2020-01-01 | BWBR0037522 | Wet tegemoetkomingen loondomein
This commit is contained in:
parent
8f6e724ca7
commit
8cb2daa3b6
1 changed files with 11 additions and 28 deletions
|
|
@ -247,10 +247,7 @@ Een loonkostenvoordeel herplaatsen arbeidsgehandicapte werknemer bedraagt € 3
|
|||
|
||||
Een werkgever heeft recht op een lage-inkomensvoordeel indien bij deze werkgever een werknemer in een of meerdere dienstbetrekkingen is waarvan:
|
||||
|
||||
a. het gemiddelde uurloon in het kalenderjaar:
|
||||
|
||||
1°. gelijk is aan of meer bedraagt dan € 10,05 maar niet meer dan € 11,07; of
|
||||
2°. meer bedraagt dan € 11,07 maar niet meer dan € 12,58; en
|
||||
a. het gemiddelde uurloon in het kalenderjaar gelijk is aan of meer bedraagt dan € 10,29 maar niet meer dan € 12,87; en
|
||||
b. in het kalenderjaar ten minste 1248 verloonde uren zijn opgenomen in de loonaangifte.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is niet of niet langer van toepassing indien de werknemer de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt. Ingeval de periode waarin het lage-inkomensvoordeel van toepassing is, in de loop van een aangiftetijdvak eindigt, wordt die periode verlengd met het buiten die periode vallende deel van het aangiftetijdvak waarin die periode eindigt.
|
||||
|
|
@ -261,10 +258,7 @@ b. in het kalenderjaar ten minste 1248 verloonde uren zijn opgenomen in de loona
|
|||
|
||||
### Artikel 3.2
|
||||
|
||||
Een lage-inkomensvoordeel bedraagt:
|
||||
|
||||
a. € 1,01 per verloond uur van de werknemers die voldoen aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, doch ten hoogste € 2.000 per werknemer per kalenderjaar;
|
||||
b. € 0,51 per verloond uur van de werknemers die voldoen aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, doch ten hoogste € 1.000 per werknemer per kalenderjaar.
|
||||
Een lage-inkomensvoordeel bedraagt € 0,51 per verloond uur van de werknemers die voldoen aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onderdeel a, doch ten hoogste € 1.000 per werknemer per kalenderjaar.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk IIIa
|
||||
|
||||
|
|
@ -274,15 +268,14 @@ b. € 0,51 per verloond uur van de werknemers die voldoen aan de voorwaarde, b
|
|||
|
||||
Een werkgever heeft recht op een minimumjeugdloon voordeel indien bij deze werkgever een werknemer in een of meerdere dienstbetrekkingen is en:
|
||||
|
||||
a. de werknemer op 31 december van het voorafgaande kalenderjaar de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt maar nog niet de leeftijd van 22 jaar; en
|
||||
a. de werknemer op 31 december van het voorafgaande kalenderjaar de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt maar nog niet de leeftijd van 21 jaar; en
|
||||
b. het gemiddelde uurloon in het kalenderjaar ten aanzien van de volgende te onderscheiden leeftijden van de werknemer valt binnen de volgende bandbreedtes die worden afgeleid van het wettelijk minimumloon en de wettelijke minimumvakantiebijslag waarop recht bestaat in het kalenderjaar ingevolge de hoofdstukken II en III van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag:
|
||||
|
||||
1°. ten aanzien van een werknemer als bedoeld in onderdeel a die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, ten minste 48,75 procent bij een normale arbeidsduur van 40 uren per week maar minder dan 57,5 procent bij een normale arbeidsduur van 36 uren per week;
|
||||
2°. ten aanzien van een werknemer als bedoeld in onderdeel a die de leeftijd van 19 jaar heeft bereikt, ten minste 57,5 procent bij een normale arbeidsduur van 40 uren per week maar minder dan 75 procent bij een normale arbeidsduur van 36 uren per week;
|
||||
3°. ten aanzien van een werknemer als bedoeld in onderdeel a die de leeftijd van 20 jaar heeft bereikt, ten minste 75 procent bij een normale arbeidsduur van 40 uren per week maar minder dan 92,5 procent bij een normale arbeidsduur van 36 uren per week;
|
||||
4°. ten aanzien van een werknemer als bedoeld in onderdeel a die de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt, 92,5 procent bij een normale arbeidsduur van 40 uren per week maar minder dan 100 procent bij een normale arbeidsduur van 40 uren per week.
|
||||
1°. ten aanzien van een werknemer als bedoeld in onderdeel a die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, ten minste 50 procent bij een normale arbeidsduur van 40 uren per week maar minder dan 60 procent bij een normale arbeidsduur van 36 uren per week;
|
||||
2°. ten aanzien van een werknemer als bedoeld in onderdeel a die de leeftijd van 19 jaar heeft bereikt, ten minste 60 procent bij een normale arbeidsduur van 40 uren per week maar minder dan 80 procent bij een normale arbeidsduur van 36 uren per week;
|
||||
3°. ten aanzien van een werknemer als bedoeld in onderdeel a die de leeftijd van 20 jaar heeft bereikt, ten minste 80 procent bij een normale arbeidsduur van 40 uren per week maar minder dan 100 procent bij een normale arbeidsduur van 40 uren per week.
|
||||
|
||||
**2.** Het gemiddelde uurloon, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt vastgesteld door het jaarloon te delen door de verloonde uren en bedraagt niet meer dan het laagste gemiddelde uurloon, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°.
|
||||
**2.** Het gemiddelde uurloon, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt vastgesteld door het jaarloon te delen door de verloonde uren en bedraagt minder dan het laagste gemiddelde uurloon, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°.
|
||||
|
||||
**3.** Bij het begin van de maand juli van het kalenderjaar worden de bedragen van de ondergrens en bovengrens naar leeftijd met toepassing van de bandbreedtes, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, bij regeling van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, na overleg met Onze Minister van Financiën vastgesteld voor dat kalenderjaar.
|
||||
|
||||
|
|
@ -290,10 +283,9 @@ b. het gemiddelde uurloon in het kalenderjaar ten aanzien van de volgende te ond
|
|||
|
||||
Een minimumjeugdloon voordeel bedraagt:
|
||||
|
||||
a. € 0,13 per verloond uur van de werknemers die voldoen aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, doch ten hoogste € 270,40 per werknemer per kalenderjaar;
|
||||
b. € 0,16 per verloond uur van de werknemers die voldoen aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, onderdeel b, onder 2°, doch ten hoogste € 332,80 per werknemer per kalenderjaar;
|
||||
c. € 0,59 per verloond uur van de werknemers die voldoen aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, onderdeel b, onder 3°, doch ten hoogste € 1.227,20 per werknemer per kalenderjaar;
|
||||
d. €. 0,91 per verloond uur van de werknemers die voldoen aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, onderdeel b, onder 4°, doch ten hoogste € 1.892,80 per werknemer per kalenderjaar.
|
||||
a. € 0,07 per verloond uur van de werknemers die voldoen aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, doch ten hoogste € 135,20 per werknemer per kalenderjaar;
|
||||
b. € 0,08 per verloond uur van de werknemers die voldoen aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, onderdeel b, onder 2°, doch ten hoogste € 166,40 per werknemer per kalenderjaar;
|
||||
c. € 0,30 per verloond uur van de werknemers die voldoen aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, onderdeel b, onder 3°, doch ten hoogste € 613,60 per werknemer per kalenderjaar.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk IV. Procedure bij uitvoering
|
||||
|
||||
|
|
@ -398,16 +390,7 @@ heeft met ingang van de datum van inwerkingtreding van artikel 5.1 aanspraak op
|
|||
|
||||
### Artikel 6.2a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Voor het kalenderjaar 2018 bedraagt in afwijking van artikel 3.4 het minimumjeugdloon voordeel:
|
||||
|
||||
a. € 0,23 per verloond uur van de werknemers die voldoen aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, doch ten hoogste € 478,40 per werknemer;
|
||||
b. € 0,28 per verloond uur van de werknemers die voldoen aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, onderdeel b, onder 2°, doch ten hoogste € 582,40 per werknemer;
|
||||
c. € 1,02 per verloond uur van de werknemers die voldoen aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, onderdeel b, onder 3°, doch ten hoogste € 2.121,60 per werknemer;
|
||||
d. € 1,58 per verloond uur van de werknemers die voldoen aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, onderdeel b, onder 4°, doch ten hoogste € 3.286,40 per werknemer.
|
||||
|
||||
**2.** Dit artikel vervalt met ingang van 1 januari 2020.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 6.3
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue