2002-04-01 | BWBR0006951 | Kentekenreglement
This commit is contained in:
parent
fe1e4bb6f0
commit
8a9e0e41f1
1 changed files with 311 additions and 827 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Kentekenreglement
|
|||
bwb_id: BWBR0006951
|
||||
type: AMvB
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2025-07-01'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '1995-01-01'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0006951
|
||||
citeertitel: Kentekenreglement
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -14,114 +14,52 @@ citeertitel: Kentekenreglement
|
|||
|
||||
### Artikel 1
|
||||
|
||||
In dit besluit en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
- *bedrijfsvoorraad:* te verhandelen, bewaren of bewerken voertuigen waarvan een erkend bedrijf bedrijfsvoorraad de eigendom heeft verkregen;
|
||||
- *bedrijfsvoorraad deel I B:* deel I B van een kentekenbewijs van een bij ministeriële regeling vastgesteld model, afgegeven door een erkend bedrijf bedrijfsvoorraad, ten behoeve van voertuigen die in de bedrijfsvoorraad zijn opgenomen;
|
||||
- *bedrijfsvoorraadpas:* pas als bedoeld in artikel 48, eerste lid;
|
||||
- *bijzonder kenteken:* kenteken als bedoeld in artikel 38 van de wet;
|
||||
- *emissieklasse:* klasse van uitstoot van broeikasgassen, verontreinigende gassen en deeltjes door een voertuig;
|
||||
- *erkend bedrijf bedrijfsvoorraad:* natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een erkenning overeenkomstig artikel 62 van de wet is verleend;
|
||||
- *erkend bedrijf exportdienstverlening:* natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een erkenning overeenkomstig artikel 66a van de wet is verleend;
|
||||
- *erkend bedrijf tenaamstelling:* natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een erkenning overeenkomstig artikel 61a van de wet is verleend;
|
||||
- *handelaarskenteken:* kenteken als bedoeld in artikel 3;
|
||||
- *kentekenbewijs deel II:* deel II van een tweedelig kentekenbewijs;
|
||||
- *kentekencard:* deel I van een tweedelig kentekenbewijs afgegeven na 31 december 2013;
|
||||
- *schorsingsverslag:* uittreksel uit het kentekenregister waaruit blijkt dat een voertuig is geschorst;
|
||||
- *tenaamstellingsverslag:* uittreksel uit het kentekenregister waaruit blijkt dat een voertuig is tenaamgesteld;
|
||||
- *voertuig:* motorrijtuig of aanhangwagen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdelen c en d, van de wet;
|
||||
- *vrijwaringsbewijs:* bewijs van beëindiging van tenaamstelling in het kentekenregister;
|
||||
- *wet:*
|
||||
Wegenverkeerswet 1994;
|
||||
a. wet : Wegenverkeerswet 1994;
|
||||
b. voertuig : motorrijtuig of aanhangwagen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdelen *c* en *d*, van de wet;
|
||||
c. bijzonder kenteken: kenteken als bedoeld in artikel 38 van de wet;
|
||||
d. erkend bedrijf : natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een erkenning overeenkomstig artikel 62 van de wet is verleend;
|
||||
e. bedrijfsvoorraad : te verhandelen, bewaren of te bewerken voertuigen waarvan een erkend bedrijf de eigendom heeft verkregen;
|
||||
f. bedrijfsvoorraad deel II: deel II van een kentekenbewijs van een bij ministeriële regeling vastgesteld model, afgegeven aan een erkend bedrijf, ten behoeve van de voertuigen die in bedrijfsvoorraad zijn opgenomen;
|
||||
g. bedrijfsvoorraadpas: pas als bedoeld in artikel 48, eerste lid;
|
||||
h. handelaarskenteken: kenteken als bedoeld in artikel 3;
|
||||
i. vrijwaringsbewijs : bewijs van een bij ministeriële regeling vastgesteld model, blijkens welk aan de verplichtingen van artikel 26, tweede lid, 27, derde lid, 27, achtste lid, onderdeel *a*, 28, tweede lid, 28a, vierde lid, of 29, eerste lid, is voldaan.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. Kentekens
|
||||
|
||||
### Artikel 1a
|
||||
|
||||
Als categorieën bromfietsen, bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, van de wet waarop artikel 36 van de wet niet van toepassing is, worden, voor zover deze voertuigen voldoen aan de begripsomschrijving van bromfiets in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van de wet, vastgesteld:
|
||||
|
||||
a. motorrijtuigen met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van ten hoogste 6 km/h;
|
||||
b. motorrijtuigen die bestemd zijn om door een voetganger te worden meegevoerd, en
|
||||
c. motorrijtuigen met drie symmetrisch geplaatste wielen, waarvan een wiel aan de voorzijde en twee wielen aan de achterzijde, die voornamelijk zijn ontworpen voor gebruik buiten de wegen en voor vrijetijdsbesteding.
|
||||
|
||||
### Artikel 1b
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Als motorrijtuigen met beperkte snelheid en mobiele machines als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, van de wet worden aangewezen:
|
||||
|
||||
a. motorrijtuigen met beperkte snelheid en mobiele machines die:
|
||||
|
||||
1°. gemeten overeenkomstig de krachtens de wet vastgestelde meetmethode, met inbegrip van de breedte van een of meer verwisselbare uitrustingsstukken, niet breder zijn dan 1,3 m;
|
||||
2°. zijn voorzien van:
|
||||
|
||||
I. een door de motor aangedreven maai-installatie, bestemd voor het maaien van oppervlakten;
|
||||
II. een door de motor aangedreven veeginstallatie, bestemd voor het vegen van wegen;
|
||||
III. een door de motor aangedreven installatie om automatisch uitwerpselen op te zuigen;
|
||||
IV. een uitrustingsstuk aan de voorzijde ter verwijdering van sneeuw op het wegdek, met een minimale breedte gelijk aan de grootste breedte van het voertuig;
|
||||
V. een installatie voor het strooien op wegen ter voorkoming of bestrijding van gladheid; of
|
||||
VI. een installatie om onkruid te bestrijden, met een tankinhoud van ten minste 100 liter; en
|
||||
3°. aan de achterzijde niet zijn voorzien van:
|
||||
|
||||
I. een inrichting tot het koppelen van een aanhangwagen; of
|
||||
II. een driepuntshefinrichting;
|
||||
b. motorrijtuigen met beperkte snelheid en mobiele machines als bedoeld in onderdeel a, onder 1°, die zijn voorzien van een hefinrichting aan de voorzijde van het motorrijtuig respectievelijk de machine en waaraan geen aanhangwagen is gekoppeld;
|
||||
c. motorrijtuigen met beperkte snelheid die:
|
||||
|
||||
1°. zijn voorzien van een stuurwiel en een trekinrichting;
|
||||
2°. uitsluitend worden gebruikt in de periode van 1 juli tot en met 30 november;
|
||||
3°. een combinatie vormen met één of meer aanhangwagens die zijn ingericht voor het dragen van voorraadkisten of -kratten; en
|
||||
4°. als samenstel, inclusief lading of uitrusting, niet breder is dan 1,3 m;
|
||||
d. meeneemheftrucks; en
|
||||
e. motorrijtuigen met beperkte snelheid en mobiele machines:
|
||||
|
||||
1°. met een maximumconstructiesnelheid van minder dan 6 km/h;
|
||||
2°. op één as; of
|
||||
3°. zijnde een asfalteermachine, wals, asfaltfrees of hoogwerker zonder zitplaats, die zich bevinden op een weggedeelte waar werkzaamheden op of aan de weg plaatsvinden met dien verstande dat de motorrijtuigen respectievelijk de machines zich uitsluitend op dat weggedeelte bevinden ten behoeve van die werkzaamheden op of aan de weg.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Als aanhangwagens als bedoeld in artikel 37, tweede lid, onderdeel c, van de wet worden aangewezen:
|
||||
|
||||
a. aanhangwagens met een maximumconstructiesnelheid van niet meer dan 25 km/h die in gebruik zijn genomen voor 1 januari 2021; en
|
||||
b. aanhangwagens die niet rond een verticale as draaibaar verbonden zijn met een landbouw- of bosbouwtrekker, motorrijtuig met beperkte snelheid, mobiele machine of een met een dergelijk voertuig verbonden andere aanhangwagen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
**1.** De opgave van een kenteken geschiedt door inschrijving dan wel door tenaamstelling van een voertuig in het kentekenregister.
|
||||
**1.** De opgave van een kenteken geschiedt door afgifte van een kentekenbewijs dan wel door afgifte van een deel II of een bedrijfsvoorraad deel II van een kentekenbewijs.
|
||||
|
||||
**2.** Het kenteken bestaat uit een combinatie van letters en cijfers dan wel een combinatie van één letter en cijfers.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
Aan een erkend bedrijf bedrijfsvoorraad of aan een natuurlijke persoon of rechtspersoon als bedoeld in artikel 42, eerste lid, onderdeel b, kan, indien wordt voldaan aan hoofdstuk 5, voor de in artikel 37, derde lid, van de wet bedoelde voertuigen een kenteken worden opgegeven dat slechts één lettergroep bevat, zijnde voor:
|
||||
|
||||
a. andere motorrijtuigen dan genoemd in de onderdelen b en c de lettergroep FH, HA, HF of HH;
|
||||
b. bromfietsen de lettergroep HC;
|
||||
c. landbouw- en bosbouwtrekkers, motorrijtuigen met beperkte snelheid en mobiele machines de lettergroep LH;
|
||||
d. aanhangwagens de lettergroep OA.
|
||||
Aan een erkend bedrijf of aan een natuurlijke persoon of rechtspersoon als bedoeld in artikel 42, eerste lid, onderdeel *b*, kan voor de in artikel 37, derde lid, van de wet bedoelde voertuigen een kenteken worden opgegeven bevattende de lettergroep HA, HF of FH en twee groepen van twee cijfers, mits wordt voldaan aan hoofdstuk 5.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
**1.** Aan leden van het Koninklijk Huis en aan buitenlandse diplomaten kan een kenteken worden opgegeven bevattende de lettergroep AA onderscheidenlijk CD en aan hen die behoren tot het Internationaal Gerechtshof dan wel tot een door Onze Minister van Buitenlandse Zaken aangewezen internationale organisatie een kenteken bevattende de lettergroep CDJ.
|
||||
**1.** Aan leden van het Koninklijk Huis en aan buitenlandse diplomaten kan een kenteken worden opgegeven, bevattende de lettergroep AA, onderscheidenlijk CD, en aan hen die behoren tot het Internationaal Gerechtshof dan wel tot een door Onze Minister van Buitenlandse Zaken aangewezen internationale organisatie een kenteken, bevattende de lettergroep CDJ.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Kentekens die slechts één lettergroep van twee letters, zijnde BN of GN, bevatten, worden slechts opgegeven voor voertuigen:
|
||||
Kentekens, bevattende de lettergroep BN of GN en twee groepen van twee cijfers worden slechts opgegeven voor motorrijtuigen:
|
||||
|
||||
a. waarvoor overeenkomstig de voorschriften van Onze Minister van Financiën een vrijstelling van belasting is verleend;
|
||||
b. voor zover daar naar het gezamenlijk oordeel van Onze Minister van Financiën en de Dienst Wegverkeer aanleiding voor is; of
|
||||
c. waarvan de eigenaar of houder behoort tot het personeel van buitenlandse ambassades, consulaten en daarmee gelijkgestelde instellingen, voor zover daarvoor naar het oordeel van Onze Minister van Buitenlandse Zaken aanleiding is.
|
||||
a. waarvoor overeenkomstig de voorschriften van de Minister van Financiën een vrijstelling van belasting is verleend, of
|
||||
b. waarvan de eigenaar of houder behoort tot het personeel van buitenlandse ambassades, consulaten en daarmee gelijkgestelde instellingen, voor zover daarvoor naar het oordeel van de Minister van Buitenlandse Zaken aanleiding is.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
**3.** Kentekens, bevattende de lettergroep GV en twee groepen van twee cijfers worden slechts opgegeven voor motorrijtuigen, met uitzondering van bromfietsen, die in het grensverkeer voor landbouwdoeleinden worden gebezigd en waarvoor in Nederland geen kenteken is vereist.
|
||||
|
||||
Bijzondere kentekens kunnen voorts worden opgegeven voor voertuigen:
|
||||
**4.** Kentekens, bevattende de lettergroep HH en twee groepen van twee cijfers worden slechts opgegeven voor bromfietsen, die deelnemen aan het verkeer in landen waar voor deze voertuigen een kenteken is vereist.
|
||||
|
||||
a. die zich in verband met hun constructie uitsluitend op de weg mogen bevinden met een ontheffing van de wegbeheerder dan wel van de Dienst Wegverkeer of een vergunning van Onze Minister;
|
||||
b. die naar het oordeel van de Dienst Wegverkeer technisch in goede staat zijn, niet in Nederland geregistreerd zijn en binnen of buiten Nederland worden gebracht;
|
||||
c. die ter verkrijging van een regulier kenteken naar en van de plaats van weging en onderzoek moeten worden gereden.
|
||||
**5.** Kentekens, bevattende de lettergroep ZZ en twee groepen van twee cijfers worden slechts opgegeven voor voertuigen die zich in verband met hun constructie uitsluitend op de weg mogen bevinden met een ontheffing van de wegbeheerder dan wel van de Dienst Wegverkeer .
|
||||
|
||||
**4.** Indien naar oordeel van Onze Minister sprake is van een uitzonderlijke gelegenheid met een karakter van nationaal of internationaal belang kunnen tijdelijke kentekens worden opgegeven.
|
||||
**6.** Kentekens, bevattende twee groepen van drie letters en cijfers of een combinatie daarvan worden slechts opgegeven voor voertuigen die overeenkomstig de artikelen 31, 32 of 33 voorgoed buiten Nederland worden gebracht, mits het voertuig naar het oordeel van de Dienst Wegverkeer technisch in goede staat is.
|
||||
|
||||
**7.** Kentekens, bevattende de enkele letter A, E, H, K, L, N, P, S, T, V, W of X en twee groepen van twee cijfers worden slechts opgegeven voor voertuigen die ter verkrijging van een kentekenbewijs met één of twee lettergroepen naar en van de plaats van weging en onderzoek moeten worden gereden.
|
||||
|
||||
**8.** Kentekens, bevattende de enkele letter Z en twee groepen van twee cijfers worden slechts opgegeven voor voertuigen die binnen of buiten Nederland worden gebracht.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
|
|
@ -139,574 +77,498 @@ c. die ter verkrijging van een regulier kenteken naar en van de plaats van wegin
|
|||
|
||||
Het kentekenregister bevat uitsluitend de volgende categorieën gegevens:
|
||||
|
||||
a. de naam, de voornaam of voornamen, de adellijke titel of het predicaat, de geboortedatum, de geboorteplaats, het geboorteland, het geslacht en het adres van degene aan wie het kenteken is dan wel was opgegeven;
|
||||
a. de naam, de voornaam of, in geval van meer voornamen, de eerste voornaam en de beginletters van de overige voornamen, de geboortedatum, de geboorteplaats, het geboorteland, het geslacht en het adres van degene aan wie het kenteken is dan wel was opgegeven;
|
||||
b. de naam, het adres en het inschrijvingsnummer bij de Kamer van Koophandel van de rechtspersoon waaraan het kenteken is dan wel was opgegeven;
|
||||
c. de naam, de voornaam of voornamen, de geboortedatum, de geboorteplaats, het geboorteland, het geslacht en het adres van degene die bij de aanvraag van een inschrijving of tenaamstelling als gemachtigde van een rechtspersoon is opgetreden;
|
||||
c. de naam, de voornaam of, in geval van meer voornamen, de eerste voornaam en de beginletters van de overige voornamen, de geboortedatum, de geboorteplaats, het geboorteland, het geslacht en het adres van degene die bij de aanvraag van een kentekenbewijs als gemachtigde van een rechtspersoon is opgetreden;
|
||||
d. de naam en het adres van degene die een voertuig waarvoor nog geen kenteken is opgegeven, op Nederlands grondgebied heeft gebracht of in Nederland heeft vervaardigd;
|
||||
e. de naam, het adres en de gegevens omtrent het legitimatiebewijs van degene die een voertuig voorgoed buiten Nederland brengt;
|
||||
f. gegevens omtrent bij de aanvraag van een inschrijving of tenaamstelling alsmede bij de aanvraag van een kentekenbewijs overgelegde legitimatiebewijzen;
|
||||
g. gegevens omtrent:
|
||||
|
||||
1°. de inschrijving en tenaamstelling en het verval van de tenaamstelling;
|
||||
2°. de afgifte, uitreiking en ongeldigverklaring van het kentekenbewijs; en
|
||||
3°. het verbod, bedoeld in artikel 48, zevende lid, van de wet;
|
||||
h. gegevens omtrent de erkenning bedrijfsvoorraad, de erkenning exportdienstverlening en de erkenning tenaamstelling, bedoeld in respectievelijk de artikelen 61a, 62 en 66a van de wet;
|
||||
f. gegevens omtrent bij de aanvraag van een kentekenbewijs overgelegde legitimatiebewijzen;
|
||||
g. gegevens omtrent de afgifte, de invordering alsmede de ongeldigverklaring van het kentekenbewijs;
|
||||
h. gegevens omtrent de erkenning bedrijfsvoorraad, bedoeld in hoofdstuk IV, paragraaf 5 van de wet;
|
||||
i. gegevens omtrent de schorsing, bedoeld in hoofdstuk IV, paragraaf 6 van de wet;
|
||||
j. gegevens omtrent de verplichting tot periodieke keuring, bedoeld in hoofdstuk V van de wet;
|
||||
k. gegevens ten behoeve van de heffing van de motorrijtuigenbelasting, bedoeld in de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 en de belasting, bedoeld in de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992;
|
||||
l. gegevens omtrent voertuigen die zijn of waren te naam gesteld alsmede voertuigen die op Nederlands grondgebied zijn gebracht of in Nederland zijn vervaardigd, die nog niet zijn ingeschreven of te naam gesteld;
|
||||
m. gegevens omtrent het bepaalde in andere wettelijke regelingen ten aanzien van voertuigen dan de wet en de in onderdeel k bedoelde wettelijke regelingen;
|
||||
n. gegevens omtrent in het buitenland geregistreerde voertuigen waarvoor inschrijving of tenaamstelling wordt verzocht;
|
||||
o. gegevens omtrent typegoedkeuringen van voertuigen, voertuigonderdelen en uitrustingsstukken;
|
||||
p. gegevens in verband met het verwerken van gegevens in het kader van het kentekenregister alsmede het gebruiken van deze gegevens door belanghebbenden;
|
||||
q. gegevens van administratieve aard, verband houdende met de tenaamstelling van voertuigen;
|
||||
r. gegevens omtrent de vermissing van voertuigen en de aangifte van diefstal of verduistering van voertuigen;
|
||||
s. het burgerservicenummer, het administratienummer, bedoeld in artikel 4.9 van de Wet basisregistratie personen, en het door de Dienst Wegverkeer in het kader van het kentekenregister toegekende persoonsidentificatienummer;
|
||||
t. het gegeven dat degene op wiens naam een voertuig is geregistreerd is overleden;
|
||||
u. het gegeven dat ten aanzien van een te naam gesteld voertuig niet is voldaan aan de verplichting tot het betalen van motorrijtuigenbelasting als bedoeld in de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994, of de verplichtingen inzake opgelegde administratieve sancties als bedoeld in de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften; en
|
||||
v. gegevens omtrent processen-verbaal van inbeslagneming, bedoeld in artikel 440 en artikel 442 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
|
||||
l. gegevens omtrent voertuigen waarvoor een kenteken is dan wel was opgegeven alsmede voertuigen die op Nederlands grondgebied zijn gebracht of in Nederland zijn vervaardigd, waarvoor nog geen kenteken is opgegeven;
|
||||
m. gegevens omtrent het bepaalde in andere wettelijke regelingen ten aanzien van voertuigen dan de wet en de in onderdeel *k* bedoelde wettelijke regelingen;
|
||||
n. gegevens omtrent in het buitenland geregistreerde voertuigen waarvoor de opgave van een kenteken wordt verzocht;
|
||||
o. gegevens in verband met het verstrekken en gebruiken van gegevens uit het kentekenregister;
|
||||
p. gegevens van administratieve aard, verband houdende met de tenaamstelling van kentekens;
|
||||
q. gegevens omtrent de vermissing van voertuigen en de aangifte van diefstal of verduistering van voertuigen;
|
||||
r. het sociaal-fiscaal nummer, het GBA-nummer en het door de houder van het kentekenregister toegekende persoonsidentificatienummer;
|
||||
s. het gegeven dat degene aan wie een kenteken is opgegeven, is overleden, en
|
||||
t. het gegeven dat ten aanzien van een voertuig waarvoor een kenteken is opgegeven, niet is voldaan aan de verplichting tot het betalen van motorrijtuigenbelasting als bedoeld in de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994, of de verplichtingen inzake opgelegde administratieve sancties als bedoeld in de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften.
|
||||
|
||||
**2.** Het kentekenregister bevat voorts gegevens omtrent emissieklassen van voertuigen, volgens de tabellen in de bijlage.
|
||||
|
||||
**3.** De in het eerste lid bedoelde gegevens worden, voor zover zij verband houden met een tenaamstelling, maximaal negen jaar na het verval van de tenaamstelling in het kentekenregister bewaard. De overige gegevens worden gedurende een door de Dienst Wegverkeer vastgestelde periode bewaard.
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde gegevens worden, voor zover zij verband houden met een tenaamstelling, maximaal negen jaar na het verval van de tenaamstelling in het kentekenregister bewaard. De overige gegevens worden gedurende een door de Dienst Wegverkeer vastgestelde periode bewaard.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Als authentieke gegevens of categorieën daarvan als bedoeld in artikel 42a, derde lid, van de wet worden aangewezen gegevens omtrent:
|
||||
|
||||
a. inschrijving en tenaamstelling van een voertuig in het kentekenregister bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdelen f en u;
|
||||
b. een natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een erkenning bedrijfsvoorraad, een erkenning exportdienstverlening of een erkenning tenaamstelling, bedoeld in respectievelijk de artikelen 61a, 62 en 66a van de wet, is verleend;
|
||||
c. voertuigstatus;
|
||||
d. aansprakelijkheid;
|
||||
e. uitvoering en constructie van een voertuig;
|
||||
f. milieuaspecten van een voertuig; of
|
||||
g. gebruik van een voertuig.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Als gevoelige gegevens worden aangewezen gegevens of combinaties van gegevens die zijn aan te merken als:
|
||||
|
||||
a. persoonsgegevens;
|
||||
b. gegevens waarvan de verstrekking een nadelig effect kan hebben op de concurrentiepositie van een onderneming, waaronder in elk geval worden verstaan voertuigidentificerende gegevens in combinatie met gegevens ten aanzien van een rechtspersoon omtrent:
|
||||
|
||||
1°. naam, adres en vestigingsplaats;
|
||||
2°. datum van oprichting en opheffing;
|
||||
3°. aan de rechtspersoon gerelateerde nummers en coderingen, en
|
||||
4°. rechtspersoonsstatus.
|
||||
c. gegevens waarvan de verstrekking het risico van handelen in strijd met een wettelijk voorschrift met zich brengt waaronder in elk geval worden verstaan gegevens omtrent:
|
||||
|
||||
1°. identificatie en registratie van een voertuig;
|
||||
2°. diefstal van een voertuig;
|
||||
3°. aansprakelijkheden met betrekking tot het voertuig;
|
||||
4°. Inschrijving- of tenaamstellingsstatus, en
|
||||
5°. voertuigstatus.
|
||||
|
||||
**3.** Niet-gevoelige gegevens zijn alle gegevens die niet op grond van het tweede lid als gevoelig zijn aangewezen.
|
||||
De dagelijkse leiding van het register berust bij de houder van het kentekenregister.
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
De Dienst Wegverkeer bepaalt de wijze waarop:
|
||||
|
||||
a. overheidsorganen als bedoeld in artikel 41a, eerste lid, onderdeel a, van de wet een melding als bedoeld in artikel 43c, eerste lid, van de wet doen;
|
||||
b. een authentiek gegeven als bedoeld in artikel 41a, eerste lid, onderdeel c, van de wet «in onderzoek» wordt geplaatst als bedoeld in artikel 43c, derde lid, van de wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 8a
|
||||
|
||||
Uit het kentekenregister worden door de Dienst Wegverkeer gevoelige gegevens verstrekt aan:
|
||||
|
||||
a. met de registratie van voertuigen belaste autoriteiten buiten Nederland ten behoeve van de registratie van voertuigen aldaar;
|
||||
b. autoriteiten buiten Nederland die zijn belast met de handhaving van verkeersregels, de opsporing van verkeersovertredingen en de heffing van parkeerbelasting of andere heffingen inzake het gebruik van de weg;
|
||||
c. met de toelating van voertuigen belaste autoriteiten buiten Nederland, omtrent typen voertuigen, voertuigsystemen, voertuigonderdelen of technische eenheden en omtrent de uitstoot van verontreinigde gassen en deeltjes;
|
||||
d. autoriteiten buiten Nederland en instellingen van volkenrechtelijke organisaties voor zover dit ter uitvoering van een verdrag of een bindend besluit van een volkenrechtelijke organisaties vereist is.
|
||||
De in artikel 43, eerste lid, van de wet bedoelde autoriteiten doen mededeling aan de houder van het kentekenregister van de hun in de uitoefening van hun functie ter kennis gekomen feiten, ingeval deze feiten aanleiding kunnen zijn om tot wijziging of aanvulling van de in het kentekenregister opgenomen gegevens over te gaan dan wel anderszins van belang kunnen zijn voor de juistheid van deze gegevens.
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
Voor de verstrekking van gegevens op grond van artikel 44 van de wet worden belanghebbenden onderscheiden in:
|
||||
|
||||
Aan de volgende personen en instanties kunnen gevoelige gegevens worden verstrekt:
|
||||
|
||||
a. door Onze Minister of, in geval van verstrekking van gegevens omtrent de aangifte van diefstal of verduistering van een voertuig, door Onze Minister en Onze Minister van Justitie en Veiligheid gezamenlijk dan wel, in geval van verstrekking van gegevens omtrent de verplichtingen, bedoeld in artikel 20, eerste lid, onderdeel a, respectievelijk onderdeel b, door Onze Minister en Onze Minister van Financiën, respectievelijk Onze Minister en Onze Minister van Justitie en Veiligheid, gezamenlijk aangewezen beroepsbeoefenaren of categorieën van beroepsbeoefenaren;
|
||||
b. door Onze Minister of, in geval van verstrekking van gegevens omtrent de aangifte van diefstal of verduistering van een voertuig, door Onze Minister en Onze Minister van Justitie en Veiligheid gezamenlijk aangewezen informatieproviders;
|
||||
c. belanghebbenden, niet zijnde personen en instanties als bedoeld in de onderdelen a en b, en
|
||||
d. onderzoeks- en onderwijsinstellingen, ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek voor zover zij aantonen dat dit onderzoek namens of in opdracht van een overheidsorgaan wordt uitgevoerd en die gegevens noodzakelijk zijn voor dat onderzoek.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Onverminderd de artikelen 11 tot en met 14 kunnen met betrekking tot gevoelige gegevens als bedoeld in artikel 7, tweede lid, bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld die betrekking hebben op:
|
||||
|
||||
a. de personen en instanties, bedoeld in het eerste lid, aan wie wordt verstrekt;
|
||||
b. de gevallen waarin wordt verstrekt;
|
||||
c. de voorwaarden waaronder wordt verstrekt, of
|
||||
d. de doeleinden waarvoor wordt verstrekt.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent het gebruik van de aan de in het eerste lid genoemde personen en instanties verstrekte gegevens. Daarbij kunnen beperkingen aan het gebruik worden gesteld alsmede voorschriften ten aanzien van de beveiliging van de verstrekte gegevens en voorschriften voor het verlenen van medewerking aan het toezicht door de Dienst Wegverkeer.
|
||||
a. particulieren,
|
||||
b. door Onze Minister of, in geval van verstrekking van gegevens omtrent de aangifte van diefstal of verduistering van een voertuig, door Onze Minister en Onze Minister van Justitie gezamenlijk dan wel, in geval van verstrekking van gegevens omtrent de verplichtingen, bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdeel a, respectievelijk onderdeel b, door Onze Minister en Onze Minister van Financiën, respectievelijk Onze Minister en Onze Minister van Justitie, gezamenlijk aangewezen beroepsbeoefenaren of categorieën van beroepsbeoefenaren,
|
||||
c. personen of instanties met een publiekrechtelijke taak, niet zijnde autoriteiten als bedoeld in artikel 43, eerste lid, van de wet, en
|
||||
d. door Onze Minister of, in geval van verstrekking van gegevens omtrent de aangifte van diefstal of verduistering van een voertuig, door Onze Minister en Onze Minister van Justitie gezamenlijk aangewezen organisaties die de belangen van de automobielbranche behartigen.
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
**1.** De aanvraag tot het verstrekken van gegevens geschiedt op door de Dienst Wegverkeer te bepalen wijze en onder opgave van de reden, waarbij de identiteit van de aanvrager met voldoende zekerheid door deze dienst kan worden vastgesteld.
|
||||
**1.** De aanvraag tot het verstrekken van gegevens wordt schriftelijk ingediend bij de houder van het kentekenregister onder opgave van de naam en het adres van de aanvrager alsmede de redenen van de aanvraag.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de aanvrager persoonlijk bij de Dienst Wegverkeer verschijnt teneinde een aanvraag tot het verstrekken van gegevens in te dienen, legitimeert deze zich ten genoege van deze dienst.
|
||||
**2.** De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt niet in behandeling genomen dan nadat het door de Dienst Wegverkeer vastgestelde tarief is voldaan.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien de aanvraag wordt ingediend door belanghebbenden als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdelen a of b, mits overeenkomstig het door de Dienst Wegverkeer bepaalde, is vastgesteld dat de aanvrager tot één van de genoemde categorieën behoort en voldoende zekerheid is verkregen omtrent diens identiteit.
|
||||
**3.** Indien de aanvrager persoonlijk bij de houder van het kentekenregister verschijnt teneinde een aanvraag tot het verstrekken van gegevens in te dienen, legitimeert deze zich ten genoege van de houder.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van het eerste tot en met derde lid hoeft bij de aanvraag van niet-gevoelige gegevens geen reden voor de aanvraag te worden opgegeven noch is vaststelling van de identiteit van de aanvrager noodzakelijk.
|
||||
**4.** Het eerste en derde lid zijn niet van toepassing indien de aanvraag wordt ingediend door belanghebbenden als bedoeld in artikel 9, onderdelen b, c of d, mits overeenkomstig het door de Dienst Wegverkeer bepaalde, is vastgesteld dat de aanvrager tot één van de genoemde categorieën behoort en voldoende zekerheid is verkregen omtrent diens identiteit.
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
**1.** Nadat een belanghebbende als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, een verzoek om verstrekking van persoonsgegevens heeft ingediend, vraagt de Dienst Wegverkeer aan betrokkene toestemming voor de verstrekking van deze gegevens. Deze dienst geeft daarbij aan voor welke doeleinden de verstrekking is verzocht.
|
||||
**1.** Nadat een belanghebbende als bedoeld in artikel 9, onderdeel a, een verzoek om verstrekking van persoonsgegevens als bedoeld in artikel 1 van de Wet persoonsregistraties heeft ingediend, vraagt de houder van het kentekenregister schriftelijk toestemming voor de verstrekking van deze gegevens aan degene op wie de gegevens betrekking hebben. De houder geeft daarbij aan voor welke doeleinden de verstrekking is verzocht.
|
||||
|
||||
**2.** Het vragen van toestemming blijft achterwege indien uit het kentekenregister blijkt dat betrokkene zijn toestemming aan elke verstrekking aan belanghebbenden als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, heeft onthouden, dan wel indien het voertuig waarop de aanvraag betrekking heeft, blijkens door de Dienst Wegverkeer aangewezen bescheiden is betrokken bij een verkeersongeval waarbij aan de aanvrager schade is toegebracht.
|
||||
**2.** Het vragen van toestemming blijft achterwege indien uit het kentekenregister blijkt dat degene op wie de gegevens betrekking hebben zijn toestemming aan elke verstrekking aan belanghebbenden als bedoeld in artikel 9, onderdeel a, heeft onthouden, dan wel indien het voertuig waarop de aanvraag betrekking heeft, blijkens door de Dienst Wegverkeer aangewezen bescheiden is betrokken bij een verkeersongeval waarbij aan de aanvrager schade is toegebracht.
|
||||
|
||||
**3.** Aan belanghebbenden als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, worden persoonsgegevens niet verstrekt indien betrokkene zijn toestemming daaraan onthoudt, dan wel zijn toestemming aan elke verstrekking aan desbetreffende belanghebbenden heeft onthouden.
|
||||
**3.** Aan belanghebbenden als bedoeld in artikel 9, onderdeel a, worden persoonsgegevens niet verstrekt indien degene op wie deze gegevens betrekking hebben zijn toestemming daaraan onthoudt, dan wel zijn toestemming aan elke verstrekking aan particulieren heeft onthouden.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van het derde lid worden aan belanghebbenden als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, de gevraagde gegevens zonder toestemming van betrokkene verstrekt, indien het voertuig waarop de aanvraag betrekking heeft, blijkens door de Dienst Wegverkeer aangewezen bescheiden, is betrokken bij een verkeersongeval waarbij aan de aanvrager schade is toegebracht.
|
||||
|
||||
**5.** In afwijking van het eerste lid blijft het vragen van toestemming achterwege indien het een aanvraag betreft door degene die als eigenaar van het desbetreffende voertuig in het kentekenregister staat geregistreerd tot verstrekking van persoonsgegevens met betrekking tot de houder aan wie het kentekenbewijs is afgegeven.
|
||||
**4.** In afwijking van het derde lid worden aan belanghebbenden als bedoeld in artikel 9, onderdeel a, de gevraagde gegevens zonder toestemming van degene op wie de gegevens betrekking hebben verstrekt, indien het voertuig waarop de aanvraag betrekking heeft, blijkens door de Dienst Wegverkeer aangewezen bescheiden, is betrokken bij een verkeersongeval waarbij aan de aanvrager schade is toegebracht.
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
Aan beroepsbeoefenaren of categorieën van beroepsbeoefenaren als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, worden de gevraagde gegevens verstrekt, voor zover zij deze gegevens beroepshalve nodig hebben voor het realiseren van rechten en plichten met betrekking tot het desbetreffende voertuig of de eigenaar dan wel houder daarvan, die voor de aanvrager of diens cliënt bestaan of kunnen ontstaan, voortvloeiend uit wettelijk voorschrift of uit overeenkomst, een en ander voor zover bij de aanwijzing, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, is bepaald.
|
||||
Aan belanghebbenden als bedoeld in artikel 9, onderdeel b, worden de gevraagde gegevens verstrekt, voor zover zij deze gegevens beroepshalve nodig hebben voor het realiseren van rechten en plichten met betrekking tot het desbetreffende voertuig die voor de aanvrager of diens cliënt bestaan of kunnen ontstaan, voortvloeiend uit wettelijk voorschrift of uit overeenkomst, een en ander voor zover bij de aanwijzing, bedoeld in artikel 9, onderdeel b, is bepaald.
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
**1.** Aan rechtspersonen kunnen gevoelige gegevens worden verstrekt met betrekking tot de motorrijtuigen en aanhangwagens ten aanzien waarvan de desbetreffende rechtspersoon als eigenaar dan wel houder in het kentekenregister staat geregistreerd.
|
||||
|
||||
**2.** In aanvulling op het eerste lid kunnen aan degene die in het kentekenregister staat geregistreerd als eigenaar van een voertuig waarvan het kentekenbewijs is afgegeven aan een houder, gevoelige gegevens als bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdelen b en c, die betrekking hebben op de houder of diens voertuig worden verstrekt.
|
||||
Aan belanghebbenden als bedoeld in artikel 9, onderdeel c, worden de gevraagde gegevens verstrekt, voor zover zij deze gegevens behoeven voor de uitvoering van hun taak en de persoonlijke levenssfeer van degene op wie de gegevens betrekking hebben daardoor niet onevenredig wordt geschaad.
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Aan informatieproviders bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, kunnen op aanvraag bij ministeriële regeling bepaalde gevoelige gegevens worden verstrekt in overeenstemming met de aanwijzing als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b. De verstrekking van gevoelige gegevens vindt slechts plaats ten behoeve van:
|
||||
Aan belanghebbenden als bedoeld in artikel 9, onderdeel *d*, worden de gevraagde gegevens verstrekt, voor zover zij deze gegevens behoeven voor:
|
||||
|
||||
a. statistische doeleinden;
|
||||
b. bij de aanwijzing als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, aangewezen voertuiginformatiesystemen ten behoeve van de voertuigbranche, of
|
||||
c. andere bij ministeriële regeling te bepalen doeleinden.
|
||||
a. het verrichten van activiteiten die verband houden met een goede uitvoering van de wet,
|
||||
b. wetenschappelijk onderzoek en statistiek, dan wel
|
||||
c. voertuiginformatiesystemen ten behoeve van de automobielbranche, een en ander voor zover bij de aanwijzing, bedoeld in artikel 9, onderdeel *d*, is bepaald.
|
||||
|
||||
**2.** Aan de in het eerste lid bedoelde informatieproviders worden uitsluitend gegevens verstrekt die de situatie weergeven op het moment van de verstrekking.
|
||||
**2.** Aan de in het eerste lid bedoelde belanghebbenden worden uitsluitend gegevens verstrekt die de situatie weergeven op het moment van de verstrekking.
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
De personen en instanties als bedoeld in artikel 9, eerste lid, mogen de aan hen verstrekte gevoelige gegevens slechts gebruiken voor de doeleinden waarvoor zij zijn verstrekt.
|
||||
**1.** Belanghebbenden als bedoeld in artikel 9, onderdelen *a, b* en *c*, mogen de aan hen verstrekte gegevens uitsluitend gebruiken voor de doeleinden waarvoor zij zijn verstrekt.
|
||||
|
||||
**2.** Belanghebbenden als bedoeld in artikel 9, onderdeel *d*, mogen de aan hen verstrekte gegevens gebruiken voor de doeleinden waarvoor zij zijn verstrekt. Daarnaast mogen zij de aan hen verstrekte gegevens, met uitzondering van die omtrent de aangifte van diefstal of verduistering van een voertuig, gebruiken voor bij ministeriële regeling aangewezen doeleinden, indien degene op wie de gegevens betrekking hebben tegen een dergelijk gebruik geen bezwaar heeft gemaakt.
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
Op verzoek van betrokkene wordt in het kentekenregister geregistreerd dat hij zijn toestemming onthoudt aan de verstrekking van op hem betrekking hebbende gevoelige gegevens aan belanghebbenden als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c.
|
||||
Op verzoek van degene van wie gegevens in het kentekenregister zijn opgenomen, wordt in het kentekenregister geregistreerd dat:
|
||||
|
||||
### Artikel 16a
|
||||
a. hij zijn toestemming onthoudt aan elke verstrekking van op hem betrekking hebbende gegevens aan belanghebbenden als bedoeld in artikel 9, onderdeel a,
|
||||
b. op hem betrekking hebbende gegevens door belanghebbenden als bedoeld in artikel 9, onderdeel d, niet gebruikt worden voor de in artikel 15, tweede lid, bedoelde, bij ministeriële regeling aangewezen, doeleinden.
|
||||
|
||||
Het tarief, bedoeld in artikel 45a, derde lid, van de wet wordt in rekening gebracht in bij ministeriële regeling te bepalen gevallen aan in die ministeriële regeling aangewezen personen en instanties of categorieën daarvan.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 4. Inschrijven in het kentekenregister en tenaamstelling
|
||||
## Hoofdstuk 4. Kentekenbewijzen
|
||||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
**1.** In verband met de tenaamstelling van een voertuig in het kentekenregister wordt een kentekencard en een kentekenbewijs deel II afgegeven en een tenaamstellingscode verstrekt. De Dienst Wegverkeer houdt het kentekenbewijs deel II in bewaring.
|
||||
**1.** Een driedelig kentekenbewijs bestaat uit een deel I, een deel II en een overschrijvingsbewijs.
|
||||
|
||||
**2.** Het kentekenbewijs deel II wordt aan de eigenaar of houder van een voertuig uitgereikt ten behoeve van het voorgoed buiten Nederland brengen van het voertuig.
|
||||
**2.** Een driedelig kentekenbewijs, voor een voertuig in bedrijfsvoorraad afgegeven aan een erkend bedrijf, bestaat uit een deel I, een bedrijfsvoorraad deel II en een overschrijvingsbewijs.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid wordt geen kentekenbewijs deel II afgegeven voor voertuigen waarvoor een kenteken is opgegeven als bedoeld in artikel 3 of artikel 4, eerste of tweede lid of derde lid, onderdeel b of c.
|
||||
**3.** Een kentekenbewijs, bevattende de lettergroep AA, CD, CDJ dan wel de lettergroep FH, HA of HF en twee groepen van twee cijfers bestaat uit een deel I.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van het tweede lid wordt geen deel II uitgereikt aan de eigenaar, respectievelijk de houder van een voertuig, indien uit het kentekenregister blijkt dat het recht op uitreiking van het kentekenbewijs deel II is voorbehouden aan de houder, respectievelijk de eigenaar.
|
||||
**4.** Een kentekenbewijs, bevattende de lettergroep HH of GV en twee groepen van twee cijfers dan wel de enkele letter A, E, H, K, L, N, P, S, T, V, W, X of Z en twee groepen van twee cijfers alsmede een kentekenbewijs, bevattende een kenteken als bedoeld in artikel 4, zesde lid, bestaat uit een deel I.
|
||||
|
||||
**5.** De afgifte van een kentekenbewijs geschiedt niet elektronisch.
|
||||
**5.** Een kentekenbewijs, bevattende de lettergroep BN of GN en twee groepen van twee cijfers, bestaat uit een deel I.
|
||||
|
||||
**6.** In bij ministeriële regeling te bepalen gevallen kan worden afgeweken van het vijfde lid, indien de aanvraag van een kentekenbewijs betrekking heeft op een kenteken als bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdeel b.
|
||||
**6.** Een kentekenbewijs dat wordt afgegeven indien met betrekking tot het voertuig bij een in artikel 22 of 26 van de wet bedoelde keuring niet kan worden vastgesteld dan wel slechts op termijn kan worden vastgesteld of dat voertuig al dan niet voldoet aan de voor toelating tot het verkeer op de weg vastgestelde eisen en afgifte naar het oordeel van de Dienst Wegverkeer verantwoord is, bestaat uit een deel I.
|
||||
|
||||
**7.** Aan deel I van een kentekenbewijs kan bij de afgifte daarvan een bijlage worden toegevoegd, bevattende gegevens met betrekking tot het voertuig; deze bijlage maakt deel uit van het deel I.
|
||||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
Voor voertuigen waarvoor een van de in artikel 17, derde lid, bedoelde kentekens is opgegeven, verstrekt de Dienst Wegverkeer geen tenaamstellingscode.
|
||||
**1.** Het ingevolge artikel 6.16, eerste lid, van het Voertuigreglement afgegeven ontvangstbewijs treedt voor het deel I van het kentekenbewijs in de plaats zolang geen nieuw deel I is afgegeven.
|
||||
|
||||
**2.** Het ingevolge artikel 34, vierde lid, 38, tweede lid, of 39, derde lid, afgegeven ontvangstbewijs treedt voor de toepassing van de artikelen 26, 27 en 31 tot en met 33 in de plaats van het deel I van het kentekenbewijs.
|
||||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
**1.** Het in artikel 48, eerste lid, van de wet bedoelde vereiste dat een natuurlijk persoon of een rechtspersoon die inschrijving en tenaamstelling verzoekt, in Nederland woonachtig, respectievelijk gevestigd moet zijn, is niet van toepassing op aanvragen gericht op opgave van een kenteken als bedoeld in artikel 4, eerste of tweede lid, derde lid, onderdeel b of c, of vierde lid.
|
||||
**1.** Het in artikel 48, eerste lid, van de wet bedoelde vereiste dat een natuurlijke persoon of een rechtspersoon die een kentekenbewijs aanvraagt, in Nederland woonachtig, respectievelijk gevestigd moet zijn, is niet van toepassing op kentekenbewijzen, bevattende een kenteken als bedoeld in artikel 4, eerste tot en met vierde en zesde tot en met achtste lid.
|
||||
|
||||
**2.** Het in artikel 50, eerste lid, van de wet bedoelde vereiste, dat de aanvrager van een tenaamstelling persoonlijk dient te verschijnen bij een erkend bedrijf tenaamstelling of bij de Dienst Wegverkeer, is niet van toepassing op de aanvraag gericht op de opgave van een kenteken als bedoeld in artikel 4, eerste of tweede lid, derde lid, onderdeel b of c, of vierde lid.
|
||||
**2.** Het in artikel 50, eerste lid, van de wet bedoelde vereiste, dat de aanvrager van een kentekenbewijs persoonlijk dient te verschijnen bij een bij ministeriële regeling aan te wijzen instantie, geldt niet voor de aanvraag van kentekenbewijzen, bevattende een kenteken als bedoeld in artikel 4, eerste tot en met vierde en zesde tot en met achtste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
### Artikel 19a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De tenaamstelling van een voertuig wordt geweigerd indien uit het kentekenregister blijkt dat de aanvrager ten aanzien van een of meer voertuigen die op zijn naam in het kentekenregister zijn of waren ingeschreven, niet voldoet aan:
|
||||
De afgifte van een kentekenbewijs wordt geweigerd indien uit het kentekenregister blijkt dat de aanvrager ten aanzien van een of meer voertuigen waarvan het kenteken aan hem is dan wel was opgegeven, niet voldoet aan:
|
||||
|
||||
a. de verplichting tot het betalen van motorrijtuigenbelasting als bedoeld in de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994, of
|
||||
b. de verplichtingen inzake opgelegde administratieve sancties als bedoeld in de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde weigering vindt slechts plaats indien onherroepelijk vaststaat dat de aanvrager tenminste vijf maal niet aan een of meer van de in dat lid bedoelde verplichtingen heeft voldaan.
|
||||
|
||||
**3.** De tenaamstelling van een voertuig wordt tevens geweigerd indien uit de gegevens, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel v, in het kentekenregister blijkt dat het voertuig in beslag is genomen.
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
**1.** Onverminderd het derde tot en met zevende lid, is een kentekenbewijs geldig totdat het op grond van het bepaalde in artikel 57 van de wet zijn geldigheid heeft verloren.
|
||||
|
||||
**2.** Vervallen.
|
||||
|
||||
**3.** Een kentekenbewijs, bevattende de lettergroep BN of GN en twee groepen van twee cijfers heeft een geldigheidsduur van ten hoogste twaalf maanden.
|
||||
|
||||
**4.** Een kentekenbewijs als bedoeld in artikel 17, zesde lid, heeft een geldigheidsduur van ten hoogste drie maanden.
|
||||
|
||||
**5.** Een kentekenbewijs, bevattende een kenteken als bedoeld in artikel 4, zesde lid, heeft een geldigheidsduur van twee weken.
|
||||
|
||||
**6.** Een kentekenbewijs, bevattende de enkele letter A, E, H, K, L, N, P, S, T, V, W of X en twee groepen van twee cijfers heeft een geldigheidsduur van één dag.
|
||||
|
||||
**7.** Een kentekenbewijs, bevattende de enkele letter Z en twee groepen van twee cijfers heeft een geldigheidsduur van ten hoogste een week.
|
||||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
Overeenkomstig artikel 48, zesde lid, van de wet kan een voertuig worden ingeschreven zonder tenaamstelling, indien met betrekking tot het voertuig bij een in artikel 22 of 26 van de wet bedoelde keuring niet kan worden vastgesteld, dan wel slechts op termijn kan worden vastgesteld of dat voertuig al dan niet voldoet aan de voor toelating tot het verkeer op de weg vastgestelde eisen en inschrijving naar het oordeel van de Dienst Wegverkeer verantwoord is.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
**1.** De verplichting tot het ter inzage afgeven van het kentekenbewijs als bedoeld in artikel 160 van de wet, heeft betrekking op de voor het voertuig afgegeven kentekencard en op het kentekenbewijs deel II voor zover dit door de Dienst Wegverkeer is afgegeven.
|
||||
**1.** De verplichting tot het ter inzage afgeven van het kentekenbewijs als bedoeld in artikel 160 van de wet heeft betrekking op alle delen van het voor het voertuig afgegeven kentekenbewijs, met uitzondering van het overschrijvingsbewijs.
|
||||
|
||||
**2.** De verplichting tot het ter inzage geven van het kentekenbewijs als bedoeld in artikel 160 van de wet geldt vanaf het moment waarop het door de Dienst Wegverkeer is uitgereikt. Voor de kentekencard geldt de verplichting tot het ter inzage geven in ieder geval vanaf 14 dagen na de tenaamstelling van het voertuig.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de in artikel 160 van de wet bedoelde vordering betrekking heeft op een kentekenbewijs dat is afgegeven voor een aanhangwagen die overeenkomstig artikel 3.2 of 3.7 van de Regeling voertuigen is voorzien van een constructieplaat, kan aan de vordering worden voldaan binnen een termijn van een week.
|
||||
**2.** Indien de in artikel 160 van de wet bedoelde vordering betrekking heeft op een kentekenbewijs dat is afgegeven voor een aanhangwagen die overeenkomstig artikel 3.7.3, eerste lid, van het Voertuigreglement is voorzien van een constructieplaat, kan aan de vordering worden voldaan binnen een termijn van een week.
|
||||
|
||||
### Artikel 23
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Gedurende de tijd dat de tenaamstelling van een voertuig is geschorst ingevolge artikel 67 van de wet, mag:
|
||||
Gedurende de tijd dat de geldigheid van het kentekenbewijs is geschorst ingevolge artikel 67 van de wet, mag:
|
||||
|
||||
a. op de dag waarop het voertuig, naar aanleiding van de aanvraag van een keuringsrapport als bedoeld in artikel 75 van de wet dan wel naar aanleiding van de aanvraag van een keuring als bedoeld in artikel 99 of artikel 106 van de wet aan een zodanige keuring wordt onderworpen, met dat voertuig via de kortste route naar en van de plaats van keuring worden gereden;
|
||||
b. met een voertuig van 15 jaar of ouder op de weg worden gereden indien er naar het oordeel van Onze Minister van Financiën sprake is van een bijzondere gelegenheid en wordt voldaan aan de in het kader daarvan door die minister gestelde voorschriften en beperkingen.
|
||||
a. op de dag waarop het voertuig waarvoor dat kentekenbewijs is afgegeven, naar aanleiding van de aanvraag van een keuringsrapport als bedoeld in artikel 75 van de wet dan wel naar aanleiding van een aanvraag van een keuring als bedoeld in artikel 99 of artikel 106 van de wet aan een zodanige keuring wordt onderworpen, met dat voertuig via de kortste route naar en van de plaats van keuring worden gereden;
|
||||
b. met een voertuig van 15 jaar of ouder waarvoor dat kentekenbewijs is afgegeven, op de weg worden gereden indien er naar het oordeel van Onze Minister van Financiën sprake is van een bijzondere gelegenheid en wordt voldaan aan de in het kader daarvan door die minister gestelde voorschriften en beperkingen.
|
||||
|
||||
**2.** Met een voertuig zonder tenaamstelling als bedoeld in artikel 21 mag worden gereden gedurende een periode van drie maanden na de dag waarop het voertuig is ingeschreven.
|
||||
**2.** Wanneer het kentekenbewijs is ingevorderd overeenkomstig artikel 60 van de wet, mag op de dag waarop het voertuig als gevolg van artikel 39, vierde lid, aan de aldaar bedoelde ambtenaren moet worden getoond, met dat voertuig via de kortste route naar en van de plaats van onderzoek worden gereden.
|
||||
|
||||
**3.** Wanneer het kentekenbewijs ongeldig is verklaard voor het rijden over de weg overeenkomstig artikel 38, mag op de dag waarop het voertuig waarvoor dat kentekenbewijs is afgegeven naar aanleiding van een aanvraag van een keuring als bedoeld in artikel 99 of artikel 106 van de wet aan een zodanige keuring wordt onderworpen, met dat voertuig via de kortste route naar en van de plaats van keuring worden gereden.
|
||||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
**1.** De eigenaar of houder van een voertuig waarvoor opgave van een kenteken als bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdeel b, wordt gevraagd stelt het desbetreffende voertuig voor een onderzoek ter beschikking van de Dienst Wegverkeer onder overlegging van een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat een aanvraag als bedoeld in het eerste lid niet binnen een bij die regeling te bepalen periode meerdere keren voor hetzelfde voertuig plaatsvindt.
|
||||
Een voertuig mag op de weg staan, wanneer het voor dat voertuig afgegeven kentekenbewijs ongeldig is verklaard voor het rijden over de weg overeenkomstig artikel 38, dan wel is ingevorderd overeenkomstig artikel 60 van de wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
||||
**1.** De eigenaar of houder van een voertuig waarvoor de eerste inschrijving en tenaamstelling wordt gevraagd, stelt het voertuig voor een onderzoek ter beschikking bij de Dienst Wegverkeer en legt een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs over.
|
||||
**1.** De eigenaar of houder van een voertuig waarvoor de eerste afgifte van een driedelig kentekenbewijs wordt gevraagd, stelt het voertuig voor een onderzoek ter beschikking bij de Dienst Wegverkeer en vraagt bij deze dienst onder overlegging van een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs, een kentekenbewijs aan.
|
||||
|
||||
**2.** De eigenaar of houder van een voertuig waarvoor de eerste tenaamstelling wordt gevraagd en dat reeds is ingeschreven op grond van de bevoegdheid bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel a, verzoekt om tenaamstelling bij de Dienst Wegverkeer onder overlegging van een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs.
|
||||
**2.** De eigenaar of houder van een voertuig waarvoor de eerste afgifte van een driedelig kentekenbewijs wordt gevraagd en waarvoor reeds een nog niet tenaamgesteld kentekenbewijs is afgegeven krachtens artikel 46, tweede lid, onderdeel b, vraagt dit driedelig kentekenbewijs aan bij de Dienst Wegverkeer onder overlegging van het deel I, het overschrijvingsbewijs en het in het eerste lid bedoelde legitimatiebewijs.
|
||||
|
||||
**3.** De Dienst Wegverkeer gaat over tot inschrijving en tenaamstelling, respectievelijk tenaamstelling van het voertuig van degene die aan de verplichtingen van het eerste respectievelijk het tweede lid heeft voldaan en geeft aan de aanvrager een kentekencard af en verstrekt aan hem een tenaamstellingscode.
|
||||
**3.** De Dienst Wegverkeer geeft aan degene die aan de verplichtingen in het eerste of tweede lid heeft voldaan, een kentekenbewijs, respectievelijk een deel II af.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de aanvraag wordt gedaan door een erkend bedrijf bedrijfsvoorraad dat geen gebruik maakt van de bevoegdheid bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel a, geeft de Dienst Wegverkeer aan de aanvrager tevens een tenaamstellingsverslag af met gegevens die verband houden met de opname in bedrijfsvoorraad.
|
||||
**4.** Indien de aanvraag wordt gedaan door een erkend bedrijf dat geen gebruik maakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel b, geeft de Dienst Wegverkeer in plaats van een deel II een formulier af met gegevens die verband houden met de opname in bedrijfsvoorraad.
|
||||
|
||||
**5.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat tot het moment van uitreiking van de kentekencard aan het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad de kentekencard ten behoeve van de overdracht van een voertuig op bij ministeriele regeling te bepalen wijze en onder bij die regeling te bepalen voorwaarden kan worden vervangen door een tijdelijk document.
|
||||
**5.** Ingeval een formulier als bedoeld in het vierde lid is afgegeven, is het erkende bedrijf verplicht een bedrijfsvoorraad deel II met de op dat formulier vermelde gegevens in te vullen.
|
||||
|
||||
**6.** In afwijking van het derde en vierde lid houdt de Dienst Wegverkeer de beslissing op de aanvraag aan indien daartoe naar het oordeel van deze dienst aanleiding bestaat. In dat geval wendt de aanvrager zich tot de Dienst Wegverkeer.
|
||||
**6.** In afwijking van het derde en vierde lid houdt de Dienst Wegverkeer de beslissing op de aanvraag, bedoeld in het eerste en tweede lid, aan indien daartoe naar het oordeel van deze dienst aanleiding bestaat. In dat geval wendt de aanvrager zich tot de Dienst Wegverkeer.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
Het eerste en het derde tot en met het zesde lid zijn van overeenkomstige toepassing indien inschrijving en tenaamstelling wordt aangevraagd voor een voertuig dat reeds eerder was ingeschreven en tenaamgesteld en blijkens het kentekenregister:
|
||||
Het eerste en het derde tot en met zesde lid zijn van overeenkomstige toepassing indien een driedelig kentekenbewijs wordt aangevraagd voor een voertuig waarvoor door de Dienst Wegverkeer reeds eerder een driedelig kentekenbewijs is afgegeven en blijkens het kentekenregister:
|
||||
|
||||
a. voorgoed buiten gebruik is gesteld;
|
||||
b. voorgoed buiten Nederland is gebracht;
|
||||
c. definitief is bestemd voor gebruik buiten de weg; of
|
||||
d. een kentekenbewijs met een bijzonder kenteken is afgegeven.
|
||||
a. dat voertuig voorgoed buiten gebruik is gesteld,
|
||||
b. dat voertuig voorgoed buiten Nederland is gebracht,
|
||||
c. dat voertuig definitief is bestemd voor gebruik buiten de weg, of
|
||||
d. voor dat voertuig nadien een kentekenbewijs met een bijzonder kenteken is afgegeven.
|
||||
|
||||
### Artikel 25a
|
||||
|
||||
**1.** Indien de aanvraag, bedoeld in artikel 25, tweede lid, wordt gedaan met betrekking tot een voertuig in bedrijfsvoorraad van een erkend bedrijf bedrijfsvoorraad dat gebruik maakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel d, kan de aanvraag, gericht tot de Dienst Wegverkeer, bij dat bedrijf worden ingediend. In afwijking van artikel 25, tweede en derde lid, is dit artikel van toepassing.
|
||||
**1.** Indien de aanvraag, bedoeld in artikel 25, tweede lid, wordt gedaan met betrekking tot een voertuig in bedrijfsvoorraad van een erkend bedrijf dat gebruik maakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel f, kan de aanvraag, gericht tot de Dienst Wegverkeer, bij dat bedrijf worden ingediend. In afwijking van artikel 25, tweede en derde lid, is dit artikel van toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de aanvraag wordt gedaan door een natuurlijk persoon legt deze in persoon aan het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad een bij ministeriele regeling aangewezen legitimatiebewijs over, alsmede een verklaring waaruit duidelijk het verzoek tot tenaamstelling blijkt en het kenteken van het voertuig dat wordt overgedragen, en welke overigens voldoet aan bij ministeriële regeling gestelde voorschriften.
|
||||
**2.** Indien de aanvraag wordt gedaan door een natuurlijke persoon overlegt deze in persoon aan het erkende bedrijf ter legitimatie een rijbewijs als bedoeld in artikel 107 of artikel 108, eerste lid, onderdeel h, van de wet, voor zover de aldaar bedoelde registratie heeft plaatsgevonden, alsmede een verklaring waaruit duidelijk het verzoek tot tenaamstelling blijkt en het kenteken van het voertuig dat wordt overgedragen, en welke overigens voldoet aan bij ministeriële regeling als bedoeld in artikel 50, vijfde lid, van de wet, gestelde voorschriften. Een rijbewijs als bedoeld in artikel 108, eerste lid, onderdeel h, van de wet, wordt altijd overgelegd tezamen met een kopie van de mededeling van registratie, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van het Reglement rijbewijzen.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Indien de aanvraag wordt gedaan door een in Nederland gevestigde rechtspersoon, die is ingeschreven in het handelsregister, machtigt deze het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad de aanvraag bij de Dienst Wegverkeer in te dienen. Degene die blijkens het handelsregister bevoegd is de rechtspersoon te vertegenwoordigen verstrekt aan het erkende bedrijf:
|
||||
Indien de aanvraag wordt gedaan door een in Nederland gevestigde rechtspersoon, die is ingeschreven in een daartoe bij de wet aangewezen register, machtigt deze het erkende bedrijf de aanvraag bij de Dienst Wegverkeer in te dienen. Degene die blijkens het register bevoegd is de rechtspersoon te vertegenwoordigen verstrekt aan het erkende bedrijf:
|
||||
|
||||
a. een kopie van een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs;
|
||||
b. een ondertekende machtiging welke vermeldt:
|
||||
a. een kopie van zijn rijbewijs als bedoeld in artikel 107 of artikel 108, eerste lid, onderdeel h, van de wet, voor zover de aldaar bedoelde registratie heeft plaatsgevonden, tezamen met een kopie van de mededeling van registratie, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van het Reglement rijbewijzen;
|
||||
b. een gewaarmerkt uittreksel, uit het in de aanhef bedoelde register;
|
||||
c. een ondertekende machtiging welke vermeldt:
|
||||
|
||||
1°. naam en adres van de aanvrager;
|
||||
2°. een opgave van zijn unieke nummer, bedoeld in artikel 9, onderdeel a, van de Handelsregisterwet 2007;
|
||||
3°. naam en geboortedatum van degene die de rechtspersoon vertegenwoordigt;
|
||||
1°. naam en adres van de aanvrager,
|
||||
2°. het inschrijfnummer van het Handelsregister als bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 1996,
|
||||
3°. naam en geboortedatum van degene die de rechtspersoon vertegenwoordigt,
|
||||
4°. naam en adres van het erkende bedrijf waar de aanvraag wordt ingediend, en
|
||||
5°. het kenteken van het voertuig waarop de aanvraag betrekking heeft.
|
||||
|
||||
**4.** Het erkende bedrijf dient de aanvraag bij de Dienst Wegverkeer in en meldt de bij ministeriële regeling voorgeschreven gegevens.
|
||||
**4.** Het erkende bedrijf dient de aanvraag bij de Dienst Wegverkeer in en meldt de bij ministeriële regeling als bedoeld in artikel 62, vierde lid, van de wet, voorgeschreven gegevens vermeld op deel I en het overschrijvingsbewijs, het rijbewijsnummer en, indien van toepassing, het nummer van het bewijs van registratie, bedoeld in artikel 108, eerste lid, onderdeel h, van de wet. In geval van een aanvraag als bedoeld in het tweede lid meldt het bedrijf ook de geboortedatum van de aanvrager. In geval van een aanvraag als bedoeld in het derde lid meldt het bedrijf ook de vestigingsdatum, vermeld op het uittreksel, bedoeld in het derde lid, onderdeel b, en de gegevens vermeld in de machtiging.
|
||||
|
||||
**5.** De Dienst Wegverkeer geeft indien aan de verplichtingen in het eerste tot en met het vierde lid is voldaan een kentekencard en een tenaamstellingsverslag af en verstrekt een tenaamstellingscode.
|
||||
**5.** De Dienst Wegverkeer geeft, indien aan de verplichtingen in het eerste tot en met vierde lid is voldaan, een deel II af. Het erkende bedrijf verstrekt het deel II tezamen met het deel I en het overschrijvingsbewijs zo spoedig mogelijk aan de aanvrager.
|
||||
|
||||
**6.** De Dienst Wegverkeer houdt de beslissing op de aanvraag aan, indien daartoe naar het oordeel van deze dienst aanleiding bestaat. In dat geval wendt de aanvrager zich tot de Dienst Wegverkeer.
|
||||
|
||||
### Artikel 25b
|
||||
|
||||
**1.** De eigenaar of houder van een voertuig waarvoor de eerste inschrijving en tenaamstelling wordt gevraagd en waarvoor reeds eerder een kentekenbewijs is afgegeven in een andere lidstaat van de Europese Unie, overlegt het deel I van dat kentekenbewijs en, voor zover dit is afgegeven, tevens het deel II.
|
||||
|
||||
**2.** Inschrijving en tenaamstelling als bedoeld in het eerste lid wordt geweigerd, indien het deel II van het kentekenbewijs, voor zover dat deel is afgegeven, ontbreekt.
|
||||
|
||||
**3.** In uitzonderlijke gevallen kan door de Dienst Wegverkeer in afwijking van het tweede lid een voertuig worden ingeschreven en te naam gesteld, op voorwaarde dat van de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar het voertuig voordien was ingeschreven langs schriftelijke of elektronische weg de bevestiging is verkregen dat de aanvrager het recht heeft om het voertuig in een andere lidstaat in te schrijven.
|
||||
|
||||
**4.** De Dienst Wegverkeer bewaart de ingenomen kentekenbewijzen dan wel de ingenomen delen daarvan, gedurende zes maanden en stelt de autoriteiten van de lidstaat die het kentekenbewijs hebben afgegeven binnen twee maanden na de datum van inname daarvan op de hoogte. Op verzoek stuurt de Dienst Wegverkeer de ingenomen kentekenbewijzen terug naar de autoriteiten van de lidstaat die het kentekenbewijs hebben afgegeven.
|
||||
|
||||
### Artikel 26
|
||||
|
||||
**1.** Degene op wiens naam een voertuig in het kentekenregister is ingeschreven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is, ingeval hij ophoudt eigenaar of houder te zijn van het voertuig waarvoor de inschrijving gold verplicht terstond de kentekencard ter hand te stellen en de tenaamstellingscode terstond mee te delen aan degene die eigenaar of houder van het voertuig is geworden.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
**2.** Degene die eigenaar of houder van het voertuig is geworden is verplicht binnen een week nadat hij eigenaar of houder van het voertuig is geworden bij de Dienst Wegverkeer om tenaamstelling te verzoeken onder overlegging van de kentekencard, de tenaamstellingscode en een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs.
|
||||
Degene aan wie een driedelig kentekenbewijs is afgegeven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is, ingeval hij ophoudt eigenaar of houder te zijn van het voertuig waarvoor dat kentekenbewijs is afgegeven, verplicht:
|
||||
|
||||
**3.** De Dienst Wegverkeer geeft aan degene die aan de verplichtingen van het tweede lid heeft voldaan een vrijwaringsbewijs, een tenaamstellingsverslag en een kentekencard af en verstrekt een nieuwe tenaamstellingscode.
|
||||
a. het deel II en het overschrijvingsbewijs terstond over te dragen aan degene die eigenaar of houder van het voertuig is geworden;
|
||||
b. het deel I van het kentekenbewijs onder zich te houden, totdat hij het in het derde lid bedoelde vrijwaringsbewijs en het oude deel II heeft ontvangen.
|
||||
|
||||
**4.** Degene die het vrijwaringsbewijs en het tenaamstellingsverslag heeft ontvangen is verplicht het vrijwaringsbewijs terstond tezamen met de oude kentekencard te doen toekomen aan degene die is opgehouden eigenaar of houder van het voertuig te zijn.
|
||||
**2.** Degene die eigenaar of houder van het voertuig is geworden is verplicht binnen een week nadat hij het deel II en het overschrijvingsbewijs heeft ontvangen, bij de Dienst Wegverkeer om afgifte van een nieuw deel II te verzoeken onder overlegging van het deel II, het overschrijvingsbewijs en een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs.
|
||||
|
||||
**5.** In afwijking van het derde lid houdt de Dienst Wegverkeer de beslissing op het verzoek, bedoeld in het tweede lid, aan indien daartoe naar het oordeel van deze dienst aanleiding bestaat. In dat geval wendt de aanvrager zich tot de Dienst Wegverkeer.
|
||||
**3.** De Dienst Wegverkeer geeft aan degene die aan de verplichtingen van het tweede lid heeft voldaan, een vrijwaringsbewijs en een nieuw deel II af.
|
||||
|
||||
**6.** De voorgaande leden zijn van overeenkomstige toepassing indien de eigenaar, respectievelijk de houder van een voertuig, aan wie een kentekenbewijs is afgegeven, met de houder, respectievelijk de eigenaar van het voertuig overeenkomt dat het voertuig op naam van deze houder, respectievelijk eigenaar als tenaamgestelde in het kentekenregister wordt ingeschreven.
|
||||
**4.** Degene die het vrijwaringsbewijs heeft ontvangen, is verplicht dit terstond, te zamen met het oude deel II, te doen toekomen aan degene die het deel I, bedoeld in het eerste lid, onderdeel *b*, onder zich heeft gehouden.
|
||||
|
||||
**7.** De verplichting, bedoeld in het tweede lid, geldt niet in het geval tenaamstelling wordt geweigerd op grond van artikel 20, derde lid.
|
||||
**5.** Degene die het deel I, bedoeld in het eerste lid, onderdeel *b*, onder zich heeft gehouden, is verplicht dit terstond af te geven aan degene van wie hij het vrijwaringsbewijs en het oude deel II heeft verkregen.
|
||||
|
||||
**6.** In afwijking van het derde lid houdt de Dienst Wegverkeer de beslissing op het verzoek, bedoeld in het tweede lid, aan indien daartoe naar het oordeel van deze dienst aanleiding bestaat. In dat geval wendt de aanvrager zich tot de Dienst Wegverkeer.
|
||||
|
||||
**7.** De voorgaande leden zijn van overeenkomstige toepassing indien de eigenaar, respectievelijk de houder van een voertuig, aan wie een driedelig kentekenbewijs is afgegeven, met de houder, respectievelijk de eigenaar van het voertuig overeenkomt dat het kenteken aan deze houder, respectievelijk eigenaar wordt opgegeven.
|
||||
|
||||
### Artikel 27
|
||||
|
||||
**1.** In geval van overdracht ten behoeve van een bedrijfsvoorraad, van een voertuig dat is ingeschreven en te naam gesteld, zijn in afwijking van artikel 26, het tweede tot en met achtste lid van toepassing.
|
||||
**1.** In geval van overdracht ten behoeve van een bedrijfsvoorraad, van een voertuig waarvoor een driedelig kentekenbewijs is afgegeven, zijn in afwijking van artikel 26, het tweede tot en met negende lid van toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Degene op wiens naam een voertuig in het kentekenregister is ingeschreven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is verplicht aan het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad terstond de kentekencard ter hand te stellen en de tenaamstellingscode mee te delen.
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
**3.** Het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad verzoekt terstond nadat het de kentekencard heeft ontvangen en de tenaamstellingscode is meegedeeld bij de Dienst Wegverkeer om opname in bedrijfsvoorraad onder vermelding van de gegevens op het kentekenbewijs en de tenaamstellingscode.
|
||||
Degene aan wie een driedelig kentekenbewijs is afgegeven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is verplicht:
|
||||
|
||||
**4.** De Dienst Wegverkeer geeft aan degene die aan de verplichtingen van het derde lid heeft voldaan een tenaamstellingsverslag en, op verzoek, een kentekencard af en verstrekt een nieuwe tenaamstellingscode.
|
||||
a. aan het erkende bedrijf terstond het deel II van het kentekenbewijs en het overschrijvingsbewijs over te dragen;
|
||||
b. het deel I van het kentekenbewijs onder zich te houden totdat hij het in het vijfde lid bedoelde vrijwaringsbewijs en het oude deel II heeft ontvangen.
|
||||
|
||||
**3.** Het erkende bedrijf is verplicht binnen een week, nadat hij het deel II en het overschrijvingsbewijs heeft ontvangen, bij de Dienst Wegverkeer om opname in bedrijfsvoorraad te verzoeken onder overlegging van deel II, het overschrijvingsbewijs en de bedrijfsvoorraadpas.
|
||||
|
||||
**4.** De Dienst Wegverkeer geeft aan degene die aan de verplichtingen van het derde lid heeft voldaan, een formulier af met gegevens die verband houden met de opname in bedrijfsvoorraad.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad is verplicht:
|
||||
Het erkende bedrijf is verplicht:
|
||||
|
||||
a. een vrijwaringsbewijs met de middels datacommunicatie ter beschikking gestelde gegevens die verband houden met de opname in bedrijfsvoorraad aan te maken, en
|
||||
b. aan degene die is opgehouden de eigenaar of houder van het voertuig te zijn het vrijwaringsbewijs alsmede de oude kentekencard terstond ter hand te stellen.
|
||||
a. een vrijwaringsbewijs en een bedrijfsvoorraad deel II met de in het vierde lid bedoelde gegevens in te vullen;
|
||||
b. aan degene van wie hij het deel II en het overschrijvingsbewijs heeft ontvangen, het vrijwaringsbewijs alsmede het oude deel II terstond ter hand te stellen;
|
||||
c. het bedrijfsvoorraad deel II onder zich te houden.
|
||||
|
||||
**6.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat tot het moment van uitreiking van de kentekencard aan het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad de kentekencard voor de overdracht van een voertuig op bij ministeriële regeling te bepalen wijze en onder bij die regeling te bepalen voorwaarden kan worden vervangen door een tijdelijk document.
|
||||
**6.** Degene die het deel I, bedoeld in het tweede lid, onderdeel *b*, onder zich heeft gehouden, is verplicht dit terstond af te geven aan het erkende bedrijf van wie hij het vrijwaringsbewijs en het oude deel II heeft verkregen.
|
||||
|
||||
**7.** De Dienst Wegverkeer houdt de beslissing op het verzoek, bedoeld in het derde lid, aan indien daartoe naar het oordeel van deze dienst aanleiding bestaat. In dat geval wendt de aanvrager zich tot de Dienst Wegverkeer.
|
||||
|
||||
**8.**
|
||||
|
||||
Het tweede lid en het vijfde lid, aanhef en onderdeel b, voor zover het betreft de oude kentekencard, zijn niet van toepassing indien de kentekencard verloren is geraakt of teniet is gegaan en het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad bij het in het derde lid bedoelde verzoek tevens meldt dat het voertuig voorgoed buiten gebruik wordt gesteld, mits degene die in het kentekenregister als tenaamgestelde is geregistreerd of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden:
|
||||
In afwijking van het derde en vijfde lid, is een erkend bedrijf, indien dit gebruik maakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel a, verplicht:
|
||||
|
||||
a. verklaart dat de kentekencard verloren is geraakt of teniet is gegaan, en
|
||||
b. bij het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad de bij ministeriële regeling aangewezen documenten overlegt.
|
||||
a. de overdracht van het voertuig ten behoeve van diens bedrijfsvoorraad terstond na de overdracht te melden aan de Dienst Wegverkeer;
|
||||
b. het vrijwaringsbewijs en het bedrijfsvoorraad deel II met de middels datacommunicatie ter beschikking gestelde gegevens die verband houden met de opname in bedrijfsvoorraad in te vullen;
|
||||
c. aan degene van wie hij het deel II en het overschrijvingsbewijs heeft ontvangen, het vrijwaringsbewijs en het oude deel II terstond ter hand te stellen;
|
||||
d. het bedrijfsvoorraad deel II onder zich te houden.
|
||||
|
||||
**9.**
|
||||
|
||||
Het tweede en het zesde lid zijn niet van toepassing indien een of meer delen van het kentekenbewijs verloren zijn geraakt of teniet zijn gegaan en het erkende bedrijf bij de in het achtste lid, onderdeel *a*, bedoelde melding tevens meldt dat het voertuig voorgoed buiten gebruik wordt gesteld, mits degene aan wie het driedelig kentekenbewijs is afgegeven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden:
|
||||
|
||||
a. aan het erkende bedrijf terstond de niet verloren geraakte of teniet gegane delen van het kentekenbewijs overdraagt,
|
||||
b. verklaart dat de niet aan het erkende bedrijf overgedragen delen van het kentekenbewijs verloren zijn geraakt of teniet zijn gegaan, en
|
||||
c. bij het erkende bedrijf de bij ministeriële regeling aangewezen documenten overlegt.
|
||||
|
||||
### Artikel 28
|
||||
|
||||
**1.** Indien een voertuig dat is ingeschreven en te naam gesteld ophoudt te behoren tot de bedrijfsvoorraad van een erkend bedrijf bedrijfsvoorraad, is artikel 26 of, in geval van overdracht ten behoeve van een bedrijfsvoorraad, artikel 27 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**1.** Indien een voertuig waarvoor een driedelig kentekenbewijs is afgegeven, ophoudt te behoren tot de bedrijfsvoorraad van een erkend bedrijf, is artikel 26 of, in geval van overdracht ten behoeve van een bedrijfsvoorraad, artikel 27 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het bedrijfsvoorraad deel II in de plaats treedt van het gewone deel II.
|
||||
|
||||
**2.** Indien een voertuig ophoudt te behoren tot de bedrijfsvoorraad van een erkend bedrijf bedrijfsvoorraad en dit bedrijf het voertuig tot eigen gebruik bestemt, verzoekt het bedrijf terstond om tenaamstelling bij de Dienst Wegverkeer, onder overlegging van de tenaamstellingscode en een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs.
|
||||
**2.** Indien een voertuig ophoudt te behoren tot de bedrijfsvoorraad van een erkend bedrijf en dit bedrijf het voertuig tot eigen gebruik bestemt, vraagt het bedrijf binnen een week een nieuw deel II aan bij de Dienst Wegverkeer, onder overlegging van het bedrijfsvoorraad deel II, het overschrijvingsbewijs en een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs.
|
||||
|
||||
**3.** De Dienst Wegverkeer geeft aan degene die aan de verplichting van het tweede lid heeft voldaan zowel een kentekencard als een vrijwaringsbewijs af en verstrekt een nieuwe tenaamstellingscode.
|
||||
**3.** De Dienst Wegverkeer geeft aan degene die aan de verplichting van het tweede lid heeft voldaan, zowel een vrijwaringsbewijs als een nieuw deel II af.
|
||||
|
||||
### Artikel 28a
|
||||
|
||||
**1.** In geval van overdracht van een voertuig dat ophoudt te behoren tot de bedrijfsvoorraad van een erkend bedrijf bedrijfsvoorraad dat gebruik maakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel d, kan, in afwijking van artikel 28, een aanvraag om tenaamstelling gericht aan de Dienst Wegverkeer, bij dat bedrijf worden ingediend. In afwijking van artikel 28 is dit artikel van toepassing.
|
||||
**1.** In geval van overdracht van een voertuig dat ophoudt te behoren tot de bedrijfsvoorraad van een erkend bedrijf dat gebruik maakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel f, kan, in afwijking van artikel 28, een aanvraag van een nieuw deel II, gericht aan de Dienst Wegverkeer, bij dat bedrijf worden ingediend. In afwijking van artikel 28 is dit artikel van toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de aanvraag wordt gedaan door een natuurlijk persoon legt deze in persoon aan het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs over, alsmede een verklaring waaruit duidelijk het verzoek tot tenaamstelling blijkt en het kenteken van het voertuig dat wordt overgedragen en welke overigens voldoet aan bij ministeriële regeling gestelde voorschriften.
|
||||
**2.** Indien de aanvraag wordt gedaan door een natuurlijke persoon overlegt deze in persoon aan het erkende bedrijf een rijbewijs als bedoeld in artikel 107 of artikel 108, eerste lid, onderdeel h, van de wet, voor zover de aldaar bedoelde registratie heeft plaatsgevonden, alsmede een verklaring waaruit duidelijk het verzoek tot tenaamstelling blijkt en het kenteken van het voertuig dat wordt overgedragen, en welke overigens voldoet aan bij ministeriële regeling als bedoeld in artikel 50, vijfde lid, van de wet, gestelde voorschriften. Een rijbewijs als bedoeld in artikel in 108, eerste lid, onderdeel h, van de wet, wordt overgelegd tezamen met een kopie van de mededeling van registratie, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van het Reglement rijbewijzen.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Indien de aanvraag wordt gedaan door een in Nederland gevestigde rechtspersoon, die is ingeschreven in het handelsregister, machtigt deze het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad de aanvraag bij de Dienst Wegverkeer in te dienen. Degene die blijkens het handelsregister bevoegd is de rechtspersoon te vertegenwoordigen verstrekt aan het erkende bedrijf:
|
||||
Indien de aanvraag wordt ingediend door een in Nederland gevestigde rechtspersoon, die dient te zijn ingeschreven in een daartoe bij de wet aangewezen register, machtigt deze het erkende bedrijf de aanvraag bij de Dienst Wegverkeer in te dienen. Degene die blijkens het register bevoegd is de rechtspersoon te vertegenwoordigen verstrekt aan het erkende bedrijf:
|
||||
|
||||
a. een kopie van een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs;
|
||||
b. een ondertekende machtiging welke vermeldt:
|
||||
a. een kopie van diens rijbewijs als bedoeld in artikel 107 of artikel 108, eerste lid, onderdeel h, van de wet, voor zover de aldaar bedoelde registratie heeft plaatsgevonden, tezamen met een kopie van de mededeling van registratie, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van het Reglement rijbewijzen;
|
||||
b. een gewaarmerkt uittreksel uit het in de aanhef bedoelde register;
|
||||
c. een ondertekende machtiging welke vermeldt:
|
||||
|
||||
1°. naam en adres van de aanvrager;
|
||||
2°. een opgave van zijn unieke nummer, bedoeld in artikel 9, onderdeel a, van de Handelsregisterwet 2007;
|
||||
3°. naam en geboortedatum van degene die de rechtspersoon vertegenwoordigt;
|
||||
1°. naam en adres van de aanvrager,
|
||||
2°. het inschrijfnummer van het Handelsregister als bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 1996,
|
||||
3°. naam en geboortedatum van degene die de rechtspersoon vertegenwoordigt,
|
||||
4°. naam en adres van het erkende bedrijf waar de aanvraag wordt ingediend, en
|
||||
5°. het kenteken van het voertuig waarop de aanvraag betrekking heeft.
|
||||
|
||||
**4.** Het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad meldt de bij ministeriële regeling als bedoeld in artikel 62, vierde lid, van de wet, voorgeschreven gegevens. In geval van een aanvraag als bedoeld in het derde lid meldt het bedrijf ook de vestigingsdatum en de gegevens vermeld in de machtiging.
|
||||
**4.** Het erkende bedrijf meldt de bij ministeriële regeling als bedoeld in artikel 62, vierde lid, van de wet, voorgeschreven gegevens vermeld op het overschrijvingsbewijs, op het uittreksel, bedoeld in het derde lid, onderdeel b, op het bedrijfsvoorraad deel II, het rijbewijsnummer en, indien van toepassing, het nummer van het bewijs van registratie, bedoeld in artikel 108, eerste lid,onderdeel h van de wet. In geval van een aanvraag als bedoeld in het tweede lid meldt het bedrijf ook de geboortedatum van de aanvrager. In geval van een aanvraag als bedoeld in het derde lid meldt het bedrijf ook de vestigingsdatum en de gegevens vermeld in de machtiging.
|
||||
|
||||
**5.** De Dienst Wegverkeer geeft, indien aan de verplichtingen in het tweede tot en met vierde lid is voldaan, een nieuwe kentekencard, een tenaamstellingsverslag en een vrijwaringsbewijs af aan de aanvrager en verstrekt een nieuwe tenaamstellingscode.
|
||||
**5.** De Dienst Wegverkeer geeft, indien aan de verplichtingen in het tweede tot en met vierde lid is voldaan, een nieuw deel II en een vrijwaringsbewijs af en verstrekt dit aan het erkende bedrijf. Het erkende bedrijf stelt het nieuwe deel II tezamen met het deel I en het overschrijvingsbewijs terstond in handen van de aanvrager, of doet deze, in geval van een aanvraag als bedoeld in het derde lid, zo spoedig mogelijk aan de aanvrager toekomen.
|
||||
|
||||
### Artikel 29
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van de artikelen 26, tweede lid, en 27, tweede lid, is, in geval van overlijden van degene die in het kentekenregister als tenaamgestelde staat geregistreerd, degene die als erfgenaam eigenaar of houder van het voertuig is geworden, verplicht binnen vijf weken nadat hij eigenaar of houder is geworden bij de Dienst Wegverkeer een verzoek in te dienen om het voertuig op zijn naam te registreren onder overlegging van de kentekencard, de tenaamstellingscode en een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs of, indien de tenaamstellingscode niet kan worden overgelegd, een verklaring van erfrecht.
|
||||
**1.** In afwijking van de artikelen 26, tweede lid, en 27, derde lid, is, in geval van overlijden van degene aan wie een driedelig kentekenbewijs is afgegeven, degene die als erfgenaam eigenaar of houder van het voertuig is geworden, verplicht binnen vijf weken nadat hij eigenaar of houder is geworden bij de Dienst Wegverkeer om afgifte van een nieuw deel II te verzoeken onder overlegging van het deel II of het bedrijfsvoorraad deel II, het overschrijvingsbewijs en een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid kan de Dienst Wegverkeer overgaan tot tenaamstelling indien naar het oordeel van deze dienst in redelijkheid niet aan de in het eerste lid genoemde verplichtingen kan worden voldaan.
|
||||
|
||||
**3.** De Dienst Wegverkeer geeft na de wijziging van tenaamstelling als bedoeld in het eerste of tweede lid aan de eigenaar een vrijwaringsbewijs, een tenaamstellingsverslag en een kentekencard af en verstrekt een tenaamstellingscode.
|
||||
**2.** De Dienst Wegverkeer geeft aan degene die aan de verplichting van het eerste lid heeft voldaan, zowel een vrijwaringsbewijs als een nieuw deel II af.
|
||||
|
||||
### Artikel 30
|
||||
|
||||
**1.** De Dienst Wegverkeer kan een voertuig te naam stellen zonder dat aan de in de artikelen 26 tot en met 29 bedoelde verplichtingen is voldaan, indien de aanvraag hiertoe wordt ingediend door een natuurlijk persoon of een rechtspersoon die verklaart eigenaar of houder van het voertuig te zijn en indien naar het oordeel van de Dienst Wegverkeer aannemelijk is gemaakt dat niet aan bedoelde verplichtingen kan worden voldaan.
|
||||
**1.** De Dienst Wegverkeer kan voor een voertuig een driedelig kentekenbewijs afgeven zonder dat aan de in de artikelen 26 tot en met 29 bedoelde verplichtingen is voldaan, indien de aanvraag voor het kentekenbewijs wordt ingediend door een natuurlijke persoon of een rechtspersoon die verklaart eigenaar of houder van het voertuig te zijn en indien naar het oordeel van de Dienst Wegverkeer aannemelijk is gemaakt dat niet aan bedoelde verplichtingen kan worden voldaan.
|
||||
|
||||
**2.** De Dienst Wegverkeer kan in verband met het bepaalde in het eerste lid verlangen dat de aanvrager van de inschrijving en tenaamstelling het voertuig toont, een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs overlegt en de kentekencard, respectievelijk het kentekenbewijs inlevert.
|
||||
**2.** De Dienst Wegverkeer kan in verband met het bepaalde in het eerste lid verlangen dat de aanvrager van het kentekenbewijs het voertuig toont, een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs overlegt en een of meer delen van het kentekenbewijs inlevert.
|
||||
|
||||
### Artikel 31
|
||||
|
||||
**1.** Degene die als tenaamgestelde van een voertuig in het kentekenregister is ingeschreven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is, in geval van overdracht van een voertuig aan een in het buitenland woonachtige natuurlijk persoon of een in het buitenland gevestigde rechtspersoon verplicht de kentekencard tezamen met de tenaamstellingscode aan de degene aan wie het voertuig wordt overgedragen ter hand te stellen.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
**2.** Degene die eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is verplicht binnen een week nadat hij de kentekencard en de tenaamstellingscode heeft ontvangen bij de Dienst Wegverkeer de kentekencard, de tenaamstellingscode en een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs over te leggen.
|
||||
Degene aan wie een driedelig kentekenbewijs is afgegeven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is, in geval van overdracht van een voertuig aan een in het buitenland woonachtige natuurlijke persoon of een in het buitenland gevestigde rechtspersoon, verplicht:
|
||||
|
||||
**3.** De Dienst Wegverkeer geeft de oude kentekencard en het legitimatiebewijs terug aan degene die aan de in het tweede lid bedoelde verplichtingen heeft voldaan en reikt ten behoeve van het voorgoed buiten Nederland brengen van het voertuig een kentekenbewijs deel II uit en geeft een vrijwaringsbewijs af aan de in het tweede lid bedoelde persoon ten behoeve van de in het eerste lid bedoelde persoon.
|
||||
a. het deel II en het overschrijvingsbewijs terstond over te dragen aan degene die eigenaar of houder van het voertuig is geworden;
|
||||
b. het deel I van het kentekenbewijs onder zich te houden, totdat hij het in het vierde lid bedoelde deel van de verklaring heeft ontvangen.
|
||||
|
||||
**4.** Degene die het kentekenbewijs deel II en het vrijwaringsbewijs heeft ontvangen is verplicht het vrijwaringsbewijs terstond te doen toekomen aan de in het eerste lid bedoelde persoon.
|
||||
**2.** Degene die eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is verplicht binnen een week nadat hij het deel II en het overschrijvingsbewijs heeft ontvangen bij de Dienst Wegverkeer het deel II en het overschrijvingsbewijs, een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs alsmede een ingevulde en ondertekende verklaring van een bij ministeriële regeling vastgesteld model in drievoud over te leggen.
|
||||
|
||||
**5.** Het eerste tot en met het vierde lid is van overeenkomstige toepassing in geval van overdracht van een tot de bedrijfsvoorraad van een erkend bedrijf bedrijfsvoorraad behorend voertuig aan een in het buitenland woonachtige natuurlijk persoon of een in het buitenland gevestigde rechtspersoon, indien het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad geen gebruik maakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel b.
|
||||
**3.** De Dienst Wegverkeer plaatst op het deel II een aantekening, vult de verklaring in en geeft het deel II, de verklaring in tweevoud alsmede het legitimatiebewijs terug aan degene die aan de in het tweede lid bedoelde verplichtingen heeft voldaan.
|
||||
|
||||
**4.** Degene die de verklaring in tweevoud heeft ontvangen, is verplicht het daartoe bestemde deel van de verklaring terstond te doen toekomen aan degene die het deel I onder zich heeft gehouden.
|
||||
|
||||
**5.** Degene die het deel I onder zich heeft gehouden, is verplicht dit terstond af te geven aan degene van wie hij het in het vierde lid bedoelde deel van de verklaring heeft verkregen.
|
||||
|
||||
**6.** In geval van overdracht van een tot de bedrijfsvoorraad van een erkend bedrijf behorend voertuig waarvoor een driedelig kentekenbewijs is afgegeven aan een in het buitenland woonachtige natuurlijke persoon of een in het buitenland gevestigde rechtspersoon, zonder dat het erkende bedrijf gebruik maakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel c, is het eerste tot en met vijfde lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het bedrijfsvoorraad deel II in de plaats treedt van het deel II.
|
||||
|
||||
### Artikel 32
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 31, zijn, ingeval het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad gebruik maakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel b, het tweede en derde lid van toepassing.
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 31, is, ingeval het erkende bedrijf gebruik maakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel *c*, het tweede en derde lid van toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Degene die eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is verplicht terstond bij het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs over te leggen.
|
||||
**2.** Degene die eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is verplicht terstond bij het erkende bedrijf een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs alsmede een ingevulde en ondertekende verklaring van een bij ministeriële regeling vastgesteld model in drievoud over te leggen.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad is verplicht:
|
||||
Het erkende bedrijf is verplicht overeenkomstig het krachtens artikel 62, derde lid, van de wet bepaalde:
|
||||
|
||||
a. het legitimatiebewijs te controleren;
|
||||
b. de overdracht van het voertuig aan de in het buitenland woonachtige persoon of de in het buitenland gevestigde rechtspersoon terstond te melden aan de Dienst Wegverkeer;
|
||||
c. een vrijwaringsbewijs aan te maken en onder zich te houden.
|
||||
c. op het kentekenbewijs een aantekening te plaatsen alsmede de verklaring in drievoud in te vullen;
|
||||
d. aan degene aan wie het voertuig wordt overgedragen het deel I en het bedrijfsvoorraad deel II van het kentekenbewijs te zamen met de verklaring in tweevoud ter stond ter hand te stellen;
|
||||
e. het overschrijvingsbewijs en het daartoe bestemde deel van de verklaring onder zich te houden.
|
||||
|
||||
### Artikel 33
|
||||
|
||||
**1.** Degene aan wie een kentekencard is afgegeven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is, ingeval hij het voertuig voorgoed buiten Nederland brengt, verplicht de kentekencard en een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs bij de Dienst Wegverkeer over te leggen.
|
||||
**1.** Degene aan wie een driedelig kentekenbewijs is afgegeven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is, ingeval hij het voertuig voorgoed buiten Nederland brengt, verplicht het deel II, een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs, een ingevulde en ondertekende verklaring in drievoud van een bij ministeriële regeling vastgesteld model alsmede, voor zover bij ministeriële regeling bepaald, het overschrijvingsbewijs bij de Dienst Wegverkeer over te leggen.
|
||||
|
||||
**2.** De Dienst Wegverkeer geeft de kentekencard en het legitimatiebewijs terug aan degene die aan de in het eerste lid bedoelde verplichtingen heeft voldaan en reikt tevens tegen betaling van een door de Dienst Wegverkeer te bepalen tarief een kentekenbewijs deel II uit.
|
||||
**2.** De Dienst Wegverkeer plaatst op het deel II een aantekening, vult de verklaring in en geeft het deel II, de verklaring in tweevoud alsmede het legitimatiebewijs terug aan degene die aan de in het eerste lid bedoelde verplichtingen heeft voldaan.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste en tweede lid is, ingeval het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad gebruik maakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel b, het erkende bedrijf verplicht het voorgoed buiten Nederland brengen van het voertuig te melden.
|
||||
**3.** Ingeval een erkend bedrijf een tot zijn bedrijfsvoorraad behorend voertuig voorgoed buiten Nederland brengt, is het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het bedrijfsvoorraad deel II in de plaats treedt van het deel II.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van het eerste tot en met derde lid, is, ingeval het erkende bedrijf gebruik maakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel *c*, het erkende bedrijf verplicht het voorgoed buiten Nederland brengen van het voertuig te melden overeenkomstig het krachtens artikel 62, derde lid, van de wet bepaalde.
|
||||
|
||||
### Artikel 34
|
||||
|
||||
**1.** Indien een voertuig niet meer overeenstemt met de gegevens in het kentekenregister, is degene op wiens naam het voertuig is geregistreerd of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, verplicht onverwijld bij de Dienst Wegverkeer de gewijzigde gegevens te melden.
|
||||
**1.** Indien het voertuig waarvoor het kentekenbewijs is afgegeven niet meer overeenstemt met de gegevens op het deel I, vraagt degene aan wie het kentekenbewijs is afgegeven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, onverwijld bij de Dienst Wegverkeer onder overlegging van het deel I een nieuw deel I aan.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de melding leidt tot wijziging van een gegeven in het kentekenregister en dit gegeven op de kentekencard staat, geeft de Dienst Wegverkeer aan degene die aan de in het eerste lid bedoelde verplichting heeft voldaan een kentekencard af en verstrekt een tenaamstellingscode.
|
||||
**2.** Indien het kentekenbewijs is ingevorderd ingevolge artikel 60 van de wet, geeft de Dienst Wegverkeer op verzoek een nieuw deel I af. Degene aan wie het kentekenbewijs is afgegeven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, dient hiertoe bij de Dienst Wegverkeer onder overlegging van het bij de invordering afgegeven ontvangstbewijs een aanvraag in. De Dienst Wegverkeer geeft niet eerder een nieuw deel I af dan nadat het voertuig is goedgekeurd overeenkomstig artikel 105 van de wet.
|
||||
|
||||
**3.** De Dienst Wegverkeer geeft in geval van wijziging in de constructie als bedoeld in artikel 98 van de wet een nieuwe kentekencard af nadat de wijziging is goedgekeurd ingevolge artikel 98 van de wet.
|
||||
**3.** De Dienst Wegverkeer geeft in geval van wijziging in de constructie als bedoeld in artikel 98 van de wet een nieuw deel I af nadat de wijziging is goedgekeurd ingevolge artikel 98 van de wet. Deze dienst kan daarbij verlangen dat het in artikel 6.16, eerste lid, van het Voertuigreglement bedoelde ontvangstbewijs wordt overgelegd.
|
||||
|
||||
**4.** De Dienst Wegverkeer geeft voor een deel I dat wordt ingeleverd bij een door Onze Minister aangewezen instantie in verband met een wijziging aan het voertuig die niet behoeft te worden goedgekeurd ingevolge artikel 98 van de wet, een ontvangstbewijs af.
|
||||
|
||||
### Artikel 35
|
||||
|
||||
Bij ministeriële regeling kunnen kentekenbewijzen worden aangewezen waarvoor geen bedrag ter dekking van de in artikel 4q, tweede lid, van de wet, bedoelde kosten wordt vastgesteld.
|
||||
**1.** Als deel van een kentekenbewijs waarvan het tarief mede een bij ministeriële regeling vastgesteld bedrag ter dekking van de in artikel 4*q*, tweede lid, van de wet, bedoelde kosten omvat, wordt aangewezen het deel I van het kentekenbewijs.
|
||||
|
||||
**2.** Als deel van een kentekenbewijs waarvan het tarief mede een bij ministeriële regeling vastgesteld bedrag ter dekking van de in artikel V, tweede lid, van de wet van 29 maart 1996 tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994, houdende regeling van de verzelfstandiging van de Rijksdienst voor het Wegverkeer (*Stb.* 257), bedoelde kosten omvat, wordt aangewezen het deel I van het kentekenbewijs.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen kentekenbewijzen worden aangewezen waarvoor het eerste en tweede lid niet gelden.
|
||||
|
||||
### Artikel 36
|
||||
|
||||
**1.** De aanvraag van een vervangende kentekencard of een vervangende tenaamstellingscode geschiedt bij de Dienst Wegverkeer door degene die als tenaamgestelde in het kentekenregister is geregistreerd.
|
||||
**1.** De aanvraag van een vervangend kentekenbewijs of deel daarvan geschiedt bij de Dienst Wegverkeer door degene aan wie het kentekenbewijs waarvoor een vervangend kentekenbewijs of deel daarvan wordt aangevraagd, is afgegeven.
|
||||
|
||||
**2.** De Dienst Wegverkeer kan verlangen dat bij de aanvraag van een vervangende kentekencard de te vervangen kentekencard wordt ingeleverd alsmede dat een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs wordt overgelegd.
|
||||
**2.** De Dienst Wegverkeer kan verlangen dat bij de aanvraag van een of meer vervangende delen van een kentekenbewijs, een of meer van de overige delen van het kentekenbewijs worden ingeleverd alsmede dat een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs wordt overgelegd.
|
||||
|
||||
**3.** Indien een te vervangen kentekencard is afgegeven aan de houder van een voertuig en deze een vervangende kentekencard aanvraagt, kan de Dienst Wegverkeer in door deze dienst te bepalen gevallen verlangen dat de eigenaar voor de afgifte van de vervangende kentekencard en de tenaamstellingscode toestemming verleent. In deze gevallen kan de Dienst Wegverkeer bepalen dat de vervangende kentekencard en de tenaamstellingscode naar de eigenaar of een door deze aangewezen persoon worden gezonden.
|
||||
|
||||
**4.** De aanvraag van een vervangende tenaamstellingscode geschiedt onder overlegging van de kentekencard en een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs.
|
||||
|
||||
**5.** De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, heeft geen betrekking op een kentekencard die hoort bij een kenteken als bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdeel b.
|
||||
**3.** Indien een kentekenbewijs is afgegeven aan de houder van een voertuig en deze een vervangend kentekenbewijs of deel daarvan aanvraagt, kan de Dienst Wegverkeer in door deze dienst te bepalen gevallen verlangen dat de eigenaar voor de afgifte van het vervangend kentekenbewijs of deel daarvan toestemming verleent. In deze gevallen kan de Dienst Wegverkeer bepalen dat het vervangende kentekenbewijs of deel daarvan naar de eigenaar of een door deze aangewezen persoon wordt gezonden.
|
||||
|
||||
### Artikel 37
|
||||
|
||||
**1.** Indien ingevolge artikel 440, derde lid, tweede zin, of artikel 442, tweede lid, tweede zin, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de inschrijving van een proces-verbaal van inbeslagneming als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel v, wordt beëindigd door een deurwaarder nadat het desbetreffende motorrijtuig of de desbetreffende aanhangwagen is verkocht, worden in afwijking van artikel 36 door die deurwaarder een vervangende kentekencard en een vervangende tenaamstellingscode aangevraagd.
|
||||
**1.** De Dienst Wegverkeer verklaart een kentekenbewijs ongeldig indien deze dienst van oordeel is, dat de omstandigheden, bedoeld in artikel 58, eerste lid, onderdeel a of b, van de wet, zich voordoen.
|
||||
|
||||
**2.** De Dienst Wegverkeer zendt de vervangende kentekencard en vervangende tenaamstellingscode naar de deurwaarder die de aanvraag overeenkomstig het eerste lid heeft ingediend.
|
||||
**2.** De Dienst Wegverkeer kan een kentekenbewijs ongeldig verklaren indien voor het voertuig, waarvoor dat bewijs is afgegeven, een nieuw kenteken is opgegeven.
|
||||
|
||||
**3.** De vervangende kentekencard, bedoeld in het eerste lid, wordt afgegeven in de vorm van een tijdelijk documentnummer.
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De Dienst Wegverkeer kan een kentekenbewijs ongeldig verklaren indien naar het oordeel van deze dienst blijkt dat:
|
||||
|
||||
a. het voertuig, waarvoor dat bewijs is afgegeven, voorgoed buiten gebruik is gesteld,
|
||||
b. het voertuig, waarvoor dat bewijs is afgegeven, voorgoed buiten Nederland is gebracht,
|
||||
c. het voertuig, waarvoor dat bewijs is afgegeven, definitief is bestemd voor gebruik buiten de weg,
|
||||
d. degene aan wie dat bewijs is afgegeven, opgehouden is eigenaar, bezitter of houder van het voertuig te zijn,
|
||||
e. de reden waarom het kentekenbewijs bevattende de lettergroep BN, CD, CDJ, GN, GV, HH of ZZ is afgegeven, is vervallen,
|
||||
f. de eigenaar of houder van het voertuig onvrijwillig het bezit of het houderschap van het voertuig heeft verloren,
|
||||
g. het voertuig is gaan behoren tot een der ingevolge artikel 37 van de wet van de kentekenplicht uitgezonderde categorieën van voertuigen, dan wel
|
||||
h. degene aan wie dat bewijs is afgegeven, niet langer in Nederland woonachtig of gevestigd is.
|
||||
|
||||
**4.** In het geval, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, verklaart de Dienst Wegverkeer het kentekenbewijs ongeldig, mits het vergoed buiten gebruik stellen van het voertuig overeenkomstig het bepaalde krachtens artikel 62, derde lid, van de wet wordt gemeld door een erkend bedrijf dat gebruik maakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel d.
|
||||
|
||||
**5.** In afwijking van het vierde lid verklaart de Dienst Wegverkeer een kentekenbewijs ongeldig indien de melding geschiedt door een ander dan een erkend bedrijf dat de bevoegdheid, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel d, heeft verkregen, mits de melding betrekking heeft op een voertuig dat behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie van voertuigen en wordt voldaan aan nadere bij ministeriële regeling vastgestelde voorwaarden.
|
||||
|
||||
**6.** In het geval, bedoeld in het derde lid, onderdeel c, verklaart de Dienst Wegverkeer het kentekenbewijs ongeldig mits ten aanzien van de bestemming van het voertuig wordt voldaan aan nadere bij ministeriële regeling vastgestelde voorwaarden.
|
||||
|
||||
**7.** In het geval, bedoeld in het derde lid, onderdeel f, verklaart de Dienst Wegverkeer het kentekenbewijs ongeldig mits van het verlies van het bezit of het houderschap van het voertuig aangifte is gedaan bij een der in artikel 141 of 142 van het Wetboek van Strafvordering bedoelde personen.
|
||||
|
||||
### Artikel 38
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
**1.** De Dienst Wegverkeer kan een kentekenbewijs ongeldig verklaren voor het rijden over de weg indien naar het oordeel van deze dienst niet wordt voldaan aan de krachtens artikel 52, tweede lid, van de wet in het kentekenbewijs vermelde voorschriften dan wel indien het voertuig waarvoor het kentekenbewijs is afgegeven, niet voldoet aan een of meer van de in artikel 58, tweede lid, onderdeel *b*, *c* of *d* van de wet, bedoelde eisen.
|
||||
|
||||
De Dienst Wegverkeer kan bepalen dat met een te naam gesteld voertuig niet op de weg mag worden gereden indien naar het oordeel van deze dienst:
|
||||
|
||||
a. het voertuig niet ter beschikking wordt gesteld ten behoeve van de in artikel 45a, tweede lid, van de wet bedoelde inspectie, of
|
||||
b. het voertuig niet voldoet aan een of meer van de in artikel 51a, derde lid, onderdelen b, c, of d, van de wet bedoelde eisen
|
||||
|
||||
**2.** Het verbod om met een voertuig op de weg te rijden als bedoeld in artikel 48, zevende lid, van de wet geldt vanaf het tijdstip waarop dit door een van de in artikel 159 van de wet bedoelde personen is aangezegd.
|
||||
|
||||
**3.** Indien een situatie als bedoeld in het eerste lid zich voordoet dan wordt daarvan een aantekening in het kentekenregister geplaatst.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van het tweede lid mag op de dag waarop het voertuig waarvoor de kentekencard is afgegeven naar aanleiding van een aanvraag van een keuring als bedoeld in artikel 99 of artikel 106 van de wet aan een zodanige keuring wordt onderworpen, met dat voertuig via de kortste route naar en van de plaats van keuring worden gereden.
|
||||
|
||||
**5.** Onverminderd het in het eerste lid bepaalde mag een voertuig waarmee niet mag worden gereden op de weg staan.
|
||||
**2.** Ingeval het deel I van een voor het rijden over de weg ongeldig verklaard kentekenbewijs op grond van het bepaalde krachtens artikel 57, derde lid, van de wet is ingeleverd, doet de Dienst Wegverkeer na ontvangst van dat deel I een ontvangstbewijs toekomen aan degene aan wie het kentekenbewijs is afgegeven.
|
||||
|
||||
### Artikel 39
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Tot het vorderen tot overgifte als bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de wet van de kentekencard zijn bevoegd:
|
||||
Tot de invordering van het kentekenbewijs als bedoeld in artikel 60 van de wet zijn bevoegd:
|
||||
|
||||
a. de Directie van de Dienst Wegverkeer en de door de Directie daartoe aangewezen tot die dienst behorende ambtenaren, indien naar hun oordeel artikel 60, eerste lid, onderdeel b of c, van de wet, van toepassing is;
|
||||
b. de door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Financiën aangewezen ambtenaren van de rijksbelastingdienst, indien naar hun oordeel artikel 60, eerste lid, onderdeel a, van de wet, van toepassing is;
|
||||
c. de ambtenaren, bedoeld in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, indien naar hun oordeel artikel 60, eerste lid, onderdeel a, b of c, van de wet van toepassing is.
|
||||
a. de Directie van de Dienst Wegverkeer en de door de Directie daartoe aangewezen tot die dienst behorende ambtenaren, indien naar hun oordeel artikel 60, eerste lid, onderdeel *b* of *c* of tweede lid, van de wet, van toepassing is;
|
||||
b. de door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Financiën aangewezen ambtenaren der Rijksbelastingdienst, indien naar hun oordeel niet is voldaan aan artikel 36, vijfde lid, van de wet, dan wel naar hun oordeel artikel 60, eerste lid, onderdeel *a*, van de wet, van toepassing is;
|
||||
c. de ambtenaren, bedoeld in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, indien naar hun oordeel artikel 60, eerste lid, onderdeel a, b of c, dan wel artikel 60, tweede lid, van de wet van toepassing is.
|
||||
|
||||
**2.** De verplichting tot overgifte, bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de wet, heeft betrekking op de kentekencard en op het kentekenbewijs deel II indien dit is uitgereikt.
|
||||
**2.** De verplichting tot overgifte, bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de wet, heeft betrekking op alle delen van het kentekenbewijs, met uitzondering van het overschrijvingsbewijs.
|
||||
|
||||
**3.** Indien dit bij de vordering van de eigenaar of houder dan wel de bezitter wordt geëist, is deze verplicht tot het op een daarbij te bepalen tijd en plaats ter beschikking houden van het voertuig, waarop de vordering betrekking heeft.
|
||||
**3.** De in het eerste lid bedoelde ambtenaren geven het deel II van het kentekenbewijs, indien dit was afgegeven, na inzage terug aan degene van wie het is ingevorderd en reiken voor deel I onverwijld een ontvangstbewijs uit. Zij doen dit deel met vermelding van de reden van invordering zo spoedig mogelijk toekomen aan de Dienst Wegverkeer.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de in het eerste lid bedoelde vordering betrekking heeft op een kentekencard die is afgegeven voor een aanhangwagen die overeenkomstig artikel 3.2 of 3.7 van de Regeling voertuigen is voorzien van een constructieplaat, kan aan de vordering worden voldaan binnen een termijn van een week.
|
||||
**4.** Indien de invordering heeft plaatsgevonden op grond van artikel 60, eerste lid, onderdeel *b*, van de wet, mogen de in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde ambtenaren het deel I van het kentekenbewijs gedurende ten hoogste vier weken onder zich houden. Zij geven dit deel tegen teruggave van het ontvangstbewijs aan de houder daarvan terug, indien binnen deze termijn naar hun oordeel is aangetoond dat het voertuig in overeenstemming is gebracht met de bij of krachtens de wet vastgestelde eisen. Van het onder zich houden, respectievelijk het teruggeven, stellen zij de Dienst Wegverkeer in kennis.
|
||||
|
||||
**5.** Indien dit bij de vordering van de houder van een kentekenbewijs wordt geëist, is deze verplicht tot het op een daarbij te bepalen tijd en plaats ter beschikking houden van het voertuig, waarvoor het bewijs is afgegeven.
|
||||
|
||||
**6.** Indien de vordering betrekking heeft op een kentekenbewijs dat is afgegeven voor een aanhangwagen die overeenkomstig artikel 3.7.3, eerste lid, van het Voertuigreglement is voorzien van een constructieplaat, kan aan de vordering worden voldaan binnen een termijn van een week.
|
||||
|
||||
### Artikel 40
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De tenaamstelling in het register vervalt zodra:
|
||||
|
||||
a. op grond van een aanvraag als bedoeld in artikel 26, tweede lid, een voertuig is tenaamgesteld;
|
||||
b. op grond van een verzoek als bedoeld in artikel 27, derde lid, een voertuig is opgenomen in de bedrijfsvoorraad;
|
||||
c. op grond van een verzoek als bedoeld in artikel 28, tweede lid, een aanvraag als bedoeld in artikel 28a, tweede tot en met vierde lid, of de verplichting als bedoeld in artikel 29, eerste lid, een voertuig is tenaamgesteld;
|
||||
d. krachtens artikel 30 het voertuig is ingeschreven en tenaamgesteld;
|
||||
e. een erkend bedrijf bedrijfsvoorraad een melding als bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel b of c, heeft gedaan;
|
||||
f. de Dienst Wegverkeer een certificaat van vernietiging als bedoeld in artikel 5, derde lid, van richtlijn nr. 2000/53/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 18 september 2000 betreffende autowrakken (PbEG L 269), heeft ontvangen dat door een daartoe bevoegde verwerker, zoals bedoeld in die richtlijn, in een andere lidstaat van de Europese Unie is afgegeven, of
|
||||
g. de Dienst Wegverkeer de tenaamstelling vervallen heeft verklaard op grond van een verzoek als bedoeld in artikel 40c, eerste lid.
|
||||
a. krachtens artikel 26, derde lid, een vrijwaringsbewijs en een nieuw deel II zijn afgegeven;
|
||||
b. krachtens artikel 27, vierde lid, een formulier is afgegeven;
|
||||
c. de gegevens als bedoeld in artikel 27, achtste lid, onderdeel b, aan het erkende bedrijf ter beschikking zijn gesteld;
|
||||
d. krachtens artikel 28, derde lid, of artikel 28a, vijfde lid, een vrijwaringsbewijs en een nieuw deel II zijn afgegeven;
|
||||
e. krachtens artikel 29, tweede lid, een vrijwaringsbewijs en een nieuw deel II zijn afgegeven;
|
||||
f. krachtens artikel 30 een kentekenbewijs is afgegeven;
|
||||
g. krachtens de artikelen 31, derde lid, 32, derde lid, onderdeel c, of 33, tweede en vierde lid, op het kentekenbewijs een aantekening is geplaatst;
|
||||
h. de Dienst Wegverkeer het kentekenbewijs ongeldig heeft verklaard ingevolge artikel 37, eerste, tweede of derde lid;
|
||||
i. de Dienst Wegverkeer het handelaarskentekenbewijs ongeldig heeft verklaard ingevolge artikel 45, eerste lid;
|
||||
j. een erkend bedrijf een melding als bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel c of d, heeft gedaan;
|
||||
k. de Dienst Wegverkeer de tenaamstelling vervallen heeft verklaard op grond van een verzoek als bedoeld in het tweede lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 40a
|
||||
|
||||
**1.** De tenaamstelling van een voertuig waarvoor een kenteken als bedoeld in artikel 4, tweede lid, is opgegeven vervalt na twaalf maanden.
|
||||
|
||||
**2.** De tenaamstelling van een voertuig waarvoor een kenteken als bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdeel b, is opgegeven vervalt na twee weken.
|
||||
|
||||
**3.** De tenaamstelling van een voertuig waarvoor een kenteken als bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdeel c, is opgegeven, vervalt na één dag.
|
||||
|
||||
### Artikel 40b
|
||||
|
||||
**1.** De Dienst Wegverkeer verklaart een tenaamstelling vervallen indien deze dienst van oordeel is, dat de omstandigheden bedoeld in artikel 51a, tweede lid, onderdelen a of b, van de wet zich voordoen.
|
||||
|
||||
**2.** De Dienst Wegverkeer kan een tenaamstelling vervallen verklaren indien voor het voertuig, waarvoor de tenaamstelling gold een nieuw kenteken is opgegeven.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De Dienst Wegverkeer kan een tenaamstelling vervallen verklaren indien naar het oordeel van deze dienst blijkt dat het voertuig waarvoor de tenaamstelling geldt:
|
||||
|
||||
a. voorgoed buiten gebruik is gesteld;
|
||||
b. voorgoed buiten Nederland is gebracht;
|
||||
c. definitief is bestemd voor gebruik buiten de weg, of
|
||||
d. is gaan behoren tot een der ingevolge artikel 37 van de wet van de kentekenplicht uitgezonderde categorieën van voertuigen.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
De Dienst Wegverkeer kan een tenaamstelling vervallen verklaren indien naar oordeel van deze dienst blijkt dat:
|
||||
|
||||
a. degene op wiens naam het voertuig is ingeschreven opgehouden is eigenaar, bezitter of houder van het voertuig te zijn;
|
||||
b. de reden waarom voor het voertuig een kenteken als bedoeld in artikel 4, tweede lid, of derde lid, onderdeel a, dan wel bevattende de lettergroep CD of CDJ is opgegeven is vervallen;
|
||||
c. de eigenaar of houder van het voertuig onvrijwillig het bezit of het houderschap van het voertuig heeft verloren; of
|
||||
d. degene die als tenaamgestelde in het kentekenregister is ingeschreven niet langer in Nederland woonachtig of gevestigd is.
|
||||
|
||||
**5.** In het geval, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, verklaart de Dienst Wegverkeer de tenaamstelling vervallen indien het voorgoed buiten gebruik stellen van het voertuig overeenkomstig het bepaalde krachtens artikel 62, derde lid, van de wet wordt gemeld door een erkend bedrijf bedrijfsvoorraad dat gebruik maakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel c.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het vijfde lid verklaart de Dienst Wegverkeer een tenaamstelling vervallen indien:
|
||||
|
||||
a. de melding geschiedt door een ander dan een erkend bedrijf bedrijfsvoorraad dat de bevoegdheid, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel c, heeft verkregen;
|
||||
b. de melding betrekking heeft op een voertuig dat behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie van voertuigen, en
|
||||
c. wordt voldaan aan nadere bij ministeriële regeling vastgestelde voorwaarden.
|
||||
|
||||
**7.** In het geval, bedoeld in het derde lid, onderdeel c, verklaart de Dienst Wegverkeer de tenaamstelling vervallen indien ten aanzien van de bestemming van het voertuig wordt voldaan aan nadere bij ministeriële regeling vastgestelde voorwaarden.
|
||||
|
||||
**8.** In het geval, bedoeld in het vierde lid, onderdeel c, verklaart de Dienst Wegverkeer de tenaamstelling vervallen indien het verlies van het bezit of het houderschap van het voertuig het gevolg is van diefstal of verduistering en hiervan aangifte is gedaan bij een van de in de artikelen 141 en 142 van het Wetboek van Strafvordering bedoelde personen.
|
||||
|
||||
**9.**
|
||||
|
||||
De op grond van het achtste lid vervallen verklaarde tenaamstelling herleeft:
|
||||
|
||||
a. op verzoek van de eigenaar of houder van het voertuig, of
|
||||
b. 30 dagen na een kennisgeving aan de Dienst Wegverkeer van de in dat lid genoemde personen dat het voertuig niet langer wordt vermist.
|
||||
|
||||
### Artikel 40c
|
||||
|
||||
**1.** Degene die naar zijn mening ten onrechte als tenaamgestelde in het kentekenregister is vermeld, kan de Dienst Wegverkeer verzoeken de tenaamstelling te doen vervallen. De Dienst Wegverkeer verklaart de tenaamstelling vervallen indien hiervoor naar het oordeel van deze dienst voldoende gronden aanwezig zijn.
|
||||
|
||||
**2.** De tenaamstelling in het kentekenregister vervalt niet eerder dan op de dag waarop daartoe een verzoek bij deze dienst is ingediend.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het tweede lid kan de Dienst Wegverkeer in uitzonderlijke gevallen het vervallen van de tenaamstelling eerder laten ingaan.
|
||||
|
||||
### Artikel 40d
|
||||
|
||||
De Dienst Wegverkeer kan de vervallen tenaamstelling in het register herstellen indien de reden voor vervallenverklaring is komen te vervallen.
|
||||
|
||||
### Artikel 40e
|
||||
|
||||
Een wijziging van richtlijn nr. 2000/53/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 18 september 2000 betreffende autowrakken (PbEG L 269) gaat voor de toepassing van artikel 40 en artikel 46 gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven.
|
||||
**2.** Degene die naar zijn mening ten onrechte als tenaamgestelde in het register is vermeld, kan de Dienst Wegverkeer verzoeken de tenaamstelling te doen vervallen. De Dienst Wegverkeer gaat over tot het doen vervallen van de tenaamstelling indien hiervoor naar het oordeel van deze dienst voldoende gronden aanwezig zijn.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 5. Handelaarskentekenbewijzen
|
||||
|
||||
### Artikel 41
|
||||
|
||||
Voor voertuigen als bedoeld in artikel 37, derde lid, van de wet, geldt het vereiste dat een kenteken voor een bepaald voertuig dient te zijn opgegeven niet, mits dat voertuig een handelaarskenteken voert, dat behoort bij een ingevolge artikel 42 afgegeven handelaarskentekenbewijs waarvan gebruik wordt gemaakt overeenkomstig de in dit hoofdstuk bedoelde voorschriften.
|
||||
Voor voertuigen als bedoeld in artikel 37, derde lid, van de wet, geldt het vereiste dat een kenteken voor een bepaald voertuig dient te zijn opgegeven niet, mits dat voertuig een kenteken voert als bedoeld in artikel 3, dat behoort bij een ingevolge artikel 42 afgegeven handelaarskentekenbewijs waarvan gebruik wordt gemaakt overeenkomstig de in dit hoofdstuk bedoelde voorschriften.
|
||||
|
||||
### Artikel 42
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een handelaarskentekenbewijs kan worden aangevraagd door en worden afgegeven aan:
|
||||
Een handelaarsketekenbewijs kan worden aangevraagd door en worden afgegeven aan:
|
||||
|
||||
a. een erkend bedrijf bedrijfsvoorraad, of;
|
||||
a. een erkend bedrijf, dan wel
|
||||
b. een natuurlijke persoon of rechtspersoon die exploitant is van een of meer ondernemingen, waar voertuigen bedrijfsmatig voor derden worden hersteld of bewerkt.
|
||||
|
||||
**2.** De aanvraag wordt ingediend bij de Dienst Wegverkeer.
|
||||
|
|
@ -747,12 +609,6 @@ d. handelt in strijd met het bepaalde:
|
|||
|
||||
**3.** Indien degene die een ongeldig verklaard handelaarskentekenbewijs onder zich heeft niet voldoet aan de verplichting van het tweede lid, kan het handelaarskentekenbewijs worden ingenomen door de daartoe bevoegde ambtenaren.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 5a. Erkenningsregeling tenaamstelling
|
||||
|
||||
### Artikel 45a
|
||||
|
||||
Na indiening van het verzoek om intrekking, als bedoeld in artikel 61d, eerste lid, van de wet, kan de Dienst Wegverkeer bepalen dat de erkenning gedurende twee jaar van kracht blijft.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 6. Erkenningsregeling bedrijfsvoorraad
|
||||
|
||||
### Artikel 46
|
||||
|
|
@ -763,10 +619,12 @@ Na indiening van het verzoek om intrekking, als bedoeld in artikel 61d, eerste l
|
|||
|
||||
Aan de erkenning kan worden verbonden:
|
||||
|
||||
a. de bevoegdheid tot het versneld aanvragen van de inschrijving van voertuigen;
|
||||
b. de bevoegdheid tot het versneld melden dat tot de bedrijfsvoorraad behorende voertuigen voorgoed buiten Nederland worden gebracht;
|
||||
c. de bevoegdheid tot het melden dat tot de bedrijfsvoorraad behorende voertuigen voorgoed buiten gebruik worden gesteld, alsmede het verstrekken van een certificaat van vernietiging als bedoeld in artikel 5, derde lid, van richtlijn nr. 2000/53/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 18 september 2000 betreffende autowrakken (PbEG L 269), met dien verstande dat voor voertuigen waar die richtlijn op van toepassing is de melding alleen wordt gedaan nadat het certificaat van vernietiging is verstrekt; en
|
||||
d. de bevoegdheid om in geval van verkoop van een voertuig uit eigen bedrijfsvoorraad namens de aanvrager middels een voor datacommunicatie geschikte voorziening bij de Dienst Wegverkeer, overeenkomstig artikel 50, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de wet een aanvraag van een tenaamstelling in te dienen.
|
||||
a. de bevoegdheid om voertuigen met behulp van een voor datacommunicatie geschikte voorziening in bedrijfsvoorraad op te nemen,
|
||||
b. de bevoegdheid tot het aanvragen van nog niet tenaamgestelde kentekenbewijzen,
|
||||
c. de bevoegdheid tot het versneld melden dat tot de bedrijfsvoorraad behorende voertuigen voorgoed buiten Nederland worden gebracht, alsmede het verstrekken van kentekenbewijzen die een kenteken bevatten als bedoeld in artikel 4, zesde lid,
|
||||
d. de bevoegdheid tot het melden dat tot de bedrijfsvoorraad behorende voertuigen voorgoed buiten gebruik worden gesteld, en
|
||||
e. de bevoegdheid om in geval van overdracht van een voertuig uit de bedrijfsvoorraad van het betrokken bedrijf namens de aanvrager van een kentekenbewijs de aanvraag in te dienen, overeenkomstig artikel 50, eerste lid, onderdeel a, van de wet;
|
||||
f. de bevoegdheid om in geval van verkoop van een voertuig uit eigen bedrijfsvoorraad namens de aanvrager middels een voor datacommunicatie geschikte voorziening bij de Dienst Wegverkeer, overeenkomstig artikel 50, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de wet een aanvraag voor een kentekenbewijs of een deel II in te dienen en dit aan de aanvrager uit te reiken.
|
||||
|
||||
### Artikel 47
|
||||
|
||||
|
|
@ -784,9 +642,9 @@ c. bij ministeriële regeling aan te wijzen personen of instanties die voertuige
|
|||
|
||||
### Artikel 48
|
||||
|
||||
**1.** Bij het verlenen van de erkenning verstrekt de Dienst Wegverkeer aan het erkende bedrijf een of meer bedrijfsvoorraadpassen van een bij ministeriële regeling vastgesteld model, waarmee de registratie van voertuigen in bedrijfsvoorraad kan plaatsvinden.
|
||||
**1.** Bij het verlenen van de erkenning verstrekt de Dienst Wegverkeer aan het erkende bedrijf een of meer bedrijfsvoorraadpassen van een bij ministeriële regeling vastgesteld model, waarmee de registratie van voertuigen in bedrijfsvoorraad kan plaatsvinden alsmede formulieren die bestemd zijn om te dienen als vrijwaringsbewijs en als bedrijfsvoorraad deel II.
|
||||
|
||||
**2.** Op aanvraag verstrekt de Dienst Wegverkeer aan een erkend bedrijf meerdere bedrijfsvoorraadpassen als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
**2.** Op aanvraag verstrekt de Dienst Wegverkeer aan een erkend bedrijf meerdere bedrijfsvoorraadpassen en formulieren als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.** Voor versleten of zoekgeraakte bedrijfsvoorraadpassen verstrekt de Dienst Wegverkeer op aanvraag aan het erkende bedrijf vervangende passen. Voor versleten bedrijfsvoorraadpassen geeft de Dienst Wegverkeer niet eerder vervangende passen af dan nadat de versleten passen zijn ingeleverd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -794,94 +652,55 @@ c. bij ministeriële regeling aan te wijzen personen of instanties die voertuige
|
|||
|
||||
### Artikel 49
|
||||
|
||||
**1.** Indien dit bij de intrekking, wijziging of schorsing van de erkenning als bedoeld in artikel 65 van de wet, is bepaald, levert degene aan wie de erkenning is dan wel was verleend alle aan hem verstrekte bedrijfsvoorraadpassen onverwijld in bij de Dienst Wegverkeer.
|
||||
**1.** Indien dit bij de intrekking, wijziging of schorsing van de erkenning als bedoeld in artikel 65 van de wet, is bepaald, levert degene aan wie de erkenning is dan wel was verleend alle aan hem verstrekte bedrijfsvoorraadpassen en formulieren onverwijld in bij de Dienst Wegverkeer.
|
||||
|
||||
**2.** Indien degene aan wie de erkenning is dan wel was verleend niet voldoet aan het eerste lid, kunnen de bedrijfsvoorraadpassen worden ingenomen door de daartoe bevoegde ambtenaren.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 6a. Erkenningsregeling exportdienstverlening
|
||||
|
||||
### Artikel 49a
|
||||
|
||||
Een erkenning als bedoeld in artikel 66a, eerste lid, van de wet, wordt verleend teneinde ten behoeve van derden de tenaamstelling van voertuigen in het kentekenregister langs geautomatiseerde weg te beëindigen in verband met het voorgoed buiten Nederland brengen van een voertuig.
|
||||
|
||||
### Artikel 49b
|
||||
|
||||
**1.** Een erkenning als bedoeld in artikel 66a, eerste lid, van de wet, kan worden aangevraagd door en worden verleend aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon die exploitant is van een of meer ondernemingen waarin aan derden bedrijfsmatig diensten worden verleend in verband met de export van in het kentekenregister tenaamgestelde voertuigen.
|
||||
|
||||
**2.** De aanvraag wordt ingediend bij de Dienst Wegverkeer.
|
||||
|
||||
**3.** De aanvrager stelt de Dienst Wegverkeer in de gelegenheid te onderzoeken of te zijnen aanzien aan het eerste lid wordt voldaan.
|
||||
**2.** Indien degene aan wie de erkenning is dan wel was verleend niet voldoet aan het eerste lid, kunnen de bedrijfsvoorraadpassen en formulieren worden ingenomen door de daartoe bevoegde ambtenaren.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 7. Schorsing
|
||||
|
||||
### Artikel 50
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
**1.** De aanvrager van een schorsing als bedoeld in artikel 67 van de wet legt ten behoeve van deze aanvraag bij de Dienst Wegverkeer het deel II van het kentekenbewijs, het overschrijvingsbewijs alsmede een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs over.
|
||||
|
||||
De aanvraag bij de Dienst Wegverkeer van een schorsing als bedoeld in artikel 67 van de wet vindt plaats op één van de volgende wijzen:
|
||||
|
||||
a. door de kentekencard, een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs alsmede de tenaamstellingscode over te leggen.
|
||||
b. langs elektronische weg door gebruikmaking van een door de Dienst Wegverkeer vastgesteld authenticatiemiddel.
|
||||
|
||||
**2.** De Dienst Wegverkeer geeft aan de aanvrager een schorsingsverslag af en in het geval van een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, verstrekt deze dienst een nieuwe tenaamstellingscode.
|
||||
**2.** De Dienst Wegverkeer plaatst op het deel II een bij ministeriële regeling vastgestelde aantekening.
|
||||
|
||||
### Artikel 51
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een verzoek tot beëindiging van een schorsing ingevolge artikel 69 van de wet vindt plaats op één van de volgende wijzen:
|
||||
|
||||
a. door de kentekencard, een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs en de tenaamstellingscode bij de Dienst Wegverkeer over te leggen;
|
||||
b. langs elektronische weg door gebruikmaking van een door de Dienst Wegverkeer vastgesteld authenticatiemiddel.
|
||||
|
||||
**2.** De Dienst Wegverkeer verstrekt in het geval van een verzoek als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, een nieuwe tenaamstellingscode.
|
||||
Indien de schorsing eindigt ingevolge artikel 68 van de wet, wordt bij de Dienst Wegverkeer, onder overlegging van deel II van het kentekenbewijs, het overschrijvingsbewijs alsmede een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs, een nieuw deel II aangevraagd.
|
||||
|
||||
### Artikel 52
|
||||
|
||||
Een schorsing eindigt niet door gebruik van de weg indien:
|
||||
|
||||
a. het voertuig waarvan de tenaamstelling is geschorst een handelaarskenteken voert, dat behoort bij een ingevolge artikel 42 afgegeven handelaarskentekenbewijs dat voldoet aan hoofdstuk 5 en waarvan gebruik wordt gemaakt overeenkomstig de in dat hoofdstuk bedoelde voorschriften, dan wel
|
||||
a. het voertuig waarvan de geldigheid van het kentekenbewijs is geschorst een kenteken voert als bedoeld in artikel 3, dat behoort bij een ingevolge artikel 42 afgegeven handelaarskentekenbewijs dat voldoet aan hoofdstuk 5 en waarvan gebruik wordt gemaakt overeenkomstig de in dat hoofdstuk bedoelde voorschriften, dan wel
|
||||
b. artikel 23, eerste lid, van toepassing is.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 8. Strafbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 53
|
||||
|
||||
Overtreding van de hierna genoemde artikelen is een strafbaar feit:
|
||||
Overtreding van de artikelen
|
||||
|
||||
– 5, eerste of derde lid;
|
||||
– 26, eerste, tweede of vierde lid;
|
||||
– 26, zesde lid, in samenhang met het eerste, tweede of vierde lid;
|
||||
– 27, tweede of vijfde lid;
|
||||
– 28, eerste lid, in samenhang met 27, tweede lid;
|
||||
– 28, tweede lid;
|
||||
– 29, eerste lid;
|
||||
– 31, eerste, tweede of vierde lid;
|
||||
– 32, tweede lid;
|
||||
– 33, eerste lid;
|
||||
– 34, eerste lid;
|
||||
– 39, derde lid;
|
||||
– 44, eerste, derde of vierde lid;
|
||||
– 45, tweede lid;
|
||||
– 49, eerste lid;
|
||||
– 58b, eerste, tweede, vierde of vijfde lid;
|
||||
– 58b, zesde lid, in samenhang met het eerste, tweede, vierde of vijfde lid;
|
||||
– 58c, tweede en zesde lid;
|
||||
– 58d, eerste lid, in samenhang met 58b, eerste, tweede of vierde lid;
|
||||
– 58d, eerste lid, in samenhang met 58c, tweede lid;
|
||||
– 58d, tweede lid;
|
||||
– 58f, eerste lid;
|
||||
– 58h, eerste lid;
|
||||
– 58l, eerste, tweede, vierde of vijfde lid;
|
||||
– 58l, zesde lid, in samenhang met het eerste, tweede, vierde of vijfde lid;
|
||||
– 58m, tweede lid;
|
||||
– 58n, eerste lid, in samenhang met 58l, eerste, tweede, vierde of vijfde lid;
|
||||
– 58n, eerste lid, in samenhang met 58m, tweede lid;
|
||||
– 58n, tweede lid;
|
||||
– 58p, eerste lid;
|
||||
– 58r, eerste, tweede, vierde of vijfde lid;
|
||||
– 58s, eerste lid;
|
||||
– 58u, vierde lid.
|
||||
- 5, eerste en derde tot en met vijfde lid,
|
||||
- 26, eerste, tweede, vierde en vijfde lid,
|
||||
- 26, eerste lid, onderdeel *b*, vierde of vijfde lid jo artikel 18,
|
||||
- 27, tweede en zesde lid,
|
||||
- 27, tweede lid, onderdeel *b*, of zesde lid jo artikel 18,
|
||||
- 28, eerste lid jo artikel 26, eerste, tweede, vierde of vijfde lid,
|
||||
- 28, eerste lid jo artikel 27, tweede of zesde lid,
|
||||
- 28, tweede lid,
|
||||
- 29, eerste lid,
|
||||
- 31, eerste, tweede, vierde en vijfde lid en zesde jo eerste of tweede lid,
|
||||
- 31, eerste lid, onderdeel *b*, vierde of vijfde lid jo artikel 18,
|
||||
- 31, zesde lid jo eerste of tweede lid jo artikel 18,
|
||||
- 32, tweede lid,
|
||||
- 33, eerste lid en derde jo eerste lid,
|
||||
- 34, eerste lid,
|
||||
- 39, vijfde lid,
|
||||
- 44,
|
||||
- 45, tweede lid,
|
||||
- 49, eerste lid, en
|
||||
- 54, tweede lid is een strafbaar feit.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 9. Overgangsbepalingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -911,339 +730,6 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
Voor de toepassing van dit besluit wordt een op basis van het Reglement kentekenregistratie afgegeven kopie deel III gelijkgesteld met een overschrijvingsbewijs tot het tijdstip dat het kopie deel III is vervangen door een zodanig bewijs.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 9A. Overgangsbepalingen in verband met de implementatie van
|
||||
|
||||
### Artikel 58a
|
||||
|
||||
In afwijking van de artikelen 26 tot en met 30 en 34 zijn op driedelige kentekenbewijzen alsmede op kentekenbewijzen die bestaan uit een deel I dat is afgegeven voor 31 mei 2004, een deel I B en een overschrijvingsbewijs, de artikelen 58b tot en met 58i van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 58b
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Degene aan wie een kentekenbewijs als bedoeld in artikel 58a is afgegeven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is, ingeval hij ophoudt eigenaar of houder te zijn van het voertuig waarvoor dat kentekenbewijs is afgegeven, verplicht:
|
||||
|
||||
a. het deel II of het deel I B en het overschrijvingsbewijs terstond over te dragen aan degene die eigenaar of houder van het voertuig is geworden;
|
||||
b. het deel I van het kentekenbewijs onder zich te houden, totdat hij het in het derde lid bedoelde vrijwaringsbewijs en het oude deel II of I B heeft ontvangen.
|
||||
|
||||
**2.** Degene die eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is verplicht binnen een week nadat hij het deel II of I B en het overschrijvingsbewijs heeft ontvangen, bij de Dienst Wegverkeer om tenaamstelling te verzoeken onder overlegging van het deel II of I B, het overschrijvingsbewijs en een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs.
|
||||
|
||||
**3.** De Dienst Wegverkeer geeft aan degene die aan de verplichtingen van het tweede lid heeft voldaan, een vrijwaringsbewijs, een tenaamstellingsverslag een kentekencard af en verstrekt een tenaamstellingcode.
|
||||
|
||||
**4.** Degene die het vrijwaringsbewijs en de tenaamstellingcode heeft ontvangen, is verplicht deze terstond, tezamen met het oude deel II of I B, te doen toekomen aan degene die het deel I, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder zich heeft gehouden.
|
||||
|
||||
**5.** Degene die het deel I, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder zich heeft gehouden, is verplicht dit terstond af te geven aan degene van wie hij het vrijwaringsbewijs en het oude deel II of I B heeft verkregen.
|
||||
|
||||
**6.** De voorgaande leden zijn van overeenkomstige toepassing indien de eigenaar, respectievelijk de houder van een voertuig, aan wie een kentekenbewijs als bedoeld in artikel 58a is afgegeven, met de houder, respectievelijk de eigenaar van het voertuig overeenkomt dat het kenteken aan deze houder, respectievelijk eigenaar wordt opgegeven.
|
||||
|
||||
**7.** De verplichting, bedoeld in het tweede lid, geldt niet in het geval tenaamstelling wordt geweigerd op grond van artikel 20, derde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 58c
|
||||
|
||||
**1.** In geval van overdracht ten behoeve van een bedrijfsvoorraad, van een voertuig waarvoor een kentekenbewijs als bedoeld in artikel 58a is afgegeven, zijn in afwijking van artikel 58b, het tweede tot en met zesde lid van toepassing.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Degene aan wie een driedelig kentekenbewijs is afgegeven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is verplicht:
|
||||
|
||||
a. aan het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad terstond het deel II of I B van het kentekenbewijs en het overschrijvingsbewijs over te dragen;
|
||||
b. het deel I van het kentekenbewijs onder zich te houden totdat hij het in het vijfde lid bedoelde vrijwaringsbewijs en het oude deel II of I B heeft ontvangen.
|
||||
|
||||
**3.** Het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad is verplicht binnen een week, nadat hij het deel II of I B en het overschrijvingsbewijs heeft ontvangen, bij de Dienst Wegverkeer om opname in bedrijfsvoorraad te verzoeken onder overlegging van deel II of I B, het overschrijvingsbewijs en de bedrijfsvoorraadpas.
|
||||
|
||||
**4.** De Dienst Wegverkeer geeft aan degene die aan de verplichtingen van het derde lid heeft voldaan een tenaamstellingsverslag en op verzoek een kentekencard af en verstrekt een tenaamstellingscode.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad is verplicht:
|
||||
|
||||
a. een vrijwaringsbewijs met de middels datacommunicatie ter beschikking gestelde gegevens die verband houden met de opname in bedrijfsvoorraad aan te maken, en
|
||||
b. aan degene van wie hij het deel II of I B en het overschrijvingsbewijs heeft ontvangen, het vrijwaringsbewijs alsmede het oude deel II of I B terstond ter hand te stellen
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
Het tweede en het vijfde lid zijn niet van toepassing indien een of meer delen van het kentekenbewijs verloren zijn geraakt of teniet zijn gegaan en het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad bij de in het achtste lid, onderdeel a, bedoelde melding tevens meldt dat het voertuig voorgoed buiten gebruik wordt gesteld, mits degene aan wie het kentekenbewijs als bedoeld in artikel 58a is afgegeven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden:
|
||||
|
||||
a. aan het erkende bedrijf terstond de niet verloren geraakte of teniet gegane delen van het kentekenbewijs overdraagt;
|
||||
b. verklaart dat de niet aan het erkende bedrijf overgedragen delen van het kentekenbewijs verloren zijn geraakt of teniet zijn gegaan, en
|
||||
c. bij het erkende bedrijf de bij ministeriële regeling aangewezen documenten overlegt.
|
||||
|
||||
### Artikel 58d
|
||||
|
||||
**1.** Indien een voertuig waarvoor een kentekenbewijs als bedoeld in artikel 58a is afgegeven, ophoudt te behoren tot de bedrijfsvoorraad van een erkend bedrijf bedrijfsvoorraad, is artikel 58b of, in geval van overdracht ten behoeve van een bedrijfsvoorraad, artikel 58c van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Indien een voertuig ophoudt te behoren tot de bedrijfsvoorraad van een erkend bedrijf bedrijfsvoorraad en dit bedrijf het voertuig tot eigen gebruik bestemt, verzoekt het bedrijf terstond om tenaamstelling bij de Dienst Wegverkeer, onder overlegging van het bedrijfsvoorraad deel II of I B, het overschrijvingsbewijs en een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs.
|
||||
|
||||
**3.** De Dienst Wegverkeer geeft aan degene die aan de verplichting van het tweede lid heeft voldaan, zowel een vrijwaringsbewijs, een tenaamstellingsverslag als een kentekencard af en verstrekt een tenaamstellingscode.
|
||||
|
||||
### Artikel 58e
|
||||
|
||||
**1.** In geval van overdracht van een voertuig dat ophoudt te behoren tot de bedrijfsvoorraad van een erkende bedrijf bedrijfsvoorraad dat gebruik maakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel d, kan, in afwijking van artikel 58d, een aanvraag om tenaamstelling, gericht aan de Dienst Wegverkeer, bij dat bedrijf worden ingediend. In afwijking van artikel 58d is dit artikel van toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de aanvraag wordt gedaan door een natuurlijk persoon overlegt deze in persoon aan het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs, alsmede een verklaring waaruit duidelijk het verzoek tot tenaamstelling blijkt en het kenteken van het voertuig dat wordt overgedragen, en welke overigens voldoet aan bij ministeriële regeling als bedoeld in artikel 50, vijfde lid, van de wet, gestelde voorschriften.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Indien de aanvraag wordt gedaan door een in Nederland gevestigde rechtspersoon, die is ingeschreven in het handelsregister, machtigt deze het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad de aanvraag bij de Dienst Wegverkeer in te dienen. Degene die blijkens het handelsregister bevoegd is de rechtspersoon te vertegenwoordigen verstrekt aan het erkende bedrijf:
|
||||
|
||||
a. een kopie van een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs;
|
||||
b. een ondertekende machtiging welke vermeldt:
|
||||
|
||||
1°. naam en adres van de aanvrager;
|
||||
2°. een opgave van zijn unieke nummer, bedoeld in artikel 9, onder a, van de Handelsregisterwet 2007;
|
||||
3°. naam en geboortedatum van degene die de rechtspersoon vertegenwoordigt;
|
||||
4°. naam en adres van het erkende bedrijf waar de aanvraag wordt ingediend, en
|
||||
5°. het kenteken van het voertuig waarop de aanvraag betrekking heeft.
|
||||
|
||||
**4.** Het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad meldt de bij ministeriële regeling als bedoeld in artikel 62, vierde lid, van de wet, voorgeschreven gegevens vermeld op het overschrijvingsbewijs, op het bedrijfsvoorraad deel II of I B en het burgerservicenummer dan wel het rijbewijsnummer. In geval van een aanvraag als bedoeld in het tweede lid meldt het bedrijf ook de geboortedatum van de aanvrager. In geval van een aanvraag als bedoeld in het derde lid meldt het bedrijf ook de vestigingsdatum en de gegevens, vermeld in de machtiging.
|
||||
|
||||
**5.** De Dienst Wegverkeer geeft, indien aan de verplichtingen in het tweede tot en met vierde lid is voldaan, aan de aanvrager een nieuwe kentekencard, een tenaamstellingsverslag en een vrijwaringsbewijs af en verstrekt een tenaamstellingscode.
|
||||
|
||||
### Artikel 58f
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van de artikelen 58b, tweede lid, en 58c, derde lid, is, in geval van overlijden van degene aan wie een kentekenbewijs als bedoeld in artikel 58a is afgegeven, degene die als erfgenaam eigenaar of houder van het voertuig is geworden, verplicht binnen vijf weken nadat hij eigenaar of houder is geworden bij de Dienst Wegverkeer een verzoek in te dienen om het voertuig op zijn naam te registreren onder overlegging van het deel II, het deel I B of het bedrijfsvoorraad deel II of I B, het overschrijvingsbewijs en een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs.
|
||||
|
||||
**2.** De Dienst Wegverkeer geeft aan degene die aan de verplichting van het eerste lid heeft voldaan, zowel een kentekencard, een tenaamstellingsverslag, als een vrijwaringsbewijs af en verstrekt een tenaamstellingcode.
|
||||
|
||||
### Artikel 58g
|
||||
|
||||
**1.** De Dienst Wegverkeer kan een voertuig tenaamstellen zonder dat aan de in de artikelen 58b tot en met 58f bedoelde verplichtingen is voldaan, indien de aanvraag hiertoe wordt ingediend door een natuurlijk persoon of een rechtspersoon die verklaart eigenaar of houder van het voertuig te zijn en indien naar het oordeel van de Dienst Wegverkeer aannemelijk is gemaakt dat niet aan bedoelde verplichtingen kan worden voldaan.
|
||||
|
||||
**2.** De Dienst Wegverkeer kan in verband met het bepaalde in het eerste lid verlangen dat de aanvrager van de tenaamstelling het voertuig toont, een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs overlegt en een of meer delen van het kentekenbewijs inlevert.
|
||||
|
||||
### Artikel 58h
|
||||
|
||||
**1.** Indien het voertuig waarvoor een kentekenbewijs als bedoeld in artikel 58a is afgegeven niet meer overeenstemt met de gegevens op het deel I, is degene aan wie het kentekenbewijs is afgegeven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, verplicht onverwijld bij de Dienst Wegverkeer de gewijzigde gegevens te melden.
|
||||
|
||||
**2.** De Dienst Wegverkeer geeft aan degene die aan de in het eerste lid bedoelde verplichting heeft voldaan een nieuwe kentekencard af en verstrekt een tenaamstellingscode.
|
||||
|
||||
**3.** De Dienst Wegverkeer geeft in geval van wijziging in de constructie als bedoeld in artikel 98 van de wet een nieuwe kentekencard af nadat de wijziging is goedgekeurd ingevolge artikel 98 van de wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 58i
|
||||
|
||||
Indien de aanvraag tot schorsing van de tenaamstelling betrekking heeft op een kentekenbewijs als bedoeld in artikel 58a geldt:
|
||||
|
||||
a. in afwijking van de artikelen 50, eerste lid, onderdeel a, dat het deel II dan wel deel I B van het betrokken kentekenbewijs, het overschrijvingsbewijs en een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs worden overgelegd.
|
||||
b. in afwijking van de artikelen 50, tweede lid, dat de aanvrager, na ontvangst van het nieuwe deel I B van het betrokken kentekenbewijs, het ongeldig geworden deel II dan wel deel I B, respectievelijk het deel IA en het deel IB van het kentekenbewijs vernietigt.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 9b. Overgangsbepalingen in verband met de wijziging van de
|
||||
|
||||
### Artikel 58j
|
||||
|
||||
In afwijking van de artikelen 22, 26 tot en met 31, 34, 36, 39, 50 en 51 zijn op tweedelige kentekenbewijzen afgegeven na 31 mei 2004, maar voor 1 januari 2014 de artikelen 58k tot en met 58w van toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 58k
|
||||
|
||||
**1.** De verplichting tot het ter inzage afgeven van het kentekenbewijs als bedoeld in artikel 160 van de wet, heeft betrekking op het voor het voertuig afgegeven kentekenbewijs deel I, indien sprake is van een kentekenbewijs als bedoeld in artikel 58j.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de in artikel 160 van de wet bedoelde vordering betrekking heeft op een kentekenbewijs dat is afgegeven voor een aanhangwagen die overeenkomstig artikel 3.2 of 3.7 van de Regeling voertuigen is voorzien van een constructieplaat, kan aan de vordering worden voldaan binnen een termijn van een week.
|
||||
|
||||
### Artikel 58l
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Degene aan wie een kentekenbewijs als bedoeld in artikel 58j is afgegeven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is, ingeval hij ophoudt eigenaar of houder te zijn van het voertuig waarvoor dat kentekenbewijs is afgegeven, verplicht:
|
||||
|
||||
a. het deel I B en het overschrijvingsbewijs terstond over te dragen aan degene die eigenaar of houder van het voertuig is geworden;
|
||||
b. het deel I A van het kentekenbewijs onder zich te houden, totdat hij het in het derde lid bedoelde vrijwaringsbewijs en het oude deel I B heeft ontvangen.
|
||||
|
||||
**2.** Degene die eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is verplicht binnen een week nadat hij het deel I B en het overschrijvingsbewijs heeft ontvangen, bij de Dienst Wegverkeer om tenaamstelling te verzoeken onder overlegging van het deel I B, het overschrijvingsbewijs en een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs.
|
||||
|
||||
**3.** De Dienst Wegverkeer geeft aan degene die aan de verplichtingen van het tweede lid heeft voldaan, een vrijwaringsbewijs, een tenaamstellingsverslag en een kentekencard af en verstrekt een tenaamstellingscode.
|
||||
|
||||
**4.** Degene die het vrijwaringsbewijs en de heeft ontvangen, is verplicht dit terstond, tezamen met het oude deel I B, te doen toekomen aan degene die het deel IA, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder zich heeft gehouden.
|
||||
|
||||
**5.** Degene die het deel I A, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder zich heeft gehouden, is verplicht dit terstond af te geven aan degene van wie hij het vrijwaringsbewijs en het oude deel I B heeft verkregen.
|
||||
|
||||
**6.** De voorgaande leden zijn van overeenkomstige toepassing indien de eigenaar, respectievelijk de houder van een voertuig, aan wie een kentekenbewijs als bedoeld in artikel 58j is afgegeven, met de houder, respectievelijk de eigenaar van het voertuig overeenkomt dat het kenteken aan deze houder, respectievelijk eigenaar wordt opgegeven.
|
||||
|
||||
**7.** De verplichting, bedoeld in het tweede lid, geldt niet in het geval tenaamstelling wordt geweigerd op grond van artikel 20, derde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 58m
|
||||
|
||||
**1.** In geval van overdracht ten behoeve van een bedrijfsvoorraad, van een voertuig waarvoor een kentekenbewijs als bedoeld in artikel 58j is afgegeven, zijn in afwijking van artikel 58l het tweede tot en met achtste lid van toepassing.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Degene aan wie een tweedelig kentekenbewijs is afgegeven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is verplicht:
|
||||
|
||||
a. aan het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad terstond het deel I B van het kentekenbewijs en het overschrijvingsbewijs over te dragen;
|
||||
b. het deel IA van het kentekenbewijs onder zich te houden totdat hij het in het vijfde lid bedoelde vrijwaringsbewijs en het oude deel I B heeft ontvangen.
|
||||
|
||||
**3.** Het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad is verplicht binnen een week, nadat hij het deel I B en het overschrijvingsbewijs heeft ontvangen, bij de Dienst Wegverkeer om opname in bedrijfsvoorraad te verzoeken onder overlegging van deel II, het overschrijvingsbewijs en de bedrijfsvoorraadpas.
|
||||
|
||||
**4.** De Dienst Wegverkeer geeft aan degene die aan de verplichtingen van het derde lid heeft voldaan een tenaamstellingsverslag en, op verzoek, een kentekencard af en verstrekt een tenaamstellingscode.
|
||||
|
||||
**5.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat tot het moment van uitreiking van de kentekencard aan het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad de kentekencard voor de overdracht van een voertuig op bij ministeriële regeling te bepalen wijze en onder bij die regeling te bepalen voorwaarden kan worden vervangen door een tijdelijk document.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
Het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad is verplicht:
|
||||
|
||||
a. een vrijwaringsbewijs met de in het vierde lid bedoelde gegevens aan te maken, en
|
||||
b. aan degene van wie hij het deel I B en het overschrijvingsbewijs heeft ontvangen, het vrijwaringsbewijs, het tenaamstellingsverslag, alsmede het oude deel I B terstond ter hand te stellen.
|
||||
|
||||
**7.** Degene die het deel I A, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, onder zich heeft gehouden, is verplicht dit terstond af te geven aan het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad van wie hij het vrijwaringsbewijs en het oude deel I B heeft verkregen.
|
||||
|
||||
**8.**
|
||||
|
||||
Het tweede en het zesde lid zijn niet van toepassing indien een of meer delen van het kentekenbewijs verloren zijn geraakt of teniet zijn gegaan en het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad bij de in het achtste lid, onderdeel a, bedoelde melding tevens meldt dat het voertuig voorgoed buiten gebruik wordt gesteld, mits degene aan wie het kentekenbewijs als bedoeld in artikel 58j is afgegeven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden:
|
||||
|
||||
a. aan het erkende bedrijf terstond de niet verloren geraakte of tenietgegane delen van het kentekenbewijs overdraagt,
|
||||
b. verklaart dat de niet aan het erkende bedrijf overgedragen delen van het kentekenbewijs verloren zijn geraakt of teniet zijn gegaan, en
|
||||
c. bij het erkende bedrijf de bij ministeriële regeling aangewezen documenten overlegt.
|
||||
|
||||
### Artikel 58n
|
||||
|
||||
**1.** Indien een voertuig waarvoor een kentekenbewijs als bedoeld in artikel 58j is afgegeven, ophoudt te behoren tot de bedrijfsvoorraad van een erkend bedrijf bedrijfsvoorraad, is artikel 58l of, in geval van overdracht ten behoeve van een bedrijfsvoorraad, artikel 58m van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Indien een voertuig ophoudt te behoren tot de bedrijfsvoorraad van een erkend bedrijf bedrijfsvoorraad en dit bedrijf het voertuig tot eigen gebruik bestemt, verzoekt het bedrijf terstond om tenaamstelling bij de Dienst Wegverkeer, onder overlegging van het bedrijfsvoorraad deel I B, het overschrijvingsbewijs en een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs.
|
||||
|
||||
**3.** De Dienst Wegverkeer geeft aan degene die aan de verplichting van het tweede lid heeft voldaan een vrijwaringsbewijs en een kentekencard af en verstrekt een tenaamstellingcode.
|
||||
|
||||
### Artikel 58o
|
||||
|
||||
**1.** In geval van overdracht van een voertuig dat ophoudt te behoren tot de bedrijfsvoorraad van een erkend bedrijf bedrijfsvoorraad dat gebruik maakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel d, kan, in afwijking van artikel 58n, een aanvraag om tenaamstelling, gericht aan de Dienst Wegverkeer, bij dat bedrijf worden ingediend. In afwijking van artikel 58n is dit artikel van toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de aanvraag wordt gedaan door een natuurlijk persoon overlegt deze in persoon aan het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs, alsmede een verklaring waaruit duidelijk het verzoek tot tenaamstelling blijkt en het kenteken van het voertuig dat wordt overgedragen.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Indien de aanvraag wordt gedaan door een in Nederland gevestigde rechtspersoon, die is ingeschreven in het handelsregister, machtigt deze het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad de aanvraag bij de Dienst Wegverkeer in te dienen. Degene die blijkens het handelsregister bevoegd is de rechtspersoon te vertegenwoordigen verstrekt aan het erkende bedrijf:
|
||||
|
||||
a. een kopie van een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs;
|
||||
b. een ondertekende machtiging welke vermeldt:
|
||||
|
||||
1°. naam en adres van de aanvrager;
|
||||
2°. een opgave van zijn unieke nummer, bedoeld in artikel 9, onder a, van de Handelsregisterwet 2007;
|
||||
3°. naam en geboortedatum van degene die de rechtspersoon vertegenwoordigt;
|
||||
4°. naam en adres van het erkende bedrijf waar de aanvraag wordt ingediend, en
|
||||
5°. het kenteken van het voertuig waarop de aanvraag betrekking heeft.
|
||||
|
||||
**4.** Het erkende bedrijf bedrijfsvoorraad meldt de bij ministeriële regeling, als bedoeld in artikel 62, vierde lid, van de wet, voorgeschreven gegevens vermeld op het overschrijvingsbewijs, op het bedrijfsvoorraad deel I B en indien van toepassing het burgerservicenummer dan wel het rijbewijsnummer. In geval van een aanvraag als bedoeld in het tweede lid meldt het bedrijf ook de geboortedatum van de aanvrager. In geval van een aanvraag als bedoeld in het derde lid meldt het bedrijf ook de vestigingsdatum en de gegevens, vermeld in de machtiging.
|
||||
|
||||
**5.** De Dienst Wegverkeer geeft, indien aan de verplichtingen in het tweede tot en met vierde lid is voldaan aan de aanvrager een kentekencard, een tenaamstellingsverslag en een vrijwaringsbewijs af en verstrekt een tenaamstellingscode.
|
||||
|
||||
### Artikel 58p
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van de artikelen 58l, tweede lid, en 58m, derde lid, is, in geval van overlijden van degene aan wie een kentekenbewijs als bedoeld in artikel 58j is afgegeven, degene die als erfgenaam eigenaar of houder van het voertuig is geworden, verplicht binnen vijf weken nadat hij eigenaar of houder is geworden bij de Dienst Wegverkeer een verzoek in te dienen om het voertuig op zijn naam te registreren onder overlegging van het deel I B of het bedrijfsvoorraad deel I B, het overschrijvingsbewijs en een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs.
|
||||
|
||||
**2.** De Dienst Wegverkeer geeft aan degene die aan de verplichting van het eerste lid heeft voldaan zowel een kentekencard, een tenaamstellingsverslag als een vrijwaringsbewijs af en verstrekt een tenaamstellingscode.
|
||||
|
||||
### Artikel 58q
|
||||
|
||||
**1.** De Dienst Wegverkeer kan een voertuig tenaamstellen zonder dat aan de in de artikelen 58l tot en met 58p bedoelde verplichtingen is voldaan, indien de aanvraag hiertoe wordt ingediend door een natuurlijk persoon of een rechtspersoon die verklaart eigenaar of houder van het voertuig te zijn en indien naar het oordeel van de Dienst Wegverkeer aannemelijk is gemaakt dat niet aan bedoelde verplichtingen kan worden voldaan.
|
||||
|
||||
**2.** De Dienst Wegverkeer kan in verband met het bepaalde in het eerste lid verlangen dat de aanvrager van de tenaamstelling het voertuig toont, een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs overlegt en een of meer delen van het kentekenbewijs inlevert.
|
||||
|
||||
### Artikel 58r
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Degene aan wie een tweedelig kentekenbewijs is afgegeven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is, in geval van overdracht van een voertuig aan een in het buitenland woonachtige natuurlijk persoon of een in het buitenland gevestigde rechtspersoon, verplicht:
|
||||
|
||||
a. het deel I B en het deel II terstond over te dragen aan degene die eigenaar of houder van het voertuig is geworden;
|
||||
b. het deel I A van het kentekenbewijs onder zich te houden,
|
||||
|
||||
**2.** Degene die eigenaar of houder van het voertuig is geworden, is verplicht binnen een week nadat hij het deel I B en het deel II heeft ontvangen bij de Dienst Wegverkeer het deel I B en het deel II, een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs over te leggen.
|
||||
|
||||
**3.** De Dienst Wegverkeer plaatst op het deel I B een aantekening en geeft het deel I B en het legitimatiebewijs terug aan degene die aan de in het tweede lid bedoelde verplichtingen heeft voldaan tezamen met een vrijwaringsbewijs en een deel II.
|
||||
|
||||
**4.** Degene die het in het derde lid bedoelde vrijwaringsbewijs heeft ontvangen is verplicht dit terstond af te geven aan degene die het deel I A onder zich heeft gehouden.
|
||||
|
||||
**5.** Degene die het deel IA onder zich heeft gehouden is verplicht dit terstond af te geven aan degene van wie hij het in het vierde lid bedoelde vrijwaringsbewijs heeft verkregen.
|
||||
|
||||
**6.** In geval van overdracht van een tot de bedrijfsvoorraad van een erkend bedrijf bedrijfsvoorraad behorend voertuig waarvoor een tweedelig kentekenbewijs is afgegeven aan een in het buitenland woonachtige natuurlijk persoon of een in het buitenland gevestigde rechtspersoon, zonder dat het erkende bedrijf gebruik maakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel b, is het eerste tot en met vijfde lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het bedrijfsvoorraad deel I B in de plaats treedt van het deel I B.
|
||||
|
||||
### Artikel 58s
|
||||
|
||||
**1.** Indien het voertuig waarvoor een kentekenbewijs als bedoeld in artikel 58j is afgegeven niet meer overeenstemt met de gegevens op het deel I, is degene aan wie het kentekenbewijs is afgegeven of degene die na diens overlijden eigenaar of houder van het voertuig is geworden, verplicht onverwijld bij de Dienst Wegverkeer de gewijzigde gegevens te melden.
|
||||
|
||||
**2.** De Dienst Wegverkeer geeft aan degene die aan de in het eerste lid bedoelde verplichting heeft voldaan een kentekencard af en verstrekt een tenaamstellingscode.
|
||||
|
||||
**3.** De Dienst Wegverkeer geeft in geval van wijziging in de constructie als bedoeld in artikel 98 van de wet een nieuwe kentekencard af en verstrekt een tenaamstellingscode nadat de wijziging is goedgekeurd ingevolge artikel 98 van de wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 58t
|
||||
|
||||
**1.** De aanvraag van een vervangende kentekencard geschiedt bij de Dienst Wegverkeer door degene aan wie het tweedelig kentekenbewijs, waarvoor een vervangend document wordt aangevraagd, is afgegeven.
|
||||
|
||||
**2.** De Dienst Wegverkeer kan verlangen dat bij de aanvraag van een vervangende kentekencard het kentekenbewijs als bedoeld in artikel 58j wordt ingeleverd alsmede dat een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs wordt overgelegd.
|
||||
|
||||
**3.** Indien een kentekenbewijs als bedoeld in artikel 58j is afgegeven aan de houder van een voertuig en deze een vervangende kentekencard aanvraagt, kan de Dienst Wegverkeer in door deze dienst te bepalen gevallen verlangen dat de eigenaar voor de afgifte van de vervangende kentekencard, toestemming verleent. In deze gevallen kan de Dienst Wegverkeer bepalen dat de vervangende kentekencard naar de eigenaar of een door deze aangewezen persoon wordt gezonden.
|
||||
|
||||
### Artikel 58u
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Tot het vorderen tot overgifte van een kentekenbewijs als bedoeld in artikel 58j zijn bevoegd:
|
||||
|
||||
a. de Directie van de Dienst Wegverkeer en de door de Directie daartoe aangewezen tot die dienst behorende ambtenaren, indien naar hun oordeel artikel 60, eerste lid, onderdelen b of c, of tweede lid, van de wet, van toepassing is;
|
||||
b. de door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Financiën aangewezen ambtenaren der Rijksbelastingdienst, indien naar hun oordeel artikel 60, eerste lid, onderdeel a, van de wet, van toepassing is;
|
||||
c. de ambtenaren, bedoeld in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, indien naar hun oordeel artikel 60, eerste lid, onderdeel a, b of c, dan wel artikel 60, tweede lid, van de wet van toepassing is.
|
||||
|
||||
**2.** De verplichting tot overgifte, bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de wet, heeft betrekking op deel IA en op deel IB van het kentekenbewijs.
|
||||
|
||||
**3.** De in het eerste lid bedoelde ambtenaren geven de ter inzage overgegeven delen van het kentekenbewijs, na inzage terug aan degene van wie het is ingevorderd.
|
||||
|
||||
**4.** Indien dit bij de vordering van de houder van een kentekenbewijs wordt geëist, is deze verplicht tot het op een daarbij te bepalen tijd en plaats ter beschikking houden van het voertuig, waarvoor het bewijs is afgegeven.
|
||||
|
||||
**5.** Indien de vordering betrekking heeft op een kentekenbewijs dat is afgegeven voor een aanhangwagen die overeenkomstig artikel 3.2 of 3.7 van de Regeling voertuigen is voorzien van een constructieplaat, kan aan de vordering worden voldaan binnen een termijn van een week.
|
||||
|
||||
### Artikel 58v
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De aanvraag bij de Dienst Wegverkeer tot een schorsing als bedoeld in artikel 67 van de wet van een tenaamstelling van een voertuig waarvoor een kentekenbewijs als bedoeld in artikel 58j is afgegeven vindt plaats op één van de volgende wijzen:
|
||||
|
||||
a. door het deel I B van het kentekenbewijs, het deel II alsmede een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs over te leggen.
|
||||
b. langs elektronische weg door gebruikmaking van een door de Dienst Wegverkeer vastgesteld authenticatiemiddel.
|
||||
|
||||
**2.** De Dienst Wegverkeer geeft aan de aanvrager een kentekencard en een schorsingsverslag af en verstrekt een tenaamstellingscode.
|
||||
|
||||
### Artikel 58w
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een aanvraag tot opheffing van een schorsing ingevolge artikel 69 van de wet van een voertuig waarvoor een kentekenbewijs als bedoeld in artikel 58j is afgegeven, vindt plaats op één van de volgende wijzen:
|
||||
|
||||
a. door het deel I B van het kentekenbewijs, het deel II alsmede een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs over te leggen;
|
||||
b. langs elektronische weg door gebruikmaking van een door de Dienst Wegverkeer vastgesteld authenticatiemiddel.
|
||||
|
||||
**2.** De Dienst Wegverkeer verstrekt in het geval van een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, een nieuwe tenaamstellingscode,
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 9c. Overgangsbepalingen conversieperiode invoering kentekenplicht bijzondere bromfietsen
|
||||
|
||||
### Artikel 58x
|
||||
|
||||
**1.** Overeenkomstig de artikelen 58y en 58z vraagt de eigenaar of houder bij de Dienst Wegverkeer de inschrijving en tenaamstelling aan van bromfietsen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de wet, die voor 1 juli 2025 in het verkeer zijn gebracht.
|
||||
|
||||
**2.** Indien niet aan de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 58y en 58z, is voldaan, kan de inschrijving en tenaamstelling slechts geschieden overeenkomstig artikel 25.
|
||||
|
||||
### Artikel 58y
|
||||
|
||||
**1.** De aanvraag van de inschrijving en tenaamstelling geschiedt langs elektronische weg of door persoonlijke verschijning van de aanvrager bij een vestiging van de Dienst Wegverkeer.
|
||||
|
||||
**2.** De aanvraag langs elektronische weg geschiedt op de door de Dienst Wegverkeer te bepalen wijze.
|
||||
|
||||
**3.** De aanvraag door persoonlijke verschijning van de aanvrager geschiedt bij een door de Dienst Wegverkeer daartoe aangewezen vestiging van die dienst, onder overlegging van het op aanvraag door de Dienst Wegverkeer verstrekte aanvraagformulier en een legitimatiebewijs als bedoeld in artikel 25, eerste lid. Artikel 50, vierde lid, van de wet is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** De aanvrager verstrekt de bij ministeriële regeling voorgeschreven gegevens.
|
||||
|
||||
### Artikel 58z
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De Dienst Wegverkeer weigert de inschrijving en tenaamstelling indien:
|
||||
|
||||
a. het geen voertuig betreft als bedoeld in artikel 58x, eerste lid;
|
||||
b. het voertuig reeds is ingeschreven en te naam gesteld;
|
||||
c. naar het oordeel van deze dienst blijkt dat de eigenaar of houder van het voertuig onvrijwillig het bezit of het houderschap van dat voertuig heeft verloren;
|
||||
d. naar het oordeel van deze dienst één of meer van de gegevens die op het voertuig moeten zijn aangebracht geheel of gedeeltelijk aan het voertuig ontbreken;
|
||||
e. het voertuig voorgoed buiten gebruik is gesteld; of
|
||||
f. niet is voldaan aan de vereisten voor de aanvraag, bedoeld in artikel 58y.
|
||||
|
||||
**2.** Met betrekking tot de tenaamstelling is artikel 20 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 10. Slotbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 59
|
||||
|
|
@ -1257,5 +743,3 @@ De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te
|
|||
### Artikel 61
|
||||
|
||||
Dit besluit kan worden aangehaald als: Kentekenreglement.
|
||||
|
||||
## Bijlage . behorende bij
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue