2007-01-01 | BWBR0006534 | Rechtspositiebesluit staten- en commissieleden

This commit is contained in:
Coornhert 2007-01-01 12:00:00 +00:00
parent 9ce4522dda
commit 8cf1c38eba

View file

@ -21,28 +21,17 @@ b. lid van provinciale staten: een lid van provinciale staten, dat niet tevens l
c. tijdstip van beëindiging van het lidmaatschap van provinciale staten: het tijdstip van beëindiging van het lidmaatschap, bedoeld in de artikelen X1, eerste en derde lid, X6 en X7, tweede, derde en vijfde lid, van de Kieswet.
d. lid van een commissie: een lid van een commissie als bedoeld in de artikelen 80, 81 en 82 van de Provinciewet, dat niet tevens lid van provinciale staten is of ambtenaar die als zodanig tot lid van een commissie is benoemd.
### Artikel 1a
**1.**
De artikelen 2 tot en met 4 en 6a tot en met 12 van dit besluit zijn van overeenkomstige toepassing op het lid van provinciale staten aan wie ingevolge artikel X 10 van de Kieswet tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, met dien verstande dat:
a. de onkostenvergoeding die dit lid op grond van artikel 2, derde of vierde lid, ontvangt, de helft bedraagt van het bedrag dat op grond van die bepalingen van toepassing is;
b. indien door provinciale staten toepassing is gegeven aan artikel 4, dit lid een uitkering ontvangt voor alle vergaderingen die gedurende het tijdelijk ontslag plaatsvinden of hebben plaatsgevonden.
**2.** Een tijdelijk ontslag als bedoeld in artikel X 10 van de Kieswet wordt niet aangemerkt als beëindiging van het lidmaatschap van provinciale staten als bedoeld in artikel 7, tweede en derde lid, en als aftreden als bedoeld in artikel 8.
## Hoofdstuk 2. Vergoeding voor werkzaamheden en tegemoetkoming in de kosten
### Artikel 2
**1.** Aan een lid van provinciale staten wordt een vergoeding voor de werkzaamheden toegekend die ten hoogste € 9 991,79 per 1 januari 2004: € 11.227,35 per jaar bedraagt.
**1.** Aan een lid van provinciale staten wordt een vergoeding voor de werkzaamheden toegekend die ten hoogste € 9 991,79 per 1 januari 2007: € 11.600,27 per jaar bedraagt.
**2.** Het bedrag van de vergoeding voor de werkzaamheden wordt per 1 januari van elk jaar door Onze Minister herzien aan de hand van het door het Centraal Bureau voor de Statistiek voor de maand september van het voorafgaande kalenderjaar vastgestelde indexcijfer CAO lonen overheid, inclusief bijzondere beloningen en bekend gemaakt in de Staatscourant.
**3.** Aan een lid van provinciale staten wordt een onkostenvergoeding voor aan de uitoefening van het statenlidmaatschap verbonden kosten toegekend die ten hoogste € 70,79 per 1 januari 2004: € 78,17 per maand bedraagt.
**3.** Aan een lid van provinciale staten wordt een onkostenvergoeding voor aan de uitoefening van het statenlidmaatschap verbonden kosten toegekend die ten hoogste € 70,79 per 1 januari 2007: € 81,25 per maand bedraagt.
**4.** Ten aanzien van een lid van provinciale staten van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, wordt in afwijking van het derde lid een onkostenvergoeding die ten hoogste 147,48 per 1 januari 2004: € 162,85 per maand bedraagt.
**4.** Ten aanzien van een lid van provinciale staten van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, wordt in afwijking van het derde lid een onkostenvergoeding die ten hoogste 147,48 per 1 januari 2007: € 169,28 per maand bedraagt.
**5.** De bedragen van de vergoeding van de kosten, bedoeld in het derde en vierde lid, worden per 1 januari van elk jaar door Onze Minister herzien aan de hand van de consumentenprijsindex, geldend voor de maand september van het voorafgaande kalenderjaar en bekend gemaakt in de Staatscourant.
@ -131,7 +120,7 @@ Provinciale staten kunnen bij verordening bepalen dat een lid van provinciale st
### Artikel 13
Provinciale staten kunnen bij verordening bepalen dat aan een lid van een commissie een vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie wordt toegekend tot het maximumbedrag van € 80,32 per 1 januari 2004: € 90,25. Het artikel 2, tweede en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. Provinciale Staten kunnen bij verordening bepalen dat artikel 6a geheel of gedeeltelijk van overeenkomstige toepassing is.
Provinciale staten kunnen bij verordening bepalen dat aan een lid van een commissie een vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie wordt toegekend tot het maximumbedrag van € 80,32 per 1 januari 2007: € 93,24. Het artikel 2, tweede en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. Provinciale Staten kunnen bij verordening bepalen dat artikel 6a geheel of gedeeltelijk van overeenkomstige toepassing is.
### Artikel 14