2006-08-02 | BWBR0012288 | Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
This commit is contained in:
parent
ae8d42e747
commit
8adc8fdcb7
1 changed files with 125 additions and 132 deletions
|
|
@ -7437,198 +7437,191 @@ Naar Azerbeidzjan kan worden teruggekeerd.
|
|||
|
||||
#### 1. Datum
|
||||
|
||||
Deze versie van dit hoofdstuk is vastgesteld op 1 juli 2005.
|
||||
Deze versie van dit hoofdstuk is vastgesteld op 19 juli 2006.
|
||||
|
||||
200515512-08-200501-07-20052005/37200515512-08-200501-07-20052005/3714-08-2005
|
||||
200614631-07-200619-07-20062006/24200614631-07-200619-07-20062006/2402-08-2006
|
||||
|
||||
#### 2. Achtergrond
|
||||
|
||||
Op 17 januari 2005 heeft de Minister van Buitenlandse Zaken een ambtsbericht uitgebracht over de situatie in Burundi (kenmerk DPV/AM-865649/05). Dit ambtsbericht is vrijgegeven op 16 februari 2005.
|
||||
Dit hoofdstuk bevat het landgebonden asielbeleid voor Burundi. Het landgebonden asielbeleid is een uitwerking van het algemene beleid van C1 tot en met C6 en kan niet worden gezien als een uitzonderingsregeling. De algemene wet- en regelgeving blijft steeds de basis voor de individuele beoordeling van een asielaanvraag.
|
||||
|
||||
|
||||
Dit hoofdstuk bevat de uitvoeringsconsequenties van het vastgestelde beleid.
|
||||
De beleidsconclusies in dit hoofdstuk zijn mede gebaseerd op het algemeen ambtsbericht van de Minister van BuZa van maart 2006 over de situatie in Burundi (kenmerk DPV/AM-898723). Dit ambtsbericht is vrijgegeven op 19 juni 2006.
|
||||
Er is besloten tot een beleidswijziging ten aanzien van Burundese asielzoekers. Deze beleidswijziging is neergelegd in een brief aan de Voorzitter van de Tweede Kamer van 19 juni 2006 en houdt in dat het categoriale beschermingsbeleid ten aanzien van Burundese asielzoekers wordt beëindigd.
|
||||
|
||||
200515512-08-200501-07-20052005/37200515512-08-200501-07-20052005/3714-08-2005
|
||||
|
||||
Voor een beschrijving van de actuele situatie wordt verwezen naar het ambtsbericht van de Minister van BuZa.
|
||||
|
||||
200614631-07-200619-07-20062006/24200614631-07-200619-07-20062006/2402-08-2006
|
||||
|
||||
#### 3. Overgangsbeleid
|
||||
#### 3. Besluitmoratorium
|
||||
|
||||
Het beleid zoals weergegeven in het gelijknamige hoofdstuk van 8 augustus 2001 komt te vervallen met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze versie van het hoofdstuk.
|
||||
|
||||
200515512-08-200501-07-20052005/37200515512-08-200501-07-20052005/3714-08-2005
|
||||
Ten aanzien van asielzoekers uit Burundi is geen besluit genomen in de zin van artikel 43 Vw.
|
||||
|
||||
#### 4. Algemene situatie in Burundi
|
||||
#### 4. Groepen van personen die verhoogde aandacht vragen
|
||||
|
||||
Uit de inhoud van het meest recente ambtsbericht blijkt dat er nog immer sprake is van ernstig geweld dat in geheel Burundi voorkomt. De daarmee gepaard gaande schendingen van mensenrechten zijn wijdverbreid en burgers kunnen hier willekeurig slachtoffer van worden. De burgerbevolking kan zich niet aan het geweld onttrekken, mede vanwege het feit dat het om een relatief klein land gaat. Hoewel er belangrijke vooruitgang in het Burundese vredesproces is geboekt, heeft dit nog niet geleid tot een substantiële verbetering van de veiligheidssituatie.
|
||||
##### 4.1. Etnische groepen
|
||||
|
||||
#### 5. Groepen van personen die verhoogde aandacht vragen
|
||||
###### 4.1.1. Hutu en Tutsi
|
||||
|
||||
##### 5.1. Etnische groepen
|
||||
Op grond van de grondwet van 28 februari 2005, waarin het mandaat en het functioneren van de verschillende staatsorganen zijn opgenomen, is de machtsdeling tussen Hutu en Tutsi binnen het overheidsapparaat vastgesteld op respectievelijk 60% en 40%. Hutu krijgen naar het zich thans laat aanzien onder de nieuwe regering meer kansen dan het geval was onder de door Tutsi gedomineerde overheid. De participatie van Hutu in regering, leger en politie is sinds de vredesakkoorden en de voor Hutu gunstig verlopen verkiezingen toegenomen.
|
||||
|
||||
|
||||
Een belangrijk nationaal probleem is echter nog steeds het etnische conflict tussen de Hutu-meerderheid (85%) en de Tutsi-minderheid (14%).
|
||||
Burundi raakt steeds meer etnisch gesegregeerd, waarbij de Tutsi vooral in de stedelijke agglomeraties te vinden zijn en de Hutu op het platteland. Ook de wijken van de hoofdstad Bujumbura raken steeds meer etnisch gesegregeerd.
|
||||
|
||||
|
||||
Ondanks de verbeterde situatie kan, gezien het gestelde met betrekking tot het nog immer voortdurende etnische conflict tussen Hutu en Tutsi, niet worden uitgesloten dat discriminatie op grond van Hutu- dan wel Tutsi-afkomst nog immer voorkomt. Indien op grond van het individuele relaas blijkt dat de ondervonden discriminatie een dusdanige ernstige beperking van de bestaansmogelijkheden oplevert dat het onmogelijk is om op maatschappelijk en sociaal gebied te kunnen functioneren, kan betrokkene, met inachtneming van het beleid zoals neergelegd in C1/4.2.5, op grond van artikel 29, eerste lid, onder a Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning,
|
||||
|
||||
|
||||
Bij vervolgingsacties door de burgerbevolking (zoals bijvoorbeeld discriminatie) dan wel door de rebellengroepering Forces Nationales pour la Libération, dient te worden bezien of bescherming van de Burundese autoriteiten hiertegen soelaas kan bieden. Uitgangspunt is dat het aan betrokkene is om aannemelijk te maken waarom bescherming in het individuele geval niet geboden kan worden. Daarbij dient in aanmerking te worden genomen dat uit het ambtsbericht blijkt dat het overheidsapparaat, noch de justitiële sector in staat is om aangifte van de meeste misdrijven te behandelen en te vervolgen als gevolg van jarenlange ondercapaciteit. Als de autoriteiten geen bescherming kunnen of willen bieden, kan betrokkene op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
|
||||
|
||||
200614631-07-200619-07-20062006/24200614631-07-200619-07-20062006/2402-08-2006
|
||||
|
||||
Het voornaamste nationale probleem is het etnische conflict tussen de Hutu-meerderheid (85%) en de Tutsi-minderheid (14%). Burundi raakt steeds meer etnisch gesegregeerd, waarbij de Tutsi vooral in de stedelijke agglomeraties te vinden zijn en de Hutu op het platteland. Ook de wijken van de hoofdstad Bujumbura raken steeds meer etnisch gesegregeerd. Thans komen nauwelijks meer gemengde huwelijken voor. Sinds 1993 komen veel echtscheidingen voor bij gemengd gehuwden, omdat één van de gehuwden zich niet staande kon houden buiten de woonomgeving van de eigen etnische groep. Kinderen van etnisch gemengd gehuwden hebben te kampen met het wantrouwen van de bevolking, omdat men niet weet aan welke kant zij staan. Alhoewel de etnische afkomst van kinderen traditioneel wordt bepaald door de afkomst van de vader, is deze regel niet afdoende om dit wantrouwen weg te nemen. Bij de beoordeling van het asielrelaas van een kind van gemengde afkomst dient dan ook specifiek acht te worden geslagen op deze afkomst en de problemen die betrokkene op grond daarvan stelt te hebben ondervonden. Het asielrelaas dient te worden beoordeeld aan de hand van C1/4.2.5, waarbij de mogelijkheid om bescherming in te roepen, gelet op de kwetsbare positie van kinderen van gemengde afkomst, in beginsel niet kan worden aangenomen.
|
||||
|
||||
200515512-08-200501-07-20052005/37200515512-08-200501-07-20052005/3714-08-2005
|
||||
###### 4.1.2. Twa
|
||||
|
||||
##### 5.2. Hutu
|
||||
De Twa is de kleinste etnische minderheidsgroepering in Burundi. Van gerichte vervolging van de Twa is geen sprake. Wel worden zij op allerlei terreinen achtergesteld en gediscrimineerd. Vaak worden zij op economisch, sociaal en politiek terrein gemarginaliseerd. Dit leidt echter niet op voorhand tot de conclusie dat Twa in aanmerking komen voor vluchtelingschap. Hiervoor dienen zij op de gebruikelijke wijze aannemelijk te maken dat er sprake is van gegronde vrees voor vervolging. Gelet op de maatschappelijke positie van de Twa kan het inroepen van bescherming van de autoriteiten slechts op basis van concrete aanknopingspunten in het individuele asielrelaas worden tegengeworpen. Daarbij dient tevens in aanmerking te worden genomen dat uit het ambtsbericht blijkt dat het overheidsapparaat, noch de justitiële sector in staat is om aangifte van de meeste misdrijven te behandelen en te vervolgen als gevolg van jarenlange ondercapaciteit.
|
||||
|
||||
Leden van de Hutu-bevolkingsgroep worden op grote schaal gediscrimineerd door de Tutsi. Hutu krijgen regelmatig te maken met discriminatie en achterstelling door de door Tutsi gedomineerde overheid. Overheidsdiscriminatie raakt ieder aspect van de samenleving, maar is het meest uitgesproken in het hoger onderwijs en bepaalde overheidsdiensten zoals het leger en de rechterlijke macht.
|
||||
|
||||
|
||||
Met inachtneming van het beleid zoals neergelegd in C1/4.2.5 kan betrokkene met een Hutu-afkomst in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vreemdelingenwet, indien op grond van het individuele relaas blijkt dat de ondervonden discriminatie een dusdanige ernstige beperking van de bestaansmogelijkheden oplevert dat het onmogelijk is om op maatschappelijk en sociaal gebied te kunnen functioneren.
|
||||
|
||||
|
||||
Bij vervolgingsacties door de burgerbevolking (bijvoorbeeld discriminatie) dient te worden bezien of bescherming van de Burundese autoriteiten hiertegen soelaas kan bieden. Uitgangspunt is dat het aan betrokkene is om aannemelijk te maken waarom bescherming in zijn geval niet geboden kan worden. Hierbij dient wel in aanmerking te worden genomen dat de autoriteiten regelmatig niet in staat zullen zijn bescherming te bieden, alsmede dat er vanwege de Hutu-afkomst van betrokkene niet in alle gevallen bereidwilligheid zal zijn om bescherming te bieden. Als de autoriteiten geen bescherming kunnen of willen bieden, kan betrokkene in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vreemdelingenwet.
|
||||
|
||||
200515512-08-200501-07-20052005/37200515512-08-200501-07-20052005/3714-08-2005
|
||||
###### 4.1.3. Kinderen uit etnisch gemengde huwelijken
|
||||
|
||||
##### 5.3. Tutsi
|
||||
Tot 1993 kwamen etnisch gemengde huwelijken redelijk vaak voor, maar daarna nam het aantal snel af. Thans komen nauwelijks meer gemengde huwelijken voor. In 1993 kwamen veel echtscheidingen voor bij gemengde gehuwden, omdat één van de gehuwden zich niet staande kon houden buiten de woonomgeving van de eigen etnische groep. Kinderen van etnisch gemengd gehuwden hebben te kampen met het wantrouwen van de bevolking, omdat men niet weet aan welke kant zij staan. Traditioneel bepaalt de etnische achtergrond van de vader de etnische achtergrond van het kind.
|
||||
|
||||
|
||||
Bij de beoordeling van het asielrelaas van een kind van gemengde afkomst dient dan ook specifiek acht te worden geslagen op deze afkomst en de problemen die betrokkene op grond daarvan stelt te hebben ondervonden. Het asielrelaas dient te worden beoordeeld aan de hand van C1/4.2.5, waarbij de mogelijkheid om bescherming in te roepen, dient te worden bezien in het licht van de kwetsbare positie van kinderen van gemengde afkomst. Daarbij dient tevens in aanmerking te worden genomen dat uit het ambtsbericht blijkt dat het overheidsapparaat, noch de justitiële sector in staat is om aangifte van de meeste misdrijven te behandelen en te vervolgen als gevolg van jarenlange ondercapaciteit.
|
||||
|
||||
200614631-07-200619-07-20062006/24200614631-07-200619-07-20062006/2402-08-2006
|
||||
|
||||
Hoewel Tutsi in Burundi de politieke en economische elite van het land vormen en het politieke leven, het leger en de publieke sector domineren, is het niet ondenkbaar dat Tutsi met geprononceerde meningen in de verhoogde aandacht van de autoriteiten staan. Hierbij kan worden gedacht aan Tutsi’s die zich verzetten tegen het Arusha-vredesakkoord, zoals functionarissen van Parena, de belangrijkste Tutsi-partij die zich nog verzet tegen onderdelen van het akkoord.
|
||||
|
||||
|
||||
Ook dient in aanmerking te worden genomen dat binnen de Tutsi bevolkingsgroep sprake is van maatschappelijke verschillen, waarbij de Tutsi uit de provincie Bururi in het Zuidwesten van Burundi op bijna alle terreinen worden bevoorrecht.
|
||||
|
||||
|
||||
Bij vervolgingsacties door rebellenmilities dient te worden bezien of hiertegen bescherming van de Burundese autoriteiten kan worden ingeroepen. Hierbij dient wel in aanmerking te worden genomen dat de autoriteiten regelmatig niet in staat zullen zijn bescherming te bieden. Indien gebleken is dat de autoriteiten geen bescherming kunnen of willen bieden, kan betrokkene in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vreemdelingenwet.
|
||||
|
||||
200515512-08-200501-07-20052005/37200515512-08-200501-07-20052005/3714-08-2005
|
||||
##### 4.2. Personen die zich geprofileerd hebben als politiek tegenstander van het bewind
|
||||
|
||||
##### 5.4. Twa
|
||||
Oppositionele groeperingen kunnen in het algemeen vrijelijk opereren, maar worden soms in hun werkzaamheden beperkt door intimidatie door de autoriteiten, vooral op provinciaal en lokaal niveau. Personen die zich als individu niet overeenkomstig de wensen van de overheid gedragen, lopen het risico vervolgd of in ieder geval geïntimideerd te worden.
|
||||
|
||||
|
||||
Personen die stellen actief te zijn geweest voor een oppositionele groepering of de rebellengroepering Forces Nationales pour la Libération kunnen te vrezen hebben voor vervolging van de zijde van de Burundese overheid. Om op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, dient betrokkene aannemelijk te maken dat de problemen die hij van de zijde van de Burundese autoriteiten heeft ondervonden vanwege zijn politieke activiteiten, te herleiden zijn tot daden van vervolging, zoals bedoeld in het Vluchtelingenverdrag.
|
||||
|
||||
|
||||
(Vermoedelijke) sympathisanten van de rebellengroepering Forces Nationales pour la Libération kunnen te maken krijgen met arbitraire arrestaties door het regeringsleger en detenties in militaire detentiecentra. Daarbij kan sprake zijn van martelingen en buitengerechtelijke executies.
|
||||
|
||||
|
||||
Ook sympathisanten van de Forces Nationales pour la Libération kunnen te vrezen hebben voor vervolging van de zijde van de Burundese overheid in de zin van het Vluchtelingenverdrag. Om op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, dient betrokkene aannemelijk te maken dat hij vanwege zijn sympathie voor de Forces Nationales pour la Libération in de negatieve aandacht van de Burundese autoriteiten is geraakt, en daardoor problemen heeft ondervonden die als vervolging, zoals bedoeld in het Vluchtelingenverdrag, kunnen worden aangemerkt.
|
||||
|
||||
200614631-07-200619-07-20062006/24200614631-07-200619-07-20062006/2402-08-2006
|
||||
|
||||
De Twa is een gemarginaliseerde bevolkingsgroep in Burundi die met discriminatie te maken kan hebben van zowel Tutsi als Hutu. Van gerichte vervolging van de Twa is geen sprake. Wel worden zij op allerlei terreinen achtergesteld en gediscrimineerd. Vaak worden zij op economisch, sociaal en politiek terrein gemarginaliseerd. Dit leidt echter niet op voorhand tot de conclusie dat Twa in aanmerking komen voor vluchtelingschap. Hiervoor dienen zij op de gebruikelijke wijze aannemelijk te maken dat er sprake is van gegronde vrees voor vervolging. Gelet op de maatschappelijke positie van de Twa kan het inroepen van bescherming van de autoriteiten slechts op basis van concrete aanknopingspunten in het individuele asielrelaas worden tegengeworpen.
|
||||
##### 4.3. Binnenlandse ontheemden
|
||||
|
||||
##### 5.5. Personen die zich geprofileerd hebben als politiek tegenstander van het bewind
|
||||
Nog geregeld trekken groepen binnenlandse ontheemden terug naar hun oorspronkelijk leefgebied in Burundi. Reden is niet alleen een toegenomen vertrouwen in een verbeterde veiligheidssituatie in grote delen van het land, maar ook de angst dat terugkerende Burundese vluchtelingen uit de omringende landen al het land in gebruik zullen nemen. Dit veroorzaakt veelal spanningen tussen de naar hun plaats van herkomst terugkerende ontheemden, terugkerende Burundese vluchtelingen uit met name Tanzania en al aanwezige burgers.
|
||||
|
||||
|
||||
De situatie van de ontheemden vormt op zichzelf geen reden om in het bezit te worden gesteld van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op één van de individuele gronden van artikel 29 Vw.
|
||||
|
||||
200614631-07-200619-07-20062006/24200614631-07-200619-07-20062006/2402-08-2006
|
||||
|
||||
Zowel leden van toegestane politieke partijen, als leden van verboden politieke partijen en leden van rebellenmilities kunnen te maken krijgen met vervolging van de zijde van de Burundese autoriteiten.
|
||||
|
||||
|
||||
Personen die stellen actief te zijn geweest voor een politieke partij of rebellenmilitie kunnen te vrezen hebben voor vervolging van de zijde van de Burundese overheid in de zin van het Vluchtelingenverdrag.
|
||||
|
||||
|
||||
Om voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vreemdelingenwet in aanmerking te komen, dient betrokkene aannemelijk te maken dat de problemen die hij van de zijde van de Burundese autoriteiten heeft ondervonden vanwege zijn politieke activiteiten, te herleiden zijn tot daden van vervolging, zoals bedoeld in het Vluchtelingenverdrag.
|
||||
|
||||
|
||||
Politiek opposanten die aannemelijk hebben gemaakt dat zij door hun stellingname te vrezen hebben voor vervolging van de zijde van rebellenmilities kunnen in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vreemdelingenwet, indien het inroepen van bescherming door de Burundese autoriteiten niet kan worden tegengeworpen.
|
||||
|
||||
200515512-08-200501-07-20052005/37200515512-08-200501-07-20052005/3714-08-2005
|
||||
##### 4.4. Schenders van mensenrechten
|
||||
|
||||
##### 5.6. Personen die verblijven in vluchtelingenkampen
|
||||
De volgende groepen hebben in Burundi op grote schaal mensenrechten geschonden: het leger, de politie, veiligheidsdiensten en rebellengroeperingen. Om die reden dient men er in het bijzonder op bedacht te zijn of betrokkene zich mogelijk schuldig heeft gemaakt aan gedragingen als omschreven in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag.
|
||||
|
||||
200614631-07-200619-07-20062006/24200614631-07-200619-07-20062006/2402-08-2006
|
||||
|
||||
In Burundi zijn in het verleden personen gedwongen zich te vestigen in zogenoemde ‘hervestigingskampen’, met name in de provincies Buyumbura Royal, Rutana en Mahamba. Deze kampen zijn inmiddels formeel gesloten, zodat van gedwongen plaatsing geen sprake meer is. Overigens verblijven nog steeds grote aantallen binnenlandse ontheemden in (vluchtelingen)kampen, alhoewel met name in het zuiden grote groepen zijn teruggekeerd naar hun oorspronkelijke leefgebieden. Dit werd mede ingegeven door de angst dat land zou worden ingenomen door de terugkeer van gevluchte Burundezen uit omringende landen.
|
||||
##### 4.5. Vrouwen
|
||||
|
||||
Het normale beleid, zoals onder andere weergegeven in C1/3.3.2, C1/4.2.11 en C1/4.3.3 is van toepassing.
|
||||
|
||||
|
||||
De situatie van de ontheemden vormt op zichzelf geen reden om in het bezit te worden gesteld van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op één van de individuele gronden van artikel 29 Vreemdelingenwet.
|
||||
|
||||
200515512-08-200501-07-20052005/37200515512-08-200501-07-20052005/3714-08-2005
|
||||
|
||||
##### 5.7. Dienstplichtigen en deserteurs
|
||||
|
||||
Het normale beleid, zoals weergegeven in C1/4.2.12, is van toepassing. Burundi kent geen dienstplicht.
|
||||
In het nieuwe kabinet van twintig ministers zijn thans zeven vrouwen opgenomen, en voor het eerst in de Burundese geschiedenis is een vrouw benoemd tot voorzitter van de Nationale vergadering. Tevens garandeert de nieuwe grondwet een vertegenwoordiging van 30% vrouwen in de nationale Vergadering en de Senaat.
|
||||
|
||||
|
||||
Ten aanzien van Burundi heeft zich niet de situatie voorgedaan dat militaire acties in hun totaliteit door de internationale gemeenschap zijn veroordeeld als strijdig met de grondbeginselen voor humaan gedrag of met de fundamentele normen die gelden tijdens een gewapend conflict. Een beroep hierop leidt derhalve niet tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
|
||||
|
||||
200515512-08-200501-07-20052005/37200515512-08-200501-07-20052005/3714-08-2005
|
||||
|
||||
##### 5.8. Schenders van mensenrechten
|
||||
|
||||
Zowel leden van het leger, de politie en de veiligheidsdienst (met name Tutsi) als leden van rebellenmilities (met name Hutu) hebben zich in Burundi op grote schaal schuldig gemaakt aan het schenden van de mensenrechten. Om die reden dient men er in het bijzonder op bedacht te zijn of betrokkene zich mogelijk schuldig heeft gemaakt aan gedragingen als omschreven in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag.
|
||||
In Burundi komt seksueel geweld tegen vrouwen evenwel zonder onderscheid naar etniciteit en leeftijd voor. Met name regeringssoldaten, maar ook ongeïdentificeerde gewapende bendes maken zich hieraan schuldig. Het wetboek van strafrecht stelt seksueel geweld en verkrachting van vrouwen strafbaar. In de praktijk wordt verkrachting echter zelden streng bestraft.
|
||||
|
||||
|
||||
Indien er aanwijzingen zijn dat artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag van toepassing is, dient conform C3/10.14 contact te worden opgenomen met de unit 1F van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND).
|
||||
Slachtoffers van geweld en verkrachting kunnen, voor zover hun relaas geen aanleiding geeft om op een andere grond de asielaanvraag in te willigen, op grond van artikel 29, onder c, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning, indien aan de voorwaarden van C1/4.4 wordt voldaan.
|
||||
|
||||
200515512-08-200501-07-20052005/37200515512-08-200501-07-20052005/3714-08-2005
|
||||
200614631-07-200619-07-20062006/24200614631-07-200619-07-20062006/2402-08-2006
|
||||
|
||||
##### 5.9. Vrouwen
|
||||
##### 4.6. Dienstplichtigen en deserteurs
|
||||
|
||||
Geweld tegen en discriminatie van vrouwen in Burundi komen zonder onderscheid naar etniciteit en leeftijd voor. In het maatschappelijk leven is discriminatie van vrouwen een voorkomend verschijnsel.
|
||||
Het normale beleid, zoals weergegeven in C1/4.2.12 is van toepassing.
|
||||
|
||||
|
||||
Slachtoffers van geweld en verkrachting kunnen, voor zover hun relaas geen aanleiding geeft om op een andere grond de asielaanvraag in te willigen, in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, aanhef en onder c, Vreemdelingenwet, indien aan de voorwaarden van C1/4.4 wordt voldaan.
|
||||
Burundi kent een beroepsleger en geen dienstplicht.
|
||||
Ten aanzien van Burundi heeft zich niet de situatie voorgedaan dat militaire acties in totaliteit door de internationale gemeenschap zijn veroordeeld als strijdig met de grondbeginselen voor humaan gedrag of met de fundamentele normen die gelden tijdens een gewapend conflict. Een beroep hierop leidt derhalve niet tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
|
||||
|
||||
200614631-07-200619-07-20062006/24200614631-07-200619-07-20062006/2402-08-2006
|
||||
|
||||
#### 5. Traumatabeleid
|
||||
|
||||
Het algemene beleid, zoals weergegeven in C1/4.2 is van toepassing.
|
||||
|
||||
#### 6. Categoriale bescherming
|
||||
|
||||
Uit het nieuwe ambtsbericht blijkt dat de veiligheidssituatie in grote delen van Burundi relatief rustig is, mede door de aanwezigheid van de VN-vredesmacht l’Opération des Nations Unies au Burundi. De aard van het geweld is in deze gebieden niet meer zodanig dat aldaar een categoriaal beschermingsbeleid is geïndiceerd.
|
||||
Alleen in de provincies Bujumbura Rurale, Bubanza en Cibitoke én in enkele wijken van de hoofdstad, waar de rebellengroepering Forces Nationales pour la Libération nog actief is, vinden nog regelmatig gevechten plaats tussen het regeringsleger en de Forces Nationales pour la Libération. De hoofdstad Bujumbura ligt in de provincie Bujumbura Rurale. De situatie in deze provincies wordt nog wel categoriaal beschermingswaardig geacht. De relatief rustige delen van Burundi zijn over het algemeen bereikbaar vanuit deze laatstgenoemde onveilige provincies.
|
||||
|
||||
|
||||
Voor de beoordeling van een asielaanvraag, ingediend door een vrouw, wordt in algemene zin verwezen naar C1/3.3.2 en C1/4.2.11.
|
||||
|
||||
200515512-08-200501-07-20052005/37200515512-08-200501-07-20052005/3714-08-2005
|
||||
|
||||
#### 6. Bijzondere aandachtspunten
|
||||
|
||||
In deze paragraaf wordt ingegaan op meer algemene omstandigheden die van belang (kunnen) zijn bij de beoordeling of de asielzoeker in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel.
|
||||
|
||||
##### 6.1. Categoriale bescherming
|
||||
|
||||
Sinds 26 maart 1996 wordt ten aanzien van Burundi een beleid van categoriale bescherming gevoerd. Asielzoekers uit Burundi komen behoudens contra-indicaties in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vreemdelingenwet (zie C1/4.5).
|
||||
Voorts blijkt uit het ambtsbericht dat verschillende VN-organisaties actief zijn in Burundi en dat de UNHCR oordeelt dat de veiligheidssituatie aldaar is verbeterd. Vrijwillige terugkeer wordt door de UNHCR gefaciliteerd.
|
||||
|
||||
|
||||
Gelet op de situatie voor Burundezen in de vluchtelingkampen in Tanzania en de houding van de autoriteiten tegenover illegaal verblijvende Burundezen is het tegenwerpen van artikel 31, tweede lid, aanhef en onder j, Vreemdelingenwet slechts aan de orde als uit het relaas blijkt dat er sprake is van niet-illegaal verblijf in Tanzania buiten de vluchtelingenkampen. Ook voor de overige landen opgenomen in het algemeen ambtsbericht Burundezen in Kenia, Uganda en Tanzania van 26 juni 2001 geldt dat niet enkel op grond van dit ambtsbericht kan worden aangenomen dat er sprake is van een verblijfsalternatief. Ook in die gevallen kan alleen op grond van legaal verblijf buiten de vluchtelingenkampen een verblijfsalternatief worden tegengeworpen. Voor de toepassing van artikel 31, tweede lid, aanhef en onder j, Vreemdelingenwet wordt verwezen naar C1/5.12.4.
|
||||
Zwitserland, België, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk kennen ten slotte geen bijzonder toelatings- en terugkeerbeleid voor asielzoekers met betrekking tot Burundi, en achten de terugkeer van uitgeprocedeerde asielzoekers naar Burundi veilig genoeg.
|
||||
|
||||
200515512-08-200501-07-20052005/37200515512-08-200501-07-20052005/3714-08-2005
|
||||
|
||||
##### 6.2. Besluitmoratorium
|
||||
|
||||
Ten aanzien van asielzoekers uit Burundi is geen besluit genomen in de zin van artikel 43 Vreemdelingenwet.
|
||||
|
||||
200515512-08-200501-07-20052005/37200515512-08-200501-07-20052005/3714-08-2005
|
||||
Gezien het vorenstaande is besloten het categoriaal beschermingsbeleid ten aanzien van personen afkomstig uit Burundi te beëindigen. Deze beleidswijziging is neergelegd in een brief aan de Voorzitter van de Tweede Kamer van 19 juni 2006. Asielzoekers uit Burundi komen derhalve niet langer op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vw in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel.
|
||||
|
||||
|
||||
Aan personen die afkomstig zijn uit de onveilige provincies wordt een verblijfsalternatief tegengeworpen in de overige delen van Burundi, voorzover zij niet op individuele gronden in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning.
|
||||
|
||||
|
||||
Met betrekking tot vreemdelingen die in het bezit zijn van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vw, zal een herbeoordeling van de verleende verblijfsvergunning plaatsvinden. Indien deze herbeoordeling niet tot gevolg heeft dat wordt geoordeeld dat de vreemdeling op basis van één van de andere gronden van artikel 29, eerste lid, Vw verblijf toe komt, zal de verblijfsvergunning worden ingetrokken, dan wel de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd worden afgewezen. Dit geldt overeenkomstig voor de houders van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, onder e of f, Vw en waarbij de verblijfsvergunning van de hoofdpersoon op grond van het bovenstaande wordt ingetrokken.
|
||||
Verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd zal op normale wijze plaatsvinden indien de geldigheid van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verlopen voorafgaand aan de beëindiging van het beleid van categoriale bescherming, voor zover de vreemdeling ook aan de overige vereisten voor verlening voldoet.
|
||||
|
||||
200614631-07-200619-07-20062006/24200614631-07-200619-07-20062006/2402-08-2006
|
||||
|
||||
##### 6.3. Veilig land van herkomst
|
||||
#### 7. Verdere beleidsconclusies en aandachtspunten
|
||||
|
||||
Burundi wordt niet beschouwd als een veilig land van herkomst.
|
||||
|
||||
##### 6.4. Veilig derde land/ land van eerder verblijf
|
||||
|
||||
Burundi wordt niet beschouwd als een veilig derde land.
|
||||
|
||||
##### 6.5. Vlucht- en/of vestigingsalternatief
|
||||
##### 7.1. Vlucht- en/of vestigingsalternatief
|
||||
|
||||
Het algemene beleid, zoals weergegeven in C1/3.3.3 is van toepassing.
|
||||
|
||||
|
||||
Indien de dreiging uitgaat van de centrale overheid kan geen vlucht- of vestigingsalternatief worden aangenomen.
|
||||
In voorkomende gevallen kan een vlucht- of een vestigingsalternatief worden tegengeworpen.
|
||||
|
||||
200515512-08-200501-07-20052005/37200515512-08-200501-07-20052005/3714-08-2005
|
||||
200614631-07-200619-07-20062006/24200614631-07-200619-07-20062006/2402-08-2006
|
||||
|
||||
##### 6.6. Traumatabeleid
|
||||
##### 7.2. Veilig land van herkomst
|
||||
|
||||
Het algemene beleid, zoals weergegeven in C1/4.4 is van toepassing. Gelet op de omvang van het land wordt in Burundi in geen geval een vestigingsalternatief tegengeworpen.
|
||||
Burundi wordt niet beschouwd als veilig land van herkomst.
|
||||
|
||||
##### 6.7. Opvangmogelijkheden minderjarigen en bijzonderheden met betrekking tot het beleid inzake alleenstaande minderjarige vreemdelingen
|
||||
##### 7.3. Veilig derde land / land van eerder verblijf
|
||||
|
||||
Ten aanzien van Burundi wordt categoriaal beschermingsbeleid gevoerd. Indien betrokkene op grond hiervan dan wel anderszins in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, is toetsing aan het beleid voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen niet aan de orde.
|
||||
Burundi wordt niet beschouwd als een veilig derde land.
|
||||
|
||||
##### 7.4. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
|
||||
|
||||
Het beleid zoals neergelegd in C1/5.13.3 is van toepassing. Voor wat betreft de procedure in 1F-zaken wordt verwezen naar C3/10.14. In C8/4 van dit hoofdstuk is aangegeven ten aanzien van welke groepen sprake zou kunnen zijn van de bedoelde gedragingen. Voor de procedure omtrent getuigen van oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de mensheid wordt verwezen naar C3/10.15.
|
||||
|
||||
|
||||
Indien deze toetsing wel dient plaats te vinden, geldt het volgende. Ten aanzien van alleenstaande minderjarige vreemdelingen uit Burundi kan niet op voorhand worden geconcludeerd dat adequate opvang aanwezig is. De aanwezigheid van adequate opvang dient per individueel geval te worden vastgesteld. Het algemene beleid is van toepassing. Bij de feitelijke terugkeer moet de toegang tot een concrete opvangplaats geregeld zijn, tenzij betrokkene zich zelfstandig kan handhaven.
|
||||
|
||||
200515512-08-200501-07-20052005/37200515512-08-200501-07-20052005/3714-08-2005
|
||||
200614631-07-200619-07-20062006/24200614631-07-200619-07-20062006/2402-08-2006
|
||||
|
||||
##### 6.8. Driejarenbeleid
|
||||
##### 7.5. Legale uitreis
|
||||
|
||||
De kans dat personen ongecontroleerd via het vliegveld van Bujumbura kunnen uitreizen, is gering. Voor de uitreis is een persoonsbewijs (paspoort, identiteitskaart of laissez-passer) noodzakelijk. Een legale uitreis vormt in beginsel een contra-indicatie bij de beoordeling of betrokkene op grond van gegronde vrees voor vervolging in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
|
||||
Een legale uitreis vormt op zichzelf geen contra-indicatie indien de gestelde vrees niet door toedoen van de autoriteiten wordt veroorzaakt.
|
||||
|
||||
200614631-07-200619-07-20062006/24200614631-07-200619-07-20062006/2402-08-2006
|
||||
|
||||
#### 8. Ambtshalve toets
|
||||
|
||||
##### 8.1. Opvangmogelijkheden minderjarigen en bijzonderheden met betrekking tot het beleid inzake amv’s
|
||||
|
||||
Ten aanzien van amv’s uit Burundi kan niet op voorhand worden geconcludeerd dat adequate opvang aanwezig is. De aanwezigheid van adequate opvang dient per individueel geval te worden vastgesteld. Het algemene beleid is van toepassing. Bij de feitelijke terugkeer moet de toegang tot een concrete opvangplaats geregeld zijn, tenzij betrokkene zich zelfstandig kan handhaven.
|
||||
|
||||
##### 8.2. Driejarenbeleid
|
||||
|
||||
Het algemene beleid, zoals weergegeven in C2/9, is van toepassing.
|
||||
|
||||
|
||||
Sinds 26 maart 1996 komen Burundese asielzoekers in aanmerking voor categoriale bescherming. De periode dat iemand in het bezit is geweest van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (of een voorwaardelijke vergunning tot verblijf onder de Vreemdelingenwet 1994) telt niet mee voor relevant tijdsverloop.
|
||||
|
||||
200515512-08-200501-07-20052005/37200515512-08-200501-07-20052005/3714-08-2005
|
||||
|
||||
##### 6.9. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
|
||||
#### 9. Vertrekmoratorium
|
||||
|
||||
Het gestelde in C1/5.13.3 is van toepassing. In paragraaf 5.8 van dit hoofdstuk is aangegeven ten aanzien van welke groepen sprake zou kunnen zijn van de bedoelde gedragingen.
|
||||
Ten aanzien van asielzoekers uit Burundi is geen besluit genomen in de zin van artikel 45, vierde lid, Vw.
|
||||
|
||||
##### 6.10. Legale uitreis
|
||||
#### 10. Overgangsrecht
|
||||
|
||||
De kans dat personen ongecontroleerd via het vliegveld van Bujumbura kunnen uitreizen, is gering. Voor de uitreis is een persoonsbewijs (paspoort, identiteitskaart of laissez-passer) noodzakelijk. Een legale uitreis vormt in beginsel een contra-indicatie bij de beoordeling of betrokkene op grond van gegronde vrees voor vervolging in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Een legale uitreis vormt op zichzelf geen contra-indicatie indien de gestelde vrees niet door toedoen van de autoriteiten wordt veroorzaakt.
|
||||
|
||||
#### 7. Procedurele aspecten
|
||||
|
||||
Het gestelde in C3/10 tot en met C3/16 is van toepassing. Alle onderzoeksvragen dienen te worden voorgelegd aan het Gemeenschappelijk Centrum Kennis, Advies en Ontwikkeling van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Een uitzondering hierop vormt het leeftijdsonderzoek in het kader van het beleid inzake alleenstaande minderjarige vreemdelingen (zie C5/24).
|
||||
|
||||
#### 8. Terugkeer en uitzetting
|
||||
|
||||
##### 8.1. Vertrekmoratorium
|
||||
|
||||
Ten aanzien van asielzoekers uit Burundi is geen besluit genomen in de zin van artikel 45, vierde lid, Vreemdelingenwet.
|
||||
|
||||
##### 8.2. Terug- en overnameovereenkomsten
|
||||
|
||||
Met Burundi is geen overeenkomst gesloten met betrekking tot de terugname van eigen onderdanen.
|
||||
Het beleid zoals weergegeven in het gelijknamige hoofdstuk van 1 juni 2005 komt te vervallen met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze versie van het hoofdstuk.
|
||||
|
||||
### [8/42]. Het asielbeleid ten aanzien van China
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue