2010-11-16 | BWBR0002668 | Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen
This commit is contained in:
parent
8c0cf8226e
commit
8b011b3844
1 changed files with 38 additions and 51 deletions
|
|
@ -62,8 +62,7 @@ Het bij of krachtens de artikelen 1, derde lid, 3, 4, eerste, tweede, derde, zes
|
|||
a. in artikel 3, zesde lid, in plaats van «bijlage 1, tabel 1 en tabel 2», wordt gelezen: tabel 2.2.7.7.2.1 van bijlage 1 bij de VSG;
|
||||
b. met uitzondering van de artikelen 7 en 9, tweede lid, in plaats van« deskundige» telkens wordt gelezen: veiligheidsadviseur als bedoeld in de Regeling veiligheidsadviseur vervoer gevaarlijke stoffen;
|
||||
c. de overeenkomstige toepassing van artikel 10, eerste lid, onder d, en 11, tweede lid, van het Besluit stralingsbescherming geen betrekking heeft op bronnen;
|
||||
d. dat bij de overeenkomstige toepassing van artikel 113, eerste lid, onderdeel e als volgt wordt gelezen:
|
||||
e. het vervoer van splijtstoffen, ertsen of radioactieve stoffen betreft, Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;
|
||||
d. het vervoer van splijtstoffen, ertsen of radioactieve stoffen betreft, Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;
|
||||
e. de artikelen 114 en 119 alleen van overeenkomstige toepassing zijn voor het geval een categorie B ongeval wordt opgeschaald tot een categorie A ongeval;
|
||||
f. bij de overeenkomstige toepassing van artikel 124 in plaats van «die van dit besluit afwijken» wordt gelezen: die van de van overeenkomstige toepassing verklaarde artikelen van het Besluit stralingsbescherming afwijken.
|
||||
|
||||
|
|
@ -105,11 +104,9 @@ b. de activiteitsconcentratie van die stoffen of ertsen lager is dan de in tabel
|
|||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
**1.** De aanvraag om een vergunning voor het vervoeren van splijtstoffen of voor het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met het vervoer is gericht tot Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van Economische Zaken en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, en wordt ingediend bij Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, onder gelijktijdige toezending van een afschrift aan Onze Ministers van Economische Zaken, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Verkeer en Waterstaat.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De aanvraag om een vergunning als in het eerste lid bedoeld dient de volgende gegevens te bevatten:
|
||||
De aanvraag om een vergunning voor het vervoeren van splijtstoffen of voor het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met het vervoer bevat de volgende gegevens:
|
||||
|
||||
a. naam en adres van de aanvrager;
|
||||
b. naam en adres van de afzender;
|
||||
|
|
@ -120,22 +117,22 @@ f. de vermoedelijke datum van het vervoer of de duur, waarvoor vergunning wordt
|
|||
g. de hoeveelheid te vervoeren splijtstoffen;
|
||||
h. in gevallen van colli met het type B(M) of indien de bepalingen voor verpakkingen met splijtstoffen in hoofdstuk 6.4 van bijlage 1 bij de VSG van toepassing zijn:
|
||||
|
||||
1°. een afschrift van certificaten van goedkeuring of erkenning van het model van de te vervoeren colli als bedoeld in 5.1.5.3.1 van bijlage 1 bij de VSG, afgegeven door Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, dan wel door de bevoegde autoriteit van een ander, met toepassing van het derde lid aangewezen land,
|
||||
1°. een afschrift van certificaten van goedkeuring of erkenning van het model van de te vervoeren colli als bedoeld in 5.1.5.3.1 van bijlage 1 bij de VSG, afgegeven door Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid dan wel door de bevoegde autoriteit van een ander, met toepassing van het tweede lid aangewezen land,
|
||||
2°. de gegevens, bedoeld in 6.4.23.2(c) van bijlage 1 bij de VSG;
|
||||
i. in het geval dat radioactieve stoffen op grond van een speciale regeling als bedoeld in 1.7.4 worden vervoerd: de gegevens, bedoeld in 6.4.23.3 van bijlage 1 bij de VSG;
|
||||
j. in gevallen, waarin een met toepassing van het derde lid aangewezen land als eerste bij de verzending is betrokken: de door de bevoegde autoriteit van dat land afgegeven certificaten van goedkeuring van verzending, bedoeld in 5.1.5.3.1(c) en 5.1.5.3.1(b) van bijlage 1 bij de VSG;
|
||||
j. in gevallen, waarin een met toepassing van het tweede lid aangewezen land als eerste bij de verzending is betrokken: de door de bevoegde autoriteit van dat land afgegeven certificaten van goedkeuring van verzending, bedoeld in 5.1.5.3.1(c) en 5.1.5.3.1(b) van bijlage 1 bij de VSG;
|
||||
k. naam en adres van degene, die de verzekering of andere financiële zekerheid, bedoeld in artikel 4, zal verstrekken;
|
||||
l. in voorkomend geval een nauwkeurige aanduiding van de plaats of de plaatsen, waar opslag van de betrokken splijtstoffen in verband met het vervoer zal plaatsvinden;
|
||||
m. indien een vergunning wordt aangevraagd voor een handeling die overeenkomstig de krachtens artikel 1b, in samenhang met artikel 4, tweede lid, van het Besluit stralingsbescherming, geldende regeling als gerechtvaardigd is bekendgemaakt, een verwijzing naar die bekendmaking;
|
||||
n. een opgave van alle handelingen en werkzaamheden met splijtstoffen, ertsen, radioactieve stoffen en toestellen binnen de locatie die meldingsplichtig of vergunningplichtig zijn krachtens dit besluit, het Besluit stralingsbescherming of het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Een aanwijzing van landen als bedoeld in het tweede lid, onder *h* en *j*, geschiedt bij een door plaatsing in de *Staatscourant* bekend te maken besluit van Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van Economische Zaken en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, genomen in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.
|
||||
Een aanwijzing van landen als bedoeld in het eerste lid, onder h en j, geschiedt bij een door plaatsing in de *Staatscourant* bekend te maken besluit van Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van Economische Zaken en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
|
||||
|
||||
Uitsluitend aangewezen kunnen worden landen die naar het oordeel van Onze voornoemde Ministers toepassing geven aan de ter zake door de Internationale Atoomorganisatie gedane aanbevelingen.
|
||||
|
||||
**4.** Indien een vergunning wordt aangevraagd voor een handeling die niet of als niet-gerechtvaardigd is bekendgemaakt overeenkomstig de krachtens artikel 1b, in samenhang met artikel 4, tweede lid, van het Besluit stralingsbescherming geldende regeling, omvat de aanvraag om een vergunning tevens een verzoek om rechtvaardiging van die handeling. De aanvraag om de vergunning bevat dan tevens de gegevens met betrekking tot de economische, sociale en andere voordelen van de betrokken handeling en met betrekking tot de gezondheidsschade die erdoor kan worden toegebracht, die nodig zijn met het oog op de beoordeling van de gerechtvaardigdheid van de handeling.
|
||||
**3.** Indien een vergunning wordt aangevraagd voor een handeling die niet of als niet-gerechtvaardigd is bekendgemaakt overeenkomstig de krachtens artikel 1b, in samenhang met artikel 4, tweede lid, van het Besluit stralingsbescherming geldende regeling, omvat de aanvraag om een vergunning tevens een verzoek om rechtvaardiging van die handeling. De aanvraag om de vergunning bevat dan tevens de gegevens met betrekking tot de economische, sociale en andere voordelen van de betrokken handeling en met betrekking tot de gezondheidsschade die erdoor kan worden toegebracht, die nodig zijn met het oog op de beoordeling van de gerechtvaardigdheid van de handeling.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
|
|
@ -164,7 +161,7 @@ Met betrekking tot het vervoer van splijtstoffen of ertsen over de spoorweg, ove
|
|||
|
||||
### Artikel 4c
|
||||
|
||||
**1.** De ondernemer die een radioactieve stof vervoert, meldt dit vervoer en het voorhanden hebben bij de opslag in verband met dat vervoer ten minste drie weken tevoren aan Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, onder gelijktijdige toezending van een afschrift aan Onze Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Verkeer en Waterstaat en aan een door Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer aan te wijzen instantie.
|
||||
**1.** De ondernemer die een radioactieve stof vervoert, meldt dit vervoer en het voorhanden hebben bij de opslag in verband met dat vervoer ten minste drie weken tevoren aan Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, onder gelijktijdige toezending van een afschrift aan Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en aan een door Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer aan te wijzen instantie.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -211,7 +208,7 @@ e. indien een melding wordt gedaan voor vervoer en voorhanden hebben bij de opsl
|
|||
Het in artikel 29, eerste lid, van de wet vervatte verbod zonder vergunning radioactieve stoffen te vervoeren of voorhanden te hebben geldt voor het vervoeren en het voorhanden hebben bij opslag in verband met het vervoer van stoffen in colli van het type B(M) als bedoeld in hoofdstuk 6.4 van bijlage 1 bij de VSG, tenzij het model van het collo voldoet aan de eisen met betrekking tot type B(M) zonder voortdurende druknivellering, gesteld in 6.4.9.1 en 6.4.7.5 van bijlage 1 bij de VSG, en
|
||||
|
||||
a. de activiteit van de radioactieve stoffen niet meer bedraagt dan aangegeven in 5.1.5.2.2 van bijlage 1 bij de VSG, dan wel
|
||||
b. zulks in een door Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, afgegeven certificaat van goedkeuring of erkenning van het model van het te vervoeren collo is bepaald.
|
||||
b. zulks in een door Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid afgegeven certificaat van goedkeuring of erkenning van het model van het te vervoeren collo is bepaald.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -222,19 +219,15 @@ b. in colli van type B(M), waarvan de activiteit hoger is dan 3 x 10^3 A_1, 3
|
|||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
**1.** De aanvraag om een vergunning voor het vervoeren van radioactieve stoffen en voor het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met het vervoer is gericht tot Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en wordt ingediend bij Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, onder gelijktijdige toezending van een afschrift aan Onze Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Verkeer en Waterstaat.
|
||||
De aanvraag om een vergunning voor het vervoeren van radioactieve stoffen en voor het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met het vervoer bevat de volgende gegevens:
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De aanvraag om een vergunning als in het eerste lid bedoeld dient de volgende gegevens te bevatten:
|
||||
|
||||
a. de gegevens, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder a tot en met g en l tot en met n, en vierde lid, met dien verstande dat telkens in plaats van «splijtstoffen» wordt gelezen: «radioactieve stoffen» en in plaats van «handeling»: «handeling of werkzaamheid»;
|
||||
a. de gegevens, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a tot en met g en l tot en met n, en derde lid, met dien verstande dat telkens in plaats van «splijtstoffen» wordt gelezen: «radioactieve stoffen» en in plaats van «handeling»: «handeling of werkzaamheid»;
|
||||
b. in een geval als bedoeld in artikel 5, eerste lid:
|
||||
|
||||
1°. een afschrift van certificaten van goedkeuring of erkenning van het model van de te vervoeren colli als bedoeld in 5.1.5.3.1 van bijlage 1 bij de VSG, afgegeven door Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, dan wel door de bevoegde autoriteit van een ander, met overeenkomstige toepassing van artikel 3, derde lid, aangewezen land,
|
||||
1°. een afschrift van certificaten van goedkeuring of erkenning van het model van de te vervoeren colli als bedoeld in 5.1.5.3.1 van bijlage 1 bij de VSG, afgegeven door Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid dan wel door de bevoegde autoriteit van een ander, met overeenkomstige toepassing van artikel 3, tweede lid, aangewezen land,
|
||||
2°. de gegevens, bedoeld in 6.4.23.2(c) van bijlage 1 bij de VSG;
|
||||
c. in een geval als bedoeld in artikel 5, tweede lid: de gegevens, bedoeld in 6.4.23.3 van bijlage 1 bij de VSG;
|
||||
d. in gevallen, waarin een met overeenkomstige toepassing van artikel 3, derde lid, aangewezen land als eerste bij de verzending is betrokken: de door de bevoegde autoriteiten van dat land afgegeven certificaten van goedkeuring van de verzending, bedoeld in 5.1.5.3.1(c) en 5.1.5.3.1(b) van bijlage 1 bij de VSG.
|
||||
d. in gevallen, waarin een met overeenkomstige toepassing van artikel 3, tweede lid, aangewezen land als eerste bij de verzending is betrokken: de door de bevoegde autoriteiten van dat land afgegeven certificaten van goedkeuring van de verzending, bedoeld in 5.1.5.3.1(c) en 5.1.5.3.1(b) van bijlage 1 bij de VSG.
|
||||
|
||||
### Artikel 6a
|
||||
|
||||
|
|
@ -265,11 +258,11 @@ d. het voorschrift, dat bij opslag in verband met het vervoer moet worden voldaa
|
|||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
**1.** Met betrekking tot het vervoeren van splijtstoffen of ertsen over de spoorweg en het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met zodanig vervoer zijn de bepalingen van de VSG van toepassing. Indien voor het vervoeren van splijtstoffen over de spoorweg of voor het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met zodanig vervoer ingevolge dit besluit het in artikel 15, onder a, van de wet vervatte verbod geldt, kunnen Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van Economische Zaken en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, aan een vergunning van de VSG afwijkende voorschriften verbinden, voorzover de richtlijn vervoer gevaarlijke goederen over land dat toelaat.
|
||||
**1.** Met betrekking tot het vervoeren van splijtstoffen of ertsen over de spoorweg en het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met zodanig vervoer zijn de bepalingen van de VSG van toepassing. Indien voor het vervoeren van splijtstoffen over de spoorweg of voor het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met zodanig vervoer ingevolge dit besluit het in artikel 15, onder a, van de wet vervatte verbod geldt, kan Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer aan een vergunning van de VSG afwijkende voorschriften verbinden, voorzover de richtlijn vervoer gevaarlijke goederen over land dat toelaat.
|
||||
|
||||
**2.** Bij het voorhanden hebben van splijtstoffen of ertsen bij opslag in verband met het vervoer over de spoorweg dienen, indien daarvoor ingevolge dit besluit het in artikel 15, onder *a*, van de wet vervatte verbod niet geldt, onverminderd de bepalingen, welke terzake gelden ingevolge het eerste lid, eerste volzin, zodanige maatregelen te worden genomen, dat schade, zo veel als redelijkerwijs mogelijk is, wordt voorkomen.
|
||||
**2.** Bij het voorhanden hebben van splijtstoffen of ertsen bij opslag in verband met het vervoer over de spoorweg dienen, indien daarvoor ingevolge dit besluit het in artikel 15, onder a, van de wet vervatte verbod niet geldt, onverminderd de bepalingen, welke terzake gelden ingevolge het eerste lid, eerste volzin, zodanige maatregelen te worden genomen, dat schade, zo veel als redelijkerwijs mogelijk is, wordt voorkomen.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kunnen, in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, ontheffing verlenen van de in het eerste lid, eerste volzin, bedoelde bepalingen. Een zodanige ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
|
||||
**3.** Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer kan ontheffing verlenen van de in het eerste lid, eerste volzin, bedoelde bepalingen. Een zodanige ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
|
||||
|
||||
**4.** De bevoegdheid, bedoeld in het derde lid, eerste volzin, kan alleen worden uitgeoefend in de gevallen en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 6, tweede, derde en vijfde lid, van de richtlijn vervoer gevaarlijke goederen over land.
|
||||
|
||||
|
|
@ -283,7 +276,7 @@ d. het voorschrift, dat bij opslag in verband met het vervoer moet worden voldaa
|
|||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
**1.** Met betrekking tot het vervoeren van radioactieve stoffen over de spoorweg en het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met zodanig vervoer zijn de bepalingen van de VSG van toepassing. Indien voor het vervoeren van radioactieve stoffen over de spoorweg of voor het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met zodanig vervoer ingevolge dit besluit het in artikel 29, eerste lid, van de wet vervatte verbod geldt, kunnen Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, aan een vergunning van de VSG afwijkende voorschriften verbinden, voorzover de richtlijn vervoer gevaarlijke goederen over land dat toelaat.
|
||||
**1.** Met betrekking tot het vervoeren van radioactieve stoffen over de spoorweg en het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met zodanig vervoer zijn de bepalingen van de VSG van toepassing. Indien voor het vervoeren van radioactieve stoffen over de spoorweg of voor het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met zodanig vervoer ingevolge dit besluit het in artikel 29, eerste lid, van de wet vervatte verbod geldt, kan Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer aan een vergunning van de VSG afwijkende voorschriften verbinden, voorzover de richtlijn vervoer gevaarlijke goederen over land dat toelaat.
|
||||
|
||||
**2.** Bij het voorhanden hebben van radioactieve stoffen bij opslag in verband met het vervoer over de spoorweg dienen, onverminderd de bepalingen, welke terzake gelden ingevolge het eerste lid, eerste volzin, zodanige maatregelen te worden genomen, dat schade, zo veel als redelijkerwijs mogelijk is, wordt voorkomen. Daarbij moet worden voldaan aan nadere eisen, gesteld door een door Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer aangewezen instantie.
|
||||
|
||||
|
|
@ -320,11 +313,11 @@ Het in artikel 15, onder *a*, van de wet vervatte verbod geldt niet voor het ver
|
|||
Ten aanzien van het vervoeren van splijtstoffen of ertsen naar en van zee of over zee zijn de artikelen 7 en 8, eerste, tweede en derde lid, van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat:
|
||||
|
||||
a. telkens in plaats van "VSG" wordt gelezen: de International Maritime Dangerous Goods Code, bedoeld in hoofdstuk VII, deel A-1, van het op 1 november 1974 te Londen totstandgekomen Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee (Trb. 1976, 157) en de bij dat verdrag behorende bindende protocollen, aanhangsels en bijlagen;
|
||||
b. voor de toepassing van de International Maritime Dangerous Goods Code voor Nederland als bevoegde autoriteit wordt aangemerkt Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, beslissende in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;
|
||||
b. voor de toepassing van de International Maritime Dangerous Goods Code voor Nederland als bevoegde autoriteit wordt aangemerkt Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
|
||||
c. in plaats van een ingevolge de International Maritime Dangerous Goods Code voor het model van verpakkingen vereiste goedkeuring door de bevoegde autoriteiten van een of meer daarbij aangewezen landen is vereist een zodanige goedkeuring, welke is verleend:
|
||||
|
||||
1°. hetzij door Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat,
|
||||
2°. hetzij door de bevoegde autoriteit van een ander land, dat met overeenkomstige toepassing van artikel 3, derde lid, is aangewezen en dat bij het vervoer betrokken is of waar het model is ontworpen;
|
||||
1°. hetzij door Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
|
||||
2°. hetzij door de bevoegde autoriteit van een ander land, dat met overeenkomstige toepassing van artikel 3, tweede lid, is aangewezen en dat bij het vervoer betrokken is of waar het model is ontworpen;
|
||||
d. voor vervoer als bedoeld in artikel 13 met een schip onder Nederlandse vlag het bepaalde met betrekking tot de goedkeuring van de zending door de voor Nederland bevoegde autoriteit niet geldt;
|
||||
e. voor vervoer als bedoeld in artikel 13 met een schip onder vreemde vlag het bepaalde met betrekking tot de goedkeuring van de zending en van het model van de verpakking door de voor Nederland bevoegde autoriteit niet geldt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -334,7 +327,7 @@ e. voor vervoer als bedoeld in artikel 13 met een schip onder vreemde vlag het b
|
|||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
Het in artikel 29, eerste lid, van de wet vervatte verbod zonder vergunning van Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid radioactieve stoffen te vervoeren geldt, in afwijking van artikel 5, niet voor het vervoeren van radioactieve stoffen over de Nederlandse territoriale zee of over niet-Nederlandse wateren.
|
||||
Het in artikel 29, eerste lid, van de wet vervatte verbod zonder vergunning van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer radioactieve stoffen te vervoeren geldt, in afwijking van artikel 5, niet voor het vervoeren van radioactieve stoffen over de Nederlandse territoriale zee of over niet-Nederlandse wateren.
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
|
|
@ -343,11 +336,11 @@ Het in artikel 29, eerste lid, van de wet vervatte verbod zonder vergunning van
|
|||
Ten aanzien van het vervoeren van radioactieve stoffen naar en van zee of over zee zijn de artikelen 8, derde lid, 9 en 10, eerste en tweede lid, van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat:
|
||||
|
||||
a. in artikel 10, eerste lid, in plaats van "VSG" wordt gelezen: de International Maritime Dangerous Goods Code, bedoeld in hoofdstuk VII, deel A-1, van het op 1 november 1974 te Londen totstandgekomen Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee (Trb. 1976, 158) en de bij dat verdrag behorende bindende protocollen, aanhangsels en bijlagen;
|
||||
b. voor de toepassing van de International Maritime Dangerous Goods Code voor Nederland als bevoegde autoriteit wordt aangemerkt Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, beslissende in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;
|
||||
b. voor de toepassing van de International Maritime Dangerous Goods Code voor Nederland als bevoegde autoriteit wordt aangemerkt Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
|
||||
c. in plaats van een ingevolge de International Maritime Dangerous Goods Code voor het model van verpakkingen vereiste goedkeuring door de bevoegde autoriteiten van een of meer daarbij aangewezen landen is vereist een zodanige goedkeuring, welke is verleend:
|
||||
|
||||
1°. hetzij door Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat,
|
||||
2°. hetzij door de bevoegde autoriteit van een ander land, dat met overeenkomstige toepassing van artikel 3, derde lid, is aangewezen en dat bij het vervoer betrokken is of waar het model is ontworpen;
|
||||
1°. hetzij door Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
|
||||
2°. hetzij door de bevoegde autoriteit van een ander land, dat met overeenkomstige toepassing van artikel 3, tweede lid, is aangewezen en dat bij het vervoer betrokken is of waar het model is ontworpen;
|
||||
d. voor vervoer als bedoeld in artikel 15 met een schip onder Nederlandse vlag het bepaalde met betrekking tot de goedkeuring van de zending door de voor Nederland bevoegde autoriteit niet geldt;
|
||||
e. voor vervoer als bedoeld in artikel 15 met een schip onder vreemde vlag het bepaalde met betrekking tot de goedkeuring van de zending en van het model van de verpakking door de voor Nederland bevoegde autoriteit niet geldt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -369,16 +362,16 @@ Het in artikel 15, onder *a*, van de wet vervatte verbod geldt niet voor het ver
|
|||
|
||||
Tot de in het eerste lid bedoelde voorschriften kunnen behoren:
|
||||
|
||||
a. het voorschrift dat bijlage 18 (annex 18) van het op 7 december 1944 te Chicago tot stand gekomen verdrag inzake de internationale burgerlijke luchtvaart (*Stb.* 1947, H 165) en de daarbij behorende technische voorschriften (Technical Instructions for the safe transport of dangerous goods by air), in acht dienen te worden genomen, met dien verstande dat voor de toepassing van die regels voor Nederland als bevoegde autoriteit wordt aangemerkt Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, beslissende in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;
|
||||
a. het voorschrift dat bijlage 18 (annex 18) van het op 7 december 1944 te Chicago tot stand gekomen verdrag inzake de internationale burgerlijke luchtvaart (*Stb.* 1947, H 165) en de daarbij behorende technische voorschriften (Technical Instructions for the safe transport of dangerous goods by air), in acht dienen te worden genomen, met dien verstande dat voor de toepassing van die regels voor Nederland als bevoegde autoriteit wordt aangemerkt Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
|
||||
b. voorschriften als bedoeld in artikel 7, tweede lid, onder c en d.
|
||||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Bij het vervoeren van splijtstoffen of ertsen in een luchtvaartuig en bij het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met zodanig vervoer dienen, indien daarvoor ingevolge dit besluit het in artikel 15, onder *a*, van de wet vervatte verbod niet geldt, bijlage 18 (annex 18) van het op 7 december 1944 te Chicago tot stand gekomen verdrag inzake de internationale burgerlijke luchtvaart (*Stb.* 1947, H 165) en de daarbij behorende technische voorschriften (Technical Instructions for the safe transport of dangerous goods by air) in acht te worden genomen, met dien verstande dat:
|
||||
Bij het vervoeren van splijtstoffen of ertsen in een luchtvaartuig en bij het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met zodanig vervoer dienen, indien daarvoor ingevolge dit besluit het in artikel 15, onder a, van de wet vervatte verbod niet geldt, bijlage 18 (annex 18) van het op 7 december 1944 te Chicago tot stand gekomen verdrag inzake de internationale burgerlijke luchtvaart (*Stb.* 1947, H 165) en de daarbij behorende technische voorschriften (Technical Instructions for the safe transport of dangerous goods by air) in acht te worden genomen, met dien verstande dat:
|
||||
|
||||
a. voor de toepassing van die regels voor Nederland als bevoegde autoriteit wordt aangemerkt Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, beslissende in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;
|
||||
a. voor de toepassing van die regels voor Nederland als bevoegde autoriteit wordt aangemerkt Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
|
||||
b. voor het vervoer als bedoeld in artikel 17 in een Nederlands luchtvaartuig het bepaalde met betrekking tot de goedkeuring van een zending door de voor Nederland bevoegde autoriteit niet geldt;
|
||||
c. voor vervoer als bedoeld in artikel 17 in een niet-Nederlands luchtvaartuig het bepaalde met betrekking tot de goedkeuring van een zending of van het model van de verpakking door de voor Nederland bevoegde autoriteit niet geldt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -388,7 +381,7 @@ c. voor vervoer als bedoeld in artikel 17 in een niet-Nederlands luchtvaartuig h
|
|||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
Het in artikel 29, eerste lid, van de wet vervatte verbod zonder vergunning van Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid radioactieve stoffen te vervoeren geldt, in afwijking van artikel 5, niet voor het vervoeren van radioactieve stoffen in een luchtvaartuig, waarbij geen landing op Nederlands grondgebied plaatsvindt.
|
||||
Het in artikel 29, eerste lid, van de wet vervatte verbod zonder vergunning van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer radioactieve stoffen te vervoeren geldt, in afwijking van artikel 5, niet voor het vervoeren van radioactieve stoffen in een luchtvaartuig, waarbij geen landing op Nederlands grondgebied plaatsvindt.
|
||||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
|
|
@ -400,7 +393,7 @@ Aan een vergunning voor het vervoeren van radioactieve stoffen in een luchtvaart
|
|||
|
||||
Bij het vervoeren van radioactieve stoffen in een luchtvaartuig en bij het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met zodanig vervoer dienen bijlage 18 (annex 18) van het op 7 december 1944 te Chicago tot stand gekomen verdrag inzake de burgerlijke luchtvaart (*Stb.* 1947, H 165) en de daarbij behorende technische voorschriften (Technical Instructions for the safe transport of dangerous goods by air) in acht te worden genomen, met dien verstande dat:
|
||||
|
||||
a. voor de toepassing van die regels voor Nederland als bevoegde autoriteit wordt aangemerkt Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, beslissende in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;
|
||||
a. voor de toepassing van die regels voor Nederland als bevoegde autoriteit wordt aangemerkt Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
|
||||
b. voor vervoer als bedoeld in artikel 20 in een Nederlands luchtvaartuig het bepaalde met betrekking tot de goedkeuring van een zending door de voor Nederland bevoegde autoriteit niet geldt;
|
||||
c. voor vervoer als bedoeld in artikel 20 in een niet-Nederlands luchtvaartuig het bepaalde met betrekking tot de goedkeuring van een zending of van het model van de verpakking door de voor Nederland bevoegde autoriteit niet geldt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -427,11 +420,9 @@ b. de activiteitsconcentratie van die stoffen en ertsen lager is dan de in tabel
|
|||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
**1.** De aanvraag om een vergunning voor het binnen of buiten Nederlands grondgebied brengen of doen brengen van splijtstoffen is gericht tot Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van Economische Zaken en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en wordt ingediend bij Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, onder gelijktijdige toezending van een afschrift aan Onze Ministers van Economische Zaken, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Verkeer en Waterstaat.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De aanvraag om een vergunning als in het eerste lid bedoeld dient de volgende gegevens te bevatten:
|
||||
De aanvraag om een vergunning voor het binnen of buiten Nederlands grondgebied brengen of doen brengen van splijtstoffen bevat de volgende gegevens:
|
||||
|
||||
a. naam en adres van de aanvrager;
|
||||
b. de soort handeling, waarop de aanvraag betrekking heeft;
|
||||
|
|
@ -443,7 +434,7 @@ g. de vermoedelijke datum, waarop de splijtstoffen binnen Nederlands grondgebied
|
|||
h. de plaats, waar de splijtstoffen binnen, onderscheidenlijk buiten Nederlands grondgebied zullen worden gebracht;
|
||||
i. indien een vergunning wordt aangevraagd voor een handeling die overeenkomstig de krachtens artikel 1b, in samenhang met artikel 4, tweede lid, van het Besluit stralingsbescherming, geldende regeling als gerechtvaardigd is bekendgemaakt, een verwijzing naar die bekendmaking.
|
||||
|
||||
**3.** Indien een vergunning wordt aangevraagd voor een handeling die niet of als niet-gerechtvaardigd is bekendgemaakt overeenkomstig de krachtens artikel 1b, in samenhang met artikel 4, tweede lid, van het Besluit stralingsbescherming geldende regeling, omvat de aanvraag om een vergunning tevens een verzoek om rechtvaardiging van die handeling. De aanvraag om de vergunning bevat dan tevens de gegevens met betrekking tot de economische, sociale en andere voordelen van de betrokken handeling en met betrekking tot de gezondheidsschade die erdoor kan worden toegebracht, die nodig zijn met het oog op de beoordeling van de gerechtvaardigdheid van de handeling.
|
||||
**2.** Indien een vergunning wordt aangevraagd voor een handeling die niet of als niet-gerechtvaardigd is bekendgemaakt overeenkomstig de krachtens artikel 1b, in samenhang met artikel 4, tweede lid, van het Besluit stralingsbescherming geldende regeling, omvat de aanvraag om een vergunning tevens een verzoek om rechtvaardiging van die handeling. De aanvraag om de vergunning bevat dan tevens de gegevens met betrekking tot de economische, sociale en andere voordelen van de betrokken handeling en met betrekking tot de gezondheidsschade die erdoor kan worden toegebracht, die nodig zijn met het oog op de beoordeling van de gerechtvaardigdheid van de handeling.
|
||||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
||||
|
|
@ -487,7 +478,7 @@ f. bestraalde splijtstoffen.
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het in artikel 29, eerste lid, van de wet vervatte verbod zonder vergunning van Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid radioactieve stoffen binnen of buiten Nederlands grondgebied te brengen of te doen brengen geldt voor:
|
||||
Het in artikel 29, eerste lid, van de wet vervatte verbod zonder vergunning van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer radioactieve stoffen binnen of buiten Nederlands grondgebied te brengen of te doen brengen geldt voor:
|
||||
|
||||
a. geneesmiddelen en
|
||||
b. gebruiksartikelen,
|
||||
|
|
@ -514,14 +505,10 @@ b. de activiteitsconcentratie van de betrokken natuurlijke bron lager is dan tie
|
|||
|
||||
### Artikel 28
|
||||
|
||||
**1.** De aanvraag om een vergunning voor het binnen of buiten Nederlands grondgebied brengen of doen brengen van radioactieve stoffen als bedoeld in artikel 27, eerste lid, is gericht tot Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en wordt ingediend bij Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, onder gelijktijdige toezending van een afschrift aan Onze Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Verkeer en Waterstaat.
|
||||
De aanvraag om een vergunning voor het binnen of buiten Nederlands grondgebied brengen of doen brengen van radioactieve stoffen als bedoeld in artikel 27, eerste lid, bevat de volgende gegevens:
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De aanvraag om een vergunning als in het eerste lid bedoeld dient de volgende gegevens te bevatten:
|
||||
|
||||
a. de gegevens, bedoeld in artikel 24, tweede lid, onder a, b en e tot en met i, en derde lid, met dien verstande dat in plaats van «splijtstoffen» telkens wordt gelezen: «radioactieve stoffen» en in plaats van «handeling» wordt gelezen: «handeling of werkzaamheid»;
|
||||
b. een opgave en verklaring als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder *c*, met dien verstande, dat in plaats van "splijtstoffen", telkens wordt gelezen: "radioactieve stoffen";
|
||||
a. de gegevens, bedoeld in artikel 24, eerste lid, onder a, b en e tot en met i, en tweede lid, met dien verstande dat in plaats van «splijtstoffen» telkens wordt gelezen: «radioactieve stoffen» en in plaats van «handeling» wordt gelezen: «handeling of werkzaamheid»;
|
||||
b. een opgave en verklaring als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder c, met dien verstande, dat in plaats van "splijtstoffen", telkens wordt gelezen: "radioactieve stoffen";
|
||||
c. de hoeveelheid radioactieve stoffen, waarop de aanvraag betrekking heeft, zo mogelijk onder vermelding van symbool, massagetal en energietoestand van de betrokken nucliden, van de maximale activiteit van de stoffen en van de chemische en fysische toestand en de vorm, waarin deze zich bevinden;
|
||||
d. een omschrijving van de geneesmiddelen of gebruiksartikelen, waarin de radioactieve stoffen zich bevinden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -548,7 +535,7 @@ De ondernemer die:
|
|||
a. een radioactieve stof binnen Nederlands grondgebied brengt of doet brengen vanuit een land buiten de Europese Unie of een radioactieve stof vanaf Nederlands grondgebied buiten het grondgebied van de Europese Unie brengt of doet brengen, of
|
||||
b. een open bron vanaf Nederlands grondgebied naar het grondgebied van een andere lidstaat van de Europese Unie brengt of doet brengen,
|
||||
|
||||
meldt dit tenminste drie weken voordat die handeling of werkzaamheid plaatsvindt, aan Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, onder gelijktijdige toezending van een afschrift aan Onze Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Verkeer en Waterstaat en aan een door Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer aan te wijzen instantie.
|
||||
meldt dit tenminste drie weken voordat die handeling of werkzaamheid plaatsvindt, aan Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, onder gelijktijdige toezending van een afschrift aan Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en aan een door Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer aan te wijzen instantie.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue