2001-03-01 | BWBR0004630 | Verplaatsingskostenbesluit 1989

This commit is contained in:
Coornhert 2001-03-01 12:00:00 +00:00
parent 27e7dc8623
commit 8a1ea78a4e

View file

@ -16,12 +16,13 @@ citeertitel: Verplaatsingskostenbesluit 1989
**1.**
Naar de regels bij of krachtens dit besluit kan
Naar de regelen bij of krachtens dit besluit kan
a. een tegemoetkoming of vergoeding worden verleend ter zake van uitgaven, gedaan in verband met een verhuizing dan wel in verband met het reizen naar en van de plaats van tewerkstelling;
b. een voorziening worden getroffen voor het reizen naar en van de plaats van tewerkstelling.
a. een tegemoetkoming worden verleend ter zake van uitgaven, gedaan in verband met een verhuizing dan wel in verband met het reizen naar en van de plaats van tewerkstelling;
b. een voorziening worden getroffen voor het reizen naar en van de plaats van tewerkstelling;
c. een bedrag in rekening worden gebracht voor in verband met het reizen naar en van de plaats van tewerkstelling getroffen voorzieningen.
**2.** Indien uit anderen hoofde reeds in enigerlei vorm aanspraak bestaat op een tegemoetkoming, vergoeding of voorziening voor de in het eerste lid bedoelde uitgaven, wordt de tegemoetkoming, vergoeding of voorziening krachtens dit besluit slechts verleend tot het bedrag, waarmee deze tegemoetkoming, vergoeding of voorziening de eerstbedoelde aanspraak overschrijdt.
**2.** Indien uit anderen hoofde reeds in enigerlei vorm aanspraak bestaat op een tegemoetkoming voor de in het eerste lid bedoelde uitgaven, wordt de tegemoetkoming krachtens dit besluit slechts verleend tot het bedrag, waarmee deze tegemoetkoming de eerstbedoelde aanspraak overschrijdt.
**3.**
@ -32,9 +33,9 @@ b. hen die krachtens Grondwet of wet voor het leven zijn benoemd;
c. commissarissen van de Koning;
d. burgemeesters;
e. de politie;
f. betrokkenen, bedoeld in artikel 51 van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC;
f. betrokkenen, bedoeld in artikel I-J 1 van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel (*Stb.* 1985, 110);
g. personeel van universiteiten, academische ziekenhuizen, organen voor postacademisch onderwijs, de Open universiteit en de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek;
h. hen die ingevolge of krachtens het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken aanspraak hebben op tegemoetkomingen ter zake van uitgaven als bedoeld in het eerste lid, of daarvoor tegemoetkomingen ontvangen op de voet van genoemd reglement.
h. hen die ingevolge of krachtens het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken (*Stb.* 1986, 611) aanspraak hebben op tegemoetkomingen ter zake van uitgaven als bedoeld in het eerste lid, of daarvoor tegemoetkomingen ontvangen op de voet van genoemd reglement.
### Artikel 2
@ -45,7 +46,7 @@ In dit besluit wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: het hoofd van het betrokken ministerie;
b. betrokkene:
1e. hij, die in burgerlijke dienst is of is geweest van het Rijk of eenvan zijn diensten, bedrijven of instellingen krachtens een aanstelling;
1e. hij, die in burgerlijke dienst is of is geweest van het Rijk of eenvan zijn diensten, bedrijven of instellingen krachtens een aanstelling of een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht;
2e. hij, die door Onze Minister als zodanig is aangemerkt in verband met werkzaamheden, die hij in het belang van het Rijk of een van zijn diensten, bedrijven of instellingen verricht of heeft verricht;
c. woonplaats: de gemeente of het bij name genoemde deel daarvan, waar de betrokkene metterwoon is gevestigd;
d. plaats van tewerkstelling: de gebruikelijke ingang van het gebouw, gebouwencomplex, terrein of vaartuig waar de betrokkene gewoonlijk zijn werkzaamheden verricht, dan wel, indien de uitoefening van het ambt zich uitstrekt over een ambtsgebied, de door het bevoegde gezag aangewezen plaats;
@ -75,11 +76,11 @@ m. levenspartner: degene met wie de niet-gehuwde ambtenaar samenwoont en - met h
Voor de toepassing van dit besluit wordt met de bezoldiging van de ambtenaar gelijkgesteld:
a) in het geval dat het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 niet op hem van toepassing is, hetgeen met de bezoldiging van de ambtenaar overeenkomt; en
b) indien de ambtenaar recht heeft op een uitkering op grond van de Ziektewet of de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de bezoldiging zoals die zou zijn genoten indien geen sprake zou zijn geweest van recht op een uitkering op grond van de Ziektewet of de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
b) indien de ambtenaar recht heeft op een uitkering op grond van de Ziektewet of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de bezoldiging zoals die zou zijn genoten indien geen sprake zou zijn geweest van recht op een uitkering op grond van de Ziektewet of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
**3.** Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel h, wordt, indien de betrokkene in het genot is van een toelage als bedoeld in de artikelen 17, 18 en 18a van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, dit bezoldigingsdeel vastgesteld op het bedrag dat de betrokkene gedurende de drie kalendermaanden voorafgaande aan het berekeningstijdstip gemiddeld per maand aan deze toelagen heeft genoten.
**3.** Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel *i*, wordt, indien de betrokkene in het genot is van een toelage als bedoeld in de artikelen 17, 18 en 18a van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, dit bezoldigingsdeel vastgesteld op het bedrag dat de betrokkene gedurende de drie kalendermaanden voorafgaande aan het berekeningstijdstip gemiddeld per maand aan deze toelagen heeft genoten.
**4.** Voor de toepassing van dit besluit worden, behoudens voor de toepassing van artikel 16, met Onze Minister gelijkgesteld: het tot aanstelling bevoegd gezag bij elk der beide Kamers der Staten-Generaal, de vice-president van de Raad van State, het College van de Algemene Rekenkamer, de Nationale ombudsman en de directeur van het Kabinet van de Koning.
**4.** Voor de toepassing van dit besluit worden, behoudens voor de toepassing van artikel 16, met Onze Minister gelijkgesteld: de voorzitters van elk der beide Kamers der Staten-Generaal, de vice-president van de Raad van State, het College van de Algemene Rekenkamer, de Nationale ombudsman en de directeur van het Kabinet der Koningin.
## Hoofdstuk II. Aanspraken op tegemoetkoming in verhuiskosten
@ -93,13 +94,25 @@ b) indien de ambtenaar recht heeft op een uitkering op grond van de Ziektewet of
**4.**
De betrokkene die, zonder dat daartoe opdracht is verleend door het bevoegd gezag, is verhuisd wordt een tegemoetkoming in verhuiskosten verleend indien hij zich met de verhuizing binnen een afstand van 10 kilometer van zijn plaats van tewerkstelling heeft gevestigd, tenzij hij in verband met de verhuizing reeds aanspraak heeft op een tegemoetkoming in verhuiskosten op grond van enige andere bepaling van dit besluit of hij voor bepaalde tijd is aangesteld of in dienst is genomen krachtens één van de volgende bepalingen:
a. artikel 6, tweede lid, onderdelen b tot en met f, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement;
b. artikel 6, tweede lid, onderdelen b tot en met f, van het Ambtenarenreglement Staten-Generaal;
c. artikel 18, vierde lid, onderdeel *b*, van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken.
**5.**
De betrokkene, die in verband met een indiensttreding is verhuisd en aan wie binnen twee jaren na de verhuizing ontslag op verzoek wordt verleend of die ten gevolge van aan hem te wijten feiten of omstandigheden binnen twee jaren na de verhuizing wordt ontslagen, dient de hem op grond van het eerste of tweede lid toegekende tegemoetkoming in verhuiskosten terug te betalen.
Overgang binnen een maand naar een andere functie binnen de rijksdienst wordt niet als een ontslag op verzoek beschouwd, tenzij de betrokkene als gevolg van die overgang opnieuw moet verhuizen met aanspraak op tegemoetkoming in verhuiskosten.
**5.** De tegemoetkoming in verhuiskosten wordt aan de betrokkene, die in verband met een indiensttreding dient te verhuizen, slechts verleend, indien hij schriftelijk heeft verklaard dat een verplichting tot terugbetalen als bedoeld in het vierde lid hem bekend is.
**6.** De betrokkene aan wie in verband met een verhuizing op grond van het vierde lid een tegemoetkoming in verhuiskosten is toegekend, dient deze tegemoetkoming terug te betalen indien hem binnen drie jaren na de verhuizing ontslag op verzoek wordt verleend of indien hij tengevolge van aan hem te wijten feiten of omstandigheden binnen drie jaren na de verhuizing wordt ontslagen dan wel indien hij, anders dan in opdracht van het bevoegde gezag, binnen drie jaren na de verhuizing wederom verhuist en zich daardoor op een afstand van 10 kilometer of meer van de plaats van tewerkstelling vestigt. Overgang binnen een maand naar een andere functie binnen de rijksdienst wordt niet als een ontslag op verzoek beschouwd, tenzij de betrokkene als gevolg van die overgang moet verhuizen met aanspraak op een tegemoetkoming in verhuiskosten.
**6.** Het vierde en vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de betrokkene als bedoeld in het derde lid.
**7.** De tegemoetkoming in verhuiskosten wordt aan de betrokkene, die in verband met een indiensttreding dient te verhuizen, slechts verleend, indien hij schriftelijk heeft verklaard dat een verplichting tot terugbetalen als bedoeld in het vijfde lid hem bekend is.
**8.** De tegemoetkoming in verhuiskosten wordt aan de betrokkene, bedoeld in het vierde lid, slechts verleend, indien hij schriftelijk heeft verklaard dat een verplichting tot terugbetalen als bedoeld in het zesde lid hem bekend is.
**9.** Het vijfde en zevende lid zijn van overeenkomstige toepassing op de betrokkene als bedoeld in het derde lid.
### Artikel 4
@ -125,7 +138,7 @@ c. het overlijden van betrokkene.
**1.** De betrokkene aan wie tijdens zijn plaatsing buiten Nederland ontslag op verzoek wordt verleend met recht op een uitkering ingevolge de Wet uitkering wegens vrijwillig vervroegd uittreden dan wel die anders dan op eigen verzoek en niet wegens aan hem te wijten feiten of omstandigheden wordt ontslagen, wordt een tegemoetkoming in de verhuiskosten voor terugkeer naar Nederland verleend.
**2.** De betrokkene, aan wie tijdens zijn plaatsing buiten Nederland ontslag op verzoek wordt verleend, anders dan ontslag op verzoek als bedoeld in het eerste lid, of die niet op verzoek wordt ontslagen als gevolg van aan hem te wijten feiten of omstandigheden, wordt volgens nader door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties te stellen regels een gedeeltelijke tegemoetkoming in verhuiskosten verleend voor terugkeer naar Nederland.
**2.** De betrokkene, aan wie tijdens zijn plaatsing buiten Nederland ontslag op verzoek wordt verleend, anders dan ontslag op verzoek als bedoeld in het eerste lid, of die niet op verzoek wordt ontslagen als gevolg van aan hem te wijten feiten of omstandigheden, wordt volgens nader door Onze Minister van Binnenlandse Zaken te stellen regelen een gedeeltelijke tegemoetkoming in verhuiskosten verleend voor terugkeer naar Nederland.
**3.** Indien de betrokkene tijdens zijn plaatsing buiten Nederland overlijdt, wordt een tegemoetkoming in verhuiskosten aan de nagelaten gezinsleden verleend voor terugkeer naar Nederland.
@ -145,9 +158,9 @@ a. Een bedrag voor de kosten van transport van de bagage en van de inboedel van
b. een bedrag voor dubbele woonkosten;
c. een bedrag voor alle andere direct uit de verhuizing voortvloeiende kosten.
Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt regels ten aanzien van de uitvoering van de onderdelen *a* en *b* van de vorige volzin, alsmede ten aanzien van de berekening van de daarin bedoelde bedragen.
Onze Minister van Binnenlandse Zaken stelt regelen ten aanzien van de uitvoering van de onderdelen *a* en *b* van de vorige volzin, alsmede ten aanzien van de berekening van de daarin bedoelde bedragen.
**2.** Indien de betrokkene op de dag van de verhuizing een eigen huishouding voert, wordt het bedrag bedoeld in het eerste lid, onderdeel *c*, voor zover bij of krachtens dit artikel niet anders is bepaald, gesteld op een tegemoetkoming van 3% van de berekeningsbasis voor ieder woon- of slaapvertrek, tot een maximum van 4 van deze vertrekken, die de achtergelaten woning telt, met dien verstande dat het bedrag een nader door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vast te stellen bedrag niet mag overschrijden.
**2.** Indien de betrokkene op de dag van de verhuizing een eigen huishouding voert, wordt het bedrag bedoeld in het eerste lid, onderdeel *c*, voor zover bij of krachtens dit artikel niet anders is bepaald, gesteld op een tegemoetkoming van 3% van de berekeningsbasis voor ieder woon- of slaapvertrek, tot een maximum van 4 van deze vertrekken, die de achtergelaten woning telt, met dien verstande dat het bedrag een nader door Onze Minister van Binnenlandse Zaken vast te stellen bedrag niet mag overschrijden.
**3.** Indien het betreft een verhuizing van een gezin, waarin de echtgenoten of levenspartners beiden betrokkenen zijn in de zin van dit besluit en afzonderlijk de opdracht hebben om te verhuizen of zijn verplaatst, wordt de tegemoetkoming berekend over de gezamenlijke berekeningsbasis. Elk van de betrokkenen heeft in dit geval aanspraak op een evenredig deel van de in de vorige volzin bedoelde tegemoetkoming.
@ -161,7 +174,7 @@ Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt regels ten aan
### Artikel 8a
Vervallen
De tegemoetkoming in verhuiskosten, bedoeld in artikel 3, vierde lid, wordt vastgesteld volgens nader door Onze Minister van Binnenlandse Zaken vast te stellen regelen.
### Artikel 9
@ -181,84 +194,92 @@ b. een bedrag voor de kosten van verzekering van de bagage en de inboedel tegen
c. een bedrag voor de kosten van het inpakken van de gehele inboedel alsmede kosten van de- en montage van meubilair en afvoer van emballage;
d. voor zover geen emballage in natura wordt verstrekt, een bedrag voor de kosten van aanschaffing van emballage zulks echter slechts onder beding dat de emballage na de verhuizing desgevorderd ter beschikking van het Rijk wordt gesteld.
**3.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan regels stellen ten aanzien van de berekening van de bedragen bedoeld in de vorige leden.
**3.** Onze Minister van Binnenlandse Zaken kan regelen stellen ten aanzien van de berekening van de bedragen bedoeld in de vorige leden.
### Artikel 10
Indien bij een verplaatsing uit, naar en buiten Nederland de door Onze Minister vastgestelde regels niet toelaten, dat de betrokkene zijn gezinsleden op rijkskosten meeneemt, bestaat slechts aanspraak op vergoeding van:
Indien bij een verplaatsing uit, naar en buiten Nederland de door Onze Minister vastgestelde regelen niet toelaten, dat de betrokkene zijn gezinsleden op rijkskosten meeneemt, bestaat slechts aanspraak op vergoeding van:
a. transportkosten van de bagage van betrokkene zelf;
b. kosten bedoeld in artikel 9, eerste en tweede lid, voor zover deze betrekking hebben op de betrokkene zelf. Voorts kan, indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, een tegemoetkoming, als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel *c*, worden verleend van 3% van de berekeningsbasis.
### Artikel 11
Bij een verplaatsing naar een land buiten Europa alsmede Kreta of IJsland en terug kan - indien de tewerkstelling aldaar naar verwachting tenminste een jaar zal duren - de tegemoetkoming in verhuiskosten mede bestaan uit een tegemoetkoming in de kosten van het transport over zee van een aan de betrokkene in eigendom behorende personenauto volgens nader door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vast te stellen regels.
Bij een verplaatsing naar een land buiten Europa alsmede Kreta of IJsland en terug kan - indien de tewerkstelling aldaar naar verwachting tenminste een jaar zal duren - de tegemoetkoming in verhuiskosten mede bestaan uit een tegemoetkoming in de kosten van het transport over zee van een aan de betrokkene in eigendom behorende personenauto volgens nader door Onze Minister van Binnenlandse Zaken vast te stellen regelen.
## Hoofdstuk IIIa. Reisvoorzieningen vanwege de dienst
### Artikel 11a
Vervallen
**1.** Het bevoegde gezag kan ter uitvoering van een vervoerplan, dat voorziet in een vermindering van de mobiliteit, in het bijzonder waar dit het individueel autogebruik betreft, voor het dagelijks reizen tussen de woning en de plaats van tewerkstelling een openbaar vervoerbewijs dan wel een openbaar vervoer vastrechtkaart verstrekken of anderszins vervoer organiseren (vervoer van overheidswege).
**2.** Het bevoegde gezag kan de betrokkene aan wie een openbaar vervoerbewijs of een openbaar vervoer vastrechtkaart is verstrekt alsmede de betrokkene die gebruik maakt van anderszins georganiseerd vervoer daarvoor een bedrag in rekening brengen.
**3.** Het bedrag, bedoeld in het tweede lid, wordt vastgesteld volgens nader door Onze Minister van Binnenlandse Zaken vast te stellen regelen.
## Hoofdstuk IV. De tegemoetkoming in reis- en pensionkosten
### Artikel 12
**1.** De betrokkene heeft aanspraak op vergoeding van de gemaakte kosten van het dagelijks reizen per openbaar vervoer tussen de woning en de plaats van tewerkstelling.
**1.** Dit artikel is van toepassing voor zover artikel 11*a* geen toepassing heeft gevonden.
**2.** In plaats van de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, kan het bevoegd gezag ook de noodzakelijke vervoerbewijzen verstrekken.
**2.** De betrokkene die geen opdracht heeft om te verhuizen, heeft aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten voor het dagelijks reizen tussen de woning en plaats van tewerkstelling, indien de te reizen afstand meer dan tien kilometer bedraagt.
**3.** Geen aanspraak op een vergoeding of verstrekking als bedoeld in het eerste of tweede lid bestaat, indien in de desbetreffende maand een tegemoetkoming wordt genoten als bedoeld in artikel 12a of 12b.
**3.** De betrokkene die opdracht van het bevoegde gezag heeft gekregen naar of naar de nabijheid van de standplaats te verhuizen en daarin, ondanks alle pogingen daartoe niet slaagt, heeft aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten voor het dagelijks reizen tussen de woning en de plaats van tewerkstelling, zolang hij bij de verhuizing in aanmerking zou kunnen komen voor een tegemoetkoming in de verhuiskosten en de te reizen afstand meer dan tien kilometer bedraagt.
**4.** Een betrokkene als bedoeld in het derde lid, die naar het oordeel van het bevoegde gezag niet dagelijks heen en weer kan reizen, heeft, tenzij van overheidswege al dan niet tegen betaling in huisvesting wordt voorzien, aanspraak op een tegemoetkoming in de pensionkosten voor verblijf in een pension in of nabij de standplaats, benevens een tegemoetkoming voor ten hoogste één maal per week in de reiskosten voor gezinsbezoek, dan wel voor reiskosten naar de plaats waar hij metterwoon nog gevestigd is. Indien de betrokkene er niet in slaagt om een pension in de standplaats te betrekken en hij zich naar het oordeel van het bevoegde gezag daartoe voldoende inspanningen heeft getroost, heeft hij tevens aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten voor het dagelijks reizen tussen het pension nabij de standplaats en de plaats van tewerkstelling.
**5.** Indien een betrokkene als bedoeld in het derde en vierde lid, naar het oordeel van het bevoegde gezag niet alles, wat redelijkerwijs van hem mag worden verwacht, heeft gedaan om zo spoedig mogelijk te verhuizen, komt hij niet langer in aanmerking voor de tegemoetkomingen als bedoeld in het derde en vierde lid.
**6.** Een betrokkene die een functie voor betrekkelijk korte duur bekleedt of voor betrekkelijk korte duur elders is geplaatst en als gevolg daarvan niet behoeft te verhuizen kan in afwijking van het tweede lid een tegemoetkoming in de reiskosten als bedoeld in het derde lid worden verleend, dan wel een tegemoetkoming overeenkomstig het vierde lid, indien de betrokkene, naar het oordeel van het bevoegde gezag niet dagelijks heen en weer kan reizen.
**7.** De betrokkene die in verband met een verplaatsing opdracht van het bevoegde gezag heeft gekregen om naar of naar de nabijheid van de toekomstige standplaats te verhuizen en die voor de datum van verplaatsing verhuist, heeft tot een maximumtermijn van drie maanden aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten voor het reizen tussen de nieuwe woning en de plaats van tewerkstelling als bedoeld in het derde lid, dan wel op de tegemoetkoming als bedoeld in het vierde lid.
**8.** De tegemoetkomingen, bedoeld in dit artikel, worden vastgesteld volgens nader door Onze Minister van Binnenlandse Zaken te stellen regelen.
**9.** Onze Minister is bevoegd om in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken ten behoeve van de betrokkenen voor wie de plaats van tewerkstelling buiten Nederland is gelegen, regelen vast te stellen, die afwijken van de in het achtste lid bedoelde regelen.
### Artikel 12a
**1.** De betrokkene die naar het oordeel van het bevoegd gezag de plaats van tewerkstelling niet of niet doelmatig per openbaar vervoer kan bereiken, heeft aanspraak op een tegemoetkoming in de gemaakte reiskosten.
**1.**
**2.**
Onze Minister kan, ter uitvoering van een vervoerplan als bedoeld in artikel 11*a*, eerste lid, de aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten voor het reizen, bedoeld in artikel 12, tweede, derde, vierde, zesde en zevende lid, beperken tot één of meer van de volgende situaties:
Voor de toepassing van het eerste lid wordt als niet of niet doelmatig bereikbaar per openbaar vervoer in ieder geval beschouwd de situatie dat een van de volgende omstandigheden zich voordoet op een of meer voor betrokkene geldende werkdagen in de desbetreffende maand:
a. er wordt tezamen met één of meer andere betrokkenen dan wel niet-betrokkenen gebruik gemaakt van een motorvoertuig;
b. er wordt gebruik gemaakt van openbare middelen van vervoer;
c. er wordt gebruik gemaakt van een fiets.
a. de afstand tussen de plaats van tewerkstelling en de dichtstbijzijnde halte van het openbaar vervoer bedraagt meer dan één kilometer;
b. het openbaar vervoer komt volgens de dienstregeling niet ten minste twee maal per uur binnen de onder a genoemde afstand van de plaats van tewerkstelling op de tijdstippen waarop de ambtenaar overeenkomstig zijn arbeidstijdpatroon, bedoeld in artikel 21, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement of artikel 37, eerste lid, van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken zijn werkzaamheden begint of beëindigt;
c. bij gebruik van het openbaar vervoer komt als gevolg van de ligging van de plaats van tewerkstelling de persoonlijke veiligheid van de ambtenaar in gevaar;
d. de bedrijfsarts is van oordeel dat om medische redenen geen gebruik kan worden gemaakt van het openbaar vervoer;
e. bij gebruik van het openbaar vervoer bedraagt de reistijd van een enkele reis twee uur of meer en wordt deze reistijd door het gebruik van eigen vervoer met ten minste 45 minuten bekort.
**2.** Onze Minister kan bepalen dat de aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten voor het reizen door een betrokkene als bedoeld in artikel 12, tweede, derde, vierde, zesde en zevende lid, niet bestaat voor zover er gebruik kan worden gemaakt van vervoer van overheidswege.
### Artikel 12b
**1.** De betrokkene die naar het oordeel van het bevoegd gezag de plaats van tewerkstelling met het openbaar vervoer kan bereiken, maar daarvan geen gebruik maakt, heeft aanspraak op een gedeelte van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 12a.
**1.**
**2.** In afwijking van het eerste lid heeft de betrokkene, die de gehele afstand tussen de woning en de plaats van tewerkstelling blijkens een schriftelijke verklaring op een of meer dagen per week per fiets aflegt, voor die dagen aanspraak op de volledige tegemoetkoming, bedoeld in artikel 12a.
Onze Minister kan, ter uitvoering van een vervoerplan als bedoeld in artikel 11*a*, eerste lid, regelen stellen krachtens welke voor betrokkene een tegemoetkoming in reiskosten wordt verstrekt die afwijkt van een krachtens artikel 12 vastgestelde tegemoetkoming indien de belanghebbende voor het reizen tussen de woning en de plaats van tewerkstelling:
**3.** De betrokkene, bedoeld in het tweede lid, legt op de dagen, genoemd in de verklaring, de afstand tussen zijn woning en de plaats van tewerkstelling per fiets af, of, bij wijze van uitzondering, per openbaar vervoer.
a. gebruik maakt van een eigen motorvoertuig tezamen met één of meer anderen;
b. meerijdt in een motorvoertuig van een ander.
### Artikel 12b1
**2.** De tegemoetkoming in reiskosten wordt in de in het eerste lid, onderdeel *b*, bedoelde situatie slechts uitbetaald aan die ander.
Vervallen
**3.** Geen tegemoetkoming als bedoeld in het eerste lid kan worden vastgesteld voor betrokkenen die op 10 kilometer of minder van de plaats van tewerkstelling woonachtig zijn.
### Artikel 12ba
**4.** De betrokkene die voor het reizen tussen de woning en de plaats van tewerkstelling meerijdt met een ander ten behoeve waarvan een tegemoetkoming als bedoeld in het eerste lid wordt verstrekt, ontvangt geen tegemoetkoming in de reiskosten als bedoeld in artikel 12.
**1.** De betrokkene die opdracht van het bevoegde gezag heeft gekregen naar of naar de nabijheid van de standplaats te verhuizen en daarin, ondanks alle pogingen daartoe, niet slaagt, heeft aanspraak op een voorziening voor, dan wel vergoeding van respectievelijk tegemoetkoming in de kosten voor het dagelijks reizen tussen de woning en de plaats van tewerkstelling als bedoeld in de artikelen 12, 12a en 12b, zolang hij bij de verhuizing in aanmerking zou kunnen komen voor een tegemoetkoming in de verhuiskosten.
**5.**
**2.** Een betrokkene, bedoeld in het eerste lid, die naar het oordeel van het bevoegde gezag niet dagelijks heen en weer kan reizen, heeft, tenzij van overheidswege al dan niet tegen betaling in huisvesting wordt voorzien, aanspraak op een tegemoetkoming in de pensionkosten voor verblijf in een pension in of nabij de standplaats, benevens een vergoeding voor ten hoogste één maal per week in de reiskosten voor gezinsbezoek, dan wel voor reiskosten naar de plaats waar hij feitelijk nog gevestigd is.
De maximale afstand tussen de woning en de plaats van tewerkstelling waarover een tegemoetkoming per afgelegde kilometer als bedoeld in het eerste lid kan worden berekend bedraagt:
**3.** De betrokkene, bedoeld in het tweede lid, heeft tevens aanspraak op een voorziening voor, dan wel vergoeding van respectievelijk tegemoetkoming in de kosten van het dagelijks reizen tussen het pension en de plaats van tewerkstelling als bedoeld in de artikelen 12, 12a en 12b.
a. 25 kilometer voor de betrokkene die geen opdracht van het bevoegde gezag heeft gekregen om te verhuizen;
b. 60 kilometer voor de betrokkene die opdracht heeft gekregen om naar of naar de nabijheid van de standplaats te verhuizen.
**4.** Indien de betrokkene, bedoeld in het eerste en tweede lid, naar het oordeel van het bevoegde gezag niet alles, wat redelijkerwijs van hem mag worden verwacht, heeft gedaan om zo spoedig mogelijk te verhuizen, komt hij niet langer in aanmerking voor de vergoeding, voorziening en tegemoetkomingen als bedoeld in het eerste respectievelijk tweede en derde lid.
**5.** De betrokkene die een functie voor betrekkelijk korte duur bekleedt of voor betrekkelijk korte duur elders is geplaatst en als gevolg daarvan niet behoeft te verhuizen, kan een vergoeding, voorziening en tegemoetkomingen overeenkomstig het eerste respectievelijk tweede en derde lid worden verleend, indien de betrokkene naar het oordeel van het bevoegde gezag niet dagelijks heen en weer kan reizen.
**6.** De betrokkene die in verband met een verplaatsing opdracht van het bevoegde gezag heeft gekregen om naar of naar de nabijheid van de toekomstige standplaats te verhuizen en die voor de datum van verplaatsing verhuist, heeft tot een maximumtermijn van drie maanden aanspraak op een vergoeding, voorziening en tegemoetkomingen als bedoeld in het eerste respectievelijk tweede en derde lid.
### Artikel 12bb
Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt bij ministeriële regeling nadere regels vast ten aanzien van de vergoeding, voorziening en tegemoetkomingen als bedoeld in de artikelen 12, 12a, 12b en 12ba.
**6.** De tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, bedraagt per afgelegde kilometer ten hoogste het bedrag vastgesteld krachtens artikel 15, tweede lid, onderdeel *c*, van de Wet op de Loonbelasting 1964 (*Stb.* 1990, 104).
## Hoofdstuk IV A. Extra tegemoetkoming in reis- of verhuiskosten
### Artikel 12c
Onze Minister kan artikel 49n van het Algemeen Rijksambtenarenreglement dan wel artikel 84n van het Ambtenarenreglement Staten-Generaal geheel of gedeeltelijk van overeenkomstige toepassing verklaren op de betrokkene, die anders dan in het kader van een reorganisatie in een andere functie wordt herplaatst of geplaatst.
Onze Minister kan artikel 49m of 49n van het Algemeen Rijksambtenarenreglement dan wel artikel 84*m* of 84*n* van het Ambtenarenreglement Staten-Generaal geheel of gedeeltelijk van overeenkomstige toepassing verklaren op de betrokkene, die anders dan in het kader van een reorganisatie in een andere functie wordt herplaatst of geplaatst.
### Artikel 12d
@ -278,9 +299,9 @@ Het bevoegde gezag kan ter zake van de in of krachtens dit besluit bedoelde tege
### Artikel 15
**1.** Onze Minister kan voor zover nodig in afwijking van de bij of krachtens dit besluit gestelde regels beslissen in individuele gevallen, waarin deze regels naar zijn oordeel niet of niet naar redelijkheid voorzien.
**1.** Onze Minister kan voor zover nodig in afwijking van de bij of krachtens dit besluit gestelde regelen beslissen in individuele gevallen, waarin deze regelen naar zijn oordeel niet of niet naar redelijkheid voorzien.
**2.** Onze Minister is bevoegd om in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ten behoeve van de betrokkene voor wie de plaats van tewerkstelling buiten Nederland is gelegen, bij ministeriële regeling regels vast te stellen, die afwijken van artikel 12bb.
**2.** Onze Minister kan ten aanzien van een door hem aan te wijzen groep van betrokkenen in afwijking van de bij of krachtens dit besluit gestelde regelen beslissen, indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven.
### Artikel 16
@ -288,11 +309,11 @@ Van de bevoegdheid tot het stellen van regels met een sterk technisch karakter k
### Artikel 17
Vervallen
Het Verplaatsingskostenbesluit 1962 (*Stb.* 150), de Verplaatsingskostenbeschikking 1962 (*Stcrt.* 119), het Reis- en Pensionkostenbesluit ongehuwd burgerlijk rijkspersoneel (*Stb.* 1970, 56) en de Reis- en pensionkostenbeschikking ongehuwd burgerlijk rijkspersoneel (*Stcrt.* 1970, 57) houden per 1 september 1989 op te gelden voor de betrokkene in de zin van dit besluit en worden ingetrokken op een door Onze Minister van Binnenlandse Zaken vast te stellen datum.
### Artikel 18
Vervallen
De betrokkene die voor de datum van inwerkingtreding van het besluit bij een verhuizing aanspraak kon maken op een tegemoetkoming in verhuiskosten op grond van het Verplaatsingskostenbesluit 1962 en voor wie de tegemoetkoming in verhuiskosten ingevolge dit besluit lager is, kan bij een verhuizing binnen zes maanden na de inwerkingtreding van dit besluit, onverminderd het bepaalde in artikel 7 van dit besluit, in aanmerking komen voor een tegemoetkoming in verhuiskosten zoals die van toepassing was voor de inwerkingtreding van dit besluit.
### Artikel 19