2011-01-01 | BWBR0005360 | Uitvoeringsbesluit accijns
This commit is contained in:
parent
42261b6655
commit
8bf89cccd9
1 changed files with 35 additions and 32 deletions
|
|
@ -142,7 +142,7 @@ In afwijking van artikel 2 en 3a kan de in artikel 2, eerste lid, bedoelde vergu
|
|||
|
||||
a. de accijnsgoederen vergezeld gaan van het nooddocument, bedoeld in artikel 1a, onderdeel i;
|
||||
b. hij de inspecteur informeert voordat de overbrenging aanvangt; en
|
||||
c. hij vóór de aanvang van de overbrenging een kopie van het in onderdeel a bedoelde document indient bij de inspecteur.
|
||||
c. hij vóór de aanvang van de overbrenging een kopie van het in onderdeel a bedoelde document op verzoek overlegt aan de inspecteur.
|
||||
|
||||
**2.** Indien het EMCS niet beschikbaar was om aan de afzender toe te schrijven redenen, worden die redenen afdoend vermeld.
|
||||
|
||||
|
|
@ -187,8 +187,7 @@ i. bij gebleken misbruik of indien aan één of meer van deze voorwaarden niet w
|
|||
De toestemming als bedoeld in het eerste lid wordt niet verleend:
|
||||
|
||||
a. aan een vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats als bedoeld in artikel 42a van de wet;
|
||||
b. voor tabaksproducten.
|
||||
c. aan een vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats, waar accijnsgoederen worden vervaardigd, indien de hoeveelheid accijnsgoederen die gemiddeld over een jaar voorhanden is niet meer bedraagt dan de op grond van artikel 40, eerste lid, onderdeel b, van de wet, bij ministeriële regeling per soort accijnsgoed vastgestelde hoeveelheid.
|
||||
b. aan een vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats, waar accijnsgoederen worden vervaardigd, indien de hoeveelheid accijnsgoederen die gemiddeld over een jaar voorhanden is niet meer bedraagt dan de op grond van artikel 40, eerste lid, onderdeel b, van de wet, bij ministeriële regeling per soort accijnsgoed vastgestelde hoeveelheid.
|
||||
|
||||
### Artikel 4a
|
||||
|
||||
|
|
@ -422,9 +421,18 @@ b. als grondstof voor het vervaardigen van niet-accijnsgoederen, wordt verleend
|
|||
Onverminderd de in het tweede tot en met vierde lid bedoelde voorwaarden wordt de vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, verleend indien:
|
||||
|
||||
a. degene die de accijnsgoederen met vrijstelling betrekt verklaart dat de aan hem te leveren accijnsgoederen worden gebruikt voor het in het eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde gebruik;
|
||||
b. de verklaring in tweevoud geschiedt met gebruikmaking van een door de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats opgesteld bescheid in geval van uitslag uit de accijnsgoederenplaats of met gebruikmaking van een door degene die de levering verricht opgesteld bescheid in geval van invoer;
|
||||
c. degene die de accijnsgoederen met vrijstelling betrekt beide exemplaren van de verklaring ondertekent; en
|
||||
d. een exemplaar op overzichtelijke wijze wordt bewaard bij de administratie van de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats in geval van uitslag uit de accijnsgoederenplaats en bij de administratie van degene die de aangifte tot plaatsing onder de douaneregeling brengen in het vrije verkeer doet, in geval van invoer. Het andere exemplaar wordt op overzichtelijke wijze bewaard bij de administratie van degene die de accijnsgoederen met vrijstelling betrekt.
|
||||
b. de verklaring in tweevoud geschiedt met gebruikmaking van een bescheid opgesteld door:
|
||||
|
||||
– de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats in geval van uitslag uit de accijnsgoederenplaats;
|
||||
– de geregistreerde geadresseerde ter zake van de door hem ontvangen accijnsgoederen; of
|
||||
– degene die de levering verricht in geval van invoer;
|
||||
c. degene die de accijnsgoederen met vrijstelling betrekt beide exemplaren van de verklaring ondertekent;
|
||||
d. een exemplaar op overzichtelijke wijze is opgenomen in de administratie van:
|
||||
|
||||
– de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats in geval van uitslag uit de accijnsgoederenplaats;
|
||||
– de geregistreerde geadresseerde ter zake van de door hem ontvangen accijnsgoederen; of
|
||||
– degene die de aangifte doet tot plaatsing onder de douaneregeling in het vrije verkeer brengen, in geval van invoer; en
|
||||
e. het andere exemplaar op overzichtelijke wijze is opgenomen in de administratie van degene die de accijnsgoederen met vrijstelling betrekt.
|
||||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
|
|
@ -534,12 +542,12 @@ Voor de toepassing van de teruggaaf van accijns voor accijnsgoederen in gevallen
|
|||
|
||||
Teruggaaf van accijns voor accijnsgoederen waarvoor op de voet van de artikelen 66 en 66a van de wet aanspraak op een vrijstelling zou bestaan, wordt verleend indien:
|
||||
|
||||
a. degene die om teruggaaf verzoekt bij zijn verzoek een verklaring overlegt van de eigenaar of exploitant van het schip of luchtvaartuig of zijn vertegenwoordiger aan boord van het schip of luchtvaartuig dat de accijnsgoederen worden gebruikt voor het in de artikelen 66 en 66a van de wet bedoelde gebruik;
|
||||
a. degene die om teruggaaf verzoekt in zijn administratie een verklaring opneemt van de eigenaar of exploitant van het schip of luchtvaartuig of zijn vertegenwoordiger aan boord van het schip of luchtvaartuig dat de accijnsgoederen worden gebruikt voor het in de artikelen 66 en 66a van de wet bedoelde gebruik;
|
||||
b. de verklaring in tweevoud geschiedt met gebruikmaking van een door degene die de levering heeft verricht opgesteld bescheid;
|
||||
c. de eigenaar of exploitant van het schip of luchtvaartuig of zijn vertegenwoordiger aan boord van het schip of luchtvaartuig beide exemplaren van de verklaring ondertekent; en
|
||||
d. een exemplaar van de verklaring op overzichtelijke wijze wordt bewaard bij de administratie aan boord van het schip of bij de administratie van de eigenaar of exploitant van het luchtvaartuig.
|
||||
|
||||
**2.** Bij de toepassing van het eerste lid is artikel 20 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** Bij de toepassing van het eerste lid is artikel 20 van overeenkomstige toepassing voor zover het minerale oliën betreft die worden gebruikt voor de aandrijving van schepen of als scheepsbehoeften aan boord van schepen.
|
||||
|
||||
### Artikel 26
|
||||
|
||||
|
|
@ -555,12 +563,10 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 27a
|
||||
|
||||
Teruggaaf van accijns voor minerale oliën waarvoor op de voet van artikel 67, eerste lid, van de wet aanspraak op een vrijstelling zou bestaan, wordt verleend indien:
|
||||
Teruggaaf van accijns voor minerale oliën waarvoor op de voet van artikel 67, eerste lid, van de wet aanspraak op een vrijstelling zou bestaan, wordt verleend indien uit de administratie van degene die verzoekt om teruggaaf van accijns blijkt:
|
||||
|
||||
a. degene die de minerale oliën gebruikt verklaart dat de aan hem afgeleverde minerale oliën worden gebruikt voor verwarmingsdoeleinden;
|
||||
b. in de verklaring de plaats wordt vermeld waar het gebruik heeft plaatsgevonden of zal plaatsvinden;
|
||||
c. de verklaring in tweevoud geschiedt; en
|
||||
d. een exemplaar van de verklaring wordt meegestuurd met het verzoek om teruggaaf en het andere exemplaar op overzichtelijke wijze wordt bewaard bij de administratie van degene die de minerale oliën heeft gebruikt of zal gebruiken.
|
||||
a. dat de minerale oliën zijn gebruikt of zullen worden gebruikt voor verwarmingsdoeleinden;
|
||||
b. op welke plaats het gebruik van de minerale oliën heeft plaatsgevonden of zal plaatsvinden.
|
||||
|
||||
### Artikel 28
|
||||
|
||||
|
|
@ -576,7 +582,7 @@ Voor de toepassing van de teruggaaf voor onder ambtelijk toezicht vernietigde ac
|
|||
|
||||
### Artikel 30
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van de teruggaaf van accijns voor accijnsgoederen die zijn gebracht naar een derde land, dient bij het verzoek om teruggaaf een exemplaar van de op grond van de wettelijke bepalingen, bedoeld in artikel 1:1, eerste en tweede lid, van de Algemene douanewet, vereiste aangifte ten uitvoer te worden overgelegd waaruit blijkt dat de daarin omschreven accijnsgoederen hun bestemming hebben bereikt.
|
||||
Teruggaaf van accijns voor accijnsgoederen die naar een derde land zijn gebracht, wordt verleend indien in de administratie van degene die verzoekt om teruggaaf van accijns elektronische op geprinte exemplaren zijn opgenomen van het uitvoergeleidedocument of de aangifte ten uitvoer alsmede van de bevestiging van uitgang, welke documenten zijn vereist op grond van de wettelijke bepalingen, bedoeld in artikel 1:1, eerste en tweede lid, van de Algemene douanewet.
|
||||
|
||||
### Artikel 31
|
||||
|
||||
|
|
@ -591,11 +597,11 @@ Voor de toepassing van de teruggaaf van accijns voor accijnsgoederen die zijn ge
|
|||
Voor de toepassing van de teruggaaf van accijns voor accijnsgoederen die door een ondernemer zijn overgebracht in de zin van artikel 71, eerste lid, onderdeel e, van de wet, moet belanghebbende:
|
||||
|
||||
a. de accijnsgoederen vervoeren onder dekking van een vereenvoudigd administratief geleidedocument; en
|
||||
b. het van de geadresseerde terugontvangen derde exemplaar van het geleidedocument aan de inspecteur overleggen, voorzien van de aantekening door de geadresseerde dat de goederen door hem zijn ontvangen.
|
||||
b. het van de geadresseerde terugontvangen derde exemplaar van het geleidedocument, voorzien van de aantekening door de geadresseerde dat de goederen door hem zijn ontvangen, in zijn administratie opnemen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde exemplaar van het geleidedocument moet vergezeld gaan van een document waaruit blijkt dat de betaling van accijns in de lidstaat van bestemming heeft plaatsgevonden. Indien in de lidstaat van bestemming geen accijns verschuldigd is, moet vorengenoemd document de navolgende gegevens vermelden:
|
||||
Naast het in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde exemplaar van het geleidedocument is in de administratie van belanghebbende een document opgenomen waaruit blijkt dat de betaling van accijns in de lidstaat van bestemming heeft plaatsgevonden. Indien in de lidstaat van bestemming geen accijns verschuldigd is, moet vorengenoemd document de navolgende gegevens vermelden:
|
||||
|
||||
a. het adres van de ter zake bevoegde fiscale autoriteiten van de lidstaat van bestemming;
|
||||
b. de datum van aanvaarding van de aangifte door de ter zake bevoegde fiscale autoriteiten van de lidstaat van bestemming alsmede het registratienummer van de aangifte.
|
||||
|
|
@ -604,22 +610,20 @@ b. de datum van aanvaarding van de aangifte door de ter zake bevoegde fiscale au
|
|||
|
||||
Voor de toepassing van de teruggaaf van accijns voor accijnsgoederen die zijn geleverd in de zin van artikel 71, eerste lid, onderdeel f, van de wet, moet belanghebbende:
|
||||
|
||||
a. een document overleggen waaruit blijkt dat de betaling van accijns in de lidstaat van bestemming heeft plaatsgevonden. Indien in de lidstaat van bestemming geen accijns verschuldigd is, moeten gegevens worden verstrekt waaruit blijkt dat de accijnsgoederen in de lidstaat van bestemming zijn afgeleverd;
|
||||
a. in zijn administratie een document opnemen waaruit blijkt dat de betaling van accijns in de lidstaat van bestemming heeft plaatsgevonden. Indien in de lidstaat van bestemming geen accijns verschuldigd is, blijkt uit de administratie dat de accijnsgoederen in de lidstaat van bestemming zijn afgeleverd;
|
||||
b. voorafgaand aan de verzending van de accijnsgoederen bij één enkel, door de lidstaat van bestemming speciaal voor afstandsverkopen aangewezen loket en onder de door deze lidstaat vast te stellen voorwaarden, zijn identiteit bekend maken en zekerheid stellen voor de betaling van de accijns;
|
||||
c. bij de aankomst van de accijnsgoederen de accijns voldoen aan het in onderdeel b bedoelde loket;
|
||||
d. een administratie voeren van de leveringen van de accijnsgoederen.
|
||||
|
||||
### Artikel 31c
|
||||
|
||||
**1.** Het verzoek om teruggaaf, bedoeld in artikel 71f van de wet, kan worden gedaan na afloop van elke kalendermaand, en moet uiterlijk worden gedaan binnen dertien weken na het einde van het kalenderjaar.
|
||||
**1.** Het verzoek om teruggaaf, bedoeld in artikel 71f van de wet, kan worden gedaan na afloop van elke kalendermaand, en wordt uiterlijk gedaan drie maanden na het einde van het kalenderjaar.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde teruggaaf wordt alleen verleend indien de aankoopfacturen worden overgelegd en indien de administratie van degene die om teruggaaf verzoekt, voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden.
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde teruggaaf wordt alleen verleend indien de administratie van degene die om teruggaaf verzoekt, voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden.
|
||||
|
||||
### Artikel 31d
|
||||
|
||||
**1.** Het verzoek om teruggaaf, bedoeld in artikel 71g van de wet, wordt uiterlijk gedaan binnen dertien weken na afloop van het kalenderkwartaal waarin de minerale oliën zijn geleverd.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde teruggaaf wordt alleen verleend indien de aankoopfacturen worden overgelegd.
|
||||
Het verzoek om teruggaaf, bedoeld in artikel 71g van de wet, wordt gedaan uiterlijk drie maanden na afloop van het kalenderkwartaal waarin de minerale oliën zijn geleverd.
|
||||
|
||||
### Artikel 32
|
||||
|
||||
|
|
@ -629,7 +633,7 @@ d. een administratie voeren van de leveringen van de accijnsgoederen.
|
|||
|
||||
### Artikel 33
|
||||
|
||||
Behoudens in het in artikel 31, tweede lid, bedoelde geval, wordt bij een verzoek om teruggaaf van accijns steeds de aankoopfactuur van de desbetreffende accijnsgoederen overgelegd.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk IVA. Bijzondere regeling voor biobrandstoffen
|
||||
|
||||
|
|
@ -643,16 +647,16 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 34
|
||||
|
||||
**1.** Van accijnsgoederen, andere dan tabaksprodukten die zijn voorzien van de wettelijk voorgeschreven accijnszegels, die worden vervoerd dan wel voorhanden zijn buiten een accijnsgoederenplaats of een entrepot, moet aan de hand van bescheiden de herkomst kunnen worden aangetoond.
|
||||
**1.** Van accijnsgoederen, andere dan tabaksproducten die zijn voorzien van de wettelijk voorgeschreven accijnszegels, die worden vervoerd of voorhanden zijn, niet zijnde onder een accijnsschorsingsregeling, wordt aan de hand van bescheiden de herkomst aangetoond.
|
||||
|
||||
**2.** Het bescheid dat wordt gebruikt om de herkomst aan te tonen van accijnsgoederen die worden vervoerd, mag niet ouder zijn dan zes dagen.
|
||||
**2.** Het bescheid dat wordt gebruikt om de herkomst aan te tonen van accijnsgoederen die worden vervoerd, niet zijnde onder een accijnsschorsingsregeling, mag niet ouder zijn dan zes dagen, tenzij wordt aangetoond dat het vervoer langer dan zes dagen geleden is aangevangen.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Het eerste lid is niet van toepassing met betrekking tot accijnsgoederen:
|
||||
Het eerste lid is niet van toepassing op accijnsgoederen:
|
||||
|
||||
a. beneden de op grond van artikel 2d, tweede lid, van de wet vastgestelde hoeveelheden; en
|
||||
b. die bij anderen dan ondernemers als bedoeld in artikel 7 van de Wet op de omzetbelasting 1968 voorhanden zijn of door hen worden vervoerd voor eigen behoeften voor zover die accijnsgoederen zich bevinden in de gebruikelijke kleinhandelsverpakking.
|
||||
b. die bij anderen dan ondernemers voorhanden zijn of door hen worden vervoerd voor eigen behoeften voor zover die accijnsgoederen zich bevinden in de gebruikelijke kleinhandelsverpakking.
|
||||
|
||||
### Artikel 34a
|
||||
|
||||
|
|
@ -703,14 +707,14 @@ b. communautaire accijnsgoederen als bedoeld in artikel 4, onderdeel 7, van het
|
|||
|
||||
### Artikel 39a
|
||||
|
||||
**1.** De inspecteur kan toestaan dat de vervoerder of de eigenaar, bedoeld in artikel 56, derde lid, van de wet, zekerheid stelt in plaats van de vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats, indien hiertoe een gezamenlijk verzoek van die vervoerder of eigenaar en die vergunninghouder wordt ingediend.
|
||||
**1.** De inspecteur kan toestaan dat de vervoerder of de eigenaar, bedoeld in artikel 56, derde lid, van de wet, zekerheid stelt in plaats van de vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats of de geregistreerde afzender, indien hiertoe een gezamenlijk verzoek van die vervoerder of eigenaar en die vergunninghouder of geregistreerde afzender wordt ingediend.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In het verzoek worden vermeld:
|
||||
|
||||
a. de naam en het adres van de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats en de naam en het adres van de vervoerder of de eigenaar van de goederen;
|
||||
b. het accijnsnummer van de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats;
|
||||
a. de naam en het adres van de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats of van de geregistreerde afzender en de naam en het adres van de vervoerder of de eigenaar van de goederen;
|
||||
b. het accijnsnummer van de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats of van de geregistreerde afzender;
|
||||
c. het btw-identificatienummer van de vervoerder of de eigenaar van de goederen.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk VI. Ontheffing verbodsbepalingen
|
||||
|
|
@ -722,8 +726,7 @@ c. het btw-identificatienummer van de vervoerder of de eigenaar van de goederen.
|
|||
Halfzware olie en gasolie die zijn voorzien van herkenningsmiddelen als bedoeld in artikel 27, derde lid, van de wet, dan wel bestanddelen bevatten van die herkenningsmiddelen, mogen voorhanden zijn in de brandstoftank ten behoeve van de aandrijving van motorrijtuigen:
|
||||
|
||||
a. waarvoor op grond van artikel 37, eerste lid, onderdeel a, onder 2° en 4° van de Wegenverkeerswet 1994 geen kenteken behoeft te zijn opgegeven;
|
||||
b. die zijn ingericht en uitsluitend worden gebezigd voor de aanleg en het onderhoud van wegen;
|
||||
c. die zijn ingericht voor het gebruik elders dan op wegen en uitsluitend worden gebruikt voor het landbouw- en bosbouwbedrijf.
|
||||
b. die zijn ingericht en uitsluitend worden gebezigd voor de aanleg en het onderhoud van wegen en waarvoor op grond van artikel 72, eerste lid, onderdeel j, van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 vrijstelling van motorrijtuigenbelasting wordt verleend.
|
||||
|
||||
### Afdeling 2. Tabaksprodukten
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue