From 8c23acf96035ab3d8b4f06ce7af4da18ef553fa0 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 18 Jan 2008 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2008-01-18 | BWBR0012288 | Vreemdelingencirculaire 2000 (C) --- .../BWBR0012288/README.md | 193 ++++++------------ 1 file changed, 60 insertions(+), 133 deletions(-) diff --git a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md index addd92fcfec..4f4a1f284a7 100644 --- a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md +++ b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-c/BWBR0012288/README.md @@ -4189,131 +4189,83 @@ Ten aanzien van asielzoekers uit geldt geen besluit in de zin van artikel 45, vi ### [5]. Het asielbeleid ten aanzien van Burundi -#### 1. Datum - -Deze versie van deze landenparagraaf treedt in werking op de dag waarop C24 van kracht wordt. - -#### 2. Achtergrond +#### 1. Achtergrond Deze landenparagraaf bevat het landgebonden asielbeleid voor Burundi. Het landgebonden asielbeleid is een uitwerking van het algemene beleid van C1 tot en met C23 en kan niet worden gezien als een uitzonderingsregeling. De algemene wet- en regelgeving blijft steeds de basis voor de individuele beoordeling van een asielaanvraag. -De beleidsconclusies in deze landenparagraaf zijn mede gebaseerd op het algemeen ambtsbericht van de Minister van BuZa van 3 maart 2006 over de situatie in Burundi. - -Er is besloten tot een beleidswijziging ten aanzien van Burundese asielzoekers. Deze beleidswijziging is neergelegd in een brief aan de Voorzitter van de Tweede Kamer van 19 juni 2006 en houdt in dat het categoriale beschermingsbeleid ten aanzien van Burundese asielzoekers wordt beëindigd. - -#### 3. Besluitmoratorium +#### 2. Besluitmoratorium Ten aanzien van asielzoekers uit Burundi geldt geen besluit in de zin van artikel 43 Vw. -#### 4. Groepen van personen die verhoogde aandacht vragen +#### 3. Groepen van personen die verhoogde aandacht vragen -##### 4.1. Etnische groepen +##### 3.1. Etnische groepen -###### 4.1.1. Hutu en Tutsi +###### 3.1.1. Hutu en Tutsi -Op grond van de grondwet van 28 februari 2005, waarin het mandaat en het functioneren van de verschillende staatsorganen zijn opgenomen, is de machtsdeling tussen Hutu en Tutsi binnen het overheidsapparaat vastgesteld op respectievelijk 60% en 40%. Hutu krijgen naar het zich thans laat aanzien onder de nieuwe regering meer kansen dan het geval was onder de door Tutsi gedomineerde overheid. De participatie van Hutu in regering, leger en politie is sinds de vredesakkoorden en de voor Hutu gunstig verlopen verkiezingen toegenomen. +Hoewel het conflict in Burundi een veelheid aan dieper liggende oorzaken kent, zijn de verschillen tussen de twee belangrijkste etnische groepen, Hutu (85%) en Tutsi (14%), in het recente verleden veelvuldig door politici gebruikt om mensen te mobiliseren voor hun eigen politieke agenda. Tijdens de burgeroorlog die volgde op de moord op president Ndadaye in 1993 zijn veel slachtoffers over en weer gevallen, terwijl het land in toenemende mate etnisch gesegregeerd raakte. -Een belangrijk nationaal probleem is echter nog steeds het etnische conflict tussen de Hutu-meerderheid (85%) en de Tutsi-minderheid (14%). Burundi raakt steeds meer etnisch gesegregeerd, waarbij de Tutsi vooral in de stedelijke agglomeraties te vinden zijn en de Hutu op het platteland. Ook de wijken van de hoofdstad Bujumbura raken steeds meer etnisch gesegregeerd. +###### 3.1.2. Batwa/Twa -Ondanks de verbeterde situatie kan, gezien het gestelde met betrekking tot het nog immer voortdurende etnische conflict tussen Hutu en Tutsi, niet worden uitgesloten dat discriminatie op grond van Hutu- dan wel Tutsi-afkomst nog immer voorkomt. Indien op grond van het individuele relaas blijkt dat de ondervonden discriminatie een dusdanige ernstige beperking van de bestaansmogelijkheden oplevert dat het onmogelijk is om op maatschappelijk en sociaal gebied te kunnen functioneren, kan betrokkene, met inachtneming van het beleid zoals neergelegd in C2/2.5, op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning. +De Batwa (ook wel Twa, Bambuti of pygmeeën genoemd) vormen de kleinste etnische minderheidsgroepering in Burundi. Van gerichte vervolging van de Batwa is geen sprake. Wel worden zij op allerlei terreinen achtergesteld en gediscrimineerd. Vaak worden zij op economisch, sociaal en politiek terrein gemarginaliseerd. Dit leidt echter niet op voorhand tot de conclusie dat Batwa in aanmerking komen voor vluchtelingschap. Hiervoor dienen zij op de gebruikelijke wijze aannemelijk te maken dat er sprake is van gegronde vrees voor vervolging. Gelet op de maatschappelijke positie van de Batwa kan het inroepen van bescherming van de autoriteiten slechts op basis van concrete aanknopingspunten in het individuele asielrelaas worden tegengeworpen. Daarbij dient tevens in aanmerking te worden genomen dat uit het ambtsbericht blijkt dat het overheidsapparaat, noch de justitiële sector in staat is om aangifte van de meeste misdrijven te behandelen en te vervolgen als gevolg van jarenlange ondercapaciteit. -Bij vervolgingsacties door de burgerbevolking (zoals bijvoorbeeld discriminatie) dan wel door de rebellengroepering Forces Nationales pour la Libération, wordt bezien of bescherming van de Burundese autoriteiten hiertegen soelaas kan bieden. Uitgangspunt is dat het aan betrokkene is om aannemelijk te maken waarom bescherming in het individuele geval niet geboden kan worden. Daarbij dient in aanmerking te worden genomen dat uit het ambtsbericht blijkt dat het overheidsapparaat, noch de justitiële sector in staat is om aangifte van de meeste misdrijven te behandelen en te vervolgen als gevolg van jarenlange ondercapaciteit. Als de autoriteiten geen bescherming kunnen of willen bieden, kan betrokkene op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. +###### 3.1.3. Kinderen uit etnische gemengde huwelijken -###### 4.1.2. Twa +Blijkens het ambtsbericht van de Minister van BuZa komen etnisch gemengde huwelijken ook na 1993 nog voor. Kinderen uit dergelijke huwelijken kunnen in zekere mate zelf bepalen met welke etnische groep zij zich willen associëren, die van de vader of van de moeder. Vaak wordt dit ingegeven door de omgeving waarin zij opgroeien. Het is echter niet ondenkbaar dat een kind van gemengde afkomst door de omgeving gezien wordt als behorend tot een specifieke etnische groep, bijvoorbeeld op grond van fysieke kenmerken. -De Twa is de kleinste etnische minderheidsgroepering in Burundi. Van gerichte vervolging van de Twa is geen sprake. Wel worden zij op allerlei terreinen achtergesteld en gediscrimineerd. Vaak worden zij op economisch, sociaal en politiek terrein gemarginaliseerd. Dit leidt echter niet op voorhand tot de conclusie dat Twa in aanmerking komen voor vluchtelingschap. Hiervoor dienen zij op de gebruikelijke wijze aannemelijk te maken dat er sprake is van gegronde vrees voor vervolging. Gelet op de maatschappelijke positie van de Twa kan het inroepen van bescherming van de autoriteiten slechts op basis van concrete aanknopingspunten in het individuele asielrelaas worden tegengeworpen. Daarbij dient tevens in aanmerking te worden genomen dat uit het ambtsbericht blijkt dat het overheidsapparaat, noch de justitiële sector in staat is om aangifte van de meeste misdrijven te behandelen en te vervolgen als gevolg van jarenlange ondercapaciteit. +Aangezien etniciteit niet meer geregistreerd wordt op identiteitspapieren, wordt er ook geen officiële indeling van kinderen uit gemengde huwelijken meer gemaakt. -###### 4.1.3. Kinderen uit etnisch gemengde huwelijken +##### 3.2. Politieke tegenstanders van het bewind -Tot 1993 kwamen etnisch gemengde huwelijken redelijk vaak voor, maar daarna nam het aantal snel af. Thans komen nauwelijks meer gemengde huwelijken voor. In 1993 kwamen veel echtscheidingen voor bij gemengde gehuwden, omdat één van de gehuwden zich niet staande kon houden buiten de woonomgeving van de eigen etnische groep. Kinderen van etnisch gemengd gehuwden hebben te kampen met het wantrouwen van de bevolking, omdat men niet weet aan welke kant zij staan. Traditioneel bepaalt de etnische achtergrond van de vader de etnische achtergrond van het kind. +De vrijheid van vereniging en vergadering is vastgelegd in de grondwet. Over het algemeen wordt dit recht gerespecteerd. Oppositionele groeperingen kunnen in het algemeen vrijelijk opereren, maar worden soms in hun werkzaamheden beperkt door intimidatie door de autoriteiten, vooral op provinciaal en lokaal niveau. -Bij de beoordeling van het asielrelaas van een kind van gemengde afkomst dient dan ook specifiek acht te worden geslagen op deze afkomst en de problemen die betrokkene op grond daarvan stelt te hebben ondervonden. Het asielrelaas dient te worden beoordeeld aan de hand van C2/2.5, waarbij de mogelijkheid om bescherming in te roepen dient te worden bezien in het licht van de kwetsbare positie van kinderen van gemengde afkomst. Daarbij dient tevens in aanmerking te worden genomen dat uit het ambtsbericht blijkt dat het overheidsapparaat, noch de justitiële sector in staat is om aangifte van de meeste misdrijven te behandelen en te vervolgen als gevolg van jarenlange ondercapaciteit. +##### 3.3. Binnenlandse ontheemden -##### 4.2. Politieke tegenstanders van het bewind +Nog geregeld trekken groepen binnenlandse ontheemden terug naar hun oorspronkelijk leefgebied in Burundi. Reden is niet alleen een toegenomen vertrouwen in een verbeterde veiligheidssituatie in het land, maar ook de angst dat terugkerende Burundese vluchtelingen uit de omringende landen al het land in gebruik zullen nemen. Dit veroorzaakt veelal spanningen tussen de naar hun plaats van herkomst terugkerende ontheemden, terugkerende Burundese vluchtelingen uit met name Tanzania en al aanwezige burgers. UNHCR en lokale NGO’s kunnen soms bemiddelen bij landgeschillen. -Oppositionele groeperingen kunnen in het algemeen vrijelijk opereren, maar worden soms in hun werkzaamheden beperkt door intimidatie door de autoriteiten, vooral op provinciaal en lokaal niveau. Personen die zich als individu niet overeenkomstig de wensen van de overheid gedragen, lopen het risico vervolgd of in ieder geval geïntimideerd te worden. - -Personen die stellen actief te zijn geweest voor een oppositionele groepering of de rebellengroepering Forces Nationales pour la Libération kunnen te vrezen hebben voor vervolging van de zijde van de Burundese overheid. Om op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, dient betrokkene aannemelijk te maken dat de problemen die hij van de zijde van de Burundese autoriteiten heeft ondervonden vanwege zijn politieke activiteiten, te herleiden zijn tot daden van vervolging, zoals bedoeld in het Vluchtelingenverdrag. - -(Vermoedelijke) sympathisanten van de rebellengroepering Forces Nationales pour la Libération kunnen te maken krijgen met arbitraire arrestaties door het regeringsleger en detenties in militaire detentiecentra. Daarbij kan sprake zijn van martelingen en buitengerechtelijke executies. Gelet hierop kunnen ook sympathisanten van de Forces Nationales pour la Libération te vrezen hebben voor vervolging van de zijde van de Burundese overheid in de zin van het Vluchtelingenverdrag. Om op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, dient betrokkene aannemelijk te maken dat hij vanwege zijn sympathie voor de Forces Nationales pour la Libération in de negatieve aandacht van de Burundese autoriteiten is geraakt, en daardoor problemen heeft ondervonden die als vervolging, zoals bedoeld in het Vluchtelingenverdrag, kunnen worden aangemerkt. - -##### 4.3. Binnenlandse ontheemden - -Nog geregeld trekken groepen binnenlandse ontheemden terug naar hun oorspronkelijk leefgebied in Burundi. Reden is niet alleen een toegenomen vertrouwen in een verbeterde veiligheidssituatie in grote delen van het land, maar ook de angst dat terugkerende Burundese vluchtelingen uit de omringende landen al het land in gebruik zullen nemen. Dit veroorzaakt veelal spanningen tussen de naar hun plaats van herkomst terugkerende ontheemden, terugkerende Burundese vluchtelingen uit met name Tanzania en al aanwezige burgers. - -De situatie van de ontheemden vormt op zichzelf geen reden om in het bezit te worden gesteld van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op één van de individuele gronden van artikel 29, Vw. - -##### 4.4. Vrouwen +##### 3.4. Vrouwen Het normale beleid, zoals onder andere weergegeven in C2/2.11, C2/3.2 en C14/4.3 is van toepassing. -In het nieuwe kabinet van twintig ministers zijn thans zeven vrouwen opgenomen, en voor het eerst in de Burundese geschiedenis is een vrouw benoemd tot voorzitter van de nationale vergadering. Tevens garandeert de nieuwe grondwet een vertegenwoordiging van 30% vrouwen in de nationale vergadering en de Senaat. +##### 3.5. Dienstplichtigen en deserteurs -In Burundi komt seksueel geweld tegen vrouwen evenwel zonder onderscheid naar etniciteit en leeftijd voor. Met name regeringssoldaten, maar ook ongeïdentificeerde gewapende bendes maken zich hieraan schuldig. Het wetboek van strafrecht stelt seksueel geweld en verkrachting van vrouwen strafbaar. In de praktijk wordt verkrachting echter zelden streng bestraft. +Het normale beleid, zoals weergegeven in C2/2.12 is van toepassing. -Slachtoffers van geweld en verkrachting kunnen, voor zover hun relaas geen aanleiding geeft om op een andere grond de asielaanvraag in te willigen, op grond van artikel 29, eerste lid, onder c, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning, indien aan de voorwaarden van C2/4.2 wordt voldaan. - -##### 4.5. Dienstplichtigen en deserteurs - -Dienstplichtigen en deserteurs Het normale beleid, zoals weergegeven in C1/2.2.12 is van toepassing. - -Burundi kent een beroepsleger en geen dienstplicht. - -Ten aanzien van Burundi heeft zich niet de situatie voorgedaan dat militaire acties in totaliteit door de internationale gemeenschap zijn veroordeeld als strijdig met de grondbeginselen voor humaan gedrag of met de fundamentele normen die gelden tijdens een gewapend conflict. Een beroep hierop leidt derhalve niet tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. - -#### 5. Traumatabeleid +#### 4. Traumatabeleid Het algemene beleid, zoals weergegeven in C2/4.2 is van toepassing. -#### 6. Categoriale bescherming +#### 5. Categoriale bescherming Asielzoekers uit Burundi komen niet op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vw in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel (zie C2/5). -Uit het nieuwe ambtsbericht blijkt dat de veiligheidssituatie in grote delen van Burundi relatief rustig is, mede door de aanwezigheid van de VN-vredesmacht l’Opération des Nations Unies au Burundi. De aard van het geweld is in deze gebieden niet meer zodanig dat aldaar een categoriaal beschermingsbeleid is geïndiceerd. Alleen in de provincies Bujumbura Rurale, Bubanza en Cibitoke én in enkele wijken van de hoofdstad, waar de rebellengroepering Forces Nationales pour la Libération nog actief is, vinden nog regelmatig gevechten plaats tussen het regeringsleger en de Forces Nationales pour la Libération. De hoofdstad Bujumbura ligt in de provincie Bujumbura Rurale. De situatie in deze provincies wordt nog wel categoriaal beschermingswaardig geacht. De relatief rustige delen van Burundi zijn over het algemeen bereikbaar vanuit deze laatstgenoemde onveilige provincies. +#### 6. Verdere beleidsconclusies en aandachtspunten -Voorts blijkt uit het ambtsbericht dat verschillende VN-organisaties actief zijn in Burundi en dat de UNHCR oordeelt dat de veiligheidssituatie aldaar is verbeterd. Vrijwillige terugkeer wordt door de UNHCR gefaciliteerd. - -Zwitserland, België, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk kennen ten slotte geen bijzonder toelatings- en terugkeerbeleid voor asielzoekers met betrekking tot Burundi, en achten de terugkeer van uitgeprocedeerde asielzoekers naar Burundi veilig genoeg. - -Gezien het vorenstaande is besloten het categoriaal beschermingsbeleid ten aanzien van personen afkomstig uit Burundi te beëindigen. Deze beleidswijziging is neergelegd in een brief aan de Voorzitter van de Tweede Kamer van 19 juni 2006. Asielzoekers uit Burundi komen derhalve niet langer op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vw in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel. - -Aan personen die afkomstig zijn uit de onveilige provincies wordt een verblijfsalternatief tegengeworpen in de overige delen van Burundi, voorzover zij niet op individuele gronden in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning. - -Met betrekking tot vreemdelingen die in het bezit zijn van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vw, zal een herbeoordeling van de verleende verblijfsvergunning plaatsvinden. Indien deze herbeoordeling niet tot gevolg heeft dat wordt geoordeeld dat de vreemdeling op basis van één van de andere gronden van artikel 29, eerste lid, Vw verblijf toe komt, zal de verblijfsvergunning worden ingetrokken, dan wel de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd worden afgewezen. Dit geldt overeenkomstig voor de houders van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, onder e of f, Vw en waarbij de verblijfsvergunning van de hoofdpersoon op grond van het bovenstaande wordt ingetrokken. Verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd zal op normale wijze plaatsvinden indien de geldigheid van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verlopen voorafgaand aan de beëindiging van het beleid van categoriale bescherming, voor zover de vreemdeling ook aan de overige vereisten voor verlening voldoet. - -#### 7. Verdere beleidsconclusies en aandachtspunten - -##### 7.1. Vlucht- en/of vestigingsalternatief +##### 6.1. Vlucht- en/of vestigingsalternatief Het algemene beleid, zoals weergegeven in C4/2.2 is van toepassing. -In voorkomende gevallen kan een vlucht- of een vestigingsalternatief worden tegengeworpen. - -##### 7.2. Veilig land van herkomst +##### 6.2. Veilig land van herkomst Burundi wordt niet beschouwd als veilig land van herkomst. -##### 7.3. Veilig derde land / land van eerder verblijf +##### 6.3. Veilig derde land / land van eerder verblijf Burundi wordt niet beschouwd als veilig derde land. -##### 7.4. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag +##### 6.4. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag Het beleid zoals neergelegd in C4/3.11.3 is van toepassing. Voor de procedure omtrent getuigen van oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid wordt verwezen naar C11/3.1. -Verder zijn voor Burundi de volgende aandachtspunten van belang. +##### 6.5. Legale uitreis -De volgende groepen hebben in Burundi op grote schaal mensenrechten geschonden: het leger, de politie, veiligheidsdiensten en rebellengroeperingen. Om die reden dient men er in het bijzonder op bedacht te zijn of betrokkene zich mogelijk schuldig heeft gemaakt aan gedragingen als omschreven in artikel 1F Vluchtelingenverdrag. +Uit eerdere ambtsberichten van de Minister van BuZa blijkt dat de kans dat personen ongecontroleerd via het vliegveld van Bujumbura kunnen uitreizen, gering is. Voor de uitreis is een persoonsbewijs (paspoort, identiteitskaart of laissez-passer) noodzakelijk. Een legale uitreis vormt in beginsel een contra-indicatie bij de beoordeling of betrokkene op grond van gegronde vrees voor vervolging in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Een legale uitreis vormt op zichzelf geen contra-indicatie indien de gestelde vrees niet door toedoen van de autoriteiten wordt veroorzaakt. -##### 7.5. Legale uitreis - -De kans dat personen ongecontroleerd via het vliegveld van Bujumbura kunnen uitreizen, is gering. Voor de uitreis is een persoonsbewijs (paspoort, identiteitskaart of laissez-passer) noodzakelijk. Een legale uitreis vormt in beginsel een contra-indicatie bij de beoordeling of betrokkene op grond van gegronde vrees voor vervolging in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Een legale uitreis vormt op zichzelf geen contra-indicatie indien de gestelde vrees niet door toedoen van de autoriteiten wordt veroorzaakt. - -#### 8. Opvangmogelijkheden Amv’s +#### 7. Opvangmogelijkheden Amv’s Ten aanzien van Amv’s uit Burundi kan niet op voorhand worden geconcludeerd dat adequate opvang aanwezig is. De aanwezigheid van adequate opvang dient per individueel geval te worden vastgesteld. Het algemene beleid is van toepassing. Bij de feitelijke terugkeer moet de toegang tot een concrete opvangplaats geregeld zijn, tenzij betrokkene zich zelfstandig kan handhaven. -#### 9. Vertrekmoratorium +#### 8. Vertrekmoratorium Ten aanzien van asielzoekers uit Burundi geldt geen besluit in de zin van artikel 45, vierde lid, Vw. @@ -5429,106 +5381,81 @@ Ten aanzien van asielzoekers uit Jemen geldt geen besluit in de zin van artikel ### [15]. Het asielbeleid ten aanzien van Liberia -#### 1. Datum - -Deze versie van deze landenparagraaf treedt in werking op de dag waarop C24 van kracht wordt. - -#### 2. Achtergrond +#### 1. Achtergrond Deze landenparagraaf bevat het landgebonden asielbeleid voor Liberia. Het landgebonden asielbeleid is een uitwerking van het algemene beleid van C1 tot en met C23 en kan niet worden gezien als een uitzonderingsregeling. De algemene wet- en regelgeving blijft steeds de basis voor de individuele beoordeling van een asielaanvraag. -De beleidsconclusies in deze landenparagraaf zijn mede gebaseerd op het algemeen ambtsbericht van de Minister van BuZa van 12 mei 2006 over de situatie in Liberia. - -#### 3. Besluitmoratorium +#### 2. Besluitmoratorium Ten aanzien van asielzoekers uit Liberia geldt geen besluit in de zin van artikel 43 Vw. -#### 4. Groepen van personen die verhoogde aandacht vragen +#### 3. Groepen van personen die verhoogde aandacht vragen -##### 4.1. Etnische groepen en minderheden +##### 3.1. Etnische groepen en minderheden -Tijdens de verslagperiode zijn er geen aanwijzingen bekend geworden op grond waarvan kan worden aangenomen dat personen door de Liberiaanse autoriteiten worden vervolgd vanwege hun etnische afkomst dan wel religie. Het behoren tot een specifieke bevolkingsgroep vormt derhalve geen reden betrokkene in het bezit te stellen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. Uit het ambtsbericht komt voorts naar voren dat etnische groepen en minderheden, met uitzondering van niet-negroïde personen en daarmee niet-Liberiaanse personen, wettelijk gelijke rechten hebben. Laatstgenoemde personen lopen het risico te worden gediscrimineerd en kunnen geen beroep doen op het in de grondwet neergelegde verbod op etnische discriminatie. +De Liberiaanse grondwet verbiedt etnische discriminatie. Alle etnische groepen hebben volgens de grondwet gelijke rechten. Het behoren tot een specifieke bevolkingsgroep vormt derhalve geen reden betrokkene in het bezit te stellen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. -Voor personen behorend tot bovengenoemde bevolkingsgroep, te weten de niet-negroïde bevolkingsgroep, geldt dat zij op grond van artikel 29, eerste lid, onder a of b, Vw in aanmerking kunnen komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, indien slechts in geringe mate blijk wordt gegeven van op de persoon gerichte daden van verdragsrechtelijke vervolging of van een reëel en persoonlijk risico om bij uitzetting te worden onderworpen aan folteringen of andere onmenselijke behandelingen, welke in verband gebracht kunnen worden met de etnische afkomst. +##### 3.2. Politieke tegenstanders van het bewind -Ten aanzien van de etnische groep Mandingo wordt opgemerkt dat, hoewel de situatie op het gebied van etnische conflicten en spanningen is verbeterd, leden van deze etnische groep in sommige gebieden, met name in de provincies Nimba en Lofa, risico lopen op een vijandige bejegening door de Lorma. De conflicten gaan over eigendomsrechten van huizen en grondgebied die terugkerende Mandingo’s claimen te hebben achtergelaten ten tijde van de oorlog. Hoewel het aantal conflicten zou teruglopen en de United Nations Mission in Liberia samen met traditionele leiders en lokale overheden verzoeningspogingen onderneemt, blijft de situatie van Mandingo’s om specifieke aandacht vragen. +De grondwet garandeert de vrijheid van vereniging en vergadering. Over het algemeen respecteert de regering dit recht in de praktijk. Liberia kent dertig geregistreerde politieke partijen. Daarnaast is een groot aantal maatschappelijke organisaties actief. Voor zover bekend worden politieke partijen niet lastig gevallen en zijn er geen belemmeringen om politieke activiteiten te ontplooien. -Asielzoekers die claimen als Mandingo problemen te hebben ondervonden als gevolg van hun etnische achtergrond, dienen aannemelijk te maken dat deze achterstelling is gebaseerd op één van de gronden genoemd in het Vluchtelingenverdrag. Tevens dient de asielzoeker aannemelijk te maken dat deze problemen zodanig zijn dat gesproken kan worden van discriminatie dan wel achterstelling en dat sprake is van op de persoon gerichte vervolging of een onhoudbare situatie. +Derhalve vormt het lidmaatschap van en activiteiten voor een politieke partij op zichzelf geen grond voor de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. -##### 4.2. Politieke tegenstanders van het bewind +##### 3.3. Journalisten -De grondwet garandeert de vrijheid van vereniging en vergadering. Zowel de overgangsregering als de huidige regering respecteert dit recht in de praktijk. Naast de al bestaande politieke partijen hebben zich dertig nieuwe partijen zonder problemen geregistreerd bij de Nationale Kiesraad.Derhalve vormt het lidmaatschap van en activiteiten voor een politieke partij op zichzelf geen grond voor de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. - -##### 4.3. Journalisten - -In het algemeen heeft de overgangsregering de persvrijheid gerespecteerd. De situatie van journalisten is in vergelijking met het vorige ambtsbericht verbeterd. Journalisten worden door de autoriteiten met rust gelaten en kunnen zonder hinder hun werk doen. Voorts zouden journalisten zich, voor zover bekend, niet onveilig voelen. +In het algemeen respecteert de regering het recht op vrijheid van meningsuiting. Wel is een aantal voorvallen bekend waarbij journalisten en een mensenrechtenactivist door politiefunctionarissen werden geïntimideerd, bedreigd, lastig gevallen of geslagen. Het enkele feit dat iemand journalist is, is onvoldoende reden om tot statusverlening over te gaan. -##### 4.4. Vrouwen +##### 3.4. Vrouwen -Het normale beleid, zoals onder andere weergegeven in C2/2.11, C2/3.2 en C14/4.3 is van toepassing. +Het algemene beleid, zoals onder andere weergegeven in C2/2.11, C2/3.2 en C14/4.3 is van toepassing. -Genitale verminking is in Liberia niet bij wet verboden en komt vooral voor op het platteland. De overheid biedt geen bescherming tegen de uitvoering van genitale verminking. Uit het ambtsbericht komt naar voren dat besnijdenis veel voorkomt, met name op het platteland, en naar verwachting in omvang zal toenemen. Er is geen informatie bekend over de leeftijd waarop meisjes doorgaans besneden worden. Het is onduidelijk in hoeverre het voor vrouwen mogelijk is om zich te onttrekken aan genitale verminking. +Seksueel geweld tegen vrouwen en meisjes komt veel voor in Liberia. De anti-verkrachtingswet van 2005 wordt gezien als een positieve ontwikkeling, maar de implementatie wordt bemoeilijkt door het slecht functionerende politie- en rechtssysteem. Er heerst nog steeds straffeloosheid. -Indien een vrouw nog niet is besneden en besnijdenis in haar land van herkomst niet kan ontlopen, kan sprake zijn van een reëel risico van een schending van artikel 3 EVRM. In die situatie kan op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd worden verleend. Dit kan ook gelden voor in Nederland geboren meisjes die bij terugkeer naar Liberia bedreigd worden met genitale verminking. +Er worden bewustwordingscampagnes gevoerd om een einde te maken aan de stigmatisering van vrouwen die slachtoffer zijn geworden van seksueel geweld en om vrouwen bekend te maken met hun rechten. Er zijn politie-units opgericht die zijn gespecialiseerd in de bescherming van vrouwen en kinderen. -##### 4.5. Dienstplichtigen en deserteur +Genitale verminking is in Liberia niet bij wet verboden en komt vooral voor op het platteland. De overheid biedt geen bescherming tegen de uitvoering van genitale verminking. Er is geen informatie bekend over de leeftijd waarop meisjes doorgaans besneden worden. Voor vrouwen op het platteland is het vrijwel onmogelijk om zich te onttrekken aan genitale verminking. -Het normale beleid, zoals weergegeven in C2/2.12 is van toepassing. +##### 3.5. Dienstplichtigen en deserteurs -#### 5. Traumatabeleid +Het algemene beleid, zoals weergegeven in C2/2.12 is van toepassing. + +Ten aanzien van asielzoekers uit Liberia geldt geen besluit in de zin van artikel 43 Vw. + +#### 4. Traumatabeleid Het algemene beleid, zoals weergegeven in C2/4.2 is van toepassing. Voor het overige zijn er met betrekking tot Liberia geen bijzonderheden. -#### 6. Categoriale bescherming +#### 5. Categoriale bescherming Asielzoekers uit Liberia komen niet op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vw in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel (zie C2/5). -#### 7. Verdere beleidsconclusies en aandachtspunten +#### 6. Verdere beleidsconclusies en aandachtspunten -##### 7.1. Vlucht- en/of vestigingsalternatief +##### 6.1. Vlucht- en/of vestigingsalternatief -Tot op heden werd geen vlucht- of vestigingsalternatief tegengeworpen. Daar de veiligheidssituatie inmiddels dermate stabiel wordt geacht, is het algemene beleid, zoals weergegeven in C4/2.2 weer van toepassing. +Het algemene beleid, zoals weergegeven in C4/2.2 is van toepassing. -Het tegenwerpen van een vlucht- of vestigingsalternatief dient steeds per individueel geval te worden beoordeeld. Het is daarbij aan betrokkene om aannemelijk te maken dat hij zich niet elders in Liberia kan vestigen. - -##### 7.2. Veilig land van herkomst +##### 6.2. Veilig land van herkomst Liberia wordt niet beschouwd als veilig land van herkomst. -##### 7.3. Veilig derde land / land van eerder verblijf +##### 6.3. Veilig derde land / land van eerder verblijf Liberia wordt niet beschouwd als veilig derde land. -##### 7.4. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag +##### 6.4. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag Het beleid zoals neergelegd in C4/3.11.3 is van toepassing. Voor de procedure omtrent getuigen van oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid wordt verwezen naar C11/3.1. -De volgende groepen hebben in Liberia op grote schaal mensenrechten geschonden. Om die reden dient men er in het bijzonder op bedacht te zijn of personen die behoren tot deze groepen zich mogelijk schuldig hebben gemaakt aan gedragingen als omschreven in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag: - -– Anti Terrorist Unit; -– Independent National Patriotic Front of Liberia; -– Lofa Defence Force; -– Liberia Peace Council; -– Bong Defense Front; -– Liberians United for Reconciliation and Democracy; -– Movement for Democracy in Liberia; -– National Patriotic Front of Liberia; -– National Patriotic Party (hieronder vallen mogelijk voormalige rebellenleiders van de National Patriotic Front of Liberia); -– Special Security Unit; -– State Security Service (inclusief Small Boys Unit); -– United Liberation Movement for Democracy in Liberia-Johnson; -– United Liberation Movement for Democracy in Liberia-Kromah; -– Uitvoerders vrouwenbesnijdenis. - -#### 8. Opvangmogelijkheden Amv’s +#### 7. Opvangmogelijkheden Amv’s Ten aanzien van Amv’s uit Liberia kan niet op voorhand worden geconcludeerd dat adequate opvang aanwezig is. De aanwezigheid van adequate opvang dient per individueel geval te worden vastgesteld. Het algemene beleid is van toepassing. Bij de feitelijke terugkeer moet de toegang tot een concrete opvangplaats geregeld zijn, tenzij betrokkene zich zelfstandig kan handhaven. -#### 9. Vertrekmoratorium +#### 8. Vertrekmoratorium -Ten aanzien van asielzoekers uit Liberia is geen besluit genomen in de zin van artikel 45, vierde lid, Vw. +Ten aanzien van asielzoekers uit Liberia geldt geen besluit in de zin van artikel 45, vierde lid, Vw. ### [16]. Het asielbeleid ten aanzien van Libië