2021-07-01 | BWBR0005555 | Wet luchtvaart
This commit is contained in:
parent
c5993de271
commit
8aec71b298
1 changed files with 14 additions and 15 deletions
|
|
@ -1751,6 +1751,10 @@ Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden vast
|
|||
|
||||
### Titel 7.7. Bekendmaking internationale normen
|
||||
|
||||
### Artikel 7.8
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 7, tweede lid, van de Bekendmakingswet kunnen bijlagen bij een krachtens deze wet vastgesteld algemeen verbindende voorschrift worden bekendgemaakt door terinzagelegging op een in dat voorschrift bepaalde locatie, indien dit voortvloeit uit internationaalrechtelijke verplichtingen.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 8. Luchthavens
|
||||
|
||||
### Titel 8.1. Algemeen
|
||||
|
|
@ -2077,7 +2081,7 @@ b. het vervangen van een in het luchthavenverkeerbesluit vastgelegde grenswaarde
|
|||
|
||||
**7.** Onze Minister van Infrastructuur en Milieu zendt voldoende tijdig voor het einde van de werkingsduur van een ministeriële regeling als bedoeld in het eerste lid aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van het experiment in de praktijk, alsmede een standpunt inzake de voortzetting ervan anders dan als experiment. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu bericht de beide kamers der Staten-Generaal bij vaststelling van deze ministeriële regeling wanneer en over de wijze waarop hij verslag zal doen.
|
||||
|
||||
**8.** Een ministeriële regeling als bedoeld in het eerste lid wordt niet eerder vastgesteld dan nadat het voorstel voor advies is voorgelegd aan de commissie regionaal overleg luchthaven Schiphol, bedoeld in artikel 8.34, in de Staatscourant en in een regionaal dag-, nieuws-, of huis-aan-huisblad is bekendgemaakt en aan een ieder de gelegenheid is geboden om binnen vier weken na de dag waarop de bekendmaking is geschied, wensen en bedenkingen ter kennis van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu te brengen.
|
||||
**8.** Een ministeriële regeling als bedoeld in het eerste lid wordt niet eerder vastgesteld dan nadat het voorstel voor advies is voorgelegd aan de commissie regionaal overleg luchthaven Schiphol, bedoeld in artikel 8.34, in de Staatscourant is bekendgemaakt en aan een ieder de gelegenheid is geboden om binnen vier weken na de dag waarop de bekendmaking is geschied, wensen en bedenkingen ter kennis van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu te brengen.
|
||||
|
||||
**9.** De commissie regionaal overleg luchthaven Schiphol, bedoeld in artikel 8.34, danwel een ander per ministeriële regeling aan te wijzen orgaan, kan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu verzoeken om een ministeriële regeling als bedoeld in het eerste lid vast te stellen. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu overweegt het verzoek en deelt uiterlijk zes weken na ontvangst van het verzoek zijn overwegingen, met redenen omkleed, aan de commissie en aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal mee.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2470,7 +2474,7 @@ b. de ter uitvoering van artikel 8.22 getroffen maatregelen en van de doelmatigh
|
|||
|
||||
**1.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent het openbaar maken van gegevens als bedoeld in artikel 8.28.
|
||||
|
||||
**2.** De openbaarmaking geschiedt door kennisgeving van de gegevens of van de zakelijke inhoud ervan in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze. Indien alleen van de zakelijke inhoud kennis wordt gegeven, worden de gegevens tegelijk ter inzage gelegd. In de kennisgeving wordt vermeld waar en wanneer de gegevens ter inzage liggen.
|
||||
**2.** De openbaarmaking geschiedt door kennisgeving op de in artikel 12 van de Bekendmakingswet bepaalde wijze.
|
||||
|
||||
##### Paragraaf 8.5.4. Gegevensverstrekking, geluidbelastingkaart en actieplan in verband met de richtlijn inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai
|
||||
|
||||
|
|
@ -3222,7 +3226,7 @@ e. de bevoegdheden bedoeld in artikel 25 en artikel 58 van de Invorderingswet 19
|
|||
|
||||
### Artikel 8a.44
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister van Infrastructuur en Milieu publiceert vóór 30 juni 2015 en vervolgens elke vijf jaar vóór 30 juni in de Staatscourant welke burgerluchthavens zijn aangeduid als belangrijke luchthavens.
|
||||
**1.** Onze Minister van Infrastructuur en Milieu deelt vóór 30 juni 2015 en vervolgens elke vijf jaar vóór 30 juni in de Staatscourant mee welke burgerluchthavens zijn aangeduid als belangrijke luchthavens.
|
||||
|
||||
**2.** Een belangrijke luchthaven is een burgerluchthaven waarop jaarlijks meer dan 50000 vliegtuigbewegingen plaatsvinden. Oefenvluchten met lichte vliegtuigen, als bedoeld in hoofdstuk 5.2 ECAC.CEAC Doc 29 Report on standard Method of Computing Noise around civil airports, worden hierbij niet meegerekend.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3253,14 +3257,7 @@ b. het aantal woningen en andere geluidgevoelige gebouwen en bewoners van woning
|
|||
|
||||
### Artikel 8a.47
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister van Infrastructuur en Milieu geeft binnen één maand na vaststelling van de geluidbelastingkaart, bedoeld in artikel 8a.45, eerste of tweede lid, mededeling van deze vaststelling in één of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen dan wel op andere geschikte wijze. Hierbij geeft hij aan op welke wijze kennis kan worden gekregen van de inhoud van de geluidbelastingkaart.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Onze Minister van Infrastructuur en Milieu:
|
||||
|
||||
a. stelt de geluidbelastingkaart elektronisch ter beschikking van een ieder;
|
||||
b. voegt bij de geluidbelastingkaart een overzicht van de belangrijkste punten van die kaart.
|
||||
Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat geeft binnen één maand na de vaststelling van de geluidbelastingkaart, bedoeld in artikel 8a.45, eerste of tweede lid, op de in artikel 12 van de Bekendmakingswet bepaalde wijze kennis van deze vaststelling, van die geluidbelastingkaart en van een overzicht van de belangrijkste punten van die kaart.
|
||||
|
||||
### Artikel 8a.48
|
||||
|
||||
|
|
@ -4353,8 +4350,9 @@ e. het bepaalde bij of krachtens:
|
|||
|
||||
1°. Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 259/91 (PbEU L 46);
|
||||
2°. Hoofdstuk III van Verordening (EG) nr. 2111/2005 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 14 december 2005 betreffende de vaststelling van een communautaire lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod binnen de Gemeenschap is opgelegd en het informeren van luchtreizigers over de identiteit van de exploiterende luchtvaartmaatschappij en tot intrekking van artikel 9 van richtlijn nr. 2004/36/EG (PbEU L 344);
|
||||
3°. Verordening (EG) nr. 1107/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 5 juli 2006 inzake de rechten van gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit die per luchtvervoer reizen (PbEU L 204) en
|
||||
4°. artikel 21, tweede lid, van de onderzoeksverordening.
|
||||
3°. Verordening (EG) nr. 1107/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 5 juli 2006 inzake de rechten van gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit die per luchtvervoer reizen (PbEU L 204);
|
||||
4°. artikel 21, tweede lid, van de onderzoeksverordening en
|
||||
5°. artikel 8a.52, voor zover de nadere regels betrekking hebben op het gebruik van «slots» als bedoeld in artikel 2, onder a, van Verordening (EEG) nr. 95/93 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 18 januari 1993 betreffende gemeenschappelijke regels voor de toewijzing van «slots» op communautaire luchthavens (PbEG 1993, L 14).
|
||||
|
||||
**2.** Een bestuurlijke boete en een last onder dwangsom kunnen tezamen worden opgelegd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -4366,8 +4364,9 @@ a. 500 000 euro bij een overtreding als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a;
|
|||
b. 1 000 euro bij een overtreding als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, voor zover het betreft de meldplicht, bedoeld in artikel 4, zesde lid, van de verordening voorvallen;
|
||||
c. 100 000 euro bij een overtreding als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c;
|
||||
d. 1 000 000 euro bij een overtreding als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d;
|
||||
e. 74 000 euro bij een overtreding als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e;
|
||||
f. 2.000 euro bij een overtreding als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, voor zover het betreft de meldplicht, bedoeld in artikel 4, achtste en negende lid, en de rapportageplicht bedoeld in artikel 13, vierde en vijfde lid, van de verordening voorvallen.
|
||||
e. 74.000 euro bij een overtreding als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, met uitzondering van subonderdeel 5°;
|
||||
f. 2.000 euro bij een overtreding als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, voor zover het betreft de meldplicht, bedoeld in artikel 4, achtste en negende lid, en de rapportageplicht bedoeld in artikel 13, vierde en vijfde lid, van de verordening voorvallen;
|
||||
g. 670 000 euro bij een overtreding als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, subonderdeel 5°.
|
||||
|
||||
### Artikel 11.16a
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue