diff --git a/wet/tracéwet/BWBR0006147/README.md b/wet/tracéwet/BWBR0006147/README.md index ccdd5501692..f07dac000d7 100644 --- a/wet/tracéwet/BWBR0006147/README.md +++ b/wet/tracéwet/BWBR0006147/README.md @@ -21,7 +21,7 @@ In deze wet wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat; b. Onze Ministers: Onze Minister en Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; bb. regionaal openbaar lichaam: een plusregio als bedoeld in artikel 104 van de Wet gemeenschappelijke regelingen die de gemeente of gemeenten Amsterdam, Arnhem en Nijmegen, Eindhoven en Helmond, Enschede en Hengelo, ’s-Gravenhage, Rotterdam of Utrecht omvat; -c. hoofdweg: een weg waarvoor een verbinding is aangegeven op een kaart van indicatieve en limitatieve hoofdwegverbindingen, die behoort tot een structuurvisie als bedoeld in artikel 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening (*Stb.* 1985, 626); +c. hoofdweg: een weg waarvoor een verbinding is aangegeven op een kaart van indicatieve en limitatieve hoofdwegverbindingen, die behoort tot een structuurvisie als bedoeld in artikel 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening; d. landelijke spoorweg: een spoorweg waarvoor een verbinding is aangegeven op een kaart van indicatieve en limitatieve spoorwegverbindingen, die behoort tot een structuurvisie als bedoeld in artikel 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening; e. hoofdvaarweg: een vaarweg waarvoor een verbinding is aangegeven op een kaart van indicatieve en limitatieve hoofdvaarwegverbindingen, die behoort tot een structuurvisie als bedoeld in artikel 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening; f. bijkomende infrastructurele voorzieningen: werken of bouwwerken die, zonder deel uit te maken van het profiel van een hoofdweg, een landelijke spoorweg of een hoofdvaarweg, met die weg, spoorweg of vaarweg zijn verbonden en dienen voor de instandhouding dan wel het veilig en doelmatig gebruik daarvan;