2022-04-01 | BWBR0012288 | Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
This commit is contained in:
parent
cf64955859
commit
8b346253f5
1 changed files with 454 additions and 150 deletions
|
|
@ -41,11 +41,11 @@ De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen mag een aantekening maken
|
|||
|
||||
In artikel 3.108d Vb is de aanmeldfase beschreven.
|
||||
|
||||
De vreemdeling geeft in persoon bij de aanmeldunit van de AVIM te kennen dat hij een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wil indienen. De AVIM registreert dit verzoek binnen de termijnen als bedoeld in artikel 3.107b Vb.
|
||||
De vreemdeling geeft in persoon bij de aanmeldunit van de AVIM of bij de KMar tijdens het MTV, het grenstoezicht of andere werkzaamheden te kennen dat hij een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wil indienen. De AVIM/KMar registreert dit verzoek binnen het aantal werkdagen zoals bepaald in artikel 3.107b Vb.
|
||||
|
||||
De vreemdeling vult na aanmelding bij de aanmeldunit van de AVIM een aanmeldformulier in.
|
||||
De vreemdeling vult na aanmelding bij de aanmeldunit van de AVIM of bij de KMar een aanmeldformulier in.
|
||||
|
||||
De ambtenaar van de AVIM (of de ambtenaar belast met de grensbewaking) verricht tijdens de aanmeldfase in ieder geval onderzoek naar:
|
||||
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen (KMar/AVIM) verricht tijdens de aanmeldfase in ieder geval onderzoek naar:
|
||||
|
||||
• de identiteit, nationaliteit en reisroute van de vreemdeling;
|
||||
• de vingerafdrukken van de vreemdeling; en
|
||||
|
|
@ -53,7 +53,9 @@ De ambtenaar van de AVIM (of de ambtenaar belast met de grensbewaking) verricht
|
|||
|
||||
Dit onderzoek kan doorlopen in de rust- en voorbereidingstermijn of nog tijdens de rust- en voorbereidingstermijn worden opgestart.
|
||||
|
||||
De vreemdeling of zijn wettelijke vertegenwoordiger dient de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in bij de AVIM in het aanmeldcentrum Ter Apel. De IND kan in een individueel geval een van de andere aanmeldcentra of een andere locatie, niet zijnde een aanmeldcentrum, aanwijzen. De vreemdeling dient de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd conform artikel 3.108c Vb zo snel mogelijk in nadat hij op de in artikel 3.108 Vb voorgeschreven wijze kenbaar heeft gemaakt deze aanvraag te willen indienen en de AVIM de handelingen in het kader van de vaststelling van de identiteit en nationaliteit heeft verricht.
|
||||
De vreemdeling of zijn wettelijke vertegenwoordiger dient de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in bij de AVIM in het aanmeldcentrum Ter Apel of bij de KMar op de brigade, waar de vreemdeling zich bij KMar heeft gemeld.
|
||||
|
||||
De IND kan in een individueel geval een van de andere aanmeldcentra of een andere locatie, niet zijnde een aanmeldcentrum, aanwijzen. De vreemdeling dient de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd conform artikel 3.108c Vb zo snel mogelijk in nadat hij op de in artikel 3.108 Vb voorgeschreven wijze kenbaar heeft gemaakt deze aanvraag te willen indienen en de AVIM/KMar de handelingen in het kader van de vaststelling van de identiteit en nationaliteit heeft verricht.
|
||||
|
||||
In afwijking van de regel over het indienen van een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd gelden aparte beleidsregels voor de vreemdeling:
|
||||
|
||||
|
|
@ -66,10 +68,10 @@ De IND merkt de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd d
|
|||
|
||||
Zodra de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is ingediend, verstrekt de IND aan de vreemdeling:
|
||||
|
||||
– de informatiebrochure ‘Deel A: Informatie over de Dublinverordening voor personen die om internationale bescherming verzoeken’, conform artikel 4 van Verordening (EU) nr. 604/2013; en
|
||||
– de informatiebrochure ‘Deel A: Informatie over de Dublinverordening voor personen die om internationale bescherming verzoeken’, conform artikel 4 van Verordening (EU) nr. 604/2013; en
|
||||
– de informatiebrochure over de aanmeldfase.
|
||||
|
||||
De IND maakt aan de hand van het onderzoek van de AVIM en de gegevens op het aanmeldformulier een inschatting van de procedure die voor de behandeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd zal worden gevolgd:
|
||||
De IND maakt aan de hand van het onderzoek van de AVIM/KMar en de gegevens op het aanmeldformulier een inschatting van de procedure die voor de behandeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd zal worden gevolgd:
|
||||
|
||||
• de Dublinprocedure (zie paragraaf C1/2.6 Vc);
|
||||
• de procedure voor vreemdelingen behorende tot de categorieën als genoemd in artikel 3.109ca, eerste lid Vb (zie paragraaf C1/2.7 Vc); of
|
||||
|
|
@ -81,9 +83,9 @@ De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen (A
|
|||
• een kopie van de ingenomen documenten; en
|
||||
• een informatiebrochure over de gevolgen voor de vreemdeling van het innemen van de documenten.
|
||||
|
||||
Als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van de vreemdeling wordt ingewilligd, geeft de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen (AVIM) de documenten voor grensoverschrijding en/of identiteitsdocumenten terug aan de vreemdeling. Deze ambtenaar stelt een rapportage over de authenticiteit van de documenten ter beschikking aan de vreemdeling.
|
||||
Als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van de vreemdeling wordt ingewilligd, geeft de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen (KMar/AVIM) de documenten voor grensoverschrijding en/of identiteitsdocumenten terug aan de vreemdeling. Deze ambtenaar stelt een rapportage over de authenticiteit van de documenten ter beschikking aan de vreemdeling.
|
||||
|
||||
Als de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen (AVIM) heeft geconcludeerd dat de documenten voor grensoverschrijding en/of identiteitsdocumenten vals of vervalst zijn, geeft deze ambtenaar deze documenten niet terug aan de vreemdeling. Valse of vervalste documenten worden definitief aan het rechtsverkeer onttrokken.
|
||||
Als de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen (KMar/AVIM) heeft geconcludeerd dat de documenten voor grensoverschrijding en/of identiteitsdocumenten vals of vervalst zijn, geeft deze ambtenaar deze documenten niet terug aan de vreemdeling. Valse of vervalste documenten worden definitief aan het rechtsverkeer onttrokken.
|
||||
|
||||
Als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van de vreemdeling wordt afgewezen, duurt de grondslag voor het innemen en onder zicht houden van de ingenomen documenten voor grensoverschrijding en/of identiteitsdocumenten als bedoeld in artikel 4.23, eerste lid aanhef en onder d, Vb voort tot het moment waarop de vreemdeling daadwerkelijk vertrekt. Onder daadwerkelijk vertrek in de zin van artikel 52, tweede lid, Vw wordt verstaan het metterdaad verlaten van het Schengengebied. In dat geval worden de documenten de vreemdeling ter beschikking gesteld op de Luchthaven Schiphol waar hij het document direct voor uitreis kan ophalen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -91,7 +93,7 @@ Als de vreemdeling door het overleggen van een vliegtuigticket aantoont dat hij
|
|||
|
||||
Als de vreemdeling aannemelijk maakt dat hij het document nodig heeft om zijn vertrek voor te bereiden of voor een andere handeling in het Nederlandse rechtsverkeer die zich verhoudt met zijn verblijfsstatus, wordt hij gefaciliteerd door de DT&V. Dit kan betekenen dat een medewerker van de DT&V de vreemdeling vergezelt. Op verzoek wordt de vreemdeling een kopie van de ingenomen documenten voor grensoverschrijding en/of identiteitsdocumenten ter beschikking gesteld.
|
||||
|
||||
Als de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen (AVIM) andere bewijsmiddelen bij de vreemdeling heeft aangetroffen dan documenten voor grensoverschrijding en/of identiteitsdocumenten, verstrekt hij deze aan de IND. De IND onderzoekt de authenticiteit van deze documenten.
|
||||
Als de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen (KMar/AVIM) andere bewijsmiddelen bij de vreemdeling heeft aangetroffen dan documenten voor grensoverschrijding en/of identiteitsdocumenten, verstrekt hij deze aan de IND. De IND onderzoekt de authenticiteit van deze documenten.
|
||||
|
||||
De IND verstrekt de vreemdeling, van wie bewijsmiddelen worden ingenomen:
|
||||
|
||||
|
|
@ -362,6 +364,8 @@ De IND verstrekt een nieuw W-document, indien de IND aan de vreemdeling een nieu
|
|||
|
||||
Het verloop van de grensprocedure is geregeld in artikel 3, derde tot en met zevende lid, Vw en artikel 3.109b Vb. In de grensprocedure worden de artikelen 3.109 en 3.113 tot en met 3.115 Vb overeenkomstig toegepast, tenzij anders is bepaald.
|
||||
|
||||
De vreemdeling geeft in persoon bij de ambtenaar belast met de grensbewaking te kennen dat hij een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wil indienen. De ambtenaar belast met de grensbewaking registreert dit verzoek binnen de termijnen als bedoeld in artikel 3.107b Vb.
|
||||
|
||||
In artikel 3.108d Vb (inzake de aanmeldfase) is bepaald dat dit artikel niet van toepassing is in de grensprocedure. Wel vult de vreemdeling een aanmeldformulier in en vindt voorafgaand aan het nader gehoor een aanmeldgehoor plaats. De artikelen 3.108, vierde en vijfde lid, Vb zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
In artikel 3.109 Vb is de rust- en voorbereidingstermijn beschreven. Conform artikel 3.109b, tweede lid, Vb kan in de grensprocedure een kortere rust- en voorbereidingstermijn dan zes dagen gelden. De vreemdeling neemt het initiatief hiertoe, waarna in samenspraak met de IND de duur van de rust- en voorbereidingstermijn wordt bepaald. De IND heeft een inspanningsverplichting om volgens het verzoek van de vreemdeling te handelen.
|
||||
|
|
@ -651,7 +655,8 @@ De IND maakt in het voornemen kenbaar:
|
|||
|
||||
• alle gronden van het voornemen tot afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd;
|
||||
• een eventueel voornemen tot een ambtshalve besluit om aan de vreemdeling al dan niet een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen;
|
||||
• een eventueel voornemen tot een ambtshalve besluit om de uitzetting van de vreemdeling al dan niet achterwege te laten op grond van artikel 64 Vw.
|
||||
• een eventueel voornemen tot een ambtshalve besluit om de uitzetting van de vreemdeling al dan niet achterwege te laten op grond van artikel 64 Vw;
|
||||
• een eventueel voornemen tot het opleggen van een inreisverbod.
|
||||
|
||||
De IND verstrekt bij het voornemen informatie over de mogelijkheid die de vreemdeling heeft om een zienswijze naar voren te brengen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -662,14 +667,12 @@ De IND zendt het voornemen aan de gemachtigde van de vreemdeling.
|
|||
In de volgende situaties reikt de IND het voornemen aan de vreemdeling uit:
|
||||
|
||||
• van de vreemdeling is geen gemachtigde bekend; of
|
||||
• de IND heeft wanneer dit nodig is in samenspraak met DT&V, COA, Vreemdelingenpolitie en/of Koninklijke Marechaussee vastgesteld dat uitreiking in persoon is aangewezen.
|
||||
• de IND heeft wanneer dit nodig is in samenspraak met DT&V, COA, AVIM en/of KMar vastgesteld dat uitreiking in persoon is aangewezen.
|
||||
|
||||
De IND zendt het voornemen aan de gemachtigde van de vreemdeling. Als bij de IND geen gemachtigde van de vreemdeling bekend is, stuurt de IND het voornemen aangetekend naar het laatst bekende adres van de vreemdeling.
|
||||
|
||||
Als de IND er niet in slaagt het voornemen aan de vreemdeling bekend te maken, geeft de IND in een rapport van bevindingen aan welke handelingen zijn verricht om het voornemen aan de vreemdeling kenbaar te maken.
|
||||
|
||||
*Uitstel voor het indienen van de zienswijze*
|
||||
|
||||
Voor het indienen van de zienswijze verleent de IND:
|
||||
|
||||
a. bij het niet tijdig beschikbaar zijn van een tolk uitstel tot vijf werkdagen na de eerstvolgende datum waarop een tolk in de gewenste taal beschikbaar is;
|
||||
|
|
@ -678,6 +681,8 @@ c. bij plotselinge ziekte van de vreemdeling uitstel tot vijf werkdagen na zijn
|
|||
d. bij overplaatsing van de vreemdeling uitstel tot vijf werkdagen na de overplaatsing als de vreemdeling schriftelijk heeft aangetoond dat de overplaatsing samenviel met de afspraak met de gemachtigde; of
|
||||
e. bij vakantie van de gemachtigde van de vreemdeling uitstel van vijf werkdagen na de vakantie van de gemachtigde als de vakantie ten minste één maand tevoren en met betrekking tot elke betreffende zaak schriftelijk is gemeld aan de IND.
|
||||
|
||||
Ad a.
|
||||
|
||||
De indiener van het verzoek om uitstel moet schriftelijk aantonen dat binnen drie dagen na ontvangst van het voornemen een tolk is aangevraagd, maar deze niet tijdig beschikbaar is.
|
||||
|
||||
De vreemdeling moet een schriftelijke verklaring van de intermediair die tolken levert overleggen waarin staat:
|
||||
|
|
@ -693,8 +698,6 @@ De IND verleent geen uitstel vanwege wijziging van gemachtigde door de vreemdeli
|
|||
|
||||
Het hierboven genoemde beleid voor het verlenen van uitstel voor het indienen van de zienswijze is van toepassing op verzoeken om uitstel voor het indienen van een reactie op onderzoeksresultaten.
|
||||
|
||||
*Nieuwe feiten of omstandigheden*
|
||||
|
||||
Feiten en omstandigheden zoals bedoeld in artikel 3.119 Vb zijn in ieder geval:
|
||||
|
||||
• nieuwe resultaten van onderzoek door of in opdracht van de IND; en
|
||||
|
|
@ -706,7 +709,7 @@ Als het eerder uitgebrachte voornemen op grond van nieuwe feiten of omstandighed
|
|||
|
||||
De IND neemt binnen 6 maanden na indiening van de aanvraag voor verlening of verlenging van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd een beslissing op de aanvraag. Deze termijn kan op grond van artikel 42 Vw worden verlengd.
|
||||
|
||||
Met de inwerkingtreding van WBV 2020/12 maakt de IND gebruik van de in artikel 42, vierde lid, onder b, Vw neergelegde bevoegdheid om in individuele zaken de termijn met 6 maanden te verlengen. Dat betekent dat van alle aanvragen voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd waarvan de wettelijke beslistermijn nog niet is verstreken op datum inwerkingtreding van WBV 2020/12 de wettelijke beslistermijn met 6 maanden wordt verlengd. Blijkens de op 16 april 2020 gepubliceerde Richtsnoeren Asiel en Migratie van de Europese Commissie is een dergelijke verlenging gerechtvaardigd.
|
||||
Met de inwerkingtreding van WBV 2020/12 maakt de IND gebruik van de in artikel 42, vierde lid, onder b, Vw neergelegde bevoegdheid om in individuele zaken de termijn met 6 maanden te verlengen. Dat betekent dat van alle aanvragen voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd waarvan de wettelijke beslistermijn nog niet is verstreken op datum inwerkingtreding van WBV 2020/12 de wettelijke beslistermijn met 6 maanden wordt verlengd. Blijkens de op 16 april 2020 gepubliceerde Richtsnoeren Asiel en Migratie van de Europese Commissie is een dergelijke verlenging gerechtvaardigd.
|
||||
|
||||
Daarnaast blijft de IND gebruikmaken van de mogelijkheid om, in de gevallen waarin dat nodig is, de beslistermijnen te verlengen op grond van artikel 42, vierde lid, onder a of c, Vw.
|
||||
|
||||
|
|
@ -751,7 +754,7 @@ In de volgende situaties reikt de IND de beschikking aan de vreemdeling uit:
|
|||
• van de vreemdeling is geen gemachtigde bekend;
|
||||
• indien het een afwijzing van een tweede of volgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd betreft die binnen de ééndagstoets asiel wordt behandeld, geen gemachtigde van de vreemdeling bekend is en de vreemdeling aanwezig is op het aanmeldcentrum (zie paragraaf C1/2.9);
|
||||
• in de afwijzende beschikking wordt tevens een inreisverbod uitgevaardigd met de rechtsgevolgen van artikel 66a, zesde lid, Vw;
|
||||
• de DT&V, COA, Vreemdelingenpolitie, Koninklijke Marechaussee en/of IND hebben wanneer dit nodig is in onderlinge samenspraak vastgesteld dat uitreiking in persoon aangewezen is, bijvoorbeeld omdat onmiddellijk vertrek uit Nederland wordt aangezegd.
|
||||
• de DT&V, COA, AVIM, KMar en/of IND hebben wanneer dit nodig is in onderlinge samenspraak vastgesteld dat uitreiking in persoon aangewezen is, bijvoorbeeld omdat onmiddellijk vertrek uit Nederland wordt aangezegd.
|
||||
|
||||
Als bij de IND geen gemachtigde van de vreemdeling bekend is, en het niet mogelijk is de beschikking in persoon aan de vreemdeling uit te reiken, wordt op de daarvoor bestemde plek in het aanmeldcentrum een melding van terinzagelegging opgehangen. De IND stelt een rapport van bevindingen op waarin wordt vastgelegd welke handelingen zijn verricht om de beschikking bekend te maken.
|
||||
|
||||
|
|
@ -761,48 +764,88 @@ Als de IND er niet in slaagt de beschikking aan de vreemdeling kenbaar te maken,
|
|||
|
||||
Als de IND de aanvraag inwilligt op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw, motiveert de IND waarom niet is ingewilligd op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw. Als de IND de aanvraag inwilligt op grond van artikel 29, tweede lid, Vw, motiveert de IND waarom niet is ingewilligd op grond van artikel 29, eerste lid, onder a en b, Vw. De IND beperkt deze motivering tot het benoemen van de (on)geloofwaardige relevante elementen en, indien van toepassing, de redenen waarom deze niet kwalificeren voor vluchtelingenstatus en/of de subsidiaire beschermingsstatus. De IND brengt in deze situatie geen voornemen uit, maar motiveert dit in de inwilligende beschikking.
|
||||
|
||||
Als de vreemdeling uitsluitend een adres in het buitenland heeft, stuurt de IND de beschikking door tussenkomst van de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in dat land naar het buitenlandse adres van de vreemdeling.
|
||||
### 3. De procedure bij intrekking en verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
|
||||
|
||||
### 3. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd
|
||||
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen die een aanvulling zijn op of een uitwerking zijn van de artikelen 29, 30, 30a, 30b, 30c, 36, 37 Vw en van de artikelen 3.107b tot en met 3.121 Vb.
|
||||
|
||||
De voornemenprocedure bij intrekking van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd, is dezelfde als de voornemenprocedure zoals die wordt gevolgd in de verlengde asielprocedure. Paragraaf C1/2.12 Vc is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
#### 3.1. De procedure bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
|
||||
|
||||
Als de IND ook voornemens is om de vreemdeling een inreisverbod op te leggen, dan maakt de IND dit eveneens kenbaar in het voornemen tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd.
|
||||
##### 3.1.1. Voornemen in de intrekkingsprocedure
|
||||
|
||||
Indien de IND het in het kader van een onderzoek naar de toepasbaarheid van artikel 1F Vluchtelingenverdrag noodzakelijk acht om de vreemdeling hierover voorafgaand aan het voornemen tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd te horen, wordt dit gehoor uitgevoerd door een ambtenaar van de IND, die gespecialiseerd is in de materie van artikel 1F Vluchtelingenverdrag.
|
||||
Met uitzondering van het onderdeel ‘voornemen in de algemene asielprocedure’ en ‘uitstel voor het indienen van de zienswijze’ is paragraaf C1/2.12 Vc van overeenkomstige toepassing op de voornemenprocedure bij intrekking van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
|
||||
|
||||
Het gehoor als bedoeld in artikel 41, tweede lid, Vw wordt aangeduid als het intrekkingsgehoor.
|
||||
##### 3.1.2. Zienswijze
|
||||
|
||||
Paragraaf C1/2.11 Vc onder ‘Algemeen’ is van overeenkomstige toepassing bij het intrekkingsgehoor.
|
||||
De vreemdeling krijgt op grond van artikel 41 Vw in samenhang met artikel 39 Vw en artikel 3.116, tweede lid, onder b, Vb de gelegenheid om binnen een termijn van zes weken schriftelijk zijn zienswijze in te dienen.
|
||||
|
||||
Voorafgaand aan het intrekkingsgehoor beoordeelt de IND of een goede communicatie kan worden gewaarborgd zonder de diensten van een tolk. Daartoe neemt de IND, als dit mogelijk is, contact op met de vreemdeling. Als een goede communicatie zonder de diensten van een tolk niet gewaarborgd is, dan neemt de IND het intrekkingsgehoor af met behulp van een tolk.
|
||||
###### 3.1.2.1. Uitstel voor het indienen van de zienswijze
|
||||
|
||||
De IND stelt de vreemdeling tijdens het intrekkingsgehoor in de gelegenheid om zijn zienswijze op het voornemen tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of onbepaalde tijd mondeling toe te lichten.
|
||||
De vreemdeling, of diens gemachtigde, kan een verzoek voor uitstel van de zienswijze aanvragen.
|
||||
|
||||
Bij de intrekking van een afgeleide verblijfsvergunning op grond van artikel 32, eerste lid en onder e, Vw stelt de IND de vreemdeling in het intrekkingsgehoor in de gelegenheid om zelfstandige asielgronden naar voren te brengen (zie paragraaf C2/10.6 Vc).
|
||||
De IND verleent in beginsel een termijn van twee weken uitstel als er toereikende redenen zijn om uitstel te verlenen.
|
||||
|
||||
Indien de vreemdeling niet in de gelegenheid is om te verschijnen op het geplande intrekkingsgehoor dient hij zo snel mogelijk contact met de IND op te nemen om een nieuwe afspraak te maken voor het gehoor.
|
||||
##### 3.1.3. Het intrekkingsgehoor
|
||||
|
||||
Indien de vreemdeling niet verschijnt bij het intrekkingsgehoor, neemt de IND contact op met de vreemdeling of diens gemachtigde om navraag te doen naar de redenen hiervoor. De intrekkingsprocedure kan zonder intrekkingsgehoor worden voortgezet indien ten minste één van de onderstaande situaties van toepassing is:
|
||||
Het gehoor als bedoeld in artikel 41, tweede lid, Vw wordt aangeduid als het intrekkingsgehoor. Paragraaf C1/2.11 Vc onder ‘Algemeen’ is van overeenkomstige toepassing op het intrekkingsgehoor. Dit geldt ook voor andere gehoren die binnen de intrekkingsprocedure kunnen plaatsvinden.
|
||||
|
||||
• De vreemdeling is niet bereikbaar;
|
||||
• Diens verblijfsplaats is niet bekend; of
|
||||
• De vreemdeling heeft geen verschoonbare reden voor het niet verschijnen.
|
||||
De IND stelt de vreemdeling tijdens het intrekkingsgehoor in de gelegenheid om zijn zienswijze op het voornemen tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd mondeling toe te lichten.
|
||||
|
||||
Indien de vreemdeling een verschoonbare reden heeft, wordt hij nogmaals uitgenodigd voor een intrekkingsgehoor. De volgende omstandigheden worden door de IND in ieder geval niet aangemerkt als verschoonbare redenen voor het niet verschijnen:
|
||||
Bij het intrekkingsgehoor stelt de IND de vreemdeling ook in de gelegenheid om (zelfstandige) asielgronden naar voren te brengen.
|
||||
|
||||
• Vakantie;
|
||||
• Detentie;
|
||||
• Nalatigheid;
|
||||
• Het na ontvangst niet hebben gelezen van de uitnodigingsbrief.
|
||||
Als de vreemdeling niet in de gelegenheid is om te verschijnen op het geplande intrekkingsgehoor, dan moet hij zo snel mogelijk contact met de IND opnemen om een nieuwe afspraak te maken voor het gehoor. Hierbij moet de vreemdeling of zijn gemachtigde aangeven en onderbouwen, waarom het gehoor niet op het geplande moment kan plaatsvinden.
|
||||
|
||||
De IND past de beleidsregels omtrent het intrekkingsgehoor overeenkomstig toe bij andere gehoren die de IND afneemt in het kader van de (beoordeling van de mogelijkheid tot) intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd.
|
||||
De IND kan de intrekkingsprocedure zonder intrekkingsgehoor voortzetten, als ten minste één van de onderstaande situaties van toepassing is:
|
||||
|
||||
De IND geeft de vreemdeling een termijn van twee weken om schriftelijk op het rapport van het intrekkingsgehoor te reageren. De beleidsregels van paragraaf C1/2.12 Vc onder ‘Uitstel voor het indienen van de zienswijze’ zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
• de vreemdeling is niet bereikbaar;
|
||||
• de verblijfsplaats van de vreemdeling is niet bekend;
|
||||
• de vreemdeling heeft geen zienswijze ingediend; of
|
||||
• de vreemdeling heeft geen verschoonbare reden voor het niet verschijnen bij een gepland intrekkingsgehoor.
|
||||
|
||||
Als de vreemdeling niet verschijnt bij het intrekkingsgehoor, neemt de IND, contact op met de vreemdeling of met zijn gemachtigde om navraag te doen naar de redenen hiervoor.
|
||||
|
||||
Als de vreemdeling een verschoonbare reden heeft, dan nodigt de IND de vreemdeling opnieuw uit voor een intrekkingsgehoor. De IND merkt de volgende omstandigheden in beginsel niet aan als verschoonbare redenen voor het niet verschijnen:
|
||||
|
||||
• vakantie of werk van de vreemdeling;
|
||||
• detentie van de vreemdeling;
|
||||
• nalatigheid; of
|
||||
• de vreemdeling heeft de uitnodigingsbrief na ontvangst niet gelezen.
|
||||
|
||||
##### 3.1.4. Reactietermijn intrekkingsgehoor
|
||||
|
||||
De IND geeft de vreemdeling een termijn van twee weken om schriftelijk op het rapport van het intrekkingsgehoor te reageren. Paragraaf C1/2.12 Vc onder ‘Uitstel voor het indienen van de zienswijze’ is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
##### 3.1.5. Beschikking in de intrekkingsprocedure
|
||||
|
||||
Paragraaf C1/2.13 Vc onder ‘wijze van bekendmaken’ en ‘de beschikking in de verlengde asielprocedure’ is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
Indien de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verlopen en er is geen aanvraag voor verlenging van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ingediend, beziet de IND of aanleiding bestaat om de internationale beschermingsstatus te beëindigen. Voor deze procedure wordt verwezen naar paragraaf C5/2 Vc onder ‘indiening aanvraag’ (en paragrafen C2/10.1 Vc en C2/10.4 Vc).
|
||||
##### 3.1.6. intrekking verblijfsvergunning op aanvraag
|
||||
|
||||
Als de vreemdeling door middel van een ondertekende verklaring aangeeft afstand te willen doen van zijn verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, dan verzorgt de IND een verkorte intrekkingsprocedure. De IND verzendt aan hem een briefbeschikking, waarin staat aangegeven dat de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt ingetrokken op verzoek van betrokkene. Er vindt dan geen inhoudelijke beoordeling plaats als bedoeld in paragraaf C2/10.1.1 tot en met C2/10.1.4 Vc.
|
||||
|
||||
##### 3.1.7. Buitenlands adres
|
||||
|
||||
Als er slechts een buitenlands adres – van buiten de Europese Unie – bekend is, dan stuurt de IND een ongemotiveerd voornemen dan wel besluit naar dit buitenlandse adres. In verband met de privacy verstuurt de IND geen inhoudelijke voornemens en besluiten naar een buitenlands adres. Voor de zienswijze geldt de termijn zoals neergelegd in paragraaf C1/3.1.2 Vc. Wanneer de vreemdeling zich bij de IND meldt met het verzoek om een gemotiveerd voornemen of besluit te ontvangen, dan stuurt de IND deze alsnog aan de vreemdeling, bij voorkeur naar het adres van een gemachtigde in Nederland. Na verzending van het gemotiveerde voornemen of besluit gaat de zienswijzetermijn respectievelijk beroepstermijn opnieuw lopen.
|
||||
|
||||
#### 3.2. De procedure bij aanvraag verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
|
||||
|
||||
##### 3.2.1. Indiening aanvraag om verlenging
|
||||
|
||||
Als de vreemdeling de aanvraag voor verlenging van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te vroeg indient, dan stuurt de IND de vreemdeling een brief dat de aanvraag te vroeg is ingediend. De IND doet de zaak dan niet inhoudelijk af, en de vreemdeling moet een nieuwe aanvraag doen, op zijn vroegst drie maanden voordat de geldigheidsduur zal verlopen.
|
||||
|
||||
Als de IND in een intrekkingsprocedure heeft geconcludeerd dat de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel op een andere grondslag in aanmerking komt, dan nodigt de IND de vreemdeling zo snel mogelijk uit om een aanvraag voor verlenging van de geldigheidsduur in te dienen, zodat de IND de aanvraag op de juiste grondslag kan afdoen.
|
||||
|
||||
##### 3.2.2. Ingangsdatum verblijfsvergunning asiel bij niet tijdige aanvraag
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 44, vijfde lid, Vw verlengt de IND de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd met ingang van de dag waarop de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning verloopt, als de volgende situaties van toepassing zijn:
|
||||
|
||||
• de vreemdeling heeft de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur ingediend na afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd;
|
||||
• de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel is verlopen op of na 1 oktober 2018;
|
||||
• de IND heeft (nog) geen besluit genomen tot beëindiging van de internationale beschermingsstatus of het besluit tot beëindiging van de internationale beschermingsstatus staat op dat moment nog niet in rechte vast; én
|
||||
• de vreemdeling voldoet aan alle voorwaarden voor de verlenging van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
|
||||
|
||||
##### 3.2.3. Verlopen verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd
|
||||
|
||||
Als de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verlopen en de vreemdeling geen aanvraag voor verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd heeft ingediend, dan beoordeelt de IND of aanleiding bestaat om de internationale beschermingsstatus te beëindigen. Voor deze procedure wordt verwezen naar paragrafen C2/10.1 Vc, C2/10.4 Vc en paragraaf C5/2.1 Vc.
|
||||
|
||||
### 4. Beoordelen van de asielaanvraag
|
||||
|
||||
|
|
@ -1026,7 +1069,7 @@ Het Protocol Identificatie en Labeling (PIL) is van toepassing.
|
|||
|
||||
#### 4.5. Ambtshalve toets
|
||||
|
||||
Bij afwijzing van de eerste aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als (kennelijk) ongegrond beoordeelt de IND volgens artikel 3.6a Vb ambtshalve of de vreemdeling in aanmerking komt voor verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op een van de gronden genoemd in het artikel 3.6a, eerste lid, Vb. Bij afwijzing van een aanvraag als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, onder g, Vw, is geen sprake van een eerste aanvraag als bedoeld in artikel 3.6a, eerste lid, Vb. In dat geval is artikel 3.6a Vb dus niet van toepassing.
|
||||
Bij afwijzing van de eerste aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als (kennelijk) ongegrond beoordeelt de IND volgens artikel 3.6a Vb ambtshalve of de vreemdeling in aanmerking komt voor verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op een van de gronden genoemd in het artikel 3.6a, eerste lid, Vb. Bij een tweede of opvolgende aanvraag voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd toetst de IND niet ambtshalve aan artikel 3.6a Vb. De IND beoordeelt bij een tweede of opvolgende aanvraag voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd evenmin ambtshalve of een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op een van de gronden genoemd in artikel 3.6b moet worden verleend.
|
||||
|
||||
De IND behandelt een tweede of opvolgende aanvraag voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als een eerste aanvraag in de zin van artikel 3.6a Vb, indien de vorige aanvraag niet in behandeling is genomen op grond van artikel 30 Vw en die afwijzingsgrond niet (meer) van toepassing is. Dit geldt ook als een nieuwe aanvraag wordt ingediend nadat een vorige aanvraag buiten behandeling is gesteld, tenzij de vreemdeling eerder een aanvraag heeft gedaan die is afgewezen (zie artikel 30c, tweede lid, Vw).
|
||||
|
||||
|
|
@ -1042,15 +1085,17 @@ De IND laat de ambtshalve toets als bedoeld in artikel 3.6a Vb en 6.1e Vb achter
|
|||
|
||||
#### 4.6. Beoordeling van opvolgende aanvragen tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
|
||||
|
||||
Als de vreemdeling in het kader van zijn opvolgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd elementen of bevindingen inbrengt die dateren van voor de eerdere afwijzende beschikking, beoordeelt de IND of de vreemdeling deze elementen of bevindingen in het kader van een eerdere aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd had kunnen inbrengen. De IND hanteert daarbij als uitgangspunt dat de vreemdeling alle bij hem bekende informatie en documenten in het kader van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan de IND moet overleggen. Als de vreemdeling in het kader van zijn opvolgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd elementen of bevindingen inbrengt die dateren van voor de eerdere afwijzende beschikking, moet de vreemdeling aannemelijk maken dat hij deze elementen of bevindingen redelijkerwijs niet eerder had kunnen inbrengen.
|
||||
Als een vreemdeling een opvolgende aanvraag indient, onderzoekt de IND of de aanvraag niet-ontvankelijk kan worden verklaard in de zin van artikel 30a, eerste lid onder d, Vw. Dit onderzoek bestaat uit twee fasen.
|
||||
|
||||
Gegevensdragers die elementen of bevindingen onderbouwen die de vreemdeling in het kader van een eerdere aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingebracht, kunnen elementen of bevindingen als bedoeld in artikel 30a, eerste lid onder d, Vw vormen.
|
||||
In de eerste fase onderzoekt de IND of er sprake is van nieuwe elementen of bevindingen. Dat is het geval als de vreemdeling aan de opvolgende aanvraag elementen of bevindingen ten grondslag legt die niet zijn onderzocht en beoordeeld tijdens de eerdere asielprocedure(s). Is er geen sprake van nieuwe elementen en bevindingen, dan is de aanvraag daarmee niet-ontvankelijk.
|
||||
|
||||
Als de vreemdeling in het kader van een opvolgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd voor het eerst door de IND gehoord wordt, concludeert de IND in geen geval dat de vreemdeling de door hem ingebrachte elementen of bevindingen eerder had moeten inbrengen.
|
||||
Als wel sprake is van nieuwe elementen en bevindingen, onderzoekt de IND in de tweede fase of deze nieuwe elementen en bevindingen de kans aanzienlijk groter maken dat de vreemdeling in aanmerking komt voor internationale bescherming. Maken de nieuwe elementen en bevindingen de kans op internationale bescherming niet aanzienlijk groter, dan kan de aanvraag niet-ontvankelijk worden verklaard.
|
||||
|
||||
Als de IND de eerdere aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft afgewezen op grond van de ongeloofwaardigheid van de verklaringen van de vreemdeling, moeten de elementen of bevindingen die de vreemdeling in het kader van een opvolgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd inbrengt, de ongeloofwaardigheid van de verklaringen wegnemen om te worden aangemerkt als elementen of bevindingen zoals bedoeld in artikel 30a, eerste lid onder d, Vw.
|
||||
De IND beoordeelt de aanvraag inhoudelijk op inwilligbaarheid als sprake is van nieuwe elementen en bevindingen die de kans op internationale bescherming aanzienlijk groter maken.
|
||||
|
||||
De IND wijst een opvolgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, ook al is strikt genomen geen sprake van nieuwe elementen en bevindingen, in ieder geval niet af als niet-ontvankelijk in de volgende situaties:
|
||||
Gegevensdragers die elementen of bevindingen onderbouwen die de vreemdeling in het kader van een eerdere aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingebracht, kunnen nieuwe elementen of bevindingen die de kans op internationale bescherming aanzienlijk groter maken vormen. Bij de toets of de nieuwe elementen en bevindingen de kans op internationale bescherming aanzienlijk groter maken, betrekt de IND de redenen voor de afwijzing van de vorige aanvra(a)g(en) en beoordeelt deze redenen in onderlinge samenhang met de nieuwe elementen en bevindingen. Deze gezamenlijke afweging leidt dan tot een conclusie of deze nieuwe elementen en bevindingen de kans op internationale bescherming aanzienlijk groter maken.
|
||||
|
||||
De IND wijst een opvolgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in ieder geval niet af als niet-ontvankelijk in de volgende situaties:
|
||||
|
||||
a. Als een vreemdeling tijdens een opvolgende asielaanvraag aangeeft dat hij LHBT is en deze seksuele gerichtheid niet reeds tijdens een voorgaande procedure is gesteld en beoordeeld;
|
||||
b. Als een vreemdeling tijdens een opvolgende asielaanvraag aangeeft dat hij is bekeerd tot een ander geloof en deze bekering niet reeds tijdens een voorgaande procedure is gesteld en beoordeeld;
|
||||
|
|
@ -1079,9 +1124,9 @@ De IND betrekt bij die beoordeling ook of sprake is van de uitsluitingsgronden e
|
|||
|
||||
Als onderdeel van het aankomstproces van hervestiging meldt de vreemdeling zich na aankomst in Nederland bij de IND voor het indienen van de aanvraag voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, om in aanmerking te komen voor het verblijfsdocument.
|
||||
|
||||
De intrekkingsgronden, zoals opgenomen in paragraaf C2/10.1 tot en met C2/10.5 Vc zijn ook van toepassing op een vreemdeling die in het kader van hervestiging een verblijfsvergunning asiel voor Nederland heeft ontvangen. In uitzondering op bovengenoemde regels trekt de IND de verblijfsvergunning niet in of wijst de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur niet af van een hervestigde vreemdeling, als de verleningsgrond is komen te vervallen vanwege een wijziging in de algemene situatie in het land van herkomst (zie paragraaf C2/4.10 Vc in combinatie met artikel 32, eerste lid, sub c, Vw).
|
||||
De intrekkingsgronden, zoals opgenomen in paragraaf C2/10 Vc zijn ook van toepassing op een vreemdeling die in het kader van hervestiging een verblijfsvergunning asiel voor Nederland heeft ontvangen. In uitzondering op bovengenoemde regels trekt de IND de verblijfsvergunning niet in of wijst de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur niet af van een hervestigde vreemdeling, als de verleningsgrond is komen te vervallen vanwege een wijziging in de algemene situatie in het land van herkomst (zie paragraaf C2/10.4 Vc in combinatie met artikel 32, eerste lid, sub c, Vw).
|
||||
|
||||
Als de hervestigde vreemdeling vrijwillig is teruggekeerd naar het land van herkomst, beoordeelt de IND de gevolgen voor de verblijfsvergunning asiel van een hervestigde vreemdeling vanwege zijn vrijwillige terugkeer naar het land van herkomst aan de hand van paragraaf C2/10.4 Vc.
|
||||
Als de hervestigde vreemdeling vrijwillig is teruggekeerd naar het land van herkomst, beoordeelt de IND de gevolgen voor de verblijfsvergunning asiel van een hervestigde vreemdeling vanwege zijn vrijwillige terugkeer naar het land van herkomst aan de hand van paragraaf C2/10.4.5 Vc.
|
||||
|
||||
## C2. De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
|
||||
|
||||
|
|
@ -2238,93 +2283,199 @@ De IND reikt op grond van artikel 9 Vw het verblijfsdocument waaruit het rechtma
|
|||
|
||||
De vreemdeling kan een aanvraag indienen tot het vervangen of vernieuwen van het verblijfsdocument waaruit zijn rechtmatig verblijf blijkt om redenen als genoemd in artikel 4.22 Vb. De vreemdeling dient de aanvraag in bij een door de IND opgegeven postadres dat de IND via zijn website of het aanvraagformulier kenbaar maakt. De IND maakt op zijn website of op het aanvraagformulier eveneens kenbaar op welke wijze de vreemdeling de leges moet betalen. De vreemdeling dient de aanvraag in met het vereiste aanvraagformulier, dat bij de IND verkrijgbaar is.
|
||||
|
||||
### 10. Verlenging en intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
|
||||
### 10. Intrekking en verlenging de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
|
||||
|
||||
#### 10.1. Inleiding
|
||||
Als in dit hoofdstuk wordt gesproken over het herbeoordelen van een verblijfsvergunning asiel, dan wordt gedoeld op zowel het intrekken van een verblijfsvergunning asiel als op de behandeling van de aanvraag voor de verlenging van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Daar waar er verschillen zijn, wordt specifiek over intrekkingen of verlenging van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd gesproken.
|
||||
|
||||
In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen die gelden in aanvulling van artikel 32 Vw en van de artikelen 3.105d en 3.105f Vb betreffende de verlenging en de intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. In deze paragraaf staat een aantal onderwerpen die voor alle gronden uit artikel 32 Vw gelden.
|
||||
#### 10.1. Algemeen
|
||||
|
||||
Als de IND de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur ervan afwijst, beoordeelt de IND op grond van artikel 3.6a Vb ambtshalve, of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de in dit artikel genoemde beperkingen (zie verder paragraaf C1/4.5 Vc onder het kopje ambtshalve toets). Als er een zwaar inreisverbod is opgelegd, laat de IND – overeenkomstig paragraaf C1/4.5 Vc – de ambtshalve toets op grond van artikel 3.6a Vb achterwege, behoudens de beoordeling of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 EVRM (artikel 3.6a, eerste lid onder a, Vb).
|
||||
In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen in aanvulling op artikel 32 Vw en de artikelen 3.105d, 3.105f en 3.106 Vb.
|
||||
|
||||
Als de IND ambtshalve geen verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleent, beoordeelt de IND op grond van artikel 6.1e Vb ambtshalve, of de vreemdeling in aanmerking komt voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw (zie verder paragraaf C2/3.3 Vc onder het kopje medische omstandigheden), met dien verstande dat in dat geval de ambtshalve beoordeling uitsluitend plaatsvindt indien de vreemdeling de voor die beoordeling relevante medische gegevens en overige bescheiden heeft overgelegd.
|
||||
##### 10.1.1. Evenredigheid van de intrekking
|
||||
|
||||
Als er geen ambtshalve toets hoeft te worden uitgevoerd maar er wel een terugkeerbesluit moet worden genomen zal er in het kader van een terugkeerbesluit getoetst moeten worden of de terugkeer niet wegens medische redenen strijdig is met artikel 3 EVRM. Op basis van de zienswijze kan dan toch getoetst worden of er aanleiding is om voorlopig uitstel van vertrek te verlenen op basis van artikel 64 Vw. Indien de medische situatie reden is voor het verlenen van uitstel van vertrek, dan wordt er geen terugkeerbesluit genomen. Een terugkeerbesluit dient te worden genomen bij het besluit tot het intrekken van de artikel 64-status of in situaties dat de periode van uitstel van vertrek eindigt en de vreemdeling het grondgebied van de Unie moet verlaten. Paragraaf C2/3.3 is van toepassing.
|
||||
In artikel 32 Vw is beleidsruimte gelaten door op te nemen dat de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan worden ingetrokken of de verlengingsaanvraag kan worden afgewezen als aan één van de genoemde intrekkingsgronden is voldaan. Deze beleidsruimte is deels ingevuld in de in paragraaf C2/10.1 Vc genoemde artikelen uit het Vreemdelingenbesluit, maar nog altijd is hier beleidsruimte om van intrekking van het verblijfsrecht af te zien of van afwijzing van de verlengingsaanvraag.
|
||||
|
||||
Indien artikel 1F Vluchtelingenverdrag na verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd alsnog van toepassing blijkt te zijn, dan geldt het gestelde in paragraaf C2/7.10.2 Vc. De ambtshalve toets zoals hierboven is beschreven is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Van belang is dat er beoordeeld wordt of de intrekking van de verblijfsvergunning evenredig is. Hierbij wordt bekeken wat het belang van de Staat is om te handhaven en om de verblijfsvergunning in te trekken, dan wel niet te verlengen tegenover het belang van de vreemdeling om hier rechtmatig verblijf te behouden, dan wel voort te zetten. Omdat het intrekken van het verblijfsrecht vergaande gevolgen heeft voor de vreemdeling moet de evenredigheid van dit besluit op voorhand getoetst te worden. In deze toets wordt, onder meer, meegewogen:
|
||||
|
||||
De IND wijst een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af wanneer deze aanvraag meer dan zes maanden voor afloop van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is ingediend.
|
||||
• welke banden de vreemdeling heeft met Nederland;
|
||||
• welke banden de vreemdeling heeft met het land van herkomst; en
|
||||
• behelst in ieder geval de toets die wordt gedaan in het kader van 8 EVRM (privé en gezinsleven).
|
||||
|
||||
Als de vreemdeling de aanvraag indient na afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel, verlengt de IND de verblijfsvergunning met ingang van de dag waarop de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning verloopt als:
|
||||
Ook de belangen van het kind worden, als van toepassing, meegewogen. Als individuele belangen worden aangevoerd, die niet onder bovengenoemde punten vallen, worden deze ook meegewogen.
|
||||
|
||||
• de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel is verlopen op of na 1 oktober 2018;
|
||||
• het besluit tot beëindiging van de internationale beschermingsstatus op dat moment nog niet in rechte vaststaat; én
|
||||
• de vreemdeling aan alle voorwaarden voor de verlenging van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd voldoet.
|
||||
Als uit de toets komt dat een intrekking onevenredig is, zal de verblijfsvergunning asiel in stand worden gelaten.
|
||||
|
||||
Als de verblijfsvergunning asiel is verlopen vóór 1 oktober 2018 geldt het recht zoals dat gold voor die datum. Dat betekent dat als de vreemdeling een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd indient na afloop van de verblijfsvergunning asiel de IND conform artikel 44, vijfde lid, Vw beoordeelt of er omstandigheden zijn waardoor de te late indiening de vreemdeling niet is toe te rekenen. Als dat het geval is wordt de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning verlengd met ingang van de dag waarop de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning waarvoor verlenging is gevraagd afloopt. De IND merkt een van de omstandigheden als opgenomen in paragraaf B1/6.1, onder ad a, Vc in ieder geval niet aan als verschoonbare reden voor de te late indiening. Als de aanvraag om verlenging is ingediend meer dan 6 maanden na de dag waarop de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel afloopt neemt de IND aan dat er in ieder geval geen sprake is van een omstandigheid waardoor de te late indiening de vreemdeling niet is toe te rekenen.
|
||||
Als er enkel belangen zijn aangedragen die aan 8 EVRM raken, kan de asielvergunning wel ingetrokken worden, maar zal gelijktijdig een 8 EVRM vergunning worden verleend, conform de ambtshalve toets uit par. C2/10.1.5 Vc.
|
||||
|
||||
#### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid
|
||||
Uitzondering hierop is de verblijfsvergunning asiel die verleend is op grond van de Kwalificatierichtlijn, of waar sprake is van internationale bescherming.
|
||||
|
||||
Met het intrekken of niet-verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van de vreemdeling op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, beoordeelt de IND de situatie zoals die zou zijn geweest als de juiste gegevens op het moment van aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd bekend zouden zijn geweest. Dit geldt voor vergunningen asiel voor bepaalde tijd die zijn verleend op grond artikel 29, eerste en tweede lid, Vw. Als de IND vaststelt dat een houder van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd onjuiste gegevens heeft verstrekt of dat over hem door een ander onjuiste gegevens zijn verstrekt, beoordeelt de IND of de vreemdeling op grond van alle beschikbare en geloofwaardige gegevens op grond van artikel 29, eerste en tweede lid, Vw in het bezit moet blijven van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt op grond van artikel 32, eerste lid, onder a, Vw, wordt de verblijfsvergunning ingetrokken met terugwerkende kracht tot aan de ingangsdatum van de verblijfsvergunning.
|
||||
In dat geval is sprake van een imperatieve intrekkingsgrond, als intrekking van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd die is verleend op grond van artikel 29, eerste lid Vw, plaatsvindt op grond van:
|
||||
|
||||
Als de IND de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, beoordeelt de IND of de vreemdeling, op het moment van de beoordeling, in het land van herkomst een risico loopt op vervolging of ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw.
|
||||
– onjuiste gegevens (zie paragraaf C2/10.2Vc); of
|
||||
– vervallen verleningsgrond (zie paragraaf C2/10.4 Vc).
|
||||
|
||||
#### 10.3. Gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid
|
||||
In deze gevallen is er geen discretionaire bevoegdheid om af te wijken van het beleid. De belangen van de vreemdeling worden in het kader van 8 EVRM getoetst bij de ambtshalve toets, en kunnen ertoe leiden dat hoewel de asielvergunning wordt ingetrokken, er een 8 EVRM vergunning zal worden verleend. Voor vergunningen die zijn verleend op grond van artikel 29, tweede lid, Vw danwel oudere vergunningen verleend op grond van artikel 29, eerste lid, die niet te herleiden zijn tot de Kwalificatierichtlijn, zal de evenredigheidstoets onverkort gelden.
|
||||
|
||||
Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b, Vw, wordt de verblijfsvergunning ingetrokken met terugwerkende kracht tot aan de pleegdatum van het misdrijf.
|
||||
##### 10.1.2. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
|
||||
|
||||
In aanvulling op artikel 3.105d, tweede lid, aanhef en onder b, Vb wordt verwezen naar C2/7.10.1 Vc om te beoordelen of er sprake is van een bijzonder ernstig misdrijf. Artikel 3.86, eerste tot en met elfde lid, Vb zijn van overeenkomstige toepassing, voor zover de daarin opgenomen strafmaat de norm van C2/7.10.1 overstijgt.
|
||||
De IND herbeoordeelt de verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als er signalen zijn dat zich mogelijk een intrekkingsgrond (zie paragrafen C2/10.2 e.v.) Vc voordoet. De intrekkingsprocedure kan de volgende onderdelen bevatten:
|
||||
|
||||
Tevens beoordeelt de IND of er sprake is van een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging van een fundamenteel belang van de samenleving.
|
||||
a) of er een of meerdere gronden zijn om de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te trekken of de aanvraag tot verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af te wijzen (zie paragraaf C2/10.2 e.v. Vc);
|
||||
b) toets naar de evenredigheid van het intrekkingsbesluit (zie paragraaf C2/10.1.1 Vc);
|
||||
c) of er (achteraf bezien) op het moment van verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd nog andere gronden voor verlening als bedoeld in artikel 29 Vw van toepassing waren (ex tunc toets, zie verder paragraaf C2/10.1.3 Vc evenals paragrafen C2/10.2-C2/10.6 Vc);
|
||||
d) of de vreemdeling op het moment van herbeoordeling in aanmerking komt voor verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, Vw (ex nunc toets, zie verder paragraaf C2/10.1.4 Vc);
|
||||
e) de vreemdeling in aanmerking komt voor:
|
||||
|
||||
De vreemdeling van wie de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, is ingetrokken of de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet is verlengd op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b Vw, wordt Nederland niet uitgezet, indien de vreemdeling in zijn land nog steeds een risico loopt op vervolging of ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid aanhef en onder b Vw.
|
||||
– een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.6a, eerste lid, Vb; of
|
||||
– uitstel van vertrek op grond van artikel 6.1e Vb
|
||||
|
||||
Internationale instrumenten zoals bedoeld in artikel 3.105f, tweede lid, aanhef en onder a, Vb zijn onder andere:
|
||||
(zie verder paragraaf C2/10.1.5 Vc over de ambtshalve toets);
|
||||
f) of er sprake is van een terugkeerbeletsel als bedoelt in A3/6.3 Vc en C2/10.3.2 Vc; en
|
||||
g) of er redenen zijn om een inreisverbod op te leggen of om de vreemdeling ongewenst te verklaren.
|
||||
|
||||
• het Handvest van het Internationaal Militair Tribunaal van 8 augustus 1945 (Neurenberg-Handvest);
|
||||
• Het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof van 17 juli 1998.
|
||||
Als er meerdere intrekkingsgronden van toepassing zijn, trekt de IND de verblijfsvergunning in per datum van de intrekkingsgrond, die chronologisch het verst teruggrijpt in het verblijfsrecht. Uitzondering hierop is dat als het gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid één van de intrekkingsgronden is, dan vermeldt de IND die intrekkingsgrond subsidiair in het besluit (zie ook paragraaf C2/10.3 Vc).
|
||||
|
||||
In aanvulling op artikel 3.105f, tweede lid, aanhef en onder b, Vb wordt verwezen naar C2/7.10.1 Vc om te beoordelen of er sprake is van een ernstig misdrijf. Artikel 3.86, eerste tot en met elfde lid, Vb zijn van overeenkomstige toepassing, voor zover de daarin opgenomen strafmaat de norm van C2/7.10.1 overstijgt.
|
||||
##### 10.1.3. De ex tunc toets
|
||||
|
||||
Tevens beoordeelt de IND of er sprake is van een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging van een fundamenteel belang van de samenleving.
|
||||
De IND laat de afwijzing van de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd dan wel de intrekking daarvan achterwege als de IND oordeelt dat er op het moment van verlening van de oorspronkelijke verblijfsvergunning asiel sprake was van:
|
||||
|
||||
De vreemdeling van wie de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw, is ingetrokken of geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet is verlengd op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b Vw, wordt Nederland niet uitgezet, indien de vreemdeling in zijn land nog steeds een risico loopt op ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid aanhef en onder b Vw.
|
||||
– één of meerdere andere grond(en) voor verlening als bedoeld in artikel 29 Vw; én
|
||||
– die grond(en) voor verlening op het moment van herbeoordeling niet is komen te vervallen.
|
||||
|
||||
De IND kan de afgeleide verblijfsvergunning voor nareizende gezinsleden intrekken of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur afwijzen als er sprake is van een gevaar voor de openbare orde als bedoeld in artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b, Vw. Daarbij is niet van belang of de verblijfsvergunning ambtshalve dan wel op aanvraag is verleend, noch of deze is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder e dan wel onder f, Vw, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de wet tot wijziging van de van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening.
|
||||
Bij de ex tunc toets wordt enkel de informatie die ten tijde van het verlenen van de verblijfsvergunning asiel bekend was getoetst aan het op dat moment geldende beleid. Nieuwe informatie wordt niet getoetst binnen de ex tunc toets. Voor de gevallen waarin de IND geen ex tunc toets verricht, wordt verwezen naar de paragrafen C2/10.2 tot en met C2/10.7 Vc.
|
||||
|
||||
Artikel 3.86, eerste tot en met twaalfde en zeventiende lid, Vb alsmede artikel 3.87 Vb en B1/6.2.2 Vc zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Als de IND de afwijzing van de verlenging dan wel de intrekking van de verblijfsvergunning op grond van de ex tunc toets achterwege laat, betekent dat het einde van de herbeoordeling. De IND informeert de vreemdeling dan per brief dat:
|
||||
|
||||
De IND beoordeelt bij de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur dan wel de intrekkingsprocedure tevens of sprake is van een bijzonder ernstig misdrijf of een ernstig misdrijf als bedoeld in C2/10.1 als:
|
||||
– de verblijfsvergunning asiel niet wordt ingetrokken; of
|
||||
– zijn aanvraag tot verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel wordt ingewilligd.
|
||||
|
||||
– de afgeleide vergunning niet wordt verlengd dan wel wordt ingetrokken op grond van de openbare orde; en
|
||||
– de vreemdeling na de ex-nunc toetsing valt onder de beschermingsgronden van artikel 29, eerste lid, Vw.
|
||||
Als de IND besluit dat de grond voor verlenging van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd gewijzigd moet worden, dan verzoekt de IND de vreemdeling om een verlengingsaanvraag te doen, zodat de grondslag per datum verlengingsaanvraag gewijzigd kan worden in het informatiesysteem van de IND.
|
||||
|
||||
De IND laat intrekking of niet verlenging van de geldigheidsduur van de vergunning achterwege indien er geen grond bestaat om aanspraken op artikel 29, eerste lid, onder a of b, Vw te onthouden.
|
||||
##### 10.1.4. De ex nunc toets
|
||||
|
||||
De IND beoordeelt of er sprake is van een gevaar voor de openbare orde aan de hand van de voorwaarden van artikel 3.86, eerste tot en met het elfde lid, Vb, in het geval de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening.
|
||||
De IND beoordeelt of de vreemdeling op het moment van herbeoordeling in aanmerking komt voor internationale bescherming op grond van artikel 29, eerste lid, Vw. Het uitvoeren van de ex nunc toetst hoeft niet vooraf gegaan te worden door een ex tunc toets.
|
||||
|
||||
Paragraaf B1/4.4 Vc onder het kopje nationale veiligheid is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Als de vreemdeling op het moment van herbeoordeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, Vw, dan kan de IND een intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of afwijzing van de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur daarvan achterwege laten.
|
||||
|
||||
Paragraaf C2/10.1 Vc onder het kopje ambtshalve toets is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
##### 10.1.5. Ambtshalve toets
|
||||
|
||||
#### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen
|
||||
Als de IND de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur ervan afwijst, beoordeelt de IND op grond van artikel 3.6a Vb ambtshalve of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de in dit artikel genoemde beperkingen of voor uitstel van vertrek (zie verder paragraaf C1/4.5 Vc onder ‘ambtshalve toets’). Als er een zwaar inreisverbod is opgelegd, laat de IND – overeenkomstig paragraaf C1/4.5 Vc – de ambtshalve toets op grond van artikel 3.6a Vb achterwege, behoudens de beoordeling of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 EVRM (artikel 3.6a, eerste lid onder a, Vb).
|
||||
|
||||
De IND stelt vast dat de grond voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is komen te vervallen aan de hand van:
|
||||
##### 10.1.6. Terugkeerbesluit
|
||||
|
||||
– de relevante intrekkingsgronden in de Kwalificatierichtlijn, voor zover van toepassing;
|
||||
– de beoordeling of de wijziging van de omstandigheden ingevolge artikel 3.37g VV een voldoende ingrijpend en niet voorbijgaand karakter hebben, voor zover van toepassing. Daarbij betrekt de IND in ieder geval:
|
||||
In beginsel omvat een besluit tot intrekking of van niet-verlenging van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ook een terugkeerbesluit.
|
||||
|
||||
• of op het moment van verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ook één of meerdere andere grond(en) voor verlening als bedoeld in artikel 29, eerste of tweede lid Vw van toepassing waren;
|
||||
• of de vreemdeling op het moment van het beoordelen van de intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste of tweede lid, Vw (tenzij de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 28, eerste lid onder d, Vw ambtshalve is verleend);
|
||||
• of de vreemdeling dwingende redenen, voortvloeiende uit vroegere vervolging of daden als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder b, Vw kan aanvoeren om te weigeren terug te keren naar zijn land van herkomst; en,
|
||||
• of sprake is van een situatie als bedoeld in artikel III (overgangsrecht) van de wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening.
|
||||
De IND legt echter geen terugkeerbesluit op, op het moment dat de IND uitstel van vertrek verleent op grond van de medische situatie. In dat geval legt de IND pas een terugkeerbesluit op, op het moment dat:
|
||||
|
||||
Als tenminste één van deze omstandigheden zich voordoet, trekt de IND de verblijfsvergunning niet in of wijst de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur niet af.
|
||||
– de IND besluit tot beëindiging van het uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw; of
|
||||
– de periode van uitstel van vertrek eindigt en de vreemdeling het grondgebied van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein of Zwitserland moet verlaten.
|
||||
|
||||
Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt op grond van artikel 32, eerste lid, onder c, Vw, wordt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingetrokken met terugwerkende kracht tot aan het moment dat de grond voor verlening is komen te vervallen.
|
||||
Paragraaf C2/3.3 Vc is van toepassing.
|
||||
|
||||
De IND verstaat onder ‘dwingende redenen’ als bedoeld in artikel 3.37g, VV twee hieronder genoemde voorwaarden:
|
||||
##### 10.1.7. Inreisverbod en ongewenstverklaring
|
||||
|
||||
a. de vreemdeling is slachtoffer geweest van wandaden die (mede) hebben geleid tot het verlenen van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd; en,
|
||||
De bepalingen van paragraaf A4 Vc zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
#### 10.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid (
|
||||
|
||||
##### 10.2.1. Algemeen
|
||||
|
||||
De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, Vw met terugwerkende kracht in tot aan de ingangsdatum van de verblijfsvergunning.
|
||||
|
||||
###### 10.2.1.1. Ex tunc toets
|
||||
|
||||
In paragraaf C2/10.1.2 Vc is uitgelegd wat onder de ex tunc toetst verstaan wordt. Als de IND een intrekkingsprocedure start naar aanleiding van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, verricht de IND slechts een ex tunc toets, als:
|
||||
|
||||
– de onjuiste gegevens toezien op het asielrelaas; en
|
||||
– niet op voorhand vaststaat dat de IND deze aanvraag op grond van de juiste gegevens wel had ingewilligd.
|
||||
|
||||
In alle overige gevallen verricht de IND geen ex tunc toets. Dit geldt voor verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd die zijn verleend op grond van artikel 29, eerste en tweede lid, Vw.
|
||||
|
||||
###### 10.2.1.2. Ex nunc toets
|
||||
|
||||
In paragraaf C2/10.1.3 Vc is uitgelegd wat onder de ex nunc toetst verstaan wordt.
|
||||
|
||||
De IND beoordeelt bij een intrekking of niet-verlenging op grond van artikel 32, eerste lid, onder a, Vw op het moment van de herbeoordeling, of de vreemdeling op grond van alle beschikbare en geloofwaardige elementen en bevindingen op grond van artikel 29, eerste lid, Vw in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
|
||||
|
||||
##### 10.2.2. 1F
|
||||
|
||||
Als artikel 1F Vluchtelingenverdrag na verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd alsnog van toepassing blijkt te zijn, dan geldt het gestelde in paragraaf C2/7.10.2 Vc in samenhang met hetgeen hierboven in C2/10.2 Vc is neergelegd.
|
||||
|
||||
#### 10.3. Gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid (
|
||||
|
||||
##### 10.3.1. Algemeen
|
||||
|
||||
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel met terugwerkende kracht in tot aan de pleegdatum van het misdrijf, dat aanleiding geeft tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
|
||||
|
||||
Voordat de IND bij een intrekking op grond van de openbare orde aan de ex nunc toets toekomt, beoordeelt de IND eerst of er sprake is van een (bijzonder) ernstig misdrijf en of aan de glijdende schaal is voldaan (zie hieromtrent paragraaf C2/10.3.3 en C2/10.3.4 Vc).
|
||||
|
||||
###### 10.3.1.1. Ex tunc toets
|
||||
|
||||
De IND verricht geen ex tunc toets als de IND een intrekkingsprocedure start naar aanleiding van door de vreemdeling gepleegde misdrijven die aangemerkt kunnen worden als een gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid.
|
||||
|
||||
###### 10.3.1.2. Ex nunc toets
|
||||
|
||||
In paragraaf C2/10.1.3 Vc is uitgelegd hoe de ex nunc toetst plaatsvindt. Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt, verricht de IND een ex nunc toets. De IND beoordeelt ex nunc of de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij internationaal te vrezen heeft voor vervolging of ernstige schade (artikel 3 EVRM). Bij deze toetst beoordeelt de IND ook of het door de vreemdeling gepleegde misdrijf gezien moet worden als een (bijzonder) ernstig misdrijf, wat maakt dat de openbare orde of nationale veiligheid zich verzet tegen het bezit van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De IND kan in dat geval toch de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekken, omdat de vreemdeling een gevaar is voor de openbare orde of nationale veiligheid, zie hieromtrent paragraaf C2/10.3.2 Vc.
|
||||
|
||||
##### 10.3.2. Terugkeerbeletsel
|
||||
|
||||
Er kan sprake zijn van een terugkeerbeletsel, als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur ervan afwijst wegens gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid. De IND beoordeelt altijd of sprake is van een situatie waarbij de vreemdeling bij terugkeer naar het land van herkomst:
|
||||
|
||||
– risico loopt op vervolging, zoals bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder a Vw; of
|
||||
– reëel risico loopt op ernstige schade, zoals bedoeld in artikel 29, eerste lid onder b, Vw.
|
||||
|
||||
Als sprake is van één van bovengenoemde situaties neemt de IND in het terugkeerbesluit op, dat de vreemdeling Nederland, het grondgebied van de EU (met uitzondering van Ierland), EER en Zwitserland binnen een gestelde vertrektermijn moet verlaten, maar niet zal worden uitgezet naar het land van herkomst. Als de IND oordeelt dat er een ander land is, waarnaar de vreemdeling kan terugkeren, dan benoemt de IND dit land in het terugkeerbesluit.
|
||||
|
||||
##### 10.3.3. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van
|
||||
|
||||
In aanvulling op artikel 3.105d, tweede lid, aanhef en onder b, Vb wordt verwezen naar paragraaf C2/7.10.1 Vc om te beoordelen of er sprake is van een bijzonder ernstig misdrijf. Artikel 3.86, eerste tot en met elfde lid, Vb zijn van overeenkomstige toepassing voor zover de strafmaat uit artikel 3.86 Vb de minimumnorm van bijzonder ernstig misdrijf uit paragraaf C2/7.10.1 Vc overstijgt.
|
||||
|
||||
Ook beoordeelt de IND of er sprake is van een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging van een fundamenteel belang van de samenleving.
|
||||
|
||||
##### 10.3.4. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van
|
||||
|
||||
In aanvulling op artikel 3.105f, tweede lid, aanhef en onder b, Vb wordt verwezen naar C2/7.10.1 Vc om te beoordelen of er sprake is van een ernstig misdrijf. Artikel 3.86, eerste tot en met elfde lid, Vb zijn van overeenkomstige toepassing voor zover de strafmaat uit artikel 3.86 Vb de minimumnorm van bijzonder ernstig misdrijf uit paragraaf C2/7.10.1 Vc overstijgt.
|
||||
|
||||
Ook beoordeelt de IND of er sprake is van een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging van een fundamenteel belang van de samenleving.
|
||||
|
||||
##### 10.3.5. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van
|
||||
|
||||
De IND kan de afgeleide verblijfsvergunning voor nareizende gezinsleden intrekken of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur afwijzen als er sprake is van een gevaar voor de openbare orde als bedoeld in artikel 32, eerste lid, aanhef en onder b, Vw. Daarbij is niet van belang of de verblijfsvergunning:
|
||||
|
||||
– ambtshalve dan wel op aanvraag is verleend; of
|
||||
– is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder e of f, Vw, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening.
|
||||
|
||||
Artikel 3.86, eerste tot en met twaalfde en zeventiende lid, Vb alsmede artikel 3.87 Vb en paragraaf B1/6.2.2 Vc zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
Zie voor de verdere invulling van de ex nunc toets paragraaf C2/10.3.1.2 Vc.
|
||||
|
||||
##### 10.3.6. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van
|
||||
|
||||
De IND beoordeelt of er sprake is van een gevaar voor de openbare orde aan de hand van de voorwaarden van artikel 3.86, eerste tot en met het elfde lid, Vb, als de IND de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening.
|
||||
|
||||
Voor de invulling van de ex nunc toets wordt verwezen naar paragraaf C2/10.3.1.2 Vc.
|
||||
|
||||
##### 10.3.7. Gevaar voor de nationale veiligheid
|
||||
|
||||
Paragraaf B1/4.4 Vc onder ‘nationale veiligheid’ is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
#### 10.4. De grond voor verlening is komen te vervallen (
|
||||
|
||||
##### 10.4.1. Algemeen
|
||||
|
||||
De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in met terugwerkende kracht tot aan het moment dat de grond voor verlening is komen te vervallen.
|
||||
|
||||
###### 10.4.1.1. Ex tunc toets
|
||||
|
||||
Als de IND een intrekkingsprocedure start, omdat de grond voor verlening is komen te vervallen volgt er een ex tunc toets. In paragraaf C2/10.1.2 Vc is uitgelegd wat onder de ex tunc toets verstaan wordt. De IND verricht geen ex tunc toets als de grond voor verlening van de verblijfsvergunning asiel is komen te vervallen, omdat de vreemdeling vrijwillig is teruggekeerd naar het land van herkomst.
|
||||
|
||||
###### 10.4.1.2. Ex nunc toets
|
||||
|
||||
Als de grond voor verlening is komen te vervallen, verricht de IND altijd een ex nunc toets. In paragraaf C2/10.1.3 Vc is uitgelegd wat onder de ex nunc toetst verstaan wordt. De IND beoordeelt daarbij onder meer of de vreemdeling dwingende redenen als bedoeld in artikel 3.37g VV kan aanvoeren om te weigeren de bescherming in te roepen van het land waarvan hij de nationaliteit bezit of zijn gewone verblijfplaats bezat.
|
||||
|
||||
De IND verstaat onder ‘dwingende redenen’ als bedoeld in artikel 3.37g VV twee hieronder genoemde voorwaarden:
|
||||
|
||||
a. de vreemdeling is slachtoffer geweest van wandaden die (mede) hebben geleid tot het verlenen van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd; en
|
||||
b. de psychologische problematiek van de vreemdeling als gevolg van de wandaden en de positie waarin hij na terugkeer kan komen te verkeren staan aan terugkeer in de weg.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt de volgende daden als wandaden:
|
||||
|
|
@ -2332,73 +2483,134 @@ De IND beschouwt de volgende daden als wandaden:
|
|||
• verkrachting, ernstige mishandeling of foltering van de vreemdeling; en,
|
||||
• de vreemdeling was getuige van de gewelddadige dood, verkrachting, ernstige mishandeling of foltering van naaste familieleden.
|
||||
|
||||
De IND neemt aan dat de vreemdeling die geconfronteerd is met een dergelijke wandaad zich in een positie bevindt dat hij niet terug kan keren naar zijn land van herkomst als de daders van de wandaad ongestraft blijven in het land van herkomst. De IND beoordeelt hiertoe naar de huidige situatie of daders van de wandaad in het algemeen worden bestraft in het land van herkomst.
|
||||
De IND neemt aan dat de vreemdeling die geconfronteerd is met een dergelijke wandaad, zich in een positie bevindt dat hij niet terug kan keren naar zijn land van herkomst als de daders van de wandaad ongestraft blijven in het land van herkomst. De IND beoordeelt naar de huidige situatie of daders van de wandaad in het algemeen worden bestraft in het land van herkomst.
|
||||
|
||||
De IND geeft in paragraaf C7, Vc aan of een wijziging in de algemene situatie in (een deel van) een bepaald land een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft zoals bedoeld in artikel 3.37g, VV.
|
||||
##### 10.4.2. Wijziging in de algemene situatie in het land van herkomst
|
||||
|
||||
Het enkele feit dat een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw vrijwillig is teruggekeerd naar het land van herkomst is niet voldoende voor de IND om de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te trekken of niet te verlengen.
|
||||
De IND geeft in het landgebonden asielbeleid van hoofdstuk C7 Vc aan of een wijziging in de algemene situatie in (een deel van) een bepaald land een voldoende ingrijpend en niet-voorbijgaand karakter heeft zoals bedoeld in artikel 3.37g VV.
|
||||
|
||||
##### 10.4.3. Vrijwillige terugkeer naar het land van herkomst
|
||||
|
||||
Als de IND vaststelt dat een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw uit vrije wil is teruggekeerd naar zijn land van herkomst, nodigt de IND de vreemdeling uit om tijdens een gehoor uitleg te geven over de reden, bestemming, duur en verloop van zijn reis. Het is aan de vreemdeling om aannemelijk te maken dat hij ondanks zijn terugkeer naar het land van herkomst nog steeds in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel.
|
||||
|
||||
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, in onder toepassing van artikel 1C Vluchtelingenverdrag, indien een vreemdeling een paspoort van zijn land van herkomst aanvraagt en verkrijgt.
|
||||
Voor personen in het bezit van een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, tweede lid, Vw, zal terugkeer naar het land van herkomst geen gevolgen hebben voor de verleende verblijfsvergunning.
|
||||
|
||||
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, niet in, indien de vreemdeling met bewijsmiddelen onderbouwt dat artikel 1C Vluchtelingenverdrag niet van toepassing is.
|
||||
###### 10.4.3.1. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van
|
||||
|
||||
De IND beoordeelt of de internationale beschermingsstatus van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw, kan worden beëindigd omdat de grond voor verlening, zoals bedoeld in artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw, is komen te vervallen. Deze situatie doet zich voor als er geen aanvraag voor verlenging van de asielvergunning voor bepaalde tijd of verlening van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd is ingediend. De IND neemt aan dat door het niet tijdig indienen van een dergelijke aanvraag de vreemdeling niet langer internationale bescherming nodig heeft en dat de grondslag voor verlening is komen te vervallen. Als hier sprake van is brengt de IND een voornemen tot beëindiging van de beschermingsstatus uit, dat wordt verstuurd naar het laatst bekende adres. Als de vreemdeling niet op het voornemen reageert, beëindigt de IND de beschermingsstatus op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw.
|
||||
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, in onder toepassing van artikel 1C Vluchtelingenverdrag, als een vreemdeling een paspoort van zijn land van herkomst aanvraagt en verkrijgt.
|
||||
|
||||
Als de vreemdeling zich bij de IND meldt voordat het besluit tot beëindiging in rechte is komen vast te staan, beziet de IND of er aanleiding bestaat om het al uitgebrachte besluit te heroverwegen. Als de vreemdeling zich kenbaar maakt nadat het besluit tot beëindiging in rechte vast is komen te staan, en de vreemdeling stelt nog steeds internationale bescherming nodig te hebben, dan kan deze een nieuwe asielaanvraag indienen. De IND laat in dat geval niet-ontvankelijkverklaring als bedoeld in artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, Vw achterwege.
|
||||
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, niet in, als de vreemdeling met bewijsmiddelen onderbouwt dat artikel 1C Vluchtelingenverdrag niet van toepassing is.
|
||||
|
||||
De IND beoordeelt of een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw, kan worden ingetrokken als de vreemdeling uit Nederland is vertrokken. De IND gaat daarbij uit van het vervallen van de verleningsgrond:
|
||||
##### 10.4.4. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van
|
||||
|
||||
– indien aannemelijk is dat de vreemdeling Nederland heeft verlaten; en
|
||||
– uit de omstandigheden van het vertrek op voorhand duidelijk is dat de verleningsgrond is vervallen; of
|
||||
– De vreemdeling niet reageert op een informatieverzoek van de IND over zijn verblijfsplaats en of hij in dat licht nog internationale bescherming behoeft; of
|
||||
– Op basis van de reactie van de vreemdeling op vorenbedoeld informatieverzoek kan worden aangenomen dat de verleningsgrond is vervallen.
|
||||
De IND beoordeelt of de internationale beschermingsstatus van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw, kan worden beëindigd omdat de grond voor verlening, zoals bedoeld in artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw, is komen te vervallen. Deze situatie doet zich voor als:
|
||||
|
||||
De IND neemt in ieder geval aan dat de vreemdeling uit Nederland is vertrokken als:
|
||||
– de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a en b, Vw is verlopen; en
|
||||
– er geen aanvraag voor verlenging van de asielvergunning voor bepaalde tijd of verlening van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd is ingediend.
|
||||
|
||||
– De vreemdeling is uitgeschreven uit het BRP; of
|
||||
– De vreemdeling ingeschreven is in het RNI.
|
||||
De IND neemt aan dat door het niet (tijdig) indienen van een dergelijke aanvraag de vreemdeling niet langer internationale bescherming nodig heeft en dat de grondslag voor verlening is komen te vervallen. Als hier sprake van is brengt de IND een voornemen tot beëindiging van de beschermingsstatus uit. De IND stuurt het voornemen naar het laatst bekende adres. Als er sprake is van een buitenlands adres geldt hetgeen neergelegd in paragraaf C1/3.1.7 Vc. Als de vreemdeling niet op het voornemen reageert, beëindigt de IND de beschermingsstatus op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw.
|
||||
|
||||
Voor zover er door het vertrek uit Nederland niet op voorhand duidelijk is dat een intrekkingsgrond zich voordoet, stelt de IND de vreemdeling eerst in de gelegenheid informatie te verstrekken over zijn verblijfplaats en of hij nog bescherming behoeft. De IND stuurt hiertoe een brief naar het laatst bekende adres en stelt de vreemdeling daarbij in de gelegenheid te reageren binnen een uiterste termijn van tenminste twee weken.
|
||||
Als de vreemdeling zich bij de IND meldt, voordat het besluit tot beëindiging in rechte is komen vast te staan, beziet de IND of er aanleiding bestaat om het al uitgebrachte besluit te heroverwegen.
|
||||
|
||||
Indien de informatie niet leidt tot het oordeel dat de intrekking achterwege moet worden gelaten, brengt de IND een voornemen tot intrekking van de verblijfsvergunning uit, conform paragraaf C1/2.12 Vc. Als de reactie of het uitblijven daarvan daar aanleiding toe geeft, trekt de IND de verblijfsvergunning in op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw.
|
||||
De IND verwijst de vreemdeling naar het aanmeldcentrum voor het indienen van een nieuwe (opvolgende) asielaanvraag (zie paragraaf C1/4.6 Vc omtrent een verzoek tot heroverweging), als de vreemdeling:
|
||||
|
||||
Als de vreemdeling zich bij de IND meldt voordat het besluit tot intrekking in rechte is komen vast te staan, beziet de IND of er aanleiding bestaat om het al uitgebrachte intrekkingsbesluit te heroverwegen. Als de vreemdeling zich meldt nadat het besluit tot intrekking in rechte vast is komen te staan, en de vreemdeling stelt nog steeds internationale bescherming nodig te hebben, dan kan hij een nieuwe asielaanvraag indienen. Deze aanvraag zal niet niet-ontvankelijk worden verklaard als bedoeld in artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, Vw.
|
||||
– zich meldt bij de IND, nadat het besluit tot beëindiging in rechte vast is komen te staan;
|
||||
– stelt nog steeds internationale bescherming nodig te hebben.
|
||||
|
||||
De IND concludeert niet dat de grond voor verlening is komen te vervallen als bedoeld in artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw, alleen vanwege het feit dat de daders van de als traumatiserend aangemerkte gebeurtenis die aan de verlening van de verblijfsgunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening ten grondslag lag, zijn bestraft.
|
||||
De IND laat in dat geval niet-ontvankelijkverklaring als bedoeld in artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, Vw achterwege.
|
||||
|
||||
##### 10.4.5. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van
|
||||
|
||||
De IND beoordeelt of een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw, kan worden ingetrokken als de vreemdeling uit Nederland is vertrokken. De IND gaat daarbij uit van het vervallen van de verleningsgrond, als:
|
||||
|
||||
• aannemelijk is dat de vreemdeling Nederland heeft verlaten en uit de omstandigheden van het vertrek op voorhand duidelijk is dat de verleningsgrond is vervallen; of
|
||||
• de vreemdeling niet reageert op een informatieverzoek van de IND over zijn verblijfsplaats en of hij vanwege zijn vertrek nog internationale bescherming nodig heeft; of
|
||||
• op basis van de reactie van de vreemdeling op vorenbedoeld informatieverzoek kan worden aangenomen dat de verleningsgrond is vervallen.
|
||||
|
||||
De IND neemt in ieder geval aan dat de vreemdeling uit Nederland is vertrokken. als:
|
||||
|
||||
• de vreemdeling is uitgeschreven uit het BRP; of
|
||||
• de vreemdeling ingeschreven is in het RNI.
|
||||
|
||||
De IND stelt de vreemdeling in beginsel eerst in de gelegenheid informatie te verstrekken over zijn verblijfplaats en of hij nog bescherming nodig heeft. De IND stuurt hiertoe een brief naar het laatst bekende adres en stelt de vreemdeling daarbij in de gelegenheid te reageren binnen een termijn van tenminste twee weken. Als er sprake is van een buitenlands adres geldt hetgeen neergelegd in paragraaf C1/3.1.7 Vc.
|
||||
|
||||
Als de IND op basis van de verstrekte informatie oordeelt, dat de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingetrokken kan worden, dan brengt de IND een voornemen tot intrekking van de verblijfsvergunning uit, conform paragraaf C1/2.12 Vc. De IND trekt de verblijfsvergunning in op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw, als:
|
||||
|
||||
– de vreemdeling niet reageert op het voornemen; of
|
||||
– de zienswijze van de vreemdeling niet tot een ander oordeel leidt.
|
||||
|
||||
De IND beziet of er aanleiding bestaat om het al uitgebrachte intrekkingsbesluit te heroverwegen, als de vreemdeling zich bij de IND meldt, voordat het besluit tot intrekking in rechte is komen vast te staan.
|
||||
|
||||
De IND verwijst de vreemdeling naar het aanmeldcentrum voor het indienen van een nieuwe (opvolgende) asielaanvraag (zie paragraaf C1/4.6 Vc omtrent een verzoek tot heroverweging), als de vreemdeling:
|
||||
|
||||
– zich meldt bij de IND, nadat het besluit tot beëindiging in rechte vast is komen te staan; en
|
||||
– stelt nog steeds internationale bescherming nodig te hebben.
|
||||
|
||||
De IND laat in dat geval niet-ontvankelijkverklaring als bedoeld in artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, Vw achterwege.
|
||||
|
||||
##### 10.4.6. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van
|
||||
|
||||
De IND concludeert niet dat de grond voor verlening is komen te vervallen als bedoeld in artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw, alleen vanwege het feit dat de daders van de als traumatiserend aangemerkte gebeurtenis die aan de verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening ten grondslag lag, zijn bestraft.
|
||||
|
||||
Als de IND constateert dat in het land van herkomst een doeltreffend systeem voor opsporing, vervolging en bestraffing van daders van als traumatiserend aangemerkte gebeurtenissen aanwezig is, kan dit aanleiding geven voor de conclusie dat de grond voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening is komen te vervallen.
|
||||
|
||||
Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleent op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening intrekt op grond van artikel 32, eerste lid, onder c, Vw, wordt de verblijfsvergunning ingetrokken met terugwerkende kracht tot aan de ingangsdatum van het wijzigingsbesluit waarmee het categoriaal beschermingsbeleid is beëindigd.
|
||||
##### 10.4.7. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van
|
||||
|
||||
#### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd
|
||||
Als de vreemdeling in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die verleend is op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening intrekt op grond van artikel 32, eerste lid, onder c, Vw, dan trekt de IND de verblijfsvergunning in met terugwerkende kracht tot aan de ingangsdatum van het wijzigingsbesluit waarmee het categoriaal beschermingsbeleid is beëindigd.
|
||||
|
||||
##### 10.4.8. Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van
|
||||
|
||||
De IND concludeert dat de grond voor verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van artikel 29, tweede lid, Vw is komen te vervallen als bedoeld in artikel 32, eerste lid, aanhef en onder c, Vw, als de verblijfsvergunning asiel van de referent wordt of is ingetrokken. Hierbij past de IND de bepaling van artikel 3.106, eerste lid, Vb overeenkomstig toe.
|
||||
|
||||
#### 10.5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd (
|
||||
|
||||
##### 10.5.1. Algemeen
|
||||
|
||||
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in met terugwerkende kracht tot aan de datum waarop de verplaatsing van het hoofdverblijf uit Nederland kan worden vastgesteld. Deze intrekkingsgrond past de IND niet toe als de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet te herleiden is tot de internationale beschermingsstatus en dus niet te herleiden is tot de Kwalificatierichtlijn.
|
||||
|
||||
Voor de invulling van de term ‘hoofdverblijf’ zoals bedoeld in artikel 32, eerste lid, aanhef en onder d, Vw wordt verwezen naar paragraaf B1/6.2.1 Vc.
|
||||
|
||||
Als de vreemdeling in het bezit van een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw zijn hoofdverblijf verplaatst, beoordeelt de IND in het kader van de intrekkingsgrond ‘vervallen verleningsgrond’ of dit leidt tot intrekking van de verleende vergunning.
|
||||
Als de vreemdeling in het bezit van een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw zijn hoofdverblijf verplaatst, beoordeelt de IND in het kader van de intrekkingsgrond ‘vervallen verleningsgrond’, zie paragraaf C2/10.4.5 Vc, of dit leidt tot intrekking van de verleende vergunning.
|
||||
|
||||
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder d, Vw, als de vreemdeling op het moment van het beoordelen van de intrekking of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in zijn land een risico loopt op vervolging of ernstige schade.
|
||||
###### 10.5.1.1. Ex tunc toets
|
||||
|
||||
Als de IND een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt op grond van artikel 32, eerste lid, onder d, Vw, wordt de verblijfsvergunning ingetrokken met terugwerkende kracht tot aan de datum waarop de verplaatsing van het hoofdverblijf uit Nederland kon worden vastgesteld.
|
||||
Als de IND een intrekkingsprocedure start naar aanleiding van het verplaatsen van het hoofdverblijf buiten Nederland volgt er geen ex tunc toets.
|
||||
|
||||
#### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken
|
||||
###### 10.5.1.2. Ex nunc toets
|
||||
|
||||
De IND trekt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, verleend op grond van artikel 29, tweede lid, Vw in op grond van artikel 32, eerste lid, onder e Vw juncto artikel 3.106 Vb als de huwelijks- of gezinsband is verbroken.
|
||||
De IND verricht wel een ex nunc toets. In paragraaf C2/10.1.3 Vc is uitgelegd wat onder de ex nunc toetst verstaan wordt. De IND toets in hoeverre de vreemdeling de internationale bescherming van de Nederlandse staat (nog) nodig heeft.
|
||||
|
||||
De IND neemt aan dat de huwelijks- of gezinsband is verbroken in de situaties als opgesomd in paragrafen B7/3.1 en B7/3.2.1 van de Vc.
|
||||
#### 10.6. De huwelijks- of gezinsband is verbroken (
|
||||
|
||||
Voor het beoordelen van de feitelijke gezinsband tussen ouders en hun biologische kinderen wordt verwezen naar C2/4.1 Vc.
|
||||
##### 10.6.1. Algemeen
|
||||
|
||||
De IND kan de afgeleide verblijfsvergunning die is afgegeven op grond van artikel 29, tweede lid, Vw intrekken of de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur afwijzen, als de huwelijks- of gezinsband is verbroken als bedoeld in artikel 32, eerste lid, aanhef en onder e, Vw in samenhang met artikel 3.106 Vb.
|
||||
|
||||
De IND trekt de afgeleide verblijfsvergunning in beginsel in met terugwerkende kracht tot aan de vastgestelde datum, waarop de huwelijks- of gezinsband is verbroken.
|
||||
|
||||
De IND neemt aan dat de huwelijks- of gezinsband is verbroken in de situaties als opgesomd in paragrafen B7/3.1 Vc en B7/3.2.1 Vc.
|
||||
|
||||
Voor het beoordelen van de feitelijke gezinsband tussen ouders en hun biologische kinderen wordt verwezen naar paragraaf C2/4.1 Vc.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt de gezinsband tussen ouders en kinderen niet als verbroken als de nareizende gezinsleden wegens een tekort aan passende woonruimte noodgedwongen op een ander adres dan de referent worden gehuisvest.
|
||||
|
||||
Bij het verbreken van de gezinsband trekt de IND de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, tweede lid, Vw, in ieder geval niet in als:
|
||||
Bij het verbreken van de huwelijks- of gezinsband trekt de IND de verblijfsvergunning in ieder geval niet in of wijst de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur in ieder geval niet af als:
|
||||
|
||||
– een op het moment van de aanvraag minderjarig kind langer dan één jaar houder is van de afgeleide verblijfsvergunning in het kader van nareis bij zijn of haar ouder;
|
||||
– een op het moment van de aanvraag meerderjarig kind langer dan één jaar houder is van de afgeleide verblijfsvergunning in het kader van nareis bij de ouder(s); en
|
||||
– de ouder(s) langer dan één jaar houder zijn van de afgeleide verblijfsvergunning in het kader van nareis bij hun minderjarige kind.
|
||||
– het minderjarig of meerderjarig kind op het moment van het verbreken van de gezinsband langer dan één jaar houder is van de afgeleide verblijfsvergunning in het kader van nareis bij zijn of haar ouder(s); of
|
||||
– de ouder(s) op het moment van verbreken van de gezinsband langer dan één jaar houder zijn van de afgeleide verblijfsvergunning in het kader van nareis bij hun (minderjarige) kind; of
|
||||
– een situatie zoals bedoeld in artikel 3.106 Vb zich voordoet.
|
||||
|
||||
Indien de afgeleide verblijfsvergunning voor 1 januari 2014 is verleend en de feitelijke gezinsband is verbroken, wordt ingevolge artikel 3.106, vierde lid, Vb een aanvraag om verlenging van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet om die reden afgewezen.
|
||||
##### 10.6.2. Ex tunc toets
|
||||
|
||||
In paragraaf C2/10.1.2 Vc is uitgelegd wat onder de ex tunc toetst verstaan wordt. Als de IND een intrekkingsprocedure start vanwege de verbreking van de huwelijks- of gezinsband, dan verricht de IND een ex tunc toets.
|
||||
|
||||
##### 10.6.3. Ex nunc toets
|
||||
|
||||
In paragraaf C2/10.1.3 Vc is uitgelegd wat onder de ex nunc toetst verstaan wordt. Als er sprake is van deze intrekkingsgrond, beoordeelt de IND of de vreemdeling op grond van alle beschikbare en geloofwaardige gegevens op grond van artikel 29, eerste lid, Vw in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
|
||||
|
||||
##### 10.6.4. Overgangsrecht
|
||||
|
||||
Als de afgeleide verblijfsvergunning voor 1 januari 2014 is verleend en de huwelijks- of gezinsband is verbroken, dan wijst de IND op grond van artikel 3.106, vierde lid, Vb een aanvraag om verlenging van de verblijfsvergunning asiel om die reden niet af.
|
||||
|
||||
### 11. Rechtsmiddelen
|
||||
|
||||
|
|
@ -2536,41 +2748,53 @@ In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen, die gelden:
|
|||
|
||||
Deze beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de artikelen 33, 34, 35, 40, 41, 42, eerste lid, 44, vierde en vijfde lid, en 45 Vw, de artikelen 3.107a Vb, 3.108 Vb, 3.116, en 3.118 Vb, en de artikelen 3.41 en 3.47 VV.
|
||||
|
||||
### 2. Procedurele regels verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
|
||||
### 2. De procedure bij verlening van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
|
||||
|
||||
De vreemdeling moet de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd indienen voor de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afloopt. Als de vreemdeling na afloop van geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd geen aanvraag heeft ingediend start de IND een procedure om intrekking van de beschermingsstatus. Zie hiervoor C1/3 en C2/10.1 en C2/10.4 Vc.
|
||||
#### 2.1. Indiening aanvraag
|
||||
|
||||
De IND wijst een aanvraag om verlening van verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd af wanneer deze aanvraag meer dan zes maanden voor afloop van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is ingediend. Hierop maakt de IND een uitzondering als de vreemdeling op het moment van indienen van de aanvraag vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in artikel 8, aanhef en onder c, Vw.
|
||||
De vreemdeling moet de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd indienen voor de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afloopt. Als de vreemdeling na afloop van geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd geen aanvraag heeft ingediend, start de IND een procedure tot intrekking van de beschermingsstatus. Zie hiervoor de paragrafen C1/3, C2/10.1 en C2/10.4 Vc.
|
||||
|
||||
Als de vreemdeling de aanvraag voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd te vroeg indient, dan stuurt de IND de vreemdeling een brief dat de aanvraag te vroeg is ingediend. De IND doet de zaak dan niet inhoudelijk af, en de vreemdeling moet een nieuwe aanvraag doen.
|
||||
|
||||
Hierop maakt de IND een uitzondering als de vreemdeling op het moment van indienen van de aanvraag vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in artikel 8, aanhef en onder c, Vw.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 40 Vw kan de vreemdeling de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd niet eerder indienen dan vier weken voor de afloop van de geldigheidsduur van de aan hem verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
|
||||
|
||||
Als de vreemdeling de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd indient tussen de zes maanden en vier weken voor afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd dan bepaalt de IND de aanvraagdatum op vier weken voor afloop van deze verblijfsvergunning.
|
||||
|
||||
Als de aanvraag is ingediend voor afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel geldt conform artikel 44, derde lid, Vw als ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de dag dat de vreemdeling aan alle voorwaarden voor de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd voldoet.
|
||||
#### 2.2. Ingangsdatum verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
|
||||
|
||||
Als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is ingediend na afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verlengt de IND de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd tot de ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd als:
|
||||
Als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is ingediend voor afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd geldt conform artikel 44, vierde lid, Vw als ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de dag, dat de vreemdeling aan alle voorwaarden voor de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd voldoet. Verlening vindt echter niet eerder plaats dan met de dag waarop de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is aangevraagd.
|
||||
|
||||
• de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel is verlopen op of na 1 oktober 2018;
|
||||
Als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is ingediend na afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, geldt als ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de dag dat de vreemdeling aan alle voorwaarden voor de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd voldoet. De IND verlengt de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd tot de ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd als:
|
||||
|
||||
• de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verlopen op of na 1 oktober 2018;
|
||||
• er (nog) geen besluit tot beëindiging van de internationale beschermingsstatus is genomen;
|
||||
• het besluit tot beëindiging van de internationale beschermingsstatus op dat moment nog niet in rechte vaststaat; én
|
||||
• de vreemdeling aan alle voorwaarden voor de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd voldoet.
|
||||
|
||||
Als de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verlopen vóór 1 oktober 2018 geldt het recht zoals dat gold voor deze datum.
|
||||
#### 2.3. Overgangsrecht
|
||||
|
||||
De IND verleent direct een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd op grond van een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan de vreemdeling als aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
|
||||
Als de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verlopen vóór 1 oktober 2018 en:
|
||||
|
||||
• de beslissing op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is meer dan vijf jaar na het indienen van de aanvraag genomen;
|
||||
• de vreemdeling voldoet aan de voorwaarden voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd; en
|
||||
• de vreemdeling voldoet aan de voorwaarden voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd.
|
||||
– er (nog) geen besluit tot beëindiging van de internationale beschermingsstatus is genomen; of
|
||||
– het besluit tot beëindiging van de internationale beschermingsstatus op 1 oktober 2018 nog niet in rechte vaststond.
|
||||
|
||||
Dan geldt het recht zoals dat gold voor deze datum.
|
||||
|
||||
Voor de beleidsregels met betrekking tot het inburgeringsvereiste, waaronder de vrijstellings- en ontheffingsgronden, als bedoeld in artikel 3.107a Vb is paragraaf B9/8.1.2 Vc van overeenkomstige toepassing. Voor de bewijsmiddelen met betrekking tot het inburgeringsvereiste is paragraaf B9/20.1 Vc van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
Zie paragraaf C2/10 Vc met betrekking tot de verlenging van de geldigheidsduur, als de vreemdeling niet aan de voorwaarden van artikel 3.107a Vb voldoet.
|
||||
|
||||
#### 2.4. Arbeidsmarktaantekening
|
||||
|
||||
De IND vermeldt op de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist’.
|
||||
|
||||
#### 2.5. Verblijfsdocument
|
||||
|
||||
De IND reikt op grond van artikel 9 Vw het verblijfsdocument waaruit het rechtmatig verblijf blijkt uit aan het IND loket dat zich het dichtst bij de woon- of verblijfplaats van de vreemdeling bevindt.
|
||||
|
||||
Als de IND de vreemdeling direct een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd verleent, zonder dat de vreemdeling in het bezit is geweest van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, dan is artikel 29, tweede lid, Vw van toepassing.
|
||||
#### 2.6. Vervangen/vernieuwen verblijfsdocument
|
||||
|
||||
De vreemdeling kan een aanvraag indienen tot het vervangen of vernieuwen van het verblijfsdocument waaruit zijn rechtmatig verblijf blijkt om redenen als genoemd in artikel 4.22 Vb. De vreemdeling dient de aanvraag in bij een door de IND opgegeven postadres dat de IND via zijn website of het aanvraagformulier kenbaar maakt. De IND maakt op zijn website of op het aanvraagformulier eveneens kenbaar op welke wijze de vreemdeling de leges moet betalen. De vreemdeling dient de aanvraag in met het vereiste aanvraagformulier, dat bij de IND verkrijgbaar is.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2588,26 +2812,106 @@ Indien de afgeleide verblijfsvergunning voor 1 januari 2014 is verleend en de f
|
|||
|
||||
### 4. Intrekking verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
|
||||
|
||||
Paragraaf C2/10 Vc is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Als in hoofdstuk C5/4 gesproken wordt over het herbeoordelen van een verblijfsvergunning asiel wordt hieronder zowel de herbeoordeling in kader van het intrekken van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd als de afwijzing van de aanvraag van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd verstaan. Daar waar de beoordeling anders verloopt, wordt specifiek over intrekkingen of afwijzing aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd gesproken.
|
||||
|
||||
De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd in op grond van artikel 35, eerste lid, aanhef en onder b, Vw als wordt voldaan aan artikel 35, eerste lid, aanhef en onder b, Vw en aan artikel 3.86, eerste tot en met elfde lid, Vb. Als de IND de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd intrekt, beoordeelt de IND op grond van artikel 3.6b, aanhef en onder c, Vb ambtshalve, of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 EVRM.
|
||||
#### 4.1. Algemeen
|
||||
|
||||
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen die van toepassing zijn in aanvulling op artikel 35 Vw over de intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd.
|
||||
|
||||
##### 4.1.1. Evenredigheid van de intrekking
|
||||
|
||||
In artikel 35 Vw is beleidsruimte gelaten door op te nemen dat een verblijfsvergunning asiel kan worden ingetrokken of dat de verlengingsaanvraag kan worden afgewezen indien aan één van de genoemde intrekkings- en afwijzingsgronden is voldaan. Voor de inhoud van de toets wordt verwezen naar paragraaf C2/10.1.1 de inhoud daarvan is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
Wel wordt opgemerkt dat op grond van de kwalificatierichtlijn de intrekking op grond van onjuiste gegevens, paragraaf C5/5.4 Vc, imperatief is. Derhalve is hier geen discretionaire bevoegdheid om af te wijken van het beleid. Voor verblijfsvergunningen die zijn verleend op grond van artikel 29, tweede lid, Vw dan wel oudere verblijfsvergunningen waar geen sprake is van internationale bescherming als bedoeld in de Kwalificatierichtlijn zal de evenredigheidstoets onverkort gelden.
|
||||
|
||||
##### 4.1.2. Herbeoordeling verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd
|
||||
|
||||
De IND maakt een herbeoordeling van de verleende verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd als er signalen zijn dat zich mogelijk een intrekkingsgrond voordoet. De intrekkingsprocedure kan de volgende onderdelen bevatten:
|
||||
|
||||
a) of er een of meerdere gronden zijn om de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd in te trekken;
|
||||
b) toets naar de evenredigheid van de intrekking (zie paragraaf C5/4.1.1 Vc);
|
||||
c) of de vreemdeling op het moment van herbeoordeling in aanmerking komt voor internationale bescherming op grond van artikel 29, eerste lid, Vw (ex nunc, zie ook C2/10.1.4 Vc);
|
||||
d) of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 EVRM, conform artikel 3.6b, aanhef en onder c, Vb en of aan de vreemdeling uitstel van vertrek op grond van artikel 6.1e Vb moet worden gegeven (ambtshalve toets, zie ook C5/4.1.4 Vc).
|
||||
e) of er sprake is van een terugkeerbeletsel als bedoeld in A3/6.3 Vc en C2/10.3.2 Vc;
|
||||
f) of er redenen zijn om een inreisverbod op te leggen dan wel om de vreemdeling ongewenst te verklaren.
|
||||
|
||||
Als er meerdere intrekkingsgronden van toepassing zijn, trekt de IND de verblijfsvergunning in per datum van de intrekkingsgrond, die chronologisch het verst teruggrijpt in het verblijfsrecht. Uitzondering hierop is dat als het gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid één van de intrekkingsgronden is, dan vermeldt de IND die intrekkingsgrond subsidiair in het besluit (zie ook paragraaf C2/10.3, C5/4.3 Vc en C5/4.5 Vc).
|
||||
|
||||
##### 4.1.3. De ex tunc toets
|
||||
|
||||
Bij het intrekken van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd toetst de IND niet of er op het moment van verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ook een of meerdere andere grond(en) voor verlening als bedoeld in artikel 29, Vw van toepassing waren.
|
||||
|
||||
##### 4.1.4. De ex nunc toets
|
||||
|
||||
Paragraaf C2/10.1.4 Vc is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
##### 4.1.5. Ambtshalve toets
|
||||
|
||||
Paragraaf C2/10.1.5 Vc is van overeenkomstige toepassing. Alleen beoordeelt de IND bij een intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd niet ambtshalve of de vreemdeling op grond van artikel 3.6a Vb in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de in dit artikel genoemde beperkingen.
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.6b, aanhef en onder c, Vb beoordeelt de IND wel ambtshalve of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 EVRM.
|
||||
|
||||
##### 4.1.6. Intrekking verblijfsvergunning op aanvraag
|
||||
|
||||
Paragraaf C1/3.1.6 Vc is van overeenkomstige toepassing. Er vindt bij deze intrekkingsprocedure een inhoudelijke toets plaats, als bedoeld in paragraaf C5/4.1.1 tot en met 4.1.5 Vc plaats.
|
||||
|
||||
#### 4.2. De vreemdeling heeft onjuiste gegevens verstrekt of gegevens achtergehouden die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid (
|
||||
|
||||
##### 4.2.1. Algemeen
|
||||
|
||||
Paragraaf C2/10.2 Vc is met uitzondering van paragraaf C2/10.2.1.1 Vc van overeenkomstige toepassing. De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd op grond van artikel 35, eerste lid, aanhef en onder a, Vw in met terugwerkende kracht tot aan de ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
|
||||
|
||||
#### 4.3. De vreemdeling is bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis veroordeeld wegens een misdrijf waartegen een gevangenisstraf van drie jaren of meer is bedreigd, dan wel hem terzake de maatregel, bedoeld in
|
||||
|
||||
##### 4.3.1. Algemeen
|
||||
|
||||
De IND trekt een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd in met terugwerkende kracht tot aan de pleegdatum van het misdrijf, dat aanleiding geeft tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. Paragraaf C2/10.3 Vc is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
##### 4.3.2. Verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de internationale beschermingsstatus van toepassing is
|
||||
|
||||
De IND neemt in ieder geval aan dat op een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de internationale beschermingsstatus van toepassing is als:
|
||||
|
||||
• de verblijfsvergunning bij de inwerkingtreding van de Vw 2000 van rechtswege is aangemerkt als verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd wegens voorafgaande toelating als vluchteling; of
|
||||
• de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is verleend op basis van (voorafgaande aanspraken op) een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a dan wel b, Vw.
|
||||
|
||||
##### 4.3.3. Oorspronkelijke verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van
|
||||
|
||||
De IND beoordeelt of er sprake is van een gevaar voor de openbare orde aan de hand van de voorwaarden van artikel 3.86, eerste tot en met het elfde lid, Vb, als de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is verleend naar aanleiding van een oorspronkelijke verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c of d, Vw zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het herschikken van de gronden voor asielverlening. Wanneer de oorspronkelijke vergunning een vergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw was verleend, wordt dit gezien als nationale vergunning, en is er geen sprake van internationale bescherminsstatus zoals bedoeld in de Kwalificatierichtlijn.
|
||||
|
||||
Wanneer de oorspronkelijke vergunning een vergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw, of er sprake is van een vergunning verleend voor invoering van de Vreemdelingenwet 2000, wordt per geval bepaald of deze aan te merken is als een vergunning die valt onder de Kwalificatierichtlijn.
|
||||
|
||||
Voor de verdere toetsing is paragraaf C2/10.3.6 Vc van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
##### 4.3.4. Oorspronkelijke verblijfsverblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend is afgegeven op grond van
|
||||
|
||||
Paragraaf C2/10.3.5 Vc is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
#### 4.4. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd (
|
||||
|
||||
##### 4.4.1. Verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de internationale beschermingsstatus van toepassing is
|
||||
|
||||
De IND neemt in ieder geval aan dat op een vergunning voor onbepaalde tijd de Kwalificatierichtlijn van toepassing is als:
|
||||
|
||||
– de vergunning bij de inwerkingtreding van de Vw 2000 van rechtswege is aangemerkt als verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd wegens voorafgaande toelating als vluchteling; of
|
||||
– de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd is verleend op basis van (voorafgaande aanspraken op) een verblijfsgunning voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, aanhef en onder a dan wel b, Vw.
|
||||
• de vergunning bij de inwerkingtreding van de Vw 2000 van rechtswege is aangemerkt als verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd wegens voorafgaande toelating als vluchteling; of
|
||||
• de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd is verleend op basis van (voorafgaande aanspraken op) een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, aanhef en onder a dan wel b, Vw.
|
||||
|
||||
De IND beoordeelt of een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de Kwalificatierichtlijn van toepassing is, kan worden ingetrokken op grond van artikel 35, eerste lid, aanhef en onder c, Vw.
|
||||
De IND beoordeelt of een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de internationale beschermingsstatus van toepassing is kan worden ingetrokken op grond van artikel 35, eerste lid, aanhef en onder c, Vw.
|
||||
|
||||
De IND beoordeelt of er sprake is van verplaatsing hoofdverblijf overeenkomstig paragraaf C2/10.5 Vc.
|
||||
|
||||
De IND trekt de verblijfsvergunning alleen in op grond van verplaatsing hoofdverblijf:
|
||||
|
||||
– voor zover het verplaatsen van het hoofdverblijf een intrekkingsgrond in de zin van de Kwalificatierichtlijn oplevert; en
|
||||
– overeenkomstig paragraaf C2/10.4 Vc onder het kopje Verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef onder a en b, Vw, als de vreemdeling uit Nederland is vertrokken.
|
||||
• voor zover het verplaatsen van het hoofdverblijf een intrekkingsgrond in de zin van de internationale beschermingsstatus oplevert; en
|
||||
• paragraaf C2/10.4.5 Vc en C2/10.5 Vc zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
##### 4.4.2. Verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd waarop de Kwalificatierichtlijn niet van toepassing is
|
||||
|
||||
Paragraaf C2/10.5 Vc is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
#### 4.5. De vreemdeling vormt een gevaar voor de nationale veiligheid (
|
||||
|
||||
Paragraaf B1/4.4 Vc onder ‘nationale veiligheid’ is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
## C6. Verdrag inzake de verantwoordelijkheid voor vluchtelingen
|
||||
|
||||
### 1. Inleiding
|
||||
|
|
@ -2653,7 +2957,7 @@ De opbouw van de paragrafen van dit hoofdstuk wijkt af van de opbouw van de hoof
|
|||
|
||||
#### 2.1. Besluitmoratorium
|
||||
|
||||
Ten aanzien van Afghaanse vreemdelingen is sinds 26 augustus 2021 voor de duur van zes maanden een besluitmoratorium in de zin van artikel 43, eerste lid, Vw van toepassing.
|
||||
Ten aanzien van Afghaanse vreemdelingen is sinds 26 augustus 2021 een besluitmoratorium in de zin van artikel 43, eerste lid, Vw van toepassing.
|
||||
|
||||
#### 2.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
|
||||
|
||||
|
|
@ -2756,7 +3060,7 @@ Voor Afghanistan geldt in ieder geval dat:
|
|||
|
||||
#### 2.7. Vertrekmoratorium
|
||||
|
||||
Ten aanzien van Afghaanse vreemdelingen is sinds 26 augustus 2021 voor de duur van zes maanden een vertrekmoratorium in de zin van artikel 45, vierde lid, Vw van toepassing.
|
||||
Ten aanzien van Afghaanse vreemdelingen is sinds 26 augustus 2021 een vertrekmoratorium in de zin van artikel 45, vierde lid, Vw van toepassing.
|
||||
|
||||
#### 2.8. Bijzonderheden
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue