2005-12-28 | BWBR0011919 | Wet bevordering eigenwoningbezit
This commit is contained in:
parent
2d9c9753c3
commit
8b0ef9e27b
1 changed files with 35 additions and 44 deletions
|
|
@ -134,9 +134,9 @@ b. in een ander geval dan bedoeld onder a: het gecorrigeerde belastbare loon.
|
|||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
**1.** Het rekenvermogen, bedoeld in deze wet en de bepalingen die daarop berusten, is het gezamenlijk vermogen van degenen die behoren tot het huishouden van de eigenaar-bewoner.
|
||||
**1.** Het rekenvermogen, bedoeld in deze wet en de bepalingen die daarop berusten, is het gezamenlijk vermogen van degenen die behoren tot het huishouden van de eigenaar-bewoner in het peiljaar.
|
||||
|
||||
**2.** Onder vermogen wordt verstaan: de gemiddelde rendementsgrondslag, bedoeld in artikel 5.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001, met dien verstande dat die grondslag wordt bepaald zonder rekening te houden met de vrijstelling kapitaalverzekeringen voor kinderen, bedoeld in artikel 5.12 van die wet, de vrijstelling maatschappelijke beleggingen, bedoeld in afdeling 5.3 van die wet en de vrijstelling beleggingen in durfkapitaal, bedoeld in afdeling 5.3a van die wet.
|
||||
**2.** Onder vermogen wordt verstaan: de gemiddelde rendementsgrondslag, bedoeld in artikel 5.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001, met dien verstande dat die grondslag wordt bepaald zonder rekening te houden met de vrijstelling maatschappelijke beleggingen, bedoeld in afdeling 5.3 van die wet en de vrijstelling beleggingen in durfkapitaal, bedoeld in afdeling 5.3a van die wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
|
|
@ -208,11 +208,11 @@ d. € 19 625,99 Per 1 juli 2005: € 21 925bij een tweepersoonsouderenhuish
|
|||
Een eigenwoningbijdrage wordt niet toegekend als het rekenvermogen meer bedraagt dan:
|
||||
|
||||
a. € 18 378,10 Per 1 juli 2005: € 20 550bij een eenpersoonshuishouden, als de eigenaar-bewoner op de laatste dag van het eerste bijdragejaar van een driejaarstijdvak jonger is dan 65 jaar;
|
||||
b. € 35 200 bij een tweepersoonshuishouden, als de eigenaar-bewoner en degene die tot diens huishouden behoort op de laatste dag van het eerste bijdragejaar van een driejaarstijdvak jonger zijn dan 65 jaar;
|
||||
b. het bedrag, bedoeld in artikel 5.5, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, zoals dit luidt in het peiljaar, bij een tweepersoonshuishouden, als de eigenaar-bewoner en degene die tot diens huishouden behoort op de laatste dag van het eerste bijdragejaar van een driejaarstijdvak jonger zijn dan 65 jaar;
|
||||
c. € 31 424,28 Per 1 juli 2005: € 35 125bij een eenpersoonshuishouden of een eenpersoonsouderenhuishouden, als de eigenaar-bewoner op de laatste dag van het eerste bijdragejaar van een driejaarstijdvak 65 jaar of ouder is;
|
||||
d. € 43 517,52 Per 1 juli 2005: € 48 625bij een tweepersoonshuishouden of een tweepersoonsouderenhuishouden, als de eigenaar-bewoner of degene die tot diens huishouden behoort op de laatste dag van het eerste bijdragejaar van een driejaarstijdvak 65 jaar of ouder is.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid genoemde bedragen worden met ingang van 1 juli van elk jaar aangepast overeenkomstig artikel 41.
|
||||
**2.** De in het eerste lid, onderdelen a, c en d, genoemde bedragen worden met ingang van 1 juli van elk jaar aangepast overeenkomstig artikel 41.
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
|
|
@ -258,10 +258,16 @@ c. omdat in een bestaande woning achterstallig onderhoud wordt verricht als bedo
|
|||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
Voor een primaire toekenning is vereist dat de eigenaar-bewoner, alsmede degene die tot diens huishouden behoort, op het moment dat de aanvraag voor de eigenwoningbijdrage bij Onze Minister wordt ingediend:
|
||||
Voor een primaire toekenning is vereist dat, op het moment dat de aanvraag voor de eigenwoningbijdrage bij Onze Minister wordt ingediend:
|
||||
|
||||
a. de Nederlandse nationaliteit bezit of op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander wordt behandeld, of
|
||||
b. vreemdeling is en rechtmatig verblijf houdt in de zin van artikel 1b, aanhef en onder 1, van de Vreemdelingenwet.
|
||||
a. de eigenaar-bewoner:
|
||||
|
||||
1°. de Nederlandse nationaliteit bezit of op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander wordt behandeld, of
|
||||
2°. vreemdeling is en rechtmatig verblijf houdt als bedoeld in artikel 8, onder b, d, e of l, van de Vreemdelingenwet 2000, en
|
||||
b. degene die tot het huishouden van de eigenaar-bewoner behoort:
|
||||
|
||||
1°. de Nederlandse nationaliteit bezit of op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander wordt behandeld, of
|
||||
2°. vreemdeling is en rechtmatig verblijf houdt als bedoeld in artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 3.2. Eisen aan de woning
|
||||
|
||||
|
|
@ -362,12 +368,12 @@ c. niet strekt tot financiering van andere bedragen en kosten dan die, genoemd i
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onze Minister kan ambtshalve of op aanvraag van de eigenaar-bewoner, als in een bepaald geval de onverkorte toepassing van de desbetreffende bepalingen, gelet op het belang dat deze wet beoogt te beschermen, tot een onbillijkheid van overwegende aard zou leiden:
|
||||
Onze Minister kan ambtshalve of op verzoek van de eigenaar-bewoner, als in een bepaald geval de onverkorte toepassing van de desbetreffende bepalingen, gelet op het belang dat deze wet beoogt te beschermen, tot een onbillijkheid van overwegende aard zou leiden:
|
||||
|
||||
a. bij de toepassing van de artikelen 3, eerste lid, en 4, eerste lid, een persoon als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a en b, buiten beschouwing laten;
|
||||
b. bij de toepassing van de artikelen 3, derde lid, of 4, tweede lid, bepaalde inkomsten of vermogensbestanddelen geheel of gedeeltelijk buiten beschouwing laten.
|
||||
|
||||
**2.** Een daling van het inkomen, of een daling van het vermogen na de 1 januari die voorafgaat aan de peildatum, kan niet leiden tot toepassing van het eerste lid.
|
||||
**2.** Een daling van het inkomen, of een daling van het vermogen na het peiljaar, kan niet leiden tot toepassing van het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
||||
|
|
@ -397,8 +403,10 @@ c. die woning blijft bewonen.
|
|||
|
||||
Het fiscaal effect wordt verkregen door de normrente te vermenigvuldigen met:
|
||||
|
||||
a. voor eenpersoonshuishoudens en tweepersoonshuishoudens: 0,31;
|
||||
b. voor eenpersoonsouderenhuishoudens en tweepersoonsouderenhuishoudens: 0,16.
|
||||
a. voor eenpersoonshuishoudens en tweepersoonshuishoudens, indien het rekeninkomen minder bedraagt dan of gelijk is aan het laagste bedrag, genoemd in de tabel onder II bij artikel 2.10 van de Wet inkomstenbelasting 2001, zoals dit luidt in het peiljaar: 0,29;
|
||||
b. voor eenpersoonshuishoudens en tweepersoonshuishoudens, indien het rekeninkomen meer bedraagt dan het laagste bedrag, genoemd in de tabel onder II bij artikel 2.10 van de Wet inkomstenbelasting 2001, zoals dit luidt in het peiljaar: 0,33;
|
||||
c. voor eenpersoonsouderenhuishoudens en tweepersoonsouderenhuishoudens, indien het rekeninkomen minder bedraagt dan of gelijk is aan het laagste bedrag, genoemd in de tabel onder II bij artikel 2.10 van de Wet inkomstenbelasting 2001, zoals dit luidt in het peiljaar: 0,13, en
|
||||
d. voor eenpersoonsouderenhuishoudens en tweepersoonsouderenhuishoudens, indien het rekeninkomen meer bedraagt dan het laagste bedrag, genoemd in de tabel onder II bij artikel 2.10 van de Wet inkomstenbelasting 2001, zoals dit luidt in het peiljaar: 0,16.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid genoemde factoren kunnen worden aangepast overeenkomstig artikel 41.
|
||||
|
||||
|
|
@ -486,7 +494,7 @@ f: de van toepassing zijnde factor, bedoeld in artikel 27, die bij de primaire t
|
|||
|
||||
**1.** Voor een primaire toekenning is vereist dat het bedrag dat voor het eerste driejaarstijdvak is berekend met toepassing van artikel 30, tweede lid, ten hoogste € 152,47 per 1 juli 2005: € 170,16 is.
|
||||
|
||||
**2.** Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 16, eerste lid, wordt in de in dat artikellid bedoelde algemene maatregel van bestuur tevens bepaald welk bedrag in plaats van het in het eerste lid van dit artikel genoemde bedrag in de betrokken provincies zal gelden, en bepaald op welke wijze eerstbedoeld bedrag wordt of kan worden toegepast.
|
||||
**2.** Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 16, eerste lid, wordt in de in dat artikellid bedoelde algemene maatregel van bestuur tevens bepaald welk bedrag in plaats van het in het eerste lid van dit artikel genoemde bedrag in de betrokken provincies zal gelden, en bepaald op welke wijze eerstbedoeld bedrag wordt of kan worden aangepast.
|
||||
|
||||
**3.** Het in het eerste lid genoemde bedrag wordt met ingang van 1 juli van elk jaar aangepast overeenkomstig artikel 41.
|
||||
|
||||
|
|
@ -522,7 +530,7 @@ d. meetinkomen:
|
|||
|
||||
**2.** De hoogte van de bijzondere bijdrage wordt bepaald door, op de wijze die is bedoeld in artikel 30, het bedrag te berekenen van de eigenwoningbijdrage dat behoort bij het actueel inkomen, en dit bedrag te verminderen met het bedrag van de eigenwoningbijdrage dat behoort bij het meetinkomen.
|
||||
|
||||
**3.** De artikelen 5, 6, derde, vierde en vijfde lid, 7, 9 tot en met 23 en 25 tot en met 31 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat deze artikelen, voorzover ze slechts gelden voor primaire toekenningen, niet van toepassing zijn indien de eigenaar-bewoner reeds een eigenwoningbijdrage of een bijzondere bijdrage is toegekend.
|
||||
**3.** De artikelen 5, 6, derde, vierde en vijfde lid, 7 tot en met 23 en 25 tot en met 31 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in artikel 8 voor «rekeninkomen» wordt gelezen «actueel inkomen» en dat deze artikelen, voorzover zij slechts gelden voor primaire toekenningen, niet van toepassing zijn indien de eigenaar-bewoner reeds een eigenwoningbijdrage of een bijzondere bijdrage is toegekend.
|
||||
|
||||
**4.** Voor de toepassing van het begrip «bijdragetijdvak», genoemd in het eerste lid, wordt de eigenaar-bewoner geacht tevens een eigenwoningbijdrage te hebben aangevraagd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -540,7 +548,7 @@ d. meetinkomen:
|
|||
|
||||
**5.** De bijzondere bijdrage wordt steeds over een tijdvak van ten hoogste zes maanden uitbetaald, na afloop van dat tijdvak, onder verrekening van de betaalde voorschotten.
|
||||
|
||||
**6.** De artikelen 42, eerste en derde lid, 44, eerste lid, derde en vijfde volzin, 45 tot en met 49 en 54 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in artikel 48, eerste lid, voor «bij de aanvraag» steeds wordt gelezen: bij de aanvragen, gedurende het driejaarstijdvak, die een eigenaar-bewoner heeft gedaan tot toekenning van een bijzondere bijdrage.
|
||||
**6.** De artikelen 42, eerste en derde lid, 44, eerste lid, derde en vijfde volzin, 45 tot en met 47, 49 en 54 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 36
|
||||
|
||||
|
|
@ -573,7 +581,7 @@ Onze Minister past artikel 24, eerste lid, toe overeenkomstig het bepaalde in ar
|
|||
a. niet is voldaan aan de vereisten die zijn gesteld in artikel 11 juncto artikel 34, derde lid, of
|
||||
b. het rekenvermogen hoger is dan het relevante bedrag, genoemd in artikel 9 juncto artikel 34, derde lid.
|
||||
|
||||
**2.** Een aanvraag om het eerste lid toe te passen wordt ingediend binnen zes maanden na het einde van het bijdragetijdvak waarop de aanvraag tot toekenning van een bijzondere bijdrage als bedoeld in dit hoofdstuk betrekking heeft.
|
||||
**2.** Een verzoek om het eerste lid toe te passen wordt ingediend binnen zes maanden na het einde van het bijdragetijdvak waarop de aanvraag tot toekenning van een bijzondere bijdrage als bedoeld in dit hoofdstuk betrekking heeft.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 5. Het recht op de eigenwoningbijdrage na het vijfde driejaarstijdvak
|
||||
|
||||
|
|
@ -587,11 +595,11 @@ b. het rekenvermogen hoger is dan het relevante bedrag, genoemd in artikel 9 jun
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De eigenwoningbijdrage per maand, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder b, bestaat uit:
|
||||
De eigenwoningbijdrage, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder b, bestaat uit:
|
||||
|
||||
a. een tegemoetkoming in de hypotheekrente, voorzover met de hypothecaire lening niet de verschuldigde overdrachtsbelasting, bedoeld in artikel 2 van de Wet op belastingen van rechtsverkeer, is gefinancierd;
|
||||
a. een maandelijkse tegemoetkoming in de hypotheekrente;
|
||||
b. een tegemoetkoming in verband met het financieel risico voor de eigenaar-bewoner bij een stijging van het percentage, bedoeld in artikel 26, eerste lid, en
|
||||
c. een toeslag in verband met de overdrachtsbelasting, bedoeld in artikel 2 van de Wet op belastingen van rechtsverkeer.
|
||||
c. indien overdrachtsbelasting als bedoeld in artikel 2 van de Wet op belastingen van rechtsverkeer verschuldigd is: een maandelijkse toeslag in verband met die overdrachtsbelasting.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -633,9 +641,9 @@ P_mt: de maandelijkse spaarpremie ten tijde van de eerste toepassing van artikel
|
|||
|
||||
### Artikel 41
|
||||
|
||||
**1.** Bij ministeriële regeling worden elk jaar, met ingang van 1 juli, de bedragen die zijn genoemd in de artikelen 8, eerste lid (maximaal toegestaan inkomen), 9, eerste lid (maximaal toegestaan vermogen), 29, eerste lid, formule (minimum normlasten), en 31, eerste lid (maximale ewb), aangepast aan de ontwikkeling van de consumentenprijzen (alle huishoudens) in het peiljaar, als in januari volgend op het peiljaar in de Staatscourant bekendgemaakt. Het maximaal toegestaan inkomen kan, naast de aanpassing daarvan volgens de eerste volzin, worden aangepast ter voorkoming van onbedoelde gevolgen van maatregelen met betrekking tot de inkomens boven het minimum-inkomensijkpunt, bedoeld in artikel 28. De minimum normlasten kunnen, in plaats van de aanpassing daarvan volgens de eerste volzin, worden aangepast met het percentage waarmee het bedrag, bedoeld in artikel 21, onder c, van de Wet werk en bijstand is aangepast.
|
||||
**1.** Bij ministeriële regeling worden elk jaar, met ingang van 1 juli, de bedragen die zijn genoemd in de artikelen 8, eerste lid (maximaal toegestaan inkomen), 9, eerste lid, onderdelen a, c en d (maximaal toegestaan vermogen), 29, eerste lid, formule (minimum normlasten), en 31, eerste lid (maximale ewb), aangepast aan de ontwikkeling van de consumentenprijzen (alle huishoudens) in het peiljaar, als in januari volgend op het peiljaar in de Staatscourant bekendgemaakt. Het maximaal toegestaan inkomen kan, naast de aanpassing daarvan volgens de eerste volzin, worden aangepast ter voorkoming van onbedoelde gevolgen van maatregelen met betrekking tot de inkomens boven het minimum-inkomensijkpunt, bedoeld in artikel 28. De minimum normlasten kunnen, in plaats van de aanpassing daarvan volgens de eerste volzin, worden aangepast met het percentage waarmee het bedrag, bedoeld in artikel 21, onder c, van de Wet werk en bijstand is aangepast.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen de bedragen, genoemd in artikel 15, eerste lid, onder a (maximale koopsom) en b (maximale hypothecaire lening), worden aangepast aan de ontwikkeling van het prijsindexcijfer voor de bouwkosten. Bij toepassing van de eerste volzin wordt het bedrag, genoemd in artikel 63a, onderdeel e, onder 1°, zodanig aangepast dat het gelijk is aan het verschil tussen de in die volzin bedoelde bedragen.
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen de bedragen, genoemd in artikel 15, eerste lid, onder a (maximale koopsom) en b (maximale hypothecaire lening), worden aangepast aan de ontwikkeling van het prijsindexcijfer voor de bouwkosten.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen de factoren, genoemd in artikel 27, eerste lid (fiscaal effect), worden aangepast als daartoe aanleiding bestaat vanwege wijziging van de belastingwetgeving.
|
||||
|
||||
|
|
@ -683,7 +691,7 @@ f. het bouwkundig rapport, bedoeld in artikel 19, onder a.
|
|||
|
||||
**5.** De aanvraag wordt ingediend bij Onze Minister, bij een aanvraag voor een primaire toekenning door tussenkomst van de financier, de personen of de instanties, bedoeld in het eerste lid. Onze Minister stelt die financier, de personen of de instanties terstond in kennis van de ontvangst van de aanvraag.
|
||||
|
||||
**6.** Een aanvraag als bedoeld in artikel 24 maakt deel uit van de aanvraag, bedoeld in dit artikel.
|
||||
**6.** Een verzoek als bedoeld in artikel 24 maakt deel uit van de aanvraag, bedoeld in dit artikel.
|
||||
|
||||
### Artikel 43
|
||||
|
||||
|
|
@ -698,8 +706,8 @@ b. een aanvraag voor een andere toekenning dan een primaire: binnen vier maanden
|
|||
|
||||
Als de beslissing een primaire toekenning inhoudt, doet de eigenaar-bewoner zo spoedig mogelijk aan Onze Minister toekomen:
|
||||
|
||||
a. de akte van levering van de woning en
|
||||
b. de geldleningsovereenkomst.
|
||||
a. een authentiek afschrift van de akte van levering van de woning, en
|
||||
b. een afschrift van de geldleningsovereenkomst.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister stelt de financier, bedoeld in artikel 42, eerste lid, terstond in kennis van een beslissing als bedoeld in het tweede lid en van de ontvangst van de stukken, bedoeld onder a en b van dat lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -731,9 +739,7 @@ b. de geldleningsovereenkomst.
|
|||
|
||||
### Artikel 48
|
||||
|
||||
**1.** De inspecteur der rijksbelastingen onderzoekt de juistheid van de bij de aanvraag verstrekte gegevens inzake het vermogen van degenen die tot het huishouden van de eigenaar-bewoner behoren. Als de inspecteur vaststelt dat het vermogen van de eigenaar-bewoner of van een persoon die tot zijn huishouden behoort afwijkt van het bij de aanvraag opgegeven vermogen, en dat ten gevolge hiervan de krachtens artikel 9 toepasselijke vermogensgrens zou worden overschreden, stelt hij het rekenvermogen vast bij voor bezwaar vatbare beschikking, en maakt hij deze bekend aan de eigenaar-bewoner en aan Onze Minister.
|
||||
|
||||
**2.** Ten aanzien van het onderzoek en de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, zijn de artikelen 2, 3 en 4 en de hoofdstukken V en VIII, met uitzondering van de artikelen 47a, 52, 53, tweede en derde lid, 54, 63 en 66, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 49
|
||||
|
||||
|
|
@ -791,7 +797,7 @@ Burgemeester en wethouders verstrekken desgevraagd aan Onze Minister de gegevens
|
|||
|
||||
### Artikel 54
|
||||
|
||||
In de administratie over de uitvoering van deze wet wordt het sociaal-fiscaalnummer opgenomen waaronder degenen die tot het huishouden van de eigenaar-bewoner behoren, zijn geregistreerd bij de rijksbelastingdienst. Bij de verstrekking van gegevens over de uitvoering van deze wet wordt gebruik gemaakt van dit sociaal-fiscaalnummer.
|
||||
In de administratie over de uitvoering van deze wet wordt het sociaal-fiscaalnummer opgenomen waaronder degenen die tot het huishouden van de eigenaar-bewoner behoren, zijn geregistreerd bij de rijksbelastingdienst. Bij de verstrekking van gegevens over de uitvoering van deze wet wordt gebruik gemaakt van dit sociaal-fiscaalnummer. Onder sociaal-fiscaalnummer wordt verstaan: het nummer, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel j, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
|
||||
|
||||
### Artikel 55
|
||||
|
||||
|
|
@ -841,22 +847,7 @@ Met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze wet worden geen koopgewenn
|
|||
|
||||
### Artikel 63a
|
||||
|
||||
Voorzover de peildatum is gelegen voor 1 juli 2002, wordt:
|
||||
|
||||
a. voor de toepassing van artikel 3, derde lid, onderdeel a, onder het gecorrigeerde verzamelinkomen verstaan het belastbare inkomen, bedoeld in de Wet op de inkomstenbelasting 1964;
|
||||
b. voor de toepassing van artikel 3, derde lid, onderdeel b, onder het aldaar genoemde loon verstaan het loon, bedoeld in de Wet op de loonbelasting 1964, verminderd met het krachtens artikel 17, eerste lid, van die wet, aftrekbare percentage of bedrag;
|
||||
c. voor de toepassing van artikel 4, eerste lid, en van onderdeel e van dit artikel onder rekenvermogen verstaan het gezamenlijk vermogen op 1 januari 2000 van degenen die behoren tot het huishouden van de eigenaar-bewoner;
|
||||
d. voor de toepassing van artikel 4, tweede lid, en van onderdeel e van dit artikel onder vermogen verstaan het vermogen, bedoeld in hoofdstuk II, met uitzondering van artikel 5, van de Wet op de vermogensbelasting 1964, met dien verstande dat bij algemene maatregel van bestuur:
|
||||
|
||||
1°. waarderingsgrondslagen kunnen worden vastgesteld met betrekking tot motorrijtuigen, en
|
||||
2°. regels kunnen worden vastgesteld met betrekking tot de waardering van een aandeel in een vermogen waarover de eigenaar-bewoner of degene die tot diens huishouden behoort kon beschikken;
|
||||
e. voor de bepaling van het rekenvermogen, naast toepassing van artikel 4 :
|
||||
|
||||
1.° in afwijking van artikel 4, tweede lid, de waarde, verminderd met de daarop rustende hypothecaire schuld, van een eigen woning als bedoeld in artikel 9, vierde lid, van de Wet op de vermogensbelasting 1964, ten behoeve waarvan een eigenwoningbijdrage of een bijzondere bijdrage als bedoeld in artikel 34, is of wordt toegekend, slechts onder vermogen verstaan voorzover die aldus verminderde waarde hoger is dan f 52 000, en
|
||||
2°. indien toepassing wordt gegeven aan artikel 16, eerste lid, in de in dat artikellid bedoelde algemene maatregel van bestuur tevens bepaald welk bedrag in plaats van het onder 1° genoemde bedrag in de betrokken provincies zal gelden, en bepaald op welke wijze eerstbedoeld bedrag wordt of kan worden aangepast;
|
||||
f. voor de toepassing van artikel 9, eerste lid, onderdeel b, voor «€ 35 200» gelezen: € 27 090,68;
|
||||
g. voor de toepassing van artikel 33, eerste lid, onderdeel a, onder een gecorrigeerd verzamelinkomen verstaan: een belastbaar inkomen, en
|
||||
h. voor de toepassing van artikel 41, eerste lid, onder inkomens verstaan belastbare inkomens.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 64
|
||||
|
||||
|
|
@ -873,7 +864,7 @@ h. voor de toepassing van artikel 41, eerste lid, onder inkomens verstaan belast
|
|||
Met ingang van de dag van inwerkingtreding van deze wet worden, als die dag 1 juli 2000 of een latere datum is, aangepast:
|
||||
|
||||
a. de bedragen, genoemd in de artikelen 8, eerste lid, en 9, eerste lid, onderdelen a, c en d: overeenkomstig de aanpassingen die op 1 juli 2000 en nadien hebben plaatsgevonden of plaatsvinden ingevolge artikel 27 van de Huursubsidiewet, en
|
||||
b. de bedragen, genoemd in de artikelen 15, eerste lid, 29, eerste lid, formule, 31, eerste lid, en 63a, onderdeel e, onder 1°: overeenkomstig artikel 41, met als uitgangspunt dat de laatste aanpassing daarvan per 1 januari 2000 heeft plaatsgevonden.
|
||||
b. de bedragen, genoemd in de artikelen 15, eerste lid, 29, eerste lid, formule, en 31, eerste lid: overeenkomstig artikel 41, met als uitgangspunt dat de laatste aanpassing daarvan per 1 januari 2000 heeft plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
### Artikel 66
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue