diff --git a/wet/wet-aanleg-locaalspoor-en-tramwegen/BWBR0001892/README.md b/wet/wet-aanleg-locaalspoor-en-tramwegen/BWBR0001892/README.md new file mode 100644 index 00000000000..3552aa69b9e --- /dev/null +++ b/wet/wet-aanleg-locaalspoor-en-tramwegen/BWBR0001892/README.md @@ -0,0 +1,86 @@ +--- +titel: Wet aanleg locaalspoor- en tramwegen +bwb_id: BWBR0001892 +type: wet +status: geldend +datum_inwerkingtreding: '1918-01-28' +bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0001892 +citeertitel: Wet aanleg locaalspoor- en tramwegen +--- + +# Wet aanleg locaalspoor- en tramwegen + +### Artikel 1 + +In deze wet wordt verstaan onder: + +a. *spoorwegen* alle spoorwegen, ten aanzien waarvan eene door Ons of met Onze machtiging verleende concessie tot aanleg van en uitoefening van den dienst op den spoorweg van kracht is, en waarop ingevolge die concessie uitsluitend met beperkte snelheid wordt vervoerd; +b. *wegen* alle openbare wegen met al hetgeen daartoe behoort, met uitzondering van de wegen onder beheer van het Rijk; +c. *concessionaris* hij, die voorzien is van eene concessie, als bedoeld bij letter *a*. + +### Artikel 2 + +**1.** Gedeputeerde Staten beschikken op verzoeken om vergunning tot aanleg en instandhouding of tot instandhouding van een spoorweg op wegen in hunne provincie. + +**2.** Gedeputeerde staten geven met betrekking tot het ontwerp van de beschikking toepassing aan de in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht geregelde procedure. + +**3.** Omtrent het ontwerp van een beschikking kunnen Gedeputeerde Staten overleg plegen met een van de in artikel 10 van de Spoorwegwet bedoelde ambtenaren. + +**4.** Gedeputeerde staten geven de beschikking binnen zes maanden na afloop van de termijn waarbinnen zienswijzen naar voren kunnen worden gebracht. + +**5.** De kosten, voor de provincie uit toepassing van dit artikel voortvloeiende, worden haar door den concessionaris vergoed. + +### Artikel 3 + +Vervallen + +### Artikel 4 + +Artikel 2 is van overeenkomstige toepassing op een beschikking tot wijziging of intrekking van de vergunning. + +### Artikel 5 + +**1.** De vergunning mag niet in strijd zijn met de concessie, bedoeld bij artikel 1, letter *a*. + +**2.** Voor zooveel zoodanige strijd door wijziging van de concessie mocht ontstaan, dragen Gedeputeerde Staten zorg voor wijziging van de vergunning. + +### Artikel 6 + +Vordert de uitvoering van de vergunning eenige bemoeiing van het provinciaal bestuur, van gemeentebesturen of van besturen van waterschappen, veenschappen of veenpolders, dan wordt door deze besturen het daartoe noodige verricht. + +### Artikel 7 + +**1.** Een ieder is verplicht te gedoogen, dat spoorwegen op wegen met inachtneming van een vergunning als bedoeld in artikel 2, worden aangelegd en in stand gehouden. + +**2.** De schade, welke daaruit voor de beheerders der wegen of voor andere daarop recht hebbenden mocht voortvloeien, wordt hun door den concessionaris vergoed. + +**3.** De vordering daartoe moet worden ingesteld voor den rechter van het kanton, of, ter keuze van den eischer, van een der kantons, waarin de weg is gelegen. + +**4.** Van de uitspraak van den kantonrechter is hooger beroep toegelaten. + +**5.** De bepalingen, voor burgerlijke twistgedingen geldende, zijn op de twistgedingen, bij dit artikel bedoeld, van toepassing, voor zooveel daarvan bij het derde en vierde lid niet is afgeweken. + +### Artikel 8 + +**1.** Met hechtenis van ten hoogste *twaalf dagen* of geldboete van de eerste categorie wordt gestraft hij, die een spoorweg op een weg aanlegt of in stand houdt zonder vergunning of anders dan met inachtneming van een vergunning als bedoeld in artikel 2. + +**2.** Met hechtenis van ten hoogste *twaalf dagen* of geldboete van de eerste categorie wordt gestraft hij, die in strijd handelt met de verplichting in het eerste lid van artikel 7 omschreven. + +**3.** Vervallen. + +**4.** De bij dit artikel strafbaar gestelde feiten worden beschouwd als overtreding. + +### Artikel 9 + +Met de opsporing van de bij deze wet strafbaar gestelde feiten zijn, onverminderd artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, belast de hoofdingenieurs, ingenieurs, adjunct-ingenieurs, hoofdopzichters en opzichters van de provinciale waterstaat. Deze ambtenaren zijn tevens belast met de opsporing van de feiten, strafbaar gesteld in de artikelen 179 tot en met 182 en 184 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover deze feiten betrekking hebben op een bevel, vordering of handeling, gedaan of ondernomen door henzelf. + +### Artikel 10 + +Gedeputeerde Staten zijn bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van deze wet. + +### Artikel 11 + +Artikel 8 is niet van toepassing: + +a. voor zooveel Gedeputeerde Staten tijdens de behandeling van een verzoek om vergunning toestaan, dat voorloopig met aanleg van een spoorweg wordt aangevangen of een spoorweg in stand wordt gehouden. Op hetgeen wordt toegestaan is artikel 7 van toepassing; +b. ten aanzien van spoorwegen, welke bij het in werking treden dezer wet in aanleg zijn of in stand worden gehouden met goedvinden van hen, die tot dat tijdstip bevoegd waren daaromtrent te beschikken. De te dier zake bestaande regelingen blijven van kracht, totdat zij worden vervangen door vergunningen, als bedoeld in artikel 2.