2006-01-01 | BWBR0007230 | Uitvoeringsbesluit kostenverrekening en gegevensuitwisseling Wet waardering onroerende zaken

This commit is contained in:
Coornhert 2006-01-01 12:00:00 +00:00
parent 07e70234af
commit 8a9c9f49ab

View file

@ -34,9 +34,9 @@ e. verwerkbare gegevens: gegevens voor de afnemers die voldoen aan de door de Wa
**1.** De kosten van de Waarderingskamer komen ten laste van de afnemers. Het Rijk betaalt 25 percent, de gemeenten 50 percent en de waterschappen 25 percent.
**2.** De kosten van de waardering komen ten laste van de afnemers. Deze door de gemeenten te maken kosten worden geacht € 132 385 917 per jaar te bedragen, waarvan het Rijk 40 procent (€ 52 954 367) vergoedt, de waterschappen 15 procent (€ 19 857 887) en waarbij het restant voor rekening van de gemeenten komt. De betaling van de vergoeding van de waterschappen aan de gemeenten loopt via het Rijk.
**2.** De kosten van de waardering komen ten laste van de afnemers. Deze door de gemeenten te maken kosten worden geacht € 135 033 635 per jaar te bedragen, waarvan het Rijk 40 procent (€ 54 013 454) vergoedt, de waterschappen 15 procent (€ 20 255 045) en waarbij het restant voor rekening van de gemeenten komt. De betaling van de vergoeding van de waterschappen aan de gemeenten loopt via het Rijk.
**3.** Bij regeling van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties worden regels gesteld omtrent de verdeling over de individuele waterschappen van hetgeen de waterschappen ingevolge het tweede lid samen vergoeden, alsmede omtrent het tijdstip van de betaling aan het Rijk. Daarbij wordt de in het tweede lid bedoelde vergoeding van de waterschappen aan de gemeenten gedeeld door het totale aantal objecten in alle waterschappen samen en over de individuele waterschappen verdeeld naar rato van het aantal objecten in die individuele waterschappen. Jaarlijks doet de Unie van Waterschappen aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een opgave van het aantal objecten per individueel waterschap. Daarbij kan de Unie van Waterschappen uitgaan van het aantal objecten in een voorgaand jaar, gecorrigeerd met een volume-opslag.
**3.** Bij regeling van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties worden regels gesteld omtrent de verdeling over de individuele waterschappen van hetgeen de waterschappen ingevolge het tweede lid samen vergoeden, alsmede omtrent het tijdstip van de betaling aan het Rijk. Daarbij wordt de in het tweede lid bedoelde vergoeding van de waterschappen aan de gemeenten gedeeld door het totale aantal objecten in alle waterschappen samen en over de individuele waterschappen verdeeld naar rato van het aantal objecten in die individuele waterschappen. Jaarlijks doet de Unie van Waterschappen aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een opgave van het aantal objecten per individueel waterschap. Daarbij kan de Unie van Waterschappen uitgaan van het aantal objecten in een voorgaand jaar, gecorrigeerd met een volume-opslag.
**4.** De bedragen, genoemd in het tweede lid, worden bij het begin van een kalenderjaar bij regeling van Onze Minister aangepast vanwege een verwachte prijsmutatie met een volume-opslag. De verwachte prijsmutatie is daarbij het percentage zoals dat door het Centraal planbureau in het Centraal Economisch Plan is gepubliceerd als «prijsmutatie netto materiële overheidsconsumptie» voor het kalenderjaar. De volume-opslag wordt gesteld op 0,75 procent.
@ -88,7 +88,7 @@ Vervallen
### Artikel 7
Ten behoeve van de heffing van belastingen door de afnemers worden door het college van burgemeester en wethouder ten minste de in de bijlage vermelde gegevens geregistreerd met betrekking tot:
Ten behoeve van de heffing van belastingen door de afnemers worden door het college van burgemeester en wethouders ten minste de in de bijlage vermelde gegevens geregistreerd met betrekking tot:
a. onroerende zaken die bij de waardebepaling op grond van de wet in aanmerking worden genomen;
b. onroerende zaken waarvan de waarde op grond van artikel 120, derde lid, van de Waterschapswet bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de omslagen ter zake van gebouwde onroerende zaken buiten aanmerking worden gelaten.