2008-03-26 | BWBR0011823 | Vreemdelingenwet 2000

This commit is contained in:
Coornhert 2008-03-26 12:00:00 +00:00
parent 81e7289a58
commit 8b268f10d4

View file

@ -31,7 +31,7 @@ e. gemeenschapsonderdanen:
f. herhaalde aanvraag: een aanvraag, die op grond van artikel 4:6, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan worden afgewezen;
g. de korpschef: de korpschef, bedoeld in artikel 24 van de Politiewet 1993;
h. machtiging tot voorlopig verblijf: het bij een Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het land van herkomst, het land van bestendig verblijf of, bij gebreke daarvan, het dichtstbijzijnde land waar wel een vertegenwoordiging is gevestigd, dan wel bij het Kabinet van de Gouverneur van de Nederlandse Antillen of het Kabinet van de Gouverneur van Aruba aldaar, door de vreemdeling in persoon aangevraagde en aldaar door die vertegenwoordiging of dat Kabinet na voorafgaande machtiging van Onze Minister van Buitenlandse Zaken afgegeven visum voor een verblijf van langer dan drie maanden;
i. Onze Minister: Onze Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie;
i. Onze Minister: Onze Minister van Justitie;
j. verblijf op reguliere gronden: het verblijf van een vreemdeling in Nederland op grond van deze wet anders dan op de gronden bedoeld in de artikelen 29 en 34;
k. Vluchtelingenverdrag: het Verdrag van Genève van 1951 betreffende de status van vluchtelingen (Trb. 1954, 88) en het bijbehorende Protocol van New York van 1967 (Trb. 1967, 76);
l. verdragsvluchteling: de vreemdeling die vluchteling is in de zin van het Vluchtelingenverdrag en op wie de bepalingen ervan van toepassing zijn;
@ -49,18 +49,11 @@ q. richtlijn asielprocedures: Richtlijn nr. 2005/85/EG van de Raad van de Europe
**3.** Als voorzitter wordt bij voorkeur een rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast benoemd.
**4.**
De commissie heeft tot taak:
a. Onze Minister te adviseren over het vreemdelingenrecht en het beleid ter zake, waaronder begrepen wijziging van deze wet;
b. op verzoek van Onze Minister te adviseren over bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen beschikkingen op grond van deze wet. In de algemene maatregel van bestuur worden slechts beschikkingen aangewezen waarvoor advisering ingevolge een verdrag of een Nederland bindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie verplicht is.
**4.** De commissie heeft tot taak Onze Minister te adviseren over het vreemdelingenrecht en het beleid ter zake, waaronder begrepen wijzigingen van deze wet.
**5.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de inrichting en de werkwijze van de commissie.
**6.** Bij algemene maatregel van bestuur kan worden voorzien in de instelling van een of meer subcommissies welke, in afwijking van artikel 16 van de Kaderwet adviescolleges, namens de commissie kunnen optreden bij de vervulling van haar taak, bedoeld in het vierde lid, onderdeel b.
**7.** De commissie is bevoegd bij een ieder schriftelijk of mondeling de inlichtingen in te winnen welke zij voor de vervulling van haar taak nodig acht.
**6.** De commissie is bevoegd bij een ieder schriftelijk of mondeling de inlichtingen in te winnen welke zij voor de vervulling van haar taak nodig acht.
## Hoofdstuk 2. Toegang
@ -689,20 +682,20 @@ c. de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.
**2.** De ambtenaren van politie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a en c, en tweede lid, van de Politiewet 1993 oefenen het toezicht op vreemdelingen uit onder leiding van de korpschef.
**3.** De ambtenaren van de Koninklijke marechaussee oefenen het toezicht op vreemdelingen uit onder leiding van de bevelhebber van de Koninklijke marechaussee.
**3.** De ambtenaren van de Koninklijke marechaussee oefenen het toezicht op vreemdelingen uit onder leiding van de Commandant der Koninklijke marechaussee.
### Artikel 48
**1.** De korpschef en de bevelhebber van de Koninklijke marechaussee geven Onze Minister door hem gevraagde inlichtingen over de uitvoering van deze wet.
**1.** De korpschef en de Commandant der Koninklijke marechaussee geven Onze Minister door hem gevraagde inlichtingen over de uitvoering van deze wet.
**2.** Onze Minister kan aan de korpschef en aan de bevelhebber van de Koninklijke marechaussee aanwijzingen geven over de uitvoering van deze wet. Onze Minister kan individuele aanwijzingen geven aan de ambtenaren, bedoeld in artikel 47, eerste lid.
**2.** Onze Minister kan aan de korpschef en aan de Commandant der Koninklijke marechaussee aanwijzingen geven over de uitvoering van deze wet. Onze Minister kan individuele aanwijzingen geven aan de ambtenaren, bedoeld in artikel 47, eerste lid.
**3.**
Onze Minister kan aanwijzingen geven over de inrichting van de werkprocessen en bedrijfsvoering aan:
a. de korpschef, door tussenkomst van de beheerder van het regionale politiekorps;
b. de bevelhebber van de Koninklijke marechaussee, door tussenkomst van de Minister van Defensie.
b. de Commandant der Koninklijke marechaussee, door tussenkomst van de Minister van Defensie.
**4.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over het eerste, tweede en derde lid.
@ -720,7 +713,7 @@ Op de uitoefening van de in deze paragraaf bedoelde bevoegdheden zijn, voor zove
**3.** Indien de identiteit van de staande gehouden persoon onmiddellijk kan worden vastgesteld en indien blijkt dat deze persoon geen rechtmatig verblijf geniet, dan wel niet onmiddellijk blijkt dat hij rechtmatig verblijf heeft, mag hij worden overgebracht naar een plaats bestemd voor verhoor. Hij wordt aldaar niet langer dan gedurende zes uren opgehouden, met dien verstande, dat de tijd tussen middernacht en negen uur voormiddags niet wordt meegerekend.
**4.** Indien nog grond bestaat voor het vermoeden dat de opgehouden persoon geen rechtmatig verblijf heeft, kan de in het tweede en derde lid bepaalde termijn door de bevelhebber van de Koninklijke marechaussee respectievelijk door de korpschef, bevoegd ter plaatse waar die persoon zich bevindt, in het belang van het onderzoek met ten hoogste acht en veertig uren worden verlengd.
**4.** Indien nog grond bestaat voor het vermoeden dat de opgehouden persoon geen rechtmatig verblijf heeft, kan de in het tweede en derde lid bepaalde termijn door de Commandant der Koninklijke marechaussee respectievelijk door de korpschef, bevoegd ter plaatse waar die persoon zich bevindt, in het belang van het onderzoek met ten hoogste acht en veertig uren worden verlengd.
**5.** De in het eerste lid bedoelde ambtenaren zijn bevoegd de opgehouden persoon aan diens kleding of lichaam te onderzoeken, alsmede zaken van deze persoon te doorzoeken.
@ -962,10 +955,8 @@ Het eerste lid is niet van toepassing indien de aanvraag is afgewezen dan wel de
a. 16, eerste lid, onder a of d;
b. 18, eerste lid, onder e;
c. 21, eerste lid, onder b of d;
d. 22, eerste lid, onder c of d,
tenzij, ingevolge artikel 2, vierde lid, het advies van de Adviescommissie voor vreemdelingenzaken wordt ingewonnen.
c. 21, eerste lid, onder e of f;
d. 22, eerste lid, onder c.
**3.** Het eerste lid is voorts niet van toepassing indien het besluit inhoudt de afwijzing van een herhaalde aanvraag of indien het bezwaarschrift of het administratief beroepschrift niet tijdig is ingediend.
@ -973,7 +964,7 @@ tenzij, ingevolge artikel 2, vierde lid, het advies van de Adviescommissie voor
### Artikel 74
Aan de door de Adviescommissie voor vreemdelingenzaken opgeroepen tolken wordt ten laste van het Rijk een vergoeding toegekend. De Wet tarieven in strafzaken is van overeenkomstige toepassing.
Vervallen
#### Paragraaf 2. Bezwaar