diff --git a/amvb/uitvoeringsbesluit-inkomstenbelasting-2001/BWBR0012066/README.md b/amvb/uitvoeringsbesluit-inkomstenbelasting-2001/BWBR0012066/README.md index fae489b7916..1636f51bfb4 100644 --- a/amvb/uitvoeringsbesluit-inkomstenbelasting-2001/BWBR0012066/README.md +++ b/amvb/uitvoeringsbesluit-inkomstenbelasting-2001/BWBR0012066/README.md @@ -14,7 +14,7 @@ citeertitel: Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 ### Artikel 1 -**1.** Dit besluit geeft uitvoering aan de artikelen 2.5, 2.6, 3.11, 3.64, 3.83, 3.126, 3.127, 4.25, 5.7, 5.22, 5.23, 6.1, 6.16, 6.17, 6.25, 7.6, 9.2, 10.8 en 10.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001. +**1.** Dit besluit geeft uitvoering aan de artikelen 2.5, 2.6, 3.11, 3.64, 3.83, 3.126, 3.126a, 3.127, 4.25, 5.7, 5.22, 5.23, 6.1, 6.16, 6.17, 6.25, 7.6, 9.2, 10.8 en 10.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001. **2.** Dit besluit verstaat onder wet: de Wet inkomstenbelasting 2001. @@ -179,6 +179,18 @@ De waarde in het economische verkeer van opgebouwde aanspraken uit een pensioenr **6.** Indien de aanwijzing wordt ingetrokken, worden bij de verzekeringnemers van de bij deze verzekeraar of dit pensioenfonds gesloten lijfrenteovereenkomsten, dan wel indien een verzekeringnemer is overleden, bij de gerechtigden tot de lijfrenten, geen negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen in aanmerking genomen indien de lijfrenten onder door Onze Minister te stellen voorwaarden alsnog overgaan op een toegelaten aanbieder als bedoeld in artikel 3.126, eerste lid, van de wet. +**7.** Onze Minister maakt het aanwijzen als een lichaam als bedoeld in het eerste lid, dan wel het aanwijzen als een pensioenfonds als bedoeld in het tweede lid, op een daartoe geschikte wijze publiek bekend. Indien Onze Minister een aanwijzing intrekt, maakt hij die intrekking ook op een daartoe geschikte wijze publiek bekend. + +### Artikel 14a + +**1.** Als een onderneming of instelling die bevoegd als kredietinstelling of als beheerder van een beleggingsinstelling optreedt als bedoeld in artikel 3.126a, tweede lid, onderdeel c, van de wet kan door Onze Minister worden aangewezen een onderneming of instelling die op grond van de Wet op het financieel toezicht bevoegd is diensten naar Nederland te verrichten. + +**2.** Alvorens tot een aanwijzing wordt overgegaan, dient de onderneming of instelling zich tegenover Onze Minister, onder door hem te stellen voorwaarden, te verplichten om met betrekking tot de bij deze onderneming of instelling aangehouden lijfrentespaarrekeningen, onderscheidenlijk met betrekking tot de door deze onderneming of instelling beheerde lijfrentebeleggingsrechten, bedoeld in artikel 3.126a van de wet, inlichtingen te verstrekken over de uitvoering van de overeenkomsten en een in Nederland uitwinbare zekerheid jegens de ontvanger te stellen voor de invordering van de belasting die mocht worden verschuldigd door toepassing van de artikelen 3.133, 3.135 of 3.136 van de wet. In afwijking van de eerste volzin behoeft een in een van de lidstaten van de Europese Unie gevestigde onderneming of instelling jegens de ontvanger geen in Nederland uitwinbare zekerheid te stellen indien deze onderneming of instelling, onder door Onze Minister te stellen voorwaarden, ingevolge een overeenkomst met de ontvanger aansprakelijkheid aanvaardt voor de in die volzin bedoelde belasting. + +**3.** De aanwijzing kan eveneens plaatsvinden indien de in het tweede lid bedoelde zekerheid niet door de onderneming of instelling maar door de belastingplichtige wordt gesteld, waarbij de belastingplichtige tevens de mogelijkheid heeft zekerheid te stellen door middel van verpanding van de aanspraken op het tegoed van een lijfrentespaarrekening, onderscheidenlijk van de aanspraken op de waarde van een lijfrentebeleggingsrecht aan de ontvanger, mits de onderneming of instelling instemt met deze verpanding. + +**4.** Artikel 14, vijfde, zesde en zevende lid, is van overeenkomstige toepassing. + ### Artikel 15 **1.** Voor de toepassing van artikel 3.127, eerste en vierde lid, van de wet, verstrekt de verzekeraar van een pensioen als bedoeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdelen a en b, van de wet aan de belastingplichtige een opgave van de aan een kalenderjaar toe te rekenen aangroei van het bedrag van de jaarlijkse uitkeringen van de aan hem toekomende aanspraken die recht geven op een levenslange inkomensvoorziening bij ouderdom, voor zover deze aangroei het gevolg is van de toeneming van de diensttijd in het kalenderjaar. @@ -340,10 +352,10 @@ b. van de eerststervende van twee of meer personen, wordt gelijkgesteld met een ### Artikel 19a -Bij de bepaling van de omvang van hetgeen op de belastingplichtige aan buitengewone uitgaven drukt blijven buiten beschouwing: +Bij de bepaling van de omvang van hetgeen op de belastingplichtige aan uitgaven voor specifieke zorgkosten drukt blijven buiten beschouwing: -a. bijzondere bijstand in de zin van de artikelen 35, eerste en derde lid, van de Wet werk en bijstand en 10, tweede lid, van de Invoeringswet Wet werk en bijstand, die, ondanks een aanspraak op deze bijzondere bijstand, niet is genoten en niet wordt genoten; -b. tegemoetkomingen in de zin van het Tijdelijk besluit tegemoetkoming buitengewone uitgaven. +a. bijzondere bijstand in de zin van artikel 35, eerste, derde en vierde lid, van de Wet werk en bijstand die, ondanks een aanspraak op deze bijzondere bijstand, niet is genoten en niet wordt genoten; +b. tegemoetkomingen als bedoeld in de artikelen 2 en 10 van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten. ### Artikel 20 @@ -353,10 +365,7 @@ b. tegemoetkomingen in de zin van het Tijdelijk besluit tegemoetkoming buitengew ### Artikel 20a -Tot de andere hulpmiddelen, bedoeld in artikel 6.17, eerste lid, onderdeel a, van de wet worden gerekend: - -- aanpassingen van een woning, woonboot, woonwagen of aanhorigheid daarvan, die vanwege een functiebeperking op medisch voorschrift zijn aangebracht ten behoeve van een persoon als bedoeld in artikel 6.16, onderdelen a en g, van de wet, voorzover de aanpassingen niet leiden tot een waardevermeerdering van de woning, woonboot, woonwagen of aanhorigheid daarvan welke uitgaat boven tien procent van de op de belastingplichtige drukkende aanpassingskosten; -- zaken en aanpassingen van zaken, niet zijnde een aanpassing van een woning, woonboot, woonwagen of aanhorigheid daarvan, ten behoeve van een persoon als bedoeld in artikel 6.16, onderdelen a en g, van de wet, voorzover deze zaken en aanpassingen van een zodanige aard zijn dat zij hoofdzakelijk door zieke of invalide personen worden gebruikt. +Vervallen ## Hoofdstuk 7. Belastingheffing van buitenlandse belastingplichtigen (