From 8c36550f707887ba4434ab844f4d79a0a35c04df Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Mon, 1 Oct 2012 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2012-10-01 | BWBR0003245 | Wet milieubeheer --- wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md | 58 +++++----------------- 1 file changed, 12 insertions(+), 46 deletions(-) diff --git a/wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md b/wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md index e001aa1e380..966a030f807 100644 --- a/wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md +++ b/wet/wet-milieubeheer/BWBR0003245/README.md @@ -808,11 +808,7 @@ b. krachtens een provinciale bevoegdheid die aan een orgaan van een ander openba ### Artikel 4.13 -**1.** Onze Ministers kunnen, voor zover dat in het algemeen belang geboden is, gedeputeerde staten gehoord, aan provinciale staten aanwijzingen geven omtrent de inhoud van het provinciale milieubeleidsplan. Bij een aanwijzing wordt een termijn gesteld, binnen welke het plan in overeenstemming met de aanwijzing moet zijn gebracht. - -**2.** Bij het geven van een aanwijzing houden Onze Ministers rekening met het geldende nationale milieubeleidsplan en het geldende afvalbeheerplan. - -**3.** Onze Minister doet van het besluit, houdende de aanwijzing, mededeling door overlegging van het besluit aan de Staten-Generaal en door plaatsing ervan in de *Staatscourant*. +Vervallen ### Paragraaf 4.5. Het provinciale milieuprogramma @@ -847,7 +843,7 @@ c. een verslag van de voortgang van de uitvoering van het geldende provinciale m **1.** Het algemeen bestuur van een plusregio als bedoeld in artikel 104 van de Wet gemeenschappelijke regelingen die de gemeente of gemeenten Amsterdam, Arnhem en Nijmegen, Eindhoven en Helmond, Enschede en Hengelo, ’s-Gravenhage, Rotterdam of Utrecht omvat, kan een regionaal milieubeleidsplan vaststellen, dat met het oog op de bescherming van het milieu richting geeft aan beslissingen tot het nemen waarvan de bevoegdheid bij of krachtens de wet aan een orgaan van dat lichaam is toegekend. -**2.** De artikelen 4.13, 4.16, tweede lid, 4.17, 4.18 en 4.19 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat naast de in artikel 4.17, tweede lid, genoemde bestuursorganen ook burgemeester en wethouders van de in de plusregio gelegen gemeenten bij de voorbereiding van het plan worden betrokken. +**2.** De artikelen 4.16, tweede lid, 4.17, 4.18 en 4.19 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat naast de in artikel 4.17, tweede lid, genoemde bestuursorganen ook burgemeester en wethouders van de in de plusregio gelegen gemeenten bij de voorbereiding van het plan worden betrokken. ### Paragraaf 4.5b. Het regionale milieuprogramma @@ -895,8 +891,6 @@ c. Onze Minister. **4.** Het derde lid is niet van toepassing op besluiten krachtens een bevoegdheid van een ander openbaar lichaam, die aan de gemeenteraad of burgemeester en wethouders is gedelegeerd. -**5.** Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op besluiten die door een orgaan van een ander openbaar lichaam worden genomen in de plaats van de gemeenteraad onderscheidenlijk burgemeester en wethouders, wegens het in gebreke blijven van de gemeenteraad onderscheidenlijk burgemeester en wethouders. - ### Paragraaf 4.7. Het gemeentelijke milieuprogramma ### Artikel 4.20 @@ -958,9 +952,7 @@ c. de beheerders van de oppervlaktewateren waarop het ingezamelde water wordt ge ### Artikel 4.24 -**1.** Gedeputeerde staten kunnen, nadat burgemeester en wethouders in de gelegenheid zijn gesteld hun zienswijze naar voren te brengen, aan de gemeenteraad aanwijzingen geven omtrent de inhoud van het gemeentelijk rioleringsplan. Bij een aanwijzing wordt een termijn gesteld, binnen welke het plan in overeenstemming met de aanwijzing moet zijn gebracht. - -**2.** Bij het geven van een aanwijzing houden gedeputeerde staten rekening met het geldende provinciale milieubeleidsplan en met het geldende regionale waterplan. +Vervallen ## Hoofdstuk 5. Milieukwaliteitseisen @@ -1410,13 +1402,7 @@ b. de nauwkeurigheid van de toepassing van een onder a bedoelde methode toetsen. ### Artikel 5.23 -**1.** Onze Minister kan gedeputeerde staten of burgemeester en wethouders, indien niet of niet tijdig wordt voldaan aan een verplichting als bedoeld in artikel 5.9, eerste lid, 5.12, zevende en negende lid, 5.14 of 5.19, vierde lid, een aanwijzing geven om daar alsnog uitvoering aan te geven. Onze Minister houdt daarbij rekening met een doelmatig luchtkwaliteitsbeleid dat gericht is op het bereiken van en het blijven voldoen aan een in bijlage 2 genoemde grenswaarde. - -**2.** Bij de aanwijzing wordt een termijn gesteld waarbinnen uitvoering wordt gegeven aan de aanwijzing. - -**3.** Een aanwijzing wordt niet gegeven dan nadat het betrokken bestuursorgaan in de gelegenheid is gesteld van zijn gevoelen omtrent het voornemen tot het geven van de aanwijzing te doen blijken, tenzij spoedeisende omstandigheden zich daartegen verzetten. - -**4.** Wanneer het betrokken bestuursorgaan een krachtens het eerste lid gevorderd besluit of gevorderde handeling niet of niet naar behoren neemt dan wel uitvoert, is Onze Minister bevoegd daarin namens dat bestuursorgaan en ten laste van dat bestuursorgaan te voorzien. +Vervallen ### Artikel 5.24 @@ -3617,13 +3603,7 @@ c. artikel 35, derde lid, onder c, 38, derde lid, onder b, 42, derde lid, onder ### Artikel 10.62 -**1.** Onze Minister kan, voor zover dat in het belang van een doelmatig beheer van afvalstoffen noodzakelijk is, aan de gemeenteraad een bindende aanwijzing geven met betrekking tot het opnemen in de afvalstoffenverordening, van regels als bedoeld in de artikelen 10.21, 10.24, 10.25 en 10.26. - -**2.** Artikel 10.61, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. - -**3.** Onze Minister pleegt over een voornemen tot het geven van een aanwijzing overleg met de betrokken gemeente. Hij deelt het voornemen, onder vermelding van de redenen daarvoor, mee aan de Staten-Generaal. - -**4.** Van de aanwijzing wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. +Vervallen ### Artikel 10.63 @@ -6709,7 +6689,7 @@ Het bevoegd gezag ziet er op toe dat de nodige gegevens worden verzameld om een **1.** -Indien dat door een ongewoon voorval nodig is, kunnen in het belang van de bescherming van het milieu een of meer van de volgende verplichtingen of het volgende verbod worden opgelegd aan degene bij wie afvalstoffen ontstaan of aanwezig zijn, die zijn aangewezen in de daartoe strekkende beschikking: +Indien dat door een ongewoon voorval nodig is, wordt in het belang van de bescherming van het milieu een of meer van de volgende verplichtingen of het volgende verbod opgelegd aan degene bij wie afvalstoffen ontstaan of aanwezig zijn, die zijn aangewezen in de daartoe strekkende beschikking: a. een verplichting die afvalstoffen te scheiden en – mede van andere stoffen en afvalstoffen – gescheiden te houden; b. een verplichting die afvalstoffen gescheiden af te geven, wanneer zij zich daarvan ontdoen; @@ -6719,18 +6699,16 @@ e. een verplichting die afvalstoffen af te geven aan een persoon behorende tot e **2.** -Een verplichting of verbod als bedoeld in het eerste lid, kan worden opgelegd: +Een verplichting of verbod als bedoeld in het eerste lid, wordt opgelegd: a. voor zover de verplichting of het verbod betrekking heeft op een inrichting: door het bestuursorgaan dat ingevolge het bepaalde bij of krachtens artikel 2.4 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht het bevoegd gezag is voor de omgevingsvergunning voor de inrichting, of, indien voor de inrichting regels gelden krachtens artikel 8.40, door het bestuursorgaan waaraan een melding als bedoeld in artikel 8.41, eerste lid, met betrekking tot die inrichting zou moeten worden gedaan of, in andere gevallen, door burgemeester en wethouders; b. in andere gevallen: door gedeputeerde staten. -**3.** Het bestuursorgaan, bedoeld in het tweede lid, kan bij zijn beschikking aangeven binnen welke termijn en op welke wijze de verplichting moet worden uitgevoerd. +**3.** Het bestuursorgaan, bedoeld in het tweede lid, geeft bij zijn beschikking aan binnen welke termijn de verplichting moet worden uitgevoerd en kan aangeven op welke wijze de verplichting moet worden uitgevoerd. ### Artikel 17.5 -**1.** Onze Minister kan het bevoegde bestuursorgaan verzoeken binnen een door hem aangegeven termijn op de daarbij aangegeven wijze toepassing te geven aan artikel 17.4, eerste lid. - -**2.** Indien de geboden spoed een zodanig verzoek niet toelaat of het bevoegde bestuursorgaan niet binnen de aangegeven termijn aan het verzoek gevolg heeft gegeven, geeft Onze Minister toepassing aan artikel 17.4, eerste lid. +Vervallen ### Titel 17.1A. Maatregelen betreffende afvalvoorzieningen @@ -6756,7 +6734,7 @@ Indien de situatie, bedoeld in artikel 17.5a, eerste lid, betrekking heeft op ee **5.** In het geval het bevoegd gezag zelf maatregelen treft of de uitvoering daarvan opdraagt aan derden, verhaalt het de kosten op degene die de activiteiten verricht. Artikel 5:26 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing. -**6.** Artikel 17.5 is van overeenkomstige toepassing. +**6.** Artikel 17.4 is van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 17.5d @@ -6934,7 +6912,7 @@ De rechthebbende ten aanzien van de plaats waar de activiteit wordt verricht of **1.** Belanghebbenden, alsmede de bestuursorganen of overheidsdiensten, bedoeld in artikel 17.2, derde lid, kunnen in geval van milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan het bevoegd gezag verzoeken een beschikking tot het treffen van maatregelen als bedoeld in artikel 17.10, derde lid, artikel 17.12, vierde lid, of artikel 17.13, vijfde lid, te geven. -**2.** Onze Minister kan, indien dat in het belang van de bescherming van het milieu geboden is en indien ter zake van een geval van milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan gedeputeerde staten, burgemeester en wethouders of het dagelijks bestuur van een waterschap het bevoegd gezag is, vorderen dat dit bestuursorgaan binnen een door hem te stellen termijn toepassing geeft aan artikel 17.12, vierde lid, artikel 17.13, vijfde lid, of artikel 17.14, eerste, tweede en derde lid. De artikelen 5.24, tweede en derde lid, en 5.25 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht zijn van overeenkomstige toepassing. +**2.** Onze Minister kan, indien dat in het belang van de bescherming van het milieu geboden is en indien ter zake van een geval van milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan het dagelijks bestuur van een waterschap het bevoegd gezag is, vorderen dat dit bestuursorgaan binnen een door hem te stellen termijn toepassing geeft aan artikel 17.12, vierde lid, artikel 17.13, vijfde lid, of artikel 17.14, eerste, tweede en derde lid. De artikelen 121 tot en met 121g van de Provinciewet zijn van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 17.16 @@ -7497,19 +7475,7 @@ e. inzake de toewijzing van broeikasgasemissierechten, genomen krachtens artikel f. vervallen door vernummering; g. houdende een kennisgeving als bedoeld in artikel 22, vierde lid, van de EG-richtlijn luchtkwaliteit. -**2.** - -Geen beroep kan worden ingesteld tegen een beschikking: - -a. houdende een aanwijzing als bedoeld in artikel 5.23, -b. houdende een aanwijzing als bedoeld in artikel 11.5, -c. houdende het vaststellen of wijzigen van de geluidplafondkaart, bedoeld in artikel 11.18, -d. houdende een certificaat of een accreditatie als bedoeld in artikel 11A.2, derde lid, onderdeel b of c, -e. houdende een verzoek als bedoeld in artikel 17.5, eerste lid. - -**3.** In afwijking van het tweede lid kan tegen een beschikking als bedoeld in dat lid onder a of e beroep worden ingesteld overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk door het ten aanzien van de beschikking waarop de aanwijzing, onderscheidenlijk het verzoek betrekking heeft, bevoegde gezag. - -**4.** In afwijking van artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht vangt de beroepstermijn in een geval als bedoeld in het derde lid aan met ingang van de dag na de dag waarop een exemplaar van de beschikking waarop de verklaring of het verzoek betrekking heeft, overeenkomstig artikel 3:44, eerste lid, onder a, van de Algemene wet bestuursrecht ter inzage is gelegd. +**2.** Geen beroep kan worden ingesteld tegen een beschikking houdende een certificaat of een accreditatie als bedoeld in artikel 11.2, derde lid, onderdeel b of c. ### Artikel 20.2a