From 8b443d587099df0b30f4e95daa3ca6a04c1058b2 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 1 Jan 2010 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2010-01-01 | BWBR0012288 | Vreemdelingencirculaire 2000 (C) --- .../BWBR0012288/README.md | 725 ++++++++++++------ 1 file changed, 502 insertions(+), 223 deletions(-) diff --git a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md index 7e7887564ab..20564550569 100644 --- a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md +++ b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md @@ -22,11 +22,16 @@ Een asielaanvraag wordt, behoudens enkele uitzonderingen (zie C9/2), ingediend b ### 3. Geldigheidsduur -Op grond van artikel 3.105, eerste lid, Vb wordt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in beginsel verleend voor de duur van vijf jaar. Artikel 3.105, tweede lid, Vb geeft aan dat in het Vb gevallen kunnen worden aangewezen waarin de verblijfsvergunning voor minder dan vijf jaar wordt verleend, maar schrijft daarnaast voor dat indien de vergunning wordt verleend op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vb de verlening of verlenging minimaal voor drie jaar is en dat indien de vergunning wordt verleend op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw de verlening of verlenging minimaal voor één jaar is. Het Vb wijst vooralsnog geen gevallen aan waarin de geldigheidsduur korter dan vijf jaar is (voor de ingangsdatum zie C21/1.1). - -Aan de verblijfsvergunning zijn geen voorschriften verbonden. - -Nadat de vreemdeling vijf jaar rechtmatig verblijf heeft gehad op grond van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, komt hij op grond van artikel 34 Vw in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd, tenzij op het moment van verlopen van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd een van de weigeringsgronden van artikel 32 Vw zich voordoet (zie C7 en C16). +Op grond van artikel 3.105, eerste lid, Vb wordt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in beginsel verleend of verlengd voor de duur van vijf jaar. Artikel 3.105, tweede lid, Vb geeft aan dat in het Vb gevallen kunnen worden aangewezen waarin de verblijfsvergunning voor minder dan vijf jaar wordt verleend of verlengd, maar schrijft daarnaast voor dat indien de vergunning wordt verleend op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw de verlening of verlenging minimaal voor drie jaar is en dat indien de vergunning wordt verleend op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw de verlening of verlenging minimaal voor één jaar is. Het Vb wijst vooralsnog geen gevallen aan waarin de geldigheidsduur korter dan vijf jaar is (voor de ingangsdatum zie C21/1.1). + Aan de verblijfsvergunning zijn geen voorschriften verbonden. + + + Nadat de vreemdeling vijf jaar rechtmatig verblijf heeft gehad op grond van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, komt hij op grond van artikel 34 Vw in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd, tenzij op het moment van verlopen van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd een van de weigeringsgronden van artikel 32 Vw zich voordoet dan wel indien de vreemdeling het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 13 van de Wet inburgering, niet heeft behaald en daar niet van is vrijgesteld of ontheven (zie C7 en C16). + + + In plaats van een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd, kan de vreemdeling er ook voor kiezen een aanvraag voor verlenging van verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen. In de praktijk zal van deze mogelijkheid alleen gebruik worden gemaakt wanneer de vreemdeling het inburgeringsexamen niet heeft behaald en daar niet van is vrijgesteld of ontheven en om die reden niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. De vreemdeling komt in aanmerking voor verlenging van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, tenzij zich één van de weigeringsgronden van artikel 32 Vw voordoet. + +20092019224-12-200916-12-2009WBV2009/3020092019224-12-200916-12-2009WBV2009/3001-01-2010 ### 4. Arbeidsmarktaantekening @@ -1633,56 +1638,92 @@ De toepasselijkheid van de gronden waarop het verblijf kan worden beëindigd, wo #### 2.1. Algemeen Op grond van artikel 32, eerste lid, onder a, Vw kan de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd worden ingetrokken, dan wel kan de aanvraag voor verlenging ervan worden afgewezen, als de vreemdeling onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden, terwijl die gegevens tot afwijzing van de aanvraag tot verlenen of verlengen zouden hebben geleid. - -Intrekking op deze grond is op basis van artikel 3.105c, eerste lid, Vb en artikel 3.105f, eerste lid, Vb verplicht indien de verblijfsvergunning is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, onder a of b, Vw. - -Met de intrekking van de vergunning wordt nadrukkelijk niet beoogd enig leed toe te voegen. Zij is louter van reparatoire en niet van punitieve aard. Met de intrekking of niet-verlenging van de verblijfsvergunning op grond van het feit dat er bij de verlening of verlenging onjuiste gegevens zijn verstrekt, dan wel gegevens zijn achtergehouden, wordt dus slechts beoogd de situatie te herstellen zoals die rechtens zou zijn geweest indien wel de juiste gegevens zouden zijn verstrekt. Indien de vreemdeling onjuiste gegevens heeft verstrekt en de juiste gegevens niet bekend zijn, wordt geoordeeld op grond van de overige wel bekende en geloofwaardige gegevens. - -Het is niet vereist dat de vreemdeling de onjuiste gegevens zelf heeft verstrekt, dat hij op de hoogte was van de verstrekking van de onjuiste gegevens of dat hij daarmee heeft ingestemd. Opzet van de vreemdeling, of diens persoonlijke betrokkenheid in welke vorm dan ook, is evenmin vereist. Dergelijke factoren zijn immers niet relevant voor de vraag welke beslissing rechtens de juiste zou zijn geweest indien er geen onjuiste gegevens waren verstrekt en derhalve evenmin voor de vraag of de bestaande situatie moet worden gecorrigeerd door intrekking van de ten onrechte verleende vergunning. Het gaat er bij de intrekking uitsluitend om dat de situatie wordt hersteld naar de situatie zoals die had behoren te zijn. - -Onder het verstrekken van onjuiste gegevens wordt mede verstaan het overleggen van valse documenten als waren zij echt en onvervalst, voorzover die (mede) aanleiding hebben gegeven tot het nemen van een inwilligende beslissing. Indien op grond van dit feit wordt overgegaan tot strafrechtelijke vervolging kan het overleggen van valse documenten ook op grond van de openbare orde leiden tot weigering of intrekking van de vergunning. - -Het verstrekken van onjuiste gegevens dan wel achterhouden van gegevens kan voorts op velerlei manieren voorkomen. Voorbeelden zijn onder meer: - -a. het verzwijgen van eerder verblijf en eerdere aanvragen in andere Europese landen; -b. het afleggen van verklaringen die later onjuist blijken te zijn, terwijl deze aanleiding zijn geweest voor inwilliging; -c. het verzwijgen van strafrechtelijke gegevens (bijvoorbeeld buitenlandse strafvonnissen), terwijl deze tot afwijzing zouden hebben geleid; -d. het achterhouden van een paspoort bijvoorbeeld teneinde de legale uitreis of de afgiftedatum verborgen te houden en op grond hiervan aanleiding zou hebben bestaan om af te wijzen; -e. het verzwijgen van activiteiten die vallen onder artikel 1F Vluchtelingenverdrag (zie C4/3.11.3). - -Het verzwijgen van het verblijf in een ander Europees land, voordat de asielaanvraag in Nederland werd ingediend die leidde tot de verlening van de verblijfsvergunning, zal in alle gevallen tot een onderzoek leiden naar de vraag of de vergunning moet worden ingetrokken. Omdat het na verlening van de verblijfsvergunning niet meer mogelijk is om een vreemdeling alsnog te claimen bij de andere lidstaat op grond van de Verordening 343/2003 (de verantwoordelijkheid is reeds bij Nederland komen te liggen), wordt ex nunc getoetst of de vreemdeling – ondanks het verzwijgen van het verblijf – nog steeds in aanmerking komt voor bescherming op grond van artikel 29, eerste lid, onder a of b, Vw 2000. - -Het verzwijgen van het verblijf in een andere lidstaat kan achteraf twijfel zaaien over het asielrelaas, bijvoorbeeld omdat gestelde problemen zich blijken af te spelen op een moment dat betrokkene reeds in de andere lidstaat verbleef. In geval het asielrelaas alsnog ongeloofwaardig moet worden geacht, dan zal de vergunning worden ingetrokken op grond van het hebben verstrekt van onjuiste gegevens. - -Indien er is geconstateerd dat er sprake is van het verstrekken van onjuiste gegevens en er beoordeeld is dat er geen gronden voor verlening van een vergunning meer bestaan, dan wordt de verblijfsvergunning ingetrokken met terugwerkende kracht naar het eerste moment van verlening. Hiermee wordt de ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd bedoeld. + Intrekking op deze grond is op basis van artikel 3.105c, eerste lid, Vb en artikel 3.105f, eerste lid, Vb verplicht indien de verblijfsvergunning is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, onder a of b, Vw. + + + Met de intrekking of niet-verlenging van de vergunning wordt nadrukkelijk niet beoogd enig leed toe te voegen. Zij is louter van reparatoire en niet van punitieve aard. Met de intrekking of niet-verlenging van de verblijfsvergunning op grond van het feit dat er bij de verlening of verlenging onjuiste gegevens zijn verstrekt, dan wel gegevens zijn achtergehouden, wordt dus slechts beoogd de situatie te herstellen zoals die rechtens zou zijn geweest indien wel de juiste gegevens zouden zijn verstrekt. Indien de vreemdeling onjuiste gegevens heeft verstrekt en de juiste gegevens niet bekend zijn, wordt geoordeeld op grond van de overige wel bekende en geloofwaardige gegevens. + + + Het is niet vereist dat de vreemdeling de onjuiste gegevens zelf heeft verstrekt, dat hij op de hoogte was van de verstrekking van de onjuiste gegevens of dat hij daarmee heeft ingestemd. Opzet van de vreemdeling, of diens persoonlijke betrokkenheid in welke vorm dan ook, is evenmin vereist. Dergelijke factoren zijn immers niet relevant voor de vraag welke beslissing rechtens de juiste zou zijn geweest indien er geen onjuiste gegevens waren verstrekt en derhalve evenmin voor de vraag of de bestaande situatie moet worden gecorrigeerd door intrekking van de ten onrechte verleende vergunning. Het gaat er bij de intrekking of niet-verlenging uitsluitend om dat de situatie wordt hersteld naar de situatie zoals die had behoren te zijn. + + + Onder het verstrekken van onjuiste gegevens wordt mede verstaan het overleggen van valse documenten als waren zij echt en onvervalst, voorzover die (mede) aanleiding hebben gegeven tot het nemen van een inwilligende beslissing. Indien op grond van dit feit wordt overgegaan tot strafrechtelijke vervolging kan het overleggen van valse documenten ook op grond van de openbare orde leiden tot weigering of intrekking van de vergunning. + + + Het verstrekken van onjuiste gegevens dan wel achterhouden van gegevens kan voorts op velerlei manieren voorkomen. Voorbeelden zijn onder meer: + + + a. + het verzwijgen van eerder verblijf en eerdere aanvragen in andere Europese landen; + + + b. + het afleggen van verklaringen die later onjuist blijken te zijn, terwijl deze aanleiding zijn geweest voor inwilliging; + + + c. + het verzwijgen van strafrechtelijke gegevens (bijvoorbeeld buitenlandse strafvonnissen), terwijl deze tot afwijzing zouden hebben geleid; + + + d. + het achterhouden van een paspoort bijvoorbeeld teneinde de legale uitreis of de afgiftedatum verborgen te houden en op grond hiervan aanleiding zou hebben bestaan om af te wijzen; + + + e. + het verzwijgen van activiteiten die vallen onder artikel 1F Vluchtelingenverdrag (zie C4/3.11.3). + + + + + *Ad a.* + + + Het verzwijgen van het verblijf in een ander Europees land, voordat de asielaanvraag in Nederland werd ingediend die leidde tot de verlening van de verblijfsvergunning, zal in alle gevallen tot een onderzoek leiden naar de vraag of de vergunning moet worden ingetrokken. Omdat het na verlening van de verblijfsvergunning niet meer mogelijk is om een vreemdeling alsnog te claimen bij de andere lidstaat op grond van de Verordening 343/2003 (de verantwoordelijkheid is reeds bij Nederland komen te liggen), wordt ex nunc getoetst of de vreemdeling – ondanks het verzwijgen van het verblijf – nog steeds in aanmerking komt voor bescherming op grond van artikel 29, eerste lid, onder a of b, Vw 2000. + Het verzwijgen van het verblijf in een andere lidstaat kan achteraf twijfel zaaien over het asielrelaas, bijvoorbeeld omdat gestelde problemen zich blijken af te spelen op een moment dat betrokkene reeds in de andere lidstaat verbleef. In geval het asielrelaas alsnog ongeloofwaardig moet worden geacht, dan wordt de vergunning ingetrokken, dan wel de aanvraag voor verlenging ervan afgewezen, op grond van het hebben verstrekt van onjuiste gegevens. + + + Indien er is geconstateerd dat er sprake is van het verstrekken van onjuiste gegevens en er beoordeeld is dat er geen gronden voor verlening van een vergunning meer bestaan, dan wordt de verblijfsvergunning ingetrokken met terugwerkende kracht naar het eerste moment van verlening. Hiermee wordt de ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd bedoeld. Als de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd reeds is verstreken hoeft de vergunning voor bepaalde tijd niet middels een besluit te worden ingetrokken en kan worden volstaan met het niet-verlengen van de geldigheidsduur. + +20092019224-12-200916-12-2009WBV2009/3020092019224-12-200916-12-2009WBV2009/3001-01-2010 #### 2.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag blijkt alsnog van toepassing -Als achteraf wordt vastgesteld dat artikel 1F Vluchtelingenverdrag juncto artikel 31, tweede lid, onder k, Vw (zie C4/3.11.3) ten onrechte niet is toegepast, omdat de vreemdeling bij de aanvraag onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel de juiste gegevens heeft verzwegen, dient de verblijfsvergunning asiel te worden ingetrokken. Aanleiding voor een dergelijke vaststelling kan zijn gelegen in mededelingen van derden - voorzover er geen aanwijzingen zijn dat deze mededelingen zijn gedaan uit gevoelens van rivaliteit - of komen uit neutrale informatie die anderszins is binnengekomen. - -De vreemdeling wordt tijdens een gehoor met de uitkomsten van het onderzoek geconfronteerd door een gespecialiseerde ambtenaar van de IND, alvorens de voornemenprocedure van artikel 39 Vw wordt ingesteld. - -In de gevallen waarin tot intrekking wordt overgegaan omdat artikel 1F Vluchtelingenverdrag van toepassing blijkt, dient beoordeeld te worden of terugkeer naar het land van herkomst mogelijk is en geen schending oplevert van artikel 3 EVRM (zie C4/3.11.3.1). +Als achteraf wordt vastgesteld dat artikel 1F Vluchtelingenverdrag juncto artikel 31, tweede lid, onder k, Vw (zie C4/3.11.3) ten onrechte niet is toegepast, omdat de vreemdeling bij de aanvraag onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel de juiste gegevens heeft verzwegen, wordt de verblijfsvergunning asiel ingetrokken dan wel de aanvraag voor verlenging ervan afgewezen. Aanleiding voor een dergelijke vaststelling kan zijn gelegen in mededelingen van derden – voorzover er geen aanwijzingen zijn dat deze mededelingen zijn gedaan uit gevoelens van rivaliteit – of komen uit neutrale informatie die anderszins is binnengekomen. + + + De vreemdeling wordt tijdens een gehoor met de uitkomsten van het onderzoek geconfronteerd door een gespecialiseerde ambtenaar van de IND, alvorens de voornemenprocedure van artikel 39 Vw wordt ingesteld. + + + In de gevallen waarin tot intrekking of niet-verlenging wordt overgegaan omdat artikel 1F Vluchtelingenverdrag van toepassing blijkt, dient beoordeeld te worden of terugkeer naar het land van herkomst mogelijk is en geen schending oplevert van artikel 3 EVRM (zie C4/3.11.3.1). + +20092019224-12-200916-12-2009WBV2009/3020092019224-12-200916-12-2009WBV2009/3001-01-2010 ### 3. Gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid #### 3.1. Algemeen Op grond van artikel 32, eerste lid, onder b, Vw kan de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd worden ingetrokken, dan wel kan de aanvraag om verlenging ervan worden afgewezen, indien de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid. - -In artikel 3.105c, tweede lid, Vb zijn bijzondere bepalingen opgenomen voor het geval de verblijfsvergunning asiel is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw (zie C5/3.2). - -In artikel 3.105f, tweede lid, Vb zijn bijzondere bepalingen opgenomen voor het geval de verblijfsvergunning asiel is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw (zie C5/3.3). - -Indien de verblijfsvergunning is verleend op een van de andere gronden van artikel 29, eerste lid, Vw, wordt artikel 3.86 Vb overeenkomstig toegepast. - -Toepassing van de grond ‘gevaar voor de nationale veiligheid’ is niet afhankelijk van een strafrechtelijke veroordeling. Wel dienen er concrete aanwijzingen te zijn dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid. - -Bij het bestaan van concrete aanwijzingen dient in de eerste plaats te worden gedacht aan een ambtsbericht van de AIVD. In voorkomende gevallen kan echter ook worden uitgegaan van een ambtsbericht van onder andere (inter-)nationale ministeries of inlichtingendiensten. - -Intrekkingen op basis van openbare orde vinden plaats met terugwerkende kracht. De intrekkingsdatum is de pleegdatum van het delict. - -Voor de procedure voor het intrekken van een verblijfsvergunning asiel, zie C17. + + + In artikel 3.105c, tweede lid, Vb zijn bijzondere bepalingen opgenomen voor het geval de verblijfsvergunning asiel is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw (zie C5/3.2). + + + In artikel 3.105f, tweede lid, Vb zijn bijzondere bepalingen opgenomen voor het geval de verblijfsvergunning asiel is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw (zie C5/3.3). + Indien de verblijfsvergunning is verleend op een van de andere gronden van artikel 29, eerste lid, Vw, wordt artikel 3.86 Vb overeenkomstig toegepast. + + + Toepassing van de grond ‘gevaar voor de nationale veiligheid’ is niet afhankelijk van een strafrechtelijke veroordeling. Wel dienen er concrete aanwijzingen te zijn dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid. + + + Bij het bestaan van concrete aanwijzingen dient in de eerste plaats te worden gedacht aan een ambtsbericht van de AIVD. In voorkomende gevallen kan echter ook worden uitgegaan van een ambtsbericht van onder andere (inter-)nationale ministeries of inlichtingendiensten. + + + Intrekkingen op basis van openbare orde vinden plaats met terugwerkende kracht. De intrekkingsdatum is de pleegdatum van het delict. Als de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd reeds is verstreken kan worden volstaan met het niet verlengen ervan. + + + Voor de procedure voor het intrekken van een verblijfsvergunning asiel, zie C17. + +20092019224-12-200916-12-2009WBV2009/3020092019224-12-200916-12-2009WBV2009/3001-01-2010 #### 3.2. Als de vreemdeling verdragsvluchteling is @@ -1730,50 +1771,98 @@ Indien de situatie in het land van herkomst ongewijzigd is en de vreemdeling ald #### 3.3. Vergunningen op grond van -Op grond van artikel 3.105f, tweede lid, Vb wordt de verblijfsvergunning die is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw ingetrokken op grond van artikel 32, eerste lid, onder b, Vw, indien er ernstige redenen zijn om aan te nemen dat: - -a. de vreemdeling een misdrijf tegen de vrede, een oorlogsmisdrijf of een misdrijf tegen de menselijkheid heeft gepleegd, zoals gedefinieerd in de internationale instrumenten waarmee wordt beoogd regelingen te treffen ten aanzien van dergelijke misdrijven; -b. de vreemdeling een ernstig misdrijf heeft gepleegd; -c. de vreemdeling zich schuldig heeft gemaakt aan daden die in strijd zijn met de doelstellingen en beginselen van de VN als vervat in de preambule en de artikelen 1 en 2 van het Handvest van de VN; -d. de vreemdeling een gevaar vormt voor de gemeenschap of de nationale veiligheid; of -e. de vreemdeling heeft aangezet tot of anderszins heeft deelgenomen aan de onder a tot en met c vermelde misdrijven of daden. - -*Ad a.* - -Deze intrekkingsgrond komt overeen met de in artikel 1F, onder a, Vluchtelingenverdrag (zie C4/3.11.3.2) genoemde misdrijven. Met eerdergenoemde internationale instrumenten worden met name bedoeld het Handvest van het Internationaal Militair Tribunaal van 8 augustus 1945 (Neurenberg-Handvest) en het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof van 17 juli 1998. - -*Ad b.* - -Er is sprake van een ernstig misdrijf indien: - -1. de vreemdeling is veroordeeld tot een gevangenisstraf, of aan hem een vrijheidsbenemende maatregel is opgelegd; -2. het onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen gedeelte van de straffen of maatregelen in totaal: - -• ten minste 18 maanden bedraagt, dan wel -• de norm genoemd in de glijdende schaal (zie artikel 3.86, tweede lid, Vb) bedraagt, voorzover die norm op grond van de verblijfsduur van de vreemdeling uitstijgt boven die 18 maanden; en -3. tenminste één van de veroordelingen betrekking heeft op een misdrijf dat naar zijn aard een gevaar voor de gemeenschap oplevert, zoals drugs-, zeden- en geweldsmisdrijven, brandstichting, mensenhandel, illegale handel in wapens, munitie en explosieven en illegale handel in menselijke organen en weefsels. - -Het is niet vereist dat de uitspraak waarbij de vreemdeling is veroordeeld wegens een misdrijf onherroepelijk is geworden. - -*Ad c.* - -Deze intrekkingsgrond komt overeen met de handelingen, bedoeld in artikel 1F, onder c, Vluchtelingenverdrag. - -*Ad d.* - -Of hiervan sprake is, zal aan de hand van de concrete omstandigheden van het geval moeten worden beoordeeld, zie B1/4.4 en C5/3.1. - -Onder gevaar voor de gemeenschap of de nationale veiligheid wordt ook verstaan de situatie waarin het verlenen van een verblijfsvergunning zou betekenen dat Nederland zou verworden tot een gastland van mensen die elders de publieke rechtsorde ernstig schokten door daden die ook naar Nederlands recht zware misdrijven zouden opleveren. - -*Ad e.* - -Of hiervan sprake is, wordt aan de hand van de concrete omstandigheden van het geval beoordeeld. - -*Risico bij terugkeer* - -Gezien de terminologie van artikel 3.105f, tweede lid, Vb, betreft het hier een verplichte intrekkingsgrond. In zaken waarin de verblijfsvergunning asiel, die is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw, wordt ingetrokken vanwege openbare-ordeaspecten, wordt nagegaan of terugkeer naar het land van herkomst mogelijk is. Indien de situatie in het land van herkomst gewijzigd is, waardoor het risico voor de vreemdeling is verdwenen, is terugzending mogelijk. - -Indien de situatie in het land van herkomst ongewijzigd is en de vreemdeling aldaar nog immer risico loopt, is terugzending niet toegestaan op grond van artikel 3 EVRM. In dat geval wordt de asielvergunning toch ingetrokken, zonder dat de asielzoeker wordt uitgezet. C4/3.11.1.4 is van overeenkomstige toepassing. +Op grond van artikel 3.105f, tweede lid, Vb wordt de verblijfsvergunning die is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw ingetrokken dan wel de aanvraag om verlenging ervan afgewezen op grond van artikel 32, eerste lid, onder b, Vw, indien er ernstige redenen zijn om aan te nemen dat: + + + a. + de vreemdeling een misdrijf tegen de vrede, een oorlogsmisdrijf of een misdrijf tegen de menselijkheid heeft gepleegd, zoals gedefinieerd in de internationale instrumenten waarmee wordt beoogd regelingen te treffen ten aanzien van dergelijke misdrijven; + + + b. + de vreemdeling een ernstig misdrijf heeft gepleegd; + + + c. + de vreemdeling zich schuldig heeft gemaakt aan daden die in strijd zijn met de doelstellingen en beginselen van de VN als vervat in de preambule en de artikelen 1 en 2 van het Handvest van de VN; + + + d. + de vreemdeling een gevaar vormt voor de gemeenschap of de nationale veiligheid; of + + + e. + de vreemdeling heeft aangezet tot of anderszins heeft deelgenomen aan de onder a tot en met c vermelde misdrijven of daden. + + + + + *Ad a.* + + + Deze intrekkingsgrond komt overeen met de in artikel 1F, onder a, Vluchtelingenverdrag (zie C4/3.11.3.2) genoemde misdrijven. Met eerdergenoemde internationale instrumenten worden met name bedoeld het Handvest van het Internationaal Militair Tribunaal van 8 augustus 1945 (Neurenberg-Handvest) en het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof van 17 juli 1998. + + + *Ad b.* + + + Er is sprake van een ernstig misdrijf indien: + + + 1. + de vreemdeling is veroordeeld tot een gevangenisstraf, of aan hem een vrijheidsbenemende maatregel is opgelegd; + + + 2. + het onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen gedeelte van de straffen of maatregelen in totaal: + + + • + ten minste 18 maanden bedraagt, dan wel + + + • + de norm genoemd in de glijdende schaal (zie artikel 3.86, tweede lid, Vb) bedraagt, voorzover die norm op grond van de verblijfsduur van de vreemdeling uitstijgt boven die 18 maanden; en + + + + + 3. + tenminste één van de veroordelingen betrekking heeft op een misdrijf dat naar zijn aard een gevaar voor de gemeenschap oplevert, zoals drugs-, zeden- en geweldsmisdrijven, brandstichting, mensenhandel, illegale handel in wapens, munitie en explosieven en illegale handel in menselijke organen en weefsels. + + + + + Het is niet vereist dat de uitspraak waarbij de vreemdeling is veroordeeld wegens een misdrijf onherroepelijk is geworden. + + + *Ad c.* + + + Deze intrekkings-/weigeringsgrond komt overeen met de handelingen, bedoeld in artikel 1F, onder c, Vluchtelingenverdrag. + + + *Ad d.* + + + Of hiervan sprake is, zal aan de hand van de concrete omstandigheden van het geval moeten worden beoordeeld, zie B1/4.4 en C5/3.1. + Onder gevaar voor de gemeenschap of de nationale veiligheid wordt ook verstaan de situatie waarin het verlenen of verlengen van een verblijfsvergunning zou betekenen dat Nederland zou verworden tot een gastland van mensen die elders de publieke rechtsorde ernstig schokten door daden die ook naar Nederlands recht zware misdrijven zouden opleveren. + + + *Ad e.* + + + Of hiervan sprake is, wordt aan de hand van de concrete omstandigheden van het geval beoordeeld. + + + *Risico bij terugkeer* + + + Gezien de terminologie van artikel 3.105f, tweede lid, Vb, betreft het hier een verplichte intrekkings-/weigeringsgrond. In zaken waarin de verblijfsvergunning asiel, die is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw, wordt ingetrokken dan wel de aanvraag voor verlenging ervan afgewezen vanwege openbare-ordeaspecten, wordt nagegaan of terugkeer naar het land van herkomst mogelijk is. Indien de situatie in het land van herkomst gewijzigd is, waardoor het risico voor de vreemdeling is verdwenen, is terugzending mogelijk. + + + Indien de situatie in het land van herkomst ongewijzigd is en de vreemdeling aldaar nog immer risico loopt, is terugzending niet toegestaan op grond van artikel 3 EVRM. In dat geval wordt de asielvergunning toch ingetrokken dan wel de aanvraag voor verlenging ervan afgewezen, zonder dat de asielzoeker wordt uitgezet. C4/3.11.1.4 is van overeenkomstige toepassing. + +20092019224-12-200916-12-2009WBV2009/3020092019224-12-200916-12-2009WBV2009/3001-01-2010 #### 3.4. Vergunningen verleend op de overige gronden @@ -1802,15 +1891,21 @@ Intrekking vindt plaats met ingang van het moment waarop de inwilligingsgrond is #### 4.2. Vrijwillige terugkeer naar het land van herkomst -Indien blijkt dat een houder van een verblijfsvergunning asiel is teruggekeerd naar het land van herkomst kan dit reden zijn om het verblijf te beëindigen. - -Het doel van de verblijfsvergunning asiel, die is verleend op één van de gronden van artikel 29, eerste lid, onder a tot en met d, Vw, is een persoon te beschermen tegen onverantwoorde risico's bij terugkeer naar het land van herkomst of tegen terugkeer die van bijzondere hardheid zou zijn in verband met de algehele situatie aldaar. Indien een persoon, die in het bezit is van de hier bedoelde vergunning, uit eigen vrije wil terugkeert naar zijn land van herkomst en vervolgens terugreist, bestaat aanleiding te veronderstellen dat hij bij terugkeer geen onverantwoorde risico's zal lopen en dat de terugkeer niet van onevenredige hardheid is. - -In het geval de vreemdeling verdragsvluchteling is, wordt artikel 1C Vluchtelingenverdrag toegepast (zie C5/4.3). - -Het enkele feit dat iemand met gebruikmaking van een door de Nederlandse autoriteiten verstrekt vluchtelingenpaspoort is teruggekeerd naar zijn land van herkomst, is op zichzelf niet voldoende om deze grond voor intrekking toepasbaar te achten. De vreemdeling dient daarom te worden gehoord omtrent de redenen van zijn terugkeer, alsmede over de bestemming, de duur en het verloop van de reis. Indien de vreemdeling is teruggekeerd zal echter, gelet op het feit dat hij heeft verklaard dat hij dat land heeft verlaten uit gegronde vrees voor vervolging, niet snel worden aangenomen dat hij een aanvaardbare reden heeft gehad om terug te keren. - -Terugkeer naar het land van herkomst kan tevens reden zijn om aan te nemen dat de vreemdeling tijdens zijn asielprocedure onjuiste gegevens heeft verstrekt of de juiste gegevens heeft achtergehouden (zie C5/2). +Indien blijkt dat een houder van een verblijfsvergunning asiel is teruggekeerd naar het land van herkomst kan dit reden zijn om de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te trekken dan wel de aanvraag voor verlenging van de geldigheidsduur ervan af te wijzen. + + + Het doel van de verblijfsvergunning asiel, die is verleend op één van de gronden van artikel 29, eerste lid, onder a tot en met d, Vw, is een persoon te beschermen tegen onverantwoorde risico's bij terugkeer naar het land van herkomst of tegen terugkeer die van bijzondere hardheid zou zijn in verband met de algehele situatie aldaar. Indien een persoon, die in het bezit is van de hier bedoelde vergunning of na het verstrijken van de geldigheidsduur ervan een aanvraag voor verlenging heeft ingediend, uit eigen vrije wil terugkeert naar zijn land van herkomst en vervolgens terugreist, bestaat aanleiding te veronderstellen dat hij bij terugkeer geen onverantwoorde risico's zal lopen en dat de terugkeer niet van onevenredige hardheid is. + + + In het geval de vreemdeling verdragsvluchteling is, wordt artikel 1C Vluchtelingenverdrag toegepast (zie C5/4.3). + + + Het enkele feit dat iemand met gebruikmaking van een door de Nederlandse autoriteiten verstrekt vluchtelingenpaspoort is teruggekeerd naar zijn land van herkomst, is op zichzelf niet voldoende om deze grond voor intrekking/weigering toepasbaar te achten. De vreemdeling dient daarom te worden gehoord omtrent de redenen van zijn terugkeer, alsmede over de bestemming, de duur en het verloop van de reis. Indien de vreemdeling is teruggekeerd zal echter, gelet op het feit dat hij heeft verklaard dat hij dat land heeft verlaten uit gegronde vrees voor vervolging, niet snel worden aangenomen dat hij een aanvaardbare reden heeft gehad om terug te keren. + + + Terugkeer naar het land van herkomst kan tevens reden zijn om aan te nemen dat de vreemdeling tijdens zijn asielprocedure onjuiste gegevens heeft verstrekt of de juiste gegevens heeft achtergehouden (zie C5/2). + +20092019224-12-200916-12-2009WBV2009/3020092019224-12-200916-12-2009WBV2009/3001-01-2010 #### 4.3. Ex-verdragsvluchtelingen @@ -1831,84 +1926,150 @@ De omstandigheid dat een verdragsvluchteling voor kortere of langere tijd is ter Ook indien de vreemdeling een nationaal paspoort van zijn land van herkomst aanvraagt en verkrijgt, wordt er verondersteld, bij afwezigheid van bewijs van het tegendeel, dat er aanleiding is voor toepassing van artikel 1C Vluchtelingenverdrag en over te gaan tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel (zie paragrafen 121 tot en met 123 UNHCR-handboek). -##### 4.3.1. Algemeen - -Op grond van artikel 3.105c, eerste lid, Vb wordt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw ingetrokken als de grond voor verlening is komen te vervallen. Hiervan is sprake indien artikel 1C, 1D, 1E of 1F Vluchtelingenverdrag van toepassing is. - -##### 4.3.2. Artikel 1C Vluchtelingenverdrag +##### 4.3.1. Artikel 1C Vluchtelingenverdrag Ingevolge artikel 1C Vluchtelingenverdrag houdt het Verdrag op van toepassing te zijn op elke persoon die valt onder de bepalingen van artikel 1A, indien: + + + 1. + hij vrijwillig wederom de bescherming inroept van het land waarvan hij de nationaliteit bezit; + + + 2. + hij vrijwillig de nationaliteit heeft herkregen in het geval hij deze verloren had; + + + 3. + hij een nieuwe nationaliteit heeft verworven en de bescherming van dit land geniet; + + + 4. + hij zich vrijwillig opnieuw heeft gevestigd in het land dat hij had verlaten of waarbuiten hij uit vrees voor vervolging verblijf hield; + + + 5. + hij, omdat de omstandigheden die ten grondslag lagen aan zijn erkenning als vluchteling niet meer aanwezig zijn, niet meer kan weigeren zich onder de bescherming te stellen van het land waarvan hij de nationaliteit bezit; + + + 6. + diegene zonder nationaliteit, omdat de omstandigheden die ten grondslag lagen aan zijn erkenning als vluchteling niet meer aanwezig zijn, niet meer kan weigeren zich onder de bescherming te stellen van het land waar hij zijn gebruikelijke verblijfplaats had. + + + + + Punten 5 en 6 zijn echter niet van toepassing op een vluchteling die dwingende redenen, voortvloeiende uit vroegere vervolging, kan aanvoeren om te weigeren de bescherming in te roepen van het land waarvan hij de nationaliteit bezit (punt 5) dan wel om te weigeren naar het land waar hij vroeger zijn gewone verblijfplaats had, terug te keren (punt 6). + + + In alle gevallen als bedoeld in artikel 1C Vluchtelingenverdrag houdt het Verdrag van rechtswege op van toepassing te zijn op de vreemdeling, met andere woorden de *erkenning* als vluchteling vervalt in die gevallen van rechtswege. Dit geldt echter niet voor de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning: daarvoor is een expliciet besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning nodig. Indien de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd reeds is verstreken ten tijde van het indienen van de aanvraag tot verlenging van de geldigheidsduur daarvan of de geldigheidsduur daarvan verstrijkt tijdens de procedure om verlenging van de geldigheidsduur is intrekken van de vergunning niet opportuun en kan in beginsel worden volstaan met het afwijzen van de aanvraag tot verlenging van de geldigheidsduur. + + + *Vrijwillige terugkeer naar het land van herkomst* + + + De omstandigheid dat een verdragsvluchteling voor kortere of langere tijd is teruggekeerd naar zijn land van herkomst kan tot de conclusie leiden dat er aanleiding is voor de toepassing van artikel 1C Vluchtelingenverdrag en dat aanleiding bestaat het verblijf in Nederland op basis van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te beëindigen dan wel de aanvraag voor verlenging ervan af te wijzen. + + + Ook indien de vreemdeling een nationaal paspoort van zijn land van herkomst aanvraagt en verkrijgt, wordt er verondersteld, bij afwezigheid van bewijs van het tegendeel, dat er aanleiding is voor toepassing van artikel 1C Vluchtelingenverdrag en over te gaan tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel dan wel de aanvraag voor verlenging ervan af te wijzen (zie paragrafen 121 tot en met 123 UNHCR-handboek). + +20092019224-12-200916-12-2009WBV2009/3020092019224-12-200916-12-2009WBV2009/3001-01-2010 -1. hij vrijwillig wederom de bescherming inroept van het land waarvan hij de nationaliteit bezit; -2. hij vrijwillig de nationaliteit heeft herkregen in het geval hij deze verloren had; -3. hij een nieuwe nationaliteit heeft verworven en de bescherming van dit land geniet; -4. hij zich vrijwillig opnieuw heeft gevestigd in het land dat hij had verlaten of waarbuiten hij uit vrees voor vervolging verblijf hield; -5. hij, omdat de omstandigheden die ten grondslag lagen aan zijn erkenning als vluchteling niet meer aanwezig zijn, niet meer kan weigeren zich onder de bescherming te stellen van het land waarvan hij de nationaliteit bezit; -6. diegene zonder nationaliteit, omdat de omstandigheden die ten grondslag lagen aan zijn erkenning als vluchteling niet meer aanwezig zijn, niet meer kan weigeren zich onder de bescherming te stellen van het land waar hij zijn gebruikelijke verblijfplaats had. +##### 4.3.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag -Punten 5 en 6 zijn echter niet van toepassing op een vluchteling die dwingende redenen, voortvloeiende uit vroegere vervolging, kan aanvoeren om te weigeren de bescherming in te roepen van het land waarvan hij de nationaliteit bezit (punt 5) dan wel om te weigeren naar het land waar hij vroeger zijn gewone verblijfplaats had, terug te keren (punt 6). - -In alle gevallen als bedoeld in artikel 1C Vluchtelingenverdrag houdt het Verdrag van rechtswege op van toepassing te zijn op de vreemdeling, met andere woorden de erkenning als vluchteling vervalt in die gevallen van rechtswege. Dit geldt echter niet voor de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning: daarvoor is een expliciet besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning nodig. - -De omstandigheid dat een verdragsvluchteling voor kortere of langere tijd is teruggekeerd naar zijn land van herkomst kan tot de conclusie leiden dat er aanleiding is voor de toepassing van artikel 1C Vluchtelingenverdrag en dat aanleiding bestaat het verblijf in Nederland op basis van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te beëindigen. - -Ook indien de vreemdeling een nationaal paspoort van zijn land van herkomst aanvraagt en verkrijgt, wordt er verondersteld, bij afwezigheid van bewijs van het tegendeel, dat er aanleiding is voor toepassing van artikel 1C Vluchtelingenverdrag en over te gaan tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel (zie paragrafen 121 tot en met 123 UNHCR-handboek). +Indien na de verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw blijkt dat artikel 1F Vluchtelingenverdrag van toepassing is, wordt deze verblijfsvergunning op grond van artikel 3.105c, eerste lid, Vb ingetrokken dan wel de aanvraag voor verlenging ervan afgewezen op grond van het feit dat het Vluchtelingenverdrag niet van toepassing is op de vreemdeling. + + + Aangezien in deze gevallen achteraf is gebleken dat het Vluchtelingenverdrag niet van toepassing is geweest, vindt intrekking plaats met ingang van de dag waarop de verblijfsvergunning van kracht werd. Als de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd reeds is verstreken hoeft de vergunning voor bepaalde tijd in beginsel niet te worden ingetrokken en kan worden volstaan met het niet verlengen ervan. + +20092019224-12-200916-12-2009WBV2009/3020092019224-12-200916-12-2009WBV2009/3001-01-2010 ##### 4.3.3. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag -Indien na de verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw blijkt dat artikel 1F Vluchtelingenverdrag van toepassing is, wordt deze verblijfsvergunning op grond van artikel 3.105c, eerste lid, Vb ingetrokken op grond van het feit dat het Vluchtelingenverdrag niet van toepassing is op de vreemdeling. - -Aangezien in deze gevallen achteraf is gebleken dat het Vluchtelingenverdrag niet van toepassing is geweest, vindt intrekking plaats met ingang van de dag waarop de verblijfsvergunning van kracht werd. +20092019224-12-200916-12-2009WBV2009/3020092019224-12-200916-12-2009WBV2009/3001-01-2010 #### 4.4. Verblijf op grond van -Op grond van artikel 3.105f, eerste lid, Vb wordt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw ingetrokken als de grond voor verlening is komen te vervallen. Dit is het geval als in een individueel geval is vastgesteld dat de vreemdeling geen gegronde redenen meer heeft om aan te nemen dat hij bij uitzetting een reëel risico loopt om te worden onderworpen aan een behandeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder b, Vw. - -Hiervan kan onder meer sprake zijn als de vreemdeling behoort tot een bevolkingsgroep die eerder werd aangemerkt als kwetsbare minderheidsgroep (zie C2/3.1.3), maar ten aanzien waarvan is besloten de aanwijzing als kwetsbare minderheidsgroep te beëindigen. Het besluit om een bevolkingsgroep niet langer aan te merken als kwetsbare minderheidsgroep wordt opgenomen in C24. Artikel 37e VV is van toepassing. - -Het gaat hier om een individueel intrekkingsbesluit, waarbij steeds de vraag wordt betrokken of de vreemdeling om een andere reden in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel. +Op grond van artikel 3.105f, eerste lid, Vb wordt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw ingetrokken dan wel de aanvraag voor verlenging ervan afgewezen als de grond voor verlening is komen te vervallen. Dit is het geval als in een individueel geval is vastgesteld dat de vreemdeling geen gegronde redenen meer heeft om aan te nemen dat hij bij uitzetting een reëel risico loopt om te worden onderworpen aan een behandeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder b, Vw. + + + Hiervan kan onder meer sprake zijn als de vreemdeling behoort tot een bevolkingsgroep die eerder werd aangemerkt als kwetsbare minderheidsgroep (zie C2/3.1.3), maar ten aanzien waarvan is besloten de aanwijzing als kwetsbare minderheidsgroep te beëindigen. Het besluit om een bevolkingsgroep niet langer aan te merken als kwetsbare minderheidsgroep wordt opgenomen in C24. Artikel 37e VV is van toepassing. + Het gaat hier om een individueel besluit, waarbij steeds de vraag wordt betrokken of de vreemdeling om een andere reden in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel. + +20092019224-12-200916-12-2009WBV2009/3020092019224-12-200916-12-2009WBV2009/3001-01-2010 #### 4.5. Verblijf op grond van het traumatabeleid -De intrekking op grond van artikel 32, eerste lid, onder c, Vw van een verblijfsvergunning asiel die is verleend op grond van het traumatabeleid, kan slechts plaatsvinden indien de vreemdeling geen bescherming meer nodig heeft tegen de confrontatie met de ongestraft gebleven daders van de gebeurtenis die als traumatiserend wordt aangemerkt (zie C2/4.2). Bij de beoordeling hiervan wordt niet onderzocht en beoordeeld of de specifieke daders van de betreffende gebeurtenis onbestraft zijn gebleven, maar of daders van deze handelingen in zijn algemeenheid worden bestraft in het land van herkomst. Dit kan onder meer blijken uit het bestaan van een doeltreffend systeem voor de opsporing, gerechtelijke vervolging en bestraffing. +De intrekking of niet-verlenging op grond van artikel 32, eerste lid, onder c, Vw van een verblijfsvergunning asiel die is verleend op grond van het traumatabeleid, kan slechts plaatsvinden indien de vreemdeling geen bescherming meer nodig heeft tegen de confrontatie met de ongestraft gebleven daders van de gebeurtenis die als traumatiserend wordt aangemerkt (zie C2/4.2). Bij de beoordeling hiervan wordt niet onderzocht en beoordeeld of de specifieke daders van de betreffende gebeurtenis onbestraft zijn gebleven, maar of daders van deze handelingen in zijn algemeenheid worden bestraft in het land van herkomst. Dit kan onder meer blijken uit het bestaan van een doeltreffend systeem voor de opsporing, gerechtelijke vervolging en bestraffing. #### 4.6. Verblijf op grond van categoriale bescherming -Er kan reden zijn om verblijf op grond van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die is verleend ingevolge artikel 29, eerste lid, onder d, Vw, te beëindigen indien de Minister in zijn beoordeling op grond van de indicatoren, genoemd in artikel 3.106 Vb (zie C2/5.2), tot het oordeel komt dat de algehele situatie in het land van herkomst zich heeft gewijzigd. - -Daarnaast is dit mogelijk indien er sprake is van: - -• nieuwe informatie over het land van herkomst; -• een gewijzigd inzicht in de beoordeling van deze informatie; of -• van een gewijzigd beleidsinzicht, op grond waarvan de Minister de situatie in het land van herkomst anders beoordeelt. - -De beëindiging van een categoriaal beschermingsbeleid heeft slechts tot gevolg dat alle verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd die zijn verleend op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vw kunnen worden ingetrokken. Daarnaast kunnen verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd die zijn verleend op grond van artikel 29, eerste lid, onder e, dan wel f, Vw worden ingetrokken, voor zover ook de op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vw verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van de hoofdpersoon wordt ingetrokken. - -De intrekkingsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die is verleend ingevolgde artikel 29, eerste lid, onder d, Vw, is de ingangsdatum van de beleidswijziging waarmee het categoriaal beschermingsbeleid is beëindigd. +Er kan reden zijn om verblijf op grond van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die is verleend ingevolge artikel 29, eerste lid, onder d, Vw, te beëindigen dan wel de aanvraag voor verlenging ervan af te wijzen indien de Minister in zijn beoordeling op grond van de indicatoren, genoemd in artikel 3.106 Vb (zie C2/5.2), tot het oordeel komt dat de algehele situatie in het land van herkomst zich heeft gewijzigd. + + + Daarnaast is dit mogelijk indien er sprake is van: + + + • + nieuwe informatie over het land van herkomst; + + + • + een gewijzigd inzicht in de beoordeling van deze informatie; of + + + • + van een gewijzigd beleidsinzicht, op grond waarvan de Minister de situatie in het land van herkomst anders beoordeelt. + + + + + De beëindiging van een categoriaal beschermingsbeleid heeft tot gevolg dat alle verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd die zijn verleend op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vw kunnen worden ingetrokken dan wel de aanvraag voor verlenging ervan wordt afgewezen. Daarnaast kunnen verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd die zijn verleend op grond van artikel 29, eerste lid, onder e, dan wel f, Vw worden ingetrokken, voor zover ook de op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vw verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van de hoofdpersoon wordt ingetrokken dan wel de aanvraag voor verlenging ervan wordt afgewezen. + + + De intrekkingsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die is verleend ingevolgde artikel 29, eerste lid, onder d, Vw, is de ingangsdatum van de beleidswijziging waarmee het categoriaal beschermingsbeleid is beëindigd. Als de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd reeds is verstreken kan worden volstaan met het niet verlengen ervan. + +20092019224-12-200916-12-2009WBV2009/3020092019224-12-200916-12-2009WBV2009/3001-01-2010 #### 4.7. Samenloop van verleningsgronden -Indien het voornemen bestaat de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te trekken op grond van artikel 32, eerste lid, onder c, Vw, wordt eerst beoordeeld of de vreemdeling op het moment van de nieuwe beoordeling nog aanspraak maakt op een verblijfsvergunning op één van de andere gronden van artikel 29, eerste lid, Vw. Daarnaast wordt beoordeeld of de vreemdeling op het moment van de vergunningverlening aanspraak maakte op een verblijfsvergunning op één van de andere gronden van artikel 29, eerste lid, Vw en of die verleningsgrond zich thans nog voordoet. Doet één van deze omstandigheden zich voor, dan wordt de vergunning niet ingetrokken. - -Redengevend hiervoor is, dat het denkbaar is dat er op de vreemdeling meerdere verleningsgronden van toepassing zijn. Hij heeft in dat geval op slechts één van de gronden van artikel 29, eerste lid, Vw een verblijfsvergunning asiel gekregen. Te denken valt aan de volgende situaties: - -a. de vreemdeling kwam reeds op het moment van verlening op meerdere gronden in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel en de verblijfsvergunning is conform de voorgeschreven toetsingsvolgorde verleend op de eerste grond die zich voordeed; -b. de vreemdeling kwam op het moment van verlening op één grond in aanmerking, uit hoofde waarvan hij de vergunning ook heeft verkregen, en op een later tijdstip is daarnaast een andere verleningsgrond gaan gelden; -c. de vreemdeling kwam reeds op het moment van verlening op meerdere gronden in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel, maar ten tijde van verlening is slechts één van die gronden als zodanig onderkend, waardoor de vergunning niet op de juiste (in artikel 29, eerste lid, Vw eerder genoemde) grond is verleend. +Indien het voornemen bestaat de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te trekken dan wel de aanvraag voor verlenging ervan af te wijzen op grond van artikel 32, eerste lid, onder c, Vw, wordt eerst beoordeeld of de vreemdeling op het moment van de nieuwe beoordeling nog aanspraak maakt op een verblijfsvergunning op één van de andere gronden van artikel 29, eerste lid, onder a tot en met f Vw. Daarnaast wordt beoordeeld of de vreemdeling op het moment van de vergunningverlening aanspraak maakte op een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, onder a tot en met c Vw en of die verleningsgrond zich thans nog voordoet. Doet één van deze omstandigheden zich voor, dan wordt de vergunning niet ingetrokken dan wel de aanvraag voor verlenging ervan niet afgewezen. + + + Redengevend hiervoor is, dat het denkbaar is dat er op de vreemdeling meerdere verleningsgronden van toepassing zijn. Hij heeft in dat geval op slechts één van de gronden van artikel 29, eerste lid, Vw een verblijfsvergunning asiel gekregen. Te denken valt aan de volgende situaties: + + + a. + de vreemdeling kwam reeds op het moment van verlening op meerdere gronden in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel en de verblijfsvergunning is conform de voorgeschreven toetsingsvolgorde verleend op de eerste grond die zich voordeed; + + + b. + de vreemdeling kwam op het moment van verlening op één grond in aanmerking, uit hoofde waarvan hij de vergunning ook heeft verkregen, en op een later tijdstip is daarnaast een andere verleningsgrond gaan gelden; + + + c. + de vreemdeling kwam reeds op het moment van verlening op meerdere gronden in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel, maar ten tijde van verlening is slechts één van die gronden als zodanig onderkend, waardoor de vergunning niet op de juiste (in artikel 29, eerste lid, Vw eerder genoemde) grond is verleend. + + + +20092019224-12-200916-12-2009WBV2009/3020092019224-12-200916-12-2009WBV2009/3001-01-2010 ### 5. De vreemdeling heeft zijn hoofdverblijf buiten Nederland gevestigd Op grond van artikel 32, eerste lid, onder d, Vw kan de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden ingetrokken, dan wel kan de aanvraag om verlenging ervan worden afgewezen, als de vreemdeling zijn hoofdverblijf buiten Nederland heeft gevestigd. - -Deze intrekkingsgrond wordt echter niet toegepast indien de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, onder a of b, Vw. - -Het kan hier gaan om vestiging in het land van herkomst of in een derde land. Indien de vreemdeling zich vestigt in het land van herkomst kan tevens de grond voor verlening van de verblijfsvergunning zijn komen te vervallen (zie C5/4). - -Intrekking vindt plaats met ingang van de datum dat de verplaatsing vastgesteld kon worden, bijvoorbeeld bij vertrek met behulp van IOM of uitschrijving uit de GBA. Als het vertrek zonder kennisgeving of uitschrijving geschiedt, zal vaststelling van verplaatsing hoofdverblijf eerst na negen maanden (of drie maal zes maanden) kunnen plaatsvinden (zie B1/5.3.2). - -De in B1/5.3.2 opgenomen regels met betrekking tot de verplaatsing van het hoofdverblijf zijn van overeenkomstige toepassing. - -In de gevallen waarin de vreemdeling bij de vreemdelingenpolitie meldt dat hij voor langere duur Nederland gaat verlaten, dient de vreemdelingenpolitie hiervan melding te maken aan de IND. + Deze intrekkings-/weigeringsgrond wordt echter niet toegepast indien de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, onder a of b, Vw. + + + Het kan hier gaan om vestiging in het land van herkomst of in een derde land. Indien de vreemdeling zich vestigt in het land van herkomst kan tevens de grond voor verlening van de verblijfsvergunning zijn komen te vervallen (zie C5/4). + + + Intrekking vindt plaats met ingang van de datum dat de verplaatsing vastgesteld kon worden, bijvoorbeeld bij vertrek met behulp van IOM of uitschrijving uit de GBA. Als het vertrek zonder kennisgeving of uitschrijving geschiedt, zal vaststelling van verplaatsing hoofdverblijf eerst na negen maanden (of drie maal zes maanden) kunnen plaatsvinden (zie B1/5.3.2). Als de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd reeds is verstreken kan ook worden volstaan met het niet verlengen ervan. + + + De in B1/5.3.2 opgenomen regels met betrekking tot de verplaatsing van het hoofdverblijf zijn van overeenkomstige toepassing. + + + In de gevallen waarin de vreemdeling bij de vreemdelingenpolitie meldt dat hij voor langere duur Nederland gaat verlaten, dient de vreemdelingenpolitie hiervan melding te maken aan de IND. + +20092019224-12-200916-12-2009WBV2009/3020092019224-12-200916-12-2009WBV2009/3001-01-2010 ## 6. Karakter van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd @@ -1940,6 +2101,45 @@ Op grond van artikel 34 Vw kan de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor 200710029-05-200721-05-20072007/09200710029-05-200721-05-20072007/0931-05-2007 +#### 1.1. Inleiding + +Op grond van artikel 34 Vw kan de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd worden afgewezen, indien op het moment dat de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verloopt zich een grond als bedoeld in artikel 32 Vw voordoet, dan wel indien de vreemdeling het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 13 van de Wet inburgering, niet heeft behaald. + +#### 1.2. Er is een grond als bedoeld in artikel 32 Vw + +Indien zich op het moment dat de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verloopt een grond voordoet als bedoeld in artikel 32 Vw is C5 van overeenkomstige toepassing. + + + Ten aanzien van de grond als bedoeld in artikel 32, onder c, Vw wordt opgemerkt dat deze niet wordt tegengeworpen als ten tijde van de behandeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd de verleningsgrond zich opnieuw voordoet. + Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als de geldigheid van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd asiel, die is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vw, afloopt in een periode dat het beleid van categoriale bescherming inmiddels is beëindigd. Indien ten tijde van de behandeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd opnieuw een beleid van categoriale bescherming geldt, wordt artikel 34 juncto artikel 32, onder c, Vw niet tegengeworpen. + De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd wordt in dit geval verleend met ingang van de dag waarop de geldigheid van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd afloopt (zie ook C21/2.1). + Vorenstaande is van overeenkomstige toepassing indien de vreemdeling een aanvraag voor verlenging van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend. + +20092019224-12-200916-12-2009WBV2009/3020092019224-12-200916-12-2009WBV2009/3001-01-2010 + +#### 1.3. De vreemdeling heeft het inburgeringsexamen niet behaald + +##### 1.3.1. Het inburgeringsvereiste + +Op grond van artikel 3.107a, eerste lid, Vb wordt een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd verblijf afgewezen, indien de vreemdeling het inburgeringsexamen niet heeft behaald. + + + *Overgangsregeling* + + + De aanvraag wordt niet afgewezen op de grond dat de vreemdeling het inburgeringsexamen niet heeft behaald , indien de aanvraag is ingediend vóór 1 januari 2010 en de vreemdeling op dat tijdstip vijf jaar houder was van een verblijfsvergunning (zie artikel 9.2, tweede lid, Besluit inburgering). + + + Paragraaf B1/4.7 is van overeenkomstige toepassing. + +20092019224-12-200916-12-2009WBV2009/3020092019224-12-200916-12-2009WBV2009/3001-01-2010 + +##### 1.3.2. Gevallen waarin het inburgeringsvereiste niet van toepassing is + +Er is in ieder geval geen sprake van een zeer bijzonder geval, indien betrokkene stelt, hoewel inburgeringsplichtig, geen aanbod tot een inburgeringsvoorziening of geen inburgeringsvoorziening opgelegd te hebben gekregen of geen aanbod tot een taalkennisvoorziening te hebben gekregen van de gemeente of nimmer te hebben geweten het inburgeringsexamen behaald te moeten hebben. + +Het inburgeringsvereiste zal nimmer buiten toepassing worden gelaten om die reden. De voorwaarden waaronder een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd wordt verleend waren reeds met inwerkingtreding van de Wet inburgering op 1 januari 2007 duidelijk. Van een onverwachte confrontatie met het inburgeringsvereiste is geen sprake. Het is de eigen verantwoordelijkheid van de vreemdeling om ingeburgerd te geraken. + ## 8. Gronden voor intrekking van de vergunning voor onbepaalde tijd ### 1. Inleiding @@ -2005,7 +2205,11 @@ Als '14-1-brief' wordt in dit verband aangemerkt een schriftelijk verzoek, dat v #### 2.2. De aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd -De aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd wordt op grond van artikel 3.43 VV ingediend bij de IND (zie C16). +De aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd wordt op grond van artikel 3.43 VV ingediend bij de IND. Zie hoofdstuk C16 voor de procedure hieromtrent. + +#### 2.3. De aanvraag om verlenging van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd + +Indien de vreemdeling een aanvraag voor verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indient (bijvoorbeeld omdat de vreemdeling het inburgeringsexamen niet heeft behaald en om die reden niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd) is het gestelde in hoofdstuk C9/2.2 en C16 van overeenkomstige toepassing. ## 10. De verwijzing naar het AC @@ -2990,18 +3194,26 @@ Hiervan is bijvoorbeeld sprake indien het voornemen blijft bestaan om de aanvraa ### 1. Procedure Nadat de vreemdeling vijf jaar rechtmatig verblijf heeft gehad op grond van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (zie C21/1.1, ook voor de gevallen waarin een termijn van drie jaar geldt) komt hij op grond van artikel 34 Vw in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd, tenzij op het moment van verlopen van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd een van de weigeringsgronden van artikel 32 Vw zich voordoet. - -De aanvraag wordt op grond van artikel 3.108 Vb juncto artikel 3.43 VV ingediend bij de IND. De aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd kan op grond van artikel 40 Vw niet eerder worden ingediend dan vier weken voor het verlopen van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag dient in beginsel te worden ingediend voordat de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde duur eindigt. - -Indien de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd te laat wordt ingediend, dat wil zeggen na afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, zal de aanvraag in behandeling worden genomen en zal worden getoetst of een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd kan worden verleend. De IND beoordeelt daarbij of het de vreemdeling is toe te rekenen dat de aanvraag te laat is ingediend. - -Indien het de vreemdeling niet is toe te rekenen dat de aanvraag te laat is ingediend, kan de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd worden verleend met ingang van de dag nadat de geldigheidsduur van de vergunning voor bepaalde tijd eindigt. - -Indien de aanvraag voor verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd te laat wordt ingediend, doch binnen zes maanden na het verstrijken van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel, kan de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd worden verleend. Het gat in het verblijfsrecht zal niet worden gedicht, de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd wordt hiermee verleend met ingang van de datum waarop zij is aangevraagd. - -Indien de vreemdeling meer dan zes maanden na het verstrijken van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd meent voor verblijf in aanmerking te komen, dient hij een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen. - -In de aanvraagprocedure voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd zijn de bepalingen met betrekking tot het eerste gehoor en het nader gehoor (zie artikel 3.110 en 3.111 Vb) niet van toepassing. De voornemenprocedure (zie C15) is wel van toepassing. + + + De aanvraag wordt op grond van artikel 3.108 Vb, juncto artikel 3.43 VV ingediend bij de IND. De aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd kan op grond van artikel 40 Vw niet eerder worden ingediend dan vier weken voor de datum waarop de vreemdeling vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf heeft gehad in Nederland op grond van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag dient in beginsel te worden ingediend voordat de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde duur eindigt. + + + Indien de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd te laat wordt ingediend, dat wil zeggen na afloop van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, zal de aanvraag in behandeling worden genomen en zal worden getoetst of een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd kan worden verleend. De IND beoordeelt daarbij of het de vreemdeling is toe te rekenen dat de aanvraag te laat is ingediend. + + + Indien het de vreemdeling niet is toe te rekenen dat de aanvraag te laat is ingediend, kan de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd worden verleend met ingang van de dag nadat de geldigheidsduur van de vergunning voor bepaalde tijd eindigt. + + + Indien de aanvraag voor verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd te laat wordt ingediend, doch binnen zes maanden na het verstrijken van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel, kan de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd worden verleend. Het gat in het verblijfsrecht zal niet worden gedicht, de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd wordt hiermee verleend met ingang van de datum waarop zij is aangevraagd. + + + Indien de vreemdeling meer dan zes maanden na het verstrijken van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd meent voor verblijf in aanmerking te komen, dient hij een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen. + + + In de aanvraagprocedure voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd zijn de bepalingen met betrekking tot het eerste gehoor en het nader gehoor (zie artikel 3.110 en 3.111 Vb) niet van toepassing. De voornemenprocedure (zie C15) is wel van toepassing. + +20092019224-12-200916-12-2009WBV2009/3020092019224-12-200916-12-2009WBV2009/3001-01-2010 ## 17. Procedure bij het intrekken van een verblijfsvergunning asiel @@ -3211,22 +3423,33 @@ Het is op grond van artikel 43a Vw mogelijk dat er een samenloop ontstaat van de #### 1.1. Algemeen De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt op grond van artikel 44, tweede lid, Vw verleend met ingang van de datum waarop de vreemdeling heeft aangetoond dat hij aan alle voorwaarden voldoet, maar niet eerder dan met ingang van de datum waarop de aanvraag is ontvangen. - Op grond van artikel 3.105 Vb wordt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in beginsel verleend voor de duur van vijf jaar. + + + Op grond van artikel 3.105 Vb wordt de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in beginsel verleend of verlengd voor de duur van vijf jaar. + + Aan de verblijfsvergunning zijn geen voorschriften verbonden. + + De verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft op grond van artikel 44, eerste lid, Vw, van rechtswege tot gevolg dat de verstrekking van voorzieningen bij of krachtens de Wet COA of een ander wettelijk voorschrift dat soortgelijke verstrekkingen regelt, wordt beëindigd. In de Rva zijn hierover nadere regels gesteld (zie C23). - Aan de vreemdeling aan wie een verblijfsvergunning wordt verleend, wordt op grond van artikel 9 Vw een document verstrekt waaruit het rechtmatig verblijf blijkt. Het verblijfsdocument is een document als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, aanhef en onder c, VV. Dit document wordt door de IND aan de asielzoeker verstrekt. De arbeidsmarktaantekening luidt: 'Arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist'. - - *Overgangsregeling* - + Aan de vreemdeling aan wie een verblijfsvergunning wordt verleend, wordt op grond van artikel 9 Vw een document verstrekt waaruit het rechtmatig verblijf blijkt. Het verblijfsdocument is een document als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, aanhef en onder c, VV. Dit document wordt door de vreemdelingenpolitie aan de asielzoeker verstrekt. De arbeidsmarktaantekening luidt: 'Arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist'. + + + *Overgangsregeling* + + + Het verlenen of verlengen van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd voor de duur van vijf jaar geldt voor aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend op en na de datum van inwerkingtreding van de wetswijziging (1 september 2004). Voor aanvragen tot het verlenen of verlengen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd welke zijn ingediend vóór 1 september 2004 blijft het oude recht gelden, volgens hetwelk de verblijfsvergunning wordt verleend voor drie jaren. In die gevallen dient, waar vijf jaren staat, steeds drie jaren te worden gelezen. - Het verlenen van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd voor de duur van vijf jaar geldt voor aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend op en na de datum van inwerkingtreding van de wetswijziging (1 september 2004). Voor aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd welke zijn ingediend vóór 1 september 2004 blijft het oude recht gelden, volgens hetwelk de verblijfsvergunning wordt verleend voor drie jaren. In die gevallen dient, waar vijf jaren staat, steeds drie jaren te worden gelezen. Voor wat betreft de ingangsdatum geldt voor asielaanvragen die zijn ingediend vóór 1 september 2004 het volgende. Tot 1 september 2004 bepaalde artikel 43, derde lid, Vw, dat in gevallen waarin een besluitmoratorium (artikel 43 Vw, zie C19) was toegepast de verblijfsvergunning werd verleend met ingang van de datum waarop de asielaanvraag was ingewilligd, met dien verstande dat de verblijfsvergunning uiterlijk inging één jaar na de datum waarop de aanvraag is ontvangen (artikel 44, derde lid, Vw). Deze bepaling wordt in de hier bedoelde zaken nog toegepast. Een eventuele samenloop met artikel 42, vierde lid, Vw (verlenging van de beslistermijn op individuele gronden) heeft hierop dus geen invloed. -20091476730-09-200929-09-2009WBV2009/2120091476730-09-200929-09-2009WBV2009/2101-10-2009 + + De verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt verlengd met ingang van de dag waarop de vreemdeling aantoont dat hij aan alle voorwaarden voldoet, maar niet eerder dan met ingang van de datum waarop de aanvraag is ontvangen en niet eerder dan de dag waarop de geldigheid van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd waarvoor verlenging wordt gevraagd afloopt. + +20092019224-12-200916-12-2009WBV2009/3020092019224-12-200916-12-2009WBV2009/3001-01-2010 #### 1.2. De vergunning op grond van @@ -3240,13 +3463,18 @@ De ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van het in N #### 2.1. Algemeen -De verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd wordt op grond van artikel 44, derde lid, Vw verleend met ingang van de dag waarop de vreemdeling aantoont dat hij aan alle voorwaarden voldoet, maar niet eerder dan de dag waarop de geldigheid van verblijfsvergunning voor bepaalde tijd afloopt. In het algemeen betekent dit dat de vergunning ingaat op de dag nadat de vreemdeling de termijn van vijf achtereenvolgende jaren verblijf op grond van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft voltooid. - -In het geval de totale asielprocedure meer dan vijf jaar in beslag heeft genomen en alsnog wordt besloten tot inwilliging van de aanvraag, wordt een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend die, indien de vreemdeling ook aan de voorwaarden daarvoor voldoet, wordt omgezet in een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. - -De vreemdeling wordt in het bezit gesteld van een verblijfsdocument, dat wordt uitgereikt door de gemeente waar de vreemdeling zijn woon- of verblijfplaats heeft. - -De verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde duur behoeft niet te worden verlengd. Wel dient het document tijdig te worden vervangen. +De verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd wordt op grond van artikel 44, derde lid, Vw verleend met ingang van de dag waarop de vreemdeling aantoont dat hij aan alle voorwaarden voldoet, maar niet eerder dan de dag waarop de geldigheid van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd afloopt. In het algemeen betekent dit dat de vergunning ingaat op de dag nadat de vreemdeling de termijn van vijf achtereenvolgende jaren verblijf op grond van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft voltooid. + + + In het geval de totale asielprocedure meer dan vijf jaar in beslag heeft genomen en alsnog wordt besloten tot inwilliging van de aanvraag, wordt een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend die indien de vreemdeling ook aan de voorwaarden daarvoor voldoet, wordt omgezet in een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. Indien het tijdstip waarop de vreemdeling achteraf gezien vijf jaar houder was van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op of na 1 januari 2010 is gelegen en de vreemdeling het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 13 van de Wet inburgering, niet heeft behaald, wordt de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd conform artikel 3.107a Vb niet verleend vanwege het niet voldoen aan het inburgeringsvereiste. Er wordt dan volstaan met het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. + + + De vreemdeling wordt in het bezit gesteld van een verblijfsdocument, dat wordt uitgereikt door een medewerker van het IND loket dat zich het dichtst bij de woon- of verblijfplaats van de vreemdeling bevindt. + + + De verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde duur behoeft niet te worden verlengd. Wel dient het document tijdig te worden vervangen. + +20092019224-12-200916-12-2009WBV2009/3020092019224-12-200916-12-2009WBV2009/3001-01-2010 #### 2.2. Gezinshereniging @@ -4861,18 +5089,15 @@ Ten aanzien van asielzoekers uit Colombia is geen besluit genomen in de zin van #### 1. Achtergrond -Deze landenparagraaf bevat het landgebonden asielbeleid voor Congo DRC. Het landgebonden asielbeleid is een uitwerking van het algemene beleid van C1 tot en met C23 en kan niet worden gezien als een uitzonderingsregeling. De algemene wet- en regelgeving blijft steeds de basis voor de individuele beoordeling van een asielaanvraag. - De beleidsconclusies in deze landenparagraaf zijn mede gebaseerd op het algemeen ambtsbericht van de Minister van BuZa van juli 2008 (zie de website van het Ministerie van BuZa). - - - Naar aanleiding van het algemeen ambtsbericht is besloten tot een beleidswijziging ten aanzien van asielzoekers afkomstig uit Congo DRC. Dit betreft het beëindigen van het beleid van categoriale bescherming voor de bevolkingsgroep van etnische Tutsi’s. - Voor het overige blijft het beleid ongewijzigd. Vanwege de verslechterde situatie gedurende de verslagperiode, is Bas-Congo als categoriaal beschermingswaardig gebied aangemerkt. Noord-Kivu, Zuid-Kivu en Ituri werden reeds aangemerkt als categoriaal beschermingswaardige gebieden. Voor alle personen van alle bevolkingsgroepen is echter een verblijfsalternatief aanwezig in Kinshasa. Daarom geldt in het geheel geen categoriaal beschermingsbeleid meer voor asielzoekers afkomstig uit Congo DRC. - De beleidswijziging is neergelegd in een brief aan de Voorzitter van de Tweede Kamer van 30 september 2008. - - - Het beleid dat etnische Tutsi’s zijn aangemerkt als kwetsbare minderheidsgroep blijft gehandhaafd. Het beleid dat geen vlucht- of vestigingsalternatief voor asielzoekers uit Congo DRC aanwezig is, blijft eveneens van kracht. - -200822620-11-200810-11-20082008/26200822620-11-200810-11-20082008/2622-11-2008 +Deze landenparagraaf bevat het landgebonden asielbeleid voor de Democratische Republiek Congo (hierna te noemen Congo DRC). Het landgebonden asielbeleid is een uitwerking van het algemene beleid van C1 tot en met C23 en kan niet worden gezien als een uitzonderingsregeling. De algemene wet- en regelgeving blijft steeds de basis voor de individuele beoordeling van een asielaanvraag. + +De beleidsconclusies in deze landenparagraaf zijn mede gebaseerd op het algemeen ambtsbericht van de Minister van BuZa van juni 2009 (zie de website van het Ministerie van BuZa). + +Naar aanleiding van het algemeen ambtsbericht is besloten tot een actualisering van het beleid ten aanzien van asielzoekers afkomstig uit Congo DRC. Dit betreft het niet langer categoriaal beschermingswaardig achten van Bas Congo en het aanmerken van Haut-Uélé als categoriaal beschermingswaardig gebied, met een verblijfsalternatief in Kinshasa. + +Noord-Kivu, Zuid-Kivu en Ituri werden reeds aangemerkt als categoriaal beschermingswaardige gebieden. Voor alle personen van alle bevolkingsgroepen is echter een verblijfsalternatief aanwezig in Kinshasa. + +Het beleid dat etnische Tutsi’s zijn aangemerkt als kwetsbare minderheidsgroep blijft gehandhaafd. Het beleid dat geen vlucht- of vestigingsalternatief voor asielzoekers uit Congo DRC aanwezig is, blijft eveneens van kracht. #### 2. Besluitmoratorium @@ -4882,65 +5107,105 @@ Ten aanzien van asielzoekers uit Congo DRC geldt geen besluit in de zin van arti ##### 3.1. Tutsi’s -Hoewel diverse bronnen het niet eens zijn in hoeverre Tutsi’s thans een kwetsbare positie innemen, blijkt uit het ambtsbericht de situatie verder bestendigd dat Tutsi’s de laatste jaren in Kinshasa geen gevaar meer lopen. Deze ontwikkeling werd reeds in de twee voorgaande ambtsberichten beschreven. +Hoewel diverse bronnen het niet eens zijn in hoeverre Tutsi’s thans een kwetsbare positie innemen, blijkt uit het ambtsbericht de situatie verder bestendigd dat Tutsi’s de laatste jaren in Kinshasa geen gevaar meer lopen. Deze ontwikkeling werd reeds in de drie voorgaande ambtsberichten beschreven. + +Tot de bevolkingsgroep van de Tutsi (waaronder begrepen de Banyamulenge en Banyarwanda die Tutsi zijn) worden ook asielzoekers van gemengde afkomst aangemerkt. Daar het onduidelijk is welke personen formeel tot de etnische groep van de Tutsi gerekend kunnen worden en het voorts in de rede ligt dat ook asielzoekers van wie alleen de moeder die tot de etnische groep van de Tutsi behoort in Congo DRC als Tutsi gezien worden, wordt er geen onderscheid gemaakt welke ouder van de asielzoeker tot de bevolkingsgroep van de Tutsi behoort. + +Banyamulenge worden door veel Congolezen gezien als aanstichter van de oorlogen van 1997 en 1998–2003. Banyamulenge en andere Tutsi-groepen worden vaak verdacht van Rwandese sympathieën en daarom gewantrouwd. In het huidige ambtsbericht staat beschreven dat voor zover bekend zich gedurende de verslagperiode geen gewelddadige incidenten hebben voorgedaan waar Tutsi’s het slachtoffer van waren. Een persoon die behoort tot de bevolkingsgroep van de Tutsi in Congo DRC kan op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, indien hij aannemelijk heeft gemaakt dat hij persoonlijk te vrezen heeft voor vervolging vanwege bijvoorbeeld zijn etnische afkomst. Het betreft hier zowel acties van de autoriteiten als ook van de lokale bevolking, waartegen de autoriteiten niet altijd bescherming kunnen bieden. De Tutsi’s uit Congo DRC blijven aangemerkt als kwetsbare minderheidsgroep in de zin van C2/3.1.3. -Personen die behoren tot de bevolkingsgroep van de Tutsi in Congo DRC komen niet langer in aanmerking voor categoriale bescherming. +Dit houdt in dat de vreemdeling die behoort tot deze groep met op zichzelf beperkte individuele indicaties reeds aannemelijk kan maken dat bij terugkeer een schending van artikel 3 EVRM dreigt. -Voor personen behorend tot de Tutsi-bevolkingsgroep afkomstig uit de categoriaal beschermingswaardige gebieden in het oosten van Congo DRC, te weten Noord-Kivu, Zuid-Kivu, Ituri en thans ook Bas-Congo, is een verblijfsalternatief aanwezig in Kinshasa. +Het is niet vereist dat de vreemdeling persoonlijk te maken heeft gehad met een behandeling die op zichzelf voldoet aan de omschrijving van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw. Ook indien sprake is van mensenrechtenschendingen in de naaste omgeving van de vreemdeling bij personen die behoren tot de betreffende kwetsbare minderheidsgroep, kan dit voldoende grond zijn om zulks aan te nemen. Daarbij wordt niet van de vreemdeling verlangd dat hij aannemelijk maakt dat de betreffende mensenrechtenschendingen zijn ingegeven door het behoren tot de betreffende kwetsbare minderheidsgroep. + +Personen die behoren tot de bevolkingsgroep van de Tutsi in Congo DRC komen niet in aanmerking voor categoriale bescherming. + +Voor personen afkomstig uit de categoriaal beschermingswaardige gebieden in het oosten van Congo DRC, te weten Noord-Kivu, Zuid-Kivu, Ituri en thans ook Haut Uélé, is een verblijfsalternatief aanwezig in Kinshasa. + +Uit de laatste algemene ambtsberichten die zijn uitgebracht door de Minister van BuZa, is gebleken dat de situatie voor Tutsi’s in Kinshasa gaandeweg is verbeterd. In het recentste ambtsbericht wordt beschreven dat de Tutsi’s de laatste jaren geen gevaar meer lopen in Kinshasa. Hieraan wordt wel toegevoegd dat in de hoofdstad nog altijd veel vooroordelen bestaan, met name jegens de Banyamulenge, een Tutsi-groepering. Overigens is het aantal Tutsi’s in Kinshasa klein. In Kinshasa is het nog altijd erg makkelijk om mensen te mobiliseren op basis van anti-Rwandese sentimenten, aldus het ambtsbericht. Ten tijde van oplaaiende gevechten in Noord-Kivu in oktober en november 2008, was er sprake van anti-Tutsi retoriek in Kinshasa. Van stelselmatige vervolging en bedreiging was in de verslagperiode echter geen sprake. Kinshasa kan derhalve ook voor Tutsi’s als verblijfsalternatief gelden. ##### 3.2. Bevolkingsgroepen uit Noord- en Zuid-Kivu -Uit het eerdergenoemde ambtsbericht blijkt dat de veiligheidssituatie mede onder invloed van de Acte d’Engagement die in januari 2008 in Coma werd ondertekend, in beide Kivu-provincies enigszins verbeterd is. Anderzijds wordt in het ambtsbericht aangegeven dat nog steeds sprake is van grootschalige mensenrechtenschendingen. +Ten opzichte van de vorige verslagperiode is de veiligheidssituatie in Noord-Kivu verslechterd. Hoewel na de ondertekening van de Acte d’Engagement in januari 2008 al geregeld sprake was van schendingen van het staakt-het-vuren, braken eind augustus grootschalige gevechten uit tussen de CNDP en de FARDC, die een groot deel van de verslagperiode voortduurden. Bij de gewapende groeperingen in Zuid-Kivu leek meer bereidheid te bestaan zich aan afspraken te houden en over te gaan tot demobilisatie dan in Noord-Kivu. In het begin van de verslagperiode was de veiligheidssituatie in Zuid-Kivu dan ook beter dan in Noord-Kivu. Tegen het einde van de verslagperiode zorgde een toename van de gewelddadigheden door de FDLR echter voor een verslechtering van de veiligheidssituatie in zowel Noord- als Zuid-Kivu. -Het merendeel van de gevechtshandelingen had plaats in het zuiden van Noord-Kivu. In Zuid-Kivu vinden minder veiligheidsincidenten plaats. Zowel de troepen van generaal Nkunda, als soldaten van het Congolese regeringsleger, Forces Armées de la Republique Democratic du Congo, als andere rebellengroeperingen maken zich schuldig aan moord op Congolese burgers, verkrachtingen en andere mensenrechtenschendingen. +In de provincies Noord- en Zuid-Kivu is sprake van een binnenlands gewapend conflict volgens de criteria van de Raad van State. In deze provincies of elders in Congo DRC is echter geen sprake van een “uitzonderlijke situatie” op grond waarvan op voorhand wordt aangenomen dat personen bij terugkeer te vrezen hebben voor schending van artikel 3 EVRM. Uit het ambtsbericht volgt niet dat de geografische omvang van het willekeurig geweld zodanig is dat iedere burger in Noord- en Zuid-Kivu louter door zijn aanwezigheid daar een reëel risico loopt. -Voorts komt naar voren dat deze oorlogshandelingen niet specifiek op individuen of op de burgerbevolking gericht zijn, hoewel die daar wel het slachtoffer van kunnen worden. +Een beroep op de algehele situatie in Noord- en Zuid-Kivu is op zichzelf niet voldoende voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. ##### 3.3. Bevolkingsgroepen uit het Ituri District -De veiligheidssituatie in Ituri is gedurende de verslagperiode verder verbeterd nadat enkele belangrijke militaire leiders, die eerder al waren gedemobiliseerd, zich in Kinshasa meldden om deel te nemen aan het brassage-proces. Niet alle soldaten willen echter deelnemen aan het proces en bleven tijdens de verslagperiode militair actief. Sporadische gevechten tussen Forces Armées de la Republique Democratic du Congo en overgebleven rebellengroeperingen bleven dan ook gedurende de verslagperiode voorkomen. +De afgelopen jaren was in Ituri sprake van een gestage verbetering van de veiligheidssituatie. Dit wordt geïllustreerd door het toenemend aantal ontheemden dat terugkeerde naar Ituri. In de verslagperiode kwam de veiligheidssituatie echter onder druk te staan. Vanwege de intensivering van het conflict in de Kivu’s, werden in de verslagperiode FARDC- en MONUC-troepen uit rustige maar nog niet stabiele gebieden, zoals Ituri, verplaatst naar acute probleemgebieden. Hierdoor werd in Ituri ruimte gecreëerd voor kleine, gewapende groeperingen die hun invloed in het gebied probeerden te vergroten. Dit had negatieve consequenties voor de veiligheidssituatie in Ituri. -##### 3.4. Bevolkingsgroepen uit Bas-Congo +In de provincie Ituri is sprake van een binnenlands gewapend conflict volgens de criteria van de Raad van State. In deze provincie of elders in Congo DRC is echter geen sprake van een “uitzonderlijke situatie” op grond waarvan op voorhand wordt aangenomen dat personen bij terugkeer te vrezen hebben voor schending van artikel 3 EVRM. Uit het ambtsbericht volgt niet dat de geografische omvang van het willekeurig geweld zodanig is dat iedere burger in Ituri louter door zijn aanwezigheid daar een reëel risico loopt. -Ten opzichte van de vorige verslagperiode is de veiligheidssituatie in Bas-Congo ernstig verslechterd. In Bas-Congo bevindt zich de politiek-religieuze beweging Bundu dia Kongo die zich steeds heftiger lijkt te verzetten tegen de status quo in de provincie. Begin januari 2008 verjoeg de beweging de autoriteiten in enkele dorpen in de meer perifere gebieden van Bas-Congo. In februari 2008 begonnen de Congolese autoriteiten in de provincie Bas-Congo een campagne tegen Bundu dia Kongo waarbij honderden burgers om het leven kwamen. De Congolese politie trad hard op tegen Bundu dia Kongo en beging hierbij ernstige schendingen van de mensenrechten waarvan veel onschuldige burgers het slachtoffer werden. Onder de slachtoffers waren (vermeende) aanhangers van Bundu dia Kongo, maar ook burgers die niets met de beweging te maken hadden. Aan het einde van de verslagperiode was de rust in de provincie weer hersteld. +Een beroep op de algehele situatie in Ituri is op zichzelf niet voldoende voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. -##### 3.5. Politieke tegenstanders van het bewind +##### 3.4. Bevolkingsgroepen uit Haut-Uélé + +In Haut-Uélé was tijdens de verslagperiode sprake van een verslechtering van de veiligheidssituatie. Tussen september 2008 en januari 2009 zijn er door geweld van de zijde van de Lord’s Resistance Army (LRA) veel doden gevallen, veelal burgers. Na januari 2009 is de intensiteit van het geweld afgenomen, maar gevreesd wordt dat de terugtrekking van het Ugandese leger uit het noorden van Congo DRC zal leiden tot een toename van het geweld. Hiervan is aan het eind van de verslagperiode reeds gebleken. Daarom bestaat er aanleiding om dit gebied aan te merken als categoriaal beschermingswaardig, maar wordt er een verblijfsalternatief in Kinshasa aanwezig geacht. + +In de provincie Haut-Uélé is sprake van een binnenlands gewapend conflict volgens de criteria van de Raad van State. In deze provincie of elders in Congo DRC is echter geen sprake van een “uitzonderlijke situatie” op grond waarvan op voorhand wordt aangenomen dat personen bij terugkeer te vrezen hebben voor schending van artikel 3 EVRM. Uit het ambtsbericht volgt niet dat de geografische omvang van het willekeurig geweld zodanig is dat iedere burger in Haut-Uélé louter door zijn aanwezigheid daar een reëel risico loopt. + +##### 3.5. Bevolkingsgroepen uit Bas-Congo + +De veiligheidssituatie in Bas-Congo is ten opzichte van de vorige verslagperiode verbeterd. In februari en maart 2008 vonden gewelddadige confrontaties plaats tussen de nationale politie en Bunda dia Kongo (BdK), waarbij ongeveer honderd doden vielen. Een deel van de BdK-leden die na de gebeurtenissen van februari en maart 2008 de bossen in gevlucht zijn, houdt zich daar nog altijd schuil uit angst te worden gearresteerd. Hoewel er nog altijd spanning is tussen de autoriteiten en de BdK, zijn veel BdK-leden teruggekeerd naar hun huizen. Sinds april 2008 zijn er geen nieuwe meldingen van geweld geweest. Er is sprake van voldoende bestendiging van de situatie om Bas-Congo niet langer aan te merken als categoriaal beschermingswaardig gebied. + +Een beroep op de algehele situatie in Bas-Congo is op zichzelf niet voldoende voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. + +##### 3.6. Politieke tegenstanders van het bewind De wet op de organisatie en het functioneren van politieke partijen van maart 2004 erkent en garandeert het politieke pluralisme in Congo DRC. Sinds deze nieuwe wetgeving van kracht is, is de vrijheid van vereniging en vergadering licht verbeterd. De grondwet voorziet in vrijheid van vereniging en vergadering en de vrijheid van demonstratie, zolang de openbare orde en de goede zeden niet in het geding komen. -##### 3.6. Leden rebellengroeperingen +Politieke activisten blijven kwetsbaar, hoewel politieke activisten van de belangrijkste oppositiepartij Mouvement de Libération du Congo volgens een mensenrechtenorganisatie als categorie geen gevaar lopen. Parlementariërs van Mouvement de Libération du Congo worden niet gehinderd in de uitoefening van hun functie. Het is echter niet uitgesloten dat bekende en actieve leden van Mouvement de Libération du Congo door de autoriteiten bedreigd of geïntimideerd worden. + +Om op grond van artikel 29, eerste lid, onder a of b, Vw voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in aanmerking te komen, dient de betrokkene aannemelijk te maken dat de problemen die hij van de zijde van de Congolese autoriteiten heeft ondervonden vanwege zijn politieke activiteiten, te herleiden zijn tot daden van vervolging zoals bedoeld in het Vluchtelingenverdrag, of dat hij een reëel risico loopt op schending van het gestelde in artikel 3 EVRM. + +##### 3.7. Leden rebellengroeperingen In Congo DRC zijn ontwapeningsprogramma’s en vredesbesprekingen aan de gang waarbij de leden van de (voormalige) rebellenbewegingen worden opgenomen in het regeringsleger. -##### 3.7. Journalisten +Het enkele lidmaatschap van een rebellengroepering vormt derhalve onvoldoende reden om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen. -De wet voorziet in vrijheid van meningsuiting, persvrijheid en het recht op informatie. In de praktijk wordt dit recht echter beperkt. Journalisten worden regelmatig lastiggevallen. Volgens Mission d'Observation des Nations Unies namen aanvallen, bedreigingen en arrestaties van journalisten aan het einde van de verslagperiode toe. De meeste journalisten plegen, om niet in de problemen te komen, een vorm van zelfcensuur. Intimidatie bestaat vooral uit het oppakken en vastzetten van journalisten. Blijkens het ambtsbericht komt het voor dat journalisten hierbij geketend en gefolterd kunnen worden. Hierbij wordt opgemerkt dat dit niet zo zeer in de officiële gevangenissen als wel in de niet-officiële gevangenissen, de zogenoemde cachots, voorkomt. +##### 3.8. Journalisten -##### 3.8. Vrouwen +De wet voorziet in vrijheid van meningsuiting, persvrijheid en het recht op informatie. In de praktijk wordt dit recht echter beperkt. Journalisten worden regelmatig lastiggevallen. De meeste journalisten plegen, om niet in de problemen te komen, een vorm van zelfcensuur. Intimidatie bestaat vooral uit het oppakken en vastzetten van journalisten. Dit vindt in het hele land plaats. Blijkens het ambtsbericht komt het voor dat journalisten hierbij geketend en gefolterd kunnen worden. Hierbij wordt opgemerkt dat dit niet zo zeer in de officiële gevangenissen als wel in de niet-officiële gevangenissen, de zogenoemde cachot*s*, voorkomt. + +Met inachtneming van het vorenstaande, dient betrokkene, om op grond van artikel 29, eerste lid, onder a of b, Vw in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, aannemelijk te maken dat de problemen die hij heeft ondervonden van de zijde van de autoriteiten vanwege zijn werkzaamheden als journalist te herleiden zijn tot daden van vervolging, zoals bedoeld in het Vluchtelingenverdrag, of dat hij een reëel risico loopt op schending van het gestelde in artikel 3 EVRM. + +##### 3.9. Vrouwen Het normale beleid, zoals onder andere weergegeven in C2/2.11, C2/3.2 en C14/4.3 is van toepassing. -##### 3.9. Dienstplichtigen en deserteurs +Uit het ambtsbericht blijkt dat seksueel geweld tegen vrouwen en meisjes op grote schaal voorkomt in Congo DRC en epidemische vormen aanneemt. Zowel de overgebleven rebellenbewegingen alsook de soldaten van het regeringsleger en politieagenten maken zich hier schuldig aan. Slachtoffers van verkrachting leven in schaamte. Zij lopen het risico verstoten te worden door hun familie. Het is voor de meeste vrouwen in Congo DRC onmogelijk om bescherming in te roepen tegen seksueel geweld. Het is moeilijk om aangifte te doen van seksueel geweld, vooral in het oosten van het land. Het risico is aanwezig dat het doen van aangifte van verkrachting zich tegen het slachtoffer keert. Vrouwen die aangifte komen doen van seksueel geweld worden soms door de politie beticht van hekserij en lopen het risico zelf bestraft te worden, met name wanneer de dader van het seksueel geweld invloedrijk is. + +Vrouwen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij te vrezen hebben voor (seksuele) geweldpleging in Congo DRC, kunnen op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Hierbij wordt niet verlangd dat zij zich tot de autoriteiten hebben gewend voor bescherming. Het ambtsbericht geeft geen aanleiding om vrouwen aan te duiden als kwetsbare minderheidsgroep. + +Voorzover een beroep wordt gedaan op het traumatabeleid, wordt verwezen naar C2/4.2. + +##### 3.10. Dienstplichtigen en deserteurs Het algemene beleid, zoals weergegeven in C2/2.12 is van toepassing. -##### 3.10. Kinderen +Ten aanzien van Congo DRC heeft zich niet de situatie voorgedaan dat militaire acties in totaliteit door de internationale gemeenschap zijn veroordeeld als strijdig met de grondbeginselen voor humaan gedrag of met de fundamentele normen die gelden tijdens een gewapend conflict. + +Uit het ambtsbericht van de Minister van BuZa over de situatie in Congo DRC is gebleken dat in Congo DRC geen dienstplicht bestaat. + +Desertie is formeel strafbaar en heeft als maximale straf de doodstraf. In de praktijk komt desertie regelmatig voor. Vervolging wegens alleen desertie vindt zelden plaats. Voor hoge militairen wordt desertie hooguit als strafverzwarende omstandigheid in combinatie met een ander strafbaar feit aangemerkt. + +##### 3.11. Kinderen Hoewel weeskinderen traditioneel altijd werden opgevangen door familieleden of mensen in de omgeving, is het aantal straatkinderen in Kinshasa de afgelopen jaren flink toegenomen. Volgens schattingen leven in Kinshasa alleen al zo’n 25.000 straatkinderen. De meerderheid van die kinderen (tot 70%) zou verstoten zijn door familieleden nadat ze van hekserij beschuldigd werden. UNICEF heeft in acht grote steden een programma voor straatkinderen opgezet. - Waar het probleem van kinderen die van hekserij worden beschuldigd zich aanvankelijk leek te beperken tot Kinshasa en het westen van Congo DRC, wordt nu duidelijk dat het fenomeen in opkomst is in steden in het gehele land. De nieuwe Congolese grondwet stelt expliciet dat beschuldiging van hekserij een vorm van kindermishandeling is en daarom strafbaar is. Voor zover bekend is in Congo DRC, althans in de afgelopen jaren, niemand veroordeeld in verband met misdaden jegens van hekserij beschuldigde personen. - - - Het enkele feit van straatkind zijn of als kind te worden beschuldigd van hekserij is onvoldoende voor verlening van een verblijfsvergunning. - -200822620-11-200810-11-20082008/26200822620-11-200810-11-20082008/2622-11-2008 -##### 3.11. Homoseksuelen +Waar het probleem van kinderen die van hekserij worden beschuldigd zich aanvankelijk leek te beperken tot Kinshasa en het westen van Congo DRC, wordt nu duidelijk dat het fenomeen in opkomst is in steden in het gehele land. De nieuwe Congolese grondwet stelt expliciet dat beschuldiging van hekserij een vorm van kindermishandeling is en daarom strafbaar is. Voor zover bekend is in Congo DRC, althans in de afgelopen jaren, niemand veroordeeld in verband met misdaden jegens van hekserij beschuldigde personen. + +Het enkele feit van straatkind zijn of als kind te worden beschuldigd van hekserij is onvoldoende voor verlening van een verblijfsvergunning. + +##### 3.12. Homoseksuelen Zoals in veel Afrikaanse landen rust in Congo DRC een zwaar sociaal-cultureel taboe op homoseksualiteit, waardoor nauwelijks over het onderwerp kan worden gesproken. Door het gebrek aan beschermende wetgeving, aan formele en informele acceptatie en door het slechte functioneren van het politieapparaat kan een homoseksueel geen bescherming inroepen tegen gevallen van discriminatie door medeburgers, de politie of andere overheidsinstanties. @@ -4948,23 +5213,31 @@ In Congo DRC is homoseksualiteit niet expliciet strafbaar. Het WvSr noemt wel Indien een Congolese asielzoeker die zich beroept op discriminatie vanwege homoseksualiteit, aannemelijk kan maken dat de ondervonden discriminatie een dusdanige beperking van de bestaansmogelijkheden oplevert dat het onmogelijk is om op maatschappelijk en sociaal gebied te functioneren dan kan de vreemdeling op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw, in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Hierbij wordt niet van de vreemdeling verlangd dat hij zich tot de autoriteiten heeft gewend voor bescherming. -##### 3.12. Pygmeeën - -In Congo DRC worden de pygmeeën ernstig gemarginaliseerd en gediscrimineerd. - -Pygmeeën zouden door veel Congolezen als halve wilden worden gezien en daarom slecht behandeld. De pygmeeën hebben een leefwijze die zich slecht verhoudt tot de moderniteit. Het zijn jager-verzamelaars die rondtrekken in dunbevolkte bosgebieden. De pygmeeëngemeenschappen hebben veel te lijden gehad door de burgeroorlog en massale schendingen van de mensenrechten. Pygmeeën beschikken door hun leefwijze dikwijls over een uitstekende terreinkennis, waarvan de verschillende strijdende partijen gebruik hebben gemaakt en soms nog maken. +Het enkele feit van homoseksueel zijn is onvoldoende voor verlening van een verblijfsvergunning. ##### 3.13. Pygmeeën +In Congo DRC worden de Pygmeeën ernstig gemarginaliseerd en gediscrimineerd. + +Pygmeeën zouden door veel Congolezen als halve wilden worden gezien en daarom slecht behandeld. De Pygmeeën hebben een leefwijze die zich slecht verhoudt tot de moderniteit. Het zijn jager-verzamelaars die rondtrekken in dunbevolkte bosgebieden. De Pygmeeëngemeenschappen hebben veel te lijden gehad door de burgeroorlog en massale schendingen van de mensenrechten. Pygmeeën beschikken door hun leefwijze dikwijls over een uitstekende terreinkennis, waarvan de verschillende strijdende partijen gebruik hebben gemaakt en soms nog maken. + +Het enkele feit dat een persoon behoort tot de bevolkingsgroep van de Pygmeeën is onvoldoende voor verlening van een verblijfsvergunning. + #### 4. Traumatabeleid Het algemene beleid, zoals weergegeven in C2/4.2 is van toepassing. #### 5. Categoriale bescherming -Asielzoekers uit Congo DRC, waaronder de Tutsi’s, komen niet op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vw in aanmerking voor een verblijfsvergunning. +Asielzoekers uit Congo DRC komen niet op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vw in aanmerking voor een verblijfsvergunning. -De beschrijving van de algehele veiligheidssituatie in het algemene ambtsbericht van de Minister van BuZa leidt tot het oordeel dat de gebieden in het oosten van Congo DRC, waar zich recent gewapende conflicten hebben voorgedaan (Noord-Kivu, Zuid-Kivu, Ituri en Bas-Congo), categoriaal beschermingswaardig zijn. Er is evenwel geen beleid van categoriale bescherming, in de zin van artikel 29, eerste lid, onder d, Vw, geïndiceerd omdat asielzoekers, waaronder Tutsi’s, uit deze gebieden die niet in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning op individuele gronden, zich aan de algehele geweldsituatie kunnen onttrekken door in Kinshasa te verblijven. Aan deze personen zal daarom een verblijfsalternatief worden tegengeworpen. +De beschrijving van de algehele veiligheidssituatie in het algemene ambtsbericht van de Minister van BuZa leidt tot het oordeel dat de gebieden in het oosten van Congo DRC, waar zich recent gewapende conflicten hebben voorgedaan (Noord-Kivu, Zuid-Kivu, Ituri en Haut-Uélé), categoriaal beschermingswaardig zijn. Er is evenwel geen beleid van categoriale bescherming, in de zin van artikel 29, eerste lid, onder d, Vw, geïndiceerd omdat asielzoekers uit deze gebieden die niet in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning op individuele gronden, zich aan de algehele geweldsituatie kunnen onttrekken door in Kinshasa te verblijven. Aan deze personen zal daarom een verblijfsalternatief worden tegengeworpen. + +Ten aanzien van het verblijfsalternatief dat reeds sedert het voorgaande ambtsbericht aan Tutsi’s wordt tegengeworpen, wordt opgemerkt dat de beschrijving in het algemeen ambtsbericht van de Minister van BuZa leidt tot de conclusie dat de veiligheidssituatie van Tutsi’s in Kinshasa de afgelopen jaren is verbeterd en zich heeft bestendigd. + +Daarnaast is gebleken dat de ons omringende landen, het Verenigd Koninkrijk, België en Denemarken, geen speciaal beleid voeren ten aanzien van (bepaalde bevolkingsgroepen) uit Congo DRC. + +Verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd zal op normale wijze plaatsvinden indien de geldigheid van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verlopen voorafgaand aan de beëindiging van het beleid van categoriale bescherming, voor zover de vreemdeling ook aan de overige vereisten voor verlening voldoet. #### 6. Verdere beleidsconclusies en aandachtspunten @@ -4984,10 +5257,16 @@ Congo DRC wordt niet beschouwd als veilig derde land. Het beleid zoals neergelegd in C4/3.11.3 is van toepassing. Voor de procedure omtrent getuigen van oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid wordt verwezen naar C11/3.1. +Verder zijn er nog de volgende aandachtspunten. + +Zowel leden van het leger, de politie en de veiligheidsdienst, als leden van (voormalige) rebellenmilities hebben zich in Congo DRC op grote schaal schuldig gemaakt aan het schenden van de mensenrechten. Met name de strijdende partijen in het oosten van Congo DRC maken zich schuldig aan foltering en andere oorlogsmisdrijven. Om die reden dient men er in het bijzonder op bedacht te zijn of betrokkene zich mogelijk schuldig heeft gemaakt aan gedragingen als omschreven in artikel 1F Vluchtelingenverdrag. Vorenstaande kan ook van belang zijn bij minderjarigen, aangezien met name de rebellengroeperingen en sommige facties van het nationale leger gebruik maken dan wel gebruik hebben gemaakt van kindsoldaten. + #### 7. Opvangmogelijkheden Amv’s Traditioneel werden weeskinderen altijd opgevangen door familieleden of mensen in de omgeving. Het aantal straatkinderen is echter in de afgelopen jaren flink toegenomen. Voor Amv’s is adequate opvang in Congo DRC voorhanden. Weeskinderen worden in het algemeen opgevangen door de familie van één van beide ouders. In het opvangcentrum van de Congregatie der Salesianen (Don Bosco) zijn vier opvangplaatsen geregeld voor uit Nederland terugkerende Amv’s. Voor meer informatie over opvangmogelijkheden voor Amv’s wordt verwezen naar het eerdergenoemde ambtsbericht van de Minister van BuZa. +Minderjarige asielzoekers van Congolese nationaliteit komen derhalve niet in aanmerking voor verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd bedoeld voor Amv’s. Bij de feitelijke terugkeer moet de toegang tot een concrete opvangplaats geregeld zijn, tenzij betrokkene zich zelfstandig kan handhaven. + #### 8. Vertrekmoratorium Ten aanzien van asielzoekers uit Congo DRC geldt geen besluit in de zin van artikel 45, vierde lid, Vw.