2021-01-01 | BWBR0014779 | Wet toezicht collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten
This commit is contained in:
parent
d54f4025b5
commit
8a6f71bb61
1 changed files with 114 additions and 46 deletions
|
|
@ -4,7 +4,7 @@ titel: Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties aut
|
|||
bwb_id: BWBR0014779
|
||||
type: wet
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2016-11-14'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2020-12-16'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0014779
|
||||
citeertitel: Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties
|
||||
auteurs- en naburige rechten
|
||||
|
|
@ -16,25 +16,26 @@ citeertitel: Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisati
|
|||
|
||||
In deze wet en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. *Onze Minister:* de Minister van Veiligheid en Justitie;
|
||||
a. *Onze Minister:* de Minister van Justitie en Veiligheid;
|
||||
b. *het College van Toezicht:* het College van Toezicht, bedoeld in artikel 2;
|
||||
c. *collectieve beheersorganisatie:* elke organisatie die in Nederland gevestigd is en die bij wet of door middel van overdracht, licentieverlening of een andere overeenkomst door meer dan één rechthebbende is gemachtigd met als hoofddoel auteursrecht of naburige rechten te beheren ten behoeve van één of meer van hen, in het gezamenlijk belang van deze rechthebbenden en die onder zeggenschap staat van zijn leden of is ingericht zonder winstoogmerk;
|
||||
d. *onafhankelijke beheersorganisatie:* iedere organisatie, niet zijnde een collectieve beheersorganisatie, die in Nederland gevestigd is en die bij wet of door middel van overdracht, licentieverlening of een andere overeenkomst door meer dan één rechthebbende is gemachtigd met als hoofddoel auteursrechten of naburige rechten te beheren, ten behoeve van één of meer rechthebbenden, in het gezamenlijk belang van deze rechthebbenden en die direct noch indirect, geheel noch gedeeltelijk onder zeggenschap staat van rechthebbenden en is ingericht met winstoogmerk;
|
||||
e. *geschillencommissie:* de geschillencommissie, bedoeld in artikel 23;
|
||||
f. *de Kaderwet:* de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen;
|
||||
g. *rechthebbende:* elke natuurlijke persoon of organisatie anders dan een collectieve beheersorganisatie die houder is van een auteursrecht of naburig recht, of krachtens een overeenkomst voor de exploitatie van rechten of bij wet aanspraak kan maken op een aandeel in de rechteninkomsten;
|
||||
h. *lid:* iedere rechthebbende of een organisatie die rechthebbenden vertegenwoordigt, met inbegrip van andere collectieve beheersorganisaties en verenigingen van rechthebbenden, die voldoet aan de lidmaatschapscriteria van de collectieve beheersorganisatie en door de collectieve beheersorganisatie is toegelaten;
|
||||
i. *rechteninkomsten:* door een collectieve beheersorganisatie namens rechthebbenden geïnde inkomsten op grond van een exclusief recht of een recht op billijke vergoeding;
|
||||
j. *beheerskosten:* de bedragen die door een collectieve beheersorganisatie in rekening worden gebracht dan wel op de rechteninkomsten of inkomsten uit belegging van rechteninkomsten ingehouden of verrekend worden om de kosten te dekken van het beheer van auteursrecht en naburige rechten;
|
||||
k. *vertegenwoordigingsovereenkomst:* iedere overeenkomst tussen collectieve beheersorganisaties waarbij één collectieve beheersorganisatie een andere collectieve beheersorganisatie belast met het beheer van rechten die zij vertegenwoordigt, met inbegrip van overeenkomsten die worden gesloten voor de multiterritoriale licentiëring van online muziekrechten;
|
||||
l. *gebruiker:* iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die handelingen uitvoert waarvoor de toestemming van, of de betaling van een billijke vergoeding aan rechthebbenden vereist is en die niet handelt als consument;
|
||||
m. *repertoire:* een werk van letterkunde, wetenschap of kunst waarvoor een collectieve of een onafhankelijke beheersorganisatie de rechten beheert;
|
||||
n. *multiterritoriale licentie:* een licentie die geldt voor het grondgebied van meer dan één lidstaat van de Europese Unie;
|
||||
o. *onlinerechten inzake muziekwerken:* elk van de rechten van een maker inzake een muziekwerk, bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Richtlijn 2001/29 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij en die zijn voorgeschreven voor de verstrekking van een onlinemuziekdienst (PbEG 2001, L 167).
|
||||
c. *algemene voorwaarden:* voorwaarden als bedoeld in artikel 231, onderdeel a, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek;
|
||||
d. *collectieve beheersorganisatie:* elke organisatie die in Nederland gevestigd is en die bij wet of door middel van overdracht, licentieverlening of een andere overeenkomst door meer dan één rechthebbende is gemachtigd met als hoofddoel auteursrecht of naburige rechten te beheren ten behoeve van één of meer van hen, in het gezamenlijk belang van deze rechthebbenden en die onder zeggenschap staat van zijn leden of is ingericht zonder winstoogmerk;
|
||||
e. *onafhankelijke beheersorganisatie:* iedere organisatie, niet zijnde een collectieve beheersorganisatie, die in Nederland gevestigd is en die bij wet of door middel van overdracht, licentieverlening of een andere overeenkomst door meer dan één rechthebbende is gemachtigd met als hoofddoel auteursrechten of naburige rechten te beheren, ten behoeve van één of meer rechthebbenden, in het gezamenlijk belang van deze rechthebbenden en die direct noch indirect, geheel noch gedeeltelijk onder zeggenschap staat van rechthebbenden en is ingericht met winstoogmerk;
|
||||
f. *geschillencommissie:* de geschillencommissie, bedoeld in artikel 23;
|
||||
g. *de Kaderwet:* de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen;
|
||||
h. *rechthebbende:* elke natuurlijke persoon of organisatie anders dan een collectieve beheersorganisatie die houder is van een auteursrecht of naburig recht, of krachtens een overeenkomst voor de exploitatie van rechten of bij wet aanspraak kan maken op een aandeel in de rechteninkomsten;
|
||||
i. *lid:* iedere rechthebbende of een organisatie die rechthebbenden vertegenwoordigt, met inbegrip van andere collectieve beheersorganisaties en verenigingen van rechthebbenden, die voldoet aan de lidmaatschapscriteria van de collectieve beheersorganisatie en door de collectieve beheersorganisatie is toegelaten;
|
||||
j. *rechteninkomsten:* door een collectieve beheersorganisatie namens rechthebbenden geïnde inkomsten op grond van een exclusief recht of een recht op billijke vergoeding;
|
||||
k. *beheerskosten:* de bedragen die door een collectieve beheersorganisatie in rekening worden gebracht dan wel op de rechteninkomsten of inkomsten uit belegging van rechteninkomsten ingehouden of verrekend worden om de kosten te dekken van het beheer van auteursrecht en naburige rechten;
|
||||
l. *vertegenwoordigingsovereenkomst:* iedere overeenkomst tussen collectieve beheersorganisaties waarbij één collectieve beheersorganisatie een andere collectieve beheersorganisatie belast met het beheer van rechten die zij vertegenwoordigt, met inbegrip van overeenkomsten die worden gesloten voor de multiterritoriale licentiëring van online muziekrechten;
|
||||
m. *gebruiker:* iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die handelingen uitvoert waarvoor de toestemming van, of de betaling van een billijke vergoeding aan rechthebbenden vereist is en die niet handelt als consument;
|
||||
n. *repertoire:* een werk van letterkunde, wetenschap of kunst waarvoor een collectieve of een onafhankelijke beheersorganisatie de rechten beheert;
|
||||
o. *multiterritoriale licentie:* een licentie die geldt voor het grondgebied van meer dan één lidstaat van de Europese Unie;
|
||||
p. *onlinerechten inzake muziekwerken:* elk van de rechten van een maker inzake een muziekwerk, bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Richtlijn 2001/29 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij en die zijn voorgeschreven voor de verstrekking van een onlinemuziekdienst (PbEG 2001, L 167).
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
**1.** Er is een College van Toezicht dat tot taak heeft toezicht uit te oefenen op de inning en de verdeling van rechteninkomsten door de collectieve beheersorganisaties. De Kaderwet, met uitzondering van de artikelen 21 en 22, is van toepassing op het College van Toezicht. Onze Minister oefent de bevoegdheden uit, bedoeld in de artikelen 12, eerste lid, en 23, eerste en tweede lid, van de Kaderwet in overeenstemming met Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Onze Minister van Economische Zaken.
|
||||
**1.** Er is een College van Toezicht dat tot taak heeft toezicht uit te oefenen op de inning en de verdeling van rechteninkomsten door de collectieve beheersorganisaties en op onafhankelijke beheersorganisaties voor zover het de in artikel 25d genoemde artikelen betreft. De Kaderwet, met uitzondering van de artikelen 18, 21 en 22, is van toepassing op het College van Toezicht. Onze Minister oefent de bevoegdheden uit, bedoeld in de artikelen 12, eerste lid, en 23, eerste en tweede lid, van de Kaderwet in overeenstemming met Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Onze Minister van Economische Zaken.
|
||||
|
||||
**2.** Het College ziet erop toe dat een collectieve beheersorganisatie voldoende is toegerust om zijn taken naar behoren uit te oefenen en bij de uitoefening van zijn werkzaamheden voldoende rekening houdt met de belangen van betalingsplichtigen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -180,7 +181,7 @@ c) de beleggingen worden deugdelijk gediversifieerd om buitensporige afhankelijk
|
|||
|
||||
**3.** Inhoudingen op rechteninkomsten zijn redelijk, staan in verhouding tot de door de collectieve beheersorganisatie aan de rechthebbenden verleende diensten, ook tot de in het vijfde lid bedoelde diensten, en worden vastgesteld op basis van objectieve criteria.
|
||||
|
||||
**4.** De collectieve beheersorganisatie streeft ernaar dat de beheerskosten voor de inning, het beheer en de verdeling van gelden niet hoger zijn dan de gerechtvaardigde en gedocumenteerde kosten, die kunnen worden vastgelegd in een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen drempel van het in een bepaald kalenderjaar geïnde of door een of meer organisaties verdeelde bedrag aan vergoedingen, bij overschrijding waarvan in het jaarverslag en ten genoegen van het College met redenen omkleed wordt aangegeven waaraan deze overschrijding te wijten is. De vast te stellen drempel zal eveneens van toepassing zijn op alle andere inhoudingen die verband houden met kosten voor het beheer van auteursrecht en naburige rechten.
|
||||
**4.** Het College van Toezicht ziet erop toe dat de beheerskosten niet hoger zijn dan de gerechtvaardigde en gedocumenteerde kosten voor het beheren van auteursrechten en naburige rechten.
|
||||
|
||||
**5.** Wanneer een collectieve beheersorganisatie sociale, culturele of educatieve diensten verleent die worden gefinancierd uit inhoudingen op de rechteninkomsten of uit andere inkomsten die voortvloeien uit de belegging van rechteninkomsten, worden dergelijke diensten geleverd op grond van billijke criteria.
|
||||
|
||||
|
|
@ -318,15 +319,15 @@ Een collectieve beheersorganisatie stelt met alle collectieve beheersorganisatie
|
|||
De volgende besluiten van een collectieve beheersorganisatie behoeven de voorafgaande schriftelijke instemming van het College van Toezicht:
|
||||
|
||||
a. een besluit tot wijziging van de statuten of tot ontbinding van de collectieve beheersorganisatie;
|
||||
b. een besluit tot vaststelling of wijziging van reglementen of modelovereenkomsten betreffende de uitoefening en handhaving van auteursrechten of naburige rechten;
|
||||
c. een besluit tot verhoging van de tarieven anders dan ingevolge een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vast te stellen indexering, overeenkomsten daaromtrent met representatieve organisaties van betalingsplichtigen of toegenomen gebruik van beschermde werken;
|
||||
b. een besluit tot vaststelling of wijziging van reglementen of algemene voorwaarden betreffende de uitoefening en handhaving van auteursrechten of naburige rechten;
|
||||
c. een besluit tot de vaststelling van een normaal toepasselijk tarief of korting voor een nieuw beheerd recht of nieuwe vorm van gebruik of tot verhoging van de tarieven, inclusief het vervallen van een korting, anders dan ingevolge een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vast te stellen indexering, overeenkomsten daaromtrent met representatieve organisaties van betalingsplichtigen of toegenomen gebruik van beschermde werken;
|
||||
d. een besluit tot vaststelling van het format waarop en het tijdsbestek waarbinnen gebruikers van een collectieve beheersorganisatie relevante informatie over het gebruik van de door de collectieve beheersorganisatie vertegenwoordigde rechten dienen te verstrekken voor de inning van de rechteninkomsten en de verdeling en uitbetaling daarvan aan rechthebbenden. Voor het vaststellen van dit besluit nemen de collectieve beheersorganisaties en de gebruikers voor zover mogelijk de vrijwillige normen van de industrie in acht.
|
||||
|
||||
**2.** Het College van Toezicht kan over besluiten als bedoeld in het eerste lid een collectieve beheersorganisatie van advies dienen. Brengt het College van Toezicht binnen acht weken na ontvangst van het verzoek om schriftelijke instemming geen advies uit, dan wordt het besluit, bedoeld in het eerste lid, geacht te zijn goedgekeurd.
|
||||
**2.** Het College van Toezicht kan over besluiten als bedoeld in het eerste lid een collectieve beheersorganisatie van advies dienen. Brengt het College van Toezicht binnen acht weken na ontvangst van het verzoek om schriftelijke instemming geen advies uit, dan wordt het besluit, bedoeld in het eerste lid, geacht te zijn goedgekeurd. Het College van Toezicht kan de termijn vanwege bijzondere omstandigheden verlengen met ten hoogste vier weken.
|
||||
|
||||
**3.** Het College van Toezicht kan slechts zijn schriftelijke instemming aan een besluit onthouden indien de collectieve beheersorganisatie binnen een door het college te bepalen periode na ontvangst van een voorafgaand advies van het college het advies niet opvolgt.
|
||||
|
||||
**4.** Het College van Toezicht onthoudt zijn goedkeuring aan een besluit tot verhoging van de tarieven, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, indien de verhoging, gelet op de in artikel 2, tweede lid, vermelde eisen, buitensporig is.
|
||||
**4.** Het College van Toezicht onthoudt zijn goedkeuring aan een besluit tot de vaststelling van een normaal toepasselijk tarief of korting voor een nieuw beheerd recht of nieuwe vorm van gebruik of tot verhoging van de tarieven, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, indien het tarief of de verhoging, gelet op de in artikel 2, tweede lid, vermelde eisen, buitensporig is. Het College van Toezicht onthoudt zijn goedkeuring niet dan nadat de geschillencommissie hieromtrent advies heeft uitgebracht.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
|
|
@ -339,7 +340,11 @@ Het College van Toezicht houdt geen toezicht op collectieve beheersorganisaties
|
|||
Een collectieve beheersorganisatie is gehouden het College van Toezicht vooraf schriftelijk te informeren over te nemen besluiten die van wezenlijke invloed zijn op de uitoefening door de collectieve beheersorganisatie van haar taken of het verlenen van bemiddeling als bedoeld in artikel 30a van de Auteurswet, waaronder:
|
||||
|
||||
a. investeringen die een door het College van Toezicht bij reglement vast te stellen bedrag te boven gaan;
|
||||
b. het oprichten of mede-oprichten van een privaatrechtelijke rechtspersoon of het deelnemen in een vennootschap.
|
||||
b. het oprichten of mede-oprichten van een privaatrechtelijke rechtspersoon of het deelnemen in een vennootschap;
|
||||
c. de vaststelling van een normaal toepasselijk tarief of korting voor een nieuw beheerd recht of nieuwe vorm van gebruik;
|
||||
d. de wijziging van een door een of meer betalingsplichtigen te betalen tarief, inclusief korting, anders dan bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c;
|
||||
e. de vaststelling of wijziging van overeenkomsten met representatieve organisaties van gebruikers;
|
||||
f. de benoeming van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
|
||||
|
||||
**2.** De leden van het College van Toezicht hebben toegang tot de kantoren van een collectieve beheersorganisatie en kunnen de algemene ledenvergadering, de vergadering van aangeslotenen en de vergaderingen van het bestuur van de collectieve beheersorganisatie bijwonen. De leden van het College hebben inzage in boeken en bescheiden en andere informatiedragers van een collectieve beheersorganisatie een en ander voor zover kennisneming daarvan noodzakelijk is voor de uitoefening van het toezicht.
|
||||
|
||||
|
|
@ -347,9 +352,11 @@ b. het oprichten of mede-oprichten van een privaatrechtelijke rechtspersoon of h
|
|||
|
||||
**4.** Indien een collectieve beheersorganisatie samenwerkt met of werkzaamheden laat verrichten door een derde, verband houdende met de inning en de verdeling van vergoedingen op grond van de Auteurswet en de Wet op de naburige rechten, blijft zij verantwoordelijk voor de uitoefening van deze taken. Zij draagt in dat geval zorg voor de beschikbaarheid voor het College van Toezicht van de financiële gegevens die relevant kunnen zijn voor de taakuitoefening van het College.
|
||||
|
||||
**5.** Het College van Toezicht kan, indien het daartoe gronden aanwezig acht, de boekhouding van een collectieve beheersorganisatie laten onderzoeken door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De kosten van dit onderzoek komen voor rekening van de collectieve beheersorganisatie.
|
||||
**5.** Gegevens of inlichtingen omtrent een collectieve beheersorganisatie of een derde als bedoeld in artikel 16, die in verband met enige werkzaamheid ten behoeve van de uitvoering van deze wet zijn verkregen, mogen uitsluitend voor de toepassing van deze wet, de Auteurswet en de Wet op de naburige rechten worden gebruikt.
|
||||
|
||||
**6.** Gegevens of inlichtingen omtrent een collectieve beheersorganisatie of een derde als bedoeld in artikel 16, die in verband met enige werkzaamheid ten behoeve van de uitvoering van deze wet zijn verkregen, mogen uitsluitend voor de toepassing van deze wet, de Auteurswet en de Wet op de naburige rechten worden gebruikt.
|
||||
### Artikel 5aa
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 5a
|
||||
|
||||
|
|
@ -450,11 +457,9 @@ De artikelen 5a tot en met 5i zijn niet van toepassing op collectieve beheersorg
|
|||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
**1.** Het College van Toezicht kan een collectieve beheersorganisatie van advies dienen.
|
||||
**1.** Het College van Toezicht kan een collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie van advies dienen.
|
||||
|
||||
**2.** Het College van Toezicht kan een collectieve beheersorganisatie aanwijzingen geven met betrekking tot de uitoefening van haar taken of het verlenen van bemiddeling als bedoeld in artikel 30a van de Auteurswet. De collectieve beheersorganisatie is gehouden overeenkomstig de aanwijzingen te handelen.
|
||||
|
||||
**3.** Het College van Toezicht kan slechts een aanwijzing geven indien de collectieve beheersorganisatie binnen een door het college te bepalen periode na ontvangst van een voorafgaand advies van het college het advies niet opvolgt.
|
||||
**2.** Het College van Toezicht kan een collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie aanwijzingen geven met betrekking tot de uitoefening van haar taken of het verlenen van bemiddeling als bedoeld in artikel 30a van de Auteurswet. De collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie is gehouden overeenkomstig de aanwijzingen te handelen.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
|
|
@ -468,9 +473,7 @@ De artikelen 5a tot en met 5i zijn niet van toepassing op collectieve beheersorg
|
|||
|
||||
**5.** Het College van Toezicht blijft ook in geval van een of meer vacatures bevoegd tot hetgeen hem is opgedragen.
|
||||
|
||||
**6.** Een lid dat een vacature vervult, wordt benoemd voor de resterende duur van de periode waarvoor het door hem vervangen afgetreden lid was benoemd.
|
||||
|
||||
**7.** Het College van Toezicht kent zoveel plaatsvervangende leden als Onze Minister nodig acht. Het vierde en zesde lid en artikel 9 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**6.** Het College van Toezicht kent zoveel plaatsvervangende leden als Onze Minister nodig acht. Het vierde lid en artikel 9 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
|
|
@ -498,13 +501,17 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
**1.** Het College van Toezicht heeft een secretaris. De secretaris is geen lid van het College van Toezicht.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister sluit, wijzigt en beëindigt de arbeidsovereenkomst met de secretaris na overleg met de voorzitter van het College van Toezicht.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
De kosten van het College van Toezicht worden door Onze Minister vergoed.
|
||||
**1.** De kosten die het College van Toezicht maakt, worden vergoed door Onze Minister.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister brengt jaarlijks vijftig procent van de kosten, bedoeld in het eerste lid, in rekening aan de collectieve beheersorganisaties en onafhankelijke beheersorganisaties.
|
||||
|
||||
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de systematiek op basis waarvan het bedrag, bedoeld in het tweede lid, over de collectieve beheersorganisaties en onafhankelijke beheersorganisaties wordt verdeeld en de bijdrage van een collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie die een deel van het kalenderjaar onder het toezicht van het College van Toezicht valt.
|
||||
|
||||
**4.** Het College van Toezicht organiseert jaarlijks een overleg met de collectieve beheersorganisaties en onafhankelijke beheersorganisaties. Ambtenaren kunnen het overleg bijwonen namens Onze Minister. Het College van Toezicht maakt het verslag van het overleg binnen een redelijke termijn na het overleg openbaar.
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
|
|
@ -520,7 +527,9 @@ Het College van Toezicht kan vertegenwoordigers van betalingsplichtigen of ander
|
|||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 18, eerste lid, eerste volzin, van de Kaderwet stelt het College van Toezicht voor 1 juli een jaarverslag op.
|
||||
**1.** Het College van Toezicht stelt jaarlijks voor 1 oktober een jaarverslag en een toezichtsrapport op. Het jaarverslag beschrijft de taakuitoefening en het gevoerde beleid. Het jaarverslag beschrijft voorts het gevoerde beleid met betrekking tot de kwaliteitszorg.
|
||||
|
||||
**2.** Het College van Toezicht zendt het jaarverslag en het toezichtsrapport aan Onze Minister en beide kamers der Staten-Generaal.
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
|
|
@ -532,26 +541,85 @@ In afwijking van artikel 18, eerste lid, eerste volzin, van de Kaderwet stelt he
|
|||
|
||||
Het College van Toezicht stelt de Europese Commissie uiterlijk op 10 april 2016 een lijst met collectieve beheersorganisaties die onder haar toezicht staan ter beschikking. Het College stelt de Europese Commissie zonder onnodige vertraging in kennis van elke wijziging in de lijst.
|
||||
|
||||
### Artikel 17a
|
||||
|
||||
**1.** Onverminderd artikel 5:45 van de Algemene wet bestuursrecht vervalt de bevoegdheid van het College van Toezicht tot het opleggen van een bestuurlijke boete of last onder dwangsom aan een collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie, indien het College van Toezicht op aanvraag van die collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie besluit tot het bindend verklaren van een door die collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie gedane toezegging.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het College van Toezicht kan een besluit nemen als bedoeld in het eerste lid, indien het:
|
||||
|
||||
a. aannemelijk acht dat het naleven van de toezegging leidt tot het beëindigen of voorkomen van een overtreding,
|
||||
b. in staat is het naleven van de toezegging te controleren, en
|
||||
c. het bindend verklaren van een toezegging doelmatiger acht dan het opleggen van een bestuurlijke boete of een last onder dwangsom.
|
||||
|
||||
**3.** De collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie dient de aanvraag voor het nemen van een besluit als bedoeld in het eerste lid in, voordat het College van Toezicht een besluit omtrent het opleggen van een bestuurlijke boete of een last onder dwangsom heeft genomen.
|
||||
|
||||
**4.** De termijn, bedoeld in artikel 5:45, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt opgeschort met ingang van de dag waarop het College van Toezicht de aanvraag ontvangt, tot de dag waarop het College van Toezicht een besluit op de aanvraag heeft genomen.
|
||||
|
||||
**5.** De collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie gedraagt zich overeenkomstig het besluit, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**6.** Het College van Toezicht bepaalt gedurende welke periode het besluit, bedoeld in het eerste lid, geldt en kan deze periode telkens verlengen.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
Het College van Toezicht kan een besluit als bedoeld in het eerste lid of een besluit tot verlenging als bedoeld in het zesde lid, wijzigen of intrekken indien:
|
||||
|
||||
a. er een wezenlijke verandering is opgetreden in de feiten waarop het besluit berust;
|
||||
b. het besluit berust op door de collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie verstrekte onvolledige, onjuiste of misleidende gegevens;
|
||||
c. de collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie in strijd met het vijfde lid handelt.
|
||||
|
||||
### Artikel 17b
|
||||
|
||||
**1.** Een collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie is op verzoek van het College van Toezicht gehouden om onderzoek te laten uitvoeren naar de uitoefening van haar taken of om een verbeterplan in te dienen. De kosten van dit onderzoek of verbeterplan komen voor rekening van de collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie.
|
||||
|
||||
**2.** Het College van Toezicht kan een collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie uitsluitend verzoeken een onderzoek te laten uitvoeren of verbeterplan in te dienen wanneer het College signalen ontvangt waaruit blijkt van gegronde redenen om te twijfelen aan een juist beleid van of juiste gang van zaken.
|
||||
|
||||
**3.** De collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie dient binnen zes weken na ontvangst van het verzoek van het College van Toezicht een onderzoeksopdracht of verbeterplan, voorzien van de goedkeuring van het orgaan dat de interne toezichtfunctie uitoefent, in bij het College van Toezicht.
|
||||
|
||||
**4.** De onderzoeksopdracht en het verbeterplan behoeven de schriftelijke instemming van het College van Toezicht. Het College van Toezicht bericht binnen vier weken na ontvangst van de onderzoeksopdracht of het verbeterplan of het zijn instemming aan de onderzoeksopdracht of het verbeterplan verleent.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
De termijn, bedoeld in het vierde lid, wordt opgeschort:
|
||||
|
||||
a. met ingang van de dag na die waarop het College van Toezicht de collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie uitnodigt de onderzoeksopdracht of het verbeterplan aan te vullen, tot de dag waarop de onderzoeksopdracht of het verbeterplan is aangevuld of de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken,
|
||||
b. gedurende de termijn waarvoor de collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie schriftelijk met uitstel heeft ingestemd,
|
||||
c. zolang de vertraging aan de collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie kan worden toegerekend, of
|
||||
d. zolang het College van Toezicht door overmacht niet in staat is instemming te verlenen.
|
||||
|
||||
**6.** Het College van Toezicht bepaalt bij zijn instemming met het verbeterplan voor welke termijn het verbeterplan geldt. De termijn bedraagt ten hoogste zes maanden. Het College van Toezicht kan de termijn met ten hoogste zes maanden verlengen.
|
||||
|
||||
**7.** Het College van Toezicht vermeldt zijn instemming met een onderzoeksopdracht of verbeterplan op zijn website.
|
||||
|
||||
**8.** De collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie is op verzoek van het College van Toezicht gehouden om de uitvoering van het verbeterplan te bespreken met het College van Toezicht.
|
||||
|
||||
**9.** De collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie brengt op verzoek van het College van Toezicht verslag uit over de uitvoering van het verbeterplan na het verstrijken van de termijn, bedoeld in het zesde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het College van Toezicht kan een collectieve beheersorganisatie aan wie de overtreding kan worden toegerekend een bestuurlijke boete opleggen:
|
||||
Het College van Toezicht kan een collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie aan wie de overtreding kan worden toegerekend een bestuurlijke boete opleggen:
|
||||
|
||||
a. bij niet-naleving van een aanwijzing als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van ten hoogste € 225.000 per overtreding, of, indien dat meer is, 5% van het totaal van de door een collectieve beheersorganisatie in het aan de beschikking voorafgaande boekjaar geïnde of voor verdeling beschikbare vergoedingen;
|
||||
b. bij overtreding van artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, van ten hoogste € 35.000 per overtreding, of, indien dat meer is, 1% van het totaal van de door een collectieve beheersorganisatie in het aan de beschikking voorafgaande boekjaar geïnde of voor verdeling beschikbare vergoedingen.
|
||||
a. van ten hoogste € 225.000 per overtreding, of, indien dat meer is, 5% van het totaal van de door een collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie in het aan de beschikking voorafgaande boekjaar geïnde of voor verdeling beschikbare vergoedingen
|
||||
|
||||
**2.** Het College van Toezicht legt geen boete op indien de collectieve beheersorganisatie aan wie de overtreding kan worden toegerekend aannemelijk maakt dat haar van de overtreding geen verwijt kan worden gemaakt.
|
||||
1°. bij niet-naleving van een aanwijzing als bedoeld in artikel 6, tweede lid,
|
||||
2°. wegens het niet of niet behoorlijk naleven van de voor de collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie geldende verplichtingen op grond van deze wet, indien binnen een tijdvak van vijf jaren voorafgaand aan de dag van overtreding een bestuurlijke boete is opgelegd en onherroepelijk geworden wegens niet-naleving van een aanwijzing als bedoeld in artikel 6, tweede lid, die betrekking had op een zelfde gedraging, of
|
||||
3°. bij overtreding van artikel 17a, vijfde lid;
|
||||
b. bij overtreding van artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in afwijking van artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht, van ten hoogste € 35.000 per overtreding, of, indien dat meer is, 1% van het totaal van de door een collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie in het aan de beschikking voorafgaande boekjaar geïnde of voor verdeling beschikbare vergoedingen.
|
||||
|
||||
**3.** Bij de vaststelling van de hoogte van de boete houdt het College van Toezicht rekening met de ernst en de duur van de overtreding. Bij een overtreding als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, vervalt de bevoegdheid tot het opleggen van een boete drie jaren na de dag waarop de overtreding is begaan. Bij een overtreding als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, vervalt de bevoegdheid tot het opleggen van een boete een jaar na de dag waarop de overtreding is begaan.
|
||||
**2.** Het College van Toezicht legt geen boete op indien de collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie aan wie de overtreding kan worden toegerekend aannemelijk maakt dat haar van de overtreding geen verwijt kan worden gemaakt.
|
||||
|
||||
**3.** Bij de vaststelling van de hoogte van de boete houdt het College van Toezicht rekening met de ernst en de duur van de overtreding. Bij een overtreding als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 1°. en 3°., vervalt de bevoegdheid tot het opleggen van een boete drie jaren na de dag waarop de overtreding is begaan. Bij een overtreding als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, vervalt de bevoegdheid tot het opleggen van een boete een jaar na de dag waarop de overtreding is begaan.
|
||||
|
||||
**4.** Het College van Toezicht draagt de opbrengst van de bestuurlijke boeten af aan Onze Minister. De afgedragen opbrengst dient ter aanwending voor door Onze Minister te bepalen doeleinden van auteursrechtbeleid in brede zin.
|
||||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
**1.** Het College van Toezicht kan een last onder dwangsom opleggen wegens niet-naleving van een aanwijzing als bedoeld in artikel 6, tweede lid, of overtreding van artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
|
||||
**1.** Het College van Toezicht kan een last onder dwangsom opleggen wegens niet-naleving van een advies als bedoeld in artikel 6, eerste lid, en van een aanwijzing als bedoeld in artikel 6, tweede lid, of overtreding van artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
|
||||
|
||||
**2.** Aan een last kunnen voorschriften worden verbonden betreffende de in artikel 2, tweede lid, aan een collectieve beheersorganisatie gestelde eisen.
|
||||
**2.** Aan een last kunnen voorschriften worden verbonden betreffende de in artikel 2, tweede lid, aan een collectieve beheersorganisatie of onafhankelijke beheersorganisatie gestelde eisen.
|
||||
|
||||
**3.** Een last geldt voor een door het College van Toezicht te bepalen termijn van ten hoogste twee jaren.
|
||||
|
||||
|
|
@ -559,7 +627,7 @@ b. bij overtreding van artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrec
|
|||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
Indien beroep wordt ingesteld tegen een besluit op grond van deze wet is, in afwijking van artikel 8:7 van de Algemene wet bestuursrecht, in eerste aanleg uitsluitend de rechtbank te ’s-Gravenhage bevoegd.
|
||||
Indien beroep wordt ingesteld tegen een besluit op grond van deze wet is, in afwijking van artikel 8:7 van de Algemene wet bestuursrecht, in eerste aanleg uitsluitend de rechtbank Den Haag bevoegd.
|
||||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
|
|
@ -583,7 +651,7 @@ c. geschillen met een andere collectieve beheersorganisatie betreffende de toepa
|
|||
|
||||
**2.** Onze Minister kan een geschillencommissie aanwijzen, voor de beslechting van geschillen, anders dan de in het eerste lid genoemde, tussen collectieve beheersorganisaties en betalingsplichtigen over de billijkheid van de hoogte en de toepassing van door collectieve beheersorganisaties in rekening gebrachte vergoedingen, met uitzondering van geschillen over de hoogte van de in de artikelen 15c, 16c en 16h van de Auteurswet bedoelde vergoedingen.
|
||||
|
||||
**3.** Bij de aanwijzing van de geschillencommissie kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de samenstelling, inrichting, procedures, bekostiging, werkwijze van en toezicht op de geschillencommissie.
|
||||
**3.** Bij de aanwijzing van de geschillencommissie kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de samenstelling, inrichting, procedures, bekostiging, werkwijze van en toezicht op de geschillencommissie. De leden van de geschillencommissie zijn onafhankelijk en deskundig op het gebied van het tot stand komen, toepassen en de billijkheid van door collectieve beheersorganisaties in rekening gebrachte vergoedingen voor gebruik van werken van letterkunde, wetenschap of kunst en ander materiaal.
|
||||
|
||||
**4.** De betalingsplichtige, rechthebbenden of de collectieve beheersorganisatie kunnen de geschillencommissie binnen een, bij de aanwijzing, bedoeld in het derde lid, te bepalen termijn verzoeken een uitspraak te doen over een geschil als bedoeld in het eerste en het tweede lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -601,7 +669,7 @@ De geschillencommissie toetst bij de beoordeling of de hoogte en de toepassing v
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De paragrafen 1, 2, 4 en 5 alsmede de artikelen 7.3, leden 1, 3, 6, 7, 8 en 9, en 7.5 van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector en de daarop berustende algemene maatregelen van bestuur alsmede de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 1.9 van die wet, zijn van overeenkomstige toepassing op collectieve beheersorganisaties, met dien verstande dat:
|
||||
De paragrafen 1, 2, 4 en 5 alsmede de artikelen 7.3, eerste, derde en vijfde tot en met tiende lid, 7.3a, 7.3b en 7.5 van de Wet normering topinkomens en de daarop berustende algemene maatregelen van bestuur alsmede de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 1.9 van die wet, zijn van overeenkomstige toepassing op collectieve beheersorganisaties, met dien verstande dat:
|
||||
|
||||
a. wordt verstaan onder topfunctionaris: de leden van de uitvoerende, adviserende en toezichthoudende organen van een collectieve beheersorganisatie alsmede de hoogste ondergeschikte of de leden van de groep hoogste ondergeschikten aan dat orgaan en degene of degenen die is of zijn belast met de dagelijkse leiding van een collectieve beheersorganisatie.
|
||||
b. de op grond van artikel 5.5, eerste lid, van die wet opgeëiste bedragen beschikbaar komen voor verdeling aan rechthebbenden, en
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue