From 8a1928e321d750f8cf0dc960f691ef8589fabbc7 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Thu, 1 Jan 2004 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2004-01-01 | BWBR0004091 | Inkomensbesluit IOAW --- .../BWBR0004091/README.md | 26 +++++++++++-------- 1 file changed, 15 insertions(+), 11 deletions(-) diff --git a/amvb/inkomensbesluit-ioaw/BWBR0004091/README.md b/amvb/inkomensbesluit-ioaw/BWBR0004091/README.md index 36decfb4fae..90774c08f9c 100644 --- a/amvb/inkomensbesluit-ioaw/BWBR0004091/README.md +++ b/amvb/inkomensbesluit-ioaw/BWBR0004091/README.md @@ -38,8 +38,7 @@ In afwijking van het eerste lid wordt niet als opbrengst van arbeid beschouwd: a. een aanspraak om na verloop van tijd of onder een voorwaarde een of meer uitkeringen of verstrekkingen te ontvangen, voor zover deze niet wordt gedekt door stortingen van de werknemer; b. een uitkering op grond van de verplichte verzekering van de Werkloosheidswet (*Stb.* 1986, 566), de Ziektewet (*Stb.* 1967, 473) en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (*Stb.* 1977, 492) en een uitkering op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg aan de werknemer of gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, van die wet, al dan niet vermeerderd met een toeslag op grond van de Toeslagenwet (*Stb.* 1986, 562); c. een aanvulling op de in onderdeel *b* genoemde uitkeringen; -d. een bedrag tot € 143,24 per maand, alsmede de helft van het meerdere tot een maximum van in totaal € 261,54 per maand, beide voorzover de belanghebbende uitkering ontvangt en behoort tot een categorie van personen voor wie een of meer van de verplichtingen bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de wet niet gelden op grond van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 35, vijfde lid, of 36, tweede lid, van de wet; -e. een bedrag tot € 143,24 per maand, alsmede de helft van het meerdere tot een maximum van in totaal € 261,54 per maand, beide voorzover de belanghebbende uitkering ontvangt en behoort tot een categorie van personen die overeenkomstig een verordening van het gemeentebestuur om redenen van medische of sociale aard is aangewezen op het verrichten van arbeid in deeltijd. +d. opbrengst van arbeid gedurende ten hoogste zes aaneengesloten maanden tot 25 procent van deze opbrengst, met een maximum van € 263,42 per maand, voor zover een uitkering wordt ontvangen en dit naar het oordeel van burgemeester en wethouders bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling. ### Artikel 4 @@ -90,9 +89,7 @@ n. een uitkering op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940 o. een pensioen op grond van de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet (*Stb.* 1986, 360); p. een basisbeurs en een aanvullende beurs op grond van de Wet studiefinanciering 2000, alsmede een beurs die naar aard en strekking daarmee overeenkomt; q. een bedrijfsbeëindigingsvergoeding van de door Onze Minister van Economische Zaken opgerichte Stichting ontwikkeling en sanering midden- en kleinbedrijf; en -r. een maandelijkse bedrijfsbeëindigingsvergoeding van de door Onze Minister van Landbouw en Visserij opgerichte Stichting ontwikkelings- en saneringsfonds voor de landbouw; -s. premies die al dan niet eenmalig boven het rechtens geldende loon worden verstrekt voor het aanvaarden van arbeid, voor zover deze premies binnen een tijdvak van een jaar tezamen meer bedragen dan € 1.952,00; -t. een eenmalige premie voor het voltooien van een scholing of opleiding die noodzakelijk wordt geacht voor de inschakeling in de arbeid, voor zover deze premie meer bedraagt dan € 1.316,00. +r. een maandelijkse bedrijfsbeëindigingsvergoeding van de door Onze Minister van Landbouw en Visserij opgerichte Stichting ontwikkelings- en saneringsfonds voor de landbouw. **2.** @@ -105,10 +102,8 @@ d. een uitkering die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering op gro e. afkoopsommen als bedoeld in de artikelen 32*c* , 32*d* en 32*p* van de Liquidatiewet invaliditeitswetten (*Stb.* 1967, 307); f. een uitkering in verband met geleden immateriële schade, voorzover dit gelet op de aard en de hoogte van de uitkering verantwoord is; g. een vergoeding ingevolge het Reglement eenmalige silicosevergoeding oud-mijnwerkers; -h. subsidies die op grond van artikel 3 van de Wet inschakeling werkzoekenden worden verstrekt voor het onverplicht, in georganiseerd verband, verrichten van onbetaalde maatschappelijk nuttige activiteiten, voorzover deze subsidies: - -1°. binnen een tijdvak van een kalendermaand minder bedragen dan het bedrag, genoemd in artikel 43, tweede lid, onderdeel o, van de Algemene bijstandswet; en, -2°. worden verstrekt aan een langdurig werkloze als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wet inschakeling werkzoekenden, dan wel aan een belanghebbende, die behoort tot een categorie van personen voor wie een of meer van de verplichtingen, bedoeld in artikel 35, eerste lid, niet gelden op grond van de bij of krachtens de artikelen 35, vijfde lid, of 36, eerste of tweede lid, van de wet gestelde regels. +h. een eenmalige premie die door burgemeester en wethouders kan worden toegekend in het kader van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling van ten hoogste € 1.984,00 per kalenderjaar; +i. een kostenvergoeding voor het verrichten van vrijwilligerswerk van ten hoogste € 20,30 per week met een maximum van € 711,00 per jaar. **3.** @@ -117,9 +112,9 @@ Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel *c*, wordt onder pensioenregeli a. een regeling die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend ten doel heeft de verzorging van werknemers en gewezen werknemers bij invaliditeit en ouderdom en de verzorging van hun echtgenoten en van hun minderjarige kinderen en pleegkinderen door middel van pensioen; b. een door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ingevolge het bepaalde in artikel 6, derde lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering aangewezen regeling. -**4.** Onze Minister wijzigt de bedragen, genoemd in het eerste lid, onderdelen *s* en *t*, met ingang van een door hem te bepalen dag, voor zover de ontwikkeling van het in artikel 55, eerste en tweede lid, van de Algemene bijstandswet bedoelde netto-minimumloon daartoe aanleiding geeft. +**4.** Onze Minister wijzigt de bedragen, genoemd in het tweede lid, onderdelen h en i , met ingang van een door hem te bepalen dag, voorzover de ontwikkeling van de in artikel 31, tweede lid, onderdelen j en k, van de Wet werk en bijstand genoemde bedragen, daartoe aanleiding geeft. -**5.** Onze Minister wijzigt de bedragen, genoemd in artikel 3, tweede lid, onderdelen *d* en *e*, met ingang van een door hem te bepalen dag, voorzover de ontwikkeling van de in artikel 43, tweede lid, onderdelen *l* en *m*, van de Algemene bijstandswet genoemde bedragen daartoe aanleiding geeft. +**5.** Onze Minister wijzigt het bedrag, genoemd in artikel 3, tweede lid, onderdeel d, met ingang van een door hem te bepalen dag, voorzover de ontwikkeling van het in artikel 31, tweede lid, onderdeel o, van de Wet werk en bijstand genoemde bedrag daartoe aanleiding geeft. ### Paragraaf 3. Bepaling van het inkomen @@ -141,6 +136,15 @@ b. een door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ingevolge het bep In afwijking van artikel 3, eerste lid, en artikel 7, eerste lid, wordt de eenmalige uitkering op grond van artikel XV van de Wet premieheffing over uitkeringen (*Stb.* 1986, 639) niet als opbrengst van arbeid onderscheidenlijk als inkomen in verband met arbeid beschouwd. +### Artikel 9a + +In het eerste jaar waarop de Wet werk en bijstand betrekking heeft, blijft artikel 3, tweede lid, onderdelen d en e, van toepassing op de belanghebbende ten aanzien van wie op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet werk en bijstand op grond van artikel 3, tweede lid, onderdelen d of e, een bedrag niet als opbrengst van arbeid werd beschouwd, met dien verstande dat dat bedrag wordt vermenigvuldigd met: + +a. 1, in de eerste tot en met de derde maand na de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet werk en bijstand; +b. 0,75, in de vierde tot en met de zesde maand na de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet werk en bijstand; +c. 0,5, in de zevende tot en met de negende maand na de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet werk en bijstand; +d. 0,25, in de tiende tot en met de twaalfde maand na de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet werk en bijstand. + ### Artikel 10 Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1987.