afdeling 3.6.2. toezicht houdt op geconsolideerde basis op een Nederlandse beleggingsonderneming of Nederlandse kredietinstelling dan wel toezicht houdt op een financiële onderneming binnen een groep waarop geconsolideerd toezicht wordt gehouden, brengt zij Onze Minister en de instanties, bedoeld in artikel 1:93, eerste lid, onderdeel a, onverwijld op de hoogte van noodsituaties, waaronder ongunstige ontwikkelingen op de financiële markten, die de liquiditeit van de markt en de stabiliteit van het financiële stelsel in de lidstaat waar financiële ondernemingen binnen de groep die in het geconsolideerd toezicht betrokken zijn hun zetel hebben, kunnen aantasten en deelt zij alle informatie mede die voor de uitoefening van hun taken noodzakelijk is. +Indien de Nederlandsche Bank ingevolge afdeling 3.6.2. toezicht houdt op geconsolideerde basis op een Nederlandse beleggingsonderneming of Nederlandse bank dan wel toezicht houdt op een financiële onderneming binnen een groep waarop geconsolideerd toezicht wordt gehouden, brengt zij Onze Minister en de instanties, bedoeld in artikel 1:93, eerste lid, onderdeel a, onverwijld op de hoogte van noodsituaties, waaronder ongunstige ontwikkelingen op de financiële markten, die de liquiditeit van de markt en de stabiliteit van het financiële stelsel in de lidstaat waar financiële ondernemingen binnen de groep die in het geconsolideerd toezicht betrokken zijn hun zetel hebben, kunnen aantasten en deelt zij alle informatie mede die voor de uitoefening van hun taken noodzakelijk is. ### Artikel 1:93b @@ -2102,7 +2108,7 @@ De toezichthouder maakt een besluit tot het opleggen van een bestuurlijke boete a. een verbodsbepaling uit deze wet of ingevolge artikel 1:58, tweede en derde lid, 1:58a, tweede lid, 1:58b, tweede lid, 1:58c, derde lid, 1:59, tweede lid, 1:67, eerste lid, 1:77, eerste lid, derde volzin, 4:4, eerste lid, of 4:4a; b. een bepaling, anders dan bedoeld onder a, die in de algemene maatregel van bestuur op basis van artikel 1:81, eerste lid, beboetbaar is gesteld met tariefnummer 3; -c. artikel 2:10, vierde lid, 2:15, tweede lid, 2:18, tweede lid, 2:25, tweede lid, 2:26, 2:36, vijfde lid, 2:45, vierde lid, 2:54, vierde lid, 2:100, tweede lid, 2:103, 2:107, eerste lid, 3:5, vierde lid, 3:8, 3:9, eerste lid, 3:35, 3:39, eerste lid, 3:47, eerste lid, 3:53, eerste lid, 3:57, eerste lid, 3:57, vijfde lid, 3:63, eerste lid, 3:63, derde lid, 3:67, eerste tot en met derde lid, 3:68, eerste en derde lid, 3:69, eerste lid, 3:72, vijfde lid, 3:99, eerste lid, 3:111a, eerste lid en tweede lid, 3:135, eerste lid, 3:138, eerste lid, 3:139, eerste lid, 3:141, eerste lid, 3:144, eerste lid, 3:145, eerste lid, 3:146, eerste lid, 3:148, eerste lid, 3:153, 3:259, eerste en tweede lid, 3:271, 3:272, eerste lid, 3:285, eerste en tweede lid, 3:286, eerste en tweede lid, 3:296, eerste en derde lid, 4:9, eerste lid, 4:10, eerste lid, 4:19, 4:20, 4:22, 4:23, 4:24, 4:31, eerste lid, 4:42, 4:49, eerste lid, 4:50, tweede lid, 4:53, 4:56, eerste lid, 4:59, tweede lid, 4:60, vierde lid, 4:87, 4:94, derde lid, 4:95, derde lid, 4:96, eerste en tweede lid, 4:100, derde lid, 5:26, eerste lid, 5:34, eerste en tweede lid, 5:35, eerste tot en met vierde lid, 5:38, eerste en tweede lid, 5:39, eerste lid, 5:40, 5:41, eerste en tweede lid, 5:42, 5:43, eerste en tweede lid, 5:48, derde tot en met achtste lid, 5:60, eerste lid, 5:62, eerste lid, of 5:64, eerste lid; of +c. artikel 2:10, vierde lid, 2:15, tweede lid, 2:18, tweede lid, 2:25, tweede lid, 2:26, 2:36, vijfde lid, 2:45, vierde lid, 2:54, vierde lid, 2:100, tweede lid, 2:103, 2:107, eerste lid, 3:5, vierde lid, 3:8, 3:9, eerste lid, 3:39, eerste lid, 3:47, eerste lid, 3:53, eerste lid, 3:57, eerste lid, 3:57, vijfde lid, 3:63, eerste en derde lid, 3:67, eerste tot en met derde lid, 3:68, eerste en derde lid, 3:69, eerste lid, 3:72, derde lid, 3:99, eerste lid, 3:111a, eerste en tweede lid, 3:135, eerste lid, 3:138, eerste lid, 3:139, eerste lid, 3:141, eerste lid, 3:144, eerste lid, 3:145, eerste lid, 3:146, eerste lid, 3:148, eerste lid, 3:153, 3:259, eerste en tweede lid, 3:271, 3:272, eerste lid, 3:285, eerste en tweede lid, 3:286, eerste en tweede lid, 3:296, eerste en derde lid, 4:9, eerste lid, 4:10, eerste lid, 4:19, 4:20, 4:22, 4:23, 4:24, 4:31, eerste tot en met derde lid, 4:31a, 4:42, 4:49, eerste lid, 4:50, tweede lid, 4:53, 4:56, eerste lid, 4:59, tweede lid, 4:60, vierde lid, 4:87, 4:94, derde lid, 4:95, derde lid, 4:96, eerste en tweede lid, 4:100, derde lid, 5:26, eerste lid, 5:34, eerste en tweede lid, 5:35, eerste tot en met vierde lid, 5:38, eerste en tweede lid, 5:39, eerste lid, 5:40, 5:41, eerste en tweede lid, 5:42, 5:43, eerste en tweede lid, 5:48, derde tot en met achtste lid, 5:60, eerste lid, 5:62, eerste lid, of 5:64, eerste lid; of d. een bepaling, anders dan bedoeld onder c, waarvan de overtreding in de algemene maatregel van bestuur op basis van artikel 1:81, eerste lid, beboetbaar is gesteld met tariefnummer 2, voor zover dit in die algemene maatregel van bestuur is bepaald. **2.** De openbaarmaking van het besluit tot het opleggen van een bestuurlijke boete geschiedt niet eerder dan nadat vijf werkdagen zijn verstreken na de dag waarop het besluit aan de betrokken persoon bekend is gemaakt. @@ -2166,13 +2172,13 @@ b. de vergunninghouder, naar later blijkt, bij de aanvraag van de vergunning onj c. de vergunninghouder omstandigheden of feiten heeft verzwegen op grond waarvan, zo zij voor het tijdstip waarop de vergunning werd verleend zich hadden voorgedaan of bekend waren geweest, de vergunning zou zijn geweigerd; d. de vergunninghouder niet meer voldoet aan de bij of krachtens deze wet gestelde regels dan wel niet meer voldoet aan de aan de vergunning verbonden voorschriften of gestelde beperkingen; e. de vergunninghouder geen gebruik van de vergunning heeft gemaakt binnen een termijn van twaalf maanden na vergunningverlening; -f. de vergunninghouder de vergunningplichtige activiteit heeft beëindigd, een beleggingsonderneming of een betaalinstelling is die haar bedrijf gedurende meer dan zes maanden heeft gestaakt of een entiteit voor risico-acceptatie is die haar bedrijf waarvoor zij een vergunning heeft, gedurende meer dan zes maanden heeft gestaakt, een levensverzekeraar dan wel schadeverzekeraar is die zijn bedrijf in een branche waarvoor hij een vergunning heeft, gedurende meer dan zes maanden heeft gestaakt, een natura-uitvaartverzekeraar is die zijn bedrijf waarvoor hij een vergunning heeft, gedurende meer dan zes maanden heeft gestaakt of een herverzekeraar is die zijn bedrijf in een herverzekeringsactiviteit waarvoor hij een vergunning heeft, gedurende meer dan zes maanden heeft gestaakt; +f. de vergunninghouder de vergunningplichtige activiteit heeft beëindigd, een beleggingsonderneming, betaalinstelling of elektronischgeldinstelling is die haar bedrijf gedurende meer dan zes maanden heeft gestaakt of een entiteit voor risico-acceptatie is die haar bedrijf waarvoor zij een vergunning heeft, gedurende meer dan zes maanden heeft gestaakt, een levensverzekeraar dan wel schadeverzekeraar is die zijn bedrijf in een branche waarvoor hij een vergunning heeft, gedurende meer dan zes maanden heeft gestaakt, een natura-uitvaartverzekeraar is die zijn bedrijf waarvoor hij een vergunning heeft, gedurende meer dan zes maanden heeft gestaakt of een herverzekeraar is die zijn bedrijf in een herverzekeringsactiviteit waarvoor hij een vergunning heeft, gedurende meer dan zes maanden heeft gestaakt; g. de vergunninghouder de onderneming ten behoeve waarvan de vergunning is verleend, geheel of gedeeltelijk overdraagt; h. de vergunninghouder overlijdt indien het een natuurlijke persoon betreft of wordt ontbonden indien het een rechtspersoon of personenvennootschap betreft; i. uit de verklaring omtrent de getrouwheid, deel uitmakende van de overige gegevens, bedoeld in artikel 3:71, eerste lid, of de verklaring, bedoeld in de artikelen 3:72, zevende lid, 3:81, derde lid, of 3:86, eerste of tweede lid, niet blijkt dat de jaarrekening of de staten bedoeld in artikel 3:72, eerste of derde lid, een getrouw beeld geeft of geven van de grootte en de samenstelling van het vermogen van de onderneming en van het resultaat over het desbetreffende boekjaar; j. de vergunninghouder in staat van faillissement is komen te verkeren of ten aanzien van hem de schuldsanering natuurlijke personen van toepassing is verklaard, indien door een rechterlijke beschikking een of meer goederen van de vergunninghouder onder bewind zijn gesteld als bedoeld in artikel 380, 409 of 431 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek of indien de ondercuratelestelling van de vergunninghouder is uitgesproken; -k. de vergunninghouder een betaalinstelling is die uitdrukkelijk te kennen heeft gegeven haar bedrijf niet of niet langer te zullen uitoefenen; of -l. de vergunninghouder een betaalinstelling is die door de voortzetting van het uitoefenen van haar bedrijf een bedreiging vormt voor de stabiliteit van het betalingssysteem. +k. de vergunninghouder een betaalinstelling of elektronischgeldinstelling is die uitdrukkelijk te kennen heeft gegeven haar bedrijf niet of niet langer te zullen uitoefenen; of +l. de vergunninghouder een betaalinstelling of elektronischgeldinstelling is die door de voortzetting van het uitoefenen van haar bedrijf een bedreiging vormt voor de stabiliteit van het betalingssysteem. **2.** @@ -2194,8 +2200,9 @@ Het bij of krachtens deze afdeling met betrekking tot een vergunning bepaalde is a. een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in de artikelen 2:69a en 3:110; b. een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 5:32d; -c. een ontheffing als bedoeld in de artikelen 2:23, 2:55, 2:60, 2:65, 2:75, 2:80, 2:86, 2:92, 2:96, 3:5, 3:6, 3:7, 4:3, 5:26 en 5:81, voor zover het een ontheffing betreft van artikel 5:74, eerste lid, of artikel 5:79, met dien verstande dat de ontheffing ook geheel of gedeeltelijk kan worden verleend; en -d. een instemming als bedoeld in artikel 3:116 met dien verstande dat indien een toezichthoudende instantie van een andere lidstaat advies of instemming over de voorgenomen overdracht geeft, de beslistermijn wordt opgeschort met maximaal de termijn die die toezichthoudende instantie ter beschikking staat ingevolge artikel 3:118, vijfde lid. +c. een ontheffing als bedoeld in de artikelen 2:23, 2:55, 2:60, 2:65, 2:75, 2:80, 2:86, 2:92, 2:96, 3:5, 3:6, 3:7, 4:3, 5:26 en 5:81, voor zover het een ontheffing betreft van artikel 5:74, eerste lid, of artikel 5:79, met dien verstande dat de ontheffing ook geheel of gedeeltelijk kan worden verleend; +d. een instemming als bedoeld in artikel 3:116 met dien verstande dat indien een toezichthoudende instantie van een andere lidstaat advies of instemming over de voorgenomen overdracht geeft, de beslistermijn wordt opgeschort met maximaal de termijn die die toezichthoudende instantie ter beschikking staat ingevolge artikel 3:118, vijfde lid; en +e. een instemming als bedoeld in artikel 3:278b. **2.** Op een andere ontheffing dan bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, is artikel 1:102, eerste lid, van overeenkomstige toepassing. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de voorschriften die aan deze ontheffing kunnen worden verbonden. Deze ontheffing kan worden ingetrokken. @@ -2205,7 +2212,7 @@ d. een instemming als bedoeld in artikel 3:116 met dien verstande dat indien een Ter uitvoering van een daartoe strekkend bindend besluit van de Commissie van de Europese Gemeenschappen of van de Raad van de Europese Unie met betrekking tot een staat die geen lidstaat is, schort de toezichthouder respectievelijk Onze Minister, in afwijking van artikel 1:102, geheel of gedeeltelijk op: -a. de behandeling van aanvragen van een vergunning voor het uitoefenen van het bedrijf van kredietinstelling, levensverzekeraar of schadeverzekeraar of voor het verlenen van financiële diensten als beheerder of beleggingsonderneming, die rechtstreeks of middellijk zijn ingediend door financiële ondernemingen waarop het recht van toepassing is van een staat die geen lidstaat is; +a. de behandeling van aanvragen van een vergunning voor het uitoefenen van het bedrijf van bank, levensverzekeraar of schadeverzekeraar of voor het verlenen van financiële diensten als beheerder of beleggingsonderneming, die rechtstreeks of middellijk zijn ingediend door financiële ondernemingen waarop het recht van toepassing is van een staat die geen lidstaat is; b. de behandeling van aanvragen van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95 die rechtstreeks of middellijk zijn ingediend door financiële ondernemingen waarop het recht van toepassing is van een staat die geen lidstaat is; c. de behandeling van kennisgevingen als bedoeld in artikel 3:103 die rechtstreeks of middellijk zijn ingediend door financiële ondernemingen waarop het recht van toepassing is van een staat die geen lidstaat is. @@ -2213,15 +2220,15 @@ c. de behandeling van kennisgevingen als bedoeld in artikel 3:103 die rechtstree Het eerste lid is niet van toepassing op: -a. aanvragen van een vergunning ten behoeve van het oprichten van dochtermaatschappijen die tevens dochtermaatschappijen zijn van een financiële onderneming die in een lidstaat een vergunning heeft voor het uitoefenen van het bedrijf van kredietinstelling, levensverzekeraar, schadeverzekeraar of voor het verlenen van financiële diensten als beheerder of beleggingsonderneming; -b. aanvragen voor een verklaring van geen bezwaar voor gekwalificeerde deelnemingen die tevens gekwalificeerde deelnemingen zijn van een financiële onderneming die in een lidstaat een vergunning heeft voor het uitoefenen van een bedrijf van kredietinstelling, levensverzekeraar, schadeverzekeraar of voor het verlenen van financiële diensten als beheerder of beleggingsonderneming. +a. aanvragen van een vergunning ten behoeve van het oprichten van dochtermaatschappijen die tevens dochtermaatschappijen zijn van een financiële onderneming die in een lidstaat een vergunning heeft voor het uitoefenen van het bedrijf van bank, levensverzekeraar, schadeverzekeraar of voor het verlenen van financiële diensten als beheerder of beleggingsonderneming; +b. aanvragen voor een verklaring van geen bezwaar voor gekwalificeerde deelnemingen die tevens gekwalificeerde deelnemingen zijn van een financiële onderneming die in een lidstaat een vergunning heeft voor het uitoefenen van een bedrijf van bank, levensverzekeraar, schadeverzekeraar of voor het verlenen van financiële diensten als beheerder of beleggingsonderneming. **3.** Indien in een staat die geen lidstaat is de markttoegang en de concurrentiemogelijkheden voor financiële ondernemingen met zetel in een lidstaat beperkter zijn dan voor financiële ondernemingen met een zetel in een staat die geen lidstaat is, stelt de toezichthouder de Commissie van de Europese Gemeenschappen desgevraagd in kennis van: -a. aanvragen voor een vergunning voor het uitoefenen van het bedrijf van kredietinstelling, levensverzekeraar, schadeverzekeraar of voor het verlenen van financiële diensten als beheerder of beleggingsonderneming, die rechtstreeks of middellijk zijn ingediend door een financiële onderneming waarop het recht van toepassing is van de staat die geen lidstaat is; -b. aanvragen voor een verklaring van geen bezwaar voor gekwalificeerde deelnemingen in een kredietinstelling, beheerder of beleggingsonderneming, levensverzekeraar of schadeverzekeraar die rechtstreeks of middellijk zijn ingediend door financiële ondernemingen waarop het recht van toepassing is van de staat die geen lidstaat is, ten gevolge waarvan die kredietinstelling, beleggingsonderneming, levensverzekeraar of schadeverzekeraar dochtermaatschappij zou worden van de aanvrager. +a. aanvragen voor een vergunning voor het uitoefenen van het bedrijf van bank, levensverzekeraar, schadeverzekeraar of voor het verlenen van financiële diensten als beheerder of beleggingsonderneming, die rechtstreeks of middellijk zijn ingediend door een financiële onderneming waarop het recht van toepassing is van de staat die geen lidstaat is; +b. aanvragen voor een verklaring van geen bezwaar voor gekwalificeerde deelnemingen in een bank, beheerder of beleggingsonderneming, levensverzekeraar of schadeverzekeraar die rechtstreeks of middellijk zijn ingediend door financiële ondernemingen waarop het recht van toepassing is van de staat die geen lidstaat is, ten gevolge waarvan die bank, beleggingsonderneming, levensverzekeraar of schadeverzekeraar dochtermaatschappij zou worden van de aanvrager. #### Afdeling 1.6.1a. Verklaringen van geen bezwaar als bedoeld in @@ -2250,7 +2257,7 @@ Het bij of krachtens de artikelen 1:102, eerste en tweede lid, 1:104 en 1:106 me In afwijking van het derde lid kan de Nederlandsche Bank de beslistermijn met ten hoogste dertig werkdagen opschorten indien: a. de aanvrager zijn zetel heeft of onder toezicht staat in een staat die geen lidstaat is; of -b. de aanvrager geen beleggingsonderneming, herverzekeraar, beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten, kredietinstelling, levensverzekeraar, schadeverzekeraar of entiteit voor risico-acceptatie met zetel in Nederland of een andere lidstaat is. +b. de aanvrager geen beleggingsonderneming, herverzekeraar, beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten, bank, levensverzekeraar, schadeverzekeraar of entiteit voor risico-acceptatie met zetel in Nederland of een andere lidstaat is. **5.** Indien de Nederlandsche Bank heeft verzocht om aanvullende informatie als bedoeld in het eerste lid, informeert zij de aanvrager over de datum waarop zij uiterlijk beslist. @@ -2281,7 +2288,7 @@ a. financiële ondernemingen: 5°. waaraan een verbod ingevolge artikel 1:58, tweede en derde lid, 1:58a, tweede lid, 1:58b, tweede lid, 1:58c, derde lid, 1:59, tweede lid, 1:67, eerste lid, 1:77, eerste lid, derde volzin, 4:4, eerste lid, of 4:4a is opgelegd; 6°. die aangesloten onderneming zijn als bedoeld in artikel 2:105; 7°. waarop de vangnetregeling, bedoeld in afdeling 3.5.6, van toepassing is; -8°. die worden beheerd door beheerders waaraan een vergunning is verleend; deze financiële ondernemingen worden in het register opgenomen bij de beheerder die het beheer over hen voert; +8°. die worden beheerd door beheerders waaraan een vergunning of verklaring van ondertoezichtstelling is verleend; deze financiële ondernemingen worden in het register opgenomen bij de beheerder die het beheer over hen voert; 9°. die zich hebben gemeld als beleggingsmaatschappij met veranderlijk kapitaal; 10°. die zijn aangemeld overeenkomstig artikel 2:81, tweede lid, onderdeel b; deze worden in het register opgenomen bij de betrokken aanbieder of aanbieders; 11°. die ingevolge artikel 2:99 of 4:26 aan de Autoriteit Financiële Markten hebben gemeld voornemens te zijn het bedrijf van beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling uit te oefenen; @@ -2308,7 +2315,8 @@ f. de lidstaten waarin een ingeschreven bemiddelaar in verzekeringen bevoegd is g. de naam van de verzekeraar voor wie de volmacht van een ingeschreven gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent geldt en de namen van de natuurlijke personen die het beleid van de gevolmachtigde agent of de ondergevolmachtigde agent bepalen; h. de financiële producten ten aanzien waarvan een ingeschreven financiëledienstverlener ingevolge deze wet diensten mag verlenen, alsmede de aard van de desbetreffende diensten; i. de marktexploitant of de beleggingsonderneming waaraan het ingevolge een besluit als bedoeld in artikel 1:58c, derde lid, niet is toegestaan hun voorzieningen in Nederland beschikbaar te stellen voor in Nederland gevestigde leden of deelnemers op afstand; -j. betaaldienstagenten en de bijkantoren van een betaalinstelling. +j. betaaldienstagenten en de bijkantoren van een betaalinstelling; +k. betaaldienstagenten van een elektronischgeldinstelling met zetel in Nederland. **4.** Indien van toepassing wordt bij doorhaling vermeld dat het desbetreffende besluit nog niet onherroepelijk is. @@ -2353,38 +2361,6 @@ b. alle actuele regelgeving, administratieve procedures en overige informatie di **3.** In afwijking van het eerste lid is voor beroepen tegen besluiten als bedoeld in het tweede lid, met uitzondering van besluiten tot het opleggen van een bestuurlijke boete, het College van Beroep voor het bedrijfsleven bevoegd. -### Hoofdstuk 1.8. Beloningen van dagelijks beleidsbepalers bij steunmaatregelen - -### Artikel 1:112 - -**1.** - -Indien een financiële onderneming in verband met de stabiliteit van het financiële stelsel steun geniet of heeft genoten in de zin van artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, worden de door die onderneming aan haar dagelijks beleidsbepalers over de periode, waarin steun wordt of is genoten, toe te kennen of uit te keren beloningen, alsmede de door die onderneming aan haar dagelijks beleidsbepalers over de periode, voorafgaande aan de steunverlening, toe te kennen of uit te keren beloningen, voor zover die beloningen op het tijdstip dat de steunverlening aanving, nog niet waren toegekend of uitgekeerd, van rechtswege: - -a. op een waarde van € 0 gesteld, voor zover het betreft het niet vaste deel van de beloning, waarvan de toekenning geheel of gedeeltelijk afhankelijk is gesteld van het bereiken van bepaalde doelen of van het zich voordoen van bepaalde omstandigheden; -b. op de waarde gesteld die zij hadden op het moment, onmiddellijk voorafgaand aan het van kracht worden van de steunmaatregel, voor zover het betreft de overige delen van de beloning, met dien verstande dat procentuele stijgingen van die overige delen van de beloning toegestaan blijven, voor zover die stijgingen eveneens gelden voor alle werknemers van de betrokken onderneming. - -**2.** Een financiële onderneming kent geen beloningen toe en keert geen beloningen uit in strijd met het eerste lid. - -**3.** Het orgaan dat belast is met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de onderneming, ziet toe op de naleving van het tweede lid. - -**4.** Bedingen tussen een financiële onderneming en haar dagelijks beleidsbepalers, die in strijd zijn met de strekking van het eerste lid, zijn nietig. - -**5.** Indien de steun is verleend aan een groep in de zin van artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek of een tot zodanige groep behorende rechtspersoon of vennootschap, wordt de aan het hoofd van die groep staande groepsmaatschappij voor de toepassing van het eerste tot en met vierde lid aangemerkt als de in die leden bedoelde financiële onderneming. - -**6.** Indien de aan het hoofd van een groep als bedoeld in het vijfde lid staande groepsmaatschappij haar zetel buiten Nederland heeft, wordt in afwijking van het vijfde lid de binnen de groep hiërarchisch hoogste groepsmaatschappij met zetel in Nederland aangemerkt als de in het eerste tot en met vierde lid bedoelde financiële onderneming. - -### Artikel 1:113 - -**1.** - -Met steun aan een financiële onderneming wordt voor de toepassing van artikel 1:112, eerste lid, gelijkgesteld: - -a. een deelneming van de Staat der Nederlanden in verband met de stabiliteit van het financiële stelsel in die onderneming, of: -b. indien de financiële onderneming deel uitmaakt van een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek: een deelneming van de Staat der Nederlanden in verband met de stabiliteit van het financiële stelsel in een andere tot die groep behorende groepsmaatschappij. - -**2.** De gelijkstelling, bedoeld in het eerste lid, eindigt zodra met de afbouw van de deelneming van de Staat der Nederlanden een aanvang is gemaakt en de eerste vervreemding van door de Staat der Nederlanden gehouden aandelen daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. - ## Titel 2. Deel Markttoegang Financiële Ondernemingen ### Hoofdstuk 2.1. Inleidende bepalingen @@ -2399,7 +2375,7 @@ Indien de toezichthouder bij de verlening van een vergunning een ontheffing als ### Artikel 2:3 -Indien, onverminderd artikel 2:2, de Autoriteit Financiële Markten bij de verlening van een vergunning,waarbij ingevolge artikel 1:48 advies aan de Nederlandsche Bank is gevraagd, tevens een ontheffing als bedoeld in artikel 2:67, vijfde lid. 2:68, vierde lid, of 2:99, zesde lid, verleent, is de Autoriteit Financiële Markten bevoegd tegelijkertijd ontheffing te verlenen van de dienovereenkomstige regels ingevolge het Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen, indien het advies daartoe aanleiding geeft. In die gevallen worden de door de Nederlandsche Bank eventueel geadviseerde voorschriften verbonden aan die ontheffing. Die ontheffing wordt geacht te zijn verleend door de Nederlandsche Bank voorzover betrekking hebbend op regels ingevolge het Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen. +Indien, onverminderd artikel 2:2, de Autoriteit Financiële Markten bij de verlening van een vergunning,waarbij ingevolge artikel 1:48 advies aan de Nederlandsche Bank is gevraagd, tevens een ontheffing als bedoeld in artikel 2:67, vijfde lid, 2:68, vierde lid, of 2:99, zesde lid, verleent, is de Autoriteit Financiële Markten bevoegd tegelijkertijd ontheffing te verlenen van de dienovereenkomstige regels ingevolge het Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen, indien het advies daartoe aanleiding geeft. In die gevallen worden de door de Nederlandsche Bank eventueel geadviseerde voorschriften verbonden aan die ontheffing. Die ontheffing wordt geacht te zijn verleend door de Nederlandsche Bank voorzover betrekking hebbend op regels ingevolge het Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen. ### Hoofdstuk 2.2. Toegang tot de Nederlandse financiële markten @@ -2411,7 +2387,9 @@ Indien, onverminderd artikel 2:2, de Autoriteit Financiële Markten bij de verle **1.** Het is een ieder met zetel in Nederland verboden zonder een daartoe door de Nederlandsche Bank verleende vergunning het bedrijf uit te oefenen van betaaldienstverlener. -**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op financiële ondernemingen die voor het uitoefenen van het bedrijf van kredietinstelling een door de Nederlandsche Bank op grond van dit deel verleende vergunning hebben, voor zover het aan hen ingevolge die vergunning is toegestaan betaaldiensten te verlenen. +**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op financiële ondernemingen die voor het uitoefenen van het bedrijf van bank of voor het uitoefenen van het bedrijf van elektronischgeldinstelling een door de Nederlandsche Bank op grond van dit deel verleende vergunning hebben, voor zover het aan hen ingevolge die vergunning is toegestaan betaaldiensten te verlenen. + +**3.** Het eerste lid is niet van toepassing op elektronischgeldinstellingen die gevestigd zijn in een door Onze Minister aangewezen staat als bedoeld in artikel 2:10f, derde lid, en die voldoen aan de in artikel 2:10f, derde lid, bedoelde voorwaarden. ### Artikel 2:3b @@ -2425,7 +2403,7 @@ c. artikel 3:10, eerste en tweede lid, met betrekking tot het beleid met betrekk d. artikel 3:15, eerste en tweede lid, met betrekking tot het minimum aantal personen dat het dagelijks beleid bepaalt en de plaats van waaruit zij hun werkzaamheden verrichten; e. artikel 3:16, eerste en tweede lid, met betrekking tot de zeggenschapsstructuur; f. artikel 3:17, eerste en tweede lid, met betrekking tot de inrichting van de bedrijfsvoering; -g. artikel 3:29a met betrekking tot het veiligstellen van ontvangen middelen uit betaaldiensten, voor zover van toepassing; +g. artikel 3:29a, eerste lid, met betrekking tot het veiligstellen van ontvangen middelen uit betaaldiensten, voor zover van toepassing; h. artikel 3:53, eerste en derde lid, met betrekking tot het minimum eigen vermogen; i. artikel 3:57, eerste tot en met derde lid, met betrekking tot de solvabiliteit. @@ -2466,7 +2444,7 @@ Het is een ieder met zetel in een staat die geen lidstaat is verboden: a. in Nederland het bedrijf van betaaldienstverlener uit te oefenen; b. vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor het bedrijf van betaaldienstverlener uit te oefenen in een andere lidstaat. -**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op financiële ondernemingen die voor het uitoefenen van het bedrijf van kredietinstelling een door de Nederlandsche Bank op grond van dit deel verleende vergunning hebben, voor zover het aan hen ingevolge die vergunning is toegestaan betaaldiensten te verlenen. +**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op financiële ondernemingen die voor het uitoefenen van het bedrijf van bank een door de Nederlandsche Bank op grond van dit deel verleende vergunning hebben, voor zover het aan hen ingevolge die vergunning is toegestaan betaaldiensten te verlenen. #### Afdeling 2.2.1. Uitoefenen van bedrijf van clearinginstelling @@ -2488,7 +2466,7 @@ a. artikel 3:8 met betrekking tot de deskundigheid van de in dat artikel bedoeld b. artikel 3:9 met betrekking tot de betrouwbaarheid van de in dat artikel genoemde personen; c. artikel 3:10, eerste en tweede lid, met betrekking tot het beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening; d. artikel 3:15, eerste en tweede lid, met betrekking tot het minimum aantal personen dat het dagelijks beleid bepaalt en de plaats van waaruit zij hun werkzaamheden verrichten; -e. artikel 3:16 met betrekking tot de zeggenschapsstructuur; +e. artikel 3:16, eerste en derde lid, met betrekking tot de zeggenschapsstructuur; f. artikel 3:17, eerste en tweede lid, met betrekking tot de inrichting van de bedrijfsvoering; g. artikel 3:19, eerste en tweede lid, met betrekking tot het minimum aantal leden van de raad van commissarissen of het daarmee vergelijkbaar orgaan als bedoeld in artikel 3:19, tweede lid; h. artikel 3:53, eerste en derde lid, met betrekking tot het minimum eigen vermogen; @@ -2526,7 +2504,7 @@ f. artikel 3:53, eerste en derde lid, met betrekking tot het minimum eigen vermo g. artikel 3:57, eerste en tweede lid, met betrekking tot de solvabiliteit; en h. artikel 3:63, eerste en tweede lid, met betrekking tot de liquiditeit, -met dien verstande dat voor de toepassing van de onderdelen a tot en met d en f tot en met h in de genoemde artikelen voor «een clearinginstelling met zetel in Nederland» telkens moet worden gelezen: «het bijkantoor in Nederland van een clearinginstelling met zetel in een niet-aangewezen staat», en dat voor de toepassing van onderdeel e in het genoemde artikel voor «kredietinstelling met zetel in een staat die geen lidstaat is», moet worden gelezen: «clearinginstelling met zetel in een niet-aangewezen staat». +met dien verstande dat voor de toepassing van de onderdelen a tot en met d en f tot en met h in de genoemde artikelen voor «een clearinginstelling met zetel in Nederland» telkens moet worden gelezen: «het bijkantoor in Nederland van een clearinginstelling met zetel in een niet-aangewezen staat», en dat voor de toepassing van onderdeel e in het genoemde artikel voor «bank met zetel in een staat die geen lidstaat is», moet worden gelezen: «clearinginstelling met zetel in een niet-aangewezen staat». **2.** De aanvraag van de vergunning geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens. @@ -2558,7 +2536,7 @@ met dien verstande dat voor de toepassing van de onderdelen a tot en met d en f **3.** Indien de Nederlandsche Bank een kennisgeving als bedoeld in het eerste lid heeft ontvangen, deelt zij de betrokken clearinginstelling onverwijld deze ontvangst mede. -**4.** De Nederlandsche Bank kan binnen twee maanden na ontvangst van de kennisgeving de clearinginstelling mededelen welke voorwaarden om redenen van algemeen belang door de clearinginstelling in acht moeten worden genomen bij het uitoefenen van haar bedrijf vanuit het in Nederland gelegen bijkantoor. +**4.** De Nederlandsche Bank kan binnen twee maanden na ontvangst van de kennisgeving de toezichthoudende instantie van de aangewezen staat mededelen welke voorwaarden om redenen van algemeen belang door de clearinginstelling in acht moeten worden genomen bij het uitoefenen van haar bedrijf vanuit het in Nederland gelegen bijkantoor. De Nederlandsche Bank zendt hiervan een afschrift aan de clearinginstelling. #### Afdeling 2.2.1.a. Uitoefenen van bedrijf van elektronischgeldinstelling @@ -2627,17 +2605,15 @@ b. vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor het bedrijf van elektronischgeldin **3.** Het eerste lid is niet van toepassing op elektronischgeldinstellingen met zetel in een door Onze Minister aan te wijzen staat. -#### Afdeling 2.2.2. Uitoefenen van bedrijf van kredietinstelling en financiële instelling +#### Afdeling 2.2.2. Uitoefenen van bedrijf van bank en financiële instelling -##### Paragraaf 2.2.2.1. Vergunningplicht en -eisen voor kredietinstellingen met zetel in Nederland +##### Paragraaf 2.2.2.1. Vergunningplicht en -eisen voor banken met zetel in Nederland ### Artikel 2:11 -**1.** Het is een ieder met zetel in Nederland verboden zonder een daartoe door de Nederlandsche Bank verleende vergunning het bedrijf uit te oefenen van bank of elektronischgeldinstelling. +**1.** Het is een ieder met zetel in Nederland verboden zonder een daartoe door de Nederlandsche Bank verleende vergunning het bedrijf uit te oefenen van bank. -**2.** Het eerste lid is voorzover het betreft het uitoefenen van het bedrijf van elektronischgeldinstelling niet van toepassing op financiële ondernemingen met zetel in Nederland die voor het uitoefenen van het bedrijf van bank een door de Nederlandsche Bank op grond van dit deel verleende vergunning hebben. - -**3.** Het eerste lid is niet van toepassing op degene die gelden ter beschikking verkrijgt als bedoeld in artikel 3:2. +**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op degene die gelden ter beschikking verkrijgt als bedoeld in artikel 3:2. ### Artikel 2:12 @@ -2649,7 +2625,7 @@ a. artikel 3:8 met betrekking tot de deskundigheid van de in dat artikel bedoeld b. artikel 3:9 met betrekking tot de betrouwbaarheid van de in dat artikel genoemde personen; c. artikel 3:10, eerste en tweede lid, met betrekking tot het beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening; d. artikel 3:15, eerste en tweede lid, met betrekking tot het minimum aantal personen dat het dagelijks beleid bepaalt en de plaats van waaruit zij hun werkzaamheden verrichten; -e. artikel 3:16 met betrekking tot de zeggenschapsstructuur; +e. artikel 3:16, eerste en tweede lid, met betrekking tot de zeggenschapsstructuur; f. artikel 3:17, eerste en tweede lid, met betrekking tot de inrichting van de bedrijfsvoering; g. artikel 3:19, eerste en tweede lid, met betrekking tot het minimum aantal leden van een raad van commissarissen of een daarmee vergelijkbaar orgaan als bedoeld in artikel 3:19, tweede lid; h. artikel 3:31 met betrekking tot geconsolideerd toezicht; @@ -2675,27 +2651,27 @@ c. artikel 4:91a met betrekking tot de regels die gelden voor het handelsproces **2.** De aanvraag van de vergunning geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens. -##### Paragraaf 2.2.2.2. Bijkantoor en verrichten van diensten door kredietinstellingen met zetel in een andere lidstaat +##### Paragraaf 2.2.2.2. Bijkantoor en verrichten van diensten door banken met zetel in een andere lidstaat ### Artikel 2:14 -**1.** Indien de Nederlandsche Bank een mededeling van het voornemen van een kredietinstelling met zetel in een andere lidstaat tot het uitoefenen van haar bedrijf vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor heeft ontvangen van een toezichthoudende instantie van een andere lidstaat, deelt zij de betrokken kredietinstelling onverwijld deze ontvangst mede. +**1.** Indien de Nederlandsche Bank een mededeling van het voornemen van een bank met zetel in een andere lidstaat tot het uitoefenen van haar bedrijf vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor heeft ontvangen van een toezichthoudende instantie van een andere lidstaat, deelt zij de betrokken bank onverwijld deze ontvangst mede. -**2.** De Nederlandsche Bank kan binnen twee maanden na ontvangst van de mededeling de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat mededelen welke voorwaarden om redenen van algemeen belang door de kredietinstelling in acht moeten worden genomen bij het uitoefenen van haar bedrijf vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor. De Nederlandsche Bank zendt hiervan een afschrift aan de kredietinstelling. +**2.** De Nederlandsche Bank kan binnen twee maanden na ontvangst van de mededeling de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat mededelen welke voorwaarden om redenen van algemeen belang door de bank in acht moeten worden genomen bij het uitoefenen van haar bedrijf vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor. De Nederlandsche Bank zendt hiervan een afschrift aan de bank. ### Artikel 2:15 -**1.** Een kredietinstelling met zetel in een andere lidstaat die een vergunning heeft voor het uitoefenen van haar bedrijf, verleend door de toezichthoudende instantie van die lidstaat, en voornemens is haar bedrijf uit te oefenen vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor kan daartoe overgaan twee maanden na ontvangst van de mededeling, bedoeld in artikel 2:14, eerste lid, of onmiddellijk na ontvangst van de mededeling, bedoeld in artikel 2:14, tweede lid. +**1.** Een bank met zetel in een andere lidstaat die een vergunning heeft voor het uitoefenen van haar bedrijf, verleend door de toezichthoudende instantie van die lidstaat, en voornemens is haar bedrijf uit te oefenen vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor kan daartoe overgaan twee maanden na ontvangst van de mededeling, bedoeld in artikel 2:14, eerste lid, of onmiddellijk na ontvangst van de mededeling, bedoeld in artikel 2:14, tweede lid. -**2.** Het is de kredietinstelling toegestaan de werkzaamheden, genoemd in bijlage I van de herziene richtlijn banken, te verrichten, tenzij in de mededeling, bedoeld in artikel 2:14, eerste lid, uitdrukkelijk anders is bepaald of die mededeling het verrichten van die werkzaamheden niet vermeldt. +**2.** Het is de bank toegestaan de werkzaamheden, genoemd in bijlage I van de herziene richtlijn banken, te verrichten, tenzij in de mededeling, bedoeld in artikel 2:14, eerste lid, uitdrukkelijk anders is bepaald of die mededeling het verrichten van die werkzaamheden niet vermeldt. ### Artikel 2:16 -**1.** Het is een ieder met zetel in een andere lidstaat die naar het recht van de lidstaat van de zetel geen door de toezichthoudende instantie van die lidstaat verleende vergunning behoeft te hebben voor het uitoefenen van het bedrijf van kredietinstelling en een dergelijke vergunning niet op vrijwillige basis heeft verkregen, verboden zonder een daartoe door de Nederlandsche Bank verleende vergunning vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor het bedrijf van kredietinstelling uit te oefenen. +**1.** Het is een ieder met zetel in een andere lidstaat die naar het recht van de lidstaat van de zetel geen door de toezichthoudende instantie van die lidstaat verleende vergunning behoeft te hebben voor het uitoefenen van het bedrijf van bank en een dergelijke vergunning niet op vrijwillige basis heeft verkregen, verboden zonder een daartoe door de Nederlandsche Bank verleende vergunning vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor het bedrijf van bank uit te oefenen. **2.** Het eerste lid is voorzover het betreft het uitoefenen van het bedrijf van elektronischgeldinstelling niet van toepassing op financiële ondernemingen met zetel in een andere lidstaat die een door de toezichthoudende instantie van die lidstaat verleende vergunning hebben voor het uitoefenen van het bedrijf van bank, tenzij deze vergunning anders vermeldt. -**3.** Het is een ieder met zetel in een andere lidstaat die naar het recht van de lidstaat van de zetel geen door de toezichthoudende instantie van die lidstaat verleende vergunning behoeft te hebben voor het uitoefenen van het bedrijf van kredietinstelling en een dergelijke vergunning niet op vrijwillige basis heeft verkregen, verboden het bedrijf van bank uit te oefenen door middel van het verrichten van diensten naar Nederland tenzij hij hiervan kennis geeft aan de Nederlandsche Bank en aantoont dat zal worden voldaan aan het bepaalde ingevolge artikel 3:57. Indien ingevolge artikel 3:57, tweede lid, bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels zijn gesteld, toont de aanvrager tevens aan dat zal worden voldaan aan die regels, voorzover dat bij die algemene maatregel van bestuur is bepaald. +**3.** Het is een ieder met zetel in een andere lidstaat die naar het recht van de lidstaat van de zetel geen door de toezichthoudende instantie van die lidstaat verleende vergunning behoeft te hebben voor het uitoefenen van het bedrijf van bank en een dergelijke vergunning niet op vrijwillige basis heeft verkregen, verboden het bedrijf van bank uit te oefenen door middel van het verrichten van diensten naar Nederland tenzij hij hiervan kennis geeft aan de Nederlandsche Bank en aantoont dat zal worden voldaan aan het bepaalde ingevolge artikel 3:57. Indien ingevolge artikel 3:57, tweede lid, bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels zijn gesteld, toont de aanvrager tevens aan dat zal worden voldaan aan die regels, voorzover dat bij die algemene maatregel van bestuur is bepaald. **4.** @@ -2721,7 +2697,7 @@ h. artikel 3:57, eerste en tweede lid, met betrekking tot de solvabiliteit; i. artikel 3:63, eerste en tweede lid, met betrekking tot de liquiditeit; en j. artikel 3:75 met betrekking tot een afzonderlijke boekhouding, -met dien verstande dat voor de toepassing van de onderdelen a tot en met d en g tot en met i in de genoemde artikelen voor «een kredietinstelling in Nederland» telkens moet worden gelezen: «het bijkantoor in Nederland van een kredietinstelling met zetel in een andere lidstaat». +met dien verstande dat voor de toepassing van de onderdelen a tot en met d en g tot en met i in de genoemde artikelen voor «een bank in Nederland» telkens moet worden gelezen: «het bijkantoor in Nederland van een bank met zetel in een andere lidstaat». **2.** De aanvraag van de vergunning geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens. @@ -2735,15 +2711,13 @@ met dien verstande dat voor de toepassing van de onderdelen a tot en met d en g ### Artikel 2:19 -Een elektronischgeldinstelling met zetel in een andere lidstaat die een door de toezichthoudende instantie van die lidstaat verleende vergunning heeft voor het uitoefenen van haar bedrijf en voornemens is voor de eerste maal door middel van het verrichten van diensten naar Nederland haar bedrijf uit te oefenen, kan daartoe overgaan nadat zij de toezichthoudende instantie van de lidstaat waar zij haar zetel heeft, kennis heeft gegeven van het voornemen. +Vervallen -##### Paragraaf 2.2.2.3. Vergunningplicht en -eisen voor kredietinstellingen met zetel in een staat die geen lidstaat is +##### Paragraaf 2.2.2.3. Vergunningplicht en -eisen voor banken met zetel in een staat die geen lidstaat is ### Artikel 2:20 -**1.** Het is een ieder met zetel in een staat die geen lidstaat is verboden zonder een daartoe door de Nederlandsche Bank verleende vergunning het bedrijf uit te oefenen van bank of elektronischgeldinstelling vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor. - -**2.** Het eerste lid is voorzover het betreft het uitoefenen van het bedrijf van elektronischgeldinstelling niet van toepassing op financiële ondernemingen met zetel in een staat die geen lidstaat is die voor het uitoefenen van het bedrijf van bank vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor een door de Nederlandsche Bank op grond van dit deel verleende vergunning hebben. +Het is een ieder met zetel in een staat die geen lidstaat is verboden zonder een daartoe door de Nederlandsche Bank verleende vergunning het bedrijf uit te oefenen van bank vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor. ### Artikel 2:21 @@ -2758,11 +2732,11 @@ d. artikel 3:17, eerste en tweede lid, met betrekking tot de inrichting van de b e. artikel 3:21 met betrekking tot het minimum aantal personen dat het dagelijks beleid van het bijkantoor bepaalt en de plaats van waaruit zij hun werkzaamheden verrichten; f. artikel 3:46 met betrekking tot geconsolideerd toezicht; g. artikel 3:53, eerste en derde lid, met betrekking tot het minimum eigen vermogen; -h. artikel 3:57, eerste lid en tweede lid, met betrekking tot de solvabiliteit; +h. artikel 3:57, eerste en tweede lid, met betrekking tot de solvabiliteit; i. artikel 3:63, eerste en tweede lid, met betrekking tot de liquiditeit; en j. artikel 3:75 met betrekking tot een afzonderlijke boekhouding, -met dien verstande dat voor de toepassing van de onderdelen a tot en met d en g tot en met i in de genoemde artikelen voor «een kredietinstelling in Nederland» telkens moet worden gelezen: «het bijkantoor in Nederland van een kredietinstelling met zetel in een staat die geen lidstaat is». +met dien verstande dat voor de toepassing van de onderdelen a tot en met d en g tot en met i in de genoemde artikelen voor «een bank in Nederland» telkens moet worden gelezen: «het bijkantoor in Nederland van een bank met zetel in een staat die geen lidstaat is». **2.** De aanvraag van de vergunning geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens. @@ -2772,7 +2746,7 @@ met dien verstande dat voor de toepassing van de onderdelen a tot en met d en g **1.** -De Nederlandsche Bank verleent op aanvraag een vergunning als bedoeld in artikel 2:20 aan een kredietinstelling die naast de uitoefening van het bedrijf van kredietinstelling voornemens is een beleggingsdienst te verlenen of een beleggingsactiviteit te verrichten, indien de aanvrager, onverminderd artikel 2:21, aantoont dat zal worden voldaan aan het bepaalde ingevolge: +De Nederlandsche Bank verleent op aanvraag een vergunning als bedoeld in artikel 2:20 aan een bank die naast de uitoefening van het bedrijf van bank voornemens is een beleggingsdienst te verlenen of een beleggingsactiviteit te verrichten in Nederland, indien de aanvrager, onverminderd artikel 2:21, aantoont dat zal worden voldaan aan het bepaalde ingevolge: a. artikel 4:14, tweede lid, onderdeel c, onder 1° tot en met 6° met betrekking tot de inrichting van de bedrijfsvoering; b. artikel 4:87 met betrekking tot het treffen van adequate maatregelen ter bescherming van de rechten van cliënten; en @@ -2782,9 +2756,7 @@ c. artikel 4:91a met betrekking tot de regels die gelden voor het handelsproces ### Artikel 2:23 -**1.** Het is een ieder met zetel in een staat die geen lidstaat is verboden het bedrijf van elektronischgeldinstelling uit te oefenen door middel van het verrichten van diensten naar Nederland vanuit een vestiging in een staat die geen lidstaat is. - -**2.** De Nederlandsche Bank kan op aanvraag ontheffing verlenen van het eerste lid indien de aanvrager aantoont dat de belangen die dit deel en het Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen beogen te beschermen anderszins voldoende worden beschermd. +Vervallen ##### Paragraaf 2.2.2.4. Bijkantoor en verrichten van diensten door financiële instellingen met zetel in een andere lidstaat @@ -2798,11 +2770,11 @@ c. artikel 4:91a met betrekking tot de regels die gelden voor het handelsproces **1.** Een financiële instelling met zetel in een andere lidstaat die een door de toezichthoudende instantie van die lidstaat verleende verklaring heeft voor het uitoefenen van haar bedrijf die overeenkomt met de verklaring van ondertoezichtstelling, bedoeld in artikel 3:110 en die voornemens is haar bedrijf uit te oefenen vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor, kan daartoe overgaan twee maanden na de datum waarop de Nederlandsche Bank de mededeling, bedoeld in artikel 2:24, eerste lid, heeft ontvangen of onmiddellijk na ontvangst van de mededeling, bedoeld in artikel 2:24, tweede lid. -**2.** Het is de financiële instelling toegestaan de werkzaamheden, genoemd in bijlage I, onderdelen 2 tot en met 14, van de herziene richtlijn banken, te verrichten, tenzij in de aan haar verleende verklaring, bedoeld in het eerste lid, uitdrukkelijk anders is bepaald of de mededeling, bedoeld in artikel 2:24, eerste lid, het verrichten van die werkzaamheden niet vermeldt. +**2.** Het is de financiële instelling toegestaan de werkzaamheden, genoemd in bijlage I, onderdelen 2 tot en met 12 en 15, van de herziene richtlijn banken, te verrichten, tenzij in de aan haar verleende verklaring, bedoeld in het eerste lid, uitdrukkelijk anders is bepaald of de mededeling, bedoeld in artikel 2:24, eerste lid, het verrichten van die werkzaamheden niet vermeldt. ### Artikel 2:26 -Het is een financiële instelling met zetel in een andere lidstaat die een door de toezichthoudende instantie van die lidstaat verleende verklaring heeft voor het uitoefenen van haar bedrijf die overeenkomt met de verklaring van ondertoezichtstelling, bedoeld in artikel 3:110, en die haar bedrijf uitoefent door middel van het verrichten van diensten naar Nederland, toegestaan de werkzaamheden genoemd in bijlage I, onderdelen 2 tot en met 14, van de herziene richtlijn banken te verrichten, tenzij in de in die lidstaat verleende verklaring, die overeenkomt met de verklaring van ondertoezichtstelling, bedoeld in artikel 3:110, uitdrukkelijk anders is bepaald dan wel zij van de werkzaamheden die zij voornemens is door middel van het verrichten van diensten naar Nederland uit te oefenen geen kennis heeft gegeven aan de toezichthoudende instantie van de lidstaat waar zij haar zetel heeft. +Het is een financiële instelling met zetel in een andere lidstaat die een door de toezichthoudende instantie van die lidstaat verleende verklaring heeft voor het uitoefenen van haar bedrijf die overeenkomt met de verklaring van ondertoezichtstelling, bedoeld in artikel 3:110, en die haar bedrijf uitoefent door middel van het verrichten van diensten naar Nederland, toegestaan de werkzaamheden genoemd in bijlage I, onderdelen 2 tot en met 12 en 15, van de herziene richtlijn banken te verrichten, tenzij in de in die lidstaat verleende verklaring, die overeenkomt met de verklaring van ondertoezichtstelling, bedoeld in artikel 3:110, uitdrukkelijk anders is bepaald dan wel zij van de werkzaamheden die zij voornemens is door middel van het verrichten van diensten naar Nederland uit te oefenen geen kennis heeft gegeven aan de toezichthoudende instantie van de lidstaat waar zij haar zetel heeft. #### Afdeling 2.2.2a. Uitoefenen van bedrijf van herverzekeraar @@ -2832,7 +2804,7 @@ g. artikel 3:19, eerste lid, met betrekking tot het minimum aantal leden van de h. artikel 3:20, met betrekking tot de rechtsvorm; i. artikel 3:53, eerste tot en met vierde lid, met betrekking tot het minimum eigen vermogen; j. artikel 3:57, eerste tot en met vierde lid, met betrekking tot de solvabiliteit; en -k. artikel 3:70 met betrekking tot het boekjaar. +k. artikel 3:70, eerste lid met betrekking tot het boekjaar. **2.** Indien de aanvraag een herverzekeraar met zetel in Nederland betreft waarin een gekwalificeerde deelneming wordt gehouden, verleent de Nederlandsche Bank, onverminderd het eerste lid, een vergunning indien de houder van de gekwalificeerde deelneming een verklaring van geen bezwaar overeenkomstig artikel 3:95, tweede lid, heeft aangevraagd, en de Nederlandsche Bank van oordeel is dat voldaan is aan het bepaalde ingevolge de artikelen 3:99 tot en met 3:101 met betrekking tot de verklaring van geen bezwaar. @@ -2881,7 +2853,7 @@ d. artikel 3:16, eerste en tweede lid, met betrekking tot de zeggenschapsstructu e. artikel 3:17, eerste en tweede lid, met betrekking tot de inrichting van de bedrijfsvoering; f. artikel 3:53, eerste tot en met vierde lid, met betrekking tot het minimum eigen vermogen; g. artikel 3:57, eerste tot en met vierde lid, met betrekking tot de solvabiliteit; en -h. artikel 3:70 met betrekking tot het boekjaar, +h. artikel 3:70, eerste lid met betrekking tot het boekjaar, alsmede dat de aanvrager voldoet aan artikel 3:24, met betrekking tot de rechtspersoonlijkheid, de bevoegdheid tot uitoefening van het bedrijf van herverzekeraar, en de uitoefening van die bevoegdheid, met dien verstande dat voor de toepassing van de onderdelen a tot en met h in de in die onderdelen genoemde artikelen voor «een verzekeraar» telkens moet worden gelezen: «het in Nederland gelegen bijkantoor van een herverzekeraar met zetel in een niet-aangewezen staat». @@ -3214,7 +3186,7 @@ alsmede dat de aanvrager zal voldoen aan artikel 3:24 met betrekking tot de rech **2.** De aanvraag van de vergunning geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens. -**3.** De Nederlandsche Bank kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk ontheffing verlenen van het eerste lid, aanhef en onderdeel c en d tot en met h, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die de in het eerste lid genoemde artikelen beogen te bereiken anderszins worden bereikt. +**3.** De Nederlandsche Bank kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk ontheffing verlenen van het eerste lid, aanhef en onderdelen c tot en met h, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die de in het eerste lid genoemde artikelen beogen te bereiken anderszins worden bereikt. ### Artikel 2:52 @@ -3240,7 +3212,7 @@ alsmede dat de aanvrager zal voldoen aan artikel 3:24 met betrekking tot de rech **3.** Indien de Nederlandsche Bank een kennisgeving als bedoeld in het eerste lid heeft ontvangen, deelt zij de ontvangst hiervan onverwijld mede aan de natura-uitvaartverzekeraar die de kennisgeving heeft gedaan. -**4.** De Nederlandsche Bank kan binnen twee maanden na ontvangst van de kennisgeving van de natura-uitvaartverzekeraar mededelen welke voorwaarden om redenen van algemeen belang door de natura-uitvaartverzekeraar in acht moeten worden genomen bij het uitoefenen van zijn bedrijf vanuit het in Nederland gelegen bijkantoor. +**4.** De Nederlandsche Bank kan binnen twee maanden na ontvangst van de kennisgeving de toezichthoudende instantie van de aangewezen staat mededelen welke voorwaarden om redenen van algemeen belang door de natura-uitvaartverzekeraar in acht moeten worden genomen bij het uitoefenen van zijn bedrijf vanuit het in Nederland gelegen bijkantoor. De Nederlandsche Bank zendt hiervan een afschrift aan de natura-uitvaartverzekeraar. #### Afdeling 2.2.4a. Uitoefenen van bedrijf van entiteit voor risico-acceptatie @@ -3454,7 +3426,7 @@ met dien verstande dat voor de toepassing van de in de onderdelen a tot en met c **2.** De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het eerste lid en van hetgeen in het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen is bepaald met betrekking tot het aanbieden van beleggingsobjecten, indien de aanvrager aantoont dat de belangen die dit deel en het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen beogen te beschermen anderszins voldoende worden beschermd. -**3.** Het eerste lid is niet van toepassing op het aanbieden van beleggingsobjecten, voor zover het betreft overeenkomsten die voor 1 januari 2007 zijn aangegaan met betrekking tot beleggingsobjecten die op dat tijdstip geen beleggingsobject waren als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wfd of ingevolge onderdeel m, onder 8°, van dat artikel waren aangewezen als financieel product. +**3.** Het eerste lid is niet van toepassing op het aanbieden van beleggingsobjecten, voor zover het betreft overeenkomsten die voor 1 januari 2007 zijn aangegaan met betrekking tot beleggingsobjecten die op dat tijdstip geen beleggingsobject waren als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet financiële dienstverlening of ingevolge onderdeel m, onder 8°, van dat artikel waren aangewezen als financieel product. ### Artikel 2:56 @@ -3492,10 +3464,12 @@ e. artikel 4:15, eerste en tweede lid, met betrekking tot de inrichting van de b ### Artikel 2:59 -**1.** Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden geregeld van artikel 2:55, eerste lid. +**1.** Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden geregeld van artikel 2:55, eerste lid, met dien verstande dat in ieder geval worden vrijgesteld de aanbieders van beleggingsobjecten voorzover die beleggingsobjecten worden aangeboden voor een nominaal bedrag per beleggingsobject van ten minste € 100 000. **2.** Bij ministeriële regeling kan geheel of gedeeltelijk vrijstelling worden geregeld van artikel 2:58, eerste lid. +**3.** Indien aan een vrijstelling als bedoeld in het eerste lid het voorschrift wordt verbonden dat bij een aanbod, en in reclame-uitingen en documenten waarin een aanbod in het vooruitzicht wordt gesteld, wordt vermeld dat de vrijgestelde activiteit niet vergunningplichtig is ingevolge deze wet, wordt deze vermelding gedaan op door de Autoriteit Financiële Markten vast te stellen wijze. + #### Afdeling 2.2.6. Aanbieden van krediet ##### Paragraaf 2.2.6.1. Vergunningplicht en -eisen @@ -3777,7 +3751,14 @@ b. de beheerder of de instelling voor collectieve belegging in effecten niet zal ### Artikel 2:74 -Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden geregeld van artikel 2:65, eerste lid. +**1.** + +Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden geregeld van artikel 2:65, eerste lid, met dien verstande dat in ieder geval worden vrijgesteld degenen die rechten van deelneming in een beleggingsinstelling aanbieden: + +a. voor zover die rechten slechts kunnen worden verworven tegen een tegenwaarde van ten minste € 100 000 per deelnemer; of +b. voor zover die rechten een nominale waarde per recht hebben van ten minste € 100 000. + +**2.** Indien aan een vrijstelling als bedoeld in het eerste lid het voorschrift wordt verbonden dat bij een aanbod, en in reclame-uitingen en documenten waarin een aanbod in het vooruitzicht wordt gesteld, wordt vermeld dat de vrijgestelde activiteit niet vergunningplichtig is ingevolge deze wet, wordt deze vermelding gedaan op door de Autoriteit Financiële Markten vast te stellen wijze. #### Afdeling 2.2.8. Adviseren over andere financiële producten dan financiële instrumenten @@ -3798,8 +3779,9 @@ Artikel 2:75, eerste lid, is niet van toepassing op financiële ondernemingen di a. voor het uitoefenen van het bedrijf van verzekeraar een door de Nederlandsche Bank op grond van dit deel verleende vergunning hebben, voorzover het aan hen ingevolge die vergunning is toegestaan te adviseren; b. voor het uitoefenen van het bedrijf van financiële instelling een door de Nederlandsche Bank op grond van het Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen verleende verklaring van ondertoezichtstelling hebben, voorzover het aan hen ingevolge die verklaring is toegestaan te adviseren; c. voor het uitoefenen van het bedrijf van bank een door de Nederlandsche Bank op grond van dit deel verleende vergunning hebben; -d. voor het uitoefenen van het bedrijf van elektronischgeldinstelling een door de Nederlandsche Bank op grond van dit deel verleende vergunning hebben, voorzover het aan hen ingevolge die vergunning is toegestaan te adviseren; of -e. voor het uitoefenen van het bedrijf van premiepensioeninstelling een door de Nederlandsche Bank op grond van dit deel verleende vergunning hebben, voorzover het aan hen ingevolge die vergunning is toegestaan te adviseren. +d. voor het uitoefenen van het bedrijf van elektronischgeldinstelling een door de Nederlandsche Bank op grond van dit deel verleende vergunning hebben, voorzover het aan hen ingevolge die vergunning is toegestaan te adviseren; +e. voor het uitoefenen van het bedrijf van premiepensioeninstelling een door de Nederlandsche Bank op grond van dit deel verleende vergunning hebben, voorzover het aan hen ingevolge die vergunning is toegestaan te adviseren; of +f. voor het uitoefenen van het bedrijf van betaalinstelling een door de Nederlandsche Bank op grond van dit deel verleende vergunning hebben, voor zover het aan hen ingevolge die vergunning is toegestaan te adviseren. **2.** Artikel 2:75, eerste lid, is niet van toepassing op financiële ondernemingen die een door de Autoriteit Financiële Markten verleende vergunning voor het verlenen van andere financiële diensten dan adviseren als bedoeld in dit deel hebben, voorzover het betreft het adviseren over een financieel product waartoe die vergunning strekt. @@ -3817,8 +3799,9 @@ Artikel 2:75, eerste lid, is niet van toepassing op financiële ondernemingen me a. als bank hun bedrijf uitoefenen vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor of door middel van het verrichten van diensten naar Nederland, voorzover het aan hen ingevolge afdeling 2.2.2 is toegestaan te adviseren; b. als financiële instelling hun bedrijf uitoefenen vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor of door middel van het verrichten van diensten naar Nederland, voorzover het aan hen ingevolge afdeling 2.2.2 is toegestaan te adviseren; -c. als entiteit voor risico-acceptatie of verzekeraar hun bedrijf uitoefenen vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor of door middel van het verrichten van diensten naar Nederland, voorzover het aan hen ingevolge de afdelingen 2.2.2A, 2.2.3, 2.2.4 of 2.2.4A is toegestaan te adviseren; of -d. als elektronischgeldinstelling hun bedrijf uitoefenen vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor of door middel van het verrichten van diensten naar Nederland, voorzover het aan hen ingevolge afdeling 2.2.2 is toegestaan te adviseren. +c. als entiteit voor risico-acceptatie of verzekeraar hun bedrijf uitoefenen vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor of door middel van het verrichten van diensten naar Nederland, voorzover het aan hen ingevolge de afdelingen 2.2.2A, 2.2.3, 2.2.4 of 2.2.4A is toegestaan te adviseren; +d. als elektronischgeldinstelling hun bedrijf uitoefenen vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor of door middel van het verrichten van diensten naar Nederland, voorzover het aan hen ingevolge afdeling 2.2.2 is toegestaan te adviseren; +e. als betaaldienstverlener hun bedrijf uitoefenen vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor of door middel van het verrichten van diensten naar Nederland, voorzover het aan hen ingevolge afdeling 2.2.2. is toegestaan te adviseren. **2.** Artikel 2:75, eerste lid, is niet van toepassing op bemiddelaars in verzekeringen of herverzekeringsbemiddelaars die in een andere lidstaat zijn geregistreerd in de zin van artikel 3 van de richtlijn verzekeringsbemiddeling en waaraan het ingevolge artikel 3, vijfde lid, van die richtlijn is toegestaan hun financiële diensten in Nederland te verlenen, voorzover is voldaan aan artikel 2:84, tweede lid, onderscheidenlijk artikel 2:90, tweede lid. @@ -3846,6 +3829,8 @@ e. artikel 4:15, eerste en tweede lid, met betrekking tot de inrichting van de b **2.** Bij ministeriële regeling kan geheel of gedeeltelijk vrijstelling worden geregeld van artikel 2:78, eerste lid. +**3.** Indien aan een vrijstelling als bedoeld in het eerste lid het voorschrift wordt verbonden dat in reclame-uitingen en andere onverplichte precontractuele informatie wordt vermeld dat de vrijgestelde activiteit niet vergunningplichtig is ingevolge deze wet, wordt deze vermelding gedaan op door de Autoriteit Financiële Markten vast te stellen wijze. + #### Afdeling 2.2.9. Bemiddelen ##### Paragraaf 2.2.9.1. Vergunningplicht en -eisen @@ -3924,7 +3909,7 @@ f. indien het bemiddelen in verzekeringen betreft, artikel 4:75, eerste tot en m ### Artikel 2:84 -**1.** Indien de Autoriteit Financiële Markten een mededeling heeft ontvangen van een toezichthoudende instantie van een andere lidstaat met betrekking tot het bemiddelen in verzekeringen vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor of door middel van het verrichten van diensten naar Nederland door een bemiddelaar in verzekeringen met zetel in die andere lidstaat, kan de toezichthouder binnen een maand na ontvangst van de mededeling bekend maken welke voorwaarden om redenen van algemeen belang door de betrokken bemiddelaar in verzekeringen in acht moeten worden genomen bij het verlenen van zijn financiële diensten in Nederland. +**1.** Indien de Autoriteit Financiële Markten een mededeling heeft ontvangen van een toezichthoudende instantie van een andere lidstaat met betrekking tot het bemiddelen in verzekeringen vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor of door middel van het verrichten van diensten naar Nederland door een bemiddelaar in verzekeringen met zetel in die andere lidstaat, kan de toezichthouder binnen een maand na ontvangst van de mededeling bekend maken welke voorwaarden om redenen van algemeen belang door de betrokken bemiddelaar in verzekeringen in acht moeten worden genomen bij het verlenen van zijn financiële diensten in Nederland. De Autoriteit Financiële Markten zendt hiervan een afschrift aan de bemiddelaar. **2.** Een bemiddelaar in verzekeringen met zetel in een andere lidstaat kan een maand na de mededeling, bedoeld in het eerste lid, van de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat aan de Autoriteit Financiële Markten overgaan tot het verlenen van diensten vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor of door middel van het verrichten van diensten naar Nederland. @@ -3936,6 +3921,8 @@ f. indien het bemiddelen in verzekeringen betreft, artikel 4:75, eerste tot en m **2.** Bij ministeriële regeling kan geheel of gedeeltelijk vrijstelling worden geregeld van artikel 2:83, eerste lid. +**3.** Indien aan een vrijstelling als bedoeld in het eerste lid het voorschrift wordt verbonden dat in reclame-uitingen en andere onverplichte precontractuele informatie wordt vermeld dat de vrijgestelde activiteit niet vergunningplichtig is ingevolge deze wet, wordt deze vermelding gedaan op door de Autoriteit Financiële Markten vast te stellen wijze. + #### Afdeling 2.2.10. Herverzekeringsbemiddelen ##### Paragraaf 2.2.10.1. Vergunningplicht en -eisen @@ -3979,7 +3966,7 @@ f. artikel 4:76, eerste tot en met derde lid, met betrekking tot het beschikken ### Artikel 2:90 -**1.** Indien de Autoriteit Financiële Markten een mededeling heeft ontvangen van een toezichthoudende instantie van een andere lidstaat met betrekking tot het herverzekeringsbemiddelen vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor of door middel van het verrichten van diensten naar Nederland door een herverzekeringsbemiddelaar met zetel in die andere lidstaat, kan de toezichthouder binnen een maand na ontvangst van de mededeling bekend maken welke voorwaarden om redenen van algemeen belang door de betrokken herverzekeringsbemiddelaar in acht moeten worden genomen bij het verlenen van zijn financiële diensten in Nederland. +**1.** Indien de Autoriteit Financiële Markten een mededeling heeft ontvangen van een toezichthoudende instantie van een andere lidstaat met betrekking tot het herverzekeringsbemiddelen vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor of door middel van het verrichten van diensten naar Nederland door een herverzekeringsbemiddelaar met zetel in die andere lidstaat, kan de toezichthouder binnen een maand na ontvangst van de mededeling bekend maken welke voorwaarden om redenen van algemeen belang door de betrokken herverzekeringsbemiddelaar in acht moeten worden genomen bij het verlenen van zijn financiële diensten in Nederland. De Autoriteit Financiële Markten zendt hiervan een afschrift aan de herverzekeringsbemiddelaar. **2.** Een herverzekeringsbemiddelaar met zetel in een andere lidstaat kan een maand na de mededeling, bedoeld in het eerste lid, van de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat aan de Autoriteit Financiële Markten overgaan tot het verlenen van diensten vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor of door middel van het verrichten van diensten naar Nederland. @@ -4010,6 +3997,10 @@ b. voor het uitoefenen van het bedrijf van financiële instelling een door de Ne c. voor het uitoefenen van het bedrijf van bank een door de Nederlandsche Bank op grond van dit deel verleende vergunning hebben; of d. voor het uitoefenen van het bedrijf van premiepensioeninstelling een door de Nederlandsche Bank op grond van dit deel verleende vergunning hebben, voorzover het aan hen ingevolge die vergunning is toegestaan op te treden als gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent. +### Artikel 2:93a + +Artikel 2:92, eerste lid, is niet van toepassing op verzekeringsbemiddelaars die in een andere lidstaat zijn geregistreerd in de zin van artikel 3 van de richtlijn verzekeringsbemiddeling, voor zover is voldaan aan artikel 2:94a. + ### Artikel 2:94 **1.** @@ -4026,6 +4017,14 @@ e. artikel 4:15, eerste en tweede lid, met betrekking tot de inrichting van de b **3.** De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk ontheffing verlenen van de eisen, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, met betrekking tot het tweede en derde lid van artikel 4:9, c, met betrekking tot het derde lid van artikel 4:11, of e, met betrekking tot het tweede lid van artikel 4:15, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die de in het eerste lid bedoelde artikelen beogen te bereiken anderszins worden bereikt. +##### Paragraaf 2.2.11.1a. Bijkantoor en verrichten van diensten + +### Artikel 2:94a + +**1.** Indien de Autoriteit Financiële Markten een mededeling heeft ontvangen van een toezichthoudende instantie van een andere lidstaat met betrekking tot het verzekeringsbemiddelen vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor of door middel van het verrichten van diensten naar Nederland door een verzekeringsbemiddelaar met zetel in die andere lidstaat, kan de Autoriteit Financiële Markten binnen een maand na ontvangst van de mededeling bekend maken welke voorwaarden om redenen van algemeen belang door de betrokken verzekeringsbemiddelaar in acht moeten worden genomen bij het verlenen van zijn financiële diensten in Nederland. + +**2.** Een verzekeringsbemiddelaar met zetel in een andere lidstaat kan een maand na de mededeling, bedoeld in het eerste lid, van de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat aan de Autoriteit Financiële Markten overgaan tot het verlenen van diensten vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor of door middel van het verrichten van diensten naar Nederland. + ##### Paragraaf 2.2.11.2. Vrijstelling ### Artikel 2:95 @@ -4086,8 +4085,8 @@ c. als entiteit voor risico-acceptatie of verzekeraar hun bedrijf uitoefenen van Artikel 2:96 is niet van toepassing op beleggingsondernemingen met zetel in een andere lidstaat die: -a. vanuit een bijkantoor in Nederland beleggingsdiensten verlenen of beleggingsactiviteiten verrichten, voorzover is voldaan aan artikel 2:101; of -b. door middel van het verrichten van diensten naar Nederland beleggingsdiensten verlenen of beleggingsactiviteiten verrichten, voorzover is voldaan aan artikel 2:102; +a. vanuit een bijkantoor in Nederland beleggingsdiensten verlenen of beleggingsactiviteiten verrichten, voorzover is voldaan aan artikel 2:101; +b. door middel van het verrichten van diensten naar Nederland beleggingsdiensten verlenen of beleggingsactiviteiten verrichten, voorzover is voldaan aan artikel 2:102; of c. door tussenkomst van een verbonden agent in Nederland beleggingsdiensten verlenen of beleggingsactiviteiten verrichten als bedoeld in onderdeel a, d of e van de definitie van het verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1, voorzover is voldaan aan de artikelen 2:101 of 2:102 en de beleggingsonderneming de betrokken agent als verbonden agent ter inschrijving in het register heeft aangemeld bij de Autoriteit Financiële Markten. Het bepaalde in artikel 2:97, zevende lid, is van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 2:99 @@ -4170,17 +4169,25 @@ Het is een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 2:98, tweede lid, niet t **1.** -De Autoriteit Financiële Markten verleent op aanvraag een vergunning als bedoeld in de artikelen 2:55, 2:60, 2:75, 2:80, 2:86, 2:92 en 2:96 aan een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die mede strekt ten behoeve van bij die rechtspersoon aangesloten ondernemingen, indien die rechtspersoon, onverminderd de artikelen 2:58, 2:63, 2:78, 2:83, 2:89, 2:94 en 2:99, aantoont dat hij: +De Autoriteit Financiële Markten verleent op aanvraag een vergunning als bedoeld in de artikelen 2:55, 2:60, 2:75, 2:80, 2:86 en 2:92 aan een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die mede strekt ten behoeve van bij die rechtspersoon aangesloten ondernemingen, indien die rechtspersoon, onverminderd de artikelen 2:58, 2:63, 2:78, 2:83, 2:89 en 2:94, aantoont dat hij: a. krachtens zijn statuten en de statuten van de bij hem aangesloten ondernemingen of krachtens een overeenkomst met de bij hem aangesloten ondernemingen beschikt over voldoende bevoegdheden jegens de aangesloten ondernemingen om een handelen of nalaten van een zodanige onderneming in strijd met het bepaalde ingevolge het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen met betrekking tot het verlenen van financiële diensten, met uitzondering van het aanbieden van rechten van deelneming in een beleggingsinstelling, tegen te kunnen gaan en door de Autoriteit Financiële Markten gegeven aanwijzingen op te laten volgen; b. beschikt over voldoende mogelijkheden tot deskundige ondersteuning van de aangesloten ondernemingen; en -c. gemachtigd is die ondernemingen bij de vergunningaanvraag en ook overigens voor de toepassing van de afdelingen 2.2.5, 2.2.6, 2.2.8, 2.2.9, 2.2.10, 2.2.11, 2.2.12, 2.3.6, 2.3.7 en 2.3.8 en voor de toepassing van het bepaalde ingevolge het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen met betrekking tot het verlenen van financiële diensten, met uitzondering van het aanbieden van rechten van deelneming in een beleggingsinstelling, te vertegenwoordigen. +c. gemachtigd is die ondernemingen bij de vergunningaanvraag en ook overigens voor de toepassing van de afdelingen 2.2.5, 2.2.6, 2.2.8, 2.2.9, 2.2.10, 2.2.11, 2.3.6 en 2.3.7 en voor de toepassing van het bepaalde ingevolge het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen met betrekking tot het verlenen van financiële diensten, met uitzondering van het aanbieden van rechten van deelneming in een beleggingsinstelling, te vertegenwoordigen. **2.** Indien na het verlenen van een vergunning als bedoeld in het eerste lid een onderneming zich aansluit bij de rechtspersoon geldt de vergunning mede voor die onderneming, indien de rechtspersoon ten aanzien van deze onderneming voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid. -**3.** Voor de toepassing van de afdelingen 2.2.5, 2.2.6, 2.2.8, 2.2.9, 2.2.10, 2.2.11, 2.2.12, 2.3.6, 2.3.7 en 2.3.8 geldt het handelen en het nalaten te handelen van de aangesloten onderneming als het handelen onderscheidenlijk het nalaten te handelen van de rechtspersoon. +**3.** Voor de toepassing van de afdelingen 2.2.5, 2.2.6, 2.2.8, 2.2.9, 2.2.10, 2.2.11, 2.3.6 en 2.3.7 geldt het handelen en het nalaten te handelen van de aangesloten onderneming als het handelen onderscheidenlijk het nalaten te handelen van de rechtspersoon. -**4.** Onze Minister kan na raadpleging van de Autoriteit Financiële Markten ondernemingen aanwijzen die voor de toepassing van het tweede en het derde lid geacht worden over een vergunning als bedoeld in het eerste lid te beschikken, indien deze ondernemingen een door de Nederlandsche Bank op grond van dit deel verleende vergunning hebben en voldoen aan de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid. Het besluit tot aanwijzing kan door Onze Minister worden ingetrokken. +**4.** + +De Autoriteit Financiële Markten kan financiële ondernemingen aanwijzen die voor de toepassing van het tweede en derde lid geacht worden over een vergunning als bedoeld in het eerste lid te beschikken, indien: + +a. voor zover het financiëledienstverleners betreft, de rechtspersoon waarbij de andere ondernemingen zijn aangesloten een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning heeft; +b. voor zover het beleggingsondernemingen betreft, de rechtspersoon waarbij de andere ondernemingen zijn aangesloten en de aangesloten ondernemingen een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning hebben; en +c. voldaan wordt aan de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid. + +Het besluit tot aanwijzing kan door de Autoriteit Financiële Markten worden ingetrokken. **5.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het eerste lid, aanhef en onderdelen a en b. @@ -4234,43 +4241,43 @@ Het bepaalde in dit hoofdstuk, met uitzondering van de artikelen 2:117 en 2:118, **5.** De Nederlandsche Bank gaat over tot inschrijving van het bijkantoor of de betaaldienstagent, bedoeld in het eerste of tweede lid, in het register, bedoeld in artikel 1:107, tenzij de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat aan de Nederlandsche Bank heeft meegedeeld dat zij het vermoeden heeft dat met de voorgenomen vestiging van het bijkantoor of door de inschakeling van de betaaldienstagent in strijd met het recht zal worden gehandeld. Indien inschrijving op het tijdstip van ontvangst van de in de vorige volzin bedoelde mededeling reeds heeft plaatsgevonden, haalt de Nederlandsche Bank deze door. -#### Afdeling 2.3.2. Uitoefenen van bedrijf van kredietinstelling en financiële instelling +#### Afdeling 2.3.2. Uitoefenen van bedrijf van bank en financiële instelling -##### Paragraaf 2.3.2.1. Bijkantoor en verrichten van diensten door een kredietinstelling naar een andere lidstaat +##### Paragraaf 2.3.2.1. Bijkantoor en verrichten van diensten door een bank naar een andere lidstaat ### Artikel 2:108 -**1.** Een kredietinstelling met zetel in Nederland die een vergunning als bedoeld in artikel 2:11, eerste lid, heeft en voornemens is vanuit een in een andere lidstaat gelegen bijkantoor het bedrijf van kredietinstelling uit te oefenen, gaat daartoe slechts over nadat de Nederlandsche Bank met het voornemen heeft ingestemd. +**1.** Een bank met zetel in Nederland die een vergunning als bedoeld in artikel 2:11, eerste lid, heeft en voornemens is vanuit een in een andere lidstaat gelegen bijkantoor het bedrijf van bank uit te oefenen, gaat daartoe slechts over nadat de Nederlandsche Bank met het voornemen heeft ingestemd. **2.** De aanvraag van instemming geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens. ### Artikel 2:109 -**1.** De Nederlandsche Bank stemt in met een voornemen als bedoeld in artikel 2:108, eerste lid, tenzij, gelet op het voornemen van de kredietinstelling, haar bedrijfsvoering of financiële positie niet toereikend is. +**1.** De Nederlandsche Bank stemt in met een voornemen als bedoeld in artikel 2:108, eerste lid, tenzij, gelet op het voornemen van de bank, haar bedrijfsvoering of financiële positie niet toereikend is. **2.** De Nederlandsche Bank neemt een besluit binnen drie maanden na ontvangst van de aanvraag. -**3.** De Nederlandsche Bank doet binnen een werkdag na het nemen van het besluit daarvan mededeling aan de toezichthoudende instantie van de lidstaat waar de kredietinstelling voornemens is door middel van een bijkantoor haar bedrijf uit te oefenen. De Nederlandsche Bank zendt een afschrift van de mededeling aan de kredietinstelling. +**3.** De Nederlandsche Bank doet binnen een werkdag na het nemen van het besluit daarvan mededeling aan de toezichthoudende instantie van de lidstaat waar de bank voornemens is door middel van een bijkantoor haar bedrijf uit te oefenen. De Nederlandsche Bank zendt een afschrift van de mededeling aan de bank. -**4.** De mededeling, bedoeld in het derde lid, bevat tevens gegevens over de omvang van het eigen vermogen, de solvabiliteitsratio alsmede voorzover van toepassing gegevens over de toepasselijkheid van een vangnetregeling op de verplichtingen van het bijkantoor van de kredietinstelling. +**4.** De mededeling, bedoeld in het derde lid, bevat tevens gegevens over de omvang van het eigen vermogen, de solvabiliteitsratio alsmede voorzover van toepassing gegevens over de toepasselijkheid van een vangnetregeling op de verplichtingen van het bijkantoor van de bank. -**5.** De Nederlandsche Bank deelt binnen twee maanden na de mededeling, bedoeld in het derde lid, de kredietinstelling de voorwaarden mede die de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat heeft verbonden aan het uitvoeren van de werkzaamheden in de betrokken lidstaat. +**5.** De Nederlandsche Bank deelt binnen twee maanden na de mededeling, bedoeld in het derde lid, de bank de voorwaarden mede die de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat heeft verbonden aan het uitvoeren van de werkzaamheden in de betrokken lidstaat. ### Artikel 2:110 -**1.** Een kredietinstelling met zetel in Nederland die een vergunning als bedoeld in artikel 2:11, eerste lid, heeft en voornemens is voor de eerste maal door middel van het verrichten van diensten naar een andere lidstaat haar bedrijf uit te oefenen, gaat daartoe slechts over nadat zij kennis heeft gegeven van haar voornemen aan de Nederlandsche Bank onder opgave van de lidstaat waarnaar zij voornemens is diensten te verrichten en van de voorgenomen werkzaamheden. +**1.** Een bank met zetel in Nederland die een vergunning als bedoeld in artikel 2:11, eerste lid, heeft en voornemens is voor de eerste maal door middel van het verrichten van diensten naar een andere lidstaat haar bedrijf uit te oefenen, gaat daartoe slechts over nadat zij kennis heeft gegeven van haar voornemen aan de Nederlandsche Bank onder opgave van de lidstaat waarnaar zij voornemens is diensten te verrichten en van de voorgenomen werkzaamheden. -**2.** De Nederlandsche Bank doet binnen een maand na ontvangst van de kennisgeving van het voornemen daarvan mededeling aan de toezichthoudende instantie van de lidstaat waarnaar de kredietinstelling voornemens is diensten te verrichten. De Nederlandsche Bank zendt een afschrift van de mededeling aan de kredietinstelling. +**2.** De Nederlandsche Bank doet binnen een maand na ontvangst van de kennisgeving van het voornemen daarvan mededeling aan de toezichthoudende instantie van de lidstaat waarnaar de bank voornemens is diensten te verrichten. De Nederlandsche Bank zendt een afschrift van de mededeling aan de bank. -##### Paragraaf 2.3.2.2. Bijkantoor en verrichten van diensten door een kredietinstelling naar een staat die geen lidstaat is +##### Paragraaf 2.3.2.2. Bijkantoor en verrichten van diensten door een bank naar een staat die geen lidstaat is ### Artikel 2:111 -**1.** Een kredietinstelling met zetel in Nederland die een vergunning als bedoeld in artikel 2:11, eerste lid, heeft en voornemens is vanuit een bijkantoor in een staat die geen lidstaat is het bedrijf van kredietinstelling uit te oefenen, gaat daartoe slechts over nadat de Nederlandsche Bank met het voornemen heeft ingestemd. +**1.** Een bank met zetel in Nederland die een vergunning als bedoeld in artikel 2:11, eerste lid, heeft en voornemens is vanuit een bijkantoor in een staat die geen lidstaat is het bedrijf van bank uit te oefenen, gaat daartoe slechts over nadat de Nederlandsche Bank met het voornemen heeft ingestemd. **2.** De aanvraag van instemming geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens. -**3.** De Nederlandsche Bank stemt in met het voornemen indien de kredietinstelling voldoet aan het ingevolge het eerste lid bepaalde, tenzij, gelet op het voornemen van de kredietinstelling, haar bedrijfsvoering of financiële positie niet toereikend is. +**3.** De Nederlandsche Bank stemt in met het voornemen indien de bank voldoet aan het ingevolge het eerste lid bepaalde, tenzij, gelet op het voornemen van de bank, haar bedrijfsvoering of financiële positie niet toereikend is. **4.** De Nederlandsche Bank neemt een besluit binnen drie maanden na ontvangst van de aanvraag. @@ -4490,7 +4497,7 @@ c. een beschrijving van de reikwijdte van de vergunning en eventuele beperkingen ### Artikel 2:127 -**1.** Een beleggingsonderneming met zetel in Nederland die een vergunning als bedoeld in artikel 2:96, of 2:65, eerste lid, aanhef en onderdeel a, heeft en voornemens is vanuit een in een andere lidstaat gelegen bijkantoor beleggingsdiensten te verlenen of beleggingsactiviteiten te verrichten, gaat daartoe slechts over indien de Autoriteit Financiële Markten met het voornemen heeft ingestemd. +**1.** Een beleggingsonderneming met zetel in Nederland die een vergunning als bedoeld in artikel 2:65, eerste lid, aanhef en onderdeel a, of artikel 2:96, heeft en voornemens is vanuit een in een andere lidstaat gelegen bijkantoor beleggingsdiensten te verlenen of beleggingsactiviteiten te verrichten, gaat daartoe slechts over indien de Autoriteit Financiële Markten met het voornemen heeft ingestemd. **2.** De aanvraag van instemming geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens. @@ -4533,7 +4540,7 @@ b. de Autoriteit Financiële Markten mededeling van het voornemen heeft gedaan a ### Artikel 2:130 -**1.** Een beleggingsonderneming met zetel in Nederland die een vergunning als bedoeld in artikel 2:96 of 2:65, eerste lid, heeft en voornemens is vanuit een staat die geen lidstaat is gelegen bijkantoor beleggingsdiensten te verlenen of beleggingsactiviteiten te verrichten gaat daartoe slechts over indien de Autoriteit Financiële Markten met het voornemen heeft ingestemd. De aanvraag van instemming geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens. +**1.** Een beleggingsonderneming met zetel in Nederland die een vergunning als bedoeld in artikel 2:65, eerste lid, aanhef en onderdeel a, of artikel 2:96 heeft en voornemens is vanuit een staat die geen lidstaat is gelegen bijkantoor beleggingsdiensten te verlenen of beleggingsactiviteiten te verrichten gaat daartoe slechts over indien de Autoriteit Financiële Markten met het voornemen heeft ingestemd. De aanvraag van instemming geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens. **2.** De Autoriteit Financiële Markten stemt in met het voornemen, tenzij, gelet op het voornemen van de beleggingsonderneming, de bedrijfsvoering of de financiële positie van de beleggingsonderneming niet toereikend is. @@ -4563,13 +4570,13 @@ c. een garantstelling voor alle verplichtingen ontstaan door het ter beschikking 1°. een bank die een door de Nederlandsche Bank of een toezichthoudende instantie in een andere lidstaat verleende vergunning heeft; of 2°. een bank met zetel in een door Onze Minister aan te wijzen staat die geen lidstaat is waar toezicht op het uitoefenen van het bedrijf van bank wordt uitgeoefend dat in voldoende mate waarborgen biedt ten aanzien van de belangen die dit deel beoogt te beschermen. -**2.** Het eerste lid is slechts van toepassing voorzover degene die de gelden ter beschikking verkrijgt, deze voor ten minste 95 procent van zijn balanstotaal uitzet binnen het concern waartoe hij behoort. Onder een concern wordt verstaan de gezamenlijkheid van een rechtspersoon en haar dochtermaatschappijen. +**2.** Het eerste lid is slechts van toepassing voorzover degene die de gelden ter beschikking verkrijgt, deze voor ten minste 95 procent uitzet binnen het concern waartoe hij behoort. Onder een concern wordt verstaan de gezamenlijkheid van een rechtspersoon en haar dochtermaatschappijen. **3.** De Nederlandsche Bank kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van dit artikel, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt. ### Artikel 3:3 -Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden geregeld van het ingevolge dit deel bepaalde voor beheerders, beleggingsinstellingen, beleggingsondernemingen, betaaldienstverleners, bewaarders en premiepensioeninstellingen. +Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden geregeld van het ingevolge dit deel bepaalde voor beheerders, beleggingsinstellingen, beleggingsondernemingen, betaaldienstverleners, bewaarders, elektronischgeldinstellingen en premiepensioeninstellingen. ### Artikel 3:4 @@ -4588,13 +4595,13 @@ kan een vergunning aanvragen bij de Nederlandsche Bank voor het uitoefenen van d ### Artikel 3:5 -**1.** Het is verboden in Nederland in de uitoefening van een bedrijf buiten besloten kring opvorderbare gelden van anderen dan professionele marktpartijen aan te trekken, ter beschikking te verkrijgen of ter beschikking te hebben. +**1.** Het is een ieder verboden in Nederland in de uitoefening van een bedrijf buiten besloten kring opvorderbare gelden van anderen dan professionele marktpartijen aan te trekken, ter beschikking te verkrijgen of ter beschikking te hebben. **2.** Het eerste lid is niet van toepassing op: -a. banken die een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning hebben als bedoeld in artikel 2:11, eerste lid, of 2:20, eerste lid, en banken met zetel in een andere lidstaat die hun bedrijf uitoefenen vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor of door middel van het verrichten van diensten naar Nederland en die hebben voldaan aan het in artikel 2:15 of 2:16 bepaalde met betrekking tot het verrichten van de werkzaamheden, genoemd onder 1 in bijlage I van de herziene richtlijn banken; +a. banken die een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning hebben als bedoeld in artikel 2:11, eerste lid, of 2:20, en banken met zetel in een andere lidstaat die hun bedrijf uitoefenen vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor of door middel van het verrichten van diensten naar Nederland en die hebben voldaan aan het in artikel 2:15 of 2:16 bepaalde met betrekking tot het verrichten van de werkzaamheden, genoemd onder 1 in bijlage I van de herziene richtlijn banken; b. banken met zetel in een andere lidstaat die een door de toezichthoudende instantie van die lidstaat verleende vergunning hebben voor het uitoefenen van hun bedrijf en die hebben voldaan aan de in die andere lidstaat geldende verplichtingen voor het verrichten van diensten naar een andere lidstaat; c. de lidstaten, alsmede de regionale of lokale overheden van de lidstaten; d. degenen die opvorderbare gelden aantrekken, ter beschikking verkrijgen of ter beschikking hebben als gevolg van het aanbieden van effecten in overeenstemming met het ingevolge hoofdstuk 5.1 bepaalde; en @@ -4608,7 +4615,7 @@ e. entiteiten voor risico-acceptatie. ### Artikel 3:6 -**1.** Het is verboden zonder een vergunning van de Nederlandsche Bank of van een toezichthoudende instantie van een andere lidstaat voor het uitoefenen van het bedrijf van schadeverzekeraar in Nederland op te treden als waarborg- of garantiefonds. +**1.** Het is een ieder verboden zonder een vergunning van de Nederlandsche Bank of van een toezichthoudende instantie van een andere lidstaat voor het uitoefenen van het bedrijf van schadeverzekeraar in Nederland op te treden als waarborg- of garantiefonds. **2.** @@ -4631,14 +4638,15 @@ b. slechts waarborgen of garanties bieden ten behoeve van natuurlijke personen b ### Artikel 3:7 -**1.** Het is een ieder die geen vergunninghoudende kredietinstelling is verboden het woord «bank» of vertalingen of vormen daarvan te bezigen in zijn naam of bij de uitoefening van zijn bedrijf, tenzij zulks in zodanige samenhang geschiedt, dat daaruit duidelijk blijkt, dat hij niet werkzaam is op de financiële markten. +**1.** Het is een ieder verboden het woord «bank» of vertalingen of vormen daarvan te bezigen in zijn naam of bij de uitoefening van zijn bedrijf, tenzij zulks in zodanige samenhang geschiedt, dat daaruit duidelijk blijkt, dat hij niet werkzaam is op de financiële markten. **2.** Het eerste lid is niet van toepassing op: -a. financiële instellingen die een verklaring van ondertoezichtstelling hebben als bedoeld in artikel 3:110 of die hebben voldaan aan het in artikel 2:25 of 2:26 bepaalde met betrekking tot het verrichten van werkzaamheden als bedoeld in bijlage I van de herziene richtlijn banken vanuit een bijkantoor onderscheidenlijk door middel van het verrichten van diensten; en -b. vertegenwoordigende organisaties van onder toezicht staande kredietinstellingen of financiële instellingen. +a. financiële instellingen die een verklaring van ondertoezichtstelling hebben als bedoeld in artikel 3:110 of die hebben voldaan aan het in artikel 2:25 of 2:26 bepaalde met betrekking tot het verrichten van werkzaamheden als bedoeld in bijlage I van de herziene richtlijn banken vanuit een bijkantoor onderscheidenlijk door middel van het verrichten van diensten; +b. banken die een vergunning hebben als bedoeld in artikel 2:11, 2:16 of 2:20 of die een door de toezichthoudende instantie van een andere lidstaat verleende vergunning hebben voor het uitoefenen van het bedrijf van bank; en +c. vertegenwoordigende organisaties van onder toezicht staande banken of financiële instellingen. **3.** Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden geregeld van het eerste lid. @@ -4650,11 +4658,11 @@ b. vertegenwoordigende organisaties van onder toezicht staande kredietinstelling ### Artikel 3:8 -Het dagelijks beleid van een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, premiepensioeninstelling of verzekeraar met zetel in Nederland wordt bepaald door personen die deskundig zijn in verband met de uitoefening van het bedrijf van de financiële onderneming. +Het dagelijks beleid van een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, premiepensioeninstelling of verzekeraar met zetel in Nederland wordt bepaald door personen die deskundig zijn in verband met de uitoefening van het bedrijf van de financiële onderneming. ### Artikel 3:9 -**1.** Het beleid van een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, premiepensioeninstelling of verzekeraar met zetel in Nederland wordt bepaald of mede bepaald door personen wier betrouwbaarheid buiten twijfel staat. Indien binnen de financiële onderneming een orgaan is belast met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de financiële onderneming, wordt dit toezicht gehouden door personen wier betrouwbaarheid buiten twijfel staat. +**1.** Het beleid van een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, premiepensioeninstelling of verzekeraar met zetel in Nederland wordt bepaald of mede bepaald door personen wier betrouwbaarheid buiten twijfel staat. Indien binnen de financiële onderneming een orgaan is belast met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de financiële onderneming, wordt dit toezicht gehouden door personen wier betrouwbaarheid buiten twijfel staat. **2.** De betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in het eerste lid staat buiten twijfel wanneer dat eenmaal door een toezichthouder voor de toepassing van deze wet is vastgesteld, zolang niet een wijziging in de relevante feiten of omstandigheden een redelijke aanleiding geeft tot een nieuwe beoordeling. @@ -4664,7 +4672,7 @@ Het dagelijks beleid van een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor **1.** -Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, premiepensioeninstelling of verzekeraar met zetel in Nederland voert een adequaat beleid dat een integere uitoefening van haar onderscheidenlijk zijn bedrijf waarborgt. Hieronder wordt verstaan dat: +Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, premiepensioeninstelling of verzekeraar met zetel in Nederland voert een adequaat beleid dat een integere uitoefening van haar onderscheidenlijk zijn bedrijf waarborgt. Hieronder wordt verstaan dat: a. belangenverstrengeling wordt tegengegaan; b. wordt tegengegaan dat de financiële onderneming of haar werknemers strafbare feiten of andere wetsovertredingen begaan die het vertrouwen in de financiële onderneming of in de financiële markten kunnen schaden; @@ -4681,7 +4689,7 @@ d. wordt tegengegaan dat andere handelingen door de financiële onderneming of h ### Artikel 3:11 -De artikelen 3:8, 3:9 en 3:10 zijn van overeenkomstige toepassing op in Nederland gelegen bijkantoren van kredietinstellingen met zetel in een staat die geen lidstaat is. +De artikelen 3:8, 3:9 en 3:10 zijn van overeenkomstige toepassing op in Nederland gelegen bijkantoren van banken met zetel in een staat die geen lidstaat is. ### Artikel 3:12 @@ -4709,7 +4717,7 @@ Artikel 3:10 is van overeenkomstige toepassing op natura-uitvaartverzekeraars me ### Artikel 3:15 -**1.** Ten minste twee natuurlijke personen bepalen het dagelijks beleid van een betaalinstelling, een clearinginstelling, kredietinstelling, premiepensioeninstelling of verzekeraar met zetel in Nederland. +**1.** Ten minste twee natuurlijke personen bepalen het dagelijks beleid van een betaalinstelling, een clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, bank, premiepensioeninstelling of verzekeraar met zetel in Nederland. **2.** De personen die het dagelijks beleid van een financiële onderneming als bedoeld in het eerste lid bepalen, verrichten hun werkzaamheden in verband daarmee vanuit Nederland. @@ -4717,15 +4725,15 @@ Artikel 3:10 is van overeenkomstige toepassing op natura-uitvaartverzekeraars me ### Artikel 3:16 -**1.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, premiepensioeninstelling of verzekeraar met zetel in Nederland is niet met personen verbonden in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur die in zodanige mate ondoorzichtig is dat deze een belemmering vormt of kan vormen voor het adequaat uitoefenen van toezicht op die financiële onderneming. +**1.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, premiepensioeninstelling of verzekeraar met zetel in Nederland is niet met personen verbonden in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur die in zodanige mate ondoorzichtig is dat deze een belemmering vormt of kan vormen voor het adequaat uitoefenen van toezicht op die financiële onderneming. -**2.** De betaalinstelling, kredietinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, herverzekeraar, levensverzekeraar, premiepensioeninstelling, schadeverzekeraar is niet met personen verbonden in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur indien het recht van een staat die geen lidstaat is, dat op die personen van toepassing is, een belemmering vormt of kan vormen voor het adequaat uitoefenen van toezicht op die financiële onderneming. +**2.** De betaalinstelling, bank, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, herverzekeraar, levensverzekeraar, premiepensioeninstelling, schadeverzekeraar is niet met personen verbonden in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur indien het recht van een staat die geen lidstaat is, dat op die personen van toepassing is, een belemmering vormt of kan vormen voor het adequaat uitoefenen van toezicht op die financiële onderneming. **3.** De clearinginstelling of natura-uitvaartverzekeraar is niet met personen verbonden in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur indien het recht van een andere staat, dat op die personen van toepassing is, een belemmering vormt of kan vormen voor het adequaat uitoefenen van toezicht op die financiële onderneming. ### Artikel 3:17 -**1.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, premiepensioeninstelling of verzekeraar met zetel in Nederland richt de bedrijfsvoering zodanig in dat deze een beheerste en integere uitoefening van haar onderscheidenlijk zijn bedrijf waarborgt. +**1.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, premiepensioeninstelling of verzekeraar met zetel in Nederland richt de bedrijfsvoering zodanig in dat deze een beheerste en integere uitoefening van haar onderscheidenlijk zijn bedrijf waarborgt. **2.** @@ -4754,15 +4762,15 @@ d. met betrekking tot banken, beleggingsondernemingen en financiële instellinge **1.** Indien een financiële onderneming met zetel in Nederland werkzaamheden uitbesteedt aan een derde, draagt de financiële onderneming er zorg voor dat deze derde de ingevolge dit deel met betrekking tot die werkzaamheden op de uitbestedende financiële onderneming van toepassing zijnde regels naleeft. -**2.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, premiepensioeninstelling of verzekeraar besteedt bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen werkzaamheden niet uit. +**2.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, premiepensioeninstelling of verzekeraar besteedt bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen werkzaamheden niet uit. **3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur: a. worden in verband met het toezicht op de naleving van het ingevolge dit deel bepaalde, regels gesteld met betrekking tot het uitbesteden van werkzaamheden door financiële ondernemingen; -b. worden regels gesteld met betrekking tot de beheersing van risico’s die verband houden met het uitbesteden van werkzaamheden door betaalinstellingen, clearinginstellingen, entiteiten voor risico-acceptatie, kredietinstellingen, premiepensioeninstellingen of verzekeraars; en -c. worden regels gesteld met betrekking tot de tussen een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, premiepensioeninstelling of verzekeraar en de derde te sluiten overeenkomst met betrekking tot het uitbesteden van werkzaamheden. +b. worden regels gesteld met betrekking tot de beheersing van risico’s die verband houden met het uitbesteden van werkzaamheden door betaalinstellingen, clearinginstellingen, elektronischgeldinstellingen, entiteiten voor risico-acceptatie, banken, premiepensioeninstellingen of verzekeraars; en +c. worden regels gesteld met betrekking tot de tussen een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, premiepensioeninstelling of verzekeraar en de derde te sluiten overeenkomst met betrekking tot het uitbesteden van werkzaamheden. ### Artikel 3:18a @@ -4776,9 +4784,9 @@ c. worden regels gesteld met betrekking tot de tussen een betaalinstelling, clea ### Artikel 3:19 -**1.** Een clearinginstelling of kredietinstelling met zetel in Nederland die een naamloze vennootschap of een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid is, dan wel een verzekeraar met zetel in Nederland die een naamloze vennootschap of Europese vennootschap is, heeft een uit ten minste drie leden bestaande raad van commissarissen als bedoeld in de artikelen 140, onderscheidenlijk 250, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. +**1.** Een clearinginstelling of bank met zetel in Nederland die een naamloze vennootschap of een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid is, dan wel een verzekeraar met zetel in Nederland die een naamloze vennootschap of Europese vennootschap is, heeft een uit ten minste drie leden bestaande raad van commissarissen als bedoeld in de artikelen 140, onderscheidenlijk 250, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. -**2.** Een clearinginstelling of kredietinstelling met zetel in Nederland die geen naamloze vennootschap of een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid is, heeft een uit ten minste drie leden bestaand orgaan dat een met die van een raad van commissarissen vergelijkbare taak heeft. +**2.** Een clearinginstelling of bank met zetel in Nederland die geen naamloze vennootschap of een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid is, heeft een uit ten minste drie leden bestaand orgaan dat een met die van een raad van commissarissen vergelijkbare taak heeft. **3.** De Nederlandsche Bank kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het eerste of tweede lid indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt. @@ -4794,19 +4802,19 @@ Een verzekeraar met zetel in Nederland heeft de rechtsvorm van naamloze vennoots ### Artikel 3:20a -**1.** Een betaaldienstverlener met zetel in een andere lidstaat die zijn bedrijf uitoefent vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor of door tussenkomst van een in Nederland werkzaam zijnde betaaldienstagent dan wel door middel van het verrichten van diensten naar Nederland dient te beschikken over een door de toezichthoudende instantie van die lidstaat daartoe verleende vergunning. +**1.** Een betaaldienstverlener met zetel in een andere lidstaat of een elektronischgeldinstelling met zetel in een andere lidstaat die zijn bedrijf uitoefent vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor of door middel van het verrichten van diensten naar Nederland dan wel betaaldiensten verleent door tussenkomst van een in Nederland werkzaam zijnde betaaldienstagent, dient te beschikken over een door de toezichthoudende instantie van die lidstaat daartoe verleende vergunning. **2.** Artikel 1:107, tweede lid, is niet van toepassing. ### Artikel 3:20b -Een entiteit voor risico-acceptatie, herverzekeraar, kredietinstelling, levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in een andere lidstaat die haar onderscheidenlijk zijn bedrijf uitoefent vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor of diensten verricht naar Nederland dient in die lidstaat bevoegd te zijn tot de uitoefening van dat bedrijf. +Een entiteit voor risico-acceptatie, herverzekeraar, bank, levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in een andere lidstaat die haar onderscheidenlijk zijn bedrijf uitoefent vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor of diensten verricht naar Nederland dient in die lidstaat bevoegd te zijn tot de uitoefening van dat bedrijf. ##### Paragraaf 3.3.3.2. Financiële ondernemingen met zetel in een staat die geen lidstaat is ### Artikel 3:21 -**1.** Ten minste twee natuurlijke personen bepalen het dagelijks beleid van een in Nederland gelegen bijkantoor van een kredietinstelling met zetel in een staat die geen lidstaat is. +**1.** Ten minste twee natuurlijke personen bepalen het dagelijks beleid van een in Nederland gelegen bijkantoor van een bank met zetel in een staat die geen lidstaat is. **2.** De personen die het dagelijks beleid van een bijkantoor als bedoeld in het eerste lid bepalen, verrichten hun werkzaamheden in verband daarmee vanuit Nederland. @@ -4818,7 +4826,7 @@ De artikelen 3:17, tweede lid, aanhef en onderdeel c, derde lid, en 3:18, eerste **1.** De artikelen 3:17 en 3:18 zijn van overeenkomstige toepassing op in Nederland gelegen bijkantoren van levensverzekeraars of schadeverzekeraars met zetel in een staat die geen lidstaat is. -**2.** De artikelen 3:17 en 3:18 zijn van overeenkomstige toepassing op kredietinstellingen met zetel in een staat die geen lidstaat is. +**2.** De artikelen 3:17 en 3:18 zijn van overeenkomstige toepassing op banken met zetel in een staat die geen lidstaat is. ### Artikel 3:24 @@ -4860,34 +4868,38 @@ Artikel 3:24 is van overeenkomstige toepassing op entiteiten voor risico-accepta ### Artikel 3:29 -**1.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, financiële instelling, kredietinstelling of verzekeraar met zetel in Nederland geeft kennis van wijzigingen met betrekking tot onderwerpen waarover ingevolge artikel 2:3b, 2:5, tweede lid, 2:12, derde lid, 2:13, tweede lid, 2:26b, derde lid, 2:31, derde lid, 2:32, tweede lid, 2:33, tweede lid, 2:49, tweede lid, 2:54b, derde lid, 2:107, tweede lid, 2:108, tweede lid, 2:111, tweede lid, 2:112, tweede lid, 2:115, tweede lid, 2:117, derde lid, 2:118, tweede lid, 2:120, tweede lid, 2:121, tweede lid, verstrekking van gegevens is voorgeschreven, aan de Nederlandsche Bank. +**1.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, financiële instelling, bank of verzekeraar met zetel in Nederland geeft kennis van wijzigingen met betrekking tot onderwerpen waarover ingevolge artikel 2:3b, 2:5, tweede lid, 2:10b, tweede lid, 2:12, derde lid, 2:13, tweede lid, 2:26b, derde lid, 2:31, derde lid, 2:32, tweede lid, 2:33, tweede lid, 2:49, tweede lid, 2:54b, derde lid, 2:107, tweede lid, 2:108, tweede lid, 2:111, tweede lid, 2:112, tweede lid, 2:115, tweede lid, 2:117, derde lid, 2:118, tweede lid, 2:120, tweede lid, 2:121, tweede lid, verstrekking van gegevens is voorgeschreven, aan de Nederlandsche Bank. -**2.** Een clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, financiële instelling, kredietinstelling of verzekeraar met zetel in Nederland geeft, onverminderd het eerste lid, kennis van wijzigingen met betrekking tot onderwerpen waarover ingevolge artikel 2:108, tweede lid, 2:112, tweede lid, of 2:115, tweede lid, verstrekking van gegevens is voorgeschreven, aan de toezichthoudende instantie van de lidstaat waar de financiële onderneming haar bedrijf uitoefent vanuit een bijkantoor. +**2.** Een clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, financiële instelling, bank of verzekeraar met zetel in Nederland geeft, onverminderd het eerste lid, kennis van wijzigingen met betrekking tot onderwerpen waarover ingevolge artikel 2:108, tweede lid, 2:112, tweede lid, of 2:115, tweede lid, verstrekking van gegevens is voorgeschreven, aan de toezichthoudende instantie van de lidstaat waar de financiële onderneming haar bedrijf uitoefent vanuit een bijkantoor. **3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt, onder vermelding van de te volgen procedures, bepaald van welke wijzigingen kennis wordt gegeven, welke gegevens daarbij worden verstrekt en, indien van toepassing, onder welke voorwaarden de wijzigingen ten uitvoer mogen worden gelegd. ### Artikel 3:29a -Een betaalinstelling stelt de geldmiddelen die worden of zijn ontvangen van betaaldienstgebruikers of andere betaalinstellingen op een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaalde wijze zeker. +**1.** Een betaalinstelling of een elektronischgeldinstelling met zetel in Nederland stelt de geldmiddelen die worden of zijn ontvangen van betaaldienstgebruikers of andere betaalinstellingen of elektronischgeldinstellingen op een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaalde wijze zeker. + +**2.** Een elektronischgeldinstelling met zetel in Nederland stelt de geldmiddelen die worden of zijn ontvangen in ruil voor elektronisch geld op een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaalde wijze zeker. ### Artikel 3:29b -Indien een betaalinstelling tevens werkzaamheden verricht die geen verband houden met het verlenen van betaaldiensten, kan de Nederlandsche Bank de betaalinstelling verplichten die werkzaamheden te doen verrichten door een aparte rechtspersoon indien het verrichten van die werkzaamheden afbreuk doet of dreigt te doen aan: +Indien een betaalinstelling of elektronischgeldinstelling met zetel in Nederland tevens werkzaamheden verricht die geen verband houden met het verlenen van betaaldiensten onderscheidenlijk het uitgeven van elektronisch geld, kan de Nederlandsche Bank de betaalinstelling of elektronischgeldinstelling verplichten die werkzaamheden te doen verrichten door een aparte rechtspersoon indien het verrichten van die werkzaamheden afbreuk doet of dreigt te doen aan: -a. de financiële soliditeit van de betaalinstelling, of +a. de financiële soliditeit van de betaalinstelling of de elektronischgeldinstelling, of b. het toezicht op de naleving van deze wet. ### Artikel 3:29c -**1.** Een betaalinstelling houdt alleen betaalrekeningen aan die uitsluitend voor betalingstransacties worden gebruikt. +**1.** Een betaalinstelling of elektronischgeldinstelling met zetel in Nederland houdt alleen betaalrekeningen aan die uitsluitend voor betalingstransacties worden gebruikt. -**2.** Geldmiddelen die een betaalinstelling in verband met het verlenen van betaaldiensten van betaaldienstgebruikers ontvangt, zijn, in afwijking van artikel 1:1, geen opvorderbare gelden. +**2.** Geldmiddelen die een betaalinstelling of elektronischgeldinstelling met zetel in Nederland in verband met het verlenen van betaaldiensten van betaaldienstgebruikers ontvangt, zijn, in afwijking van artikel 1:1, geen opvorderbare gelden. -**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het verlenen van de onder 4, 5 en 7 van de bijlage bij de richtlijn betaaldiensten bedoelde kredieten door betaalinstellingen. +**3.** Geldmiddelen die door een elektronischgeldinstelling zijn ontvangen in ruil voor elektronisch geld, zijn, in afwijking van artikel 1:1, geen opvorderbare gelden. + +**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het verlenen van de onder 4, 5 en 7 van de bijlage bij de richtlijn betaaldiensten bedoelde kredieten door betaalinstellingen of elektronischgeldinstellingen met zetel in Nederland. ### Artikel 3:30 -**1.** Een kredietinstelling of verzekeraar met zetel in Nederland die tot ontbinding dan wel algehele of gedeeltelijke liquidatie van haar of zijn bedrijf heeft besloten, raadpleegt de Nederlandsche Bank over de wijze waarop de ontbinding onderscheidenlijk de liquidatie zal plaatsvinden ten minste dertien weken voordat aan de beslissing uitvoering wordt gegeven. +**1.** Een bank of verzekeraar met zetel in Nederland die tot ontbinding dan wel algehele of gedeeltelijke liquidatie van haar of zijn bedrijf heeft besloten, raadpleegt de Nederlandsche Bank over de wijze waarop de ontbinding onderscheidenlijk de liquidatie zal plaatsvinden ten minste dertien weken voordat aan de beslissing uitvoering wordt gegeven. **2.** De Nederlandsche Bank kan de termijn, bedoeld in het eerste lid, verkorten. @@ -4897,7 +4909,7 @@ b. het toezicht op de naleving van deze wet. ### Artikel 3:31 -Een kredietinstelling met zetel in Nederland die een dochtermaatschappij is van een kredietinstelling met zetel in een staat die geen lidstaat is, staat in de staat waar de laatstbedoelde kredietinstelling haar zetel heeft onder voldoende geconsolideerd toezicht. +Een bank met zetel in Nederland die een dochtermaatschappij is van een bank met zetel in een staat die geen lidstaat is, staat in de staat waar de laatstbedoelde bank haar zetel heeft onder voldoende geconsolideerd toezicht. ### Artikel 3:32 @@ -4909,21 +4921,11 @@ Indien een financiële onderneming een vergunning heeft voor het uitoefenen van ### Artikel 3:34 -**1.** - -Het is een elektronischgeldinstelling met zetel in Nederland die een vergunning heeft voor het uitoefenen van het bedrijf van elektronischgeldinstelling verboden naast het ter beschikking krijgen van gelden in ruil waarvoor elektronisch geld wordt uitgegeven andere dan de volgende werkzaamheden te verrichten: - -a. het verrichten van met de uitgifte van elektronisch geld samenhangende diensten; -b. het uitgeven en beheren van andere betaalmiddelen, met uitsluiting van de werkzaamheden, bedoeld onder punt 2 van bijlage I van de herziene richtlijn banken; -c. het vastleggen van informatie op een elektronische drager ten behoeve van andere ondernemingen. - -**2.** Een elektronischgeldinstelling als bedoeld in het eerste lid, houdt uitsluitend een deelneming in een andere onderneming indien die onderneming werkzaamheden verricht die samenhangen met het bedrijf van die elektronischgeldinstelling. - -**3.** Onder een deelneming als bedoeld in het tweede lid wordt verstaan een rechtstreeks of middellijk belang van 20 procent of meer in het geplaatste kapitaal van een onderneming, of het rechtstreeks of middellijk kunnen uitoefenen van 20 procent of meer van de stemrechten in een onderneming. +Een elektronischgeldinstelling geeft geen elektronisch geld uit via een agent. ### Artikel 3:35 -Een kredietinstelling geeft slechts elektronisch geld uit tegen een waarde die ten hoogste gelijk is aan de waarde van de voor de uitgifte te ontvangen gelden. +Vervallen ### Artikel 3:35a @@ -4963,7 +4965,7 @@ c. premiepensioeninstellingen die een vergunning hebben als bedoeld in artikel 2 ### Artikel 3:38 -Het is een schadeverzekeraar met zetel in Nederland verboden schaden te verzekeren veroorzaakt door of ontstaan uit gewapend conflict, burgeroorlog, opstand, binnenlandse onlusten, oproer of muiterij. In zee-, transport-, luchtvaart- en reisverzekeringen is het evenwel toegestaan risico’s van molest te verzekeren in de algemeen gebruikelijke molestclausules zolang de Nederlandsche Bank daartegen geen bedenkingen naar voren heeft gebracht. +Het is een schadeverzekeraar met zetel in Nederland verboden schaden te verzekeren veroorzaakt door of ontstaan uit gewapend conflict, burgeroorlog, opstand, binnenlandse onlusten, oproer of muiterij die zich in Nederland voordoen. In zee-, transport-, luchtvaart- en reisverzekeringen is het evenwel toegestaan risico’s van molest te verzekeren in de algemeen gebruikelijke molestclausules zolang de Nederlandsche Bank daartegen geen bedenkingen naar voren heeft gebracht. ### Artikel 3:38a @@ -4981,8 +4983,6 @@ Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met **2.** Het is een bank met zetel in een andere lidstaat die haar bedrijf uitoefent door middel van het verrichten van diensten naar Nederland, toegestaan ten minste de werkzaamheden genoemd in bijlage I van de herziene richtlijn banken te verrichten, tenzij in de in die lidstaat verleende vergunning uitdrukkelijk anders is bepaald dan wel zij van de werkzaamheden die zij voornemens is door middel van het verrichten van diensten naar Nederland uit te oefenen geen kennis heeft gegeven aan de toezichthoudende instantie van de lidstaat waar zij haar zetel heeft. -**3.** Artikel 3:34 is van overeenkomstige toepassing op elektronischgeldinstellingen met zetel in een andere lidstaat die vanuit een bijkantoor dan wel door middel van het verrichten van diensten in Nederland hun bedrijf uitoefenen. - ### Artikel 3:39a De artikelen 3:29a, 3:29b, 3:29c en 3:34 zijn van overeenkomstige toepassing op betaaldienstverleners met zetel in een andere lidstaat en elektronischgeldinstellingen met zetel in een andere lidstaat die vanuit een bijkantoor dan wel door middel van het verrichten van diensten in Nederland hun bedrijf uitoefenen. @@ -5003,13 +5003,13 @@ Een levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in een andere lidstaat geef ### Artikel 3:43 -**1.** De artikelen 3:32, 3:34, 3:36, en 3:38 zijn van overeenkomstige toepassing op een bank, levensverzekeraar en schadeverzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is, die vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor haar onderscheidenlijk zijn bedrijf uitoefent, voorzover deze artikelen betrekking hebben op de desbetreffende financiële ondernemingen. +**1.** De artikelen 3:32, 3:36, 3:38 en 3:108a zijn van overeenkomstige toepassing op een bank, levensverzekeraar en schadeverzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is, die vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor haar onderscheidenlijk zijn bedrijf uitoefent, voorzover deze artikelen betrekking hebben op de desbetreffende financiële ondernemingen. -**2.** Een kredietinstelling of levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is die vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor haar onderscheidenlijk zijn bedrijf uitoefent, geeft kennis van wijzigingen met betrekking tot onderwerpen waarover krachtens artikel 2:21, tweede lid, 2:41, tweede lid, 2:42, tweede lid, 2:43, tweede lid, of 2:46, tweede lid, verstrekking van gegevens is voorgeschreven, aan de Nederlandsche Bank. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt, onder vermelding van de te volgen procedures, bepaald welke gegevens daarbij worden verstrekt en, indien van toepassing, onder welke voorwaarden de wijzigingen ten uitvoer mogen worden gelegd. +**2.** Een bank of levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is die vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor haar onderscheidenlijk zijn bedrijf uitoefent, geeft kennis van wijzigingen met betrekking tot onderwerpen waarover krachtens artikel 2:21, tweede lid, 2:41, tweede lid, 2:42, tweede lid, 2:43, tweede lid, of 2:46, tweede lid, verstrekking van gegevens is voorgeschreven, aan de Nederlandsche Bank. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt, onder vermelding van de te volgen procedures, bepaald welke gegevens daarbij worden verstrekt en, indien van toepassing, onder welke voorwaarden de wijzigingen ten uitvoer mogen worden gelegd. ### Artikel 3:44 -**1.** Een kredietinstelling, levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is die tot ontbinding dan wel algehele of gedeeltelijke liquidatie van haar of zijn in Nederland gelegen bijkantoor heeft besloten, raadpleegt de Nederlandsche Bank over de wijze waarop de ontbinding onderscheidenlijk de liquidatie zal plaatsvinden ten minste dertien weken voordat aan de beslissing uitvoering wordt gegeven. +**1.** Een bank, levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is die tot ontbinding dan wel algehele of gedeeltelijke liquidatie van haar of zijn in Nederland gelegen bijkantoor heeft besloten, raadpleegt de Nederlandsche Bank over de wijze waarop de ontbinding onderscheidenlijk de liquidatie zal plaatsvinden ten minste dertien weken voordat aan de beslissing uitvoering wordt gegeven. **2.** Artikel 3:30, tweede tot en met vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. @@ -5019,7 +5019,7 @@ Indien een financiële onderneming een vergunning heeft voor het uitoefenen van ### Artikel 3:46 -Een kredietinstelling met zetel in een staat die geen lidstaat is die vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor haar bedrijf uitoefent en die een dochteronderneming is van een kredietinstelling met zetel in een staat die geen lidstaat is, staat in de staat waar de laatstbedoelde kredietinstelling haar zetel heeft onder voldoende geconsolideerd toezicht. +Een bank met zetel in een staat die geen lidstaat is die vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor haar bedrijf uitoefent en die een dochteronderneming is van een bank met zetel in een staat die geen lidstaat is, staat in de staat waar de laatstbedoelde bank haar zetel heeft onder voldoende geconsolideerd toezicht. ### Artikel 3:47 @@ -5073,7 +5073,7 @@ Een natura-uitvaartverzekeraar met zetel in een niet-aangewezen staat die door m ### Artikel 3:53 -**1.** Een beheerder van een beleggingsinstelling, niet zijnde een instelling voor collectieve belegging in effecten, met zetel in Nederland die rechten van deelneming in Nederland aanbiedt, een beheerder met zetel in Nederland van een instelling voor collectieve belegging in effecten, een beleggingsonderneming met zetel in Nederland die beleggingsdiensten verleent of beleggingsactiviteiten verricht in Nederland, een betaalinstelling, een bewaarder die is verbonden aan een beleggingsinstelling met zetel in Nederland waarvan rechten van deelneming in Nederland worden aangeboden, een clearinginstelling, een entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, pensioenbewaarder, premiepensioeninstelling of verzekeraar met zetel in Nederland beschikt over een minimumbedrag aan eigen vermogen. +**1.** Een beheerder van een beleggingsinstelling, niet zijnde een instelling voor collectieve belegging in effecten, met zetel in Nederland die rechten van deelneming in Nederland aanbiedt, een beheerder met zetel in Nederland van een instelling voor collectieve belegging in effecten, een beleggingsonderneming met zetel in Nederland die beleggingsdiensten verleent of beleggingsactiviteiten verricht in Nederland, een betaalinstelling, een bewaarder die is verbonden aan een beleggingsinstelling met zetel in Nederland waarvan rechten van deelneming in Nederland worden aangeboden, een clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, een entiteit voor risico-acceptatie, bank, pensioenbewaarder, premiepensioeninstelling of verzekeraar met zetel in Nederland beschikt over een minimumbedrag aan eigen vermogen. **2.** Onverminderd het eerste lid beschikt een verzekeraar als bedoeld in het eerste lid over financiële middelen tot dekking van de kosten voor de inrichting van de administratie en van het productienet. @@ -5083,13 +5083,13 @@ Een natura-uitvaartverzekeraar met zetel in een niet-aangewezen staat die door m **5.** Indien een beheerder, niet zijnde een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten, pensioenbewaarder of bewaarder als bedoeld in het eerste lid voorziet of redelijkerwijze kan voorzien dat zijn minimumbedrag aan eigen vermogen niet voldoet of niet zal voldoen aan de regels, bedoeld in het derde lid, geeft hij hiervan onverwijld kennis aan de Nederlandsche Bank. -**6.** De Nederlandsche Bank kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, aan een beheerder, beleggingsonderneming, bewaarder, clearinginstelling, kredietinstelling of premiepensioeninstelling als bedoeld in het eerste lid ontheffing verlenen van het eerste of derde lid, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt. +**6.** De Nederlandsche Bank kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, aan een beheerder, beleggingsonderneming, bewaarder, clearinginstelling, bank of premiepensioeninstelling als bedoeld in het eerste lid ontheffing verlenen van het eerste of derde lid, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt. ##### Paragraaf 3.3.5.2. Financiële ondernemingen met zetel in een staat die geen lidstaat is ### Artikel 3:54 -**1.** Artikel 3:53, eerste, derde, vierde en zesde lid, is van overeenkomstige toepassing op beleggingsondernemingen met zetel in een staat die geen lidstaat is die beleggingsdiensten verlenen of beleggingsactiviteiten verrichten in Nederland, en kredietinstellingen, levensverzekeraars en schadeverzekeraars met zetel in een staat die geen lidstaat is die hun bedrijf uitoefenen vanuit in Nederland gelegen bijkantoren. +**1.** Artikel 3:53, eerste, derde, vierde en zesde lid, is van overeenkomstige toepassing op beleggingsondernemingen met zetel in een staat die geen lidstaat is die beleggingsdiensten verlenen of beleggingsactiviteiten verrichten in Nederland, en banken, levensverzekeraars en schadeverzekeraars met zetel in een staat die geen lidstaat is die hun bedrijf uitoefenen vanuit in Nederland gelegen bijkantoren. **2.** Artikel 3:53, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op levensverzekeraars en schadeverzekeraars met zetel in een staat die geen lidstaat is die hun bedrijf uitoefenen vanuit in Nederland gelegen bijkantoren. @@ -5119,25 +5119,25 @@ Artikel 3:53, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op natura-uitvaartve ### Artikel 3:57 -**1.** Een beheerder met zetel in Nederland van een instelling voor collectieve belegging in effecten, een beleggingsonderneming met zetel in Nederland die beleggingsdiensten verleent of beleggingsactiviteiten verricht in Nederland, een betaalinstelling, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie kredietinstelling of verzekeraar met zetel in Nederland beschikt over voldoende solvabiliteit. +**1.** Een beheerder met zetel in Nederland van een instelling voor collectieve belegging in effecten, een beleggingsonderneming met zetel in Nederland die beleggingsdiensten verleent of beleggingsactiviteiten verricht in Nederland, een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank of verzekeraar met zetel in Nederland beschikt over voldoende solvabiliteit. -**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden voor beheerders, beleggingsondernemingen, betaalinstellingen, clearinginstellingen, kredietinstellingen en verzekeraars, bedoeld in het eerste lid, regels gesteld met betrekking tot de berekening van de minimumomvang van de solvabiliteit, de samenstelling van de solvabiliteit en de waardering van de vermogensbestanddelen die tot de solvabiliteit kunnen worden gerekend. Tevens worden regels gesteld met betrekking tot het in het vierde lid bedoelde garantiefonds. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voor een entiteit voor risico-acceptatie regels worden gesteld met betrekking tot de in de eerste volzin genoemde onderwerpen. +**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden voor beheerders, beleggingsondernemingen, betaalinstellingen, clearinginstellingen, elektronischgeldinstellingen, banken en verzekeraars, bedoeld in het eerste lid, regels gesteld met betrekking tot de berekening van de minimumomvang van de solvabiliteit, de samenstelling van de solvabiliteit en de waardering van de vermogensbestanddelen die tot de solvabiliteit kunnen worden gerekend. Tevens worden regels gesteld met betrekking tot het in het vierde lid bedoelde garantiefonds. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voor een entiteit voor risico-acceptatie regels worden gesteld met betrekking tot de in de eerste volzin genoemde onderwerpen. -**3.** De aan te houden solvabiliteit van een beheerder, beleggingsonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling of kredietinstelling als bedoeld in het eerste lid, wordt uitgedrukt in een toetsingsvermogen. De aan te houden solvabiliteit van een entiteit voor risico-acceptatie of verzekeraar als bedoeld in het eerste lid, wordt uitgedrukt in een solvabiliteitsmarge. +**3.** De aan te houden solvabiliteit van een beheerder, beleggingsonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling of bank als bedoeld in het eerste lid, wordt uitgedrukt in een toetsingsvermogen. De aan te houden solvabiliteit van een entiteit voor risico-acceptatie of verzekeraar als bedoeld in het eerste lid, wordt uitgedrukt in een solvabiliteitsmarge. **4.** Een derde gedeelte van het overeenkomstig het tweede lid berekende minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge van een entiteit voor risico-acceptatie of verzekeraar als bedoeld in het eerste lid, is het garantiefonds. **5.** Indien een financiële onderneming als bedoeld in het eerste lid voorziet of redelijkerwijze kan voorzien dat haar solvabiliteit niet voldoet of niet zal voldoen aan de regels, bedoeld in het tweede lid, geeft zij hiervan onverwijld kennis aan de Nederlandsche Bank. -**6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het aanhouden van balansposten of posten buiten de balanstelling door beheerders, beleggingsondernemingen, clearinginstellingen en kredietinstellingen, bedoeld in het eerste lid, instellingen voor collectieve belegging in effecten die een beleggingsmaatschappij zijn met zetel in Nederland en bewaarders die zijn verbonden aan een instelling voor collectieve belegging in effecten met zetel in Nederland. +**6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het aanhouden van balansposten of posten buiten de balanstelling door beheerders, beleggingsondernemingen, clearinginstellingen en banken, bedoeld in het eerste lid, instellingen voor collectieve belegging in effecten die een beleggingsmaatschappij zijn met zetel in Nederland en bewaarders die zijn verbonden aan een instelling voor collectieve belegging in effecten met zetel in Nederland. -**7.** De Nederlandsche Bank kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, aan een beheerder, beleggingsonderneming, clearinginstelling, of kredietinstelling als bedoeld in het eerste lid ontheffing verlenen van ingevolge het eerste, tweede of zesde lid bepaalde, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt. +**7.** De Nederlandsche Bank kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, aan een beheerder, beleggingsonderneming, clearinginstelling, of bank als bedoeld in het eerste lid ontheffing verlenen van ingevolge het eerste, tweede of zesde lid bepaalde, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt. ##### Paragraaf 3.3.6.2. Financiële ondernemingen met zetel in een staat die geen lidstaat is ### Artikel 3:58 -**1.** Artikel 3:57 is van overeenkomstige toepassing op beleggingsondernemingen met zetel in een staat die geen lidstaat is die beleggingsdiensten verlenen of beleggingsactiviteiten verrichten in Nederland, en kredietinstellingen, levensverzekeraars en schadeverzekeraars met zetel in een staat die geen lidstaat is die hun bedrijf uitoefenen vanuit in Nederland gelegen bijkantoren. +**1.** Artikel 3:57 is van overeenkomstige toepassing op beleggingsondernemingen met zetel in een staat die geen lidstaat is die beleggingsdiensten verlenen of beleggingsactiviteiten verrichten in Nederland, en banken, levensverzekeraars en schadeverzekeraars met zetel in een staat die geen lidstaat is die hun bedrijf uitoefenen vanuit in Nederland gelegen bijkantoren. **2.** Artikel 3:57 is van overeenkomstige toepassing op levensverzekeraars en schadeverzekeraars met zetel in een staat die geen lidstaat is die hun bedrijf uitoefenen door middel van het verrichten van diensten naar Nederland vanuit een vestiging in een staat die geen lidstaat is. @@ -5179,7 +5179,7 @@ c. ten minste de helft van het minimumbedrag van het garantiefonds wordt aangeho ### Artikel 3:63 -**1.** Een beleggingsinstelling met zetel in Nederland waarvan in Nederland de rechten van deelneming op verzoek van de deelnemers ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald, een clearinginstelling of kredietinstelling met zetel in Nederland beschikt over voldoende liquiditeit. +**1.** Een beleggingsinstelling met zetel in Nederland waarvan in Nederland de rechten van deelneming op verzoek van de deelnemers ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald, een clearinginstelling of bank met zetel in Nederland beschikt over voldoende liquiditeit. **2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de minimumomvang, de samenstelling en de berekening van de liquiditeit van een financiële onderneming als bedoeld in het eerste lid. @@ -5197,7 +5197,7 @@ Artikel 3:63 is van overeenkomstige toepassing op banken met zetel in een andere ### Artikel 3:65 -Artikel 3:63 is van overeenkomstige toepassing op kredietinstellingen met zetel in een staat die geen lidstaat is die hun bedrijf uitoefenen vanuit in Nederland gelegen bijkantoren. +Artikel 3:63 is van overeenkomstige toepassing op banken met zetel in een staat die geen lidstaat is die hun bedrijf uitoefenen vanuit in Nederland gelegen bijkantoren. ##### Paragraaf 3.3.7.4. Financiële ondernemingen met zetel in een niet-aangewezen staat @@ -5232,7 +5232,7 @@ b. de lokalisatie van de waarden, bedoeld in het eerste en derde lid, en de munt **1.** Een levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is, houdt voor zijn vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor aangegane verplichtingen uit levensverzekeringen onderscheidenlijk schadeverzekeringen toereikende technische voorzieningen aan. De technische voorzieningen worden volledig door waarden gedekt. -**2.** Artikel 3:67, tweede lid, eerste volzin, is van overeenkomstige toepassing op levensverzekeraars als bedoeld in het eerste lid. +**2.** Artikel 3:67, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op levensverzekeraars als bedoeld in het eerste lid. **3.** De levensverzekeraar of schadeverzekeraar dekt de verplichtingen die voortvloeien uit vorderingen als bedoeld in artikel 3:198, tweede lid, onderdelen b, c en d, dan wel derde lid, onderdelen a, b en c, volledig door waarden. @@ -5268,7 +5268,7 @@ b. de lokalisatie van de waarden, bedoeld in het eerste en derde lid, en de munt ### Artikel 3:71 -**1.** Een betaalinstelling, clearinginsteling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling, pensioenbewaarder, premiepensioeninstelling of verzekeraar met zetel in Nederland verstrekt binnen zes maanden na afloop van het boekjaar aan de Nederlandsche Bank de jaarrekening, het jaarverslag en de overige gegevens, bedoeld in de artikelen 361, eerste lid, onderscheidenlijk 391, eerste lid, en 392, eerste lid, onderdelen a tot en met h, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. +**1.** Een betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, pensioenbewaarder, premiepensioeninstelling of verzekeraar met zetel in Nederland verstrekt binnen zes maanden na afloop van het boekjaar aan de Nederlandsche Bank de jaarrekening, het jaarverslag en de overige gegevens, bedoeld in de artikelen 361, eerste lid, onderscheidenlijk 391, eerste lid, en 392, eerste lid, onderdelen a tot en met h, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. **2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de wijze van de verstrekking van de jaarrekening, het jaarverslag en de overige gegevens. @@ -5276,7 +5276,7 @@ b. de lokalisatie van de waarden, bedoeld in het eerste en derde lid, en de munt ### Artikel 3:72 -**1.** Een beleggingsonderneming met zetel in Nederland die beleggingsdiensten verleent of beleggingsactiviteiten verricht in Nederland, een clearinginstelling of kredietinstelling met zetel in Nederland verstrekt periodiek binnen de daartoe vastgestelde termijnen staten aan de Nederlandsche Bank, al dan niet tevens op geconsolideerde basis, die deze nodig heeft voor het toezicht op de naleving van het bij of krachtens dit deel bepaalde. +**1.** Een beleggingsonderneming met zetel in Nederland die beleggingsdiensten verleent of beleggingsactiviteiten verricht in Nederland, een betaalinstelling, een clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, bank of premiepensioeninstelling met zetel in Nederland verstrekt periodiek binnen de daartoe vastgestelde termijnen staten aan de Nederlandsche Bank, al dan niet tevens op geconsolideerde basis, die deze nodig heeft voor het toezicht op de naleving van het bij of krachtens dit deel bepaalde. **2.** Het eerste lid is niet van toepassing op financiële ondernemingen als bedoeld in het eerste lid, waaraan een ontheffing als bedoeld in artikel 3:57, zevende lid, of 3:63, vierde lid, is verleend. @@ -5288,13 +5288,13 @@ b. de lokalisatie van de waarden, bedoeld in het eerste en derde lid, en de munt **6.** De Nederlandsche Bank kan, indien zich een gebeurtenis voordoet of heeft voorgedaan die ernstige gevolgen heeft of kan hebben voor de financiële positie van een financiële onderneming als bedoeld in het eerste of derde lid, voorschrijven dat een of meer staten tijdelijk worden verstrekt met een hogere frequentie of op een kortere termijn dan ingevolge het vijfde lid is bepaald. Deze staten worden niet openbaar gemaakt. -**7.** Staten, verstrekt door een clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling of verzekeraar, zijn periodiek voorzien van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een accountant. De Nederlandsche Bank kan bepalen dat staten, verstrekt door een beleggingsonderneming, voorzien zijn van een verklaring als bedoeld in de eerste volzin. De accountant waarmerkt de betrokken staten. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het onderzoek en de waarmerking van de staten. +**7.** Staten, verstrekt door een clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, premiepensioen-instelling of verzekeraar, zijn periodiek voorzien van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een accountant. De Nederlandsche Bank kan bepalen dat staten, verstrekt door een beleggingsonderneming, voorzien zijn van een verklaring als bedoeld in de eerste volzin. De accountant waarmerkt de betrokken staten. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het onderzoek en de waarmerking van de staten. **8.** De Nederlandsche Bank kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het eerste of derde lid indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt. **9.** Een entiteit voor risico-acceptatie of verzekeraar legt de ingevolge het vijfde lid openbaar te maken staten op al zijn kantoren in Nederland ter inzage van een ieder tot achttien maanden na afloop van het boekjaar. Tot zolang verstrekt hij een ieder op verzoek een afschrift tegen ten hoogste de kostprijs. -**10.** De Nederlandsche Bank publiceert periodiek de voornaamste geaggregeerde gegevens op basis van de staten die ingevolge het eerste lid door kredietinstellingen met zetel in Nederland aan haar zijn verstrekt. +**10.** De Nederlandsche Bank publiceert periodiek de voornaamste geaggregeerde gegevens op basis van de staten die ingevolge het eerste lid door banken met zetel in Nederland aan haar zijn verstrekt. ### Artikel 3:73 @@ -5329,7 +5329,9 @@ d. de juistheid van gegevens als bedoeld in het eerste lid waarvoor geen wetteli ### Artikel 3:74b -Een betaalinstelling die naast het verlenen van betaaldiensten tevens andere werkzaamheden verricht, voert een afzonderlijke boekhouding voor de betaaldiensten. +**1.** Een betaalinstelling of elektronischgeldinstelling met zetel in Nederland die naast het verlenen van betaaldiensten tevens andere werkzaamheden verricht, voert een afzonderlijke boekhouding voor de betaaldiensten. + +**2.** Een elektronischgeldinstelling met zetel in Nederland die naast de uitgifte van elektronisch geld andere werkzaamheden verricht, voert een afzonderlijke boekhouding voor de uitgifte van het elektronisch geld. ##### Paragraaf 3.3.9.2. Financiële ondernemingen met zetel in een andere lidstaat @@ -5361,11 +5363,11 @@ Artikel 3:70 is van overeenkomstige toepassing op levensverzekeraars en schadeve ### Artikel 3:80 -Artikel 3:75 is van overeenkomstige toepassing op kredietinstellingen, levensverzekeraars en schadeverzekeraars met zetel in een staat die geen lidstaat is, die hun bedrijf uitoefenen vanuit in Nederland gelegen bijkantoren. +Artikel 3:75 is van overeenkomstige toepassing op banken, levensverzekeraars en schadeverzekeraars met zetel in een staat die geen lidstaat is, die hun bedrijf uitoefenen vanuit in Nederland gelegen bijkantoren. ### Artikel 3:81 -**1.** Een kredietinstelling, levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is, die haar onderscheidenlijk zijn bedrijf uitoefent vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor, verstrekt binnen zes maanden na afloop van het boekjaar aan de Nederlandsche Bank de jaarrekening, de geconsolideerde jaarrekening en het jaarverslag. +**1.** Een bank, levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is, die haar onderscheidenlijk zijn bedrijf uitoefent vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor, verstrekt binnen zes maanden na afloop van het boekjaar aan de Nederlandsche Bank de jaarrekening, de geconsolideerde jaarrekening en het jaarverslag. **2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de wijze van de verstrekking van de jaarrekening, de geconsolideerde jaarrekening en het jaarverslag. @@ -5373,7 +5375,7 @@ Artikel 3:75 is van overeenkomstige toepassing op kredietinstellingen, levensver ### Artikel 3:82 -**1.** Artikel 3:72, eerste lid en vijfde tot en met achtste lid, is van overeenkomstige toepassing op beleggingsondernemingen met zetel in een staat die geen lidstaat is die beleggingsdiensten verlenen of beleggingsactiviteiten verrichten in Nederland en in Nederland gelegen bijkantoren van kredietinstellingen met zetel in een staat die geen lidstaat is, met dien verstande dat de staten zijn voorzien van een verklaring omtrent de getrouwheid, dan wel een met de verklaring omtrent de getrouwheid overeenkomende verklaring, afgegeven door een accountant, dan wel door een deskundige die ingevolge het recht van de staat waar de beleggingsonderneming of kredietinstelling haar zetel heeft, bevoegd is de staten te onderzoeken. Artikel 3:72, tiende lid, is van overeenkomstige toepassing op in Nederland gelegen bijkantoren van kredietinstellingen met zetel in een staat die geen lidstaat is. +**1.** Artikel 3:72, eerste lid en vijfde tot en met achtste lid, is van overeenkomstige toepassing op beleggingsondernemingen met zetel in een staat die geen lidstaat is die beleggingsdiensten verlenen of beleggingsactiviteiten verrichten in Nederland en in Nederland gelegen bijkantoren van banken met zetel in een staat die geen lidstaat is, met dien verstande dat de staten zijn voorzien van een verklaring omtrent de getrouwheid, dan wel een met de verklaring omtrent de getrouwheid overeenkomende verklaring, afgegeven door een accountant, dan wel door een deskundige die ingevolge het recht van de staat waar de beleggingsonderneming of bank haar zetel heeft, bevoegd is de staten te onderzoeken. Artikel 3:72, tiende lid, is van overeenkomstige toepassing op in Nederland gelegen bijkantoren van banken met zetel in een staat die geen lidstaat is. **2.** De artikelen 3:72, derde lid en vijfde tot en met negende lid, en 3:73 zijn van overeenkomstige toepassing op bijkantoren in Nederland van levensverzekeraars of schadeverzekeraars met zetel in een staat die geen lidstaat is, met dien verstande dat de staten zijn voorzien van een verklaring omtrent de getrouwheid, dan wel een met de verklaring omtrent de getrouwheid overeenkomende verklaring, afgegeven door een accountant, dan wel door een deskundige die ingevolge het recht van de staat waar de levensverzekeraar of schadeverzekeraar zijn zetel heeft, bevoegd is de staten te onderzoeken. Artikel 3:72, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op in Nederland gelegen bijkantoren van levensverzekeraars met zetel in een staat die geen lidstaat is. @@ -5421,12 +5423,12 @@ De artikelen 3:75 en 3:81 zijn van overeenkomstige toepassing op clearinginstell **1.** -Een accountant die het onderzoek uitvoert van de jaarrekening van een beheerder van een beleggingsinstelling met zetel in Nederland waarvan rechten van deelneming in Nederland worden aangeboden, een beleggingsinstelling waarvan rechten van deelneming in Nederland worden aangeboden, een beleggingsonderneming met zetel in Nederland die beleggingsdiensten verleent of beleggingsactiviteiten verricht in Nederland, een clearinginstelling, kredietinstelling of verzekeraar met zetel in Nederland, dan wel van de staten van een financiële onderneming met zetel in Nederland als bedoeld in artikel 3:72, eerste of derde lid, geeft de Nederlandsche Bank zo spoedig mogelijk kennis van elke omstandigheid waarvan hij bij de uitvoering van het onderzoek kennis heeft gekregen en die: +Een accountant die het onderzoek uitvoert van de jaarrekening van een beheerder van een beleggingsinstelling met zetel in Nederland waarvan rechten van deelneming in Nederland worden aangeboden, een beleggingsinstelling waarvan rechten van deelneming in Nederland worden aangeboden, een beleggingsonderneming met zetel in Nederland die beleggingsdiensten verleent of beleggingsactiviteiten verricht in Nederland, een betaalinstelling, een clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, bank of verzekeraar met zetel in Nederland, dan wel van de staten van een financiële onderneming met zetel in Nederland als bedoeld in artikel 3:72, eerste of derde lid, geeft de Nederlandsche Bank zo spoedig mogelijk kennis van elke omstandigheid waarvan hij bij de uitvoering van het onderzoek kennis heeft gekregen en die: a. in strijd is met de ingevolge dit deel opgelegde verplichtingen; of b. het voortbestaan van de financiële onderneming bedreigt. -**2.** Een accountant die het onderzoek uitvoert van de jaarrekening van een clearinginstelling, kredietinstelling of verzekeraar met zetel in Nederland, dan wel van de staten van een financiële onderneming met zetel in Nederland als bedoeld in artikel 3:72, eerste of derde lid, geeft de Nederlandsche Bank zo spoedig mogelijk kennis van elke omstandigheid waarvan hij bij de uitvoering van het onderzoek kennis heeft gekregen en die leidt tot weigering van het afgeven van een verklaring omtrent de getrouwheid of tot het maken van voorbehouden. +**2.** Een accountant die het onderzoek uitvoert van de jaarrekening van een clearinginstelling, bank of verzekeraar met zetel in Nederland, dan wel van de staten van een financiële onderneming met zetel in Nederland als bedoeld in artikel 3:72, eerste of derde lid, geeft de Nederlandsche Bank zo spoedig mogelijk kennis van elke omstandigheid waarvan hij bij de uitvoering van het onderzoek kennis heeft gekregen en die leidt tot weigering van het afgeven van een verklaring omtrent de getrouwheid of tot het maken van voorbehouden. **3.** Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op een accountant die naast het onderzoek van de jaarrekening of de staten, bedoeld in het eerste en tweede lid, ook het onderzoek uitvoert van de jaarrekening of de staten van een persoon waarmee een financiële onderneming als bedoeld in het eerste of tweede lid, in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur is verbonden. @@ -5454,7 +5456,7 @@ Artikel 3:88 is van overeenkomstige toepassing op accountants die het onderzoek, ### Artikel 3:91 -Artikel 3:88 is van overeenkomstige toepassing op accountants of andere deskundigen die het onderzoek, bedoeld in artikel 3:82, eerste of tweede lid, uitvoeren van de staten van een in Nederland gelegen bijkantoor van een beleggingsonderneming, kredietinstelling, levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is, of van een beleggingsonderneming met zetel in een staat die geen lidstaat is die diensten verricht naar Nederland. +Artikel 3:88 is van overeenkomstige toepassing op accountants of andere deskundigen die het onderzoek, bedoeld in artikel 3:82, eerste of tweede lid, uitvoeren van de staten van een in Nederland gelegen bijkantoor van een beleggingsonderneming, bank, levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is, of van een beleggingsonderneming met zetel in een staat die geen lidstaat is die diensten verricht naar Nederland. ### Artikel 3:92 @@ -5480,7 +5482,7 @@ Artikel 3:89 is van overeenkomstige toepassing op actuarissen die het onderzoek, Het is verboden, anders dan na verkregen verklaring van geen bezwaar van de Nederlandsche Bank, een gekwalificeerde deelneming te houden, te verwerven of zodanig te vergroten dat een bovengrens als bedoeld in artikel 3:102, eerste lid, wordt bereikt of overschreden, dan wel enige zeggenschap verbonden aan een gekwalificeerde deelneming uit te oefenen in een: -a. kredietinstelling met zetel in Nederland; +a. bank met zetel in Nederland; b. beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten met zetel in Nederland; c. beleggingsonderneming met zetel in Nederland; d. entiteit voor risico-acceptatie; of @@ -5495,8 +5497,8 @@ e. verzekeraar met zetel in Nederland. Het is een bank met zetel in Nederland verboden, anders dan na verkregen verklaring van geen bezwaar van de Nederlandsche Bank: a. haar eigen vermogen door terugbetaling van kapitaal of uitkering van reserves te verminderen dan wel een uitkering te doen uit de post omvattende de dekking voor algemene bankrisico’s, bedoeld in artikel 424 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek; -b. een gekwalificeerde deelneming te verwerven of te vergroten in een kredietinstelling, beleggingsonderneming of verzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is of in een financiële instelling waaraan geen verklaring van ondertoezichtstelling is verleend als bedoeld in artikel 3:110, indien het balanstotaal van die kredietinstelling, beleggingsonderneming, verzekeraar of financiële instelling ten tijde van de verwerving onderscheidenlijk de vergroting, meer bedraagt dan een procent van het geconsolideerde balanstotaal van de bank, bedoeld in de aanhef; -c. een gekwalificeerde deelneming in een onderneming, niet zijnde een kredietinstelling, beleggingsonderneming, financiële instelling of verzekeraar met zetel in Nederland of in een andere lidstaat of in een staat die geen lidstaat is, te verwerven of te vergroten, indien het bedrag dat wordt betaald voor die verwerving, onderscheidenlijk die vergroting, tezamen met de bedragen die voor eerdere verwerving en vergroting van een deelneming in die onderneming zijn betaald, meer bedraagt dan een procent van het geconsolideerde aanwezige eigen vermogen van de bank, bedoeld in de aanhef; +b. een gekwalificeerde deelneming te verwerven of te vergroten in een bank, beleggingsonderneming of verzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is of in een financiële instelling waaraan geen verklaring van ondertoezichtstelling is verleend als bedoeld in artikel 3:110, indien het balanstotaal van die bank, beleggingsonderneming, verzekeraar of financiële instelling ten tijde van de verwerving onderscheidenlijk de vergroting, meer bedraagt dan een procent van het geconsolideerde balanstotaal van de bank, bedoeld in de aanhef; +c. een gekwalificeerde deelneming in een onderneming, niet zijnde een bank, beleggingsonderneming, financiële instelling of verzekeraar met zetel in Nederland of in een andere lidstaat of in een staat die geen lidstaat is, te verwerven of te vergroten, indien het bedrag dat wordt betaald voor die verwerving, onderscheidenlijk die vergroting, tezamen met de bedragen die voor eerdere verwerving en vergroting van een deelneming in die onderneming zijn betaald, meer bedraagt dan een procent van het geconsolideerde aanwezige eigen vermogen van de bank, bedoeld in de aanhef; d. de activa en passiva van een andere onderneming of instelling geheel of voor een belangrijk deel al dan niet middellijk over te nemen indien het totaalbedrag van de over te nemen activa of van de over te nemen passiva meer bedraagt dan een procent van het geconsolideerde balanstotaal van de bank, bedoeld in de aanhef; e. een fusie aan te gaan met een andere onderneming of instelling indien het balanstotaal van de onderneming of instelling waarmee de fusie wordt aangegaan meer bedraagt dan een procent van het geconsolideerde balanstotaal van de bank, bedoeld in de aanhef; f. over te gaan tot financiële of vennootschappelijke reorganisatie; @@ -5626,7 +5628,7 @@ De Nederlandsche Bank deelt Onze Minister eens per jaar de gegevens mede waarove ### Artikel 3:108 -De artikelen 3:95 en 3:103 zijn niet van toepassing ten aanzien van gekwalificeerde deelnemingen die beleggingsondernemingen of kredietinstellingen houden als gevolg van het verlenen van een beleggingsdienst als bedoeld in onderdeel e en f van de definitie van het verlenen van een beleggingsdienst, indien de hieruit voortvloeiende stemrechten niet worden uitgeoefend of anderszins gebruikt worden om zeggenschap uit te oefenen in de uitgevende instelling en de betreffende gekwalificeerde deelneming binnen een jaar na verwerving wordt overgedragen. +De artikelen 3:95 en 3:103 zijn niet van toepassing ten aanzien van gekwalificeerde deelnemingen die beleggingsondernemingen of banken houden als gevolg van het verlenen van een beleggingsdienst als bedoeld in onderdeel e en f van de definitie van het verlenen van een beleggingsdienst, indien de hieruit voortvloeiende stemrechten niet worden uitgeoefend of anderszins gebruikt worden om zeggenschap uit te oefenen in de uitgevende instelling en de betreffende gekwalificeerde deelneming binnen een jaar na verwerving wordt overgedragen. ### Artikel 3:108a @@ -5658,7 +5660,7 @@ De artikelen 3:96, 3:99, 3:101, 3:102, eerste en derde lid, 3:104, eerste lid, 3 **3.** -De Nederlandsche Bank verleent de verklaring van ondertoezichtstelling, indien: +De Nederlandsche Bank verleent op aanvraag de verklaring van ondertoezichtstelling, indien: a. het de aanvrager is toegestaan, voorzover op zijn werkzaamheden andere wettelijke voorschriften van toepassing zijn, deze werkzaamheden te verrichten; b. ten minste 90 procent van de stemrechten in de aanvrager worden gehouden door de bank of banken, bedoeld in het eerste lid; @@ -5667,34 +5669,30 @@ d. de bank of banken, bedoeld in het eerste lid, zorgdragen dat de financiële i **4.** -De aanvrager van een verklaring van ondertoezichtstelling die voornemens is beleggingsdiensten te verlenen of beleggingsactiviteiten te verrichten, geeft hiervan kennis aan de Nederlandsche Bank en toont aan dat zal worden voldaan aan het bepaalde ingevolge: +Onverminderd het derde lid verleent de Nederlandsche Bank op aanvraag een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in het eerste lid, indien de aanvrager aantoont dat zal worden voldaan aan het bepaalde ingevolge: -a. artikel 3:8 met betrekking tot de deskundigheid van de in dat artikel bedoelde personen; -b. artikel 3:9 met betrekking tot de betrouwbaarheid van de in dat artikel genoemde personen; -c. artikel 3:15, eerste en tweede lid, met betrekking tot het minimum aantal personen dat het dagelijks beleid bepaalt en de plaats van waaruit zij hun werkzaamheden verrichten; -d. artikel 3:16 met betrekking tot de zeggenschapstructuur; -e. artikel 3:53, eerste en derde lid, met betrekking tot het minimum eigen vermogen; -f. artikel 4:14, tweede lid, onderdeel c, onder 1° tot en met 6°, met betrekking tot de inrichting van de bedrijfsvoering; -g. artikel 4:87 met betrekking tot het treffen van adequate maatregelen ter bescherming van de rechten van cliënten; en -h. artikel 4:91a met betrekking tot de regels die gelden voor het handelsproces en de afhandeling van transacties in een multilaterale handelsfaciliteit indien de aanvrager voornemens is een multilaterale handelsfaciliteit te exploiteren. +a. artikel 3:8 met betrekking tot de deskundigheid van de in dat artikel bedoelde personen; +b. artikel 3:9 met betrekking tot de betrouwbaarheid van de in dat artikel genoemde personen; +c. artikel 3:10, eerste en tweede lid, met betrekking tot het beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening; +d. artikel 3:15, eerste en tweede lid, met betrekking tot het minimum aantal personen dat het dagelijks beleid bepaalt en de plaats van waaruit zij hun werkzaamheden verrichten; +e. artikel 3:16 met betrekking tot de zeggenschapstructuur; +f. artikel 3:53, eerste en derde lid, met betrekking tot het minimum eigen vermogen; en +g. artikel 3:57, eerste en tweede lid, met betrekking tot de solvabiliteit. **5.** -Een financiële instelling die een verklaring van ondertoezichtstelling heeft verkregen ingevolge het derde lid en die voornemens is beleggingsdiensten te verlenen of beleggingsactiviteiten te verrichten, geeft van het voornemen kennis aan de Nederlandsche Bank en toont aan dat zal worden voldaan aan het bepaalde ingevolge: +Onverminderd het derde en vierde lid verleent de Nederlandsche Bank op aanvraag een verklaring van ondertoezichtstelling aan een financiële instelling die voornemens is tevens beleggingsdiensten te verlenen of beleggingsactiviteiten te verrichten, indien de aanvrager aantoont dat zal worden voldaan aan het bepaalde ingevolge: -a. artikel 3:8 met betrekking tot de deskundigheid van de in dat artikel bedoelde personen; -b. artikel 3:9 met betrekking tot de betrouwbaarheid van de in dat artikel genoemde personen; -c. artikel 3:15, eerste en tweede lid, met betrekking tot het minimum aantal personen dat het dagelijks beleid bepaalt en de plaats van waaruit zij hun werkzaamheden verrichten; -d. artikel 3:16 met betrekking tot de zeggenschapstructuur; -e. artikel 3:53, eerste en derde lid, met betrekking tot het minimum eigen vermogen; -f. artikel 4:14, tweede lid, onderdeel c, onder 1° tot en met 6°, met betrekking tot de inrichting van de bedrijfsvoering; -g. artikel 4:87 met betrekking tot het treffen van adequate maatregelen ter bescherming van de rechten van cliënten; en -h. artikel 4:91a met betrekking tot de regels die gelden voor het handelsproces en de afhandeling van transacties in een multilaterale handelsfaciliteit indien de aanvrager voornemens is een multilaterale handelsfaciliteit te exploiteren. +a. artikel 4:14, tweede lid, onderdeel c, onder 1° tot en met 6°, met betrekking tot de inrichting van de bedrijfsvoering; +b. artikel 4:87 met betrekking tot het treffen van adequate maatregelen ter bescherming van de rechten van cliënten; en +c. artikel 4:91a met betrekking tot de regels die gelden voor het handelsproces en de afhandeling van transacties in een multilaterale handelsfaciliteit indien de aanvrager voornemens is een multilaterale handelsfaciliteit te exploiteren. **6.** De artikelen 3:8, 3:9, 3:10, 3:15, 3:16, 3:17, 3:18, 3:33, 3:53, 3:57, 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel a, tweede lid, eerste volzin, 3:99, 3:100, 3:102, eerste en tweede lid, 3:103 en 3:105, zijn van overeenkomstige toepassing op financiële instellingen die een verklaring van ondertoezichtstelling hebben. **7.** Artikel 1:48 is van overeenkomstige toepassing. +**8.** De Nederlandsche Bank kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk ontheffing verlenen van het derde lid, aanhef en onderdeel d, of van het vierde lid, aanhef en onderdelen c, f, of h, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die die onderdelen beogen te bereiken anderszins worden bereikt. Artikel 2:2 is van overeenkomstige toepassing. + #### Afdeling 3.4.2. Regime voor banken aangesloten bij een centrale kredietinstelling ### Artikel 3:111 @@ -5721,7 +5719,7 @@ e. het inwinnen van inlichtingen bij de aangesloten banken ten behoeve van de co ### Hoofdstuk 3.5. Bijzondere regels en maatregelen ten aanzien van financiële ondernemingen werkzaam op de financiële markten -#### Afdeling 3.5.1. Bijzondere maatregelen ten aanzien van banken, beleggingsondernemingen en betaalinstellingen +#### Afdeling 3.5.1. Bijzondere maatregelen ten aanzien van banken, beleggingsondernemingen, betaalinstellingen en elektronischgeldinstellingen ### Artikel 3:111a @@ -5747,6 +5745,8 @@ g. voorschrijven dat de bank of beleggingsonderneming haar nettowinsten gebruikt **2.** Indien de Nederlandsche Bank overeenkomstig het eerste lid de gegevens heeft ontvangen en zij er van overtuigd is dat de gegevens correct zijn, schrijft zij de agent in in het register, bedoeld in artikel 1:107. +**3.** Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op elektronischgeldinstellingen met zetel in Nederland die door tussenkomst van een betaaldienstagent betaaldiensten verlenen. + #### Afdeling 3.5.1a. Portefeuilleoverdracht ##### Paragraaf 3.5.1a.1. Verzekeraars met zetel in Nederland @@ -5836,7 +5836,7 @@ De aanvraag van instemming met een overdracht als bedoeld in artikel 3:112, eers De Nederlandsche Bank stemt slechts in met een overdracht als bedoeld in artikel 3:112, eerste lid, of artikel 3:114, eerste lid, aan: a. een levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in Nederland, indien deze levensverzekeraar of schadeverzekeraar, mede gelet op de voorgenomen overdracht, beschikt over het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge en de Nederlandsche Bank geen herstelplan ingevolge artikel 3:132 heeft verlangd van die levensverzekeraar of schadeverzekeraar; -b. een levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in een andere lidstaat, indien de toezichthoudende instantie van die lidstaat op verzoek van de Nederlandsche Bank heeft verklaard dat deze levensverzekeraar of schadeverzekeraar, mede gelet op de voorgenomen overdracht, beschikt over het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge; en +b. een levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in een andere lidstaat, indien de toezichthoudende instantie van die lidstaat op verzoek van de Nederlandsche Bank heeft verklaard dat deze levensverzekeraar of schadeverzekeraar, mede gelet op de voorgenomen overdracht, beschikt over het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge; of c. een levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is in het kader van diens bedrijfsuitoefening vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor, indien het betrokken bijkantoor, mede gelet op de voorgenomen overdracht, beschikt over het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge en de Nederlandsche Bank geen herstelplan ingevolge artikel 3:132 heeft verlangd van die levensverzekeraar of schadeverzekeraar. **2.** Indien een toezichthoudende instantie van een lidstaat belast is met het toezicht op de solvabiliteitsmarge van het bijkantoor, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, stemt de Nederlandsche Bank slechts in nadat die toezichthoudende instantie op verzoek van de Nederlandsche Bank heeft medegedeeld dat het bijkantoor, mede gelet op de voorgenomen overdracht, beschikt over het minimumbedrag aan solvabiliteitsmarge en dat, indien van toepassing, van het bijkantoor geen plan dat overeenkomt met een herstelplan als bedoeld in artikel 3:132 is verlangd. @@ -6222,7 +6222,7 @@ De artikelen 3:136, 3:137 en 3:138, eerste en vierde lid, eerste volzin, zijn va **1.** Deze paragraaf is van toepassing op levensverzekeraars met zetel in Nederland die een vergunning als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, hebben. -**2.** Deze paragraaf en de artikelen 1:79 tot en met 1:88, 3:8, 3:9, 3:15, 3:17, 3:18, 3:70, 3:71, 3:95 en 3:99, zijn van overeenkomstige toepassing op opvanginstellingen die het bedrijf van levensverzekeraar uitsluitend als herverzekeraar uitoefenen in de zin van artikel 3:152, tweede lid. +**2.** Deze paragraaf en de artikelen 1:79 tot en met 1:81, 1:85, 3:8, 3:9, 3:15, 3:17, 3:18, 3:70, 3:71, 3:95 en 3:99, zijn van overeenkomstige toepassing op opvanginstellingen die het bedrijf van levensverzekeraar uitsluitend als herverzekeraar uitoefenen in de zin van artikel 3:152, tweede lid. ### Artikel 3:150 @@ -6361,9 +6361,9 @@ Paragraaf 3.5.4.1 is van overeenkomstige toepassing op levensverzekeraars met ze ### Artikel 3:160 -**1.** Ingeval de solvabiliteit of de liquiditeit van een kredietinstelling met zetel in Nederland die een vergunning als bedoeld in artikel 2:11, eerste lid, heeft, tekenen van een gevaarlijke ontwikkeling vertoont en redelijkerwijs in die ontwikkeling geen verbetering te voorzien is, kan de rechtbank Amsterdam op verzoek van de Nederlandsche Bank ten aanzien van de kredietinstelling in het belang van de gezamenlijke schuldeisers de noodregeling uitspreken. +**1.** Ingeval de solvabiliteit of de liquiditeit van een bank met zetel in Nederland die een vergunning als bedoeld in artikel 2:11, eerste lid, heeft, tekenen van een gevaarlijke ontwikkeling vertoont en redelijkerwijs in die ontwikkeling geen verbetering te voorzien is, kan de rechtbank Amsterdam op verzoek van de Nederlandsche Bank ten aanzien van de bank in het belang van de gezamenlijke schuldeisers de noodregeling uitspreken. -**2.** Ingeval de solvabiliteit of de liquiditeit van een kredietinstelling zodanig is dat redelijkerwijs te voorzien is dat de kredietinstelling haar verplichtingen ter zake van de door haar verkregen gelden niet of slechts ten dele kan nakomen, kan de rechtbank Amsterdam op verzoek van de Nederlandsche Bank ten aanzien van de kredietinstelling in het belang van de gezamenlijke schuldeisers de noodregeling uitspreken. +**2.** Ingeval de solvabiliteit of de liquiditeit van een bank zodanig is dat redelijkerwijs te voorzien is dat de bank haar verplichtingen ter zake van de door haar verkregen gelden niet of slechts ten dele kan nakomen, kan de rechtbank Amsterdam op verzoek van de Nederlandsche Bank ten aanzien van de bank in het belang van de gezamenlijke schuldeisers de noodregeling uitspreken. ### Artikel 3:161 @@ -6373,7 +6373,7 @@ Paragraaf 3.5.4.1 is van overeenkomstige toepassing op levensverzekeraars met ze ### Artikel 3:162 -**1.** De Nederlandsche Bank zendt een afschrift van het verzoekschrift aan de kredietinstelling of verzekeraar met zetel in Nederland en geeft kennis van de inhoud van het verzoekschrift aan de toezichthoudende instanties van de andere lidstaten waar het bijkantoor van de kredietinstelling of verzekeraar is gelegen of waarnaar zij of hij diensten verricht vanuit haar of zijn vestigingen in een andere lidstaat. +**1.** De Nederlandsche Bank zendt een afschrift van het verzoekschrift aan de bank of verzekeraar met zetel in Nederland en geeft kennis van de inhoud van het verzoekschrift aan de toezichthoudende instanties van de andere lidstaten waar het bijkantoor van de bank of verzekeraar is gelegen of waarnaar zij of hij diensten verricht vanuit haar of zijn vestigingen in een andere lidstaat. **2.** De rechtbank behandelt het verzoek van de Nederlandsche Bank tot het uitspreken van de noodregeling met de meeste spoed op een niet openbare terechtzitting op de voet van de rechtspleging in burgerlijke zaken, voorzover daarvan bij deze wet niet is afgeweken. @@ -6389,8 +6389,8 @@ Paragraaf 3.5.4.1 is van overeenkomstige toepassing op levensverzekeraars met ze Bij het uitspreken van de noodregeling of daarna kan de rechtbank aan de bewindvoerders een machtiging verlenen die strekt tot: -a. overdracht van het geheel of een gedeelte van de verbintenissen van de kredietinstelling, welke zij in de uitoefening van het bedrijf van kredietinstelling tot het ter beschikking krijgen van gelden heeft aangegaan onderscheidenlijk van het geheel of van een gedeelte van de verbintenissen van de verzekeraar krachtens overeenkomsten van verzekering; -b. gehele of gedeeltelijke liquidatie van het bedrijf van de kredietinstelling onderscheidenlijk van de portefeuille van de verzekeraar; of +a. overdracht van het geheel of een gedeelte van de verbintenissen van de bank, welke zij in de uitoefening van het bedrijf van bank tot het ter beschikking krijgen van gelden heeft aangegaan onderscheidenlijk van het geheel of van een gedeelte van de verbintenissen van de verzekeraar krachtens overeenkomsten van verzekering; +b. gehele of gedeeltelijke liquidatie van het bedrijf van de bank onderscheidenlijk van de portefeuille van de verzekeraar; of c. zowel overdracht als bedoeld in onderdeel a als liquidatie als bedoeld in onderdeel b. **2.** In geval van een machtiging met betrekking tot een verzekeraar, strekt de machtiging, bedoeld in de onderdelen b en c, mede tot vereffening van het vermogen van de onderneming van de verzekeraar, zolang nog niet blijkt dat de verzekeraar een negatief eigen vermogen heeft. @@ -6401,7 +6401,7 @@ c. zowel overdracht als bedoeld in onderdeel a als liquidatie als bedoeld in ond **1.** Indien de machtiging strekt tot overdracht als bedoeld in artikel 3:163, eerste lid, aanhef en onderdeel a, kan op voordracht van de rechter-commissaris of op verzoek van de bewindvoerders de machtiging worden uitgebreid tot een machtiging als bedoeld in artikel 3:163, eerste lid, aanhef en onderdeel c. -**2.** De griffier zendt een afschrift van de voordracht of het verzoek aan de kredietinstelling onderscheidenlijk de verzekeraar met zetel in Nederland en, indien het een voordracht betreft, tevens aan de Nederlandsche Bank. +**2.** De griffier zendt een afschrift van de voordracht of het verzoek aan de bank onderscheidenlijk de verzekeraar met zetel in Nederland en, indien het een voordracht betreft, tevens aan de Nederlandsche Bank. **3.** Op een voordracht of verzoek als bedoeld in het eerste lid wordt niet beslist dan nadat de rechter de Nederlandsche Bank in de gelegenheid heeft gesteld haar mening daaromtrent kenbaar te maken. De Nederlandsche Bank maakt met de meeste spoed haar mening kenbaar. @@ -6409,13 +6409,13 @@ c. zowel overdracht als bedoeld in onderdeel a als liquidatie als bedoeld in ond ### Artikel 3:165 -**1.** De rechtbank is bevoegd inzage te nemen of te doen nemen, door daartoe door haar aangewezen deskundigen, van zakelijke gegevens en bescheiden van de betrokken kredietinstelling of verzekeraar. +**1.** De rechtbank is bevoegd inzage te nemen of te doen nemen, door daartoe door haar aangewezen deskundigen, van zakelijke gegevens en bescheiden van de betrokken bank of verzekeraar. **2.** Degene die de gegevens onder zich heeft, verstrekt de gegevens of inlichtingen binnen een door de rechtbank te stellen termijn. ### Artikel 3:166 -De Nederlandsche Bank zendt een afschrift van de voordracht of het verzoek, bedoeld in artikel 3:164, eerste lid, aan de kredietinstelling of verzekeraar met zetel in Nederland en deelt de inhoud daarvan mede aan de toezichthoudende instanties van de andere lidstaten waar een bijkantoor van de desbetreffende financiële onderneming is gelegen of waarnaar zij diensten verricht vanuit haar vestigingen in andere lidstaten. +De Nederlandsche Bank zendt een afschrift van de voordracht of het verzoek, bedoeld in artikel 3:164, eerste lid, aan de bank of verzekeraar met zetel in Nederland en deelt de inhoud daarvan mede aan de toezichthoudende instanties van de andere lidstaten waar een bijkantoor van de desbetreffende financiële onderneming is gelegen of waarnaar zij diensten verricht vanuit haar vestigingen in andere lidstaten. ### Artikel 3:167 @@ -6447,7 +6447,7 @@ Indien de rechtbank een machtiging als bedoeld in artikel 3:163, eerste lid, ver **3.** Iedere schuldeiser met gewone verblijfplaats of woonplaats in een lidstaat kan zijn vordering en schriftelijke opmerkingen betreffende zijn vordering indienen in een officiële taal van die lidstaat met een verklaring met als opschrift in de Nederlandse taal «Indiening van een vordering», onderscheidenlijk «Indiening van opmerkingen betreffende een vordering». -**4.** In geval van een noodregeling ten aanzien van een kredietinstelling kunnen de bewindvoerders een vertaling in het Nederlands van de indiening van de vordering en de opmerkingen verlangen. +**4.** In geval van een noodregeling ten aanzien van een bank kunnen de bewindvoerders een vertaling in het Nederlands van de indiening van de vordering en de opmerkingen verlangen. ### Artikel 3:172 @@ -6468,9 +6468,9 @@ b. deelt de Nederlandsche Bank de toezichthoudende instanties van de andere lids **2.** -In afwijking van het eerste lid werkt een beschikking als bedoeld in het eerste lid niet terug ten aanzien van een door een kredietinstelling of verzekeraar met zetel in Nederland: +In afwijking van het eerste lid werkt een beschikking als bedoeld in het eerste lid niet terug ten aanzien van een door een bank of verzekeraar met zetel in Nederland: -a. gegeven overboekingsopdracht, opdracht tot verrekening of enige uit een dergelijke opdracht voortvloeiende betaling, levering, verrekening of andere rechtshandeling die benodigd is om de opdracht volledig uit te voeren in een systeem als bedoeld in artikel 212a, onderdeel b, van de Faillissementswet of rechten en verplichtingen die voor een kredietinstelling of verzekeraar in verband met haar of zijn deelname aan een systeem als bedoeld in dat artikel zijn ontstaan; of +a. gegeven overboekingsopdracht, opdracht tot verrekening of enige uit een dergelijke opdracht voortvloeiende betaling, levering, verrekening of andere rechtshandeling die benodigd is om de opdracht volledig uit te voeren in een systeem als bedoeld in artikel 212a, onderdeel b, van de Faillissementswet of rechten en verplichtingen die voor een bank of verzekeraar in verband met haar of zijn deelname aan een systeem als bedoeld in dat artikel zijn ontstaan; of b. gesloten financiëlezekerheidsovereenkomst als bedoeld in artikel 51 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek of een overdracht of vestiging van een pandrecht op grond daarvan, of enige uit een dergelijke overeenkomst voortvloeiende betaling, levering of andere rechtshandeling die benodigd is om die overeenkomst volledig uit te voeren, ingeval deze overboekingsoverdracht of financiëlezekerheidsovereenkomst is gegeven onderscheidenlijk gesloten voor het tijdstip waarop de rechtbank de beschikking heeft gegeven. @@ -6492,17 +6492,17 @@ b. gesloten financiëlezekerheidsovereenkomst als bedoeld in artikel 51 van Boek ### Artikel 3:175 -**1.** De bewindvoerders oefenen bij uitsluiting alle bevoegdheden van de bestuurders, commissarissen van de kredietinstelling of verzekeraar met zetel in Nederland of, in geval van een verzekeraar met zetel in Nederland, vertegenwoordigers van de verzekeraar uit. +**1.** De bewindvoerders oefenen bij uitsluiting alle bevoegdheden van de bestuurders, commissarissen van de bank of verzekeraar met zetel in Nederland of, in geval van een verzekeraar met zetel in Nederland, vertegenwoordigers van de verzekeraar uit. **2.** De bewindvoerders waken voor de belangen van de gezamenlijke schuldeisers. -**3.** De bestuurders en commissarissen van de kredietinstelling of verzekeraar of de vertegenwoordigers van de verzekeraar verlenen alle door de bewindvoerders gevraagde medewerking. +**3.** De bestuurders en commissarissen van de bank of verzekeraar of de vertegenwoordigers van de verzekeraar verlenen alle door de bewindvoerders gevraagde medewerking. **4.** Indien meer dan een bewindvoerder is benoemd, is voor de geldigheid van hun handelingen toestemming van de meerderheid of bij staking van stemmen een beslissing van de president van de rechtbank vereist. De bewindvoerder aan wie bij een machtiging als bedoeld in artikel 3:163, eerste lid, een bepaalde werkkring is aangewezen, is binnen de grenzen daarvan zelfstandig tot handelen bevoegd. **5.** De rechtbank kan te allen tijde een bewindvoerder, na hem en de Nederlandsche Bank gehoord, dan wel behoorlijk opgeroepen te hebben, ontslaan en door een ander vervangen, of aan hem een of meer bewindvoerders toevoegen, een en ander op verzoek van de bewindvoerder zelf, de andere bewindvoerders, de Nederlandsche Bank of een of meer schuldeisers dan wel ambtshalve. -**6.** De bewindvoerders kunnen de bestuurders van een kredietinstelling of verzekeraar of de vertegenwoordiger van de verzekeraar machtigen bepaalde handelingen te verrichten. +**6.** De bewindvoerders kunnen de bestuurders van een bank of verzekeraar of de vertegenwoordiger van de verzekeraar machtigen bepaalde handelingen te verrichten. **7.** Een besluit van aandeelhouders of leden van de financiële onderneming, bedoeld in het eerste lid, behoeft, om van kracht te zijn, de toestemming van de bewindvoerders. @@ -6520,7 +6520,7 @@ b. gesloten financiëlezekerheidsovereenkomst als bedoeld in artikel 51 van Boek ### Artikel 3:176 -**1.** Het uitspreken van de noodregeling heeft tot gevolg dat de kredietinstelling of verzekeraar met zetel in Nederland niet kan worden genoodzaakt tot nakoming van haar onderscheidenlijk zijn verplichtingen die voor het uitspreken van de noodregeling zijn ontstaan. +**1.** Het uitspreken van de noodregeling heeft tot gevolg dat de bank of verzekeraar met zetel in Nederland niet kan worden genoodzaakt tot nakoming van haar onderscheidenlijk zijn verplichtingen die voor het uitspreken van de noodregeling zijn ontstaan. **2.** Executies die zijn aangevangen voor het uitspreken van de noodregeling worden geschorst. @@ -6542,11 +6542,11 @@ c. vorderingen tot nakoming van financiëlezekerheidsovereenkomsten als bedoeld **1.** De artikelen 234 tot en met 241e van de Faillissementswet zijn van overeenkomstige toepassing. -**2.** In afwijking van het eerste lid, bevrijdt voldoening na de bekendmaking van de vaststelling van de noodregeling ten aanzien van een kredietinstelling niet zijnde een natuurlijke persoon tegenover de boedel indien degene die haar deed, bewijst dat hij niet bekend was met de vaststelling van de noodregeling, ingeval een machtiging is verleend als bedoeld in 3:163, eerste lid, aanhef en onderdeel b, of, ingeval een machtiging is verleend als bedoeld in artikel 3:163, eerste lid, aanhef en onderdeel c, vanaf het moment waarop activa van de desbetreffende financiële onderneming te gelde zijn gemaakt met het oogmerk de opbrengst te verdelen onder de schuldeisers, aandeelhouders of leden van de desbetreffende financiële onderneming. +**2.** In afwijking van het eerste lid, bevrijdt voldoening na de bekendmaking van de vaststelling van de noodregeling ten aanzien van een bank niet zijnde een natuurlijke persoon tegenover de boedel indien degene die haar deed, bewijst dat hij niet bekend was met de vaststelling van de noodregeling, ingeval een machtiging is verleend als bedoeld in 3:163, eerste lid, aanhef en onderdeel b, of, ingeval een machtiging is verleend als bedoeld in artikel 3:163, eerste lid, aanhef en onderdeel c, vanaf het moment waarop activa van de desbetreffende financiële onderneming te gelde zijn gemaakt met het oogmerk de opbrengst te verdelen onder de schuldeisers, aandeelhouders of leden van de desbetreffende financiële onderneming. ### Artikel 3:178 -**1.** De bewindvoerders kunnen uitkeringen doen op vorderingen die niet voortvloeien uit handelingen met de kredietinstelling of verzekeraar met zetel in Nederland na het uitspreken van de noodregeling verricht, voorzover dit gelet op de liquiditeitspositie van de desbetreffende financiële onderneming verantwoord is te achten en indien is voldaan aan het tweede lid en de artikelen 3:179 tot en met 3:184. +**1.** De bewindvoerders kunnen uitkeringen doen op vorderingen die niet voortvloeien uit handelingen met de bank of verzekeraar met zetel in Nederland na het uitspreken van de noodregeling verricht, voorzover dit gelet op de liquiditeitspositie van de desbetreffende financiële onderneming verantwoord is te achten en indien is voldaan aan het tweede lid en de artikelen 3:179 tot en met 3:184. **2.** Artikel 3:171 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor de verwijzing naar de kennisgeving, bedoeld in artikel 3:170, moet worden gelezen: de kennisgeving, bedoeld in artikel 3:179, tweede lid, tweede volzin. @@ -6556,7 +6556,7 @@ c. vorderingen tot nakoming van financiëlezekerheidsovereenkomsten als bedoeld **2.** Op verzoek van de bewindvoerders bepaalt de rechter-commissaris de dag waarop uiterlijk de vorderingen moeten worden ingediend, en voorts dag, uur en plaats waarop de verificatievergadering zal worden gehouden. Nadat de rechter-commissaris op het verzoek, bedoeld in de eerste volzin, heeft beslist, geven de bewindvoerders daarvan onmiddellijk aan alle bekende schuldeisers schriftelijk kennis. Deze kennisgeving betreft in elk geval tevens de gevolgen van het indienen van een vordering na het verstrijken van de termijn, bedoeld in de eerste volzin, de mededeling dat de vordering bij de bewindvoerders moet worden ingediend, met, in het voorkomende geval, de opgave dat op een voorrecht of goederenrechtelijk recht aanspraak wordt gemaakt. Aan schuldeisers met een vordering uit hoofde van verzekering vermeldt de kennisgeving voorts welke de belangrijkste gevolgen van de noodregeling voor de overeenkomsten uit hoofde van verzekering zijn, en de rechten en verplichtingen van de verzekerde en anderen in verband met de overeenkomsten van verzekering. -**3.** De bewindvoerders doen, ingeval van een kredietinstelling, schadeverzekeraar of levensverzekeraar met zetel in Nederland, tevens mededeling van de beschikkingen in de Staatscourant, het Publicatieblad van de Europese Unie, alsmede in ten minste twee door de rechtbank aan te wijzen Nederlandse dagbladen en ten minste twee landelijke dagbladen van iedere lidstaat waar de desbetreffende onderneming een bijkantoor heeft of waarnaar zij diensten verricht en, ingeval van een natura-uitvaartverzekeraar met zetel in Nederland, in de Staatscourant en in ten minste twee door de rechtbank aan te wijzen Nederlandse dagbladen. +**3.** De bewindvoerders doen, ingeval van een bank, schadeverzekeraar of levensverzekeraar met zetel in Nederland, tevens mededeling van de beschikkingen in de Staatscourant, het Publicatieblad van de Europese Unie, alsmede in ten minste twee door de rechtbank aan te wijzen Nederlandse dagbladen en ten minste twee landelijke dagbladen van iedere lidstaat waar de desbetreffende onderneming een bijkantoor heeft of waarnaar zij diensten verricht en, ingeval van een natura-uitvaartverzekeraar met zetel in Nederland, in de Staatscourant en in ten minste twee door de rechtbank aan te wijzen Nederlandse dagbladen. **4.** De artikelen 110 tot en met 113 en 213l, onderdeel e, van de Faillissementswet zijn van overeenkomstige toepassing. @@ -6582,7 +6582,7 @@ c. vorderingen tot nakoming van financiëlezekerheidsovereenkomsten als bedoeld ### Artikel 3:183 -**1.** De door de rechter-commissaris goedgekeurde uitdelingslijst wordt door de bewindvoerders ter griffie van de rechtbank neergelegd om aldaar gedurende veertien dagen kosteloos voor de schuldeisers ter inzage te liggen. De bewindvoerders doen van de nederlegging mededeling in een of meer door de rechter-commissaris aan te wijzen dagbladen alsmede indien het een kredietinstelling, levensverzekeraar of schadeverzekeraar betreft met zetel in Nederland in het Publicatieblad van de Europese Unie. Voorts geven de bewindvoerders aan ieder der erkende en voorwaardelijk toegelaten schuldeisers schriftelijk van de nederlegging kennis, onder vermelding van het voor hem uitgetrokken bedrag. +**1.** De door de rechter-commissaris goedgekeurde uitdelingslijst wordt door de bewindvoerders ter griffie van de rechtbank neergelegd om aldaar gedurende veertien dagen kosteloos voor de schuldeisers ter inzage te liggen. De bewindvoerders doen van de nederlegging mededeling in een of meer door de rechter-commissaris aan te wijzen dagbladen alsmede indien het een bank, levensverzekeraar of schadeverzekeraar betreft met zetel in Nederland in het Publicatieblad van de Europese Unie. Voorts geven de bewindvoerders aan ieder der erkende en voorwaardelijk toegelaten schuldeisers schriftelijk van de nederlegging kennis, onder vermelding van het voor hem uitgetrokken bedrag. **2.** De artikelen 184 tot en met 186, 187, eerste, tweede en derde lid, 189 en 191 van de Faillissementswet zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat hetgeen daarin is bepaald met betrekking tot de curator van toepassing is op de bewindvoerders en dat in afwijking van de in artikel 184 van de Faillissementswet bedoelde termijn de in het eerste lid, eerste volzin van dit artikel genoemde termijn geldt. @@ -6594,9 +6594,9 @@ In afwijking van artikel 3:182, tweede lid, laatste volzin, kan op geverifieerde ### Artikel 3:185 -Ingevolge de hun verleende machtiging, bedoeld in artikel 3:163, eerste lid, kunnen de bewindvoerders, ongeacht hetgeen daaromtrent bij de statuten van de betrokken kredietinstelling of verzekeraar met zetel in Nederland is bepaald: +Ingevolge de hun verleende machtiging, bedoeld in artikel 3:163, eerste lid, kunnen de bewindvoerders, ongeacht hetgeen daaromtrent bij de statuten van de betrokken bank of verzekeraar met zetel in Nederland is bepaald: -a. alle nog niet gedane stortingen op de aandelen in het geplaatste kapitaal van de kredietinstelling of verzekeraar met zetel in Nederland onderscheidenlijk het waarborgkapitaal van een verzekeraar met zetel in Nederland uitschrijven en innen; en +a. alle nog niet gedane stortingen op de aandelen in het geplaatste kapitaal van de bank of verzekeraar met zetel in Nederland onderscheidenlijk het waarborgkapitaal van een verzekeraar met zetel in Nederland uitschrijven en innen; en b. naheffingen opleggen en innen tot het in de statuten van een verzekeraar met zetel in Nederland die een onderlinge waarborgmaatschappij met zetel in Nederland is bepaalde maximum. ### Artikel 3:186 @@ -6605,7 +6605,7 @@ De bewindvoerders brengen tijdens de noodregeling telkens na verloop van drie ma ### Artikel 3:187 -Voor de toepassing van de artikelen 194, 342 en 343 van het Wetboek van Strafrecht wordt met faillissement gelijkgesteld de rechtstoestand waarin een kredietinstelling of verzekeraar met zetel in Nederland verkeert zolang de noodregeling ten aanzien van deze financiële onderneming van kracht is. +Voor de toepassing van de artikelen 194, 342 en 343 van het Wetboek van Strafrecht wordt met faillissement gelijkgesteld de rechtstoestand waarin een bank of verzekeraar met zetel in Nederland verkeert zolang de noodregeling ten aanzien van deze financiële onderneming van kracht is. ### Artikel 3:188 @@ -6617,21 +6617,21 @@ Vervallen **2.** De bewindvoerders kunnen een verzoek tot beëindiging van de noodregeling bij de rechtbank indienen zonder tussenkomst van een advocaat. -**3.** De rechtbank geeft geen beschikking dan nadat de kredietinstelling of verzekeraar met zetel in Nederland en de Nederlandsche Bank zijn gehoord, althans behoorlijk zijn opgeroepen. +**3.** De rechtbank geeft geen beschikking dan nadat de bank of verzekeraar met zetel in Nederland en de Nederlandsche Bank zijn gehoord, althans behoorlijk zijn opgeroepen. -**4.** De bewindvoerders maken het beëindigen van de noodregeling bekend in de Staatscourant en, indien het een kredietinstelling, levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in Nederland betreft, in het Publicatieblad van de Europese Unie en in een of meer door de rechtbank aan te wijzen dagbladen. +**4.** De bewindvoerders maken het beëindigen van de noodregeling bekend in de Staatscourant en, indien het een bank, levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in Nederland betreft, in het Publicatieblad van de Europese Unie en in een of meer door de rechtbank aan te wijzen dagbladen. **5.** De Nederlandsche Bank deelt het beëindigen van de noodregeling mede aan de toezichthoudende instanties van andere lidstaten waar een bijkantoor van de financiële onderneming, bedoeld in het eerste lid, is gelegen of waarnaar zij diensten verricht vanuit haar vestigingen in andere lidstaten. ### Artikel 3:190 -Indien de bekendmaking, bedoeld in artikel 3:189, vierde lid, 3:194, derde lid, of artikel 212o, eerste lid, van de Faillissementswet betrekking heeft op alle verbintenissen van de kredietinstelling of verzekeraar met zetel in Nederland, vervallen door deze bekendmaking van rechtswege de bevoegdheden, welke de bewindvoerders ingevolge het uitspreken van de noodregeling hadden verkregen. +Indien de bekendmaking, bedoeld in artikel 3:189, vierde lid, 3:194, derde lid, of artikel 212o, eerste lid, van de Faillissementswet betrekking heeft op alle verbintenissen van de bank of verzekeraar met zetel in Nederland, vervallen door deze bekendmaking van rechtswege de bevoegdheden, welke de bewindvoerders ingevolge het uitspreken van de noodregeling hadden verkregen. ### Artikel 3:191 **1.** Tegen beschikkingen van de rechtbank ingevolge de artikelen 3:160, eerste of tweede lid, 3:161, 3:163, eerste lid, en 3:194, heeft, indien het verzoek om toepassing van de noodregeling wordt afgewezen, de Nederlandsche Bank het recht van hoger beroep gedurende acht dagen na de dag van de afwijzing. -**2.** Tegen beschikkingen van de rechtbank ingevolge de artikelen 3:160, eerste of tweede lid, 3:161, 3:163, eerste lid, 3:194 en 3:195, eerste lid, hebben, indien het verzoek om toepassing van de noodregeling wordt toegewezen, de kredietinstelling of verzekeraar met zetel in Nederland, nadat zij of hij op de aanvraag van de toepassing van de noodregeling is gehoord gedurende acht dagen na de dag van toewijzing, het recht van hoger beroep en, zo zij niet zijn gehoord, het recht van verzet. +**2.** Tegen beschikkingen van de rechtbank ingevolge de artikelen 3:160, eerste of tweede lid, 3:161, 3:163, eerste lid, 3:194 en 3:195, eerste lid, hebben, indien het verzoek om toepassing van de noodregeling wordt toegewezen, de bank of verzekeraar met zetel in Nederland, nadat zij of hij op de aanvraag van de toepassing van de noodregeling is gehoord gedurende acht dagen na de dag van toewijzing, het recht van hoger beroep en, zo zij niet zijn gehoord, het recht van verzet. **3.** De behandeling heeft in raadkamer plaats en geschiedt met de grootste spoed. @@ -6639,7 +6639,7 @@ Indien de bekendmaking, bedoeld in artikel 3:189, vierde lid, 3:194, derde lid, **5.** Beroep in cassatie tegen deze beschikking op het hoger beroep of het verzet moet worden ingesteld binnen veertien dagen na de dag van uitspraak. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing. -**6.** Indien ten gevolge van verzet, hoger beroep of cassatie de uitspraak tot toepassing van de noodregeling wordt vernietigd, blijven niettemin geldig en verbindend voor de kredietinstelling of verzekeraar de handelingen, door de bewindvoerders verricht vóór of op de dag waarop aan het voorschrift tot aankondiging in de Staatscourant overeenkomstig artikel 3:192, eerste lid, is voldaan. +**6.** Indien ten gevolge van verzet, hoger beroep of cassatie de uitspraak tot toepassing van de noodregeling wordt vernietigd, blijven niettemin geldig en verbindend voor de bank of verzekeraar de handelingen, door de bewindvoerders verricht vóór of op de dag waarop aan het voorschrift tot aankondiging in de Staatscourant overeenkomstig artikel 3:192, eerste lid, is voldaan. ### Artikel 3:192 @@ -6653,7 +6653,7 @@ Indien de bekendmaking, bedoeld in artikel 3:189, vierde lid, 3:194, derde lid, Een vereniging waarvan ten minste 35 procent van: -a. de schuldeisers met een vordering op de kredietinstelling met zetel in Nederland uit hoofde van een overeenkomst die de kredietinstelling heeft gesloten in de uitoefening van haar bedrijf tot het ter beschikking krijgen van gelden heeft aangegaan; of +a. de schuldeisers met een vordering op de bank met zetel in Nederland uit hoofde van een overeenkomst die de bank heeft gesloten in de uitoefening van haar bedrijf tot het ter beschikking krijgen van gelden heeft aangegaan; of b. de schuldeisers met een vordering uit hoofde van verzekering; lid is, kan zich melden bij de bewindvoerders. @@ -6662,15 +6662,15 @@ lid is, kan zich melden bij de bewindvoerders. ### Artikel 3:194 -**1.** De rechtbank kan tegelijk met een machtiging als bedoeld in artikel 3:163, eerste lid, of daarna de bewindvoerders op hun verzoek een bijzondere machtiging verlenen die strekt tot wijziging, bij de overdracht van rechten en verplichtingen uit overeenkomsten die de kredietinstelling met zetel in Nederland in de uitoefening van haar bedrijf als kredietinstelling tot het ter beschikking verkrijgen van gelden heeft aangegaan, van die overeenkomsten, met dien verstande dat de bedingen in de overeenkomsten, waaruit vorderingen voortvloeien als bedoeld in artikel 3:176, vijfde lid, vorderingen die door pand of hypotheek op goederen van de kredietinstelling worden gedekt of termijnen van huurkoop daarbij niet kunnen worden gewijzigd. +**1.** De rechtbank kan tegelijk met een machtiging als bedoeld in artikel 3:163, eerste lid, of daarna de bewindvoerders op hun verzoek een bijzondere machtiging verlenen die strekt tot wijziging, bij de overdracht van rechten en verplichtingen uit overeenkomsten die de bank met zetel in Nederland in de uitoefening van haar bedrijf als bank tot het ter beschikking verkrijgen van gelden heeft aangegaan, van die overeenkomsten, met dien verstande dat de bedingen in de overeenkomsten, waaruit vorderingen voortvloeien als bedoeld in artikel 3:176, vijfde lid, vorderingen die door pand of hypotheek op goederen van de bank worden gedekt of termijnen van huurkoop daarbij niet kunnen worden gewijzigd. **2.** Met betrekking tot bijzondere machtigingen, bedoeld in het eerste lid, zijn de artikelen 3:162, eerste tot en met derde lid en vijfde lid, eerste volzin, 3:165, 3:168, 3:169, eerste en tweede lid, eerste volzin, en 3:174, eerste lid, van overeenkomstige toepassing. **3.** Zodra overdracht van verbintenissen heeft plaatsgevonden, maken bewindvoerders de overdracht en, ingeval de bedingen in de overeenkomsten zijn gewijzigd, deze wijzigingen bekend door plaatsing in de Staatscourant, in het Publicatieblad van de Europese Unie en in ten minste drie door de rechtbank aan te wijzen dagbladen. -**4.** De overdracht en de wijziging worden ten aanzien van alle andere belanghebbenden dan de betrokken kredietinstellingen van kracht met ingang van de tweede dag, volgende op die van de dagtekening van de Staatscourant waarin de bekendmaking is geplaatst. +**4.** De overdracht en de wijziging worden ten aanzien van alle andere belanghebbenden dan de betrokken banken van kracht met ingang van de tweede dag, volgende op die van de dagtekening van de Staatscourant waarin de bekendmaking is geplaatst. -**5.** De Nederlandsche Bank deelt de overdracht mede aan de toezichthoudende instanties van de andere lidstaten waar een bijkantoor van de kredietinstelling is gelegen of waarnaar zij diensten verricht vanuit haar vestigingen in andere lidstaten. +**5.** De Nederlandsche Bank deelt de overdracht mede aan de toezichthoudende instanties van de andere lidstaten waar een bijkantoor van de bank is gelegen of waarnaar zij diensten verricht vanuit haar vestigingen in andere lidstaten. **6.** Wijzigingen als bedoeld in het eerste lid laten onverlet de uitkeringen die overeenkomstig artikel 3:178 zijn gedaan voor de dag van de indiening van het verzoek om de machtiging, bedoeld in het eerste lid. @@ -6713,11 +6713,11 @@ Een overdracht van rechten en verplichtingen ingevolge een machtiging als bedoel Onverminderd het bepaalde in het eerste lid en behoudens vorderingen door pand of hypotheek gedekt, worden in geval van een noodregeling van een schadeverzekeraar met zetel in Nederland de volgende vorderingen verhaald op de boedel in de volgende volgorde: -a. de vorderingen uit hoofde van verzekering betreffende periodieke uitkeringen ter zake van ziekte, letsel of overlijden van natuurlijke personen, ontstaan krachtens een schadeverzekering, met uitzondering evenwel van uitkeringen, krachtens een herverzekering aan een andere verzekeraar verschuldigd, en van uitkeringen ter zake van pensioenen, toegezegd aan werknemers of gewezen werknemers van de verzekeraar of aan hun nabestaanden; +a. de vorderingen uit hoofde van verzekering betreffende periodieke uitkeringen ter zake van ziekte, letsel of overlijden van natuurlijke personen, ontstaan krachtens een schadeverzekering, en van uitkeringen ter zake van pensioenen, toegezegd aan werknemers of gewezen werknemers van de verzekeraar of aan hun nabestaanden; b. de vorderingen van werknemers en gewezen werknemers alsmede de vorderingen van hun nabestaanden met betrekking tot reeds vervallen termijnen van pensioen voorzover de vordering niet ouder is dan een jaar; c. de vorderingen van werknemers, niet zijnde bestuurders van de verzekeraar bij wie zij in dienst zijn, en gewezen werknemers alsmede de vorderingen van hun nabestaanden met betrekking tot in de toekomst tot uitkering komende termijnen van overeengekomen pensioen; d. de vorderingen van werknemers met betrekking tot het loon over het voorafgaande jaar en hetgeen over het lopende jaar is verschuldigd, benevens het bedrag van de verhoging van dat loon ingevolge artikel 625 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek alsmede het bedrag van de uitgaven, door de werknemer voor de verzekeraar als werkgever gedaan, en de bedragen, door de verzekeraar aan de werknemer krachtens titel 10 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst verschuldigd; -e. de vorderingen uit hoofde van verzekering betreffende niet-periodieke uitkeringen ter zake van ziekte, letsel of overlijden van natuurlijke personen, ontstaan krachtens een schadeverzekering, met uitzondering evenwel van uitkeringen, krachtens overeenkomst van herverzekering aan een andere verzekeraar verschuldigd; +e. de vorderingen uit hoofde van verzekering betreffende niet-periodieke uitkeringen ter zake van ziekte, letsel of overlijden van natuurlijke personen, ontstaan krachtens een schadeverzekering; f. de vorderingen uit hoofde van verzekering betreffende uitkeringen ter zake van andere dan in de onderdelen a en e bedoelde schaden, ontstaan uit overeenkomsten van schadeverzekering; g. de vorderingen tot teruggave van bedragen die zonder rechtsgrond zijn betaald of aan de betaling waarvan de rechtsgrond is komen te ontvallen, welke betaling heeft plaatsgevonden in de veronderstelling dat daarmee premies zijn betaald. @@ -6772,7 +6772,7 @@ d. de vorderingen en rechten betreffende prestaties, die zijn ontstaan of nog zu ### Artikel 3:202 -Ingeval de solvabiliteit of de liquiditeit van een in Nederland gelegen bijkantoor van een kredietinstelling met zetel in een andere lidstaat die geen vergunning heeft, zodanig is dat te voorzien is dat de kredietinstelling dan wel het bijkantoor haar of zijn verplichtingen ter zake van de door haar of hem verkregen gelden niet of slechts ten dele kan nakomen, kan de rechtbank Amsterdam op verzoek van de Nederlandsche Bank ten aanzien van de kredietinstelling in het belang van de gezamenlijke schuldeisers de noodregeling uitspreken. +Ingeval de solvabiliteit of de liquiditeit van een in Nederland gelegen bijkantoor van een bank met zetel in een andere lidstaat die geen vergunning heeft, zodanig is dat te voorzien is dat de bank dan wel het bijkantoor haar of zijn verplichtingen ter zake van de door haar of hem verkregen gelden niet of slechts ten dele kan nakomen, kan de rechtbank Amsterdam op verzoek van de Nederlandsche Bank ten aanzien van de bank in het belang van de gezamenlijke schuldeisers de noodregeling uitspreken. ### Artikel 3:203 @@ -6780,11 +6780,11 @@ Indien het belang van de schuldeisers met een vordering uit hoofde van verzekeri ### Artikel 3:204 -De artikelen 3:162 tot en met 3:201 zijn van overeenkomstige toepassing op kredietinstellingen als bedoeld in artikel 3:202 en verzekeraars als bedoeld in artikel 3:203 voorzover deze artikelen betrekking hebben op de desbetreffende financiële ondernemingen. +De artikelen 3:162 tot en met 3:201 zijn van overeenkomstige toepassing op banken als bedoeld in artikel 3:202 en verzekeraars als bedoeld in artikel 3:203 voorzover deze artikelen betrekking hebben op de desbetreffende financiële ondernemingen. ### Artikel 3:205 -**1.** Indien de rechtbank het noodzakelijk acht dat in verband met een in Nederland gelegen bijkantoor van een kredietinstelling met zetel in een andere lidstaat die krachtens artikel 2:15 in Nederland het bedrijf van kredietinstelling mag uitoefenen, een saneringsmaatregel wordt vastgesteld, stelt de griffier van de rechtbank de Nederlandsche Bank hiervan in kennis. +**1.** Indien de rechtbank het noodzakelijk acht dat in verband met een in Nederland gelegen bijkantoor van een bank met zetel in een andere lidstaat die krachtens artikel 2:15 in Nederland het bedrijf van bank mag uitoefenen, een saneringsmaatregel wordt vastgesteld, stelt de griffier van de rechtbank de Nederlandsche Bank hiervan in kennis. **2.** De Nederlandsche Bank deelt nadat zij overeenkomstig het eerste lid in kennis is gesteld de toezichthoudende instanties van alle andere lidstaten dat mede. @@ -6792,9 +6792,9 @@ De artikelen 3:162 tot en met 3:201 zijn van overeenkomstige toepassing op kredi ### Artikel 3:206 -**1.** Ingeval de solvabiliteit of de liquiditeit van een kredietinstelling met een in Nederland gelegen bijkantoor en met zetel in een staat die geen lidstaat is die een vergunning als bedoeld in artikel 2:20, eerste lid, heeft dan wel de solvabiliteit of de liquiditeit van een in Nederland gelegen bijkantoor van een kredietinstelling met zetel in een staat die geen lidstaat is en die een vergunning als bedoeld in artikel 2:20, eerste lid, heeft, tekenen van een gevaarlijke ontwikkeling vertoont en redelijkerwijs in die ontwikkeling geen verbetering te voorzien is, kan de rechtbank Amsterdam op verzoek van de Nederlandsche Bank ten aanzien van de kredietinstelling in het belang van de gezamenlijke schuldeisers de noodregeling uitspreken. +**1.** Ingeval de solvabiliteit of de liquiditeit van een bank met een in Nederland gelegen bijkantoor en met zetel in een staat die geen lidstaat is die een vergunning als bedoeld in artikel 2:20, eerste lid, heeft dan wel de solvabiliteit of de liquiditeit van een in Nederland gelegen bijkantoor van een bank met zetel in een staat die geen lidstaat is en die een vergunning als bedoeld in artikel 2:20, eerste lid, heeft, tekenen van een gevaarlijke ontwikkeling vertoont en redelijkerwijs in die ontwikkeling geen verbetering te voorzien is, kan de rechtbank Amsterdam op verzoek van de Nederlandsche Bank ten aanzien van de bank in het belang van de gezamenlijke schuldeisers de noodregeling uitspreken. -**2.** Ingeval de solvabiliteit of de liquiditeit van een kredietinstelling met een in Nederland gelegen bijkantoor en met zetel in een staat die geen lidstaat is dan wel van een in Nederland gelegen bijkantoor van een kredietinstelling met zetel in een staat die geen lidstaat is zodanig is dat te voorzien is dat de kredietinstelling dan wel het bijkantoor haar onderscheidenlijk zijn verplichtingen ter zake van de door haar onderscheidenlijk hem verkregen gelden niet of slechts ten dele kan nakomen, kan de rechtbank Amsterdam op verzoek van de Nederlandsche Bank ten aanzien van de kredietinstelling in het belang van de gezamenlijke schuldeisers de noodregeling uitspreken. +**2.** Ingeval de solvabiliteit of de liquiditeit van een bank met een in Nederland gelegen bijkantoor en met zetel in een staat die geen lidstaat is dan wel van een in Nederland gelegen bijkantoor van een bank met zetel in een staat die geen lidstaat is zodanig is dat te voorzien is dat de bank dan wel het bijkantoor haar onderscheidenlijk zijn verplichtingen ter zake van de door haar onderscheidenlijk hem verkregen gelden niet of slechts ten dele kan nakomen, kan de rechtbank Amsterdam op verzoek van de Nederlandsche Bank ten aanzien van de bank in het belang van de gezamenlijke schuldeisers de noodregeling uitspreken. ### Artikel 3:207 @@ -6804,7 +6804,7 @@ Indien het belang van de gezamenlijke schuldeisers bij de afwikkeling van het be **1.** -De Nederlandsche Bank zendt een afschrift van het verzoekschrift aan de kredietinstelling, bedoeld in artikel 3:206, eerste en tweede lid, levensverzekeraar en schadeverzekeraar, bedoeld in artikel 3:207, en aan het bijkantoor en deelt de inhoud van het verzoekschrift mede aan: +De Nederlandsche Bank zendt een afschrift van het verzoekschrift aan de bank, bedoeld in artikel 3:206, eerste en tweede lid, levensverzekeraar en schadeverzekeraar, bedoeld in artikel 3:207, en aan het bijkantoor en deelt de inhoud van het verzoekschrift mede aan: a. de toezichthoudende instanties van de andere lidstaten waarnaar zij diensten verricht vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor; en b. indien het een levensverzekeraar of schadeverzekeraar betreft en een toezichthoudende instantie van een andere lidstaat is belast met het toezicht op de solvabiliteitsmarge van de betrokken verzekeraar, die toezichthoudende instantie. @@ -6821,7 +6821,7 @@ Indien een machtiging is gegeven als bedoeld in artikel 3:163, eerste lid, aanhe ### Artikel 3:210 -**1.** Ten aanzien van een kredietinstelling, levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is met een in Nederland gelegen bijkantoor hebben de machtigingen betrekking op het vanuit de in Nederland gelegen bijkantoren uitgeoefende bedrijf. +**1.** Ten aanzien van een bank, levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is met een in Nederland gelegen bijkantoor hebben de machtigingen betrekking op het vanuit de in Nederland gelegen bijkantoren uitgeoefende bedrijf. **2.** Ten behoeve van de toepassing van het eerste lid kan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden bepaald welke activa en passiva tot dat bedrijf moeten worden gerekend. @@ -6833,17 +6833,17 @@ Indien een machtiging is gegeven als bedoeld in artikel 3:163, eerste lid, aanhe ### Artikel 3:212 -**1.** Indien een machtiging als bedoeld in artikel 3:163, eerste lid, aanhef en onderdeel b, is gegeven, stelt de griffier van de rechtbank de Nederlandsche Bank onverwijld in kennis van de inhoud van de beschikking, alsmede van de mogelijke gevolgen daarvan in het desbetreffende geval. De Nederlandsche Bank deelt daarna onverwijld de toezichthoudende instanties van de andere lidstaten waar een bijkantoor van de kredietinstelling, bedoeld in artikel 3:206, eerste of tweede lid, of van de verzekeraar, als bedoeld in artikel 3:207 is gelegen de beschikking mede, alsmede van de mogelijke gevolgen daarvan in het desbetreffende geval. De Nederlandsche Bank deelt de toezichthoudende instanties van de andere lidstaten de beschikking mede. +**1.** Indien een machtiging als bedoeld in artikel 3:163, eerste lid, aanhef en onderdeel b, is gegeven, stelt de griffier van de rechtbank de Nederlandsche Bank onverwijld in kennis van de inhoud van de beschikking, alsmede van de mogelijke gevolgen daarvan in het desbetreffende geval. De Nederlandsche Bank deelt daarna onverwijld de toezichthoudende instanties van de andere lidstaten waar een bijkantoor van de bank, bedoeld in artikel 3:206, eerste of tweede lid, of van de verzekeraar, als bedoeld in artikel 3:207 is gelegen de beschikking mede, alsmede van de mogelijke gevolgen daarvan in het desbetreffende geval. De Nederlandsche Bank deelt de toezichthoudende instanties van de andere lidstaten de beschikking mede. -**2.** Indien een machtiging is gegeven als bedoeld in artikel 3:163, eerste lid, aanhef en onderdeel c, en de bewindvoerder gaat over tot liquidatie, stelt de bewindvoerder de Nederlandsche Bank onverwijld in kennis van de inhoud van de beschikking, alsmede van de mogelijke gevolgen daarvan in het desbetreffende geval. De Nederlandsche Bank deelt daarna onverwijld de toezichthoudende instanties van de andere lidstaten waar een bijkantoor van de kredietinstelling, bedoeld in artikel 3:206, eerste of tweede lid, of van de verzekeraar, bedoeld in artikel 3:207 is gelegen de beschikking mede, alsmede van de mogelijke gevolgen daarvan in het desbetreffende geval. De Nederlandsche Bank deelt de toezichthoudende instanties van de andere lidstaten de beschikking mede. +**2.** Indien een machtiging is gegeven als bedoeld in artikel 3:163, eerste lid, aanhef en onderdeel c, en de bewindvoerder gaat over tot liquidatie, stelt de bewindvoerder de Nederlandsche Bank onverwijld in kennis van de inhoud van de beschikking, alsmede van de mogelijke gevolgen daarvan in het desbetreffende geval. De Nederlandsche Bank deelt daarna onverwijld de toezichthoudende instanties van de andere lidstaten waar een bijkantoor van de bank, bedoeld in artikel 3:206, eerste of tweede lid, of van de verzekeraar, bedoeld in artikel 3:207 is gelegen de beschikking mede, alsmede van de mogelijke gevolgen daarvan in het desbetreffende geval. De Nederlandsche Bank deelt de toezichthoudende instanties van de andere lidstaten de beschikking mede. **3.** De rechtbank tracht de gezamenlijke optredens met de rechterlijke of administratieve instanties van de andere lidstaten te coördineren. ### Artikel 3:213 -**1.** Indien een kredietinstelling, levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is een in Nederland gelegen bijkantoor heeft en een of meer in andere lidstaten gelegen bijkantoren, trachten zowel de rechtbank als de Nederlandsche Bank hun optreden te coördineren met de administratieve of rechterlijke instanties die bevoegd zijn ter zake van het treffen van saneringsmaatregelen onderscheidenlijk de toezichthoudende instanties van die andere lidstaten. +**1.** Indien een bank, levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is een in Nederland gelegen bijkantoor heeft en een of meer in andere lidstaten gelegen bijkantoren, trachten zowel de rechtbank als de Nederlandsche Bank hun optreden te coördineren met de administratieve of rechterlijke instanties die bevoegd zijn ter zake van het treffen van saneringsmaatregelen onderscheidenlijk de toezichthoudende instanties van die andere lidstaten. -**2.** In het in het eerste lid bedoelde geval trachten de in Nederland benoemde bewindvoerders hun optreden te coördineren met de bewindvoerders in de andere lidstaten waarin aan de kredietinstelling een vergunning is verleend. +**2.** In het in het eerste lid bedoelde geval trachten de in Nederland benoemde bewindvoerders hun optreden te coördineren met de bewindvoerders in de andere lidstaten waarin aan de bank een vergunning is verleend. ### Artikel 3:214 @@ -6863,25 +6863,25 @@ Indien een machtiging is gegeven als bedoeld in artikel 3:163, eerste lid,aanhef ### Artikel 3:217 -Ingevolge de hun verleende machtiging, bedoeld in artikel 3:163, eerste lid, kunnen de bewindvoerders, ongeacht hetgeen daaromtrent bij de statuten van de kredietinstelling, levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is, is bepaald: +Ingevolge de hun verleende machtiging, bedoeld in artikel 3:163, eerste lid, kunnen de bewindvoerders, ongeacht hetgeen daaromtrent bij de statuten van de bank, levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is, is bepaald: -a. alle nog niet gedane stortingen op de aandelen in het geplaatste kapitaal van de kredietinstelling, levensverzekeraar of schadeverzekeraar onderscheidenlijk het waarborgkapitaal van een levensverzekeraar of schadeverzekeraar uitschrijven en innen; en +a. alle nog niet gedane stortingen op de aandelen in het geplaatste kapitaal van de bank, levensverzekeraar of schadeverzekeraar onderscheidenlijk het waarborgkapitaal van een levensverzekeraar of schadeverzekeraar uitschrijven en innen; en b. naheffingen opleggen en innen tot het in de statuten van de levensverzekeraar of schadeverzekeraar die een onderlinge waarborgmaatschappij met zetel in Nederland is bepaalde maximum. ### Artikel 3:218 -Bij de beoordeling van de omvang van het eigen vermogen van een kredietinstelling, levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is, worden uitsluitend de activa en passiva in aanmerking genomen die moeten worden gerekend tot het vanuit haar of zijn in Nederland gelegen bijkantoren uitgeoefende bedrijf. +Bij de beoordeling van de omvang van het eigen vermogen van een bank, levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is, worden uitsluitend de activa en passiva in aanmerking genomen die moeten worden gerekend tot het vanuit haar of zijn in Nederland gelegen bijkantoren uitgeoefende bedrijf. ### Artikel 3:219 De Nederlandsche Bank deelt het beëindigen van de noodregeling mede: -a. aan de toezichthoudende instanties van de andere lidstaten waarnaar een kredietinstelling, levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is diensten verricht vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor; en +a. aan de toezichthoudende instanties van de andere lidstaten waarnaar een bank, levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is diensten verricht vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor; en b. indien het een levensverzekeraar of schadeverzekeraar betreft en een andere toezichthoudende instantie van een andere lidstaat is belast met het toezicht op de solvabiliteitsmarge van de desbetreffende verzekeraar: aan die toezichthoudende instantie. ### Artikel 3:220 -**1.** De rechtbank kan tegelijk met een machtiging als bedoeld in artikel 3:163, eerste lid, of daarna de bewindvoerders op hun verzoek een bijzondere machtiging verlenen die strekt tot wijziging, bij de overdracht van rechten en verplichtingen uit overeenkomsten die de kredietinstelling met zetel in een staat die geen lidstaat is vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor in de uitoefening van haar bedrijf als kredietinstelling tot het ter beschikking verkrijgen van gelden heeft aangegaan, van die overeenkomsten gesloten vanuit haar in Nederland gelegen bijkantoor, met dien verstande dat de bedingen in de overeenkomsten, waaruit vorderingen voortvloeien als bedoeld in artikel 3:176, vijfde lid, vorderingen die door pand of hypotheek op goederen van de kredietinstelling worden gedekt of termijnen van huurkoop daarbij niet kunnen worden gewijzigd. +**1.** De rechtbank kan tegelijk met een machtiging als bedoeld in artikel 3:163, eerste lid, of daarna de bewindvoerders op hun verzoek een bijzondere machtiging verlenen die strekt tot wijziging, bij de overdracht van rechten en verplichtingen uit overeenkomsten die de bank met zetel in een staat die geen lidstaat is vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor in de uitoefening van haar bedrijf als bank tot het ter beschikking verkrijgen van gelden heeft aangegaan, van die overeenkomsten gesloten vanuit haar in Nederland gelegen bijkantoor, met dien verstande dat de bedingen in de overeenkomsten, waaruit vorderingen voortvloeien als bedoeld in artikel 3:176, vijfde lid, vorderingen die door pand of hypotheek op goederen van de bank worden gedekt of termijnen van huurkoop daarbij niet kunnen worden gewijzigd. **2.** Met betrekking tot bijzondere machtigingen, bedoeld in het eerste lid, zijn de artikelen 3:162, eerste tot en met derde lid, en vijfde lid, eerste volzin, 3:165, 3:168, 3:169, eerste en tweede lid, eerste volzin, en 3:174, eerste lid, van overeenkomstige toepassing. @@ -7016,9 +7016,9 @@ De verwijzingen in deze paragraaf naar een lidstaat waar een financiële onderne ### Artikel 3:239 -**1.** Een in een andere lidstaat dan Nederland genomen beslissing tot opening van een insolventieprocedure ten aanzien van een kredietinstelling, levensverzekeraar of schadeverzekeraar wordt van rechtswege erkend, indien de kredietinstelling, levensverzekeraar of schadeverzekeraar in die lidstaat haar of zijn zetel heeft. +**1.** Een in een andere lidstaat dan Nederland genomen beslissing tot opening van een insolventieprocedure ten aanzien van een bank, levensverzekeraar of schadeverzekeraar wordt van rechtswege erkend, indien de bank, levensverzekeraar of schadeverzekeraar in die lidstaat haar of zijn zetel heeft. -**2.** De beslissing heeft rechtsgevolgen binnen Nederland vanaf het tijdstip dat zij rechtsgevolgen heeft in de lidstaat waar de kredietinstelling, levensverzekeraar of schadeverzekeraar haar of zijn zetel heeft. +**2.** De beslissing heeft rechtsgevolgen binnen Nederland vanaf het tijdstip dat zij rechtsgevolgen heeft in de lidstaat waar de bank, levensverzekeraar of schadeverzekeraar haar of zijn zetel heeft. ### Artikel 3:240 @@ -7026,7 +7026,7 @@ De beslissing tot vaststelling van een saneringsmaatregel, de saneringsmaatregel ### Artikel 3:241 -**1.** De beslissing tot vaststelling van een saneringsmaatregel laat onverlet het goederenrechtelijke recht van een schuldeiser of een derde op een goed of goederen, zowel bepaalde goederen als gehelen met een wisselende samenstelling van onbepaalde goederen, die toebehoren aan de kredietinstelling of verzekeraar en die zich op het tijdstip waarop de beslissing tot opening van de saneringsprocedure rechtsgevolgen heeft, bevinden op het grondgebied van een andere lidstaat dan de lidstaat waar de entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling of verzekeraar haar of zijn zetel heeft. +**1.** De beslissing tot vaststelling van een saneringsmaatregel laat onverlet het goederenrechtelijke recht van een schuldeiser of een derde op een goed of goederen, zowel bepaalde goederen als gehelen met een wisselende samenstelling van onbepaalde goederen, die toebehoren aan de bank of verzekeraar en die zich op het tijdstip waarop de beslissing tot opening van de saneringsprocedure rechtsgevolgen heeft, bevinden op het grondgebied van een andere lidstaat dan de lidstaat waar de entiteit voor risico-acceptatie, bank of verzekeraar haar of zijn zetel heeft. **2.** @@ -7049,15 +7049,15 @@ c. met betrekking tot schuldvorderingen: de lidstaat op het grondgebied waarvan ### Artikel 3:242 -**1.** Ingeval een kredietinstelling of verzekeraar een zaak heeft gekocht, laat de beslissing tot vaststelling van een saneringsmaatregel onverlet de op een eigendomsvoorbehoud berustende rechten van de verkoper, indien de zaak waarop het eigendomsvoorbehoud betrekking heeft zich op het tijdstip waarop de beslissing tot vaststelling van de saneringsmaatregel rechtsgevolgen heeft, bevindt op het grondgebied van een andere lidstaat dan de lidstaat waar de entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling of verzekeraar haar of zijn zetel heeft. +**1.** Ingeval een bank of verzekeraar een zaak heeft gekocht, laat de beslissing tot vaststelling van een saneringsmaatregel onverlet de op een eigendomsvoorbehoud berustende rechten van de verkoper, indien de zaak waarop het eigendomsvoorbehoud betrekking heeft zich op het tijdstip waarop de beslissing tot vaststelling van de saneringsmaatregel rechtsgevolgen heeft, bevindt op het grondgebied van een andere lidstaat dan de lidstaat waar de entiteit voor risico-acceptatie, bank of verzekeraar haar of zijn zetel heeft. -**2.** Ingeval de financiële onderneming een zaak heeft verkocht, is de beslissing tot vaststelling van een saneringsmaatregel geen grond voor ontbinding of beëindiging van de overeenkomst tot verkoop, en belet de saneringsmaatregel de koper niet de eigendom van de gekochte zaak te verkrijgen, indien de zaak zich op het tijdstip waarop de beslissing tot vaststelling van de saneringsmaatregel gevolgen heeft, bevindt op het grondgebied van een andere lidstaat dan de lidstaat waar de entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling of verzekeraar haar of zijn zetel heeft. +**2.** Ingeval de financiële onderneming een zaak heeft verkocht, is de beslissing tot vaststelling van een saneringsmaatregel geen grond voor ontbinding of beëindiging van de overeenkomst tot verkoop, en belet de saneringsmaatregel de koper niet de eigendom van de gekochte zaak te verkrijgen, indien de zaak zich op het tijdstip waarop de beslissing tot vaststelling van de saneringsmaatregel gevolgen heeft, bevindt op het grondgebied van een andere lidstaat dan de lidstaat waar de entiteit voor risico-acceptatie, bank of verzekeraar haar of zijn zetel heeft. **3.** Artikel 3:241, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 3:243 -Indien degene die zowel schuldeiser als schuldenaar is van de kredietinstelling of verzekeraar bevoegd is zijn schuld te verrekenen met de vordering op de kredietinstelling of verzekeraar op grond van het recht dat van toepassing is op de vordering van de kredietinstelling of verzekeraar, laat de beslissing tot vaststelling van de saneringsmaatregel de bedoelde bevoegdheid onverlet. +Indien degene die zowel schuldeiser als schuldenaar is van de bank of verzekeraar bevoegd is zijn schuld te verrekenen met de vordering op de bank of verzekeraar op grond van het recht dat van toepassing is op de vordering van de bank of verzekeraar, laat de beslissing tot vaststelling van de saneringsmaatregel de bedoelde bevoegdheid onverlet. ### Artikel 3:244 @@ -7073,7 +7073,7 @@ In afwijking van artikel 3:240 worden de gevolgen van een saneringsmaatregel voo ### Artikel 3:247 -In afwijking van artikel 3:240 worden de gevolgen van een saneringsmaatregel voor de rechten van de kredietinstelling of verzekeraar op een registergoed beheerst door het recht van de lidstaat onder het gezag waarvan het register wordt gehouden. +In afwijking van artikel 3:240 worden de gevolgen van een saneringsmaatregel voor de rechten van de bank of verzekeraar op een registergoed beheerst door het recht van de lidstaat onder het gezag waarvan het register wordt gehouden. ### Artikel 3:248 @@ -7083,36 +7083,36 @@ In afwijking van artikel 3:240 worden de gevolgen van een saneringsmaatregel voo ### Artikel 3:249 -In afwijking van artikel 3:240 wordt de rechtsgeldigheid van een rechtshandeling, onder bezwarende titel aangegaan door de kredietinstelling of verzekeraar na het tijdstip tot vaststelling van een saneringsmaatregel, waarmee deze beschikt over een registergoed of effecten of andere waardepapieren waarvan het bestaan of de overdracht inschrijving in een wettelijk voorgeschreven register of op een wettelijk voorgeschreven rekening veronderstelt, of die zijn geplaatst in een door het recht van een lidstaat beheerst gecentraliseerd effectendepot, beheerst door het recht van de lidstaat onder het gezag waarvan het register, de rekening of het depot wordt gehouden dan wel, indien het een onroerende zaak betreft, door het recht van de lidstaat waar de onroerende zaak is gelegen. +In afwijking van artikel 3:240 wordt de rechtsgeldigheid van een rechtshandeling, onder bezwarende titel aangegaan door de bank of verzekeraar na het tijdstip tot vaststelling van een saneringsmaatregel, waarmee deze beschikt over een registergoed of effecten of andere waardepapieren waarvan het bestaan of de overdracht inschrijving in een wettelijk voorgeschreven register of op een wettelijk voorgeschreven rekening veronderstelt, of die zijn geplaatst in een door het recht van een lidstaat beheerst gecentraliseerd effectendepot, beheerst door het recht van de lidstaat onder het gezag waarvan het register, de rekening of het depot wordt gehouden dan wel, indien het een onroerende zaak betreft, door het recht van de lidstaat waar de onroerende zaak is gelegen. ### Artikel 3:250 -In afwijking van artikel 3:240 worden de gevolgen van de saneringsmaatregel voor een aanhangige rechtsvordering betreffende een goed waarover de kredietinstelling of verzekeraar het beheer en de beschikking heeft verloren, uitsluitend beheerst door het recht van de lidstaat waar het rechtsgeding aanhangig is. +In afwijking van artikel 3:240 worden de gevolgen van de saneringsmaatregel voor een aanhangige rechtsvordering betreffende een goed waarover de bank of verzekeraar het beheer en de beschikking heeft verloren, uitsluitend beheerst door het recht van de lidstaat waar het rechtsgeding aanhangig is. ### Artikel 3:251 Artikel 3:240 is niet van toepassing op regels betreffende de nietigheid, de vernietigbaarheid van voor het geheel van schuldeisers nadelige rechtshandelingen en evenmin op de regels die bepalen of dergelijke rechtshandelingen kunnen worden tegengeworpen, indien degene die voordeel heeft gehad bij die rechtshandeling bewijst dat: -a. die rechtshandeling wordt beheerst door het recht van een andere lidstaat dan de lidstaat waar de entiteit voor risico-acceptatie, kredietinstelling of verzekeraar haar of zijn zetel heeft; en +a. die rechtshandeling wordt beheerst door het recht van een andere lidstaat dan de lidstaat waar de entiteit voor risico-acceptatie, bank of verzekeraar haar of zijn zetel heeft; en b. dat recht in het gegeven geval niet voorziet in de mogelijkheid dat die rechtshandeling wordt aangetast onderscheidenlijk niet kan worden tegengeworpen. ### Artikel 3:252 -In afwijking van artikel 3:240 worden de gevolgen van een saneringsmaatregel, vastgesteld met betrekking tot een kredietinstelling, voor de gevolgen van een overeenkomst tot verrekening als bedoeld in artikel 212a, onderdeel m, van de Faillissementswet en novatie uitsluitend beheerst door het recht dat van toepassing is op die overeenkomst. +In afwijking van artikel 3:240 worden de gevolgen van een saneringsmaatregel, vastgesteld met betrekking tot een bank, voor de gevolgen van een overeenkomst tot verrekening als bedoeld in artikel 212a, onderdeel m, van de Faillissementswet en novatie uitsluitend beheerst door het recht dat van toepassing is op die overeenkomst. ### Artikel 3:253 -In afwijking van artikel 3:240 worden, onverminderd artikel 3:254, de gevolgen van een saneringsmaatregel, vastgesteld met betrekking tot een kredietinstelling, voor een overeenkomst waarbij de ene partij, de koper, zich verbindt tot een latere overdracht van een gelijke hoeveelheid activa van dezelfde soort aan de verkoper, uitsluitend beheerst door het recht van de lidstaat dat van toepassing is op die overeenkomst. +In afwijking van artikel 3:240 worden, onverminderd artikel 3:254, de gevolgen van een saneringsmaatregel, vastgesteld met betrekking tot een bank, voor een overeenkomst waarbij de ene partij, de koper, zich verbindt tot een latere overdracht van een gelijke hoeveelheid activa van dezelfde soort aan de verkoper, uitsluitend beheerst door het recht van de lidstaat dat van toepassing is op die overeenkomst. ### Artikel 3:254 -In afwijking van artikel 3:240 worden de gevolgen van een saneringsmaatregel, vastgesteld met betrekking tot een kredietinstelling, voor het uitoefenen van rechten op financiële instrumenten waarvan het bestaan of de overdracht inschrijving in een register, op een rekening of in een in een lidstaat bijgehouden of gesitueerd gecentraliseerd effectendepot veronderstelt, uitsluitend beheerst door het recht van de lidstaat waar het register, de rekening of het gecentraliseerde effectendepot waar deze rechten zijn ingeschreven, wordt gehouden of is gesitueerd. +In afwijking van artikel 3:240 worden de gevolgen van een saneringsmaatregel, vastgesteld met betrekking tot een bank, voor het uitoefenen van rechten op financiële instrumenten waarvan het bestaan of de overdracht inschrijving in een register, op een rekening of in een in een lidstaat bijgehouden of gesitueerd gecentraliseerd effectendepot veronderstelt, uitsluitend beheerst door het recht van de lidstaat waar het register, de rekening of het gecentraliseerde effectendepot waar deze rechten zijn ingeschreven, wordt gehouden of is gesitueerd. ### Artikel 3:255 -**1.** De bewindvoerder uit een andere lidstaat dan Nederland waar de kredietinstelling, levensverzekeraar of schadeverzekeraar haar of zijn zetel heeft, heeft in Nederland de bevoegdheden die hij heeft in de lidstaat van de zetel van de kredietinstelling, levensverzekeraar of schadeverzekeraar, behoudens de bevoegdheid tot het aanwenden van een dwangmaatregel en de bevoegdheid tot het doen van een uitspraak in een geding of een geschil. De wijze van uitoefenen van deze bevoegdheden in Nederland wordt beheerst door het Nederlandse recht. +**1.** De bewindvoerder uit een andere lidstaat dan Nederland waar de bank, levensverzekeraar of schadeverzekeraar haar of zijn zetel heeft, heeft in Nederland de bevoegdheden die hij heeft in de lidstaat van de zetel van de bank, levensverzekeraar of schadeverzekeraar, behoudens de bevoegdheid tot het aanwenden van een dwangmaatregel en de bevoegdheid tot het doen van een uitspraak in een geding of een geschil. De wijze van uitoefenen van deze bevoegdheden in Nederland wordt beheerst door het Nederlandse recht. -**2.** Indien op grond van het recht van de lidstaat waar de kredietinstelling, levensverzekeraar of schadeverzekeraar haar of zijn zetel heeft personen zijn aangewezen om de bewindvoerder te vertegenwoordigen of anderszins bij te staan, kunnen zij de bevoegdheden die zij hebben op grond van het recht van die lidstaat uitoefenen op het grondgebied van Nederland. +**2.** Indien op grond van het recht van de lidstaat waar de bank, levensverzekeraar of schadeverzekeraar haar of zijn zetel heeft personen zijn aangewezen om de bewindvoerder te vertegenwoordigen of anderszins bij te staan, kunnen zij de bevoegdheden die zij hebben op grond van het recht van die lidstaat uitoefenen op het grondgebied van Nederland. ### Artikel 3:256 @@ -7135,8 +7135,9 @@ Op verzoek van een bewindvoerder uit een andere lidstaat worden de gegevens met Deze paragraaf is van toepassing op: a. banken die een vergunning als bedoeld in artikel 2:11 hebben; -b. beleggingsondernemingen die een vergunning hebben als bedoeld in artikel 2:65, eerste lid, aanhef en onderdeel a, voorzover het betreft het beheren van individuele vermogens, of die een vergunning hebben als bedoeld in artikel 2:96 voor het verlenen van beleggingsdiensten; -c. financiële instellingen die een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in artikel 3:110 hebben en die beleggingsdiensten mogen verlenen. +b. beheerders die een vergunning hebben als bedoeld in artikel 2:65, eerste lid, aanhef en onderdeel a, voor zover het betreft het beheren van individuele vermogens; +c. beleggingsondernemingen die een vergunning hebben als bedoeld in artikel 2:96 voor het verlenen van beleggingsdiensten; en +d. financiële instellingen die een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in artikel 3:110 hebben en die beleggingsdiensten mogen verlenen. **2.** De intrekking van een vergunning als bedoeld in het eerste lid laat onverlet de toepasselijkheid van deze paragraaf op vorderingen van beleggers op de financiële onderneming die verband houden met beleggingsverrichtingen die tot het tijdstip van intrekking van de vergunning hebben plaatsgevonden en laat onverlet de toepasselijkheid van deze paragraaf op bestaande vorderingen van crediteuren op de financiële onderneming op het tijdstip van de intrekking van de vergunning. @@ -7179,9 +7180,11 @@ b. zo spoedig mogelijk nadat een rechterlijke instantie in een lidstaat, om rede **1.** Bij de toepassing van een vangnetregeling stelt de Nederlandsche Bank met inachtneming van het ingevolge artikel 3:259, derde lid, onderdeel b, bepaalde de omvang vast van de vorderingen die voor vergoeding in aanmerking komen en de hoogte van de voor vergoeding in aanmerking komende vorderingen van beleggers of depositohouders, alsmede de hoogte van de vergoeding van de vorderingen. -**2.** De Nederlandsche Bank draagt zorg voor betaling van de ingevolge deze paragraaf voor vergoeding in aanmerking komende vorderingen van beleggers of depositohouders binnen een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen termijn. +**2.** De Nederlandsche Bank draagt zorg voor betaling van de ingevolge het beleggerscompensatiestelsel voor vergoeding in aanmerking komende vorderingen van beleggers binnen een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen termijn. -**3.** De Nederlandsche Bank treedt in de rechten die een belegger of depositohouder terzake van een vordering op de betalingsonmachtige financiële onderneming heeft voor zover zij een vergoeding als bedoeld in het eerste lid aan die belegger of depositohouder heeft betaald. +**3.** De Nederlandsche Bank is in staat ingevolge het depositogarantiestelsel voor vergoeding in aanmerking komende aanspraken te honoreren binnen een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen termijn. + +**4.** De Nederlandsche Bank treedt in de rechten die een belegger of depositohouder terzake van een vordering op de betalingsonmachtige financiële onderneming heeft voor zover zij een vergoeding als bedoeld in het eerste lid aan die belegger of depositohouder heeft betaald. ### Artikel 3:261a @@ -7337,11 +7340,11 @@ b. deelneming: 1°. een deelneming als bedoeld in artikel 24c, eerste lid, eerste volzin, of tweede lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek; of 2°. een rechtstreeks of middellijk belang van twintig procent of meer in het geplaatst kapitaal van een onderneming, of het rechtstreeks of middellijk kunnen uitoefenen van twintig procent of meer van de stemrechten in een onderneming; c. dochteronderneming: een dochteronderneming als bedoeld in de artikelen 1 en 2 van de richtlijn geconsolideerde jaarrekening, of een onderneming waarop, naar het oordeel van de Nederlandsche Bank, een moederonderneming feitelijk een overheersende invloed uitoefent; -d. financiële holding: een financiële instelling die als dochteronderneming uitsluitend of hoofdzakelijk beleggingsondernemingen, kredietinstellingen of financiële instellingen heeft, van welke dochterondernemingen er ten minste één een beleggingsonderneming of kredietinstelling is, en die geen gemengde financiële holding is; -e. gemengde holding: een moederonderneming die geen financiële holding, kredietinstelling of gemengde financiële holding is en die ten minste een kredietinstelling als dochteronderneming heeft; +d. financiële holding: een financiële instelling die als dochteronderneming uitsluitend of hoofdzakelijk beleggingsondernemingen, banken of financiële instellingen heeft, van welke dochterondernemingen er ten minste één een beleggingsonderneming of bank is, en die geen gemengde financiële holding is; +e. gemengde holding: een moederonderneming die geen financiële holding, bank of gemengde financiële holding is en die ten minste een bank als dochteronderneming heeft; f. gemengde financiële holding: een moederonderneming die geen gereglementeerde entiteit als bedoeld in artikel 3:289, onderdeel d, is en die tezamen met haar dochterondernemingen, waarvan er ten minste één een gereglementeerde entiteit met zetel in een lidstaat is, en met andere ondernemingen een financieel conglomeraat als bedoeld in artikel 3:290 vormt; g. gemengde verzekeringsholding: een moederonderneming die geen gemengde financiële holding, herverzekeraar, levensverzekeraar, schadeverzekeraar of verzekeringsholding is, en die een herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in een lidstaat als dochteronderneming heeft; -h. onderneming die nevendiensten verricht: een onderneming die activiteiten verricht die ten opzichte van de hoofdactiviteiten van een beleggingsonderneming of kredietinstelling het karakter van ondersteunende activiteit hebben; +h. onderneming die nevendiensten verricht: een onderneming die activiteiten verricht die ten opzichte van de hoofdactiviteiten van een beleggingsonderneming of bank het karakter van ondersteunende activiteit hebben; i. verbonden onderneming: een dochteronderneming, een andere onderneming waarin een deelneming bestaat of een onderneming die met een andere onderneming verbonden is door een door die andere onderneming uitgeoefende centrale leiding krachtens een door deze ondernemingen gesloten overeenkomst of een bepaling in de statuten van een of meer van deze ondernemingen, dan wel door het feit dat de bestuurs-, leidinggevende, of toezichthoudende organen van deze ondernemingen gedurende het boekjaar en tot de opstelling van de geconsolideerde jaarrekening in meerderheid bestaan uit dezelfde personen; j. verzekeringsholding: een moederonderneming die geen gemengde financiële holding is, een herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in een lidstaat als dochteronderneming heeft en waarvan de hoofdactiviteit bestaat uit het verkrijgen en houden van deelnemingen in dochterondernemingen die uitsluitend of hoofdzakelijk herverzekeraars, levensverzekeraars of schadeverzekeraars zijn. @@ -7349,7 +7352,7 @@ j. verzekeringsholding: een moederonderneming die geen gemengde financiële hold ### Artikel 3:269 -**1.** Een Nederlandse beleggingsonderneming of Nederlandse kredietinstelling die een moederonderneming of dochteronderneming is van een andere beleggingsonderneming of kredietinstelling, voldoet op geconsolideerde of gesubconsolideerde basis aan het ingevolge artikel 3:17 bepaalde op zodanige wijze dat de procedures en maatregelen ter beheersing van bedrijfsprocessen en risico’s samenhang vertonen en goed geïntegreerd zijn en dat zij de inlichtingen, bedoeld in artikel 1:52, kan verschaffen. +**1.** Een Nederlandse beleggingsonderneming of Nederlandse bank die een moederonderneming of dochteronderneming is van een andere beleggingsonderneming of bank, voldoet op geconsolideerde of gesubconsolideerde basis aan het ingevolge artikel 3:17 bepaalde op zodanige wijze dat de procedures en maatregelen ter beheersing van bedrijfsprocessen en risico’s samenhang vertonen en goed geïntegreerd zijn en dat zij de inlichtingen, bedoeld in artikel 1:52, kan verschaffen. **2.** Een herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar met zetel in Nederland die bij het aanvullend toezicht op herverzekeraars, levensverzekeraars en schadeverzekeraars in een verzekeringsgroep is betrokken, richt de bedrijfsvoering, bedoeld in artikel 3:17, zodanig in dat de procedures en maatregelen ter beheersing van bedrijfsprocessen en risico’s samenhang vertonen en goed geïntegreerd zijn en dat zij de inlichtingen, bedoeld in artikel 1:52, kan verschaffen. @@ -7383,13 +7386,13 @@ Het dagelijks beleid van een gemengde financiële holding, financiële holding o **2.** Het ingevolge artikel 3:29, derde lid, bepaalde is van overeenkomstige toepassing op gemengde financiële holdings, financiële holdings en verzekeringsholdings met zetel in Nederland voorzover het betrekking heeft op het melden van de wijzigingen, bedoeld in het eerste lid. -#### Afdeling 3.6.1a. Betaalinstellingen in een groep +#### Afdeling 3.6.1a. Betaalinstellingen en elektronischgeldinstellingen in een groep ### Artikel 3:273a -Indien een betaalinstelling als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, een dochteronderneming is van een Nederlandse moederkredietinstelling en ten aanzien van deze ondernemingen voldaan wordt aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 3:278, eerste lid, onderdelen a en b, is het solvabiliteitstoezicht, bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, niet van toepassing op de betaalinstelling. +Indien een betaalinstelling of een elektronischgeldinstelling met zetel in Nederland als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, een dochteronderneming is van een Nederlandse moederbank en ten aanzien van deze ondernemingen voldaan wordt aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 3:278, eerste lid, onderdelen a en b, is het solvabiliteitstoezicht, bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, niet van toepassing op de betaalinstelling, onderscheidenlijk de elektronischgeldinstelling met zetel in Nederland. -#### Afdeling 3.6.2. Geconsolideerd toezicht op beleggingsondernemingen, betaalinstellingen en kredietinstellingen +#### Afdeling 3.6.2. Geconsolideerd toezicht op banken, beleggingsondernemingen, betaalinstellingen en elektronischgeldinstellingen ### Artikel 3:274 @@ -7397,108 +7400,110 @@ Vervallen ### Artikel 3:275 -**1.** De Nederlandsche Bank houdt toezicht op geconsolideerde basis als bedoeld in artikel 3:279 op Nederlandse moederbeleggingsondernemingen, Nederlandse moederkredietinstellingen, Nederlandse EU-moederbeleggingsondernemingen en Nederlandse EU-moederkredietinstellingen. +**1.** De Nederlandsche Bank houdt toezicht op geconsolideerde basis als bedoeld in artikel 3:279 op Nederlandse moederbeleggingsondernemingen, Nederlandse moederbanken, Nederlandse EU-moederbeleggingsondernemingen en Nederlandse EU-moederbanken. -**2.** Indien een Nederlandse beleggingsonderneming of Nederlandse kredietinstelling als moederonderneming een financiële moederholding of een financiële EU-moederholding heeft, houdt de Nederlandsche Bank op die beleggingsonderneming of kredietinstelling toezicht op geconsolideerde basis, onverminderd het derde, vierde en vijfde lid. +**2.** Indien een Nederlandse beleggingsonderneming of Nederlandse bank als moederonderneming een financiële moederholding of een financiële EU-moederholding heeft, houdt de Nederlandsche Bank op die beleggingsonderneming of bank toezicht op geconsolideerde basis, onverminderd het derde, vierde en vijfde lid. -**3.** Indien een Nederlandse beleggingsonderneming of Nederlandse kredietinstelling als moederonderneming een financiële Nederlandse moederholding of een Nederlandse financiële EU-moederholding heeft en die holding een Europese beleggingsonderneming of Europese kredietinstelling als dochteronderneming heeft, houdt de Nederlandsche Bank op die Nederlandse beleggingsonderneming of Nederlandse kredietinstelling toezicht op geconsolideerde basis. +**3.** Indien een Nederlandse beleggingsonderneming of Nederlandse bank als moederonderneming een financiële Nederlandse moederholding of een Nederlandse financiële EU-moederholding heeft en die holding een Europese beleggingsonderneming of Europese bank als dochteronderneming heeft, houdt de Nederlandsche Bank op die Nederlandse beleggingsonderneming of Nederlandse bank toezicht op geconsolideerde basis. -**4.** Indien een Nederlandse beleggingsonderneming of Nederlandse kredietinstelling als moederondernemingen zowel een financiële Nederlandse moederholding als een financiële holding in een andere lidstaat heeft en in die andere lidstaat zich een dochteronderneming bevindt die een Europese beleggingsonderneming of Europese kredietinstelling is, wordt het toezicht op geconsolideerde basis uitgeoefend door de Nederlandsche Bank indien de Nederlandse beleggingsonderneming of Nederlandse kredietinstelling in vergelijking met die Europese beleggingsonderneming of Europese kredietinstelling het hoogste balanstotaal heeft. +**4.** Indien een Nederlandse beleggingsonderneming of Nederlandse bank als moederondernemingen zowel een financiële Nederlandse moederholding als een financiële holding in een andere lidstaat heeft en in die andere lidstaat zich een dochteronderneming bevindt die een Europese beleggingsonderneming of Europese bank is, wordt het toezicht op geconsolideerde basis uitgeoefend door de Nederlandsche Bank indien de Nederlandse beleggingsonderneming of Nederlandse bank in vergelijking met die Europese beleggingsonderneming of Europese bank het hoogste balanstotaal heeft. -**5.** Indien een Nederlandse beleggingsonderneming of Nederlandse kredietinstelling als moederonderneming een financiële holding met zetel in een andere lidstaat heeft en die financiële holding als dochteronderneming een Europese beleggingsonderneming of Europese kredietinstelling heeft in een andere lidstaat dan de lidstaat van haar zetel, wordt het toezicht op geconsolideerde basis uitgeoefend door de Nederlandsche Bank indien de Nederlandse beleggingsonderneming of Nederlandse kredietinstelling in vergelijking met die Europese beleggingsonderneming of Europese kredietinstelling het hoogste balanstotaal heeft. +**5.** Indien een Nederlandse beleggingsonderneming of Nederlandse bank als moederonderneming een financiële holding met zetel in een andere lidstaat heeft en die financiële holding als dochteronderneming een Europese beleggingsonderneming of Europese bank heeft in een andere lidstaat dan de lidstaat van haar zetel, wordt het toezicht op geconsolideerde basis uitgeoefend door de Nederlandsche Bank indien de Nederlandse beleggingsonderneming of Nederlandse bank in vergelijking met die Europese beleggingsonderneming of Europese bank het hoogste balanstotaal heeft. -**6.** In afwijking van het derde tot en met vijfde lid kan de Nederlandsche Bank besluiten ermee in te stemmen, na overleg met de betrokken toezichthoudende instanties van andere lidstaten, dat een van die andere toezichthoudende instanties het toezicht op geconsolideerde basis houdt indien de aard en omvang van de betrokken beleggingsonderneming of kredietinstelling of het relatieve belang van haar werkzaamheden in verschillende lidstaten daartoe aanleiding geven. +**6.** In afwijking van het derde tot en met vijfde lid kan de Nederlandsche Bank besluiten ermee in te stemmen, na overleg met de betrokken toezichthoudende instanties van andere lidstaten, dat een van die andere toezichthoudende instanties het toezicht op geconsolideerde basis houdt indien de aard en omvang van de betrokken beleggingsonderneming of bank of het relatieve belang van haar werkzaamheden in verschillende lidstaten daartoe aanleiding geven. -**7.** Alvorens een besluit als bedoeld in het zesde lid te nemen, stelt de Nederlandsche Bank de Nederlandse EU-moederbeleggingsonderneming, de Nederlandse EU-moederkredietinstelling, de financiële EU-moederholding, de Nederlandse beleggingsonderneming dan wel de Nederlandse kredietinstelling die het hoogste balanstotaal heeft in vergelijking met de andere dochterondernemingen in de gelegenheid haar zienswijze naar voren te brengen. +**7.** Alvorens een besluit als bedoeld in het zesde lid te nemen, stelt de Nederlandsche Bank de Nederlandse EU-moederbeleggingsonderneming, de Nederlandse EU-moederbank, de financiële EU-moederholding, de Nederlandse beleggingsonderneming dan wel de Nederlandse bank die het hoogste balanstotaal heeft in vergelijking met de andere dochterondernemingen in de gelegenheid haar zienswijze naar voren te brengen. -**8.** Indien volgens de herziene richtlijn banken op een Nederlandse beleggingsonderneming of Nederlandse kredietinstelling toezicht op geconsolideerde basis zou moeten worden uitgeoefend door een toezichthoudende instantie van een andere lidstaat, kan de Nederlandsche Bank, na overleg met de betrokken toezichthoudende instanties van andere lidstaten en gehoord de betrokken financiële onderneming, ermee instemmen dat zij het toezicht op geconsolideerde basis uitoefent indien de aard en omvang van de betrokken beleggingsonderneming of kredietinstelling of het relatieve belang van haar werkzaamheden in verschillende lidstaten daartoe aanleiding geven. +**8.** Indien volgens de herziene richtlijn banken op een Nederlandse beleggingsonderneming of Nederlandse bank toezicht op geconsolideerde basis zou moeten worden uitgeoefend door een toezichthoudende instantie van een andere lidstaat, kan de Nederlandsche Bank, na overleg met de betrokken toezichthoudende instanties van andere lidstaten en gehoord de betrokken financiële onderneming, ermee instemmen dat zij het toezicht op geconsolideerde basis uitoefent indien de aard en omvang van de betrokken beleggingsonderneming of bank of het relatieve belang van haar werkzaamheden in verschillende lidstaten daartoe aanleiding geven. -**9.** Indien een Nederlandse financiële EU-moederholding een beleggingsonderneming en een kredietinstelling als dochteronderneming heeft, en die kredietinstelling haar zetel in Nederland heeft, oefent de Nederlandsche Bank het toezicht op geconsolideerde basis uit op alle dochterondernemingen. +**9.** Indien een Nederlandse financiële EU-moederholding een beleggingsonderneming en een bank als dochteronderneming heeft, en die bank haar zetel in Nederland heeft, oefent de Nederlandsche Bank het toezicht op geconsolideerde basis uit op alle dochterondernemingen. ### Artikel 3:276 -**1.** De Nederlandsche Bank houdt toezicht op Nederlandse moederbeleggingsondernemingen en Nederlandse moederkredietinstellingen, in de mate en op de wijze als bepaald in deze afdeling, op basis van de geconsolideerde financiële positie. Dit toezicht omvat het toezicht op de naleving van het bepaalde ingevolge de artikelen 3:17, eerste en tweede lid, onderdeel c, 3:57 en 3:96, eerste lid, onderdeel c. +**1.** De Nederlandsche Bank houdt toezicht op Nederlandse moederbeleggingsondernemingen en Nederlandse moederbanken, in de mate en op de wijze als bepaald in deze afdeling, op basis van de geconsolideerde financiële positie. Dit toezicht omvat het toezicht op de naleving van het bepaalde ingevolge de artikelen 3:17, eerste en tweede lid, onderdeel c, 3:57 en 3:96, eerste lid, onderdeel c. -**2.** De Nederlandsche Bank houdt toezicht op Nederlandse beleggingsondernemingen of Nederlandse kredietinstellingen die dochteronderneming zijn van een financiële moederholding, in de mate en op de wijze als bepaald in deze afdeling, op basis van de geconsolideerde financiële positie van de financiële Nederlandse moederholding. Dit toezicht omvat het toezicht op de naleving van het bepaalde ingevolge de artikelen 3:17, eerste en tweede lid, onderdeel c, 3:57 en 3:96, eerste lid, onderdeel c. +**2.** De Nederlandsche Bank houdt toezicht op Nederlandse beleggingsondernemingen of Nederlandse banken die dochteronderneming zijn van een financiële moederholding, in de mate en op de wijze als bepaald in deze afdeling, op basis van de geconsolideerde financiële positie van de financiële Nederlandse moederholding. Dit toezicht omvat het toezicht op de naleving van het bepaalde ingevolge de artikelen 3:17, eerste en tweede lid, onderdeel c, 3:57 en 3:96, eerste lid, onderdeel c. -**3.** Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op Nederlandse beleggingsondernemingen of Nederlandse kredietinstellingen die dochteronderneming zijn van een financiële moederholding indien de Nederlandsche Bank toezicht houdt op deze beleggingsondernemingen of kredietinstellingen op geconsolideerde basis op grond van artikel 3:275. Indien een financiële moederholding als dochteronderneming zowel een beleggingsonderneming als een kredietinstelling heeft, is de eerste volzin slechts van toepassing op de kredietinstelling. +**3.** Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op Nederlandse beleggingsondernemingen of Nederlandse banken die dochteronderneming zijn van een financiële moederholding indien de Nederlandsche Bank toezicht houdt op deze beleggingsondernemingen of banken op geconsolideerde basis op grond van artikel 3:275. Indien een financiële moederholding als dochteronderneming zowel een beleggingsonderneming als een bank heeft, is de eerste volzin slechts van toepassing op de bank. -**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de berekening van de solvabiliteit op geconsolideerde basis van de beleggingsondernemingen of kredietinstellingen, bedoeld in het eerste en tweede lid. +**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de berekening van de solvabiliteit op geconsolideerde basis van de beleggingsondernemingen of banken, bedoeld in het eerste en tweede lid. ### Artikel 3:277 **1.** -Deze afdeling is van overeenkomstige toepassing op Nederlandse beleggingsondernemingen of Nederlandse kredietinstellingen die een moederonderneming hebben die een niet-Europese beleggingsonderneming of niet-Europese kredietinstelling of een financiële holding met zetel in een staat die geen lidstaat is, indien: +Deze afdeling is van overeenkomstige toepassing op Nederlandse beleggingsondernemingen of Nederlandse banken die een moederonderneming hebben die een niet-Europese beleggingsonderneming of niet-Europese bank of een financiële holding met zetel in een staat die geen lidstaat is, indien: -a. die beleggingsondernemingen of kredietinstellingen niet reeds onderworpen zijn aan toezicht dat gelijkwaardig is aan het toezicht op geconsolideerde basis, bedoeld in de artikelen 125 en 126 van de herziene richtlijn banken; en -b. De Nederlandsche Bank op basis van een overeenkomstige toepassing van artikel 3:275 verantwoordelijk zou zijn voor het toezicht op geconsolideerde basis op die beleggingsondernemingen of kredietinstellingen. +a. die beleggingsondernemingen of banken niet reeds onderworpen zijn aan toezicht dat gelijkwaardig is aan het toezicht op geconsolideerde basis, bedoeld in de artikelen 125 en 126 van de herziene richtlijn banken; en +b. De Nederlandsche Bank op basis van een overeenkomstige toepassing van artikel 3:275 verantwoordelijk zou zijn voor het toezicht op geconsolideerde basis op die beleggingsondernemingen of banken. **2.** Teneinde vast te stellen of het eerste lid, onderdeel b, van toepassing is, raadpleegt de Nederlandsche Bank de toezichthoudende instanties van andere lidstaten die belast zijn met het toezicht op gereglementeerde entiteiten als bedoeld in artikel 3:289, onderdeel d, die dezelfde moederonderneming, bedoeld in het eerste lid, aanhef, hebben. Zij neemt de algemene richtsnoeren in aanmerking die ingevolge artikel 143 van de herziene richtlijn banken door het Raadgevend Comité voor het bankwezen, bedoeld in artikel 151 van die richtlijn, zijn opgesteld. De Nederlandsche Bank raadpleegt het Comité voordat zij de uitkomst van haar onderzoek vaststelt. -**3.** De Nederlandsche Bank kan, in overeenstemming met de betrokken toezichthoudende instanties van andere lidstaten, ten aanzien van de Nederlandse beleggingsondernemingen of Nederlandse kredietinstellingen, bedoeld in het eerste lid, andere toezichtmethoden toepassen waarmee de doeleinden van het toezicht op geconsolideerde basis worden bereikt. De Nederlandsche Bank deelt die methoden mede aan de betrokken toezichthoudende instanties en aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen. +**3.** De Nederlandsche Bank kan, in overeenstemming met de betrokken toezichthoudende instanties van andere lidstaten, ten aanzien van de Nederlandse beleggingsondernemingen of Nederlandse banken, bedoeld in het eerste lid, andere toezichtmethoden toepassen waarmee de doeleinden van het toezicht op geconsolideerde basis worden bereikt. De Nederlandsche Bank deelt die methoden mede aan de betrokken toezichthoudende instanties en aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen. ### Artikel 3:277a **1.** -Een Nederlandse beleggingsonderneming of Nederlandse kredietinstelling, die een dochteronderneming is van een beleggingsonderneming of kredietinstelling of als moederonderneming een financiële holding heeft, voldoet op gesubconsolideerde basis aan het bepaalde ingevolge de artikelen 3:17, eerste en tweede lid, onderdeel c, 3:57 en 3:96, eerste lid, onderdeel c, indien de Nederlandse beleggingsonderneming, Nederlandse kredietinstelling of de financiële holding: +Een Nederlandse beleggingsonderneming of Nederlandse bank, die een dochteronderneming is van een beleggingsonderneming of bank of als moederonderneming een financiële holding heeft, voldoet op gesubconsolideerde basis aan het bepaalde ingevolge de artikelen 3:17, eerste en tweede lid, onderdeel c, 3:57 en 3:96, eerste lid, onderdeel c, indien de Nederlandse beleggingsonderneming, Nederlandse bank of de financiële holding: -a. als dochteronderneming een beheerder heeft van een instelling voor collectieve belegging in effecten, beleggingsonderneming, financiële instelling of kredietinstelling met zetel in een staat die geen lidstaat is; of -b. een deelneming houdt in een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten, beleggingsonderneming, financiële instelling of kredietinstelling met zetel in een staat die geen lidstaat is. +a. als dochteronderneming een beheerder heeft van een instelling voor collectieve belegging in effecten, beleggingsonderneming, financiële instelling of bank met zetel in een staat die geen lidstaat is; of +b. een deelneming houdt in een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten, beleggingsonderneming, financiële instelling of bank met zetel in een staat die geen lidstaat is. -**2.** Indien de financiële holding als dochteronderneming zowel een beleggingsonderneming als een kredietinstelling heeft, is het eerste lid slechts van toepassing op de kredietinstelling. +**2.** Indien de financiële holding als dochteronderneming zowel een beleggingsonderneming als een bank heeft, is het eerste lid slechts van toepassing op de bank. ### Artikel 3:278 **1.** -Het toezicht op individuele basis op de naleving van het bepaalde ingevolge de artikelen 3:17, eerste en tweede lid, onderdeel c, en 3:57 is niet van toepassing op Nederlandse beleggingsondernemingen of Nederlandse kredietinstellingen die dochteronderneming zijn van een Nederlandse moederbeleggingsonderneming of Nederlandse moederkredietinstelling indien: +Het toezicht op individuele basis op de naleving van het bepaalde ingevolge de artikelen 3:17, eerste en tweede lid, onderdeel c, en 3:57 is niet van toepassing op Nederlandse beleggingsondernemingen of Nederlandse banken die dochteronderneming zijn van een Nederlandse moederbeleggingsonderneming of Nederlandse moederbank indien: -a. op die Nederlandse moederbeleggingsonderneming of Nederlandse moederkredietinstelling toezicht op geconsolideerde basis wordt uitgeoefend en de dochteronderneming in dat toezicht is opgenomen; en -b. het toetsingsvermogen tussen de Nederlandse moederbeleggingsonderneming of Nederlandse moederkredietinstelling en de dochterondernemingen adequaat verdeeld is doordat: +a. op die Nederlandse moederbeleggingsonderneming of Nederlandse moederbank toezicht op geconsolideerde basis wordt uitgeoefend en de dochteronderneming in dat toezicht is opgenomen; en +b. het toetsingsvermogen tussen de Nederlandse moederbeleggingsonderneming of Nederlandse moederbank en de dochterondernemingen adequaat verdeeld is doordat: -1°. er geen feitelijke of juridische belemmering aanwezig of te voorzien is die een onmiddellijke overdracht van toetsingsvermogen of terugbetaling van schulden door de Nederlandse moederbeleggingsonderneming of Nederlandse moederkredietinstelling kan verhinderen; -2°. de Nederlandse moederbeleggingsonderneming of Nederlandse moederkredietinstelling zorg draagt voor een beheerste bedrijfsvoering bij de dochteronderneming en met instemming van de Nederlandsche Bank instaat voor de verplichtingen van de dochteronderneming, of de risico’s ten aanzien van de dochteronderneming verwaarloosbaar zijn; -3°. de risicobeoordeling, meet- en controleprocedures van de Nederlandse moederbeleggingsonderneming of Nederlandse moederkredietinstelling ook de dochteronderneming omvatten; en -4°. de Nederlandse moederbeleggingsonderneming of Nederlandse moederkredietinstelling meer dan vijftig procent van de stemrechten heeft verbonden aan de deelnemingen in het kapitaal van de dochteronderneming of het recht heeft om de meerderheid van de personen die het dagelijks beleid bepalen van de dochteronderneming te benoemen of te ontslaan. +1°. er geen feitelijke of juridische belemmering aanwezig of te voorzien is die een onmiddellijke overdracht van toetsingsvermogen of terugbetaling van schulden door de Nederlandse moederbeleggingsonderneming of Nederlandse moederbank kan verhinderen; +2°. de Nederlandse moederbeleggingsonderneming of Nederlandse moederbank zorg draagt voor een beheerste bedrijfsvoering bij de dochteronderneming en met instemming van de Nederlandsche Bank instaat voor de verplichtingen van de dochteronderneming, of de risico’s ten aanzien van de dochteronderneming verwaarloosbaar zijn; +3°. de risicobeoordeling, meet- en controleprocedures van de Nederlandse moederbeleggingsonderneming of Nederlandse moederbank ook de dochteronderneming omvatten; en +4°. de Nederlandse moederbeleggingsonderneming of Nederlandse moederbank meer dan vijftig procent van de stemrechten heeft verbonden aan de deelnemingen in het kapitaal van de dochteronderneming of het recht heeft om de meerderheid van de personen die het dagelijks beleid bepalen van de dochteronderneming te benoemen of te ontslaan. -**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op Nederlandse beleggingsondernemingen en Nederlandse kredietinstellingen die dochteronderneming zijn van een financiële holding met zetel in Nederland waarop soortgelijk toezicht als op beleggingsondernemingen of kredietinstellingen wordt uitgeoefend op de naleving van het bepaalde ingevolge de artikelen 3:17, eerste en tweede lid, onderdeel c, 3:57 en 3:96, eerste lid, onderdeel c. +**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op Nederlandse beleggingsondernemingen en Nederlandse banken die dochteronderneming zijn van een financiële holding met zetel in Nederland waarop soortgelijk toezicht als op beleggingsondernemingen of banken wordt uitgeoefend op de naleving van het bepaalde ingevolge de artikelen 3:17, eerste en tweede lid, onderdeel c, 3:57 en 3:96, eerste lid, onderdeel c. -**3.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op betaalinstellingen die dochteronderneming zijn van een Nederlandse moederkredietinstelling voor zover het betreft het toezicht op de naleving van artikel 3:53, eerste en derde lid. +**3.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op betaalinstellingen die dochteronderneming zijn van een Nederlandse moederbank voor zover het betreft het toezicht op de naleving van artikel 3:53, eerste en derde lid. -**4.** - -Het toezicht op individuele basis met betrekking tot de artikelen 3:17, eerste en tweede lid, onderdeel c, en 3:57 is niet van toepassing op Nederlandse moederbeleggingsondernemingen en Nederlandse moederkredietinstellingen indien: - -a. op die Nederlandse moederbeleggingsondernemingen en Nederlandse moederkredietinstellingen toezicht op geconsolideerde basis wordt uitgeoefend; en -b. het toetsingsvermogen tussen de Nederlandse moederbeleggingsondernemingen en Nederlandse moederkredietinstellingen en de dochterondernemingen adequaat verdeeld is doordat: - -1°. er geen feitelijke of juridische belemmering aanwezig of te voorzien is die een onmiddellijke overdracht van toetsingsvermogen of terugbetaling van schulden door de dochteronderneming kan verhinderen; en -2°. de risicobeoordeling, meet- en controleprocedures die relevant zijn voor het geconsolideerde toezicht, ook de Nederlandse moederbeleggingsondernemingen en Nederlandse moederkredietinstellingen omvatten. +**4.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op elektronischgeldinstellingen met zetel in Nederland die dochteronderneming zijn van een Nederlandse moederbank voor zover het betreft het toezicht op de naleving van artikel 3:57, eerste en tweede lid. **5.** +Het toezicht op individuele basis met betrekking tot de artikelen 3:17, eerste en tweede lid, onderdeel c, en 3:57 is niet van toepassing op Nederlandse moederbeleggingsondernemingen en Nederlandse moederbanken indien: + +a. op die Nederlandse moederbeleggingsondernemingen en Nederlandse moederbanken toezicht op geconsolideerde basis wordt uitgeoefend; en +b. het toetsingsvermogen tussen de Nederlandse moederbeleggingsondernemingen en Nederlandse moederbanken en de dochterondernemingen adequaat verdeeld is doordat: + +1°. er geen feitelijke of juridische belemmering aanwezig of te voorzien is die een onmiddellijke overdracht van toetsingsvermogen of terugbetaling van schulden door de dochteronderneming kan verhinderen; en +2°. de risicobeoordeling, meet- en controleprocedures die relevant zijn voor het geconsolideerde toezicht, ook de Nederlandse moederbeleggingsondernemingen en Nederlandse moederbanken omvatten. + +**6.** + De Nederlandsche Bank maakt de onderstaande informatie openbaar: a. de criteria die zij toepast om vast te stellen dat er geen feitelijke of juridische belemmering aanwezig of te voorzien is die een onmiddellijke overdracht van toetsingsvermogen of terugbetaling van schulden kan verhinderen; -b. het aantal Nederlandse moederbeleggingsondernemingen en Nederlandse moederkredietinstellingen dat valt onder de toepassing van het derde lid en hoeveel moederondernemingen daarbij dochterondernemingen in een staat die geen lidstaat is, betrekken; en +b. het aantal Nederlandse moederbeleggingsondernemingen en Nederlandse moederbanken dat valt onder de toepassing van het derde lid en hoeveel moederondernemingen daarbij dochterondernemingen in een staat die geen lidstaat is, betrekken; en c. indien het derde lid van toepassing is, de geaggregeerde gegevens voor Nederland met betrekking tot: -1°. het totaal bedrag aan toetsingsvermogen op geconsolideerde basis van de Nederlandse moederbeleggingsondernemingen en Nederlandse moederkredietinstellingen, dat wordt aangehouden in dochterondernemingen met zetel in een staat die geen lidstaat is; -2°. het toetsingsvermogen dat door Nederlandse moederbeleggingsondernemingen en Nederlandse moederkredietinstellingen wordt gehouden in dochterondernemingen met zetel in een staat die geen lidstaat is als percentage van het totale toetsingsvermogen op geconsolideerde basis van die moederondernemingen; -3°. het toetsingsvermogen dat door Nederlandse moederbeleggingsondernemingen en Nederlandse moederkredietinstellingen wordt gehouden in dochterondernemingen met zetel in een staat die geen lidstaat is als percentage van de vereiste totale minimumomvang van het toetsingsvermogen op grond van artikel 3:57 op geconsolideerde basis van de moederondernemingen. +1°. het totaal bedrag aan toetsingsvermogen op geconsolideerde basis van de Nederlandse moederbeleggingsondernemingen en Nederlandse moederbanken, dat wordt aangehouden in dochterondernemingen met zetel in een staat die geen lidstaat is; +2°. het toetsingsvermogen dat door Nederlandse moederbeleggingsondernemingen en Nederlandse moederbanken wordt gehouden in dochterondernemingen met zetel in een staat die geen lidstaat is als percentage van het totale toetsingsvermogen op geconsolideerde basis van die moederondernemingen; +3°. het toetsingsvermogen dat door Nederlandse moederbeleggingsondernemingen en Nederlandse moederbanken wordt gehouden in dochterondernemingen met zetel in een staat die geen lidstaat is als percentage van de vereiste totale minimumomvang van het toetsingsvermogen op grond van artikel 3:57 op geconsolideerde basis van de moederondernemingen. ### Artikel 3:278a **1.** -De Nederlandsche Bank kan op aanvraag besluiten, al dan niet voor bepaalde tijd, dat het een Nederlandse moederbeleggingsonderneming of Nederlandse moederkredietinstelling is toegestaan om in het kader van het toezicht op individuele basis dat op haar wordt gehouden, haar dochterondernemingen geconsolideerd te betrekken bij de bedrijfsvoering als bedoeld in artikel 3:17, eerste en tweede lid, onderdeel c, de berekening van haar toetsingsvermogen en het aanhouden van balansposten en posten buiten de balanstelling als bedoeld in artikel 3:57 indien: +De Nederlandsche Bank kan op aanvraag besluiten, al dan niet voor bepaalde tijd, dat het een Nederlandse moederbeleggingsonderneming of Nederlandse moederbank is toegestaan om in het kader van het toezicht op individuele basis dat op haar wordt gehouden, haar dochterondernemingen geconsolideerd te betrekken bij de bedrijfsvoering als bedoeld in artikel 3:17, eerste en tweede lid, onderdeel c, de berekening van haar toetsingsvermogen en het aanhouden van balansposten en posten buiten de balanstelling als bedoeld in artikel 3:57 indien: -1°. de risicobeoordeling, meet- en controleprocedures van de Nederlandse moederbeleggingsonderneming of Nederlandse moederkredietinstelling ook de dochteronderneming omvatten; -2°. de Nederlandse moederbeleggingsonderneming of Nederlandse moederkredietinstelling meer dan vijftig procent van de stemrechten heeft verbonden aan de deelnemingen in het kapitaal van de dochteronderneming of het recht heeft om de meerderheid van de personen die het dagelijks beleid bepalen van de dochteronderneming te benoemen of te ontslaan; -3°. de dochteronderneming aanzienlijke vorderingen op of verplichtingen heeft aan de Nederlandse moederbeleggingsonderneming of Nederlandse moederkredietinstelling; en -4°. de Nederlandse moederbeleggingsonderneming of Nederlandse moederkredietinstelling aantoont dat op grond van de omstandigheden en overeenkomsten, waaronder juridische afspraken, geen feitelijke of juridische belemmeringen aanwezig of te voorzien zijn die een onmiddellijke overdracht van toetsingsvermogen of terugbetaling van schulden door de dochteronderneming aan haar kunnen verhinderen. +1°. de risicobeoordeling, meet- en controleprocedures van de Nederlandse moederbeleggingsonderneming of Nederlandse moederbank ook de dochteronderneming omvatten; +2°. de Nederlandse moederbeleggingsonderneming of Nederlandse moederbank meer dan vijftig procent van de stemrechten heeft verbonden aan de deelnemingen in het kapitaal van de dochteronderneming of het recht heeft om de meerderheid van de personen die het dagelijks beleid bepalen van de dochteronderneming te benoemen of te ontslaan; +3°. de dochteronderneming aanzienlijke vorderingen op of verplichtingen heeft aan de Nederlandse moederbeleggingsonderneming of Nederlandse moederbank; en +4°. de Nederlandse moederbeleggingsonderneming of Nederlandse moederbank aantoont dat op grond van de omstandigheden en overeenkomsten, waaronder juridische afspraken, geen feitelijke of juridische belemmeringen aanwezig of te voorzien zijn die een onmiddellijke overdracht van toetsingsvermogen of terugbetaling van schulden door de dochteronderneming aan haar kunnen verhinderen. **2.** De Nederlandsche Bank stelt ten minste een keer per jaar de betrokken toezichthoudende instanties van andere staten in kennis van de gevallen waarin gebruik wordt gemaakt van het eerste lid en van de omstandigheden en overeenkomsten bedoeld in het eerste lid, onder 4°. @@ -7507,26 +7512,26 @@ De Nederlandsche Bank kan op aanvraag besluiten, al dan niet voor bepaalde tijd, De Nederlandsche Bank maakt de onderstaande informatie openbaar: a. de criteria die zij toepast om vast te stellen dat er geen feitelijke of juridische belemmering aanwezig of te voorzien is die een onmiddellijke overdracht van toetsingsvermogen of terugbetaling van schulden kan verhinderen; -b. het aantal Nederlandse moederbeleggingsondernemingen en Nederlandse moederkredietinstellingen dat op grond van het eerste lid dochterondernemingen geconsolideerd betrekken en hoeveel moederondernemingen daarbij dochterondernemingen met zetel in een staat die geen lidstaat is, betrekken; +b. het aantal Nederlandse moederbeleggingsondernemingen en Nederlandse moederbanken dat op grond van het eerste lid dochterondernemingen geconsolideerd betrekken en hoeveel moederondernemingen daarbij dochterondernemingen met zetel in een staat die geen lidstaat is, betrekken; c. indien het eerste lid van toepassing is, de geaggregeerde gegevens voor Nederland met betrekking tot: -1°. het totaal bedrag aan toetsingsvermogen van Nederlandse moederbeleggingsondernemingen en Nederlandse moederkredietinstellingen, dat wordt aangehouden in dochterondernemingen met zetel in een staat die geen lidstaat is; -2°. het toetsingsvermogen dat door Nederlandse moederbeleggingsondernemingen en Nederlandse moederkredietinstellingen wordt gehouden in dochterondernemingen met zetel in een staat die geen lidstaat is als percentage van het totale toetsingsvermogen van die moederondernemingen; -3°. het toetsingsvermogen dat door Nederlandse moederbeleggingsondernemingen en Nederlandse moederkredietinstellingen wordt gehouden in dochterondernemingen met zetel in een staat die geen lidstaat is als percentage van de vereiste totale minimumomvang van het toetsingsvermogen op grond van artikel 3:57 van de moederondernemingen. +1°. het totaal bedrag aan toetsingsvermogen van Nederlandse moederbeleggingsondernemingen en Nederlandse moederbanken, dat wordt aangehouden in dochterondernemingen met zetel in een staat die geen lidstaat is; +2°. het toetsingsvermogen dat door Nederlandse moederbeleggingsondernemingen en Nederlandse moederbanken wordt gehouden in dochterondernemingen met zetel in een staat die geen lidstaat is als percentage van het totale toetsingsvermogen van die moederondernemingen; +3°. het toetsingsvermogen dat door Nederlandse moederbeleggingsondernemingen en Nederlandse moederbanken wordt gehouden in dochterondernemingen met zetel in een staat die geen lidstaat is als percentage van de vereiste totale minimumomvang van het toetsingsvermogen op grond van artikel 3:57 van de moederondernemingen. ### Artikel 3:278b **1.** -Indien de Nederlandsche Bank toezicht houdt op geconsolideerde basis op een Nederlandse EU-moederbeleggingsonderneming, Nederlandse EU-moederkredietinstelling, Nederlandse beleggingsonderneming of Nederlandse kredietinstelling die dochteronderneming is van een Nederlandse financiële EU-moederholding: +Indien de Nederlandsche Bank toezicht houdt op geconsolideerde basis op een Nederlandse EU-moederbeleggingsonderneming, Nederlandse EU-moederbank, Nederlandse beleggingsonderneming of Nederlandse bank die dochteronderneming is van een Nederlandse financiële EU-moederholding: a. coördineert zij de vergaring en verspreiding van informatie aan de betrokken toezichthoudende instanties van andere lidstaten die relevant of essentieel is in normale omstandigheden en in noodsituaties; b. plant en coördineert zij de toezichtactiviteiten in normale omstandigheden en de samenwerking met de betrokken toezichthoudende instanties van andere lidstaten in het kader van de artikelen 3:18a, 3:74a en 3:111a; en c. plant en coördineert zij de toezichtactiviteiten bij de voorbereiding op en in noodsituaties. -**2.** Indien de Nederlandsche Bank toezicht houdt op geconsolideerde basis op een Nederlandse EU-moederbeleggingsonderneming, Nederlandse EU-moederkredietinstelling, Nederlandse beleggingsonderneming of Nederlandse kredietinstelling die dochteronderneming is van een Nederlandse financiële EU-moederholding wordt een aanvraag tot instemming met het gebruik van de interne modellen en benaderingen bij de Nederlandsche Bank ingediend. +**2.** Indien de Nederlandsche Bank toezicht houdt op geconsolideerde basis op een Nederlandse EU-moederbeleggingsonderneming, Nederlandse EU-moederbank, Nederlandse beleggingsonderneming of Nederlandse bank die dochteronderneming is van een Nederlandse financiële EU-moederholding wordt een aanvraag tot instemming met het gebruik van de interne modellen en benaderingen bij de Nederlandsche Bank ingediend. -**3.** De indiening van de aanvraag, bedoeld in het tweede lid, geschiedt door de Nederlandse EU-moederbeleggingsonderneming, Nederlandse EU-moederkredietinstelling en haar gezamenlijke dochterondernemingen of door de gezamenlijke dochterondernemingen van een Nederlandse financiële EU-moederholding. De Nederlandsche Bank verstrekt onverwijld alle relevante stukken met betrekking tot de aanvraag tot instemming aan de betrokken toezichthoudende instanties van andere lidstaten. +**3.** De indiening van de aanvraag, bedoeld in het tweede lid, geschiedt door de Nederlandse EU-moederbeleggingsonderneming, Nederlandse EU-moederbank en haar gezamenlijke dochterondernemingen of door de gezamenlijke dochterondernemingen van een Nederlandse financiële EU-moederholding. De Nederlandsche Bank verstrekt onverwijld alle relevante stukken met betrekking tot de aanvraag tot instemming aan de betrokken toezichthoudende instanties van andere lidstaten. **4.** De Nederlandsche Bank beslist na overleg met de andere betrokken toezichthoudende instanties op de aanvraag en de eventueel aan de instemming te verbinden voorschriften. @@ -7534,11 +7539,11 @@ c. plant en coördineert zij de toezichtactiviteiten bij de voorbereiding op en **6.** Indien het overleg uiterlijk zes maanden na ontvangst van de volledige aanvraag niet tot overeenstemming heeft geleid, neemt de Nederlandsche Bank onverwijld een besluit waarbij zij de standpunten en voorbehouden van de betrokken toezichthoudende instanties in aanmerking neemt. De Nederlandsche Bank doet van dit besluit onverwijld mededeling aan de betrokken toezichthoudende instanties. -**7.** Indien een Nederlandse financiële EU-moederholding een beleggingsonderneming en een kredietinstelling als dochteronderneming heeft, en die kredietinstelling haar zetel in Nederland heeft, oefent de Nederlandsche Bank het toezicht op geconsolideerde basis uit op alle dochterondernemingen. +**7.** Indien een Nederlandse financiële EU-moederholding een beleggingsonderneming en een bank als dochteronderneming heeft, en die bank haar zetel in Nederland heeft, oefent de Nederlandsche Bank het toezicht op geconsolideerde basis uit op alle dochterondernemingen. ### Artikel 3:278c -**1.** Indien de Nederlandsche Bank toezicht houdt op geconsolideerde basis, beslist zij na overleg met de toezichthoudende instanties van andere lidstaten die toezicht houden op dochterondernemingen van een Nederlandse EU-moederbeleggingsonderneming, Nederlandse EU-moederkredietinstelling of Nederlandse financiële EU-moederholding, op grond van de evaluatie, bedoeld in artikel 3:18a, of het geconsolideerde toetsingsvermogen van de groep toereikend is gelet op haar financiële situatie en risicoprofiel en hoeveel toetsingsvermogen voor elke entiteit binnen de groep op geconsolideerde basis noodzakelijk is. +**1.** Indien de Nederlandsche Bank toezicht houdt op geconsolideerde basis, beslist zij na overleg met de toezichthoudende instanties van andere lidstaten die toezicht houden op dochterondernemingen van een Nederlandse EU-moederbeleggingsonderneming, Nederlandse EU-moederbank of Nederlandse financiële EU-moederholding, op grond van de evaluatie, bedoeld in artikel 3:18a, of het geconsolideerde toetsingsvermogen van de groep toereikend is gelet op haar financiële situatie en risicoprofiel en hoeveel toetsingsvermogen voor elke entiteit binnen de groep op geconsolideerde basis noodzakelijk is. **2.** Een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt genomen binnen vier maanden na verzending van de evaluatie, bedoeld in artikel 3:18a, aan de betrokken toezichthoudende instanties. @@ -7550,13 +7555,13 @@ c. plant en coördineert zij de toezichtactiviteiten bij de voorbereiding op en **6.** Onverminderd artikel 3:47 van de Algemene wet bestuursrecht bevat een besluit als bedoeld in het vierde en vijfde lid de risicobeoordelingen, standpunten en voorbehouden van de betrokken toezichthoudende instanties van de andere lidstaten. -**7.** De Nederlandsche Bank doet van het besluit onverwijld mededeling aan de betrokken toezichthoudende instanties en aan de EU-moederbeleggingsonderneming of EU-moederkredietinstelling. +**7.** De Nederlandsche Bank doet van het besluit onverwijld mededeling aan de betrokken toezichthoudende instanties en aan de EU-moederbeleggingsonderneming of EU-moederbank. **8.** De Nederlandsche Bank actualiseert jaarlijks de besluiten of in uitzonderlijke gevallen op verzoek van een betrokken toezichthoudende instantie van een andere lidstaat. ### Artikel 3:278d -**1.** Indien het overleg met de betrokken toezichthoudende instanties van andere lidstaten niet binnen de termijn, bedoeld in artikel 3:278c, tweede lid, tot overeenstemming heeft geleid, neemt de Nederlandsche Bank, indien zij toezicht houdt op dochterondernemingen van een EU-moederbeleggingsonderneming of EU-moederkredietinstelling of een EU-moederholding op niet-geconsolideerde basis of op subgeconsolideerde basis, onverwijld een besluit op grond van de evaluatie bedoeld in artikel 3:18a, of het toetsingsvermogen van de dochteronderneming toereikend is gelet op haar financiële situatie en risicoprofiel. +**1.** Indien het overleg met de betrokken toezichthoudende instanties van andere lidstaten niet binnen de termijn, bedoeld in artikel 3:278c, tweede lid, tot overeenstemming heeft geleid, neemt de Nederlandsche Bank, indien zij toezicht houdt op dochterondernemingen van een EU-moederbeleggingsonderneming of EU-moederbank of een EU-moederholding op niet-geconsolideerde basis of op subgeconsolideerde basis, onverwijld een besluit op grond van de evaluatie bedoeld in artikel 3:18a, of het toetsingsvermogen van de dochteronderneming toereikend is gelet op haar financiële situatie en risicoprofiel. **2.** De Nederlandsche Bank besluit over de toepassing van de artikelen 3:18a en 3:111a, tweede lid, nadat zij de door de betrokken toezichthoudende instantie die toezicht houdt op geconsolideerde basis geuite standpunten en voorbehouden in aanmerking heeft genomen. @@ -7564,13 +7569,13 @@ c. plant en coördineert zij de toezichtactiviteiten bij de voorbereiding op en ### Artikel 3:279 -**1.** Een Nederlandse beleggingsonderneming, Nederlandse kredietinstelling of financiële holding met zetel in Nederland waarop ingevolge deze afdeling toezicht op geconsolideerde basis wordt uitgeoefend, zorgt voor een volledige consolidatie van beleggingsondernemingen, kredietinstellingen en financiële instellingen die haar dochterondernemingen zijn. +**1.** Een Nederlandse beleggingsonderneming, Nederlandse bank of financiële holding met zetel in Nederland waarop ingevolge deze afdeling toezicht op geconsolideerde basis wordt uitgeoefend, zorgt voor een volledige consolidatie van beleggingsondernemingen, banken en financiële instellingen die haar dochterondernemingen zijn. **2.** De Nederlandsche Bank kan een proportionele consolidatie toestaan indien de moederonderneming die een deel van het kapitaal houdt, aantoont, zo nodig aan de hand van uitdrukkelijk aangegane overeenkomsten met de overige aandeelhouders en vennoten, dat haar aansprakelijkheid beperkt is tot dat deel van het kapitaal, op grond van de aansprakelijkheid van die overige aandeelhouders of vennoten en van de toereikende solvabiliteit van deze laatsten. -**3.** Indien een Nederlandse beleggingsonderneming, Nederlandse kredietinstelling of financiële holding met zetel in Nederland met een andere onderneming verbonden is door een betrekking als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de richtlijn geconsolideerde jaarrekening, bepaalt de Nederlandsche Bank voor elke beleggingsonderneming, kredietinstelling of financiële holding hoe de consolidatie wordt uitgevoerd. +**3.** Indien een Nederlandse beleggingsonderneming, Nederlandse bank of financiële holding met zetel in Nederland met een andere onderneming verbonden is door een betrekking als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de richtlijn geconsolideerde jaarrekening, bepaalt de Nederlandsche Bank voor elke beleggingsonderneming, bank of financiële holding hoe de consolidatie wordt uitgevoerd. -**4.** Deelnemingen in beleggingsondernemingen, kredietinstellingen of financiële instellingen die gezamenlijk door een bij de consolidatie betrokken onderneming en een daarin niet opgenomen onderneming worden geleid, worden proportioneel geconsolideerd indien uit die deelnemingen een beperking van de aansprakelijkheid van deze ondernemingen voortvloeit die afhangt van het door hen gehouden aandeel van het kapitaal. +**4.** Deelnemingen in beleggingsondernemingen, banken of financiële instellingen die gezamenlijk door een bij de consolidatie betrokken onderneming en een daarin niet opgenomen onderneming worden geleid, worden proportioneel geconsolideerd indien uit die deelnemingen een beperking van de aansprakelijkheid van deze ondernemingen voortvloeit die afhangt van het door hen gehouden aandeel van het kapitaal. **5.** In geval van andere vormen van kapitaalbinding dan bedoeld in het tweede en vierde lid, bepaalt de Nederlandsche Bank of en in welke vorm consolidatie plaatsvindt. @@ -7578,8 +7583,8 @@ c. plant en coördineert zij de toezichtactiviteiten bij de voorbereiding op en Indien de Nederlandsche Bank toezicht op geconsolideerde basis uitoefent, bepaalt zij, onverminderd het eerste tot en met vijfde lid, in de volgende gevallen of en in welke vorm consolidatie plaatsvindt: -a. een beleggingsonderneming of kredietinstelling oefent een invloed van betekenis uit op een of meer kredietinstellingen of financiële instellingen, zonder daarin evenwel een deelneming te houden of daarmee andere vormen van kapitaalbinding te hebben; en -b. twee of meer beleggingsondernemingen, kredietinstellingen of financiële instellingen staan onder centrale leiding zonder dat dit in een overeenkomst of statutaire bepalingen vastgelegd is. +a. een beleggingsonderneming of bank oefent een invloed van betekenis uit op een of meer banken of financiële instellingen, zonder daarin evenwel een deelneming te houden of daarmee andere vormen van kapitaalbinding te hebben; en +b. twee of meer beleggingsondernemingen, banken of financiële instellingen staan onder centrale leiding zonder dat dit in een overeenkomst of statutaire bepalingen vastgelegd is. **7.** Indien in een geval als bedoeld in het zesde lid consolidatie plaatsvindt, bepaalt de Nederlandsche Bank tevens of het gebruik van de methode, bedoeld in artikel 12 van de richtlijn geconsolideerde jaarrekening is toegestaan of voorgeschreven. @@ -7587,25 +7592,25 @@ b. twee of meer beleggingsondernemingen, kredietinstellingen of financiële inst ### Artikel 3:280 -**1.** Indien een Nederlandse beleggingsonderneming of Nederlandse kredietinstelling een gemengde holding als moederonderneming heeft, oefent de Nederlandsche Bank toezicht uit op de intragroepsovereenkomsten en -posities met de gemengde holding en haar dochterondernemingen. +**1.** Indien een Nederlandse beleggingsonderneming of Nederlandse bank een gemengde holding als moederonderneming heeft, oefent de Nederlandsche Bank toezicht uit op de intragroepsovereenkomsten en -posities met de gemengde holding en haar dochterondernemingen. -**2.** De beleggingsonderneming of kredietinstelling zorgt voor de berekening en bewaking van haar intragroepsovereenkomsten en -posities met de gemengde holding en haar dochterondernemingen. +**2.** De beleggingsonderneming of bank zorgt voor de berekening en bewaking van haar intragroepsovereenkomsten en -posities met de gemengde holding en haar dochterondernemingen. -**3.** De beleggingsonderneming of kredietinstelling dient periodiek binnen de daartoe vastgestelde termijnen een rapportage bij de Nederlandsche Bank in waarin zijn opgenomen significante intragroepsovereenkomsten en -posities met de gemengde holding en haar dochterondernemingen. +**3.** De beleggingsonderneming of bank dient periodiek binnen de daartoe vastgestelde termijnen een rapportage bij de Nederlandsche Bank in waarin zijn opgenomen significante intragroepsovereenkomsten en -posities met de gemengde holding en haar dochterondernemingen. **4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de inhoud, de verstrekking, de modellen en de periodiciteit van de rapportage. -**5.** Indien uit de intragroepsovereenkomsten en -posities blijkt dat de financiële positie van de beleggingsonderneming of kredietinstelling in gevaar is of zou kunnen komen, neemt de Nederlandsche Bank maatregelen jegens die beleggingsonderneming of kredietinstelling. +**5.** Indien uit de intragroepsovereenkomsten en -posities blijkt dat de financiële positie van de beleggingsonderneming of bank in gevaar is of zou kunnen komen, neemt de Nederlandsche Bank maatregelen jegens die beleggingsonderneming of bank. ### Artikel 3:280a -**1.** Een Nederlandse EU-moederbeleggingsonderneming, Nederlandse EU-moederkredietinstelling, Nederlandse beleggingsonderneming of Nederlandse kredietinstelling die dochteronderneming is van een financiële EU-moederholding voldoet op basis van haar geconsolideerde financiële positie aan artikel 3:74a. +**1.** Een Nederlandse EU-moederbeleggingsonderneming, Nederlandse EU-moederbank, Nederlandse beleggingsonderneming of Nederlandse bank die dochteronderneming is van een financiële EU-moederholding voldoet op basis van haar geconsolideerde financiële positie aan artikel 3:74a. -**2.** Een belangrijke Nederlandse beleggingsonderneming of Nederlandse kredietinstelling die een dochteronderneming is van een moederbeleggingsonderneming, moederkredietinstelling of financiële moederholding met zetel in een andere lidstaat maakt de gegevens, bedoeld in artikel 3:74a, eerste lid, voor zover het betreft de gegevens, bedoeld in bijlage XII, deel 2, punten 3 en 4, van de herziene richtlijn banken, openbaar op individuele of gesubconsolideerde basis. +**2.** Een belangrijke Nederlandse beleggingsonderneming of Nederlandse bank die een dochteronderneming is van een moederbeleggingsonderneming, moederbank of financiële moederholding met zetel in een andere lidstaat maakt de gegevens, bedoeld in artikel 3:74a, eerste lid, voor zover het betreft de gegevens, bedoeld in bijlage XII, deel 2, punten 3 en 4, van de herziene richtlijn banken, openbaar op individuele of gesubconsolideerde basis. -**3.** Indien de Nederlandsche Bank geconsolideerd toezicht uitoefent op een Nederlandse beleggingsonderneming of Nederlandse kredietinstelling die dochteronderneming is van een onderneming die is gevestigd in een staat die geen lidstaat is, kan zij die financiële onderneming op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van de verplichting tot het openbaar maken van gegevens op geconsolideerde basis, indien de onderneming waarvan zij dochteronderneming is gegevens over haar openbaar maakt die overeenkomen met de informatie, bedoeld in het eerste lid. +**3.** Indien de Nederlandsche Bank geconsolideerd toezicht uitoefent op een Nederlandse beleggingsonderneming of Nederlandse bank die dochteronderneming is van een onderneming die is gevestigd in een staat die geen lidstaat is, kan zij die financiële onderneming op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van de verplichting tot het openbaar maken van gegevens op geconsolideerde basis, indien de onderneming waarvan zij dochteronderneming is gegevens over haar openbaar maakt die overeenkomen met de informatie, bedoeld in het eerste lid. -**4.** Indien een Nederlandse financiële EU-moederholding zowel een beleggingsonderneming als een kredietinstelling als dochteronderneming heeft, is dit artikel slechts van toepassing op de kredietinstelling. +**4.** Indien een Nederlandse financiële EU-moederholding zowel een beleggingsonderneming als een bank als dochteronderneming heeft, is dit artikel slechts van toepassing op de bank. ### Artikel 3:280b @@ -7702,14 +7707,14 @@ In deze afdeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. beleggingsonderneming: Nederlandse beleggingsonderneming, Europese beleggingsonderneming of niet-Europese beleggingsonderneming; b. deelsector: de verzameling ondernemingen binnen een groep die wordt gevormd door alle van die groep deel uitmakende: -1°. kredietinstellingen, ondernemingen die nevendiensten verrichten, beleggingsondernemingen en financiële instellingen, welke deelsector wordt aangeduid als sector kredietinstellingen en beleggingsondernemingen; of +1°. banken, ondernemingen die nevendiensten verrichten, beleggingsondernemingen en financiële instellingen, welke deelsector wordt aangeduid als sector banken en beleggingsondernemingen; of 2°. levensverzekeraars, schadeverzekeraars, herverzekeraars en verzekeringsholdings, welke deelsector wordt aangeduid als sector verzekeraars; c. financiële marktsector: de verzameling ondernemingen binnen een groep die wordt gevormd door de gezamenlijke deelsectoren; -d. gereglementeerde entiteit: een kredietinstelling, levensverzekeraar, schadeverzekeraar of beleggingsonderneming; +d. gereglementeerde entiteit: een bank, levensverzekeraar, schadeverzekeraar of beleggingsonderneming; e. groep: het geheel van een moederonderneming, haar dochterondernemingen, andere ondernemingen waarin de moederonderneming of een of meer van haar dochterondernemingen een deelneming heeft, alsmede ondernemingen die met een van de eerdergenoemde ondernemingen zijn verbonden door een centrale leiding die bestaat krachtens een met deze ondernemingen gesloten overeenkomst of een bepaling in de statuten van een of meer van deze ondernemingen, dan wel door het feit dat de bestuurs-, leidinggevende, of toezichthoudende organen van deze ondernemingen gedurende het boekjaar en tot de opstelling van de geconsolideerde jaarrekening in meerderheid bestaan uit dezelfde personen; f. groepslid: een onderneming die behoort tot een groep als bedoeld in onderdeel e; g. intragroepsovereenkomsten en -posities: elke overeenkomst en de daaruit voortvloeiende financiële verhoudingen tussen een gereglementeerde entiteit in een financieel conglomeraat en hetzij een ander groepslid hetzij een met een groepslid in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur verbonden persoon; -h. kredietinstelling: Nederlandse kredietinstelling, Europese kredietinstelling of niet-Europese kredietinstelling; +h. bank: Nederlandse bank, Europese bank of niet-Europese bank; i. levensverzekeraar of schadeverzekeraar: Nederlandse levensverzekeraar of schadeverzekeraar, Europese levensverzekeraar of schadeverzekeraar of niet-Europese levensverzekeraar of schadeverzekeraar; j. relevante toezichthoudende instantie: @@ -7734,7 +7739,7 @@ a. aan het hoofd van de groep staat: – een houder van een deelneming in een onderneming in de financiële marktsector; of – verbonden met een onderneming in de financiële marktsector door een centrale leiding of door het feit dat in meerderheid dezelfde personen deel uitmaken van de bestuurs-, leidinggevende of toezichthoudende organen gedurende het boekjaar; of 2°. een onderneming die niet een gereglementeerde entiteit is, in welk geval het balanstotaal van de ondernemingen in de financiële marktsector meer bedraagt dan veertig procent van het balanstotaal van de groep als geheel; -b. ten minste een van de gereglementeerde entiteiten in de groep behoort tot de sector kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, en ten minste een van de gereglementeerde entiteiten in de groep behoort tot de sector verzekeraars; +b. ten minste een van de gereglementeerde entiteiten in de groep behoort tot de sector banken en beleggingsondernemingen, en ten minste een van de gereglementeerde entiteiten in de groep behoort tot de sector verzekeraars; c. voor elke deelsector in de groep geldt dat het gemiddelde van het verhoudingsgetal tussen het balanstotaal van die deelsector en het balanstotaal van de financiële marktsector enerzijds, en het verhoudingsgetal tussen het benodigde kapitaal uit hoofde van de solvabiliteitsvereisten van die deelsector en het totaal benodigde kapitaal uit hoofde van de solvabiliteitsvereisten van de financiële marktsector anderzijds, groter is dan tien procent. **2.** Een groep die voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, en die niet voldoet aan de voorwaarde, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, is eveneens een financieel conglomeraat indien het balanstotaal van de kleinste deelsector groter is dan € 6.000.000.000. De Nederlandsche Bank kan, in afwijking daarvan, na overleg met de relevante toezichthoudende instanties, besluiten dat een groep niet als een financieel conglomeraat wordt beschouwd, of kan besluiten de artikelen 3:297 tot en met 3:299 niet toe te passen, indien zij het in het toezicht betrekken van de groep of de toepassing van genoemde artikelen in het licht van de doeleinden van het toezicht onnodig, ongepast of misleidend vindt. @@ -7760,7 +7765,7 @@ Indien de Nederlandsche Bank ingevolge artikel 3:293, eerste lid, is aangewezen ### Artikel 3:292 -**1.** Deze afdeling is van toepassing op Nederlandse kredietinstellingen, Nederlandse levensverzekeraars of schadeverzekeraars, Nederlandse beleggingsondernemingen, en beheerders van instellingen voor collectieve belegging in effecten die een vergunning als bedoeld in artikel 2:65, eerste lid, onderdeel a, of tweede lid, hebben en die deel uitmaken van een financieel conglomeraat. +**1.** Deze afdeling is van toepassing op Nederlandse banken, Nederlandse levensverzekeraars of schadeverzekeraars, Nederlandse beleggingsondernemingen, en beheerders van instellingen voor collectieve belegging in effecten die een vergunning als bedoeld in artikel 2:65, eerste lid, onderdeel a, of tweede lid, hebben en die deel uitmaken van een financieel conglomeraat. **2.** Indien de Nederlandsche Bank ingevolge artikel 3:293, eerste lid, is aangewezen als coördinator, heeft het toezicht overeenkomstig de artikelen 3:293 tot en met 3:299 betrekking op elke gereglementeerde entiteit van het financiële conglomeraat. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt onder gereglementeerde entiteit tevens verstaan een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten die een vergunning als bedoeld in artikel 2:65, eerste lid, onderdeel a, of tweede lid, heeft of een beheerder met zetel in het buitenland die, indien hij in Nederland zijn zetel zou hebben, een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten zou zijn waaraan een vergunning ingevolge artikel 2:65, tweede lid, zou kunnen worden verleend. @@ -7804,11 +7809,11 @@ e. plant en coördineert zij toezichtactiviteiten in normale omstandigheden en i ### Artikel 3:295 -**1.** Op een gemengde financiële holding die deel uitmaakt van een financieel conglomeraat waarvoor de Nederlandsche Bank als coördinator is aangewezen, kan de Nederlandsche Bank de artikelen 1:75 en 1:79 tot en met 1:88 toepassen indien, niettegenstaande dat voldaan is aan de artikelen 3:296 tot en met 3:299 of bepalingen van andere lidstaten die naar strekking daarmee overeenkomen, de solvabiliteit in gevaar zou kunnen worden gebracht dan wel de intragroepsovereenkomsten en -posities of de risicoconcentraties de financiële positie van een gereglementeerde entiteit die tot het financieel conglomeraat behoort, bedreigen of kunnen bedreigen. +**1.** Op een gemengde financiële holding die deel uitmaakt van een financieel conglomeraat waarvoor de Nederlandsche Bank als coördinator is aangewezen, kan de Nederlandsche Bank de artikelen 1:75 en 1:79 tot en met 1:81 en 1:85 toepassen indien, niettegenstaande dat voldaan is aan de artikelen 3:296 tot en met 3:299 of bepalingen van andere lidstaten die naar strekking daarmee overeenkomen, de solvabiliteit in gevaar zou kunnen worden gebracht dan wel de intragroepsovereenkomsten en -posities of de risicoconcentraties de financiële positie van een gereglementeerde entiteit die tot het financieel conglomeraat behoort, bedreigen of kunnen bedreigen. **2.** Indien, niettegenstaande dat een gereglementeerde entiteit met zetel in Nederland voldoet aan de artikelen 3:296 tot en met 3:299, de solvabiliteit in gevaar zou kunnen worden gebracht dan wel de intragroepsovereenkomsten en -posities of de risicoconcentraties de financiële positie van die gereglementeerde entiteit bedreigen of kunnen bedreigen, kan de Nederlandsche Bank maatregelen nemen jegens die gereglementeerde entiteit. -**3.** Indien de Nederlandsche Bank geen coördinator is, kan zij op een gemengde financiële holding met zetel in Nederland die deel uitmaakt van een financieel conglomeraat de artikelen 1:75 en 1:79 tot en met 1:88 toepassen indien die holding of een gereglementeerde entiteit die tot dat financiële conglomeraat behoort in strijd handelt met de artikelen 3:296 tot en met 3:299 of met bepalingen van andere lidstaten die naar strekking daarmee overeenkomen. De artikelen 1:75 en 1:79 tot en met 1:88 zijn eveneens van toepassing indien aan bedoelde bepalingen weliswaar wordt voldaan maar de solvabiliteit toch in gevaar zou kunnen worden gebracht dan wel de intragroepsovereenkomsten en -posities of de risicoconcentraties de financiële positie van een gereglementeerde entiteit die tot het financieel conglomeraat behoort, bedreigen of kunnen bedreigen. +**3.** Indien de Nederlandsche Bank geen coördinator is, kan zij op een gemengde financiële holding met zetel in Nederland die deel uitmaakt van een financieel conglomeraat de artikelen 1:75 en 1:79 tot en met 1:81 en 1:85 toepassen indien die holding of een gereglementeerde entiteit die tot dat financiële conglomeraat behoort in strijd handelt met de artikelen 3:296 tot en met 3:299 of met bepalingen van andere lidstaten die naar strekking daarmee overeenkomen. De artikelen 1:75 en 1:79 tot en met 1:81 en 1:85 zijn eveneens van toepassing indien aan bedoelde bepalingen weliswaar wordt voldaan maar de solvabiliteit toch in gevaar zou kunnen worden gebracht dan wel de intragroepsovereenkomsten en -posities of de risicoconcentraties de financiële positie van een gereglementeerde entiteit die tot het financieel conglomeraat behoort, bedreigen of kunnen bedreigen. ##### Paragraaf 3.6.4.3. Regels voor het werkzaam zijn als financieel conglomeraat @@ -7834,7 +7839,7 @@ c. het in aanmerking nemen van het groepslid in het licht van de doelstellingen **7.** In het geval, bedoeld in het vijfde lid, onderdeel c, raadpleegt de Nederlandsche Bank, behoudens in spoedeisende gevallen, de relevante toezichthoudende instanties voordat zij een besluit neemt. -**8.** Ten aanzien van een groep die geen financieel conglomeraat is en waarvan naast een beleggingsonderneming of kredietinstelling met zetel in Nederland een levensverzekeraar, schadeverzekeraar of natura-uitvaartverzekeraar met zetel in Nederland deel uitmaakt, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld met betrekking tot de kapitaaltoereikendheid. De onderneming die, alleen of tezamen met een andere onderneming, aan het hoofd staat van de groep draagt er zorg voor dat aan die regels wordt voldaan. +**8.** Ten aanzien van een groep die geen financieel conglomeraat is en waarvan naast een beleggingsonderneming of bank met zetel in Nederland een levensverzekeraar, schadeverzekeraar of natura-uitvaartverzekeraar met zetel in Nederland deel uitmaakt, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld met betrekking tot de kapitaaltoereikendheid. De onderneming die, alleen of tezamen met een andere onderneming, aan het hoofd staat van de groep draagt er zorg voor dat aan die regels wordt voldaan. ### Artikel 3:297 @@ -7922,11 +7927,11 @@ Het ingevolge dit deel bepaalde met betrekking tot het verlenen van betaaldienst Met uitzondering van de afdelingen 4.2.4 en 4.2.5, paragraaf 4.3.8.1 en de artikelen 4:17, 4:19, eerste, tot en met derde lid, en 4:22 is het ingevolge dit deel bepaalde niet van toepassing op het aanbieden van financiele producten als bedoeld in onderdeel b van de definitie van financieel product in artikel 1:1. -#### Afdeling 4.1.2. Bijzondere bepalingen - ### Artikel 4:2d -Met uitzondering van de artikelen 4:19, 4:22, 4:32, 4:33, 4:34 en 4:35 is dit deel niet van toepassing op financiële diensten met betrekking tot een geoorloofde debetstand waarbij de consument is gehouden binnen drie maanden af te lossen. +Met uitzondering van de artikelen 4:19, 4:22, 4:33, 4:34 en 4:35 is dit deel niet van toepassing op financiële diensten met betrekking tot een geoorloofde debetstand waarbij de consument is gehouden binnen drie maanden af te lossen. + +#### Afdeling 4.1.2. Bijzondere bepalingen ### Artikel 4:3 @@ -7963,7 +7968,7 @@ a. beheerders van instellingen voor collectieve belegging in effecten met zetel b. bemiddelaars als bedoeld in artikel 2:81, tweede lid; c. verbonden agenten als bedoeld in artikel 2:97, vijfde lid en artikel 2:98, tweede lid; d. bemiddelaars in verzekeringen met zetel in een andere lidstaat; -e. financiëledienstverleners met zetel in een andere lidstaat die het bedrijf van financiële instelling, kredietinstelling of verzekeraar uitoefenen; en +e. financiëledienstverleners met zetel in een andere lidstaat die het bedrijf van financiële instelling, bank of verzekeraar uitoefenen; en f. herverzekeringsbemiddelaars met zetel in een andere lidstaat. ### Artikel 4:4a @@ -8000,7 +8005,9 @@ De Autoriteit Financiële Markten kan aan een beleggingsonderneming met systemat ### Artikel 4:7 -Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden geregeld van het ingevolge dit deel, met uitzondering van paragraaf 4.3.1.5., bepaalde. +**1.** Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden geregeld van het ingevolge dit deel, met uitzondering van paragraaf 4.3.1.5., bepaalde. + +**2.** Indien aan een vrijstelling als bedoeld in het eerste lid het voorschrift wordt verbonden dat bij een aanbod of in reclame-uitingen of documenten waarin een aanbod in het vooruitzicht wordt gesteld of in andere onverplichte precontractuele informatie wordt vermeld dat de vrijgestelde activiteit niet onder toezicht staat van de Autoriteit Financiële Markten, wordt deze vermelding gedaan op door de Autoriteit Financiële Markten vast te stellen wijze. ### Hoofdstuk 4.2. Regels voor het werkzaam zijn op de financiële markten betreffende alle financiële diensten @@ -8015,7 +8022,7 @@ Deze afdeling is niet van toepassing op: a. beheerders met zetel in een andere lidstaat die geen instellingen voor collectieve belegging in effecten met zetel in Nederland beheren of rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging in effecten in Nederland aanbieden, instellingen voor collectieve belegging in effecten met zetel in een andere lidstaat en de eventueel aan die instellingen verbonden bewaarders; b. beheerders van beleggingsinstellingen met zetel in een aangewezen staat en beleggingsinstellingen met zetel in een aangewezen staat en de eventueel aan die beleggingsinstellingen verbonden bewaarders; c. bemiddelaars in verzekeringen met zetel in een andere lidstaat; -d. financiëledienstverleners met zetel in een andere lidstaat of een aangewezen staat die het bedrijf van financiële instelling, kredietinstelling of verzekeraar uitoefenen; en +d. financiëledienstverleners met zetel in een andere lidstaat of een aangewezen staat die het bedrijf van financiële instelling, bank of verzekeraar uitoefenen; en e. herverzekeringsbemiddelaars met zetel in een andere lidstaat. **2.** Deze afdeling, met uitzondering van artikel 4:11, is niet van toepassing op beheerders met zetel in een andere lidstaat die vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor instellingen voor collectieve belegging in effecten met zetel in Nederland beheren of rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging in effecten in Nederland aanbieden. @@ -8024,7 +8031,7 @@ e. herverzekeringsbemiddelaars met zetel in een andere lidstaat. **4.** Deze afdeling is niet van toepassing op beleggingsondernemingen die voor de uitoefening van het bedrijf van bank een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning hebben of voor de uitoefening van het bedrijf van financiële instelling een door de Nederlandsche Bank verleende verklaring van ondertoezichtstelling hebben. -**5.** Deze afdeling, met uitzondering van artikel 4:9, tweede tot en met vierde lid, is niet van toepassing op financiëledienstverleners die voor de uitoefening van het bedrijf van kredietinstelling of verzekeraar een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning hebben of voor de uitoefening van het bedrijf van financiële instelling een door de Nederlandsche Bank verleende verklaring van ondertoezichtstelling hebben. +**5.** Deze afdeling, met uitzondering van artikel 4:9, tweede tot en met vierde lid, is niet van toepassing op financiëledienstverleners die voor de uitoefening van het bedrijf van bank, elektronischgeldinstelling of verzekeraar een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning hebben of voor de uitoefening van het bedrijf van financiële instelling een door de Nederlandsche Bank verleende verklaring van ondertoezichtstelling hebben. **6.** Deze afdeling is niet van toepassing op premiepensioeninstellingen. @@ -8083,7 +8090,7 @@ b. beheerders van beleggingsinstellingen met zetel in een aangewezen staat, bele De artikelen 4:13, 4:15 en 4:17 zijn niet van toepassing op: a. bemiddelaars in verzekeringen met zetel in een andere lidstaat; -b. financiëledienstverleners met zetel in een andere lidstaat of een aangewezen staat die het bedrijf van financiële instelling, kredietinstelling of verzekeraar uitoefenen; +b. financiëledienstverleners met zetel in een andere lidstaat of een aangewezen staat die het bedrijf van financiële instelling, bank of verzekeraar uitoefenen; c. herverzekeringsbemiddelaars met zetel in een andere lidstaat; en d. premiepensioeninstellingen. @@ -8091,7 +8098,7 @@ d. premiepensioeninstellingen. **4.** Artikel 4:13 en het ingevolge artikel 4:14, tweede lid, aanhef en onderdelen a en b, bepaalde zijn niet van toepassing op beleggingsondernemingen die voor de uitoefening van het bedrijf van bank een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning hebben of voor de uitoefening van het bedrijf van financiële instelling een door de Nederlandsche Bank verleende verklaring van ondertoezichtstelling hebben. -**5.** Artikel 4:13 is niet van toepassing op financiëledienstverleners die voor de uitoefening van het bedrijf van kredietinstelling of verzekeraar een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning hebben of voor de uitoefening van het bedrijf van financiële instelling een door de Nederlandsche Bank verleende verklaring van ondertoezichtstelling hebben. +**5.** Artikel 4:13 is niet van toepassing op financiëledienstverleners die voor de uitoefening van het bedrijf van bank, elektronischgeldinstelling of verzekeraar een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning hebben of voor de uitoefening van het bedrijf van financiële instelling een door de Nederlandsche Bank verleende verklaring van ondertoezichtstelling hebben. **6.** De artikelen 4:13, 4:14, 4:16 en 4:17 zijn niet van toepassing op beheerders met zetel in een andere lidstaat die via het verrichten van diensten instellingen voor collectieve belegging in effecten met zetel in Nederland beheren of rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging in effecten in Nederland aanbieden. @@ -8133,7 +8140,7 @@ c. ordelijke en transparante financiëlemarktprocessen, zuivere verhoudingen tus ### Artikel 4:15 -**1.** Een financiëledienstverlener die niet het bedrijf van financiële instelling, kredietinstelling of verzekeraar uitoefent, richt de bedrijfsvoering zodanig in dat deze een beheerste en integere uitoefening van zijn bedrijf waarborgt. +**1.** Een financiëledienstverlener die niet het bedrijf van financiële instelling, bank of verzekeraar uitoefent, richt de bedrijfsvoering zodanig in dat deze een beheerste en integere uitoefening van zijn bedrijf waarborgt. **2.** @@ -8148,7 +8155,7 @@ b. ordelijke en transparante financiëlemarktprocessen, zuivere verhoudingen tus 1°. het waarborgen van de informatieverstrekking aan cliënten of consumenten; en 2°. het waarborgen van de zorgvuldige behandeling van cliënten of consumenten. -**3.** Het ingevolge het tweede lid, aanhef en onderdeel b, bepaalde is van overeenkomstige toepassing op financiëledienstverleners die het bedrijf van financiële instelling, kredietinstelling of verzekeraar uitoefenen. +**3.** Het ingevolge het tweede lid, aanhef en onderdeel b, bepaalde is van overeenkomstige toepassing op financiëledienstverleners die het bedrijf van financiële instelling, bank of verzekeraar uitoefenen. **4.** De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het op grond van het tweede lid bepaalde, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt. @@ -8156,7 +8163,7 @@ b. ordelijke en transparante financiëlemarktprocessen, zuivere verhoudingen tus **1.** Indien een financiële onderneming werkzaamheden uitbesteedt aan een derde, draagt die financiële onderneming er zorg voor dat deze derde de ingevolge dit deel met betrekking tot die werkzaamheden op de uitbestedende financiële onderneming van toepassing zijnde regels naleeft. -**2.** Een beheerder, beleggingsonderneming of betaalinstelling besteedt bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen werkzaamheden niet uit. +**2.** Een beheerder, beleggingsonderneming, betaalinstelling of elektronischgeldinstelling besteedt bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen werkzaamheden niet uit. **3.** @@ -8246,9 +8253,9 @@ Een niet-professionele belegger wordt geacht over voldoende deskundigheid, kenni ### Artikel 4:19 -**1.** Een financiële onderneming draagt er zorg voor dat de door of namens haar verstrekte of beschikbaar gestelde informatie ter zake van een financieel product, financiële dienst of nevendienst, waaronder reclame-uitingen, geen afbreuk doet aan ingevolge dit deel te verstrekken of beschikbaar te stellen informatie. +**1.** Een financiële onderneming draagt er zorg voor dat de door of namens haar verstrekte of beschikbaar gestelde informatie ter zake van een financieel product, financiële dienst of nevendienst, waaronder reclame-uitingen, geen afbreuk doet aan ingevolge deze wet te verstrekken of beschikbaar te stellen informatie. -**2.** De door een beleggingsonderneming aan cliënten verstrekte informatie is correct, duidelijk en niet misleidend. De vorige volzin is van overeenkomstige toepassing op informatie die ingevolge deze afdeling is verstrekt door een financiële onderneming die geen beleggingsonderneming is. +**2.** De door een financiële onderneming aan cliënten verstrekte of beschikbaar gestelde informatie, waaronder reclame-uitingen, ter zake van een financieel product, financiële dienst of nevendienst is correct, duidelijk en niet misleidend. **3.** De financiële onderneming draagt er zorg voor dat het commerciële oogmerk van de verstrekte of beschikbaar gestelde informatie als zodanig herkenbaar is. @@ -8375,7 +8382,7 @@ Een betaaldienstverlener neemt bij het uitoefenen van zijn bedrijf Titel 7B van ### Artikel 4:27 -**1.** Een accountant die het onderzoek uitvoert van de jaarrekening van een beheerder van een beleggingsinstelling met zetel in Nederland, een beleggingsinstelling met zetel in Nederland, een beleggingsonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling, kredietinstelling of verzekeraar met zetel in Nederland, meldt de Autoriteit Financiële Markten zo spoedig mogelijk elke omstandigheid waarvan hij bij de uitvoering van het onderzoek kennis heeft gekregen en die in strijd is met op grond van dit deel opgelegde verplichtingen. +**1.** Een accountant die het onderzoek uitvoert van de jaarrekening van een beheerder van een beleggingsinstelling met zetel in Nederland, een beleggingsinstelling met zetel in Nederland, een beleggingsonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, bank of verzekeraar met zetel in Nederland, meldt de Autoriteit Financiële Markten zo spoedig mogelijk elke omstandigheid waarvan hij bij de uitvoering van het onderzoek kennis heeft gekregen en die in strijd is met op grond van dit deel opgelegde verplichtingen. **2.** Een accountant die het onderzoek uitvoert van de jaarrekening van een beheerder van een beleggingsinstelling met zetel in Nederland, een beleggingsinstelling met zetel in Nederland of een beleggingsonderneming met zetel in Nederland, meldt de Autoriteit Financiële Markten zo spoedig mogelijk elke omstandigheid waarvan hij bij de uitvoering van het onderzoek kennis heeft gekregen en die leidt tot weigering van het afgeven van een verklaring omtrent de getrouwheid of tot het maken van voorbehouden. @@ -8460,9 +8467,13 @@ Van de artikelen 4:28 en 4:29 kan niet ten nadele van de consument worden afgewe ### Artikel 4:31 -**1.** Een kredietinstelling wisselt op verzoek van een houder van door haar uitgegeven elektronisch geld het elektronische geld om door middel van uitbetaling van het elektronische geld in chartaal geld of door storting op een betaal- of spaarrekening, waarbij uitsluitend de voor de omwisseling noodzakelijke kosten kunnen worden berekend. +**1.** Een elektronischgeldinstelling geeft elektronisch geld uitsluitend uit tegen de nominale waarde en in ruil voor ontvangen geld. -**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de omwisseling, bedoeld in het eerste lid. +**2.** Een elektronischgeldinstelling kent aan een houder van elektronisch geld geen voordelen toe die samenhangen met de lengte van de periode dat die houder het elektronisch geld aanhoudt. + +**3.** Een elektronischgeldinstelling wisselt geldmiddelen die door haar worden ontvangen met de intentie deze om te wisselen voor elektronisch geld, direct om in elektronisch geld. + +**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de omwisseling bedoeld in het derde lid. ### Artikel 4:31a @@ -8546,11 +8557,11 @@ c. wordt, indien de onderdelen a en b niet van toepassing zijn, uitgevoerd door **2.** Deze paragraaf, met uitzondering van de artikelen 4:53, aanhef en onderdeel b, 4:59a tot en met 4:59e en 4:62, is niet van toepassing op beheerders met zetel in een andere lidstaat die vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor instellingen voor collectieve belegging in effecten met zetel in Nederland beheren of rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging in effecten in Nederland aanbieden. -**3.** Deze paragraaf, met uitzondering van de artikelen 4:46, 4:49, 4:50, tweede en derde lid, 4:51, 4:52 en 4:53, is niet van toepassing op beheerders van beleggingsinstellingen met zetel in een aangewezen staat, beleggingsinstellingen met zetel in een aangewezen staat en de eventueel aan die belegginginstellingen verbonden bewaarders. +**3.** Deze paragraaf, met uitzondering van de artikelen 4:46, 4:49, 4:50, tweede en derde lid, 4:51, 4:52 en 4:53, is niet van toepassing op beheerders van beleggingsinstellingen met zetel in een aangewezen staat, beleggingsinstellingen met zetel in een aangewezen staat en de eventueel aan die beleggingsinstellingen verbonden bewaarders. ### Artikel 4:39 -Ten minste twee natuurlijke personen bepalen het dagelijks beleid van een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder. +Ten minste twee natuurlijke personen bepalen het dagelijks beleid van een beheerder, beleggingsmaatschappij, bewaarder of pensioenbewaarder. ### Artikel 4:40 @@ -8575,7 +8586,7 @@ b. de bewaarder slechts met medewerking van de beheerder over de vermogensbestan ### Artikel 4:44 -**1.** Als bewaarder treedt slechts op een rechtspersoon met als enig statutair doel het bewaren van activa en het administreren van de goederen waar een belegginginstelling in belegt. +**1.** Als bewaarder treedt slechts op een rechtspersoon met als enig statutair doel het bewaren van activa en het administreren van de goederen waar een beleggingsinstelling in belegt. **2.** De activa van een beleggingsfonds worden bewaard door een bewaarder die uitsluitend ten behoeve van het beleggingsfonds bewaart, indien op grond van het beleggingsbeleid van het desbetreffende beleggingsfonds een reëel risico bestaat dat het vermogen van het beleggingsfonds ontoereikend zal zijn voor voldoening van vorderingen bedoeld in artikel 4:45, eerste lid, en het eigen vermogen van de bewaarder ontoereikend zal zijn voor voldoening van dergelijke vorderingen. @@ -8682,6 +8693,8 @@ i. het fondsreglement van een beleggingsfonds indien het rechten van deelneming **3.** Het tweede lid is niet van toepassing ten aanzien van beleggingsinstellingen waarvan de rechten van deelneming verhandelbaar zijn en niet op verzoek van de deelnemer ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald. +**4.** De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het tweede lid, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dat lid beoogt te bereiken anderszins worden bereikt. + ### Artikel 4:51 **1.** Een beheerder, beleggingsinstelling of bewaarder verstrekt binnen vier maanden na afloop van het boekjaar aan de Autoriteit Financiële Markten een jaarrekening, een jaarverslag en overige gegevens als bedoeld in de artikelen 361, eerste lid, 391, eerste lid, onderscheidenlijk 392, eerste lid, onderdelen a tot en met h, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. @@ -8747,7 +8760,7 @@ b. de beleggingsinstelling of haar beheerder: ### Artikel 4:55 -Indien een beheerder de inkoop of terugbetaling van rechten van deelneming in een door hem beheerde beleggingsinstelling opschort, stelt hij de Autoriteit Financiële Markten en, indien het een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten betreft, de toezichthoudende instantie van elke lidstaat waar de rechten van deelneming in de belegginginstelling worden verhandeld, onverwijld daarvan op de hoogte. +Indien een beheerder de inkoop of terugbetaling van rechten van deelneming in een door hem beheerde beleggingsinstelling opschort, stelt hij de Autoriteit Financiële Markten en, indien het een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten betreft, de toezichthoudende instantie van elke lidstaat waar de rechten van deelneming in de beleggingsinstelling worden verhandeld, onverwijld daarvan op de hoogte. ### Artikel 4:55a @@ -8810,7 +8823,7 @@ Een instelling voor collectieve belegging in effecten die een beleggingsmaatscha **1.** Een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten heeft zijn zetel in een lidstaat. -**2.** De werkzaamheden van de beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten zijn beperkt tot het beheer van beleggingsinstellingen, het beheren van individuele vermogens en het verlenen van nevendiensten. +**2.** De werkzaamheden van de beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten zijn beperkt tot het beheer van beleggingsinstellingen, het beheren van individuele vermogens, het adviseren over financiële instrumenten en bewaarneming en administratie van rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging in effecten. ### Artikel 4:59a @@ -9423,7 +9436,7 @@ c. herverzekeringsbemiddelaars met zetel in een andere lidstaat. ### Artikel 4:82 -**1.** De artikelen 4:83, 4:84, en 4:87, tweede lid, onderdeel b, zijn niet van toepassing op beleggingsondernemingen die voor de uitoefening van het bedrijf van bank een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning hebben of voor de uitoefening van het bedrijf van financiële instelling een door de Nederlandsche Bank verleende verklaring van ondertoezichtstelling hebben. Artikel 4:85, eerste lid, is niet van toepassing op beleggingsondernemingen die voor de uitoefening van het bedrijf van bank een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning hebben. +De artikelen 4:83, 4:84, en 4:87, tweede lid, onderdeel b, zijn niet van toepassing op beleggingsondernemingen die voor de uitoefening van het bedrijf van bank een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning hebben of voor de uitoefening van het bedrijf van financiële instelling een door de Nederlandsche Bank verleende verklaring van ondertoezichtstelling hebben. Artikel 4:85, eerste lid, is niet van toepassing op beleggingsondernemingen die voor de uitoefening van het bedrijf van bank een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning hebben. ### Artikel 4:83 @@ -9618,6 +9631,8 @@ b. de toezichthoudende instantie van de lidstaat van herkomst van de beleggingso **8.** Bij algemene maatregel van bestuur kan het derde lid van overeenkomstige toepassing worden verklaard op financiële instrumenten die niet tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten. +**9.** Artikel 1:18, aanhef en onderdeel h, is niet van toepassing. + ### Artikel 4:91 Indien een beleggingsonderneming die lid is van of deelneemt aan een gereglementeerde markt waarvoor een vergunning als bedoeld in artikel 5:26, eerste lid, is verleend, ingevolge de op grond van artikel 5:27, eerste lid, te hanteren regels verplicht is ter medewerking aan de controle op de naleving van die regels persoonsgegevens als bedoeld in de Wet bescherming persoonsgegevens te verstrekken, behoeft de beleggingsonderneming voor deze verstrekking niet de toestemming van degene op wie de persoonsgegevens betrekking hebben. @@ -9945,8 +9960,8 @@ Artikel 5:2 is niet van toepassing op het aanbieden van effecten aan het publiek a. uitsluitend aan gekwalificeerde beleggers wordt aangeboden; b. aan minder dan 100 personen, niet zijnde gekwalificeerde beleggers, wordt aangeboden; -c. indien de aangeboden effecten slechts kunnen worden verworven tegen een tegenwaarde van ten minste € 50.000 per belegger; -d. de nominale waarde per effect ten minste € 50.000 bedraagt; of +c. indien de aangeboden effecten slechts kunnen worden verworven tegen een tegenwaarde van ten minste € 100 000 per belegger; +d. de nominale waarde per effect ten minste € 100 000 bedraagt; of e. de totale tegenwaarde van de aanbieding van effecten aan het publiek minder dan € 100.000 bedraagt, welk grensbedrag berekend wordt over een periode van twaalf maanden. **2.** @@ -9982,7 +9997,9 @@ h. effecten die reeds tot de handel op een andere gereglementeerde markt zijn to ### Artikel 5:5 -Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden geregeld van dit hoofdstuk. +**1.** Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden geregeld van dit hoofdstuk. + +**2.** Indien aan een vrijstelling het voorschrift wordt verbonden dat ter zake van een aanbieding van effecten aan het publiek die niet uitsluitend aan gekwalificeerde beleggers wordt gedaan, of ter zake van een toelating van effecten tot de handel op een gereglementeerde markt waarvoor geen prospectus algemeen verkrijgbaar behoeft te worden gesteld dat is goedgekeurd door de Autoriteit Financiële Markten, zulks wordt vermeld bij het aanbod, in reclame-uitingen en in documenten waarin een dergelijke aanbieding of toelating in het vooruitzicht wordt gesteld, wordt deze vermelding gedaan op door de Autoriteit Financiële Markten vast te stellen wijze. #### Afdeling 5.1.3. Aanbieden van effecten aan het publiek en het toelaten van effecten op een gereglementeerde markt @@ -10129,10 +10146,10 @@ b. de drie hierna genoemde afzonderlijke documenten: Een uitgevende instelling, aanbieder of aanvrager van toelating van effecten tot de handel op een gereglementeerde markt kan het prospectus opstellen in de vorm van een basisprospectus dat, voorzover van toepassing, de in de artikelen 5:13 en 5:14 bedoelde informatie bevat, indien het betreft: a. effecten zonder aandelenkarakter die worden aangeboden of uitgegeven in het kader van een aanbiedingsprogramma; of -b. effecten zonder aandelenkarakter die doorlopend of periodiek door kredietinstellingen worden aangeboden of uitgegeven indien: +b. effecten zonder aandelenkarakter die doorlopend of periodiek door banken worden aangeboden of uitgegeven indien: 1°. de opbrengsten van de aanbieding of toelating van de effecten overeenkomstig de toepasselijke wettelijke bepalingen worden belegd in activa die afdoende dekking vormen voor de verplichtingen die tot de vervaldag uit de bedoelde effecten voortvloeien; en -2°. deze opbrengsten bij faillissement van de betrokken kredietinstelling bij voorrang worden gebruikt om het kapitaal en de verschuldigde rente terug te betalen, onverminderd het bepaalde in richtlijn nr. 2001/24/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 4 april 2001 betreffende de sanering en de liquidatie van kredietinstellingen (PbEG L 125). +2°. deze opbrengsten bij faillissement van de betrokken bank bij voorrang worden gebruikt om het kapitaal en de verschuldigde rente terug te betalen, onverminderd het bepaalde in richtlijn nr. 2001/24/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 4 april 2001 betreffende de sanering en de liquidatie van kredietinstellingen (PbEG L 125). **2.** Indien een uitgevende instelling de definitieve voorwaarden van een aanbieding van effecten aan het publiek niet in het basisprospectus en evenmin in een document ter aanvulling van het prospectus heeft vermeld, stelt zij deze bij elke aanbieding van effecten aan het publiek of toelating van effecten tot de handel op een gereglementeerde markt algemeen verkrijgbaar en deponeert zij de definitieve voorwaarden zo spoedig mogelijk bij de Autoriteit Financiële Markten, voorzover mogelijk voor de aanvang van de aanbieding van effecten aan het publiek of de toelating van effecten tot de handel op een gereglementeerde markt. Artikel 5:18, eerste lid, is daarbij van overeenkomstige toepassing. @@ -10189,6 +10206,15 @@ b. als reclame-uiting herkenbaar is en informatie bevat die niet onjuist of misl **4.** Indien op grond van artikel 5:3, 5:4 of 5:5, of indien van toepassing, op grond van het recht van een andere lidstaat, ter zake van een aanbieding van effecten aan het publiek of een toelating van effecten tot de handel op een gereglementeerde markt geen prospectus algemeen verkrijgbaar behoeft te worden gesteld, vindt het in het eerste tot en met het derde lid bepaalde geen toepassing en wordt de in het derde lid bedoelde informatie verstrekt aan diegenen waartoe de aanbieding van effecten aan het publiek is gericht. +**5.** + +Indien ter zake van een aanbieding van effecten aan het publiek artikel 5:3, eerste lid, aanhef en onderdeel b, c, d, e of f van toepassing is, vermeldt de aanbieder bij het aanbod, in reclame-uitingen en in documenten waarin het aanbod in het vooruitzicht wordt gesteld: + +a. dat geen prospectus algemeen verkrijgbaar wordt gesteld dat is goedgekeurd door de Autoriteit Financiële Markten; en +b. dat de aanbieding niet onder toezicht staat van de Autoriteit Financiële Markten. + +De Autoriteit Financiële Markten stelt de wijze vast waarop de vermelding wordt gedaan. + ### Artikel 5:21 **1.** Na goedkeuring door de Autoriteit Financiële Markten kan het prospectus door de uitgevende instelling, aanbieder of aanvrager van de toelating van effecten tot de handel op een gereglementeerde markt, algemeen verkrijgbaar worden gesteld. De algemeenverkrijgbaarstelling vindt plaats binnen een redelijke termijn voorafgaand aan en uiterlijk bij aanvang van de aanbieding van effecten aan het publiek of de toelating van de betrokken effecten tot de handel op de gereglementeerde markt. @@ -10285,7 +10311,7 @@ d. *obligatie:* effect als bedoeld in onderdeel b van de definitie van effect in **2.** Indien certificaten van aandelen zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt, wordt voor de toepassing van dit hoofdstuk de instelling die de onderliggende aandelen heeft uitgegeven aangemerkt als uitgevende instelling, voor zover die certificaten met haar medewerking zijn uitgegeven. -**3.** Dit hoofdstuk, met uitzondering van artikel 5:25i, is niet van toepassing op belegginginstellingen waarvan de rechten van deelneming op verzoek van de deelnemers ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald. +**3.** Dit hoofdstuk, met uitzondering van artikel 5:25i, is niet van toepassing op beleggingsinstellingen waarvan de rechten van deelneming op verzoek van de deelnemers ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald. ##### Paragraaf 5.1a.1.2. Periodieke verplichtingen voor uitgevende instellingen @@ -10773,7 +10799,7 @@ e. de regels en procedures voor de clearing en afwikkeling van transacties die o Als lid van of deelnemer aan een gereglementeerde markt ten behoeve waarvan een vergunning als bedoeld in artikel 5:26, eerste lid, is verleend, kunnen slechts worden toegelaten: a. beleggingsondernemingen; -b. kredietinstellingen; +b. banken; c. personen die: 1°. deskundig en betrouwbaar zijn; @@ -11013,6 +11039,14 @@ Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de g **10.** +Iemand wordt geacht te beschikken over de aandelen indien hij: + +a. een financieel instrument houdt waarvan de waardestijging mede afhankelijk is van de waardestijging van aandelen of daaraan verbonden uitkeringen en op grond waarvan hij geen recht heeft op verwerving van een aandeel als bedoeld in artikel 5:33, eerste lid, onderdeel b; +b. op basis van een optie verplicht kan worden om aandelen als bedoeld in artikel 5:33, eerste lid, onderdeel b, te kopen; of +c. een ander contract heeft gesloten op grond waarvan hij een met een aandeel als bedoeld in artikel 5:33, eerste lid, onderdeel b, vergelijkbare economische positie heeft. + +**11.** + Het derde lid is, volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels, niet van toepassing op degene wiens gecontroleerde onderneming: a. een beheerder is die de stemmen die zijn verbonden aan de aandelen die worden gehouden door de beleggingsinstelling waarover hij het beheer voert, dan wel de stemmen waarover hij ingevolge het zevende lid, eerste volzin, wordt geacht te beschikken, naar eigen goeddunken kan uitbrengen; of @@ -11043,7 +11077,7 @@ a. financiële ondernemingen die voor het uitoefenen van het bedrijf van bank ee b. financiële ondernemingen die voor het uitoefenen van het bedrijf van financiële instelling een door de Nederlandsche Bank op grond van het Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen verleende verklaring van ondertoezichtstelling hebben; c. financiële ondernemingen die voor het verlenen van beleggingsdiensten of verrichten van beleggingsactiviteiten een door de Autoriteit Financiële Markten op grond van het Deel Markttoegang financiële ondernemingen verleende vergunning hebben; d. beleggingsondernemingen met zetel in een andere lidstaat die van de toezichthoudende instantie van die andere lidstaat een vergunning hebben verkregen als bedoeld in artikel 5, eerste lid, eerste volzin, van richtlijn nr. 2004/39/EEG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten, tot wijziging van de richtlijnen nr. 85/611/EEG en nr. 93/6/EEG van de Raad en richtlijn nr. 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van richtlijn nr. 93/22/EEG van de Raad (PbEU L 145); -e. kredietinstellingen met zetel in een andere lidstaat die van de toezichthoudende instantie van die andere lidstaat een vergunning hebben verkregen als bedoeld in artikel 4, onderdeel 2, van de herziene richtlijn banken; en +e. banken met zetel in een andere lidstaat die van de toezichthoudende instantie van die andere lidstaat een vergunning hebben verkregen als bedoeld in artikel 4, onderdeel 2, van de herziene richtlijn banken; en f. financiële instellingen met zetel in een andere lidstaat die voor de uitoefening van hun bedrijf een door de toezichthoudende instantie van die lidstaat verleende verklaring van ondertoezichtstelling hebben die overeenkomt met de verklaring, bedoeld in artikel 3:110. **4.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het eerste, tweede of derde lid. @@ -11293,7 +11327,13 @@ c. stabilisatie zoals omschreven in hoofdstuk III van verordening (EG) nr. 2273/ Een ieder die: -a. het dagelijks beleid bepaalt of mede bepaalt van een uitgevende instelling met zetel in Nederland of van een uitgevende instelling met zetel in een staat die geen lidstaat is die financiële instrumenten als bedoeld in artikel 5:56, eerste lid, onderdeel a, of van een uitgevende instelling met zetel in een andere lidstaat die financiële instrumenten als bedoeld in artikel 5:56, eerste lid, onderdeel d, heeft uitgegeven of voornemens is uit te geven dan wel degene op wiens voorstel een koopovereenkomst inzake een financieel instrument als bedoeld in dat onderdeel, niet zijnde een effect, tot stand is gekomen of die een koopovereenkomst inzake een financieel instrument als bedoeld in dat onderdeel, niet zijnde een effect, voorstelt; +a. het dagelijks beleid bepaalt of mede bepaalt: + +1°. van een uitgevende instelling met zetel in Nederland of van een uitgevende instelling met zetel in een staat die geen lidstaat is die financiële instrumenten als bedoeld in artikel 5:56, eerste lid, onderdeel a, heeft uitgegeven of voornemens is uit te geven; +2°. van een uitgevende instelling met zetel in Nederland die financiële instrumenten als bedoeld in artikel 5:56, eerste lid, onderdeel b, heeft uitgegeven of voornemens is uit te geven, of +3°. van een uitgevende instelling met zetel in een andere lidstaat die financiële instrumenten als bedoeld in artikel 5:56, eerste lid, onderdeel d, heeft uitgegeven of voornemens is uit te geven, + +dan wel degene op wiens voorstel een koopovereenkomst inzake een financieel instrument als bedoeld in het desbetreffende onderdeel, niet zijnde een effect, tot stand is gekomen of die een koopovereenkomst inzake een financieel instrument als bedoeld in het desbetreffende onderdeel, niet zijnde een effect, voorstelt; b. toezicht houdt op het beleid van het bestuur en de algemene gang van zaken in een uitgevende instelling als bedoeld in onderdeel a, en de daarmee verbonden onderneming; c. een leidinggevende functie heeft en uit dien hoofde de bevoegdheid heeft om besluiten te nemen die gevolgen hebben voor de toekomstige ontwikkelingen en bedrijfsvooruitzichten van een uitgevende instelling als bedoeld in onderdeel a en die regelmatig kennis kan hebben van informatie als bedoeld in artikel 5:53, eerste lid; of d. behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorie van personen die nauw gelieerd zijn met een persoon als bedoeld in onderdeel a, b of c,