From 8cbfafd45a60bc67f39002a974c1f10b70b2cd5a Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Mon, 1 Sep 2008 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2008-09-01 | BWBR0024254 | Besluit opleidingseisen en deskundigheidsgebied verloskundige 2008 --- .../BWBR0024254/README.md | 28 ++++++++----------- 1 file changed, 12 insertions(+), 16 deletions(-) diff --git a/amvb/besluit-opleidingseisen-en-deskundigheidsgebied-verloskundige-2008/BWBR0024254/README.md b/amvb/besluit-opleidingseisen-en-deskundigheidsgebied-verloskundige-2008/BWBR0024254/README.md index 0be85035d96..12d803fb911 100644 --- a/amvb/besluit-opleidingseisen-en-deskundigheidsgebied-verloskundige-2008/BWBR0024254/README.md +++ b/amvb/besluit-opleidingseisen-en-deskundigheidsgebied-verloskundige-2008/BWBR0024254/README.md @@ -24,17 +24,15 @@ c. *EBM* Evidence Based Medicine, beschikbare resultaten uit wetenschappelijk on ### Artikel 2 -Om in het krachtens artikel 3 van de wet ingestelde register van verloskundigen te kunnen worden ingeschreven, is vereist het bezit van een getuigschrift waaruit blijkt dat betrokkene met goed gevolg het afsluitende examen heeft afgelegd van een opleiding tot verloskundige die is opgenomen in de Registratie instellingen en opleidingen, genoemd in artikel 6.13 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, en die voldoet aan de artikelen 3 en 4. +Om in het krachtens artikel 3 van de wet ingestelde register van verloskundigen te kunnen worden ingeschreven, is vereist het bezit van een getuigschrift waaruit blijkt dat betrokkene met goed gevolg het afsluitende examen heeft afgelegd van een opleiding tot verloskundige die is opgenomen in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs, genoemd in artikel 6.13 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, en die voldoet aan de artikelen 3 en 4. ### Paragraaf 3. Opleiding ### Artikel 3 -**1.** Een opleiding als bedoeld in artikel 2 duurt voltijds ten minste drie jaar en omvat ten minste 4.600 uur theoretisch en praktisch onderwijs, waarbij de duur van het klinisch onderwijs ten minste een derde van de minimumduur van de opleiding bedraagt. +**1.** -**2.** - -Het theoretisch en praktisch onderwijs is gericht op het verwerven van kennis van en inzicht en vaardigheid in de volgende aspecten van de beroepsuitoefening van de verloskundige die betrekking hebben op het gebied van deskundigheid, bedoeld in artikel 5: +Een opleiding als bedoeld in artikel 2 heeft een studielast van 240 studiepunten en omvat zowel theoretisch als praktisch onderwijs, dat gericht is op het verwerven van kennis van en inzicht en vaardigheid in de volgende aspecten van de beroepsuitoefening van de verloskundige die betrekking hebben op het gebied van deskundigheid, bedoeld in artikel 5: a. stellen van een diagnose gebaseerd op anamnese en onderzoek; b. opstellen van een behandelplan gebaseerd op risicoselectie en beleid; @@ -49,11 +47,11 @@ j. functioneren in relatie tot de andere bij de verloskundige zorgverlening betr k. praktijkvoering en ondernemerschap; l. kwaliteit van zorg. -**3.** Het praktische onderwijs omvat naast vaardigheidsonderwijs in ieder geval stages in het werkveld inzake het toepassen van tijdens de studie verworven kennis, inzicht en vaardigheden met betrekking tot het gebied van deskundigheid, bedoeld in artikel 5, onder toezicht van een verloskundige. +**2.** Het praktische onderwijs omvat naast vaardigheidsonderwijs in ieder geval stages in het werkveld inzake het toepassen van tijdens de studie verworven kennis, inzicht en vaardigheden met betrekking tot het gebied van deskundigheid, bedoeld in artikel 5, onder toezicht van een verloskundige. -**4.** De stages vinden gespreid over de gehele opleiding plaats en hebben een omvang van in totaal ten minste 100 studiepunten, waarvan ten minste 60 studiepunten worden besteed aan stages in de zelfstandige verloskundige praktijk en de resterende 40 studiepunten flexibel zijn te verdelen over de overige relevante sectoren. +**3.** De stages vinden gespreid over de gehele opleiding plaats en hebben een omvang van in totaal ten minste 100 studiepunten, waarvan ten minste 60 studiepunten worden besteed aan stages in de zelfstandige verloskundige praktijk en de resterende 40 studiepunten flexibel zijn te verdelen over de overige relevante sectoren. -**5.** +**4.** De stages zijn eerst afgerond indien op de volgende gebieden van zorg ten minste de daarbij genoemde verrichtingen zijn uitgevoerd: @@ -65,7 +63,7 @@ b. natale zorg: – begeleiden en eigenhandig verrichten van partus: in totaal 60, waarvan ten minste 30 fysiologisch gestarte partus in de zelfstandige verloskundige praktijk alsmede 8 voltooide thuisbevallingen; – actieve deelname bij zowel een partus in het geval van een stuitligging als een partus in het geval van een gemelli; -– het zetten en hechten van 5 episiotomieën, waarvan ten hoogste 2 in een gesimuleerde setting; +– het zetten en hechten van 5 episiotomieën; – het hechten van 5 perineum rupturen; – algemeen onderzoek van 40 neonatus; c. postnatale zorg: @@ -73,11 +71,9 @@ c. postnatale zorg: – kraambedcontrole: 120 visites ten behoeve van moeder en kind; – evaluatie van zorg: 30 onderzoeken, waarvan 10 adviezen inzake preconceptie. -**6.** Onverminderd het vierde en het vijfde lid voldoen het theoretische en praktische onderwijs ten minste aan de eisen, gesteld in punt 5.5.1 van Bijlage V van richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 7 september 2005, betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (PbEU L 255). +**5.** Onverminderd het derde en het vierde lid voldoen het theoretische en praktische onderwijs ten minste aan de eisen, gesteld in punt 5.5.1 van Bijlage V van richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 7 september 2005, betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (PbEU L 255). -**7.** Een wijziging van punt 5.5.1 van Bijlage V, bedoeld in het zesde lid, gaat voor de toepassing van het zesde lid gelden met ingang van de dag waarop aan die wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven. - -**8.** De onderwijsinstellingen die de opleiding verzorgen zijn gedurende het gehele studieprogramma verantwoordelijk voor de coördinatie tussen het theoretisch en praktisch onderwijs. +**6.** Een wijziging van punt 5.5.1 van Bijlage V, bedoeld in het vijfde lid, gaat voor de toepassing van het vijfde lid gelden met ingang van de dag waarop aan die wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven. ### Artikel 4 @@ -232,7 +228,7 @@ i. het systematisch verzamelen en analyseren van klachten in het kader van de be Tot de handelingen op het gebied van de verloskunst, bedoeld in het eerste lid, behoren het: a. medisch begeleiden van de zwangerschap en de bevalling, van de geboorte van de placenta, van de eerste ontwikkelingen van het kind en van het herstel van de vrouw gedurende het kraambed; -b. verrichten van vaginaal onderzoek zonder apparatuur dan wel met behulp van bij regeling van Onze Minister aangewezen apparatuur; +b. verrichten van vaginaal onderzoek zonder apparatuur dan wel met behulp van bij regeling van Onze Minister aan te wijzen apparatuur; c. opheffen van liggingsafwijkingen door uitwendige handgrepen; d. verrichten van amniotomie tijdens de bevalling. @@ -241,8 +237,8 @@ d. verrichten van amniotomie tijdens de bevalling. Tot de andere handelingen, bedoeld in het eerste lid, behoren het: a. psychologisch begeleiden van de vrouw gedurende haar zwangerschap, bevalling en kraambed; -b. aan de vrouw of het kind voorschrijven dan wel voorschrijven en toedienen van bij regeling van Onze Minister aangewezen geneesmiddelen of medische hulpmiddelen; -c. verrichten van episiotomieën of het hechten van laesie van perineum of labium, al dan niet gepaard gaande met het toepassen van lokale anesthesie door bij regeling van Onze Minister aangewezen middelen; +b. aan de vrouw of het kind voorschrijven dan wel voorschrijven en toedienen van bij regeling van Onze Minister aangewezen geneesmiddelen of hulpmiddelen; +c. verrichten van episiotomieën of het hechten van laesie van perineum of labium, al dan niet gepaard gaande met het toepassen van lokale anesthesie door middel van een injectie met bij regeling van Onze Minister aangewezen middelen; d. ten behoeve van onderzoek bij de vrouw afnemen van bloed al dan niet door middel van een punctie; e. ten behoeve van onderzoek bij de vrouw afnemen van materiaal van de cervix en vagina ten behoeve van een cytologisch preparaat of kweek; f. ten behoeve van onderzoek bij het kind afnemen van bloed door middel van een punctie in de hiel;