2025-04-01 | BWBR0047844 | Regeling houdende regels verstrekking specifieke uitkering aan gemeenten verduurzaming slecht geïsoleerde woningen van eigenaar-bewoners en woningen van verenigingen van eigenaars, woonverenigingen en wooncoöperaties
This commit is contained in:
parent
1c1ad28612
commit
8b226057cd
1 changed files with 33 additions and 24 deletions
|
|
@ -5,7 +5,7 @@ titel: Regeling houdende regels verstrekking specifieke uitkering aan gemeenten
|
|||
bwb_id: BWBR0047844
|
||||
type: ministeriele-regeling
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2023-11-27'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2025-03-24'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0047844
|
||||
citeertitel: Regeling houdende regels verstrekking specifieke uitkering aan gemeenten
|
||||
verduurzaming slecht geïsoleerde woningen van eigenaar-bewoners en woningen van
|
||||
|
|
@ -73,26 +73,23 @@ c. woning in een gebouw van een woonvereniging.
|
|||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het college besteedt de specifieke uitkering aan het uitvoeren of laten uitvoeren of het subsidiëren van het uitvoeren of het laten uitvoeren van een of meer energiebesparende isolatiemaatregelen, eventueel in samenhang met energiezuinige ventilatiemaatregelen, waarbij onder energiebesparende isolatiemaatregelen wordt verstaan:
|
||||
Het college besteedt de specifieke uitkering aan:
|
||||
|
||||
a. als het een woning van een eigenaar-bewoner betreft: energiebesparende isolatiemaatregelen als bedoeld in artikel 4.5.2, derde lid, van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies. In afwijking van dat artikellid worden hier tevens doe-het-zelf maatregelen onder verstaan. Op doe-het-zelf maatregelen zijn de in artikel 4.5.2, derde lid, van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies gestelde eisen ten aanzien van de minimaal te isoleren vierkante meters niet van toepassing en op doe-het-zelf maatregelen waarvoor op grond van artikel 3, derde lid, een aanvraag voor een specifieke uitkering is gedaan zijn daarnaast ook de in artikel 4.5.2, derde lid, van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies gestelde eisen ten aanzien van minimaal te behalen isolatiewaardes niet van toepassing; of
|
||||
b. als het een woning betreft in een gebouw waarvoor een gemengde vereniging bestaat: energiebesparende isolatiemaatregelen als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Subsidieregeling Verduurzaming voor Verenigingen van Eigenaars. In afwijking van dat artikellid worden hier tevens doe-het-zelf maatregelen onder verstaan. Op doe-het-zelf maatregelen zijn de in artikel 7, tweede lid, van de Subsidieregeling Verduurzaming voor Verenigingen van Eigenaars gestelde eisen ten aanzien van de minimaal te isoleren vierkante meters niet van toepassing en op doe-het-zelf maatregelen waarvoor op grond van artikel 3, derde lid, een aanvraag voor een specifieke uitkering is gedaan zijn daarnaast ook de in artikel 7, tweede lid, van de Subsidieregeling Verduurzaming voor Verenigingen van Eigenaars gestelde eisen ten aanzien van minimaal te behalen isolatiewaardes niet van toepassing.
|
||||
a. het uitvoeren of laten uitvoeren of het subsidiëren van het uitvoeren of het laten uitvoeren van een of meer energiebesparende isolatiemaatregelen, eventueel in samenhang met energiezuinige ventilatiemaatregelen, waarbij onder energiebesparende isolatiemaatregelen wordt verstaan:
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Het college kan de specifieke uitkering tevens besteden aan:
|
||||
|
||||
a. het bieden van gerichte ondersteuning aan een eigenaar-bewoner of een gemengde vereniging of het daartoe inschakelen van derden met de benodigde expertise, waaronder in ieder geval kan vallen:
|
||||
1°. als het een woning van een eigenaar-bewoner betreft: energiebesparende isolatiemaatregelen als bedoeld in artikel 4.5.2, derde lid, van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies. In afwijking van dat artikellid worden hier tevens doe-het-zelf maatregelen onder verstaan. Op doe-het-zelf maatregelen zijn de in artikel 4.5.2, derde lid, van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies gestelde eisen ten aanzien van de minimaal te isoleren vierkante meters niet van toepassing en op doe-het-zelf maatregelen waarvoor op grond van artikel 3, derde lid, een aanvraag voor een specifieke uitkering is gedaan zijn daarnaast ook de in artikel 4.5.2, derde lid, van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies gestelde eisen ten aanzien van minimaal te behalen isolatiewaardes niet van toepassing; of
|
||||
2°. als het een woning betreft in een gebouw waarvoor een gemengde vereniging bestaat: energiebesparende isolatiemaatregelen als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Subsidieregeling Verduurzaming voor Verenigingen van Eigenaars. In afwijking van dat artikellid worden hier tevens doe-het-zelf maatregelen onder verstaan. Op doe-het-zelf maatregelen zijn de in artikel 7, tweede lid, van de Subsidieregeling Verduurzaming voor Verenigingen van Eigenaars gestelde eisen ten aanzien van de minimaal te isoleren vierkante meters niet van toepassing en op doe-het-zelf maatregelen waarvoor op grond van artikel 3, derde lid, een aanvraag voor een specifieke uitkering is gedaan zijn daarnaast ook de in artikel 7, tweede lid, van de Subsidieregeling Verduurzaming voor Verenigingen van Eigenaars gestelde eisen ten aanzien van minimaal te behalen isolatiewaardes niet van toepassing;
|
||||
b. het bieden van gerichte ondersteuning aan een eigenaar-bewoner of een gemengde vereniging of het daartoe inschakelen van derden met de benodigde expertise, waaronder in ieder geval kan vallen:
|
||||
|
||||
1°. het adviseren over de mogelijke energiebesparende isolatiemaatregelen, eventueel in samenhang met energiezuinige ventilatiemaatregelen, en de daarmee te behalen mate van energiebesparing;
|
||||
2°. het begeleiden bij het doen van aanvragen op grond van subsidieregelingen en subsidieverordeningen die gericht zijn op energiebesparing;
|
||||
3°. het adviseren over of bemiddelen in krediet ten behoeve van de financiering van energiebesparende isolatiemaatregelen, eventueel in samenhang met energiezuinige ventilatiemaatregelen, die de eigenaar-bewoner of gemengde vereniging wil uitvoeren of laten uitvoeren;
|
||||
3°. het adviseren over of bemiddelen bij krediet ten behoeve van de financiering van energiebesparende isolatiemaatregelen, eventueel in samenhang met energiezuinige ventilatiemaatregelen, die de eigenaar-bewoner of gemengde vereniging wil uitvoeren of laten uitvoeren;
|
||||
4°. het organiseren van straatgerichte of wijkgerichte of anderszins grootschalige verduurzamingsaanpakken en het daarbij ondersteunen van eigenaar-bewoners of gemengde verenigingen; of
|
||||
b. de inzet van ambtelijke capaciteit of de inhuur van externe capaciteit ten behoeve van de uitvoering van het isolatieprogramma.
|
||||
c. de inzet van ambtelijke capaciteit of de inhuur van externe capaciteit ten behoeve van de uitvoering van het isolatieprogramma.
|
||||
|
||||
**4.** Energiebesparende isolatiemaatregelen, eventueel in samenhang met energiezuinige ventilatiemaatregelen, als bedoeld in het tweede lid kunnen alleen met behulp van de specifieke uitkering worden gefinancierd als ze na 31 december 2022 worden uitgevoerd.
|
||||
**3.** Energiebesparende isolatiemaatregelen, eventueel in samenhang met energiezuinige ventilatiemaatregelen, als bedoeld in het tweede lid kunnen alleen met behulp van de specifieke uitkering worden gefinancierd als ze na 31 december 2022 worden uitgevoerd.
|
||||
|
||||
**5.** De specifieke uitkering wordt niet verstrekt voor BTW verschuldigd over kosten voor de uitvoering van een isolatieprogramma voor zover het bedrag van de BTW in aanmerking komt voor compensatie op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds of voor zover de kosten in aanmerking komen voor aftrek op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968.
|
||||
**4.** De specifieke uitkering wordt niet verstrekt voor BTW verschuldigd over kosten voor de uitvoering van een isolatieprogramma voor zover het bedrag van de BTW in aanmerking komt voor compensatie op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds of voor zover de kosten in aanmerking komen voor aftrek op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
|
|
@ -104,20 +101,31 @@ b. de inzet van ambtelijke capaciteit of de inhuur van externe capaciteit ten be
|
|||
|
||||
**4.** Als er gemeenten zijn waarvan het college geen aanvraag als bedoeld in het derde lid doet worden de voor die gemeenten gereserveerde bedragen in de vijfde kolom in bijlage III herverdeeld over de gemeenten waarvoor wel een aanvraag als bedoeld in het derde lid is gedaan. Bij de in de vorige zin bedoelde bedragen wordt voorafgaand aan de herverdeling € 227.000 opgeteld. De herverdeling vindt plaats naar rato van de hoogte van de bedragen die de colleges hebben aangevraagd op grond van het derde lid.
|
||||
|
||||
**5.** Een college kan gedurende het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel c, een aanvraag doen voor een specifieke uitkering van ten hoogste het voor die gemeente in de derde kolom in bijlage IV opgenomen bedrag dat uitgekeerd wordt naar rato van het aantal aangevraagde woningen. Het bedrag wordt aangevuld met het volledige bedrag dat in de vierde kolom is opgenomen, hetgeen middelen betreft die worden uitgekeerd in aanvulling op middelen uit 2022.
|
||||
|
||||
**6.** Een college kan gedurende het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel c, een extra aanvraag doen voor een specifieke uitkering voor ten hoogste 30 procent van het aantal woningen dat kan worden aangevraagd zoals bedoeld in de tweede kolom van bijlage IV.
|
||||
|
||||
**7.** Een college kan gedurende het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel c, een aanvraag doen voor een specifieke uitkering ter hoogte van het voor die gemeente in de vijfde kolom in bijlage IV opgenomen bedrag, hetgeen middelen betreft die specifiek bedoeld zijn voor doe-het-zelf maatregelen.
|
||||
|
||||
**8.** Als er gemeenten zijn waarvan het college geen aanvraag als bedoeld in het zevende lid doet worden de voor die gemeenten gereserveerde bedragen in de vijfde kolom in bijlage IV herverdeeld over de gemeenten waarvoor wel een aanvraag als bedoeld in het zevende lid is gedaan. De herverdeling vindt plaats naar rato van de hoogte van de bedragen die de colleges hebben aangevraagd op grond van het zevende lid.
|
||||
|
||||
**9.** Het aantal woningen waarvoor geen aanvraag wordt gedaan als bedoeld in het vijfde lid, wordt herverdeeld over de gemeenten waarvoor een aanvraag als bedoeld in het zesde lid is gedaan naar rato van het aantal woningen dat de colleges hebben aangevraagd op grond van het zesde lid. Per extra aangevraagde woning ontvangt de gemeente het genoemde bedrag in de zesde kolom van bijlage IV. Het aantal woningen dat wordt herverdeeld wordt opgehoogd, met een aantal waardoor het bedrag dat op grond van deze ophoging wordt uitgekeerd ten hoogste € 13.401.807 is.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een aanvraag voor een specifieke uitkering kan worden ingediend met ingang van:
|
||||
|
||||
a. 1 maart 2023 vanaf 9:00 uur tot en met 31 oktober 2023 tot 17:00 uur; en
|
||||
b. 1 juli 2024 vanaf 9:00 uur tot en met 31 oktober 2024 tot 17:00 uur.
|
||||
a. 1 maart 2023 vanaf 9:00 uur tot en met 31 oktober 2023 tot 17:00 uur;
|
||||
b. 1 juli 2024 vanaf 9:00 uur tot en met 31 oktober 2024 tot 17:00 uur; en
|
||||
c. 1 april 2025 vanaf 9:00 uur tot en met 30 juni 2025 tot 17:00 uur.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Een aanvraag bevat een omschrijving van het isolatieprogramma, waaronder in ieder geval wordt verstaan:
|
||||
|
||||
a. een omschrijving van de activiteiten, als bedoeld in artikel 2, tweede en derde lid;
|
||||
a. een omschrijving van de activiteiten, als bedoeld in artikel 2, tweede lid;
|
||||
b. een opgave van het aantal slecht geïsoleerde woningen waarvoor de gemeente het bedrag van de specifieke uitkering aanvraagt en ten aanzien waarvan zij energiebesparende isolatiemaatregelen als bedoeld in artikel 2, tweede lid, wil bewerkstelligen. Een woning waaraan reeds energiebesparende isolatiemaatregelen als bedoeld in artikel 2 zijn getroffen op basis van deze regeling wordt niet nogmaals opgegeven;
|
||||
c. de hoogte van het bedrag van de gevraagde specifieke uitkering dat op grond van de op grond van artikel 3 bij het betreffende aanvraagtijdvak behorende bijlage bij deze regeling samenhangt met het aantal slecht geïsoleerde woningen als bedoeld in onderdeel b;
|
||||
d. een omschrijving van de wijze waarop de gemeente voornemens is om voldoende woningen met een WOZ-waarde als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, in het isolatieprogramma te betrekken; en
|
||||
|
|
@ -137,7 +145,7 @@ e. een opgave van het bedrag dat de gemeente op grond van een eigen inschatting
|
|||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
**1.** De in artikel 3, tweede en derde lid, bedoelde specifieke uitkeringen worden in één keer uitbetaald.
|
||||
**1.** De in artikel 3, tweede, derde en vijfde tot en met zevende lid, bedoelde specifieke uitkeringen worden in één keer uitbetaald.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -161,19 +169,18 @@ a. energiebesparende isolatiemaatregelen, eventueel in samenhang met energiezuin
|
|||
b. ervoor zorg te dragen dat ten minste 80% van de slecht geïsoleerde woningen waarbij de gemeente energiebesparende isolatiemaatregelen, eventueel in samenhang met energiezuinige ventilatiemaatregelen, als bedoeld in artikel 2, tweede lid, bewerkstelligt, een WOZ-waarde heeft die:
|
||||
|
||||
1º. lager is dan de gemiddelde WOZ-waarde van alle koopwoningen in de betreffende gemeente, uitgaande van de waarde die is opgenomen in de laatste kolom van bijlage I; of
|
||||
2º. lager is dan € 429.300; en
|
||||
2º. lager is dan € 477.000; en
|
||||
c. met betrekking tot activiteiten waarvoor:
|
||||
|
||||
1°. op grond van artikel 3, eerste lid, een specifieke uitkering is aangevraagd en toegekend uiterlijk op 31 december 2026 af te ronden en de specifieke uitkering uiterlijk op 31 december 2026 volledig te besteden aan de activiteiten waarvoor deze is verstrekt;
|
||||
2°. op grond van artikel 3, tweede of derde lid, een specifieke uitkering voor is aangevraagd en toegekend uiterlijk op 31 december 2027 af te ronden en de specifieke uitkering uiterlijk op 31 december 2027 volledig te besteden aan de activiteiten waarvoor deze is verstrekt; en
|
||||
d. indien het een specifieke uitkering betreft die is aangevraagd op grond van artikel 3, derde lid, deze volledig te besteden aan doe-het-zelf maatregelen en de activiteiten, bedoeld in artikel 2, derde lid voor zover die activiteiten gericht zijn op het tot stand brengen van doe-het-zelf maatregelen.
|
||||
op grond van artikel 3, eerste, tweede of derde lid of vijfde, zesde, zevende of achtste lid, een specifieke uitkering is aangevraagd en toegekend uiterlijk op 31 december 2028 af te ronden en de specifieke uitkering uiterlijk op 31 december 2028 volledig te besteden aan de activiteiten waarvoor deze is verstrekt; en
|
||||
d. indien het een specifieke uitkering betreft die is aangevraagd op grond van artikel 3, derde lid, deze volledig te besteden aan doe-het-zelf maatregelen en de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid voor zover die activiteiten gericht zijn op het tot stand brengen van doe-het-zelf maatregelen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De minister kan op gemotiveerd verzoek van het college:
|
||||
|
||||
a. de in het eerste lid, onderdeel d, onder 1°, genoemde termijn, driemaal met ten hoogste één jaar verlengen; of
|
||||
b. de in het eerste lid, onderdeel d, onder 2°, genoemde termijn, tweemaal met ten hoogste één jaar verlengen,
|
||||
a. de in het eerste lid, onderdeel c, onder 1°, genoemde termijn, driemaal met ten hoogste één jaar verlengen; of
|
||||
b. de in het eerste lid, onderdeel c, onder 2°, genoemde termijn, tweemaal met ten hoogste één jaar verlengen,
|
||||
|
||||
indien sprake is van onvoorziene omstandigheden op grond waarvan het aannemelijk is dat de uitvoering van de activiteiten waar de specifieke uitkering voor is verstrekt niet binnen die termijn kan worden afgerond.
|
||||
|
||||
|
|
@ -183,7 +190,7 @@ De minister wijst een aanvraag voor een specifieke uitkering gedeeltelijk af, vo
|
|||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
Het college van een gemeente die een specifieke uitkering ontvangt informeert de minister ieder jaar op uiterlijk 15 maart en 15 september over de voortgang van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verstrekt door een rapportage aan te leveren met gebruikmaking van een daartoe door de minister beschikbaar gesteld digitaal formulier dat is geplaatst op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.
|
||||
Het college van een gemeente die een specifieke uitkering ontvangt informeert de minister ieder jaar op uiterlijk 1 maart over de voortgang van de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verstrekt door een rapportage aan te leveren met gebruikmaking van een daartoe door de minister beschikbaar gesteld digitaal formulier dat is geplaatst op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
|
|
@ -208,3 +215,5 @@ Deze regeling treedt in werking op 1 maart 2023 en vervalt met ingang van 1 ja
|
|||
## Bijlage II. Met de bedragen, bedoeld in
|
||||
|
||||
## Bijlage III. bij
|
||||
|
||||
## Bijlage IV
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue