2012-01-01 | BWBR0012287 | Vreemdelingencirculaire 2000 (A)

This commit is contained in:
Coornhert 2012-01-01 12:00:00 +00:00
parent 1b93541fe3
commit 8c1f67e1e5

View file

@ -1358,19 +1358,15 @@ Voor wat betreft het vereiste om te beschikken over een geldig document voor gre
Het familielid dat onderdaan is van een derde land dient echter, indien er sprake is van een visumplichtige nationaliteit, in beginsel te beschikken over een geldig nationaal paspoort dat is voorzien van een visum (zie A2/4.3.1 voor het visumvereiste). Zoals is aangegeven in A2/4.3.1, zijn (visumplichtige) familieleden als bedoeld in artikel 8.7, tweede, derde en vierde lid, Vb vrijgesteld van de visumplicht als zij in het bezit zijn van een geldige verblijfskaart met de aantekening familielid van een burger van de Unie, afgegeven door één van de landen van de EU, de EER of Zwitserland, en samenreizen met of zich voegen bij de betreffende EU-onderdaan.
Ten aanzien van bepaalde categorieën familie- en gezinsleden van onderdanen van de EU, de EER en Zwitserland, als bedoeld in artikel 8.7, tweede, derde en vierde lid, Vb, die ingevolge Verordening 539/2001 visumplichtig zijn, gelden voor zover zij (nog) niet in het bezit zijn gesteld van een verblijfskaart met de aantekening familielid van een burger van de Unie gunstigere regels met betrekking tot de aanvraag en afgifte van visa. Ongeacht de beoogde verblijfsduur kan voor inreis worden volstaan met een (Schengen)visum kort verblijf. Het familielid hoeft bovendien niet te voldoen aan de criteria voor visumverlening die zien op de tijdige terugkeer naar het land van herkomst en hoeft ook niet te beschikken over voldoende middelen van bestaan (zie A2/4.3.3.1). Om die redenen is het familielid of gezinslid vrijgesteld van het beantwoorden van vragen op het visum-aanvraagformulier met betrekking tot die criteria. Bovendien dient het visum versneld en kosteloos te worden verstrekt.
Ten aanzien van bepaalde categorieën familie- en gezinsleden van onderdanen van de EU, de EER en Zwitserland, als bedoeld in artikel 8.7, tweede, derde en vierde lid, Vb, die ingevolge Verordening 539/2001 visumplichtig zijn, gelden - voor zover zij (nog) niet in het bezit zijn gesteld van een verblijfskaart met de aantekening familielid van een burger van de Unie - gunstigere regels met betrekking tot de aanvraag en afgifte van visa. Ongeacht de beoogde verblijfsduur kan voor inreis worden volstaan met een (Schengen)visum kort verblijf. Het familielid hoeft bovendien niet te voldoen aan de criteria voor visumverlening die zien op de tijdige terugkeer naar het land van herkomst en hoeft ook niet te beschikken over voldoende middelen van bestaan (zie A2/4.3.3.1). Om die redenen is het familielid of gezinslid vrijgesteld van het beantwoorden van vragen op het visum-aanvraagformulier met betrekking tot die criteria. Bovendien dient het visum versneld en kosteloos te worden verstrekt.
Ten aanzien van de kring van familieleden en gezinsleden, voor wie de gunstigere regels gelden, wordt verwezen naar artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid Vb. Het gaat hier uitsluitend om bepaalde familieleden of gezinsleden van een onderdaan van de EU, de EER of Zwitserland, welke onderdaan gebruik maakt van zijn recht op vrij verkeer. De onderdaan van de EU, de EER of Zwitserland dient zich te begeven naar of te verblijven in een andere lidstaat dan die waarvan hij de nationaliteit bezit en het familielid of gezinslid dient deze onderdaan te begeleiden of zich bij hem te voegen.
Om in aanmerking te komen voor de toepassing van de gunstigere regels met betrekking tot de aanvraag en afgifte van visa dient de visumplichtige vreemdeling met objectieve bewijzen aan te tonen dat hij familielid of gezinslid is van een onderdaan van de EU, de EER of Zwitserland, als bedoeld in artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid, Vb. Indien de familierechtelijke relatie als bedoeld in artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid Vb niet overtuigend kan worden aangetoond geldt het reguliere visumbeleid (zie A2/4.2.3).
Een visumplichtige ongehuwde partner (niet zijnde een geregistreerde partner) van een onderdaan van de EU, de EER en Zwitserland dient aan te tonen dat hij een duurzame relatie met een burger van de Unie heeft in de zin van artikel 8.7, vierde lid, Vb om als begunstigde te worden aangemerkt. De duurzame relatie zal in ieder geval worden aangenomen indien met deugdelijk bewijs kan worden aangetoond dat de ongehuwde partner en de onderdaan van de EU, de EER en Zwitserland die gebruik maakt van zijn recht op vrij verkeer, reeds gedurende een een termijn van zes maanden een gezamenlijke huishouding voeren dan wel (recentelijk) hebben gevoerd of indien uit de relatie een kind is geboren.
Een visumplichtige ongehuwde partner (niet zijnde een geregistreerde partner) van een onderdaan van de EU, de EER en Zwitserland dient aan te tonen dat hij een duurzame relatie met een burger van de Unie heeft in de zin van artikel 8.7, vierde lid, Vb om als begunstigde te worden aangemerkt. De duurzame relatie zal in ieder geval worden aangenomen indien met deugdelijk bewijs kan worden aangetoond dat de ongehuwde partner en de onderdaan van de EU, de EER en Zwitserland die gebruik maakt van zijn recht op vrij verkeer, reeds gedurende een termijn van zes maanden een gezamenlijke huishouding voeren dan wel (recentelijk) hebben gevoerd of indien uit de relatie een kind is geboren.
Om aan te tonen dat sprake is of is geweest van het voeren van een gezamenlijke huishouding, oftewel samenwoning, buiten Nederland valt te denken aan het overleggen van een bewijs van inschrijving in een gemeentelijke administratie, huurcontracten of afschriften van rekeningen op beider naam.
Als bewijs om aan te tonen dat de ongehuwde partners in Nederland samenwonen of recentelijk hebben samengewoond wordt een inschrijving in de GBA op hetzelfde adres verlangd.
In alle gevallen dient het om een (nog immer) bestaande relatie te gaan.
Om aan te tonen dat sprake is of is geweest van het voeren van een gezamenlijke huishouding, oftewel samenwoning, valt te denken aan het overleggen van een bewijs van inschrijving in een gemeentelijke basisadministratie, huurcontracten of anderszins aanzienlijke en langlopende juridische/financiële verbintenissen die gezamenlijk zijn aangegaan zoals een hypotheek voor de aankoop van een huis en afschriften van rekeningen op beider naam gedurende die termijn van zes maanden. In alle gevallen dient het om een (nog immer) bestaande relatie te gaan.
Wanneer overtuigend is aangetoond dat de aanvrager een familielid of een gezinslid is in de zin van artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid Vb kan de aanvraag om een visum slechts worden geweigerd:
@ -1799,11 +1795,11 @@ g. het tijdstip van vertrek en de aankomst van het vervoermiddel;
h. het totale aantal met dat vervoermiddel vervoerde passagiers, en
i. het eerste instappunt.
De passagiersgegevens worden elektronisch door de luchtvervoerder verstrekt. De ambtenaar belast met de grensbewaking, die vordert tot het verzamelen en verstrekken van de passagiersgegevens, schrijft steeds een specifieke wijze van elektronische verstrekking voor (zie artikel 2.1a VV). Voorgeschreven kan worden om de gegevens middels een daartoe ter beschikking gesteld geautomatiseerd systeem of middels een beveiligde internetverbinding aan te leveren. De door de luchtvervoerder verzamelde gegevens dienen voor het einde van de instapcontrole, de zogenaamde flightclosure, te worden overgelegd.
De passagiersgegevens worden elektronisch door de luchtvervoerder verstrekt. De luchtvervoerder zendt de verzamelde passagiersgegevens elektronisch aan de ambtenaar belast met de grensbewaking aan het door die ambtenaar aangegeven adres (zie artikel 2.1a VV). De passagiersgegevens dienen verzonden te worden met gebruikmaking van het International Air Transport Association (IATA)-berichtenformat, type B, met de structuur die is gebaseerd op de vanwege de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties vastgestelde indeling voor elektronische gegevensuitwisseling voor overheid, handel en vervoer, gepubliceerd onder de titel: Electronic Data Interchange For Administration, Commerce and Transport (EDIFACT) Passenger List Message (PAXLST). Het IATA-adres waar de gegevens naartoe verzonden dienen te worden, is HDQKMXH. Er is tevens een implementatiegids opgesteld voor de luchtvaartmaatschappijen waarin de vereiste berichtstructuur wordt gespecificeerd. De door de luchtvervoerder verzamelde gegevens dienen voor het einde van de instapcontrole, de zogenaamde flightclosure, te worden overgelegd.
Op basis van ervaringsgegevens en risicoanalyses met betrekking tot illegale immigratie zal door de ambtenaar belast met de grensbewaking worden bepaald ten aanzien van welke plaatsen van vertrek en van welke luchtvervoerders de passagiersgegevens zullen worden gevorderd.
De passagiersgegevens die de luchtvervoerder op vordering van de grensbewakingsautoriteiten heeft verzameld worden niet langer dan 24 uur na aankomst door de vervoerder bewaard. Deze zullen derhalve binnen 24 uur na aankomst worden vernietigd. Dat laat onverlet de mogelijkheid die gegevens langer te bewaren waar die zijn verzameld met het oog op bijvoorbeeld de dienstverlening door de luchtvervoerder.
De passagiersgegevens die de luchtvervoerder op vordering van de grensbewakingsautoriteiten heeft verzameld, worden niet langer dan 24 uur na aankomst door de vervoerder bewaard. Deze zullen derhalve binnen 24 uur na aankomst worden vernietigd. Dat laat onverlet de mogelijkheid die gegevens langer te bewaren waar die zijn verzameld met het oog op bijvoorbeeld de dienstverlening door de luchtvervoerder.
Voor de ambtenaar belast met de grensbewaking geldt in beginsel eveneens een bewaartermijn van 24 uur. Dit is slechts anders indien de passagiersgegevens langer nodig zijn voor de uitoefening van zijn taken. Hierbij moet onder meer worden gedacht aan de toepassing van de terugvoerplicht zoals beschreven in artikel 65 Vw (zie A2/7.1.5). Hieruit volgt dat de passagiersgegevens van vreemdelingen aan wie de toegang is geweigerd bewaard kunnen worden zolang de mogelijkheid van toepassing van artikel 65, eerste lid, onder b, Vw nog openstaat. Nu de op grond van artikel 65 Vw bestaande verplichting na ten hoogste zes maanden eindigt zal in dat geval de bewaartermijn niet langer dan zes maanden beslaan.
@ -1837,15 +1833,17 @@ Indien de vervoerder bij een controle constateert dat hij te maken heeft met een
##### 7.1.6. Strafrechtelijke aansprakelijkheid
De vervoerder kan worden vervolgd terzake van overtreding van artikel 4, eerste en tweede lid, Vw, te weten het veronachtzamen van de zorg- en afschriftplicht, alsmede terzake van overtreding van artikel 5, eerste en tweede lid, Vw en artikel 65, derde lid, Vw. Ook kan tegen de vervoerder vervolging worden ingesteld terzake van overtreding van artikel 197a WvSr, welk artikel mensensmokkel behelst.
De vervoerder kan worden vervolgd terzake van overtreding van artikel 4, eerste, tweede en derde lid, Vw, te weten het veronachtzamen van de zorg-, afschrift- en passagiersinformatieplicht, alsmede terzake van overtreding van artikel 5, eerste en tweede lid, Vw en artikel 65, derde lid, Vw. Ook kan tegen de vervoerder vervolging worden ingesteld terzake van overtreding van artikel 197a WvSr, welk artikel mensensmokkel behelst.
Het college van procureurs-generaal heeft op 7 november 2005 de Richtlijn inzake strafvordering strafrechtelijke aansprakelijkheid voor de aanvoer van niet of onjuist gedocumenteerde vreemdelingen vastgesteld, welke op 1 januari 2006 in werking is getreden. De Richtlijn bevat aanwijzingen voor het OM ten aanzien van het transactie- en vervolgingsbeleid met betrekking tot artikel 4 en artikel 108 Vw.
Het college van procureurs-generaal heeft de Richtlijn inzake strafvordering strafrechtelijke aansprakelijkheid voor de aanvoer van niet of onjuist gedocumenteerde vreemdelingen vastgesteld. De Richtlijn bevat aanwijzingen voor het OM ten aanzien van het transactie- en vervolgingsbeleid met betrekking tot artikel 4, eerste en tweede lid, en artikel 108 Vw. Voor het transactie- en vervolgingsbeleid van artikel 4, derde lid, en artikel 108 Vw bestaat de Richtlijn voor strafvordering strafrechtelijke aansprakelijkheid voor het verstrekken van passagiersgegevens door luchtvaartmaatschappijen.
Overtreding van artikel 4, eerste en tweede lid, Vw (het nalaten van de zorg- of afschriftplicht) kan worden bestraft met geldboete van de vierde categorie (maximaal € 11.250) of hechtenis van zes maanden (artikel 108 Vw). Proces-verbaal wordt opgemaakt in alle gevallen waarin als gevolg van het nalaten van de zorg- of afschriftplicht een niet of onjuist gedocumenteerde vreemdeling binnen Nederland is gebracht. Alle processen-verbaal worden doorgezonden aan het OM. In beginsel zal eerst een transactie worden aangeboden door het OM.
Overtreding van artikel 4, eerste en tweede lid, Vw (het nalaten van de zorg- of afschriftplicht) kan worden bestraft met een geldboete van de vierde categorie (maximaal € 19.000) of hechtenis van zes maanden (artikel 108 Vw). Proces-verbaal wordt opgemaakt in alle gevallen waarin als gevolg van het nalaten van de zorg- of afschriftplicht een niet of onjuist gedocumenteerde vreemdeling binnen Nederland is gebracht. Alle processen-verbaal worden doorgezonden aan het OM. In beginsel zal eerst een transactie worden aangeboden door het OM.
Overtreding van de artikelen 5, eerste en tweede lid, Vw en artikel 65, derde lid, Vw wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie (maximaal € 2.250) of een hechtenis van ten hoogste zes maanden (artikel 108 Vw).
Overtreding van artikel 4, derde lid, Vw (het nalaten van de passagiersinformatieplicht) kan worden bestraft met een geldboete van de vierde categorie (maximaal € 19.000) of hechtenis van zes maanden (artikel 108 Vw).
Het misdrijf van artikel 197a WvSr (mensensmokkel) kan worden bestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of een geldboete van de vijfde categorie. Het derde lid van het artikel bevat de mogelijkheid tot strafverzwaring indien het feit is begaan in de uitoefening van enig ambt of beroep. Ingeval van verdenking van mensensmokkel wordt in ieder geval proces-verbaal opgemaakt en zal in beginsel onmiddellijk tot dagvaarden worden overgegaan.
Overtreding van de artikelen 5, eerste en tweede lid, Vw en artikel 65, derde lid, Vw wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie (maximaal € 3.800) of een hechtenis van ten hoogste zes maanden (artikel 108 Vw).
Het misdrijf van artikel 197a WvSr (mensensmokkel) kan worden bestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of een geldboete van de vijfde categorie (maximaal €76.000). Het derde lid van het artikel bevat de mogelijkheid tot strafverzwaring indien het feit is begaan in de uitoefening van enig ambt of beroep. Ingeval van verdenking van mensensmokkel wordt in ieder geval proces-verbaal opgemaakt en zal in beginsel onmiddellijk tot dagvaarden worden overgegaan.
##### 7.1.7. Aansprakelijkheid voor uitzettings- en verblijfskosten
@ -1859,7 +1857,7 @@ c. het verblijf van de vreemdeling in Nederland in de periode nadat de vervoerso
Onder de kosten van uitzetting zijn ook begrepen de kosten van de handelingen, zoals het presenteren van een vreemdeling op de ambassade ter verkrijging van een vervangend reisdocument. De kosten waarvoor de vervoersonderneming op basis van het hiervoor genoemde onder a tot en met c aansprakelijk is, zijn opgenomen in de tarievenlijst.
Nadat een vreemdeling is terugvervoerd, leveren alle overheidsinstanties de IND een overzicht aan van de kosten die zij met betrekking tot de betreffende vreemdeling hebben gemaakt. Zij doen dit aan de hand van onderstaande tarievenlijst. Deze gestandaardiseerde tarieven betreffen de kosten van uitzetting en de kosten van verblijf die de overheid maakt met betrekking tot vreemdelingen aan wie de toegang tot Nederland is geweigerd. De tarieven zijn gebaseerd op de werkelijk gemaakte kosten van de diverse betrokken instanties. De tarieven zullen jaarlijks per 1 januari worden herzien en worden gepubliceerd in de Stcrt.
Nadat een vreemdeling is terugvervoerd, leveren alle overheidsinstanties de IND een overzicht aan van de kosten die zij met betrekking tot de betreffende vreemdeling hebben gemaakt. Zij doen dit aan de hand van onderstaande tarievenlijst. Deze gestandaardiseerde tarieven betreffen de kosten van uitzetting en de kosten van verblijf die de overheid maakt met betrekking tot vreemdelingen aan wie de toegang tot Nederland is geweigerd. De tarieven zijn gebaseerd op de werkelijk gemaakte kosten van de diverse betrokken instanties.
De IND stuurt de vervoerder vervolgens een rekening die de kosten omvat die door de diverse instanties zijn gemaakt. De instanties die het betreft, ontvangen allen een kopie van de rekening. De vervoerder dient het betreffende bedrag voorts over te maken aan de IND, waarna deze laatste de andere overheidspartijen hun aandeel doet toekomen.
@ -1867,40 +1865,37 @@ Indien een vreemdeling aan wie de toegang is geweigerd een aanvraag om een verbl
Ook indien het uiteindelijk niet mogelijk blijkt de vreemdeling uit te zetten is de vervoerder aansprakelijk voor de kosten die gemaakt worden met betrekking tot de door hem aangevoerde geweigerde vreemdeling.
*Vervoer (per vervoerde vreemdeling)*
| Binnen Rotterdam | € 149,44 |
| Binnen Rotterdam | € 149,80 |
| --- | --- |
| Van Rotterdam naar Den Haag | € 298,88 |
| Van Rotterdam naar Amsterdam | € 298,88 |
| Van Rotterdam naar Brussel | € 448,32 |
| Binnen Amsterdam | € 149,44 |
| Van Amsterdam naar Den Haag | € 298,88 |
| Van Amsterdam naar Rotterdam | € 298,88 |
| Van Amsterdam naar Brussel | € 597,76 |
| Vervoer naar overige bestemmingen, per vreemdeling per uur | € 74,72 |
| Van Rotterdam naar Den Haag | € 299,60 |
| Van Rotterdam naar Amsterdam | € 299,60 |
| Van Rotterdam naar Brussel | € 449,40 |
| Binnen Amsterdam | € 149,80 |
| Van Amsterdam naar Den Haag | € 299,60 |
| Van Amsterdam naar Rotterdam | € 299,60 |
| Van Amsterdam naar Brussel | € 599,20 |
| Vervoer naar overige bestemmingen, per vreemdeling per uur | € 74,90 |
| Salariskosten (per escort per uur) | € 74,72 |
| Salariskosten (per escort per uur) | € 74,90 |
| --- | --- |
| Kosten voor het verblijf van de escort (per escort) | variabel |
| Ticketkosten (per escort) | variabel |
| Vliegvergoeding (per escort per uur) | € 18,42 |
| Onkostenvergoeding (per escort per dag) | € 12,00 |
| Vliegvergoeding (per escort per uur) | € 18,42 |
| Onkostenvergoeding (per escort per dag) | € 12,00 |
| Reisverzekering (per escort) | variabel |
| Enige verblijfplaats aangewezen als plaats of ruimte bedoeld in artikel 6, eerste en tweede lid, Vw (p.p.p.d.) | € 217,84 |
| Enige verblijfplaats aangewezen als plaats of ruimte bedoeld in artikel 6, eerste en tweede lid, Vw (p.p.p.d.) | € 196,00 |
| --- | --- |
| Kosten aanvraagproces | € 597,00 |
| Kosten aanvraagproces | € 597,00 |
| --- | --- |
| Tolk tijdens vooronderzoek (per aanvraag) | € 55,00 |
| Tolk tijdens vooronderzoek (per aanvraag) | € 55,00 |
| Prijs laissez passer | variabel |
| *Overige kosten* | variabel |
| --- | --- |
| *Administratiekosten* (maximaal € 1.200 administratiekosten per vreemdeling) | 8% |
| --- | --- |
| | |
| *Administratiekosten* (maximaal € 1.200 administratiekosten per vreemdeling) | 8% |
#### 7.2. Verplichtingen voor bestuurders en gezagvoerders
@ -1908,26 +1903,6 @@ De verplichting voor de bestuurder van een voertuig om mee te werken, is geregel
Voor de verplichtingen voor gezagvoerders in de (internationale) luchtvaart wordt verwezen naar artikel 4.15 en 4.16 Vb. Voor de verplichtingen voor gezagvoerders in de zeevaart wordt verwezen naar artikel 4.9 tot en met 4.14 Vb. Hieruit blijkt onder meer dat in beginsel de gezagvoerders direct bij binnenkomst een passagiers- en bemanningslijst dienen te overhandigen aan de ambtenaar belast met de grensbewaking. In het VV zijn voor wat betreft de (internationale) luchtvaart modellen voor bemannings- en passagierslijsten opgenomen in bijlage 15 en 16. Voor wat betreft de zeevaart zijn modellen voor bemannings- en passagierslijsten opgenomen in bijlage 14a tot en met 14d VV. De in bijlage 14c en 14d VV opgenomen passagierslijst wordt gehanteerd voor schepen die gecertificeerd zijn voor het vervoer van ten hoogste twaalf passagiers (zie artikel 4.4 VV). De passagierslijst kan tevens gebruikt worden voor de opgave van de aanwezigheid van aangetroffen verstekelingen.
Naast het feit dat de Nederlandse overheid, zoals hieronder wordt omschreven, in bepaalde gevallen ontheffing kan verlenen, geldt dat de Nederlandse overheid de vervoerder kan opleggen om op de passagierslijst naast de namen van de reizigers ook andere gegevens vast te leggen.
Aan gezagvoerders van zeeschepen die regelmatig Nederlandse havens aandoen kan op grond van artikel 4.14, tweede lid, Vb namens de Minister door de ambtenaren belast met de grensbewaking, zonodig onder voorwaarden, ontheffing worden verleend van de in artikel 4.11 tot en met 4.13 Vb genoemde verplichtingen. Verzoeken om ontheffing worden ingediend door de belanghebbende rederijen of scheepvaartagenten.
Bij het verlenen van de ontheffing dient strikt de hand te worden gehouden aan onderstaande voorwaarden:
de regeling is alleen van toepassing op lijn- en passagiersschepen die ten minste een maal per week een bepaalde haven binnenlopen en waarvan de bemanning nauwelijks wisselt;
rederijen die gebruik willen maken van deze regeling dienen een door het hoofd van de grensdoorlaatpost getekende beschikking te ontvangen; voor de tekst zie model M13. Van de uitgereikte beschikking dient een afschrift te worden bewaard in de administratie van de dienst die ontheffing heeft verleend (KMar/ZHP);
de gezagvoerder dient een maal per maand aan het hoofd dienst/de grensdoorlaatpost in tweevoud een schriftelijke opgave te doen van de bemanningsleden waarbij naam, voorna(a)m(en), geboortedatum, nationaliteit en rang dienen te worden vermeld;
de ontheffing geldt voor zover en zolang het bedoelde zeeschip ter zee in gebruik is en frequent eenzelfde Nederlandse zeehaven binnenloopt;
tussentijdse mutaties betreffende de bemanning dienen onverwijld aan het hoofd grensdoorlaatpost te worden bekendgemaakt.
Op basis van ervaringsgegevens geldt de verplichting om direct bij binnenkomst in Nederland bemannings- en/of passagierslijsten aan te leveren thans niet voor vervoerders die een regelmatige ferryverbinding onderhouden.
Gezagvoerders van Nederlandse vissersschepen zijn ontheven van de verplichtingen genoemd in artikel 4.11 tot en met 4.13 Vb indien zij aan de ambtenaar belast met de grensbewaking ter plaatse, met inachtneming van diens aanwijzingen, vóór het vertrek naar het buitenland respectievelijk zo spoedig mogelijk na binnenkomst in Nederland kennis geven van:
het voornemen een buitenlandse haven aan te doen, respectievelijk het hebben aangedaan van een buitenlandse haven, indien dit niet bij vertrek uit Nederland was gemeld;
zich aan boord bevindende personen die niet de Nederlandse nationaliteit bezitten;
zich aan boord bevindende personen die niet tot de bemanning van het schip behoren.
### 8. Ondersteuning van doorgeleiding bij verwijdering door de lucht
Onderdanen van derde landen die niet of niet langer rechtmatig op het grondgebied van de EU verblijven en op wie een verwijderingsmaatregel van toepassing is, worden veelal verwijderd per luchtvaartuig. Rechtstreekse vluchten zijn niet altijd mogelijk en soms moet gebruik worden gemaakt van vluchten via transitluchthavens van andere lidstaten. Richtlijn 2003/110 d.d. 25 november 2003 voorziet in wederzijdse ondersteuning bij doorgeleiding in het kader van verwijdering door de lucht en geeft regels voor eenvormige procedures. De Richtlijn is niet van toepassing op Denemarken, het Verenigd Koninkrijk en Ierland. Wel is de Richtlijn van toepassing op IJsland en Noorwegen.
@ -3889,7 +3864,7 @@ In verband met een uitvoerige beschrijving van alle onderdelen die met het toezi
Artikel 56 Vw geeft de bevoegdheid om de vrijheid van beweging van bepaalde categorieën vreemdelingen op grond van de openbare orde of de nationale veiligheid te beperken (zie ook artikel 5.1 Vb en artikel 5.2 VV).
De opgelegde beperkingen mogen niet zo verstrekkend zijn, dat zij het karakter van een vrijheidsontnemende maatregel hebben, noch dienen zij ertoe om de uitzetting van een vreemdeling te verzekeren. Neemt de vreemdeling de opgelegde beperking niet in acht, dan begaat hij een in artikel 108 Vw strafbaar gestelde overtreding.
De opgelegde beperkingen mogen niet zo verstrekkend zijn, dat zij het karakter van een vrijheidsontnemende maatregel hebben. Neemt de vreemdeling de opgelegde beperking niet in acht, dan begaat hij een in artikel 108 Vw strafbaar gestelde overtreding.
##### 4.3.2. De bevoegdheid
@ -5078,6 +5053,8 @@ Vervallen
*[afbeelding]*
*[afbeelding]*
## Bijlage M119. Dossier vreemdelingenbewaring
*[afbeelding]*
@ -5088,7 +5065,7 @@ Vervallen
*[afbeelding]*
## Bijlage M122
## Bijlage M122. Mededeling toepassing
*[afbeelding]*