From 8c0724c05d4cfeade229f81fba21789ab0862d2d Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Tue, 1 Jan 2013 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2013-01-01 | BWBR0012289 | Vreemdelingencirculaire 2000 (B) --- .../BWBR0012289/README.md | 336 +++++++++++------- 1 file changed, 198 insertions(+), 138 deletions(-) diff --git a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md index 30cc59b81c7..2d6c6c43344 100644 --- a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md +++ b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md @@ -1182,17 +1182,25 @@ Ingevolge het tweede lid van zowel artikel 16 als 18 Vw kunnen bij of krachtens #### 4.7. Inburgeringsvereiste -Per 15 maart 2006 is de Wet inburgering in het buitenland van kracht geworden en per 1 januari 2007 de Wet inburgering. De koppeling tussen het behalen van het inburgeringsexamen en het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verband houdend met voortgezet verblijf en een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd is per 1 januari 2010 van kracht. +Per 15 maart 2006 is de Wet inburgering in het buitenland van kracht geworden en per 1 januari 2007 de Wet inburgering. De koppeling tussen het behalen van het inburgeringsexamen en het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verband houdend met voortgezet verblijf en een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd is per 1 januari 2010 van kracht. + +Op 1 januari 2013 is de Wet inburgering gewijzigd. Het uitgangspunt van de gewijzigde Wet inburgering is om de inburgeringsplichtigen zelf de volledige verantwoordelijkheid te laten dragen voor hun inburgering. Met de introductie van dit vernieuwde inburgeringsstelsel is aan de Vw de afwijzings- dan wel intrekkingsgrond ‘verwijtbaar niet tijdig hebben voldaan aan de inburgeringsplicht’ toegevoegd (zie B1/5.3.7). Het inburgeringsvereiste in het kader van de mvv-procedure bestaat uit het met goed gevolg afleggen van het basisexamen inburgering binnen één jaar voorafgaand aan de aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (artikel 3.71a, eerste lid, Vb) op een Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging (zie B1/4.7.1). -Het inburgeringsvereiste in het kader van de aanvraag om een bovengenoemde verblijfsvergunning bestaat uit het behalen van het inburgeringsexamen (artikel 3.80a Vb voor de verblijfsvergunning bepaalde tijd en artikel 3.96a Vb voor de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd). Ten bewijze dat het inburgeringsexamen is behaald, wordt een diploma uitgereikt (artikel 14 Wet inburgering). +Het inburgeringsvereiste in het kader van de aanvraag om een bovengenoemde verblijfsvergunning bestaat uit het behalen van het inburgeringsexamen (artikel 3.80a Vb voor de verblijfsvergunning bepaalde tijd en artikel 3.96a Vb voor de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd). Ten bewijze dat het inburgeringsexamen is behaald, wordt een diploma uitgereikt. + +Met de introductie van het vernieuwde inburgeringsstelsel wordt ook het inburgeringsexamen aangepast. Alle inburgeringsplichtige vreemdelingen (ook die na 31 december 2012 inburgeringsplichtig worden) kunnen na 1 januari 2013 gedurende een overgangsperiode van twee jaar nog de onderdelen van het inburgeringsexamen oude stijl afleggen. Vanaf 1 januari 2013 kunnen alle inburgeringsplichtige vreemdelingen ook de onderdelen van het inburgeringsexamen nieuwe stijl afleggen. Dit betekent dat vanaf 1 januari 2013 twee verschillende inburgeringsdiploma’s overgelegd kunnen worden. Het inburgeringsexamen bestaat uit twee onderdelen: een praktijkdeel en een centraal deel. -Het praktijkdeel van het inburgeringsexamen bestaat uit een onderzoek naar de vijf functionele taalvaardigheden (spreken, luisteren, lezen, schrijven en gespreksvaardigheid) gerelateerd aan veel voorkomende praktijksituaties die van cruciaal belang zijn om adequaat te kunnen participeren in de Nederlandse samenleving. Het praktijkdeel bestaat uit een portfolio of assessment of een combinatie van beide (artikel 3.7 Besluit inburgering). +Het praktijkdeel van het inburgeringsexamen bestaat uit een onderzoek naar de vijf functionele taalvaardigheden (spreken, luisteren, lezen, schrijven en gespreksvaardigheid) gerelateerd aan veel voorkomende praktijksituaties die van cruciaal belang zijn om adequaat te kunnen participeren in de Nederlandse samenleving. Het praktijkdeel bestaat uit een portfolio of assessment of een combinatie van beide (artikel 3.7 Besluit inburgering, zoals dat luidde tot 1 januari 2013). -Het centraal deel van het examen bestaat uit drie examens: kennis van de Nederlandse samenleving (KNS), het electronisch praktijkexamen (EPE) en de toets gesproken Nederlands (TGN). KNS en EPE worden afgenomen via de computer. TGN wordt afgenomen via de telefoon. De examens van het centraal deel van het inburgeringsexamen worden enkel afgenomen door de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, onder verantwoordelijkheid van de Minister van BZK (vóór 1 januari 2010: de IB-Groep) (artikel 3.9 Besluit inburgering). +Het centraal deel van het examen bestaat uit drie examens: kennis van de Nederlandse samenleving (KNS), het electronisch praktijkexamen (EPE) en de toets gesproken Nederlands (TGN). KNS en EPE worden afgenomen via de computer. TGN wordt afgenomen via de telefoon. De examens van het centraal deel van het inburgeringsexamen worden enkel afgenomen door de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, onder verantwoordelijkheid van de Minister van BZK (vóór 1 januari 2010: de IB-Groep) (artikel 3.9 Besluit inburgering, zoals dat luidde tot 1 januari 2013). + +Ten aanzien van het niveau van het inburgeringsexamen: voor een oudkomer (niet zijnde een geestelijke bedienaar) moet het behaalde niveau A1 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader zijn voor de schriftelijke vaardigheden en A2 voor mondelinge vaardigheden. Voor overige vreemdelingen moet het behaalde niveau voor alle vaardigheden A2 zijn (artikel 2.9 Besluit inburgering, zoals dat luidde tot 1 januari 2013). + +Het EPE en het praktijkdeel van het inburgeringsexamen zijn vervallen. In plaats van deze twee onderdelen zijn drie nieuwe examenonderdelen geïntroduceerd. Het gaat om de vaardigheden lezen, luisteren en schrijven in de Nederlandse taal die op niveau A2 worden getoetst. De onderdelen TGN en KNS blijven bestaan. De onderdelen lezen, luisteren, spreken (TGN) en KNS worden afgenomen via de computer. Het onderdeel schrijven wordt schriftelijk afgelegd (artikel 3.9 Besluit inburgering). ##### 4.7.1. Inburgering buitenland middels het basisexamen inburgering (mvv-procedure) @@ -1257,9 +1265,10 @@ Als tijdelijke verblijfsdoel in de zin van de Wet inburgering gelden de volgende • verblijf als kennismigrant; • werkzaamheid in het kader van grensoverschrijdende dienstverlening; • verblijf als onderzoeker in de zin van richtlijn 2005/71/EG; +• verblijf als houder van de Europese blauwe kaart; • verblijfsrecht op grond van artikel 3.4, derde lid, Vb indien bij de verlening is bepaald dat het verblijfsrecht tijdelijk van aard is. -Het inburgeringsvereiste is niet van toepassing op de vreemdeling die ten minste acht jaren tijdens de leerplichtige leeftijd in Nederland heeft verbleven zijnde de periode van het vijfde tot en met het zestiende jaar. Het verblijf in Nederland tijdens de leerplichtige leeftijd blijkt op grond van artikel 2.6 Besluit inburgering uit inschrijving als ingezetene in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, dan wel uit inschrijving in de daaraan voorafgaande bevolkingsboekhouding. Voor toepassing van deze vrijstellingsrond is niet vereist dat het hierbij om een ononderbroken inschrijving van acht jaar gaat. Voorts is niet vereist dat het om acht jaar legaal verblijf in Nederland gaat. +Het inburgeringsvereiste is niet van toepassing op de vreemdeling die ten minste acht jaren tijdens de leerplichtige leeftijd in Nederland heeft verbleven zijnde de periode van het vijfde tot en met het zestiende jaar. Het verblijf in Nederland tijdens de leerplichtige leeftijd blijkt op grond van artikel 2.6 Besluit inburgering uit inschrijving als ingezetene in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, dan wel uit inschrijving in de daaraan voorafgaande bevolkingsboekhouding. Voor toepassing van deze vrijstellingsgrond is niet vereist dat het hierbij om een ononderbroken inschrijving van acht jaar gaat. Voorts is niet vereist dat het om acht jaar legaal verblijf in Nederland gaat. Op grond van artikel 2.3 en artikel 2.5 Besluit inburgering is niet inburgeringsplichtig de vreemdeling die beschikt over een diploma, certificaat of ander document zoals hieronder genoemd: @@ -1267,21 +1276,17 @@ Op grond van artikel 2.3 en artikel 2.5 Besluit inburgering is niet inburgerings • een diploma staatsexamen Nederlands als tweede taal, programma I of II; • een in België, Suriname, Aruba, Curaçao, Sint Maarten of in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba behaald schooldiploma of getuigschrift. Dit moet zijn behaald na onderwijs in een Nederlandstalige opleiding met een voldoende op de cijferlijst voor het vak Nederlands. Het niveau van de opleiding moet hoger zijn dan lager- of basisonderwijs en het uitgereikte diploma moet een wettelijke basis hebben; • een diploma van het Europese baccalaureaat van de Europese school, het getuigschrift International Baccalaureate Middele Years Certificate, International General Certificate of Secundary Education of Internationaal Baccalaureaat, voor zover dat het baccalaureaat het vak Nederlands als eerste of tweede taal omvat en voor dat vak een voldoende is behaald of indien daartoe een cursus Engels-Nederlandstalig onderwijs of een cursus Internationaal Baccalaureaat met daarin het vak Nederlands is gevolgd en een voldoende is behaald; -• het Certificaat Naturalisatietoets; • het inburgeringsdiploma van de Wet inburgering; -• een certificaat Inburgering in het kader van de WIN, wanneer uiterlijk 31 december 2006 het WIN-traject is afgerond, en bijbehorende verklaring van het ROC waaruit blijkt dat een profieltoets met de uitkomst voor de onderdelen 'luisteren' en 'spreken' niveau NT2-2 is behaald, voor de onderdelen 'lezen' en 'schrijven' niveau NT2-1 en voor het onderdeel Maatschappij Oriëntatie niveau 2 of 80% als die toets is afgelegd na 31 augustus 2001 respectievelijk 85% als de toets voor 1 september 2001 is afgelegd (de vreemdeling is oudkomer); -• een certificaat Inburgering in het kader van de WIN, wanneer het WIN-traject doorliep in 2007 of 2008, en bijbehorende verklaring van het ROC waaruit blijkt dat voor de onderdelen 'luisteren', 'spreken', ‘lezen' en ‘schrijven' tenminste niveau NT2-2 is behaald en voor het onderdeel Maatschappij Oriëntatie niveau 2 of 80% als die toets is afgelegd na 31 augustus 2001 respectievelijk 85% als de toets voor 1 september 2001 is afgelegd (de vreemdeling is nieuwkomer); -• een certificaat Oudkomers van de Regeling certificaat inburgering oudkomers, waaruit blijkt dat voor de onderdelen ‘luisteren’ en ‘spreken’ niveau NT2 2 is behaald en niveau NT2 1 voor de onderdelen ‘lezen ‘schrijven’; -• het document korte vrijstellingstoets van de Wet inburgering (artikel 2.7, tweede lid, Besluit inburgering); -• een beschikking van het college van B&W waarin staat dat de vaststelling van een inburgeringsprogramma op grond van de Wet inburgering nieuwkomers achterwege is gelaten omdat tijdens het inburgeringsonderzoek aannemelijk is geworden dat de nieuwkomer de kennis, het inzicht en de vaardigheden die hij door het deelnemen aan een inburgeringsprogramma zou kunnen verwerven, reeds in voldoende mate op andere wijze zou verwerven; -• een beschikking van het college van B&W waarin staat dat de vaststelling van een inburgeringsprogramma op grond van de Wet inburgering nieuwkomers achterwege is gelaten omdat een toets als bedoeld in artikel 5, vierde lid, Wet inburgering nieuwkomers met goed gevolg is afgelegd; of -• een bewijs waaruit blijkt dat de vreemdeling ingevolge artikel 4 Besluit Naturalisatietoets zoals dit gold op 1 april 2003 is of was ontheven van de verplichting om alle in dat artikel bedoelde toetsonderdelen af te leggen. +• het inburgeringsdiploma bedoeld in artikel 14, tweede lid van de Wet inburgering, zoals deze luidde tot 1 januari 2013; +• een certificaat Inburgering in het kader van de WIN, wanneer het WIN-traject doorliep in 2007 of 2008, en bijbehorende verklaring van het ROC waaruit blijkt dat voor de onderdelen ‘luisteren’, ‘spreken’, ‘lezen‘ en ‘schrijven’ tenminste niveau NT2-2 is behaald en voor het onderdeel Maatschappij Oriëntatie niveau 2 of 80% als die toets is afgelegd na 31 augustus 2001 respectievelijk 85% als de toets voor 1 september 2001 is afgelegd (de vreemdeling is nieuwkomer); +• een certificaat Oudkomers van de Regeling certificaat inburgering oudkomers, waaruit blijkt dat voor de onderdelen ‘luisteren’, ‘spreken’, ‘lezen’ en ‘schrijven’ ten minste het niveau NT2 2 is behaald; of +• het document korte vrijstellingstoets van de Wet inburgering (artikel 2.7, tweede lid, Besluit inburgering, zoals dat luidde tot 1 januari 2013). Andere bescheiden dan hier vermeld, leiden niet tot vrijstelling op deze grond. De thans geldende legalisatiecirculaire is van overeenkomstige toepassing. Om voor vorengenoemde vrijstellingsgrond in aanmerking te komen overlegt de vreemdeling bij de aanvraag van de mvv of het verzoek om advies het gevraagde diploma. In het geval vereist is dat voor het vak Nederlands een voldoende is gehaald, overlegt de vreemdeling een door de onderwijsinstelling gewaarmerkte cijferlijst waaruit blijkt dat een voldoende is behaald voor het vak Nederlandse taal. -Bij twijfel of het diploma, getuigschrift of ander document vrijstelling oplevert in het kader van de Wet inburgering kan contact worden opgenomen met de Dienst Uitvoering Onderwijs. +Bij twijfel of het diploma, getuigschrift of ander document vrijstelling oplevert in het kader van de Wet inburgering kan contact worden opgenomen met DUO. De vreemdeling met de Surinaamse nationaliteit is op grond van artikel 16, derde lid, Vw vrijgesteld van het basisexamen inburgering, indien hij heeft aangetoond in Suriname of Nederland lager onderwijs in de Nederlandse taal te hebben gevolgd. @@ -1337,52 +1342,54 @@ Zie voor herkansing artikel 3.98d Vb. ##### 4.7.2. Het inburgeringsexamen (voortgezet verblijf) -Ingevolge artikel 16a, eerste lid, Vw kan de aanvraag tot het wijzigen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 Vw worden afgewezen indien de vreemdeling het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 13 Wet inburgering, niet heeft behaald. - - - In artikel 3.80a Vb is het inburgeringsvereiste geregeld met betrekking tot de verlening van een verblijfsvergunning onder de beperking ‘voortgezet verblijf’. Op grond van artikel 3.80a, eerste lid, Vb wordt een aanvraag tot het wijzigen van een verblijfsvergunning in een verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf afgewezen, indien de aanvraag is ingediend door een vreemdeling als bedoeld in artikel 3.51, eerste lid, aanhef en onder a, Vb, die het inburgeringsexamen niet heeft behaald. Dit is de vreemdeling die drie jaar in Nederland verblijft als houder van een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met gezinshereniging of gezinsvorming met een persoon met niet-tijdelijk verblijfsrecht. Dit betekent dat het inburgeringsvereiste alleen van toepassing is in de gevallen genoemd in B16/3.1.1 en 3.1.2. - - - *Overgangsregeling* - - - De aanvraag tot het wijzigen van een verblijfsvergunning wordt niet afgewezen op de grond dat de vreemdeling het inburgeringsexamen niet heeft behaald, indien de aanvraag is ingediend vóór 1 januari 2010 en de vreemdeling op dat tijdstip drie jaar houder was van een verblijfsvergunning (zie artikel 9.2, eerste lid, Besluit inburgering). - -20092019224-12-200916-12-2009WBV2009/3020092019224-12-200916-12-2009WBV2009/3001-01-2010 +Ingevolge artikel 16a, eerste lid, Vw kan de aanvraag tot het wijzigen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 Vw worden afgewezen indien de vreemdeling het examen, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel a, van de Wet Inburgering, of een diploma, certificaat of ander document, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van die wet, niet heeft behaald. + +In artikel 3.80a Vb is het inburgeringsvereiste geregeld met betrekking tot de verlening van een verblijfsvergunning onder de beperking ‘voortgezet verblijf’. Op grond van artikel 3.80a, eerste lid, Vb wordt een aanvraag tot het wijzigen van een verblijfsvergunning in een verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf afgewezen, indien de aanvraag is ingediend door een vreemdeling als bedoeld in artikel 3.51, eerste lid, aanhef en onder a, Vb, die het inburgeringsexamen niet heeft behaald. Dit is de vreemdeling die vijf jaar in Nederland verblijft als houder van een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met gezinshereniging of gezinsvorming met een persoon met niet-tijdelijk verblijfsrecht. Dit betekent dat het inburgeringsvereiste alleen van toepassing is in de gevallen genoemd in B16/3.1.1. ###### 4.7.2.1. Gevallen waarin het inburgeringsvereiste niet van toepassing is -Op grond van artikel 3.80a, eerste lid, Vb wordt de verblijfsvergunning onder de beperking ‘voortgezet verblijf’ afgewezen als de vreemdeling het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 13 Wet inburgering, niet heeft behaald. Dit is ingevolge artikel 3.80a, tweede tot en met vierde lid, Vb niet van toepassing indien: +Op grond van artikel 3.80a, eerste lid, Vb wordt de verblijfsvergunning onder de beperking ‘voortgezet verblijf’ afgewezen als de vreemdeling het examen, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel a, van de Wet Inburgering, of een diploma, certificaat of ander document, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van die wet, niet heeft behaald. Dit is ingevolge artikel 3.80a, tweede tot en met vierde lid, Vb niet van toepassing indien: -a. de vreemdeling jonger is dan 16 jaar dan wel 65 jaar of ouder; +a. de vreemdeling minderjarig is of 65 jaar of ouder is; b. de vreemdeling ten minste acht jaren tijdens de leerplichtige leeftijd in Nederland heeft verbleven; -c. de vreemdeling is vrijgesteld van het inburgeringsvereiste, omdat hij beschikt over een document als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, onder b tot en met l, Besluit inburgering; -d. de vreemdeling is vrijgesteld van het inburgeringsvereiste omdat hij voldoet aan een van de criteria, genoemd in artikel 2.5, onder a tot en met c, van het Besluit inburgering; -e. de vreemdeling door het college van B&W is ontheven van de inburgeringsplicht omdat de vreemdeling heeft aangetoond door een psychische of lichamelijke belemmering, dan wel een verstandelijke handicap, blijvend niet in staat te zijn het inburgeringsexamen te behalen; -f. de vreemdeling door het college van B&W is ontheven van de inburgeringsplicht omdat het college op grond van door de vreemdeling aantoonbaar geleverde inspanningen tot het oordeel komt dat het voor hem redelijkerwijs niet mogelijk is het inburgeringsexamen te behalen; -g. de vreemdeling verblijf heeft in Nederland op basis van een afhankelijke verblijfstitel en de relatie waarop die afhankelijke titel is gebaseerd is verbroken in verband met huiselijk geweld; -h. naar het oordeel van de Minister voor I&A blijkens een door de vreemdeling overgelegd medisch advies, van een door het college van B&W aangewezen onafhankelijk arts, vanwege een psychische of lichamelijke belemmering, dan wel een verstandelijke handicap blijvend niet in staat is het inburgeringsexamen te behalen; -i. toepassing daarvan naar het oordeel van de Minister voor I&A zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. - -Vreemdelingen van 16 en 17 jaar zijn niet van rechtswege vanwege hun leeftijd vrijgesteld van het inburgeringsvereiste. Vreemdelingen van 16 en 17 jaar worden echter wel op grond van de hardheidsclausule vrijgesteld van het inburgeringsvereiste (zie B1/4.7.2.3). +c. de vreemdeling is vrijgesteld van het inburgeringsvereiste, omdat hij beschikt over een document als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, onder b tot en met l, van het Besluit inburgering; +d. de vreemdeling is vrijgesteld van het inburgeringsvereiste omdat hij voldoet aan het criterium genoemd in artikel 2.5 van het Besluit inburgering; +e. de vreemdeling is vrijgesteld van het inburgeringsvereiste omdat hij beschikt over een document als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, onder b tot en met l, van het Besluit inburgering, zoals dat luidde tot 1 januari 2013; +f. de vreemdeling is vrijgesteld van het inburgeringsvereiste omdat hij voldoet aan een van de criteria genoemd in artikel 2.5, onder a tot en met c, van het Besluit inburgering, zoals dat luidde tot 1 januari 2013; +g. de vreemdeling is ontheven van de inburgeringsplicht omdat de vreemdeling heeft aangetoond door een psychische of lichamelijke belemmering, dan wel een verstandelijke handicap, blijvend niet in staat te zijn het inburgeringsexamen te behalen; +h. de vreemdeling is ontheven van de inburgeringsplicht omdat op grond van door de vreemdeling aantoonbaar geleverde inspanningen tot het oordeel is gekomen dat het voor hem redelijkerwijs niet mogelijk is het inburgeringsexamen te behalen; +i. de vreemdeling verblijf heeft in Nederland op basis van een afhankelijke verblijfstitel en de relatie waarop die afhankelijke titel is gebaseerd is verbroken in verband met huiselijk geweld; +j. naar het oordeel van de Minister voor I&A blijkens een door de vreemdeling overgelegd medisch advies, van een door de Minister voor I&A aangewezen onafhankelijk arts, vanwege een psychische of lichamelijke belemmering, dan wel een verstandelijke handicap blijvend niet in staat is het inburgeringsexamen te behalen; +k. toepassing daarvan naar het oordeel van de Minister voor I&A zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. Het inburgeringsvereiste is niet van toepassing op de vreemdeling die ten minste acht jaren tijdens de leerplichtige leeftijd in Nederland heeft verbleven zijnde de periode van het vijfde tot en met het zestiende jaar. Het verblijf in Nederland tijdens de leerplichtige leeftijd blijkt op grond van artikel 2.6 Besluit inburgering uit inschrijving als ingezetene in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, dan wel uit inschrijving in de daaraan voorafgaande bevolkingsboekhouding. Voor toepassing van deze vrijstellingsrond is niet vereist dat het hierbij om een ononderbroken inschrijving van acht jaar gaat. Voorts is niet vereist dat het om acht jaar legaal verblijf in Nederland gaat. -Het gaat hier om de vreemdeling die in het bezit is van een diploma, certificaat of ander document genoemd in artikel 2.3, eerste lid, onder b tot en met l, Besluit inburgering of omdat hij voldoet aan een van de criteria, genoemd in artikel 2.5, onder a tot en met c, van het Besluit inburgering. Zie paragraaf B1/4.7.1.1 onder het kopje *Niet inburgeringsplichtig vanwege diploma’s, certificaten of andere documenten* voor de opsomming van de bedoelde diploma’s, certificaten of andere documenten die tot de vrijstelling kunnen leiden. +Het gaat hier om de vreemdeling die in het bezit is van een diploma, certificaat of ander document genoemd in artikel 2.3, eerste lid, onder b tot en met l, of artikel 2.5 van het Besluit inburgering. Zie paragraaf B1/4.7.1.1 onder het kopje *Niet inburgeringsplichtig vanwege diploma’s, certificaten of andere documenten *voor de opsomming van de bedoelde diploma’s, certificaten of andere documenten die tot de vrijstelling kunnen leiden. Om voor vorengenoemde vrijstellingsgrond in aanmerking te komen overlegt de vreemdeling bij de aanvraag om een zelfstandige verblijfsvergunning een gewaarmerkte kopie van het gevraagde diploma, certificaat of document. In het geval vereist is dat voor het vak Nederlands een voldoende is gehaald, overlegt de vreemdeling ook een door de onderwijsinstelling gewaarmerkte cijferlijst waaruit blijkt dat een voldoende is behaald voor het vak Nederlandse taal. -Bij twijfel of het diploma, getuigschrift of ander document vrijstelling oplevert in het kader van de Wet inburgering kan contact worden opgenomen met de Dienst Uitvoering Onderwijs. +Bij twijfel of het diploma, getuigschrift of ander document vrijstelling oplevert in het kader van de Wet inburgering kan contact worden opgenomen met DUO. -De vreemdelingen die gedeeltelijk zijn vrijgesteld op grond van artikel 2.4 Besluit inburgering vallen hier uitdrukkelijk niet onder. De vreemdelingen die slechts gedeeltelijk van de inburgeringsplicht zijn vrijgesteld en de resterende examens (nog) niet hebben behaald, hebben het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 13 Wet inburgering dan ook nog niet behaald. Ingevolge artikel 14 Wet inburgering is het inburgeringsexamen behaald, ingeval van gedeeltelijke vrijstelling, indien de overige daartoe behorende examens met goed gevolg zijn afgelegd. Ten bewijze dat het inburgeringsexamen is behaald, wordt een diploma uitgereikt (artikel 14, tweede lid, Wet inburgering). +De vreemdelingen die gedeeltelijk zijn vrijgesteld op grond van artikel 2.4 Besluit inburgering vallen hier uitdrukkelijk niet onder. De vreemdelingen die slechts gedeeltelijk van de inburgeringsplicht zijn vrijgesteld en de resterende examens (nog) niet hebben behaald, hebben het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel a, Wet inburgering dan ook nog niet behaald. -In artikel artikel 3.80a, tweede lid, onder d, Vb is de doorwerking geregeld van de gemeentelijke ontheffing dat de vreemdeling wegens een psychische of lichamelijke belemmering, dan wel een verstandelijke handicap blijvend niet in staat is het inburgeringsexamen te behalen. Inburgeringsplichtige vreemdelingen worden op deze grond door het college van B&W van de inburgeringsplicht ontheven (zie artikel 6, eerste lid, Wet inburgering), nadat een onafhankelijke arts terzake een medisch advies heeft uitgebracht (zie artikel 2.8 Besluit inburgering). Deze beslissing van het college heeft dus ook tot gevolg dat het inburgeringsvereiste niet wordt gesteld in het kader van de aanvraag om een zelfstandige verblijfsvergunning. De verleende ontheffing blijkt uit een afschrift van de beschikking van het college van B&W. De beschikking is op de dag van indiening van de aanvraag niet ouder dan drie jaar. +Met deze onderdelen is geregeld dat vreemdelingen die voor 1 januari 2013 inburgeringsplichtig zijn geworden en vrijstelling hebben gekregen op grond van de artikelen 2.3, onderdelen i, j en k, en artikel 2.5, a tot en met c, van het Besluit inburgering in aanmerking blijven komen voor een vrijstelling op grond van deze bepalingen zoals deze luidden voor 1 januari 2013. Het gaat hier om de vreemdeling die in het bezit is van: -Ingevolge artikel 31, tweede lid, Wet inburgering kan het college van B&W de vreemdeling ontheffing verlenen van de inburgeringsplicht, indien het college op grond van door de inburgeringsplichtige aantoonbaar geleverde inspanningen tot het oordeel komt dat het voor hem redelijkerwijs niet mogelijk is het inburgeringsexamen te behalen. Deze ontheffing werkt door in de procedure van een aanvraag om een verblijfsvergunning. De verleende ontheffing blijkt uit een afschrift van de beschikking van het college van B&W. +• het Certificaat Naturalisatietoets; +• een certificaat Inburgering in het kader van de WIN, wanneer uiterlijk 31 december 2006 het WIN-traject is afgerond, en bijbehorende verklaring van het ROC waaruit blijkt dat een profieltoets met de uitkomst voor de onderdelen ‘luisteren’ en ‘spreken’ niveau NT2-2 is behaald, voor de onderdelen ‘lezen’ en ‘schrijven’ niveau NT2-1 en voor het onderdeel Maatschappij Oriëntatie niveau 2 of 80% als die toets is afgelegd na 31 augustus 2001 respectievelijk 85% als de toets voor 1 september 2001 is afgelegd (de vreemdeling is oudkomer); +• een certificaat Oudkomers van de Regeling certificaat inburgering oudkomers, waaruit blijkt dat voor de onderdelen ‘luisteren’ en ‘spreken’, niveau NT2 2 is behaald en niveau NT2 1 voor de onderdelen ‘lezen’ en ‘schrijven’; +• een beschikking van het college van B&W waarin staat dat de vaststelling van een inburgeringsprogramma op grond van de Wet inburgering nieuwkomers achterwege is gelaten omdat tijdens het inburgeringsonderzoek aannemelijk is geworden dat de nieuwkomer de kennis, het inzicht en de vaardigheden die hij door het deelnemen aan een inburgeringsprogramma zou kunnen verwerven, reeds in voldoende mate op andere wijze heeft verworven (artikel 2.5, aanhef en onder a, Besluit inburgering, zoals dat luidde tot 1 januari 2013); +• een beschikking van het college van B&W waarin staat dat de vaststelling van een inburgeringsprogramma op grond van de Wet inburgering nieuwkomers achterwege is gelaten omdat een toets als bedoeld in artikel 5, vierde lid, Wet inburgering nieuwkomers met goed gevolg is afgelegd (artikel 2.5, aanhef en onder b, Besluit inburgering, zoals dat luidde tot 1 januari 2013); of +• een bewijs waaruit blijkt dat de vreemdeling ingevolge artikel 4 Besluit Naturalisatietoets zoals dit gold op 1 april 2003 is of was ontheven van de verplichting om alle in dat artikel bedoelde toetsonderdelen af te leggen (artikel 2.5, aanhef en onder c, Besluit inburgering, zoals dat luidde tot 1 januari 2013). -In artikel artikel 3.80a, tweede lid, aanhef en onder e, Vb wordt verwezen naar vreemdelingen (voornamelijk vrouwen), die verblijf hebben in Nederland op basis van een afhankelijke verblijfstitel en wier relatie waarop die afhankelijke titel is gebaseerd is verbroken in verband met huiselijk geweld. Aan deze groep kan voortgezet verblijf worden verleend wegens klemmende redenen van humanitaire aard (zie B16/4.2). De meeste personen binnen deze categorie zullen het inburgeringsexamen nog niet hebben behaald. Indien aan deze groep de eis van het behalen van het inburgeringsexamen gesteld wordt, zou dit in het overgrote merendeel van de gevallen leiden tot een afwijzing van de aanvraag tot wijziging van de beperking in voortgezet verblijf. Bij deze groep vallen twee subgroepen te onderscheiden. In de eerste plaats betreft het vreemdelingen, die binnen de drie jaar verblijf op basis van een afhankelijke verblijfstitel, de relatie waarop die afhankelijke titel is gebaseerd hebben verbroken en in afwachting zijn van de beoordeling of voortgezet verblijf in verband met huiselijk geweld of een combinatie van humanitaire redenen kan worden verleend. In de tweede plaats betreft het vreemdelingen die geen gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid om na drie jaar een zelfstandige verblijfsvergunning aan te vragen en die het inburgeringsexamen nog niet hebben behaald. +In artikel 3.80a, tweede lid, onder e, Vb is de doorwerking geregeld van de gemeentelijke ontheffing (in geval dat de vreemdeling voor 1 januari 2013 inburgeringsplichtig is geworden) of die van DUO (in geval dat de vreemdeling na 31 december 2012 inburgeringsplichtig is geworden) dat de vreemdeling wegens een psychische of lichamelijke belemmering, dan wel een verstandelijke handicap blijvend niet in staat is het inburgeringsexamen te behalen. Inburgeringsplichtige vreemdelingen worden op deze grond van de inburgeringsplicht ontheven (zie artikel 6, eerste lid, Wet inburgering, zoals deze luidde voor 1 januari 2013, en artikel 6, eerste lid, onder a, Wet inburgering), nadat een onafhankelijke arts terzake een medisch advies heeft uitgebracht (zie artikel 2.8, eerste lid, Besluit inburgering). Deze beslissing heeft dus ook tot gevolg dat het inburgeringsvereiste niet wordt gesteld in het kader van de aanvraag om een zelfstandige verblijfsvergunning. De verleende ontheffing blijkt uit een afschrift van de beschikking van het college van B&W of van DUO. De beschikking is op de dag van indiening van de aanvraag niet ouder dan drie jaar. -De vreemdeling die verblijf heeft in Nederland op basis van een afhankelijke verblijfstitel en de relatie waarop die afhankelijke titel is gebaseerd, is verbroken in verband met huiselijk geweld (art. 3.80a, tweede lid, onder e, Vb), toont dit aan door: +In artikel 3.80a, tweede lid, onder e, Vb is ook de doorwerking geregeld van de gemeentelijke ontheffing (in geval dat de vreemdeling voor 1 januari 2013 inburgeringsplichtig is geworden) of die van DUO (in geval dat de vreemdeling na 31 december 2012 inburgeringsplichtig is geworden) dat het voor een vreemdeling vanwege aantoonbaar geleverde inspanningen redelijkerwijs niet mogelijk is het inburgeringsexamen te behalen. Inburgeringsplichtige vreemdelingen worden op deze grond van de inburgeringsplicht ontheven (zie artikel 31, tweede lid, Wet inburgering, zoals deze luidde voor 1 januari 2013, en artikel 6, eerste lid, onder b, Wet inburgering). + +Deze ontheffing werkt door in de procedure van een aanvraag om een verblijfsvergunning. De verleende ontheffing blijkt uit een afschrift van de beschikking van het college van B&W of van DUO. De beschikking is op de dag van indiening van de aanvraag niet ouder dan drie jaar. + +In artikel 3.80a, tweede lid, aanhef en onder f, Vb wordt verwezen naar vreemdelingen (voornamelijk vrouwen), die verblijf hebben in Nederland op basis van een afhankelijke verblijfstitel en wier relatie waarop die afhankelijke titel is gebaseerd is verbroken in verband met huiselijk geweld. Aan deze groep kan voortgezet verblijf worden verleend wegens klemmende redenen van humanitaire aard (zie B16/4.2). De meeste personen binnen deze categorie zullen het inburgeringsexamen nog niet hebben behaald. Indien aan deze groep de eis van het behalen van het inburgeringsexamen gesteld wordt, zou dit in het overgrote merendeel van de gevallen leiden tot een afwijzing van de aanvraag tot wijziging van de beperking in voortgezet verblijf. Bij deze groep vallen twee subgroepen te onderscheiden. In de eerste plaats betreft het vreemdelingen, die binnen de vijf jaar verblijf op basis van een afhankelijke verblijfstitel, de relatie waarop die afhankelijke titel is gebaseerd hebben verbroken en in afwachting zijn van de beoordeling of voortgezet verblijf in verband met huiselijk geweld of een combinatie van humanitaire redenen kan worden verleend. In de tweede plaats betreft het vreemdelingen die geen gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid om na vijf jaar een zelfstandige verblijfsvergunning aan te vragen en die het inburgeringsexamen nog niet hebben behaald. + +De vreemdeling die verblijf heeft in Nederland op basis van een afhankelijke verblijfstitel en de relatie waarop die afhankelijke titel is gebaseerd, is verbroken in verband met huiselijk geweld (art. 3.80a, tweede lid, onder f, Vb), toont dit aan door: • gegevens van de politie, mits bij de politie voldoende aannemelijk is gemaakt dat het geweld heeft plaatsgevonden, of een proces-verbaal van de aangifte; èn één van de volgende eisen: • een verklaring van een (vertrouwens)arts of een andere hulpverlener. De vertrouwensarts hoeft niet de eigen huisarts te zijn; of @@ -1395,19 +1402,17 @@ Deze ontheffingsgrond betreft de zogenaamde hardheidsclausule en is nader uitgew ###### 4.7.2.2. Ontheffing vanwege een psychische of lichamelijke belemmering of verstandelijke handicap +Op grond van artikel 3.80a, derde lid, Vb kan de Minister voor I&A besluiten het inburgeringsvereiste buiten toepassing te laten, indien de vreemdeling naar het oordeel van de Minister blijkens een door de vreemdeling overgelegd medisch advies, van een door de Minister voor I&A aangewezen onafhankelijk arts, wegens een psychische of lichamelijke belemmering, dan wel een verstandelijke handicap blijvend niet in staat is het inburgeringsexamen te behalen. In geval dat de vreemdeling voor 1 januari 2013 inburgeringsplichtig is geworden kan ook een medisch advies worden overgelegd afkomstig van een door het college van B&W aangewezen onafhankelijk arts. Deze bepaling heeft ten eerste betrekking op vreemdelingen die na de verlening van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van de Wet inburgering van de inburgeringsplicht waren uitgezonderd, maar aan wie in het kader van de aanvraag om een zelfstandige verblijfsvergunning alsnog het inburgeringsvereiste wordt gesteld. Uitgangspunt is dat deze vreemdelingen op dezelfde grond en wijze van het inburgeringsvereiste ontheven moeten kunnen worden als de vreemdeling wie ten tijde van de verlening van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in beginsel inburgeringsplichtig was en ontheven is van de inburgeringsplicht vanwege medische omstandigheden. Deze bepaling heeft voorts betrekking op vreemdelingen die voorafgaand aan de aanvraag om een verblijfsvergunning niet van de inburgeringsplicht waren ontheven (zie 4.7.2.1 onder g). Voor hen geldt hetzelfde uitgangspunt. - -Op grond van artikel 3.80a, derde lid, Vb kan de Minister voor I&A besluiten het inburgeringsvereiste buiten toepassing te laten, indien de vreemdeling naar het oordeel van de Minister blijkens een door de vreemdeling overgelegd medisch advies, van een door het college van B&W aangewezen onafhankelijk arts, wegens een psychische of lichamelijke belemmering, dan wel een verstandelijke handicap blijvend niet in staat is het inburgeringsexamen te behalen. Deze bepaling heeft ten eerste betrekking op vreemdelingen die na de verlening van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van de Wet inburgering van de inburgeringsplicht waren uitgezonderd, maar aan wie in het kader van de aanvraag om een zelfstandige verblijfsvergunning alsnog het inburgeringsvereiste wordt gesteld. Uitgangspunt is dat deze vreemdelingen op dezelfde grond en wijze van het inburgeringsvereiste ontheven moeten kunnen worden als de vreemdeling wie ten tijde van de verlening van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in beginsel inburgeringsplichtig was en ontheven is van de inburgeringsplicht door het college van B&W vanwege medische omstandigheden. Deze bepaling heeft voorts betrekking op vreemdelingen die voorafgaand aan de aanvraag om een verblijfsvergunning niet door het college van B&W van de inburgeringsplicht waren ontheven (zie 4.7.2.1 onder e). Voor hen geldt hetzelfde uitgangspunt. - -De IND maakt ter beoordeling van de psychische of lichamelijke belemmering eveneens gebruik van het medische advies van de onafhankelijke arts (artikel 2.8 Besluit inburgering). +De IND maakt ter beoordeling van de psychische of lichamelijke belemmering eveneens gebruik van het medische advies van de onafhankelijke arts (artikel 2.8, eerste lid, Besluit inburgering). Betrokkene toont zelf door middel van een ‘medisch advies inburgeringsexamen’ aan dat hij in aanmerking komt voor ontheffing. Hiervoor dient de volgende procedure gevolgd te worden. -De vreemdeling die aantoont dat hij een zodanig psychische of lichamelijke belemmering dan wel een zodanige verstandelijke handicap heeft, dat hij binnen vijf jaar niet in staat is het inburgeringsexamen af te leggen, kan naar het oordeel van de Minister voor I&A worden ontheven van de verplichting het inburgeringsexamen te behalen. Voor een medisch advies die de belemmering of handicap aantoont, kan hij terecht bij de, in het kader van de uitvoering van de Wet inburgering, door het college van B&W van zijn woonplaats aangewezen arts. In geval van verhuizing kan het advies afkomstig zijn van een aangewezen arts uit de vorige woonplaats. +De vreemdeling die aantoont dat hij een zodanig psychische of lichamelijke belemmering dan wel een zodanige verstandelijke handicap heeft, dat hij binnen vijf jaar niet in staat is het inburgeringsexamen af te leggen, kan naar het oordeel van de Minister voor I&A worden ontheven van de verplichting het inburgeringsexamen te behalen. Voor een medisch advies die de belemmering of handicap aantoont, kan hij terecht bij de, in het kader van de uitvoering van de Wet inburgering, door de Minister voor I&A aangewezen arts. In geval dat de vreemdeling voor 1 januari 2013 inburgeringsplichtig is geworden kan ook een medisch advies worden overgelegd afkomstig van een door het college van B&W aangewezen onafhankelijk arts. In geval van verhuizing kan het advies afkomstig zijn van een aangewezen arts uit de vorige woonplaats. De medisch adviseur is een onafhankelijke arts – niet zijnde een behandelend arts van de vreemdeling – die is ingeschreven in het BIG-register (het conform de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg door de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport gehouden register). -De medisch adviseur stelt een advies op conform het “Protocol Medische Advisering” dat een bijlage is bij artikel 2.4, derde lid, van de Regeling inburgering. Het advies wordt door de medisch adviseur rechtstreeks naar de vreemdeling gestuurd. In het advies dienen de volgende gegevens ingevuld te zijn: persoonlijke gegevens van betrokkene, de naam van de medisch adviseur, onderzoeksactiviteiten, probleemanalyse, conclusie en advies. Medische adviezen opgemaakt anders dan conform het model zoals opgenomen in het “Protocol Medische Advisering”, of door een andere dan de door het college van B&W aangewezen arts, dan wel onvolledige adviezen, worden niet geaccepteerd. +De medisch adviseur stelt een advies op conform het ‘Protocol Medische Advisering’ dat een bijlage is bij artikel 2.4, derde lid, van de Regeling inburgering. Het advies wordt door de medisch adviseur rechtstreeks naar de vreemdeling gestuurd. In het advies dienen de volgende gegevens ingevuld te zijn: persoonlijke gegevens van betrokkene, de naam van de medisch adviseur, onderzoeksactiviteiten, probleemanalyse, conclusie en advies. Medische adviezen opgemaakt anders dan conform het model zoals opgenomen in het ‘Protocol Medische Advisering’, of door een andere dan de door de Minister voor I&A of het college van B&W aangewezen arts (in geval dat de vreemdeling voor 1 januari 2013 inburgeringsplichtig is geworden), dan wel onvolledige adviezen, worden niet geaccepteerd. Het medisch advies mag bij het indienen van de aanvraag om een verblijfsvergunning niet ouder zijn dan zes maanden. @@ -1421,7 +1426,21 @@ Indien geen (afdoende) bewijs wordt overgelegd ter staving van het beroep op de Bij de toepassing van de hardheidsclausule kan ondermeer worden gedacht aan de situaties in de volgende paragrafen. -Van minderjarige vreemdelingen wordt niet verwacht dat zij het inburgeringsexamen behalen. Vreemdelingen van 16 en 17 jaar vallen om deze reden onder de hardheidsclausule. +De hardheidsclausule kan ook toegepast worden in de situaties waarin de Minister voor I&A op grond van door de vreemdeling aantoonbaar geleverde inspanningen tot het oordeel komt dat het voor deze vreemdeling redelijkerwijs niet mogelijk is het inburgeringsexamen te behalen. + +Het gaat hier om een vreemdeling die: + +1. niet gealfabetiseerd is in zijn eigen taal en de Nederlandse taal, +2. van wie, gezien zijn leeftijd en overige omstandigheden, niet kan worden verwacht dat hij (nog) Nederlands leert lezen en schrijven binnen een periode van vijf jaar, en +3. de toets gesproken Nederlands (TGN) op A2 niveau heeft behaald. + +Gezien de vorm waarin het inburgeringsexamen wordt afgenomen, kunnen de onderdelen, praktijkdeel examen (inburgeringsexamen oude stijl), kennis Nederlandse samenleving, elektronisch praktijkexamen (inburgeringsexamen oude stijl), lezen (inburgeringsexamen nieuwe stijl) en schrijven(inburgeringsexamen nieuwe stijl) bij een geslaagd beroep op niet gealfabetiseerd zijn niet op reguliere wijze door de vreemdeling worden afgelegd. Kunnen lezen is nu eenmaal een minimale voorwaarde om deze onderdelen af te kunnen leggen. Bij de toets gesproken Nederlands geldt de voorwaarde van het kunnen lezen echter niet. Bij een geslaagd beroep op ‘niet gealfabetiseerd’ zijn moet de niet gealfabetiseerde vreemdeling derhalve de vaardigheden ‘spreken’ en ‘luisteren’ door middel van de toets gesproken Nederlands afleggen. + +Indien de niet gealfabetiseerde vreemdeling de toets gesproken Nederlands met goed gevolg op A2 niveau heeft afgelegd, verstrekt DUO een resultatenbrief van het afleggen van de toets gesproken Nederlands, met het resultaat ‘geslaagd’. + +Bij de indiening van een verblijfsaanvraag overlegt de vreemdeling de door DUO verstrekte resultatenbrief van het afleggen van de toets gesproken Nederlands (TGN), met het resultaat ‘geslaagd’. Separaat hieraan toont betrokkene aan welke inspanning hij heeft verricht om gealfabetiseerd te raken. + +Om een geslaagd beroep te doen op deze ontheffingsgrond, overlegt betrokkene een verklaring van het ROC Amsterdam, waarin deze aangeeft dat betrokkene wegens beperkt leervermogen in samenhang met onder meer vooropleiding en leeftijd in redelijkheid niet in staat geacht kan worden het examen te behalen. Het ROC komt tot een dergelijke verklaring na het uitvoeren van het zogenaamde haalbaarheidsonderzoek, zoals hieronder beschreven. De hardheidsclausule kan ook toegepast worden in de situaties waarin de Minister voor I&A op grond van door de vreemdeling aantoonbaar geleverde inspanningen tot het oordeel komt dat het voor deze vreemdeling redelijkerwijs niet mogelijk is het inburgeringsexamen te behalen. @@ -1431,11 +1450,11 @@ Het gaat hier om een vreemdeling die: 2. van wie, gezien zijn leeftijd en overige omstandigheden, niet kan worden verwacht dat hij (nog) Nederlands leert lezen en schrijven binnen een periode van vijf jaar, en 3. de toets gesproken Nederlands (TGN) op A2 niveau heeft behaald. -Gezien de vorm waarin het inburgeringsexamen wordt afgenomen, kunnen de onderdelen, praktijkdeel examen, kennis Nederlandse samenleving en elektronisch praktijkexamen bij een geslaagd beroep op niet gealfabetiseerd zijn niet op reguliere wijze door de vreemdeling worden afgelegd. Kunnen lezen is nu eenmaal een minimale voorwaarde om deze onderdelen af te kunnen leggen. Bij de toets gesproken Nederlands geldt de voorwaarde van het kunnen lezen echter niet. Bij een geslaagd beroep op ‘niet gealfabetiseerd’ zijn moet de niet gealfabetiseerde vreemdeling derhalve de vaardigheden ‘spreken’ en ‘luisteren’ door middel van de toets gesproken Nederlands afleggen. +Gezien de vorm waarin het inburgeringsexamen wordt afgenomen, kunnen de onderdelen, praktijkdeel examen (inburgeringsexamen oude stijl), kennis Nederlandse samenleving, elektronisch praktijkexamen (inburgeringsexamen oude stijl), lezen (inburgeringsexamen nieuwe stijl) en schrijven(inburgeringsexamen nieuwe stijl) bij een geslaagd beroep op niet gealfabetiseerd zijn niet op reguliere wijze door de vreemdeling worden afgelegd. Kunnen lezen is nu eenmaal een minimale voorwaarde om deze onderdelen af te kunnen leggen. Bij de toets gesproken Nederlands geldt de voorwaarde van het kunnen lezen echter niet. Bij een geslaagd beroep op ‘niet gealfabetiseerd’ zijn moet de niet gealfabetiseerde vreemdeling derhalve de vaardigheden ‘spreken’ en ‘luisteren’ door middel van de toets gesproken Nederlands afleggen. -Indien de niet gealfabetiseerde vreemdeling de toets gesproken Nederlands met goed gevolg op A2 niveau heeft afgelegd, verstrekt de Dienst Uitvoering Onderwijs een resultatenbrief van het afleggen van de toets gesproken Nederlands, met het resultaat ‘geslaagd’. +Indien de niet gealfabetiseerde vreemdeling de toets gesproken Nederlands met goed gevolg op A2 niveau heeft afgelegd, verstrekt DUO een resultatenbrief van het afleggen van de toets gesproken Nederlands, met het resultaat ‘geslaagd’. -Bij de indiening van een verblijfsaanvraag overlegt de vreemdeling de door de Dienst Uitvoering Onderwijs verstrekte resultatenbrief van het afleggen van de toets gesproken Nederlands (TGN), met het resultaat “geslaagd”. Separaat hieraan toont betrokkene aan welke inspanning hij heeft verricht om gealfabetiseerd te raken. +Bij de indiening van een verblijfsaanvraag overlegt de vreemdeling de door DUO verstrekte resultatenbrief van het afleggen van de toets gesproken Nederlands (TGN), met het resultaat ‘geslaagd’. Separaat hieraan toont betrokkene aan welke inspanning hij heeft verricht om gealfabetiseerd te raken. Om een geslaagd beroep te doen op deze ontheffingsgrond, overlegt betrokkene een verklaring van het ROC Amsterdam, waarin deze aangeeft dat betrokkene wegens beperkt leervermogen in samenhang met onder meer vooropleiding en leeftijd in redelijkheid niet in staat geacht kan worden het examen te behalen. Het ROC komt tot een dergelijke verklaring na het uitvoeren van het zogenaamde haalbaarheidsonderzoek, zoals hieronder beschreven. @@ -1445,7 +1464,7 @@ Dit zogenaamde ‘haalbaarheidsonderzoek’ vindt uitsluitend plaats bij Regiona Iemand is ‘niet gealfabetiseerd’ in het kader van het inburgeringsexamen indien hij analfabeet is in zowel zijn eigen taal als het Nederlands. Beheerst iemand wel het schrift van zijn eigen taal (bijvoorbeeld betrokkene kan Arabisch, Chinees of Thais schrijven), maar beheerst hij niet het Latijnse schrift, dan kan hij niet als ‘niet gealfabetiseerd’ worden beschouwd. Betrokkene beheerst immers de kunst van het schrijven. Onderwijsdeskundigen spreken in dat geval van ‘anders’ gealfabetiseerd zijn . -Heeft iemand in zijn eigen land niet de aldaar gebruikelijke basisopleiding (lagere school) afgerond, dan wordt hij in het kader van het inburgeringsexamen als niet gealfabetiseerd beschouwd. Mogelijkerwijs kan betrokkene enigszins in zijn eigen taal en (al dan niet) het Nederlands enige woorden lezen en schrijven, toch is betrokkene te beschouwen als niet gealfabetiseerd. Van een ieder die op het model *Aanmeldingsformulier ROC van Amsterdam voor het onderzoek naar analfabetisme* aangeeft dat hij in het herkomst land geen enkele opleiding heeft afgerond, wordt aangenomen dat hij de eigen taal niet kan lezen en schrijven. Betrokkene hoeft dienaangaande geen stukken te overleggen. Indien later blijkt dat de vreemdeling in een andere procedure anders heeft verklaard of anderszins blijkt dat de vreemdeling een opleiding heeft afgerond, wordt van het ROC-advies afgeweken. Het model *Aanmeldingsformulier ROC van Amsterdam voor het onderzoek naar analfabetisme* is te vinden op www.ind.nl. +Heeft iemand in zijn eigen land niet de aldaar gebruikelijke basisopleiding (lagere school) afgerond, dan wordt hij in het kader van het inburgeringsexamen als niet gealfabetiseerd beschouwd. Mogelijkerwijs kan betrokkene enigszins in zijn eigen taal en (al dan niet) het Nederlands enige woorden lezen en schrijven, toch is betrokkene te beschouwen als niet gealfabetiseerd. Van een ieder die op het model Aanmeldingsformulier ROC van Amsterdam voor het onderzoek naar analfabetisme aangeeft dat hij in het herkomst land geen enkele opleiding heeft afgerond, wordt aangenomen dat hij de eigen taal niet kan lezen en schrijven. Betrokkene hoeft dienaangaande geen stukken te overleggen. Indien later blijkt dat de vreemdeling in een andere procedure anders heeft verklaard of anderszins blijkt dat de vreemdeling een opleiding heeft afgerond, wordt van het ROC-advies afgeweken. Het model *Aanmeldingsformulier ROC van Amsterdam voor het onderzoek naar analfabetisme* is te vinden op www.ind.nl. Betrokkene toont aan de hand van certificaten of verklaringen van (bij voorkeur onderwijs-)instellingen aan dat hij zich heeft ingespannen om gealfabetiseerd te raken. Van een ‘extra inspanning’ is sprake als meer dan gemiddeld is getracht het vereiste niveau op het gebied van Nederlands leren lezen en schrijven te behalen. Voor oud-komers is dit het niveau A1, voor overige vreemdelingen is dit het niveau A2. Hierbij is het niet van belang of betrokkene wel of niet inburgeringsplichtig is of was ingevolge de Wet inburgering. Het moet wel ten minste gaan om een cursus in georganiseerd verband, bij voorkeur bij een onderwijsinstelling, maar het kan ook gaan om een gemeentelijk welzijnswerk, een cursus bij of via het arbeidsbureau of een cursus bij buurt- of clubhuis. @@ -1459,13 +1478,13 @@ Met ‘beperkt leervermogen’ wordt bedoeld ‘beperkte studievaardigheden als De hardheidsclausule kan toepassing hebben op de vreemdelingen die in het bezit zijn gesteld van een verblijfsvergunning onder de beperking gezinshereniging of gezinsvorming, die onvrijwillig in het land van herkomst zijn achtergelaten, en die niet meer kunnen beschikken over hun verblijfspapieren (ten aanzien van achtergelaten vrouwen zie B1/5.1, B1/5.3.2, B1/7.1.3 en B16/4.2). Wanneer deze vreemdelingen na achterlating een verzoek doen tot wedertoelating, is voortgezet verblijf vaak de enige vergunning waarvoor zij in aanmerking kunnen komen. -In het geval deze categorie in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf na drie jaar verblijf in Nederland overeenkomstig artikel 3.51, eerste lid, onder a, Vb, wordt het niet voldoen aan het inburgeringsvereiste hen niet tegengeworpen. +In het geval deze categorie in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf na vijf jaar verblijf in Nederland overeenkomstig artikel 3.51, eerste lid, onder a, Vb, wordt het niet voldoen aan het inburgeringsvereiste hen niet tegengeworpen. -In het geval de vreemdeling nog geen drie jaar in Nederland verblijft conform artikel 3.51, eerste lid, onder a, Vb, kan slechts voortgezet verblijf op grond van artikel 3.52 Vb worden overwogen. Mocht geconcludeerd worden tot verlening van een verblijfsvergunning op grond van artikel 3.52 Vb, dan is het inburgeringsvereiste niet van toepassing. +In het geval de vreemdeling nog geen vijf jaar in Nederland verblijft conform artikel 3.51, eerste lid, onder a, Vb, kan slechts voortgezet verblijf op grond van artikel 3.52 Vb worden overwogen. Mocht geconcludeerd worden tot verlening van een verblijfsvergunning op grond van artikel 3.52 Vb, dan is het inburgeringsvereiste niet van toepassing. Er is in ieder geval geen sprake van een zeer bijzonder geval, indien betrokkene stelt, hoewel inburgeringsplichtig, geen aanbod tot een inburgeringsvoorziening of geen inburgeringsvoorziening opgelegd te hebben gekregen of geen aanbod tot een taalkennisvoorziening te hebben gekregen van de gemeente of nimmer hebben geweten het inburgeringsexamen behaald te moeten hebben. -Het inburgeringsvereiste zal nimmer buiten toepassing worden gelaten om die reden. De voorwaarden waaronder voortgezet verblijf wordt verleend waren reeds met inwerkingtreding van de Wet inburgering op 1 januari 2007 duidelijk. Van een onverwachte confrontatie met het inburgeringsvereiste is geen sprake. Het is de eigen verantwoordelijkheid van de vreemdeling om ingeburgerd te geraken. +Het inburgeringsvereiste zal nimmer buiten toepassing worden gelaten om die reden. De voorwaarden waaronder voortgezet verblijf wordt verleend waren reeds met inwerkingtreding van de Wet inburgering op 1 januari 2007 duidelijk. Van een onverwachte confrontatie met het inburgeringsvereiste is geen sprake. Met de introductie van vernieuwde inburgeringsstelsel per 1 januari 2013 worden aan de inburgeringsplichtige vreemdelingen geen inburgeringsvoorzieningen en taalkennisvoorzieningen meer aangeboden. Het is de eigen verantwoordelijkheid van de vreemdeling om ingeburgerd te geraken. ##### 4.7.3. Herkansing en geldigheidsduur @@ -1820,6 +1839,28 @@ Verder verblijf wordt ontzegd, indien er ernstige redenen zijn om te veronderste ##### 5.3.7. Niet voldoen aan de inburgeringsplicht +Ingevolge artikel 18, eerste lid, onder i, Vw kan een aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 Vw worden afgewezen indien de vreemdeling niet heeft voldaan aan de inburgeringsplicht bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet inburgering binnen de in dat artikel genoemde termijn, of binnen de met toepassing van artikel 7, derde lid, van die wet of van de krachtens artikel 7, vierde lid, aanhef en onderdeel a, van die wet gestelde regels verlengde termijn. Op grond van artikel 18, tweede lid, Vw kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld over de toepassing van deze grond. Ingevolge artikel 19 Vw kan de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden ingetrokken op gronden bedoeld in artikel 18, eerste lid, Vw met uitzondering van onderdeel b (de vreemdeling beschikt niet over een geldig document voor grensoverschrijding). + +Het gaat om een afwijzings- dan wel intrekkingsgrond bij reguliere verblijfsvergunningen voor bepaalde tijd die zijn verleend voor een niet-tijdelijk verblijfsdoel in de zin van het Besluit inburgering: + +• gezinshereniging of gezinsvorming bij een hoofdpersoon met niet-tijdelijk verblijfsrecht; +• het verrichten van arbeid als geestelijk voorganger of godsdienstleraar; +• het aangaan van een huwelijk of geregistreerd partnerschap; +• wedertoelating; +• voortgezet verblijf; +• verblijf als economisch niet-actieve langdurig ingezetene; of +• verblijfsrecht op grond van artikel 3.4, derde lid, Vb indien bij de verlening is bepaald dat het verblijfsrecht niet-tijdelijk van aard is. + +Een inburgeringsplichtige heeft tijdig voldaan aan zijn inburgeringsplicht indien hij binnen de door Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, gestelde termijn (drie jaar) of de verlengde termijn, het inburgeringsexamen heeft behaald, dan wel daarvan door DUO wordt vrijgesteld of ontheven (artikel 7 Wet inburgering). Indien de inburgeringsplichtige vreemdeling verwijtbaar niet tijdig inburgert, zal DUO de IND hiervan op de hoogte stellen. De IND beziet vervolgens of de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de reguliere verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan worden afgewezen of dat de reguliere verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan worden ingetrokken. + +Op grond van artikel 3.89d Vb wordt de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 14 van de Wet, niet op grond van artikel 18, eerste lid, onder i, van de Wet afgewezen indien uitzetting van de vreemdeling in strijd zou zijn met artikel 8 EVRM. + +Op grond van artikel 3.91e Vb wordt niet op grond van artikel 19 in samenhang met artikel 18, eerste lid, onder i, van de Wet ingetrokken, indien uitzetting van de vreemdeling in strijd zou zijn met artikel 8 EVRM. + +Tot intrekking dan wel niet-velenging zal niet eerder worden overgegaan dan nadat er een op de concrete zaak toegespitste afweging van alle relevante feiten en omstandigheden van het individuele geval heeft plaatsgevonden. Voor de wijze waarop in individuele gevallen aan artikel 8 EVRM wordt getoetst, wordt verwezen naar B1/10. + +Na beoordeling en eventuele niet-verlenging of intrekking van de reguliere verblijfsvergunning voor bepaalde tijd zal de IND DUO informeren over het resultaat ervan. + ### 6. Verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd Richtlijn 2003/109 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen geeft materiële en procedurele normen voor de toekenning en intrekking van een Europese verblijfstitel voor langdurig ingezetenen en de daarbij behorende rechten en voorwaarden waaronder langdurig ingezetenen in andere lidstaten van de EU mogen verblijven. @@ -2062,50 +2103,36 @@ Gelet hierop is er in het kader van de inherente afwijkingsbevoegdheid geen ruim ##### 7.1.11. Het inburgeringsexamen -Ingevolge artikel 21, eerste lid, aanhef en onder k, Vw kan de aanvraag tot het verlenen of wijzigen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, als bedoeld in artikel 20 Vw, worden afgewezen indien de vreemdeling het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 13 Wet inburgering, niet heeft behaald. - - - In artikel 3.96a Vb is het inburgeringsvereiste geregeld met betrekking tot de verlening van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd. Op grond van artikel 3.96a, eerste lid, Vb wordt een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd verblijf afgewezen, indien de vreemdeling het inburgeringsexamen niet heeft behaald. - - - *Overgangsregeling* - - - De aanvraag wordt niet afgewezen op de grond dat de vreemdeling het inburgeringexamen niet heeft behaald, indien de aanvraag is ingediend vóór 1 januari 2010 en de vreemdeling op dat tijdstip vijf jaar houder was van een verblijfsvergunning (zie artikel 9.2, tweede lid, Besluit inburgering). - - - Zie ook paragraaf B1/4.7. - - - *Langdurig ingezeten onderdanen van derde landen* - - - Langdurig ingezeten onderdanen van derde landen, die in een andere lidstaat van de Europese Unie de status van langdurig ingezetene hebben verworven, moeten het volledige inburgeringsexamen met goed gevolg hebben afgelegd om na verloop van vijf jaren ook in Nederland de status van langdurig ingezetene (een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd) te kunnen verwerven. Dat is op grond van artikel 23, eerste lid, in samenhang met artikel 5, tweede lid, van Richtlijn 2003/109/EG aanvaardbaar. Indien zij dat inburgeringsexamen niet behalen, verkrijgen zij in Nederland niet de status van langdurig ingezetene. Ook komen zij in dat geval niet in aanmerking voor de ‘gewone’ verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd. - -20092019224-12-200916-12-2009WBV2009/3020092019224-12-200916-12-2009WBV2009/3001-01-2010 +Ingevolge artikel 21, eerste lid, aanhef en onder k, Vw kan de aanvraag tot het verlenen of wijzigen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, als bedoeld in artikel 20 Vw, worden afgewezen indien de vreemdeling het examen, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel a, van de Wet Inburgering, of een diploma, certificaat of ander document, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van die wet, niet heeft behaald. + +In artikel 3.96a Vb is het inburgeringsvereiste geregeld met betrekking tot de verlening van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd. Op grond van artikel 3.96a, eerste lid, Vb wordt een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd verblijf afgewezen, indien de vreemdeling het examen bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel a, van de Wet Inburgering, of een diploma, certificaat of ander document, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van die wet, niet heeft behaald. + +Langdurig ingezeten onderdanen van derde landen, die in een andere lidstaat van de Europese Unie de status van langdurig ingezetene hebben verworven, moeten het volledige inburgeringsexamen met goed gevolg hebben afgelegd om na verloop van vijf jaren ook in Nederland de status van langdurig ingezetene (een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd) te kunnen verwerven. Dat is op grond van artikel 23, eerste lid, in samenhang met artikel 5, tweede lid, van Richtlijn 2003/109/EG aanvaardbaar. Indien zij dat inburgeringsexamen niet behalen, verkrijgen zij in Nederland niet de status van langdurig ingezetene. Ook komen zij in dat geval niet in aanmerking voor de ‘gewone’ verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd. ###### 7.1.11.1. Gevallen waarin het inburgeringsvereiste niet van toepassing is -Op grond van artikel 3.96a, eerste lid, Vb wordt de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd afgewezen als de vreemdeling het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 13 Wet inburgering, niet heeft behaald. Dit is ingevolge artikel 3.96a, tweede tot en met het vierde lid, Vb niet van toepassing indien: +Op grond van artikel 3.96a, eerste lid, Vb wordt de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd afgewezen als de vreemdeling het examen bedoeld in 7, tweede lid, onderdeel a, van de Wet Inburgering, of een diploma, certificaat of ander document, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van die wet, niet heeft behaald. Dit is ingevolge artikel 3.96a, tweede tot en met het vierde lid, Vb niet van toepassing indien: -a. de vreemdeling 65 jaar of ouder is; +a. de vreemdeling minderjarig is of 65 jaar of ouder is; b. de vreemdeling ten minste acht jaren tijdens de leerplichtige leeftijd in Nederland heeft verbleven; -c. de vreemdeling is vrijgesteld van het inburgeringsvereiste omdat hij beschikt over een document als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, onder b tot en met l, van het Besluit inburgering; -d. de vreemdeling is vrijgesteld van het inburgeringsvereiste omdat hij voldoet aan een van de criteria, genoemd in artikel 2.5, onder a tot en met c, van het Besluit inburgering; -e. de vreemdeling door het college van B&W is ontheven van de inburgeringsplicht omdat de vreemdeling heeft aangetoond door een psychische of lichamelijke belemmering, dan wel een verstandelijke handicap, blijvend niet in staat te zijn het inburgeringsexamen te behalen; -f. de vreemdeling door het college van B&W is ontheven van de inburgeringsplicht omdat het college op grond van door de vreemdeling aantoonbaar geleverde inspanningen tot het oordeel komt dat het voor hem redelijkerwijs niet mogelijk is het inburgeringsexamen te behalen; -g. naar het oordeel van de Minister voor I&A blijkens een door de vreemdeling overgelegd medisch advies, van een door het college van B&W aangewezen onafhankelijk arts, vanwege een psychische of lichamelijke belemmering, dan wel een verstandelijke handicap blijvend niet in staat is het inburgeringsexamen te behalen; -h. toepassing daarvan naar het oordeel van de Minister voor I&A zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. - -Minderjarige vreemdelingen zijn niet van rechtswege vanwege hun leeftijd vrijgesteld van het inburgeringsvereiste. Minderjarige vreemdelingen worden echter wel op grond van de hardheidsclausule vrijgesteld van het inburgeringsvereiste (zie B1/7.1.11.3). +c. de vreemdeling is vrijgesteld van het inburgeringsvereiste, omdat hij beschikt over een document als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, onder b tot en met l, van het Besluit inburgering; +d. de vreemdeling is vrijgesteld van het inburgeringsvereiste omdat hij voldoet aan het criterium genoemd in artikel 2.5 van het Besluit inburgering; +e. de vreemdeling is vrijgesteld van het inburgeringsvereiste omdat hij beschikt over een document als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, onder b tot en met l, van het Besluit inburgering, zoals dat luidde tot 1 januari 2013; +f. de vreemdeling is vrijgesteld van het inburgeringsvereiste omdat hij voldoet aan een van de criteria genoemd in artikel 2.5, onder a tot en met c, van het Besluit inburgering, zoals dat luidde tot 1 januari 2013; +g. de vreemdeling is ontheven van de inburgeringsplicht omdat de vreemdeling heeft aangetoond door een psychische of lichamelijke belemmering, dan wel een verstandelijke handicap, blijvend niet in staat te zijn het inburgeringsexamen te behalen; +h. de vreemdeling is ontheven van de inburgeringsplicht omdat op grond van door de vreemdeling aantoonbaar geleverde inspanningen tot het oordeel is gekomen dat het voor hem redelijkerwijs niet mogelijk is het inburgeringsexamen te behalen; +i. naar het oordeel van de Minister voor I&A blijkens een door de vreemdeling overgelegd medisch advies, van een door Minister voor I&A aangewezen onafhankelijk arts, vanwege een psychische of lichamelijke belemmering, dan wel een verstandelijke handicap blijvend niet in staat is het inburgeringsexamen te behalen; +j. toepassing daarvan naar het oordeel van de Minister voor I&A zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. B1/4.7.2.1 ad b is van toepassing. B1/4.7.2.1 ad c en d is van overeenkomstige toepassing. -In artikel 3.96a, tweede lid, onder d, Vb is de doorwerking geregeld van de gemeentelijke ontheffing dat de vreemdeling wegens een psychische of lichamelijke belemmering, dan wel een verstandelijke handicap blijvend niet in staat is het inburgeringsexamen te behalen. Inburgeringsplichtige vreemdelingen worden op deze grond door het college van B&W van de inburgeringsplicht ontheven (zie artikel 6, eerste lid, Wet inburgering), nadat een onafhankelijke arts terzake een medisch advies heeft uitgebracht (zie artikel 2.8 Besluit inburgering). Deze beslissing van het college heeft dus ook tot gevolg dat het inburgeringsvereiste niet wordt gesteld in het kader van de aanvraag om een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. De verleende ontheffing blijkt uit een afschrift van de beschikking van het college van B&W. De beschikking is op de dag van indiening van de aanvraag niet ouder dan drie jaar. +B1/4.7.2.1 ad e en f is van overeenkomstige toepassing. -B1/4.7.2.1 ad f is van toepassing. +In artikel 3.96a, tweede lid, onder e, Vb is de doorwerking geregeld van de gemeentelijke ontheffing (in geval dat de vreemdeling voor 1 januari 2013 inburgeringsplichtig is geworden) of die van DUO (in geval dat de vreemdeling na 31 december 2012 inburgeringsplichtig is geworden) dat de vreemdeling wegens een psychische of lichamelijke belemmering, dan wel een verstandelijke handicap blijvend niet in staat is het inburgeringsexamen te behalen. Inburgeringsplichtige vreemdelingen worden op deze grond van de inburgeringsplicht ontheven (zie artikel 6, eerste lid, Wet inburgering, zoals deze luidde voor 1 januari 2013, en artikel 6, eerste lid, onder a, Wet inburgering), nadat een onafhankelijke arts terzake een medisch advies heeft uitgebracht (zie artikel 2.8, eerste lid, Besluit inburgering). Deze beslissing heeft dus ook tot gevolg dat het inburgeringsvereiste niet wordt gesteld in het kader van de aanvraag om een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. De verleende ontheffing blijkt uit een afschrift van de beschikking van het college van B&W of van DUO. De beschikking is op de dag van indiening van de aanvraag niet ouder dan drie jaar. + +In artikel 3.96a, tweede lid, onder e, Vb is ook de doorwerking geregeld van de gemeentelijke ontheffing (in geval dat de vreemdeling voor 1 januari 2013 inburgeringsplichtig is geworden) of die van DUO (in geval dat de vreemdeling na 31 december 2012 inburgeringsplichtig is geworden) dat het voor een vreemdeling vanwege aantoonbaar geleverde inspanningen redelijkerwijs niet mogelijk is het inburgeringsexamen te behalen. Inburgeringsplichtige vreemdelingen worden op deze grond van de inburgeringsplicht ontheven (zie artikel 31, tweede lid, Wet inburgering, zoals deze luidde voor 1 januari 2013, en artikel 6, eerste lid, onder b, Wet inburgering).Deze ontheffing werkt door in de procedure van een aanvraag om een verblijfsvergunning. De verleende ontheffing blijkt uit een afschrift van de beschikking van het college van B&W of van DUO. De beschikking is op de dag van indiening van de aanvraag niet ouder dan drie jaar. Deze ontheffingsgrond is nader uitgewerkt in paragraaf 7.1.11.2. @@ -2113,9 +2140,9 @@ Deze ontheffingsgrond betreft de zogenaamde hardheidsclausule en is nader uitgew ###### 7.1.11.2. Ontheffing vanwege een psychische of lichamelijke belemmering of verstandelijke handicap -Op grond van artikel 3.96a, derde lid, Vb kan de Minister voor I&A besluiten het inburgeringsvereiste buiten toepassing te laten, indien de vreemdeling naar het oordeel van de Minister blijkens een door de vreemdeling overgelegd medisch advies, van een door het college van B&W aangewezen onafhankelijk arts, wegens een psychische of lichamelijke belemmering, dan wel een verstandelijke handicap blijvend niet in staat is het inburgeringsexamen te behalen. Deze bepaling heeft ten eerste betrekking op vreemdelingen die na de verlening van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van de Wet inburgering van de inburgeringsplicht waren uitgezonderd, maar aan wie in het kader van de aanvraag om een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd alsnog het inburgeringsvereiste wordt gesteld. Uitgangspunt is dat deze vreemdelingen op dezelfde grond en wijze van het inburgeringsvereiste ontheven moeten kunnen worden als de vreemdeling wie ten tijde van de verlening van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in beginsel inburgeringsplichtig was en ontheven is van de inburgeringsplicht door het college van B&W vanwege medische omstandigheden. Deze bepaling heeft voorts betrekking op vreemdelingen die voorafgaand aan de aanvraag om een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd niet door het college van B&W van de inburgeringsplicht waren ontheven (zie 4.7.2.1 onder e). Voor hen geldt hetzelfde uitgangspunt. +Op grond van artikel 3.96a, derde lid, Vb kan de Minister voor I&A besluiten het inburgeringsvereiste buiten toepassing te laten, indien de vreemdeling naar het oordeel van de Minister blijkens een door de vreemdeling overgelegd medisch advies, van een door de Minister voor I&A aangewezen onafhankelijk arts, wegens een psychische of lichamelijke belemmering, dan wel een verstandelijke handicap blijvend niet in staat is het inburgeringsexamen te behalen. In geval dat de vreemdeling voor 1 januari 2013 inburgeringsplichtig is geworden kan ook een medisch advies worden overgelegd afkomstig van een door het college van B&W aangewezen onafhankelijk arts. Deze bepaling heeft ten eerste betrekking op vreemdelingen die na de verlening van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van de Wet inburgering van de inburgeringsplicht waren uitgezonderd, maar aan wie in het kader van de aanvraag om een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd alsnog het inburgeringsvereiste wordt gesteld. Uitgangspunt is dat deze vreemdelingen op dezelfde grond en wijze van het inburgeringsvereiste ontheven moeten kunnen worden als de vreemdeling wie ten tijde van de verlening van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in beginsel inburgeringsplichtig was en ontheven is van de inburgeringsplicht vanwege medische omstandigheden. Deze bepaling heeft voorts betrekking op vreemdelingen die voorafgaand aan de aanvraag om een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd niet van de inburgeringsplicht waren ontheven (zie 4.7.2.1 onder g). Voor hen geldt hetzelfde uitgangspunt. -De IND maakt ter beoordeling van de psychische of lichamelijke belemmering eveneens gebruik van het medische advies van de onafhankelijke arts (artikel 2.8 Besluit inburgering). Betrokkene toont zelf door middel van een ‘medisch advies inburgeringsexamen’ aan dat hij in aanmerking komt voor ontheffing. Hiervoor dient de procedure gevolgd te worden, zoals omschreven in B1/4.7.2.2. +De IND maakt ter beoordeling van de psychische of lichamelijke belemmering eveneens gebruik van het medische advies van de onafhankelijke arts (artikel 2.8, eerste lid, Besluit inburgering). Betrokkene toont zelf door middel van een ‘medisch advies inburgeringsexamen’ aan dat hij in aanmerking komt voor ontheffing. Hiervoor dient de procedure gevolgd te worden, zoals omschreven in B1/4.7.2.2. ###### 7.1.11.3. Ontheffing met een beroep op de hardheidsclausule @@ -2127,8 +2154,6 @@ Indien geen (afdoende) bewijs wordt overgelegd ter staving van het beroep op de Bij de toepassing van de hardheidsclausule kan ondermeer worden gedacht aan de situaties in de volgende paragrafen. -Van minderjarige vreemdelingen wordt niet verwacht dat zij het inburgeringsexamen behalen. Minderjarige vreemdelingen vallen om deze reden onder de hardheidsclausule. - Het gaat om de volgende groepen vreemdelingen: a. De oud-Nederlander van wie het Nederlanderschap op grond van artikel 15, onder d, Rijkswet op het Nederlanderschap is ingetrokken omdat hij na verlening of verkrijging van het Nederlanderschap heeft nagelaten al het mogelijke te doen om zijn oorspronkelijke nationaliteit te verliezen of de oud-Nederlander die op grond van artikel 15, onder b, Rijkswet op het Nederlanderschap afstand heeft gedaan van het Nederlanderschap voordat deze zou worden ingetrokken omdat niet al het mogelijke was gedaan om de oorspronkelijke nationaliteit te verliezen èn die voorafgaand aan het moment waarop het Nederlanderschap werd verleend vijf jaar aaneengesloten op grond van artikel 8, onder a, b, e of l, Vw in Nederland heeft verbleven; @@ -2143,11 +2168,11 @@ Voor deze categorie vreemdelingen geldt dat zij, gelet op hun leeftijd, geacht w De hardheidsclausule kan ook toegepast worden in de situaties waarin de Minister voor I&A op grond van door de vreemdeling aantoonbaar geleverde inspanningen tot het oordeel komt dat het voor deze vreemdeling redelijkerwijs niet mogelijk is het inburgeringsexamen te behalen. -B1/4.7.2.3, kopje B. Beroep op het ondanks geleverde inspanning redelijkerwijs niet in staat kunnen worden geacht het inburgeringsexamen te behalen is van overeenkomstige toepassing. +B1/4.7.2.3, kopje B. *Beroep op het ondanks geleverde inspanning redelijkerwijs niet in staat kunnen worden geacht het inburgeringsexamen te behalen* is van overeenkomstige toepassing. Er is in ieder geval geen sprake van een zeer bijzonder geval, indien betrokkene stelt, hoewel inburgeringsplichtig, geen aanbod tot een inburgeringsvoorziening of geen inburgeringsvoorziening opgelegd te hebben gekregen of geen aanbod tot een taalkennisvoorziening te hebben gekregen van de gemeente of nimmer hebben geweten het inburgeringsexamen behaald te moeten hebben. -Het inburgeringsvereiste zal nimmer buiten toepassing worden gelaten om die reden. De voorwaarden waaronder een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd wordt verleend waren reeds met inwerkingtreding van de Wet inburgering op 1 januari 2007 duidelijk. Van een onverwachte confrontatie met het inburgeringsvereiste is geen sprake. Het is de eigen verantwoordelijkheid van de vreemdeling om ingeburgerd te geraken. +Het inburgeringsvereiste zal nimmer buiten toepassing worden gelaten om die reden. De voorwaarden waaronder een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd wordt verleend waren reeds met inwerkingtreding van de Wet inburgering op 1 januari 2007 duidelijk. Van een onverwachte confrontatie met het inburgeringsvereiste is geen sprake. Met de introductie van het vernieuwde inburgeringsstelsel per 1 januari 2013 worden aan de inburgeringsplichtige vreemdelingen geen inburgeringsvoorzieningen en taalkennisvoorzieningen meer aangeboden. Het is de eigen verantwoordelijkheid van de vreemdeling om ingeburgerd te geraken. #### 7.2. Afwijzingsgrond verblijfsvergunning op nationale gronden @@ -2606,7 +2631,6 @@ De leges terzake van de afdoening van de aanvraag tot het verlenen van de verbli De toepasselijke legestarieven zijn voor: • gezinshereniging en gezinsvorming vastgelegd in artikel 3.34, tweede lid, onder b, VV; -• vastgelegd in artikel 3.34, tweede lid, onder b, VV; • arbeid, studie, verblijf in het kader van uitwisseling en au pair vastgelegd in artikel 3.34, tweede lid, onder a, VV; • kennismigrant vastgelegd in artikel 3.34, tweede lid, VV; • een gezinslid en een in Nederland geboren kind en de overige verblijfsdoelen vastgelegd in artikel 3.34, tweede lid onder d, VV; @@ -2616,11 +2640,11 @@ De toepasselijke legestarieven zijn voor: Voor het afdoen van aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier met het oog op gezinshereniging of gezinsvorming kunnen twee legestarieven van toepassing zijn: een standaardtarief conform artikel 3.34, tweede lid, onder b, VV en een gezinstarief conform artikel 3.34, tweede lid, onder c of d, VV. Het gezinstarief is van toepassing indien meerdere aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor gezinshereniging of gezinsvorming voor verblijf bij dezelfde hoofdpersoon, gelijktijdig worden ingediend. Zo is in het geval dat twee of meer vreemdelingen gelijktijdig een aanvraag indienen tot het verlenen van een verblijfsvergunning met het oog op gezinshereniging of gezinsvorming met een in Nederland verblijvende persoon, één van de aanvragers het standaardtarief verschuldigd en betalen de andere aanvragers het gezinstarief (artikel 3.34, tweede lid, onder d, VV). In het geval dat één of meer vreemdelingen gelijktijdig met de vreemdeling, bij wie zij in Nederland in het kader van gezinshereniging of gezinsvorming willen verblijven, een aanvraag indienen tot het verlenen van een verblijfsvergunning in het kader van gezinshereniging of gezinsvorming, betalen zij het gezinstarief. De vreemdeling, bij wie deze gezinsleden verblijf beogen, betaalt het tarief conform het door hem beoogde verblijfsdoel (artikel 3.34, tweede lid, onder c, VV). Voor het afdoen van aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan in Nederland uit een ouder, die in het bezit is van een verblijfsvergunning, geboren kinderen is het tarief van artikel 3.34, tweede lid, onder e, VV van toepassing. -Een vreemdeling die een aanvraag indient tot het verlenen van een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met gezinshereniging of gezinsvorming, kan desgevraagd ontheven worden van de verplichting om de voor het afdoen van de aanvraag verschuldigde leges te betalen. Voorwaarde om voor vrijstelling in aanmerking te komen, is dat hij een gerechtvaardigd beroep doet op artikel 8 EVRM. Ten behoeve van ontheffing van het legesvereiste wordt een beroep op artikel 8 EVRM gerechtvaardigd geacht indien verblijf in het kader van gezinshereniging of gezinsvorming wordt beoogd. De hoofdpersoon bij wie de vreemdeling verblijf beoogt, dient door middel van het overleggen van bewijsstukken omtrent zijn financiële situatie aan te tonen dat hij niet over middelen kan beschikken om de leges te voldoen en dat hij de afgelopen drie jaren alles in het werk heeft gesteld om over de vereiste middelen te kunnen beschikken. Tevens dient hij aannemelijk te maken dat hij op korte termijn noch zelf zal kunnen beschikken over de middelen om de leges te voldoen, noch deze kan verwerven bij personen in zijn naaste omgeving waarvan redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze de vergoeding voor de belanghebbende betalen, zoals de partner, familieleden of andere in aanmerking komende derden. +Een vreemdeling die een aanvraag indient tot het verlenen van een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met gezinshereniging of gezinsvorming, kan desgevraagd ontheven worden van de verplichting om de voor het afdoen van de aanvraag verschuldigde leges te betalen. Voorwaarde om voor vrijstelling in aanmerking te komen, is dat hij een gerechtvaardigd beroep doet op artikel 8 EVRM. Ten behoeve van ontheffing van het legesvereiste wordt een beroep op artikel 8 EVRM gerechtvaardigd geacht indien verblijf in het kader van gezinshereniging of gezinsvorming wordt beoogd. De hoofdpersoon bij wie de vreemdeling verblijf beoogt, dient door middel van het overleggen van bewijsstukken omtrent zijn financiële situatie aan te tonen dat hij niet over middelen kan beschikken om de leges te voldoen. Tevens dient hij aannemelijk te maken dat hij op korte termijn noch zelf zal kunnen beschikken over de middelen om de leges te voldoen, noch deze kan verwerven bij personen in zijn naaste omgeving waarvan redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze de vergoeding voor de belanghebbende betalen, zoals de partner, familieleden of andere in aanmerking komende derden. -Het onvermogen met betrekking tot legesbetaling dient bij de indiening van de aanvraag te worden aangetoond aan de hand van bewijsstukken. De vreemdeling dient te overleggen een inkomensverklaring van de raad voor rechtsbijstand op grond van artikel 7, derde lid, onder e, Wet op de rechtsbijstand, ten behoeve van de hoofdpersoon bij wie de vreemdeling verblijf beoogt. Daarnaast dient de vreemdeling bewijsstukken te overleggen met betrekking tot de inspanningen van zichzelf en van de hoofdpersoon die de afgelopen drie jaar zijn verricht om financiële middelen te verwerven. Ook dient de vreemdeling aannemelijk te maken dat noch hij noch de hoofdpersoon op korte termijn in het bezit zullen raken van financiële middelen waarmee de verschuldigde leges kunnen worden voldaan, waarbij ook aannemelijk moet worden gemaakt dat daartoe evenmin een beroep gedaan kan worden op familieleden of in aanmerking komende derden. +Het onvermogen met betrekking tot legesbetaling dient bij de indiening van de aanvraag te worden aangetoond aan de hand van bewijsstukken. De vreemdeling dient te overleggen een inkomensverklaring van de raad voor rechtsbijstand op grond van artikel 7, derde lid, onder e, Wet op de rechtsbijstand, ten behoeve van de hoofdpersoon bij wie de vreemdeling verblijf beoogt. Ook dient de vreemdeling aannemelijk te maken dat noch hij noch de hoofdpersoon op korte termijn in het bezit zullen raken van financiële middelen waarmee de verschuldigde leges kunnen worden voldaan, waarbij ook aannemelijk moet worden gemaakt dat daartoe evenmin een beroep gedaan kan worden op familieleden of in aanmerking komende derden. -Indien de vreemdeling bij het doen van de aanvraag om een verblijfsvergunning voor gezinshereniging of gezinsvorming een beroep op vrijstelling van de leges doet maar niet heeft aangetoond niet te (kunnen) beschikken over financiële middelen om de verschuldigde leges te betalen, wordt hem herstel verzuim geboden zodat hij dat alsnog kan aantonen en wordt hem tegelijkertijd de gelegenheid geboden om de verschuldigde leges te voldoen. Indien de vreemdeling niet alsnog heeft aangetoond dat hij de verschuldigde leges niet kan betalen en evenmin leges heeft betaald, krijgt hij nog éénmaal de gelegenheid om de leges te voldoen. Indien de vreemdeling vervolgens niet de verschuldigde leges betaalt, wordt de aanvraag buiten behandeling gesteld. +Indien de vreemdeling bij het doen van de aanvraag om een verblijfsvergunning voor gezinshereniging of gezinsvorming een beroep op vrijstelling van de leges doet maar niet heeft aangetoond niet te (kunnen) beschikken over financiële middelen om de verschuldigde leges te betalen, wordt hem herstel verzuim geboden zodat hij dat alsnog kan aantonen en wordt hem tegelijkertijd de gelegenheid geboden om de verschuldigde leges te voldoen. Indien de vreemdeling niet alsnog heeft aangetoond dat hij de verschuldigde leges niet kan betalen en evenmin leges heeft betaald, wordt de aanvraag buiten behandeling gesteld. Indien voornoemde stukken zijn overgelegd en de beoordeling ervan tot het oordeel leidt dat de vreemdeling, ook niet met behulp van derden, in staat is, noch op korte termijn in staat zal zijn, om de verschuldigde leges te voldoen, wordt de aanvraag in behandeling genomen zonder dat de vreemdeling leges is verschuldigd. Ook geldt de mogelijkheid van vrijstelling van leges in het geval van een aanvraag tot het verlengen van de verblijfsvergunning van de vreemdeling die verblijf heeft onder de beperking ‘uitoefenen van het gezinsleven conform artikel 8 EVRM’ en die bij de aanvraag om het verlengen van de verblijfsvergunning aantoont dat hij vanaf de datum van het verlenen van de verblijfsvergunning alles in het werk heeft gesteld om over voldoende middelen te beschikken. @@ -2847,11 +2871,15 @@ b. er is géén raadsman of gemachtigde bekend. In deze gevallen geldt verzendin Uitzonderingen op de hoofdregel dat een beschikking wordt toegezonden, worden gemaakt in de volgende gevallen: a. de vreemdeling zit in vreemdelingenbewaring. In dit geval dient overeenkomstig het bepaalde in A6/5.3.4.4 de grondslag van de inbewaringstelling bij beschikking te worden gewijzigd. Derhalve moeten beide beschikkingen tegelijkertijd aan betrokkene worden uitgereikt; -b. de vreemdeling wordt ongewenst verklaard. Ongewenstverklaring heeft een ingrijpend karakter, gelet op de onmiddellijk intredende strafbaarheid (zie artikel 197 WvSr); derhalve zal uitreiking in persoon in die gevallen plaatsvinden (zie voor die gevallen dat uitreiking niet in persoon kan plaatsvinden hierna); +b. de vreemdeling wordt ongewenst verklaard, dan wel tegen de vreemdeling wordt een inreisverbod uitgevaardigd met de rechtsgevolgen van artikel 66a, zevende lid, Vw. Ongewenstverklaring en een inreisverbod met de rechtsgevolgen zoals genoemd hebben een ingrijpend karakter, gelet op de onmiddellijk intredende strafbaarheid (zie artikel 197 WvSr); derhalve zal uitreiking in persoon in die gevallen plaatsvinden (zie voor die gevallen dat uitreiking niet in persoon kan plaatsvinden hierna); c. de aanvraag wordt in eerste aanleg afgewezen (volledige afwijzing) en de beslissing op het in te dienen bezwaarschrift mag niet in Nederland worden afgewacht (bij de beschikking is dan aangegeven dat de betrokken vreemdeling Nederland onmiddellijk dient te verlaten) en er wordt een vrijheidsbeperkende of -ontnemende maatregel opgelegd. +Bij deze uitreiking wordt door de vreemdelingenpolitie, ZHP of de KMar een uitreikingsblad ingevuld. De vreemdeling tekent op dit uitreikingsblad voor ontvangst van de beschikking. Ingeval de vreemdeling weigert te tekenen, wordt door de vreemdelingenpolitie, ZHP of KMar een proces-verbaal opgemaakt. Bij de uitreiking van (het afschrift van) de beschikking wordt voor de betrokkene in begrijpelijke taal uitleg gegeven met betrekking tot de gevolgen van het inreisverbod en de ongewenstverklaring en het overtreden ervan. + In alle voornoemde gevallen wordt na uitreiking in persoon op dezelfde dag een afschrift van de beschikking door de politie, onder vermelding van de datum van uitreiking, ter informatie aan de gemachtigde of raadsman toegezonden. Van toezending van een afschrift wordt afgezien indien geen raadsman of bijzonder gemachtigde bekend is. In de situatie waarin de aanvraag in eerste aanleg wordt afgewezen (volledige afwijzing) en de beslissing op het in te dienen bezwaarschrift niet in Nederland mag worden afgewacht (bij de beschikking is dan aangegeven dat de betrokken vreemdeling Nederland onmiddellijk dient te verlaten) en er is géén vrijheidsbeperkende of ontnemende maatregel opgelegd, wordt de beschikking niet langer meer in persoon uitgereikt, doch door de IND aangetekend verzonden naar het laatst bekende adres van de vreemdeling. +Indien bij de beschikking (tevens) een inreisverbod wordt uitgevaardigd met de rechtsgevolgen van artikel 66a, zesde lid, Vw, kan de beschikking zowel in persoon worden uitgereikt als worden toegezonden conform de hiervoor weergegeven hoofdregel. In geval van toezending zal van de beschikking tevens mededeling worden gedaan in de Stcrt. + In de situaties waarin de beschikking in persoon behoort te worden uitgereikt, zendt de Minister van een door hem gegeven beschikking alle drie exemplaren aan de politie met het verzoek de originele beschikking zo mogelijk in persoon uit te reiken. De politie verzendt, terstond na uitreiking, een kopie van de beschikking aan de gemachtigde onder vermelding van de datum van uitreiking van het origineel. @@ -2862,11 +2890,11 @@ Het derde exemplaar van de beschikking is bestemd voor de administratie van de p Een beschikking die niet aan de vreemdeling in persoon kan worden uitgereikt, wordt door de politie bij aangetekende brief verzonden aan het laatst bekende (GBA)adres van de vreemdeling. In dit geval worden de Minister en de gemachtigde van de aangetekende verzending op de hoogte gesteld (zie ook C2 indien de beschikking niet aan de wettelijk vertegenwoordiger kan worden uitgereikt). -Indien de bekendmaking van de beschikking, waarbij de vreemdeling ongewenst wordt verklaard, geschiedt door toezending, wordt van de beschikking ingevolge artikel 67, tweede lid, Vw mededeling gedaan in de Stcrt. +Indien de bekendmaking van de beschikking, waarbij de vreemdeling ongewenst wordt verklaard dan wel een inreisverbod wordt uitgevaardigd, geschiedt door toezending, wordt van de beschikking mededeling gedaan in de Stcrt. De termijn voor het indienen van een bezwaar- of administratief beroepschrift vangt aan met ingang van de dag na uitreiking van de beschikking aan de betrokken vreemdeling. -Wanneer geen sprake is van uitreiking vangt die termijn aan de dag na verzending van de beschikking aan bedoelde laatst bekende adres. +Wanneer geen sprake is van uitreiking vangt die termijn aan de dag na verzending van de beschikking aan bedoelde laatst bekende adres. Indien deze beschikking tevens een inreisverbod of een ongewenstverklaring inhoudt, dan vangt deze termijn aan de dag na de publicatie in de Stcrt. Wordt een beschikking gegeven, waarbij aan de vreemdeling (voortzetting van) verblijf wordt toegestaan, geheel of gedeeltelijk in overeenstemming met een door hem ingediende aanvraag, dan wordt de vreemdeling opgeroepen voor het uitreiken van het verblijfsdocument, nadat de IND het verblijfsdocument heeft ontvangen. @@ -2878,8 +2906,6 @@ Verblijfsdocumenten worden alleen in persoon aan de vreemdeling uitgereikt. De IND ziet er op toe dat de vreemdeling in persoon, en bij minderjarigheid in bijzijn van zijn wettelijk vertegenwoordiger, het verblijfsdocument in ontvangst neemt. -Verblijfsdocument voor een kind beneden de leeftijd van twaalf jaar - In de situatie waarin: a. aan een kind beneden de leeftijd van twaalf jaar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd is verleend; @@ -3728,7 +3754,7 @@ De aanvraag wordt echter afgewezen indien verblijf wordt beoogd in verband met a #### 5.2. Familierechtelijke relatie -Op grond van artikel 3.14, onder c, Vb wordt de verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 3.13, eerste lid, Vb, op aanvraag verleend aan het minderjarige biologische of juridische kind van een in Nederland gevestigde hoofdpersoon, indien het kind onder het rechtmatig gezag van de hoofdpersoon staat. Daarbij geldt als voorwaarde dat het kind naar het oordeel van de Minister feitelijk behoort en reeds in het land van herkomst feitelijk behoorde tot het gezin van de hoofdpersoon. Zie voor de nadere invulling van deze voorwaarde B2/5.4. +Op grond van artikel 3.14, onder b, Vb wordt de verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 3.13, eerste lid, Vb, op aanvraag verleend aan het minderjarige biologische of juridische kind van een in Nederland gevestigde hoofdpersoon, indien het kind onder het rechtmatig gezag van de hoofdpersoon staat. Daarbij geldt als voorwaarde dat het kind naar het oordeel van de Minister feitelijk behoort en reeds in het land van herkomst feitelijk behoorde tot het gezin van de hoofdpersoon. Zie voor de nadere invulling van deze voorwaarde B2/5.4. Het gestelde rechtmatig gezag van de om verblijf vragende echtgenoot of geregistreerd partner van de hoofdpersoon moet in beginsel met gelegaliseerde bescheiden worden aangetoond. Daarbij geldt het gestelde in B2/7(gelegaliseerde bescheiden). @@ -3752,7 +3778,7 @@ De gezagssituatie van een kind kan na de geboorte ook wijziging ondergaan door d In sommige landen wordt een gezagsbeslissing ingeschreven in een daartoe bestemd register of op de geboorteakte van het kind vermeld. In dat geval wordt, in de plaats van een afschrift van de beslissing, ook overlegging van een uittreksel uit de geboorteakte of het betreffende register als bewijs geaccepteerd. -Volgens de Islamitische rechtstraditie houdt de vader na ontbinding van het huwelijk het gezag over zijn kinderen en krijgt de moeder de ‘hadânah’, het zorgrecht. Het zorgrecht is een minder sterk recht dan het gezagsrecht. Het zorgrecht wordt in het kader van deze paragraaf behandeld als gezag. +Volgens de Islamitische rechtstraditie houdt de vader na ontbinding van het huwelijk het gezag over zijn kinderen en krijgt de moeder de “hadânah”, het zorgrecht. Het zorgrecht is een minder sterk recht dan het gezagsrecht. Het zorgrecht wordt in het kader van deze paragraaf behandeld als gezag. In het algemeen wordt ervan uitgegaan dat de moeder het zorgrecht heeft en hoeft dit niet met bescheiden te worden aangetoond. Dit is slechts anders als er tegenbewijs voorhanden is, bijvoorbeeld een schriftelijke verklaring van de vader of de kinderen dat de moeder het zorgrecht niet meer heeft of omdat de moeder is hertrouwd met iemand met wie het kind niet in familierechtelijke betrekking staat, omdat ook dan in de regel het zorgrecht vervalt. @@ -3812,7 +3838,7 @@ De familierechtelijke relatie tot degene bij wie verblijf wordt beoogd, wordt do #### 5.4. Feitelijk behoren tot het gezin -Ingevolge artikel 3.14, tweede lid, onder c, Vb wordt de verblijfsvergunning verleend, indien het kind feitelijk behoort en reeds in het buitenland feitelijk behoorde tot het gezin van de in Nederland wonende ouder(s) bij wie verblijf wordt beoogd. De gezinsband moet reeds in het buitenland hebben bestaan en het kind moet gaan samenwonen met de ouder(s). +Ingevolge artikel 3.14, tweede lid, onder b, Vb wordt de verblijfsvergunning verleend, indien het kind feitelijk behoort en reeds in het buitenland feitelijk behoorde tot het gezin van de in Nederland wonende ouder(s) bij wie verblijf wordt beoogd. De gezinsband moet reeds in het buitenland hebben bestaan en het kind moet gaan samenwonen met de ouder(s). De aanvraag wordt afgewezen, indien het kind niet feitelijk behoort en reeds in het buitenland behoorde tot het gezin van de in Nederland wonende ouder(s) bij wie verblijf wordt beoogd. @@ -3963,7 +3989,7 @@ De verblijfsvergunning wordt verleend aan het in Nederland geboren kind, indien: De aanvraag wordt niet afgewezen wegens het ontbreken van een geldig mvv of het ontbreken van voldoende middelen van bestaan. De aanvraag wordt evenmin afgewezen wegens het niet bereid zijn een onderzoek naar of behandeling voor TBC te ondergaan en daaraan mee te werken. -Voor in Nederland geboren kinderen uit een ouder die op dat moment een asielprocedure doorloopt, wordt verwezen naar C1/4.6.1. +Voor in Nederland geboren kinderen uit een ouder die op dat moment een asielprocedure doorloopt, wordt verwezen naar C2/6.1. ##### 5.11.2. Buiten Nederland geboren kinderen @@ -3982,7 +4008,7 @@ Indien de vader van het kind onbekend is, wordt de verblijfsvergunning indien aa De familierechtelijke relatie van het buiten Nederland geboren kind tot de ouder(s) bij wie verblijf wordt beoogd, wordt met officiële gelegaliseerde bescheiden aangetoond, tenzij een van de uitzonderingen genoemd in B2/8 van toepassing is. Dat is ook het geval indien de vreemdeling zich erop beroept dat aan alle voorwaarden van artikel 3.23 Vb wordt voldaan. -Kort verblijf wil zeggen een verblijf waardoor het hoofdverblijf niet buiten Nederland wordt verplaatst, bijvoorbeeld vakantie. Om de hiergenoemde groep te onderscheiden van de overige gevallen waarin het verblijf van een minderjarig kind in het kader van gezinshereniging in Nederland wordt beoogd en waarin de algemene voorwaarden voor verblijf in het kader van gezinshereniging van toepassing zijn, is een termijnstelling noodzakelijk. Aangezien het tweede en derde lid van artikel 3.23 Vb uitsluitend zien op kinderen die tijdens kort verblijf van de moeder (al dan niet met de vader) buiten Nederland worden geboren, is aan de desbetreffende regeling een termijn gesteld van zes maanden, te rekenen vanaf de geboorte van de vreemdeling. Die termijn sluit aan bij de termijn van verblijf buiten Nederland waarna onder omstandigheden verplaatsing van het hoofdverblijf kan worden aangenomen. Indien de aanvraag later dan negen maanden na de geboorte van de vreemdeling is ontvangen, gelden de gebruikelijke voorwaarden voor gezinshereniging. In een dergelijk geval ligt het bovendien in de rede dat bij de beoordeling daarvan wordt onderzocht of de ouder het hoofdverblijf buiten Nederland heeft verplaatst. +Kort verblijf wil zeggen een verblijf waardoor het hoofdverblijf niet buiten Nederland wordt verplaatst, bijvoorbeeld vakantie. Om de hiergenoemde groep te onderscheiden van de overige gevallen waarin het verblijf van een minderjarig kind in het kader van gezinshereniging in Nederland wordt beoogd en waarin de algemene voorwaarden voor verblijf in het kader van gezinshereniging van toepassing zijn, is een termijnstelling noodzakelijk. Aangezien het tweede en derde lid van artikel 3.23 Vb uitsluitend zien op kinderen die tijdens kort verblijf van de moeder (al dan niet met de vader) buiten Nederland worden geboren, is aan de desbetreffende regeling een termijn gesteld van zes maanden, te rekenen vanaf de geboorte van de vreemdeling. Die termijn sluit aan bij de termijn van verblijf buiten Nederland waarna onder omstandigheden verplaatsing van het hoofdverblijf kan worden aangenomen. Indien de aanvraag later dan zes maanden na de geboorte van de vreemdeling is ontvangen, gelden de gebruikelijke voorwaarden voor gezinshereniging. In een dergelijk geval ligt het bovendien in de rede dat bij de beoordeling daarvan wordt onderzocht of de ouder het hoofdverblijf buiten Nederland heeft verplaatst. #### 5.12. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift @@ -4515,6 +4541,30 @@ Afhankelijk van de aard van het verblijfsrecht van de persoon bij wie de vreemde Dit is slechts anders indien verblijf dient te worden verleend op grond van de pogingen van de vreemdeling om aan het gezinsleven met zijn kind invulling te gaan geven. In dat geval is het verblijfsrecht, ongeacht de aard van het verblijfsrecht van de persoon bij wie de vreemdeling wil verblijven, altijd tijdelijk. +### 10. Gezinshereniging van verzorgende ouder met Nederlands minderjarig kind + +#### 10.1. Eerste verblijfsaanvaarding + +Indien de vreemdeling niet in aanmerking komt voor verblijf op grond van één van de in artikel 3.4 Vb genoemde verblijfsdoelen (inclusief artikel 8 EVRM), dan wel verblijf op grond van paragraaf 2 van afdeling 2 van hoofdstuk 8 van het Vb, wordt aan hem op aanvraag op grond van artikel 3.13, tweede lid, Vb de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleend indien: + +a. de vreemdeling een minderjarig kind heeft dat in het bezit is van de Nederlandse nationaliteit; +b. dit kind ten laste komt van de vreemdeling ; en +c. dit kind bij het onthouden van een verblijfsvergunning aan de vreemdeling, de vreemdeling moet volgen en het grondgebied van de Europese Unie moet verlaten. + +Met ‘ten laste komen van de vreemdeling’ wordt bedoeld dat de vreemdeling de feitelijke zorg heeft voor het kind, dan wel de feitelijke zorg op zich zal nemen. + +Het kind hoeft de vreemdeling niet te volgen en het grondgebied van de Europese Unie niet te verlaten indien er een andere ouder is die rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, aanhef en onder a t/m e, dan wel l, van de Vreemdelingenwet of de Nederlandse nationaliteit heeft, tenzij de andere ouder feitelijk niet voor het kind kan zorgen. Onder ‘andere ouder’ worden geen andere familieleden of kennissen verstaan – ook niet indien zij feitelijk voor het kind zorgen of hebben gezorgd. + +Er is geen sprake van een feitelijke onmogelijkheid voor de andere ouder om voor het kind te zorgen indien verlangd kan worden dat gebruik wordt gemaakt van hulp en ondersteuning bij zorg en opvoeding die van overheidswege en door maatschappelijke instellingen worden geboden. Hieronder wordt ook de verstrekking verstaan van een uitkering uit de openbare kas waar Nederlanders in Nederland in beginsel aanspraak op kunnen maken. + +De aanvraag wordt niet afgewezen indien de vreemdeling niet beschikt over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf. + +#### 10.2. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift + +De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking ‘verblijf bij (naam kind)’. De beperking wordt aangevuld met de tekst: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’. + +Aan de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden van het sluiten van een voldoende ziektekostenverzekering, met inbegrip van de kosten die zijn verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting. + ## 3. Adoptiekinderen en pleegkinderen ### 1. Inleiding @@ -6313,37 +6363,45 @@ Ingevolge artikel 3.69 Vb wordt de geldigheidsduur van de vergunning voor dit do #### 2.1. Inleiding -Het uitgangspunt voor verblijf als au pair is buitenlandse jongeren – in korte tijd en onder bepaalde voorwaarden – de gelegenheid te bieden kennis te maken met de Nederlandse samenleving en cultuur, waarbij de au pair geen arbeid in de zin van de Wav mag verrichten. Een belangrijke plaats bij de beoordeling vooraf en bij het toezicht wordt ingenomen door de bewustverklaring (zie bijlage 10 VV) en de overeenkomst au pair – gastgezin (zie bijlage 13 en 13a VV). In de overeenkomst komen de au pair en het gastgezin overeen dat zij de daarin neergelegde verplichtingen zullen nakomen. Hetgeen wordt vastgelegd in de overeenkomst is direct van toepassing op de desbetreffende au pair en het gastgezin. +Het uitgangspunt voor verblijf als au pair is buitenlandse jongeren – in korte tijd en onder bepaalde voorwaarden – de gelegenheid te bieden kennis te maken met de Nederlandse samenleving en cultuur. -Het gastgezin verleent de au pair faciliteiten, in ruil waarvoor de au pair licht huishoudelijke werkzaamheden in het gezin mag verrichten. Het verblijf heeft dus primair een cultureel karakter. +Het gastgezin verleent de au pair kost en inwoning. Een au pair mag als tegenprestatie voor deze faciliteiten alleen lichte huishoudelijke werkzaamheden in het gezin verrichten onder de onder 2.2 omschreven voorwaarden. Een au pair mag dus niet worden ingezet als een nanny of werk(st)er. Ook mag een au pair geen taken verrichten voor mensen die een bijzondere zorg nodig hebben, die een specifieke vaardigheid vereist. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om handelingen waarvoor een (medische) opleiding nodig of vereist is. -Deze tegenprestatie mag niet het karakter hebben van werk in de zin van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) waarvoor een tewerkstellingsvergunning vereist is. Dit betekent onder meer dat de au pair niet alleen (volledig) verantwoordelijk kan zijn voor de licht huishoudelijke werkzaamheden; er moet altijd een alternatief voorhanden zijn. Een au pair mag niet worden ingezet als nanny of werk(st)er. Ook mag een au pair geen taken verrichten voor mensen die een bijzondere zorg nodig hebben, die een specifieke vaardigheid vereist. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om handelingen waarvoor een (medische) opleiding nodig of vereist is. +Een belangrijke plaats bij de beoordeling vooraf bij de aanvraag van de verblijfsvergunning en bij het toezicht wordt ingenomen door de bewustverklaring (zie bijlage 10 VV) en de overeenkomst au pair – gastgezin (zie bijlage 13 en 13a VV). In de overeenkomst komen de au pair en het gastgezin overeen dat zij de daarin neergelegde verplichtingen zullen nakomen. Hetgeen wordt vastgelegd in de overeenkomst is direct van toepassing op de desbetreffende au pair en het gastgezin. Dit verblijfskarakter en de noodzaak om oneigenlijk gebruik van het au pair beleid tegen te gaan, rechtvaardigen een restrictieve toepassing van het beleid. #### 2.2. Aard van het verblijf en werkzaamheden -De au pair verblijft in een (eenouder)gastgezin van minimaal twee personen. +Het verblijf van een au pair heeft primair een cultureel karakter. De werkzaamheden die een au pair verricht zijn arbeid in de zin van de Wet arbeid vreemdelingen, maar indien de au pair en het gastgezin zich houden aan de onderstaande cumulatieve voorwaarden geldt geen twv-plicht. Indien het gastgezin en/of de au pair zich hier niet aan houden wordt de Wet arbeid vreemdelingen overtreden. Zie ook het gestelde in B5/6 (wettelijke maatregelen tegen illegale tewerkstelling). Bovendien wordt dan door de au pair niet (langer) voldaan aan de voorwaarden van het verblijf in Nederland, zie onder 2.3 en kan de verblijfsvergunning worden ingetrokken. -Wat betreft de tegenprestatie van de au pair mag er geen sprake zijn van arbeid in de zin van de Wav waarvoor een TWV is vereist. In dat geval moet een verblijfsvergunning voor arbeid in loondienst worden aangevraagd. +Cumulatieve voorwaarden: -Indien het gastgezin de au pair werkzaamheden laat verrichten waarvoor ingevolge de Wav een TWV verplicht is, is het gastgezin strafbaar op grond van de Wav. Zie het gestelde in B5/6 (wettelijke maatregelen tegen illegale tewerkstelling). +• de au pair verblijft in een (eenouder) gastgezin van minimaal twee personen voor wie de vreemdeling niet eerder werkzaamheden heeft verricht; +• de au pair geniet kost en inwoning van het gastgezin; +• de au pair mag in het gastgezin maximaal 8 uur per dag tot een maximum van 30 uur per week uitsluitend lichte huishoudelijke werkzaamheden verrichten, waarvoor steeds een aantoonbaar alternatief voorhanden is; +• de au pair heeft minimaal 2 dagen per week vrij; +• de au pair en het gastgezin hebben schriftelijk en in een voor de au pair begrijpelijke taal een dagindeling opgesteld en ondertekend op grond waarvan de au pair de hierin opgenomen licht ondersteunende huishoudelijke werkzaamheden verricht; en +• de au pair mag, afgezien van de in de dagindeling opgenomen lichte huishoudelijke werkzaamheden, geen werkzaamheden verrichten. + +Het verrichten van taken voor mensen die een bijzondere zorg nodig hebben, die een specifieke vaardigheid vereist valt niet onder lichte huishoudelijke werkzaamheden. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om handelingen waarvoor een (medische) opleiding nodig of vereist is. #### 2.3. Voorwaarden voor verblijf als au pair -De aanvraag wordt afgewezen indien de aanvrager: +De aanvraag wordt afgewezen of het verblijfsrecht beëindigd indien de au pair: -• de feitelijke zorg of zorgplicht heeft voor (andere) afhankelijke gezinsleden (dan kinderen, bedoeld in artikel 3.43, eerste lid, onder b, Vb). Indien de au pair bij de aanvraag om een verblijfsvergunning geen verklaring burgerlijke staat (zie bijlage 13 en 13a VV) ondertekent, wordt aangenomen dat hij of zij de feitelijke zorg of zorgplicht heeft voor (andere) afhankelijke gezinsleden. Van zorg voor afhankelijke gezinsleden is bijvoorbeeld ook sprake als kinderen in het land van herkomst bij derden zijn ondergebracht; +• de feitelijke zorg of zorgplicht heeft voor (andere) afhankelijke gezinsleden (dan kinderen, bedoeld in artikel 3.43, eerste lid, onder b, Vb). Indien de au pair bij de aanvraag om een verblijfsvergunning geen verklaring burgerlijke staat (zie bijlage 13 en 13a VV) ondertekent, wordt aangenomen dat hij of zij de feitelijke zorg of zorgplicht heeft voor (andere) afhankelijke gezinsleden. Van zorg voor afhankelijke gezinsleden is bijvoorbeeld ook sprake als kinderen in het land van herkomst bij derden zijn ondergebracht; • niet daadwerkelijk woon- en verblijfplaats heeft in de woning van het gastgezin en evenmin daar staat ingeschreven; -• andere werkzaamheden verricht dan waarvoor in zijn of haar aanwezigheid steeds aantoonbaar een alternatief voorhanden is (dat wil zeggen andere werkzaamheden dan die welke gewoonlijk worden verricht door een of meer leden van het gastgezin, een oppas of huishoudelijke hulp); -• met uitsluiting van de leden van het gastgezin volledig verantwoordelijk is voor huishoudelijke taken (de au pair verblijft immers op basis van gelijkheid met de gezinsleden in het gastgezin); -• taken gaat verrichten voor mensen die een meer bijzondere zorg nodig hebben, die een specifieke vaardigheid vereist; -• meer dan acht uur op een dag licht huishoudelijke werkzaamheden verricht (inclusief werkzaamheden ’s avonds, zoals oppassen) of minder dan twee vrije dagen per week heeft; +• andere werkzaamheden verricht of gaat verrichten dan waarvoor in zijn of haar aanwezigheid steeds aantoonbaar een alternatief voorhanden is (dat wil zeggen andere werkzaamheden dan die welke gewoonlijk worden verricht door een of meer leden van het gastgezin, een oppas of huishoudelijke hulp); +• met uitsluiting van de leden van het gastgezin volledig verantwoordelijk is voor de lichte huishoudelijke taken (de au pair verblijft immers op basis van gelijkheid met de gezinsleden in het gastgezin); +• taken verricht of gaat verrichten voor mensen die een meer bijzondere zorg nodig hebben, die een specifieke vaardigheid vereist; +• meer dan acht uur op een dag licht huishoudelijke werkzaamheden verricht of gaat verrichten (inclusief werkzaamheden ’s avonds, zoals oppassen) of minder dan twee vrije dagen per week heeft; +• andere werkzaamheden verricht of gaat verrichten dan de in de dagindeling opgenomen lichte huishoudelijke werkzaamheden; • geen antecedentenverklaring ondertekent; -• weigert medewerking te verlenen aan onderzoek naar TBC van de ademhalingsorganen of behandeling ervan (zie artikel 3.79 Vb en B1/4.5), voor zover die medewerking gelet op de nationaliteit mag worden verlangd; +• weigert medewerking te verlenen aan onderzoek naar TBC van de ademhalingsorganen of behandeling ervan (zie artikel 3.79 Vb en B1/4.5), voor zover die medewerking gelet op de nationaliteit mag worden verlangd; • geen volledig ingevulde en ondertekende overeenkomst overeenkomstig bijlage 13 en 13a VV heeft overgelegd, of niet alle gegevens, die op dat model moeten worden ingevuld, heeft verstrekt; • verblijf wenst in een gastgezin dat wegens misbruik is uitgesloten van het au pairbeleid; -• een geldbedrag voor bijvoorbeeld inschrijfgeld en/of bemiddelingskosten en/of het volgen van een (door de eigen overheid voorgeschreven) cursus ter voorbereiding op het verblijf in Nederland door de buitenlandse uitwisselingsjongere aan een (Nederlands of buitenlands) bemiddelingsbureau of uitwisselingsorganisatie heeft betaald, dat in totaal hoger is dan 10% van het maximale bedrag dat een gastgezin maandelijks als zakgeld aan een au pair mag betalen. Dit bedrag is opgenomen in het besluit ‘Loonbelasting en premieheffing volksverzekeringen, achterwege laten inhouding loonheffing au pairs’ van 21 december 2000; +• een geldbedrag voor bijvoorbeeld inschrijfgeld en/of bemiddelingskosten en/of het volgen van een (door de eigen overheid voorgeschreven) cursus ter voorbereiding op het verblijf in Nederland door de buitenlandse uitwisselingsjongere aan een (Nederlands of buitenlands) bemiddelingsbureau of uitwisselingsorganisatie heeft betaald, dat in totaal hoger is dan 10% van het maximale bedrag dat een gastgezin maandelijks als zakgeld aan een au pair mag betalen. Dit bedrag is opgenomen in het besluit “Loonbelasting en premieheffing volksverzekeringen, achterwege laten inhouding loonheffing au pairs” van 21 december 2000; • een geldbedrag als borgsom aan een (Nederlands of buitenlands) bemiddelingsbureau of uitwisselingsorganisatie heeft betaald; of • een contract met een gastgezin of (Nederlands of buitenlands) bemiddelingsbureau of uitwisselingsorganisatie heeft ondertekend waarmee de aanvrager zich verplicht tot het betalen van geld of een geldboete als sanctie wegens het niet nakomen van een of meerdere bepalingen van dit contract. @@ -9955,7 +10013,7 @@ Deze regeling wijkt op de volgende punten af van het beleid inzake het zoekjaar De verblijfsvergunning kan op aanvraag worden verleend, indien: a. de vreemdeling niet reeds in het bezit is geweest van een verblijfsvergunning onder de beperking ‘zoekjaar afgestudeerde’; -b. de vreemdeling een Master-graad heeft behaald of is gepromoveerd aan een geaccrediteerde opleiding, als opgenomen in het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs, of aan een buitenlandse opleiding die in de top-200 staat van de meest recent gepubliceerde lijsten van de ‘Times Higher Education World University Rankings’, ‘de QS World University Rankings’ of de ‘Academic Ranking of World Universities’ (ook wel genoemd de Shanghai Jiao Tong ranking). +b. de vreemdeling een Master-graad heeft behaald of is gepromoveerd aan een geaccrediteerde opleiding, als opgenomen in het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs, of aan een buitenlandse onderwijsinstelling die in de top-200 staat van de meest recent gepubliceerde lijsten van de ‘Times Higher Education World University Rankings’, ‘de QS World University Rankings’ of de ‘Academic Ranking of World Universities’ (ook wel genoemd de Shanghai Jiao Tong ranking); c. de vreemdeling op het moment van de aanvraag niet langer dan drie jaar is afgestudeerd of gepromoveerd; d. de vreemdeling minimaal 35 punten heeft behaald in het puntensysteem; e. zich geen van de algemene weigeringsgronden voordoen (zie B1/4). @@ -9968,7 +10026,7 @@ De vreemdeling die reeds een verblijfsvergunning onder de beperking ‘verblijf De in Nederland afgestudeerde vreemdeling dient een geaccrediteerde opleiding, als opgenomen in het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs te hebben afgerond met een Master-graad of een Doctor-graad te hebben behaald. -Omdat nog niet alle studenten een geaccrediteerde opleiding met een Master-graad afronden, maar er ook nog studenten afstuderen aan een ongedeelde opleiding, wordt een getuigschrift van een geaccrediteerde ongedeelde opleiding in het wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 18:15 WHW, gelijkgesteld met een Master-graad als hierbedoeld. +Omdat nog niet alle studenten een geaccrediteerde opleiding met een Master-graad afronden, maar er ook nog studenten afstuderen aan een ongedeelde opleiding, wordt een getuigschrift van een geaccrediteerde ongedeelde opleiding in het wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 18:15 WHW, gelijkgesteld met een Master-graad als hier bedoeld. De in het buitenland afgestudeerde vreemdeling dient een opleiding te hebben afgerond met een Master-graad of een Doctor of Philosophy-graad of equivalent daarvan aan een onderwijsinstelling die voorkomt in de top-200 van de meest recent gepubliceerde lijsten van de ‘Times Higher Education World University Rankings’, ‘de QS World University Rankings’ of de ‘Academic Ranking of World Universities’ (ook wel genoemd de Shanghai Jiao Tong ranking). @@ -9996,18 +10054,20 @@ Een eerdere ervaring met Nederland of het spreken van de Nederlandse taal (Neder Bij de in 1999 ondertekende Bologna-verklaring hebben de aangesloten Europese landen zich gecommitteerd te komen tot een Europa-breed vergelijkbaar en uitwisselbaar onderwijssysteem. De aangesloten landen hebben hierin vast gelegd dat zij vóór 2010 het Bachelor-Master stelsel invoeren. De achterliggende gedachte is dat het hoger onderwijs op deze manier flexibeler, opener en aantrekkelijker wordt. Gelet hierop zal een vreemdeling die een opleiding heeft voltooid aan een hoger onderwijsinstelling in een land aangesloten bij de Bologna-verklaring gemakkelijker aansluiting vinden met de Nederlandse arbeidsmarkt. +Puntensysteem hoogopgeleiden: + | Onderdelen | | Punten | Bewijsstukken | | --- | --- | --- | --- | -| Opleiding (max. 30 punten) | Doctor-graad | 30 | Diploma/getuigschrift niet ouder dan drie jaar van geaccrediteerde opleiding aan een Nederlandse hoger onderwijsinstelling of van buitenlandse universiteit in top-200 ranglijsten Times Higher Education World Rankings, QS World University Ranking, Academic Ranking of World Universities (Shanghai Jiao Tong Ranking) | -| | Master | 25 | | -| Leeftijd (max. 5 punten) | 21–40 jaar | 5 | Geboorteakte | -| Indicatoren voor welslagen in Nederland (max. 5 punten) | Voormalige werkgevers in Nederland (minimaal half jaar) | 5 | Arbeidscontract of werkgeversverklaring | -| | In Nederland genoten studie (minimaal half jaar) | 5 | Inschrijvingsbewijs of deelname certificaat | -| | Spreekt ‘Nederlands als Tweede Taal’ op A2 niveau | 5 | Diploma | -| | Spreekt Engelse taal (International English Language Testing System niveau 6) | 5 | Verklaring taalinstituut | -| | Bachelor, Master of Doctor -graad behaald aan opleiding in land aangesloten bij Bologna-verklaring | 5 | Diploma | -| | | | | -| | **Max. aantal punten** | **40** | | +| Opleiding (max. 30 punten) | • Doctor-graad | 30 | Diploma/getuigschrift niet ouder dan drie jaar van geaccrediteerde opleiding aan een Nederlandse hoger onderwijsinstelling of van buitenlandse universiteit in top-200 ranglijsten Times Higher Education World Rankings, QS World University Ranking, Academic Ranking of World Universities (Shanghai Jiao Tong Ranking) | +| | • Master | 25 | | +| Leeftijd (max. 5 punten) | 21-40 jaar | 5 | Geboorteakte | +| Indicatoren voor welslagen in Nederland (max. 5 punten) | • Voormalige werkgevers in Nederland (minimaal half jaar) | 5 | Arbeidscontract of werkgeversverklaring | +| | • In Nederland genoten studie (minimaal half jaar) | 5 | • Inschrijvingsbewijs of deelname certificaat | +| | • Spreekt ‘Nederlands als Tweede Taal’ op A2 niveau | 5 | • Diploma | +| | • Spreekt Engelse taal (International English Language Testing System niveau 6) | 5 | • Verklaring taalinstituut | +| | • Bachelor, Master of Doctor -graad behaald aan opleiding in land aangesloten bij Bologna-verklaring | 5 | • Diploma | +| | • | | • | +| | Max. aantal punten | 40 | | Om mogelijke excessieve gebruikmaking van de regeling hoogopgeleiden te kunnen bestrijden kan, na besluitvorming daarover onder verantwoordelijkheid van onze Minister en de Minister van SZW en OCW, besloten worden voor toelating in het kader van de regeling hoogopgeleiden een quotum in te stellen. @@ -10015,7 +10075,7 @@ De opsomming van de genoemde bewijsstukken is indicatief en niet uitputtend bedo De algemene bepalingen van B1/4, B2/2, B2/4 en B2/5 zijn van toepassing, tenzij navolgend anders is bepaald. -Indien sprake is van eerste toelating geldt het algemene middelenvereiste (zie B1/4.3, B2/2.10, B2/4.11 en B2/5.10). Indien sprake is van voortgezet verblijf geldt het volgende. Als de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning kan worden afgewezen, omdat het gezinslid bij wie de vreemdeling verblijft niet meer duurzaam en zelfstandig beschikt over voldoende middelen van bestaan, wordt bezien of de gevolgen voor de vreemdeling niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het middelenvereiste te dienen doelen. Voor die afweging van belangen wordt verwezen naar B2/9.5.2. +Indien sprake is van eerste toelating geldt het algemene middelenvereiste (zie B1/4.3, B2/2.9, B2/4.12 en B2/5.10). Indien sprake is van voortgezet verblijf geldt het volgende. Als de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning kan worden afgewezen, omdat het gezinslid bij wie de vreemdeling verblijft niet meer duurzaam en zelfstandig beschikt over voldoende middelen van bestaan, wordt bezien of de gevolgen voor de vreemdeling niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het middelenvereiste te dienen doelen. Voor die afweging van belangen wordt verwezen naar B2/8.5.2. #### 11.3. Geldigheidsduur van de verblijfsvergunning