From 8a06b965c256abd7daf7f477de26bcf76ef246ad Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 1 Jan 2016 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2016-01-01 | BWBR0007168 | Wet belastingen op milieugrondslag --- .../BWBR0007168/README.md | 144 ++++++++---------- 1 file changed, 67 insertions(+), 77 deletions(-) diff --git a/wet/wet-belastingen-op-milieugrondslag/BWBR0007168/README.md b/wet/wet-belastingen-op-milieugrondslag/BWBR0007168/README.md index cc2110c323e..9c2ef73d596 100644 --- a/wet/wet-belastingen-op-milieugrondslag/BWBR0007168/README.md +++ b/wet/wet-belastingen-op-milieugrondslag/BWBR0007168/README.md @@ -95,7 +95,7 @@ Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt ve a. leidingwater: water dat door een drinkwaterbedrijf of een afzonderlijke watervoorziening aan derden ter beschikking wordt gesteld, al dan niet van drinkwaterkwaliteit; b. drinkwaterbedrijf: drinkwaterbedrijf als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Drinkwaterwet; -c. afzonderlijke watervoorziening: landgebonden voorziening, niet zijnde een drinkwaterbedrijf, voor de winning of behandeling van water, dat met behulp van een leiding of distributienet als leidingwater ter beschikking wordt gesteld; +c. afzonderlijke watervoorziening: landgebonden voorziening, niet zijnde een drinkwaterbedrijf, voor de winning of behandeling van water dat met behulp van een distributienet als leidingwater ter beschikking wordt gesteld; d. aansluiting: een aansluiting van een in Nederland gelegen onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, onderdelen a tot en met e, van de Wet waardering onroerende zaken, op het distributienet van een drinkwaterbedrijf of van een afzonderlijke watervoorziening, waaruit leidingwater aan de verbruiker wordt geleverd; een aansluiting kan bestaan uit een of meer leveringspunten; e. particuliere installatie voor centrale watervoorziening: installatie voor de levering van water aan meer dan een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, onderdelen a tot en met e, van de Wet waardering onroerende zaken, welke installatie permanent is aangesloten op het distributienet van een drinkwaterbedrijf of van een afzonderlijke watervoorziening; f. verbruiksperiode: @@ -120,9 +120,9 @@ Onder de naam belasting op leidingwater wordt een belasting geheven op leidingwa ### Artikel 14 -**1.** De belasting wordt geheven ter zake van de levering van leidingwater via een aansluiting aan de verbruiker, met dien verstande dat de belasting wordt geheven over een hoeveelheid van maximaal 300 kubieke meter per verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting. +**1.** De belasting wordt geheven ter zake van de levering van leidingwater via een aansluiting aan de verbruiker, met dien verstande dat de belasting wordt geheven over een hoeveelheid van maximaal 300 kubieke meter per verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting. Bij een verbruiksperiode korter dan wel langer dan twaalf maanden wordt de hoeveelheidsgrens, genoemd in de eerste volzin, naar evenredigheid verlaagd, onderscheidenlijk verhoogd. -**2.** Bij een verbruiksperiode korter dan wel langer dan twaalf maanden wordt de in het eerste lid genoemde hoeveelheidsgrens naar evenredigheid verlaagd, onderscheidenlijk verhoogd. +**2.** Als een levering als bedoeld in het eerste lid wordt niet aangemerkt de levering van leidingwater via een aansluiting op het distributienet van een afzonderlijke watervoorziening, tenzij degene die de levering verricht leidingwater levert via in totaal ten minste 1000 aansluitingen. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld voor vaststelling van het aantal aansluitingen dat bij toepassing van de eerste volzin in aanmerking wordt genomen, in het geval dat het water wordt geleverd aan een particuliere installatie voor centrale watervoorziening. **3.** Bij de levering van leidingwater aan een particuliere installatie voor centrale watervoorziening wordt, in afwijking in zoverre van het eerste lid, de belasting geheven over de totale hoeveelheid geleverd water, met dien verstande dat, indien de exploitant van de installatie aan degene die het leidingwater heeft geleverd een verklaring heeft overgelegd waarin opgaaf wordt gedaan van het aantal onroerende zaken als bedoeld in artikel 16, onderdelen a tot en met e, van de Wet waardering onroerende zaken dat door de installatie van water wordt voorzien, ten hoogste wordt geheven over een hoeveelheid van 300 kubieke meter vermenigvuldigd met dat aantal. @@ -163,11 +163,11 @@ c. in overige gevallen op het tijdstip waarop de levering plaatsvindt. ### Artikel 18 -Het tarief bedraagt € 0,333 per kubieke meter leidingwater. +Het tarief bedraagt € 0,335 per kubieke meter leidingwater. ### Artikel 18a -In de gevallen, bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdeel b, wordt de belasting ter zake van de leveringen die vanaf het begin van het kalenderjaar zijn verricht, herrekend met inachtneming van artikel 14, tweede lid. Indien deze herrekening leidt tot een hoger of lager belastingbedrag dan de belasting die zonder de herrekening over de gehele verbruiksperiode verschuldigd zou zijn, wordt de belasting die moet worden voldaan over het tijdvak waarin de overeenkomst tot levering wordt beëindigd dienovereenkomstig verhoogd onderscheidenlijk verlaagd. Bij de bepaling van de belasting die op de laatste factuur aan de verbruiker wordt vermeld, wordt de verhoging of verlaging, bedoeld in de tweede volzin, in aanmerking genomen. +In de gevallen, bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdeel b, wordt de belasting ter zake van de leveringen die vanaf het begin van het kalenderjaar zijn verricht, herrekend met inachtneming van artikel 14, eerste lid, tweede volzin. Indien deze herrekening leidt tot een hoger of lager belastingbedrag dan de belasting die zonder de herrekening over de gehele verbruiksperiode verschuldigd zou zijn, wordt de belasting die moet worden voldaan over het tijdvak waarin de overeenkomst tot levering wordt beëindigd dienovereenkomstig verhoogd onderscheidenlijk verlaagd. Bij de bepaling van de belasting die op de laatste factuur aan de verbruiker wordt vermeld, wordt de verhoging of verlaging, bedoeld in de tweede volzin, in aanmerking genomen. ### Afdeling 5. Vrijstellingen @@ -241,9 +241,11 @@ c. het verkrijgen van toestemming tot overbrenging van afvalstoffen uit Nederlan **2.** De aan een inrichting afgegeven afvalstoffen worden geacht alle te zijn afgegeven ter verwijdering. -**3.** De in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde uitzondering voor afvalstoffen die naar Nederland zijn overgebracht geldt niet voor afvalstoffen die in Nederland zijn ontstaan of zijn vermengd met afvalstoffen die in Nederland zijn ontstaan. +**3.** Een ingevolge de EVOA bij beschikking verleende toestemming tot overbrenging van afvalstoffen uit Nederland wordt geacht een toestemming te zijn als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, voor het totale gewicht van de afvalstoffen waarop die toestemming betrekking heeft, tenzij uit de beschikking anders blijkt. -**4.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel. +**4.** De in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde uitzondering voor afvalstoffen die naar Nederland zijn overgebracht geldt niet voor afvalstoffen die in Nederland zijn ontstaan of zijn vermengd met afvalstoffen die in Nederland zijn ontstaan. + +**5.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel. ### Artikel 23a @@ -318,10 +320,10 @@ b. hoeveel belasting ter zake van de stoffen, preparaten en voorwerpen geheven i Het tarief bedraagt in geval van: -a. het storten van afvalstoffen: € 13,00 per 1.000 kilogram; -b. het verbranden van afvalstoffen in andere gevallen dan als bedoeld onder c: € 13,00 per 1.000 kilogram; +a. het storten van afvalstoffen: € 13,07 per 1.000 kilogram; +b. het verbranden van afvalstoffen in andere gevallen dan als bedoeld onder c: € 13,07 per 1.000 kilogram; c. het verbranden van afvalstoffen in een installatie waarin op grond van bij of krachtens de Wet milieubeheer of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht gestelde voorschriften, dan wel een op grond van laatstgenoemde wet afgegeven omgevingsvergunning, geen huishoudelijke afvalstoffen, gemengde bedrijfsafvalstoffen en gemengd sorteerresidu mogen worden verbrand: nihil; -d. het verkrijgen van toestemming tot overbrenging van afvalstoffen uit Nederland: € 13,00 per 1.000 kilogram. +d. het verkrijgen van toestemming tot overbrenging van afvalstoffen uit Nederland: € 13,07 per 1.000 kilogram. **2.** Bij regeling van Onze Minister kan worden bepaald dat het tarief voor het storten van afvalstoffen die ter verwijdering worden afgegeven in partijen die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend bestaan uit door bij die regeling vast te stellen categorieën van gevaarlijke afvalstoffen, wordt vastgesteld tot een verlaagd percentage van het tarief, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, dan wel tot nihil. @@ -335,10 +337,6 @@ d. het verkrijgen van toestemming tot overbrenging van afvalstoffen uit Nederlan **3.** De in het tweede lid bedoelde verklaring wordt verstrekt door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu. -### Artikel 29a - -Onder bij of krachtens op de voordracht van Onze Minister bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden en beperkingen is vrijgesteld de afgifte ter verwijdering aan een inrichting van zuiveringsslib dat is bestemd om binnen die inrichting te worden verbrand. - ### Afdeling 6*. Teruggaaf ### Artikel 30 @@ -375,34 +373,11 @@ b. welke stoffen, preparaten en voorwerpen in welke hoeveelheden uit Nederland z ### Artikel 31a -**1.** - -De afvalstoffenbelasting is mede verschuldigd voor: - -a. stoffen, preparaten en voorwerpen ten aanzien waarvan artikel XXXVIc, tweede lid, van het Belastingplan 2012 is of wordt toegepast; -b. voorraden van afvalstoffenstromen ten aanzien waarvan artikel XXXVIc, derde lid, van het Belastingplan 2012 is of wordt toegepast. - -**2.** Het eerste lid is niet van toepassing voor zover de stoffen, preparaten, voorwerpen of voorraden van afvalstoffenstromen de inrichting tussen 1 januari 2012 en 31 maart 2014 hebben verlaten en niet opnieuw ter verwijdering zijn afgegeven aan een inrichting. - -**3.** In afwijking van artikel 26 wordt de belasting voor stoffen, preparaten, voorwerpen en voorraden van afvalstoffenstromen als bedoeld in het eerste lid, verschuldigd op 1 april 2014. - -**4.** Bij de toepassing van artikel 27, eerste lid, alsmede bij de toepassing van artikel 27, derde lid, met betrekking tot stoffen, preparaten, voorwerpen en voorraden als bedoeld in het eerste lid, wordt de belasting die vóór 1 januari 2012 als afvalstoffenbelasting is geheven niet in aanmerking genomen. - -**5.** In afwijking van artikel 28 bedraagt de belasting die verschuldigd is op grond van het eerste lid, onderdeel a, het bedrag van de belasting dat ter zake van de stoffen, preparaten of voorwerpen in mindering is of wordt gebracht op de voet van artikel XXXVIc, tweede lid, van het Belastingplan 2012. - -**6.** In afwijking van artikel 28 bedraagt de belasting die verschuldigd is op grond van het eerste lid, onderdeel b, het bedrag van de belasting ter zake van de voorraden van afvalstoffenstromen dat niet is of wordt geheven ingevolge artikel XXXVIc, derde lid, van het Belastingplan 2012. +Vervallen ### Artikel 31b -**1.** - -Met betrekking tot afvalstoffen als bedoeld in artikel 28, eerste lid, onderdeel b, die in de periode van 1 januari 2015 tot en met 30 juni 2015 worden afgegeven bij een inrichting als bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdeel f, onder 2^o, is het tarief, in afwijking van artikel 28, eerste lid, onderdeel b, nihil, indien de houder van de inrichting aantoont dat deze afvalstoffen: - -a. voor 1 januari 2015 aan de houder van de inrichting ter verwijdering zijn afgegeven; -b. door de houder van de inrichting tijdelijk buiten de inrichting zijn opgeslagen; en -c. vanuit de plaats van opslag rechtstreeks en onvermengd bij de inrichting zijn afgegeven ter verwijdering. - -**2.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel. +Vervallen ## Hoofdstuk V. Kolenbelasting @@ -546,7 +521,7 @@ De belasting wordt berekend over het gewicht van de kolen, uitgedrukt in kilogra ### Artikel 43 -Het tarief bedraagt per 1000 kilogram kolen € 14,40. +Het tarief bedraagt per 1000 kilogram kolen € 14,47. ### Afdeling 5. Vrijstellingen @@ -636,19 +611,21 @@ v. coöperatie: een coöperatie als bedoeld in artikel 53, eerste lid, van Boek w. vereniging van eigenaars: een vereniging van eigenaars als bedoeld in artikel 112, eerste lid, onderdeel e, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek; x. productie-installatie: een productie-installatie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel ah, van de Elektriciteitswet 1998, waarvan de aansluiting zich bevindt in een postcodegebied; y. postcodesysteem: het postcodesysteem, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel j, van de Postwet 2009, dat wordt gebruikt door de verlener van de universele postdienst, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel g, van de Postwet 2009; -z. postcodegebied: een gebied waarbinnen de postcodes in het postcodesysteem beginnen met hetzelfde getal van vier cijfers. +z. postcodegebied: een gebied waarbinnen de postcodes in het postcodesysteem beginnen met eenzelfde getal van vier cijfers, alsmede de direct aangrenzende gebieden waarbinnen de postcodes in het postcodesysteem eveneens beginnen met eenzelfde getal van vier cijfers. **2.** Bij regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Infrastructuur en Milieu worden nadere regels gesteld met betrekking tot de inhoud van het begrip zuivere biomassa. -**3.** Met betrekking tot elektriciteit wordt onder distributienet verstaan een net als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de Elektriciteitswet 1998, met uitzondering van een net met een spanningsniveau van ten hoogste 0,4 kV en een verbruik van ten hoogste 0,1 GWh per jaar, indien een ander dan een leverancier als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel f, van de Elektriciteitswet 1998 of een netbeheerder als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel k, van de Elektriciteitswet 1998, een recht van gebruik heeft van dat net. +**3.** Onder levering van aardgas, onderscheidenlijk elektriciteit, wordt voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan ingevolge de Wet op de omzetbelasting 1968. -**4.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de toepassing van het eerste lid, onderdeel p. +**4.** Met betrekking tot elektriciteit wordt onder distributienet verstaan een net als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de Elektriciteitswet 1998, met uitzondering van een net met een spanningsniveau van ten hoogste 0,4 kV en een verbruik van ten hoogste 0,1 GWh per jaar, indien een ander dan een leverancier als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel f, van de Elektriciteitswet 1998 of een netbeheerder als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel k, van de Elektriciteitswet 1998, een recht van gebruik heeft van dat net. -**5.** Met betrekking tot aardgas wordt onder distributienet verstaan een gastransportnet als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel d, van de Gaswet. +**5.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de toepassing van het eerste lid, onderdeel p. -**6.** Indien in een tijdvak van 18 maanden een of meerdere voorschotnota’s worden uitgereikt dan wel een of meerdere voorschotbedragen worden ontvangen en uiterlijk binnen 13 weken na afloop van dat tijdvak geen eindfactuur wordt uitgereikt, wordt dat tijdvak van 18 maanden aangemerkt als verbruiksperiode. +**6.** Met betrekking tot aardgas wordt onder distributienet verstaan een gastransportnet als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel d, van de Gaswet. -**7.** +**7.** Indien in een tijdvak van 18 maanden een of meerdere voorschotnota’s worden uitgereikt dan wel een of meerdere voorschotbedragen worden ontvangen en uiterlijk binnen 13 weken na afloop van dat tijdvak geen eindfactuur wordt uitgereikt, wordt dat tijdvak van 18 maanden aangemerkt als verbruiksperiode. + +**8.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel d, onder 2°, is de verbruiksperiode in de aldaar bedoelde gevallen: @@ -682,7 +659,7 @@ b. het verbruik van aardgas of elektriciteit, indien dit product is verkregen do c. het verbruik van aardgas of elektriciteit door degene die leveringen aan de verbruiker verricht; d. het verbruik van aardgas of elektriciteit, indien het aardgas of de elektriciteit is verkregen op andere wijze dan door een levering. -**4.** Indien een levering van aardgas of elektriciteit wordt verricht aan een organisatorische eenheid die zich bezighoudt met het leveren van aardgas of elektriciteit dan wel aan een verbruiker die op zijn beurt het geleverde aardgas of de geleverde elektriciteit levert aan een verbruiker, wordt eerstgenoemde levering niet aangemerkt als een levering als bedoeld in het eerste lid. +**4.** Indien een levering van aardgas of elektriciteit wordt verricht aan een organisatorische eenheid die zich bezighoudt met het leveren van aardgas of elektriciteit dan wel aan een verbruiker die op zijn beurt het geleverde aardgas of de geleverde elektriciteit levert aan een verbruiker, wordt eerstgenoemde levering niet aangemerkt als een levering als bedoeld in het eerste lid of het derde lid, onderdeel a. **5.** Het derde lid, onderdeel a, is niet van toepassing met betrekking tot de levering van elektriciteit aan een huurder van een woning, voor zover die elektriciteit door de verhuurder van die woning is opgewekt door middel van hernieuwbare energiebronnen, waarbij de productie-installatie is aangebracht op of aan het gebouw met toebehoren waarvan de woning onderdeel uitmaakt, dan wel op of aan de bij dat gebouw behorende grond met toebehoren. @@ -699,7 +676,7 @@ d. elektriciteit die de verbruiker heeft opgewekt door middel van een installati ### Artikel 51 -**1.** Onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden en beperkingen wordt als levering niet aangemerkt het verbruik van aardgas voor de vervaardiging van aardgas en minerale oliën als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de Wet op de accijns, in dezelfde inrichting waarin dat aardgas is ontstaan. +**1.** Onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden en beperkingen wordt als verbruik in de zin van artikel 50, derde lid, onderdeel d, niet aangemerkt het verbruik van aardgas voor de vervaardiging van aardgas en minerale oliën als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de Wet op de accijns, in dezelfde inrichting waarin dat aardgas is ontstaan. **2.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel. @@ -731,7 +708,10 @@ Vervallen ### Artikel 55 -De belasting wordt voor aardgas berekend per eenheid brandstof, uitgedrukt in kubieke meter, en voor elektriciteit per eenheid energie-inhoud, uitgedrukt in kWh. +De belasting wordt berekend: + +a. voor aardgas: per eenheid brandstof, uitgedrukt in kubieke meter, met inachtneming van de krachtens de Gaswet gestelde regels ter bepaling van de geleverde hoeveelheid; +b. voor elektriciteit: per eenheid energie-inhoud, uitgedrukt in kWh. ### Artikel 56 @@ -742,7 +722,7 @@ De belasting met betrekking tot de levering van aardgas en de levering van elekt a. in gevallen waarin een voorschotnota wordt uitgereikt of, indien geen voorschotnota wordt uitgereikt, een voorschotbedrag wordt ontvangen: 1°. op het tijdstip waarop een voorschotnota wordt uitgereikt onderscheidenlijk een voorschotbedrag wordt ontvangen; alsmede -2°. op het tijdstip van de uitreiking van de eindfactuur over een verbruiksperiode, dan wel, bij toepassing van artikel 47, zesde lid, op de laatste dag van het aldaar bedoelde tijdvak van 18 maanden; +2°. op het tijdstip van de uitreiking van de eindfactuur over een verbruiksperiode, dan wel, bij toepassing van artikel 47, zevende lid, op de laatste dag van het aldaar bedoelde tijdvak van 18 maanden; b. in gevallen waarin geen voorschotnota wordt uitgereikt of voorschotbedrag wordt ontvangen, maar wel een factuur wordt uitgereikt: op het tijdstip van de uitreiking van de factuur; c. in overige gevallen: op het tijdstip waarop de levering plaatsvindt. @@ -770,21 +750,21 @@ Het tarief bedraagt voor: a. aardgas, met uitzondering van aardgas als bedoeld in onderdeel b, met een bovenste verbrandingswaarde van 35,17 megajoule per Nm^3 voor dat gedeelte van de geleverde dan wel verbruikte hoeveelheid per verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting dat: -– niet hoger is dan 170 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,1911; -– hoger is dan 170 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 1 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,0677; -– hoger is dan 1 000 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,0247; -– hoger is dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,0118; -b. aardgas, met een bovenste verbrandingswaarde van 35,17 megajoule per Nm^3, dat wordt geleverd aan een CNG-vulstation € 0,1600 per kubieke meter; +– niet hoger is dan 170 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,25168; +– hoger is dan 170 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 1 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,06954; +– hoger is dan 1 000 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,02537; +– hoger is dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,01212; +b. aardgas, met een bovenste verbrandingswaarde van 35,17 megajoule per Nm^3, dat wordt geleverd aan een CNG-vulstation € 0,1608 per kubieke meter; c. elektriciteit voor dat gedeelte van de geleverde dan wel verbruikte hoeveelheid per verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting dat: -– niet hoger is dan 10 000 kWh, per kWh € 0,1196; -– hoger is dan 10 000 kWh, maar niet hoger dan 50 000 kWh, per kWh € 0,0469; -– hoger is dan 50 000 kWh, maar niet hoger dan 10 000 000 kWh, per kWh € 0,0125; -– hoger is dan 10 000 000 kWh, per kWh € 0,0010 voor niet-zakelijk verbruik en per kWh € 0,0005 voor zakelijk verbruik. +– niet hoger is dan 10 000 kWh, per kWh € 0,10070; +– hoger is dan 10 000 kWh, maar niet hoger dan 50 000 kWh, per kWh € 0,04996; +– hoger is dan 50 000 kWh, maar niet hoger dan 10 000 000 kWh, per kWh € 0,01331; +– hoger is dan 10 000 000 kWh, per kWh € 0,00107 voor niet-zakelijk verbruik en per kWh € 0,00053 voor zakelijk verbruik. **2.** Bij aardgas met een bovenste verbrandingswaarde die lager of hoger is dan 35,17 megajoule per Nm^3, worden de in het eerste lid, onderdelen a en b, genoemde tarieven naar evenredigheid verlaagd, onderscheidenlijk verhoogd alsmede de hoeveelheidsgrenzen naar evenredigheid verhoogd onderscheidenlijk verlaagd. -**3.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, bedraagt het tarief voor aardgas € 0,1911 per kubieke meter voor de totale hoeveelheid aardgas die wordt geleverd aan een verbruiker die dat aardgas gebruikt voor een installatie voor blokverwarming niet zijnde een installatie voor stadsverwarming waarbij grotendeels gebruik wordt gemaakt van restwarmte. +**3.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, bedraagt het tarief voor aardgas € 0,25168 per kubieke meter voor de totale hoeveelheid aardgas die wordt geleverd aan een verbruiker die dat aardgas gebruikt voor een installatie voor blokverwarming niet zijnde een installatie voor stadsverwarming waarbij grotendeels gebruik wordt gemaakt van restwarmte. **4.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, bedragen de tarieven nihil voor in artikel 48, tweede lid, als aardgas aangemerkte producten voor zover deze als brandstof worden gebruikt in de inrichting waarin zij zijn ontstaan. @@ -796,7 +776,7 @@ c. elektriciteit voor dat gedeelte van de geleverde dan wel verbruikte hoeveelhe ### Artikel 59a -**1.** Het tarief voor elektriciteit, bedoeld in artikel 59, eerste lid, onderdeel c, wordt voor dat gedeelte van de geleverde hoeveelheid dat niet hoger is dan 10.000 kWh verlaagd met € 0,075 per kWh voor zover de elektriciteit in het kader van een daartoe met een aangewezen coöperatie gesloten overeenkomst wordt geleverd aan een lid van die coöperatie via een aansluiting met een totale maximale doorlaatwaarde van ten hoogste 3x80A. +**1.** Het tarief voor elektriciteit, bedoeld in artikel 59, eerste lid, onderdeel c, wordt voor dat gedeelte van de geleverde hoeveelheid dat niet hoger is dan 10.000 kWh verlaagd tot nihil voor zover de elektriciteit in het kader van een daartoe met een aangewezen coöperatie gesloten overeenkomst wordt geleverd aan een lid van die coöperatie via een aansluiting met een totale maximale doorlaatwaarde van ten hoogste 3x80A. **2.** @@ -805,7 +785,7 @@ De verlaging, bedoeld in het eerste lid, is slechts van toepassing voor de via d a. de coöperatie heeft in de voor het lid van de coöperatie geldende verbruiksperiode ten minste eenzelfde hoeveelheid door haar opgewekte elektriciteit toegerekend aan dat lid van de coöperatie als de hoeveelheid in die verbruiksperiode geleverde elektriciteit waarvoor de verlaging wordt toegepast; b. de door de coöperatie opgewekte elektriciteit, bedoeld in onderdeel a, is opgewekt met behulp van een productie-installatie die juridisch en economisch eigendom is van de coöperatie; c. de productie-installatie, bedoeld in onderdeel b, wordt uitsluitend gebruikt voor de opwekking van elektriciteit door middel van hernieuwbare energiebronnen; -d. de aansluiting via welke de elektriciteit aan het lid wordt geleverd, bevindt zich in hetzelfde postcodegebied als de verbinding van de productie-installatie, bedoeld in onderdeel b, met een net als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de Elektriciteitswet 1998, dan wel in een aangrenzend postcodegebied; en +d. zowel de aansluiting via welke de elektriciteit aan het lid wordt geleverd als de aansluiting van de productie-installatie, bedoeld in onderdeel b, bevindt zich in een op verzoek van de coöperatie bij de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, vast te stellen postcodegebied; en e. noch ter zake van de opwekking van de elektriciteit door de coöperatie, noch ter zake van de daartoe gebruikte productie-installatie, is of wordt van rijkswege een financiële tegemoetkoming of subsidie verstrekt. **3.** Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld met betrekking tot de aanwijzing en de wijziging of intrekking van de aanwijzing van een coöperatie als bedoeld in het eerste lid. Coöperaties waarvan een of meer leden ondernemer zijn in de zin van artikel 7 van de Wet op de omzetbelasting 1968, komen niet voor aanwijzing in aanmerking indien een dergelijk lid middellijk of onmiddellijk voor meer dan 20% in de coöperatie deelneemt. @@ -828,24 +808,26 @@ Indien de verlaging van het tarief, bedoeld in artikel 59a, eerste lid, wordt ve In afwijking van artikel 59, eerste lid, onderdeel a, bedraagt het tarief voor aardgas voor verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwproducten als bedoeld in post a 32 van de bij de Wet op de omzetbelasting 1968 behorende Tabel I voor aardgas met een bovenste verbrandingswaarde van 35,17 megajoule per Nm^3, voor dat gedeelte van de geleverde dan wel verbruikte hoeveelheid per verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting dat: -– niet hoger is dan 170 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,03069; -– hoger is dan 170 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 1 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,02278; -– hoger is dan 1 000 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,0247; -– hoger is dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,0118. +– niet hoger is dan 170 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,04042; +– hoger is dan 170 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 1 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,02339; +– hoger is dan 1 000 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,02537; +– hoger is dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,01212. -**2.** Indien behalve voor het in het eerste lid vermelde doel mede aardgas wordt toegepast in één of meerdere woonhuizen, wordt per verbruiksperiode van twaalf maanden per woonhuis een geleverde hoeveelheid van 5000 kubieke meter in de heffing betrokken naar het tarief, bedoeld in artikel 59, eerste lid, onderdeel a, tenzij de geleverde hoeveelheden voor de verschillende toepassingen en de verschillende woonhuizen afzonderlijk worden gemeten. +**2.** De tarieven, genoemd in het eerste lid, zijn niet van toepassing als de verbruiker een onderneming in moeilijkheden is. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld ter vaststelling wanneer de verbruiker moet worden aangemerkt als een onderneming in moeilijkheden. -**3.** Bij aardgas met een bovenste verbrandingswaarde die lager of hoger is dan 35,17 megajoule per Nm^3, worden de in het eerste lid genoemde tarieven naar evenredigheid verlaagd, onderscheidenlijk verhoogd alsmede de hoeveelheidsgrenzen naar evenredigheid verhoogd onderscheidenlijk verlaagd. +**3.** Indien behalve voor het in het eerste lid vermelde doel mede aardgas wordt toegepast in één of meerdere woonhuizen, wordt per verbruiksperiode van twaalf maanden per woonhuis een geleverde hoeveelheid van 5000 kubieke meter in de heffing betrokken naar het tarief, bedoeld in artikel 59, eerste lid, onderdeel a, tenzij de geleverde hoeveelheden voor de verschillende toepassingen en de verschillende woonhuizen afzonderlijk worden gemeten. -**4.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel. +**4.** Bij aardgas met een bovenste verbrandingswaarde die lager of hoger is dan 35,17 megajoule per Nm^3, worden de in het eerste lid genoemde tarieven naar evenredigheid verlaagd, onderscheidenlijk verhoogd alsmede de hoeveelheidsgrenzen naar evenredigheid verhoogd onderscheidenlijk verlaagd. + +**5.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel. ### Artikel 61 -Bij een verbruiksperiode korter dan wel langer dan twaalf maanden worden de hoeveelheidsgrenzen, genoemd in artikel 59, eerste lid, 60, eerste en tweede lid, 67, eerste lid, en 68, tweede lid, naar evenredigheid verlaagd, onderscheidenlijk verhoogd. +Bij een verbruiksperiode korter dan wel langer dan twaalf maanden worden de hoeveelheidsgrenzen, genoemd in artikel 59, eerste lid, artikel 60, eerste en derde lid, 67, eerste lid, en 68, tweede lid, naar evenredigheid verlaagd, onderscheidenlijk verhoogd. ### Artikel 61a -In de gevallen, bedoeld in artikel 47, zevende lid, onderdeel b, wordt de belasting ter zake van de leveringen die vanaf het begin van het kalenderjaar zijn verricht, herrekend met inachtneming van artikel 61. Indien deze herrekening leidt tot een hoger of lager belastingbedrag dan de belasting die zonder de herrekening over de gehele verbruiksperiode verschuldigd zou zijn, wordt de belasting die moet worden voldaan over het tijdvak waarin de overeenkomst tot levering wordt beëindigd dienovereenkomstig verhoogd onderscheidenlijk verlaagd. Bij de bepaling van de belasting die op de laatste factuur aan de verbruiker wordt vermeld, wordt de verhoging of verlaging, bedoeld in de tweede volzin, in aanmerking genomen. +In de gevallen, bedoeld in artikel 47, achtste lid, onderdeel b, wordt de belasting ter zake van de leveringen die vanaf het begin van het kalenderjaar zijn verricht, herrekend met inachtneming van artikel 61. Indien deze herrekening leidt tot een hoger of lager belastingbedrag dan de belasting die zonder de herrekening over de gehele verbruiksperiode verschuldigd zou zijn, wordt de belasting die moet worden voldaan over het tijdvak waarin de overeenkomst tot levering wordt beëindigd dienovereenkomstig verhoogd onderscheidenlijk verlaagd. Bij de bepaling van de belasting die op de laatste factuur aan de verbruiker wordt vermeld, wordt de verhoging of verlaging, bedoeld in de tweede volzin, in aanmerking genomen. ### Artikel 62 @@ -855,7 +837,7 @@ Indien op basis van een contract tussen de belastingplichtige en de verbruiker d ### Artikel 63 -**1.** Op de ter zake van de levering van elektriciteit, bedoeld in artikel 50, eerste lid, verschuldigde belasting wordt een vermindering toegepast met betrekking tot onroerende zaken die op zich als gebouwde eigendommen zijn aan te merken en die kunnen dienen als woning of ten behoeve van de uitoefening van een bedrijf of beroep of anderszins een verblijfsfunctie hebben. De vermindering bedraagt € 311,84 per verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting. +**1.** Op de ter zake van de levering van elektriciteit, bedoeld in artikel 50, eerste lid, verschuldigde belasting wordt een vermindering toegepast met betrekking tot onroerende zaken die op zich als gebouwde eigendommen zijn aan te merken en die kunnen dienen als woning of ten behoeve van de uitoefening van een bedrijf of beroep of anderszins een verblijfsfunctie hebben. De vermindering bedraagt € 310,81 per verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting. **2.** Indien het bedrag van de over de verbruiksperiode verschuldigde belasting lager is dan het bedrag van de vermindering, bedoeld in het eerste lid, wordt het verschil aan de verbruiker terugbetaald. @@ -871,13 +853,13 @@ Indien op basis van een contract tussen de belastingplichtige en de verbruiker d ### Artikel 64 -**1.** Vrijstelling van de belasting wordt verleend ter zake van de levering van aardgas en elektriciteit die worden gebruikt voor het opwekken van elektriciteit in een installatie met een elektrisch rendement van minimaal 30 percent dan wel in een installatie met behulp waarvan elektriciteit wordt opgewekt uitsluitend door middel van hernieuwbare energiebronnen en elektriciteit. +**1.** Vrijstelling van de belasting wordt verleend ter zake van de levering of het verbruik van aardgas en elektriciteit die worden gebruikt voor het opwekken van elektriciteit in een installatie met een elektrisch rendement van minimaal 30 percent dan wel in een installatie met behulp waarvan elektriciteit wordt opgewekt uitsluitend door middel van hernieuwbare energiebronnen en elektriciteit. **2.** Als installatie met een elektrisch rendement van minimaal 30 percent wordt aangemerkt een installatie met een gemiddeld gebruik van aardgas met een bovenste verbrandingswaarde van 35,17 megajoule per Nm^3, van maximaal 0,38 Nm^3 aardgas per opgewekte kWh. Bij aardgas met een bovenste verbrandingswaarde die lager of hoger is dan 35,17 megajoule per Nm^3, wordt de in de eerste volzin genoemde maximale hoeveelheid naar evenredigheid verhoogd, onderscheidenlijk verlaagd. **3.** -Vrijstelling van belasting wordt verleend ter zake van de levering van elektriciteit die wordt gebruikt voor chemische reductie en elektrolytische en metallurgische procedés. +Vrijstelling van belasting wordt verleend ter zake van de levering of het verbruik van elektriciteit die wordt gebruikt voor chemische reductie en elektrolytische en metallurgische procedés. Als metallurgische procedés worden aangemerkt: @@ -887,7 +869,7 @@ c. oppervlaktebehandeling bestaande uit harden of warmtebehandeling van metalen. De vrijstelling voor metallurgische procedés geldt alleen voor bedrijven die volgens de Standaard Bedrijfsindeling van 21 juli 2008 van het Centraal Bureau voor de Statistiek behoren tot code 24 of 25. -**4.** Vrijstelling van belasting wordt verleend ter zake van de levering van aardgas dat wordt gebruikt anders dan als brandstof dan wel aardgas dat wordt gebruikt als additief of als vulstof in producten die direct of indirect zijn bestemd voor verbruik, worden aangeboden voor verkoop of worden verbruikt als aardgas. +**4.** Vrijstelling van belasting wordt verleend ter zake van de levering of het verbruik van aardgas dat wordt gebruikt anders dan als brandstof dan wel aardgas dat wordt gebruikt als additief of als vulstof in producten die direct of indirect zijn bestemd voor verbruik, worden aangeboden voor verkoop of worden verbruikt als aardgas. **5.** Bij op voordracht van Onze Minister vast te stellen algemene maatregel van bestuur worden voorwaarden en beperkingen gesteld waaronder de vrijstellingen, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, worden verleend. @@ -910,7 +892,7 @@ De teruggaaf, bedoeld in het eerste lid, heeft betrekking op een kalenderjaar en a. de belasting die ter zake van de in het kalenderjaar ten behoeve van zakelijk verbruik geleverde elektriciteit verschuldigd is en aan de verbruiker in rekening is gebracht; en b. de belasting die op de voet van artikel 59, eerste lid, onderdeel c, verschuldigd is over een geleverde hoeveelheid van 10 000 000 kWh, dan wel, indien dat meer is, de belasting die verschuldigd zou zijn als het gehele zakelijk verbruik, na aftrek van het gedeelte van het zakelijk verbruik dat is vrijgesteld op grond van artikel 64, eerste of derde lid, belast zou zijn naar een tarief gelijk aan het minimumbelastingniveau per kWh, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van Richtlijn 2003/96/EG van de Raad van 27 oktober 2003 tot herstructurering van de communautaire regeling voor de belasting van energieproducten en elektriciteit (PbEU 2003, L 283). -**3.** De teruggaaf, bedoeld in het eerste lid, valt binnen de bepalingen van Verordening (EG) nr. 800/2008 van de Commissie van 6 augustus 2008 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag met de gemeenschappelijke markt verenigbaar worden verklaard (de algemene groepsvrijstellingsverordening) (PbEU 2008, L 214). De teruggaaf wordt slechts verleend als de verbruiker blijkens een door hem verstrekte verklaring niet in moeilijkheden verkeert. +**3.** De teruggaaf, bedoeld in het eerste lid, valt binnen de bepalingen van Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187). De teruggaaf wordt slechts verleend als de verbruiker blijkens een door hem verstrekte verklaring niet in moeilijkheden verkeert. **4.** @@ -928,6 +910,8 @@ c. de verklaring dat hij een energie-intensief bedrijf is als bedoeld in artikel **8.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel. +**9.** Voor de toepassing van dit artikel wordt elektriciteit waarvoor de belasting wordt geheven ingevolge artikel 50, derde lid, onderdeel b, c of d, mede aangemerkt als elektriciteit die aan de verbruiker is geleverd, en wordt de op aangifte ter zake van het verbruik van die elektriciteit voldane belasting mede in aanmerking genomen als belasting die aan de verbruiker in rekening is gebracht. + ### Artikel 67 **1.** Op verzoek wordt teruggaaf van de belasting verleend voor aardgas dat is belast naar het tarief, bedoeld in artikel 59, eerste lid, onderdeel a, voor het verbruik niet hoger dan 170 000 kubieke meter, voor zover het verbruik van warmte in een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, onderdeel a tot en met e, van de Wet waardering onroerende zaken die door een installatie voor blokverwarming wordt verwarmd, hoger is dan 5 372 000 megajoule per verbruiksperiode van twaalf maanden. @@ -1000,7 +984,13 @@ g. de instelling, bedoeld in onderdeel c, beschikt over een eigen aansluiting. ### Artikel 70a -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden en beperkingen wordt op verzoek teruggaaf van belasting verleend voor aardgas dat wordt gebruikt als brandstof voor vaartuigen op communautaire wateren, met inbegrip van de visserij. + +**2.** De teruggaaf, bedoeld in het eerste lid, wordt niet verleend voor aardgas dat wordt gebruikt als brandstof voor particuliere pleziervaartuigen. + +**3.** Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder een particulier pleziervaartuig verstaan een vaartuig dat wordt gebruikt door de eigenaar daarvan of door de natuurlijke of rechtspersoon die het gebruik daarvan geniet door huur of anderszins, voor andere dan commerciële doeleinden en met name voor andere doeleinden dan voor het vervoer van personen of goederen of voor het verrichten van diensten onder bezwarende titel, dan wel ten behoeve van overheidsinstanties. + +**4.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel. ### Afdeling 7. Verplichtingen ten dienste van de belastingheffing