2007-01-01 | BWBR0005672 | Bekostigingsbesluit W.V.O.

This commit is contained in:
Coornhert 2007-01-01 12:00:00 +00:00
parent 250f37d4df
commit 8d22ebfda4

View file

@ -3,7 +3,7 @@ titel: Bekostigingsbesluit W.V.O.
bwb_id: BWBR0005672
type: AMvB
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2005-02-16'
datum_inwerkingtreding: '2007-01-01'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0005672
citeertitel: Bekostigingsbesluit W.V.O.
---
@ -26,6 +26,7 @@ In dit besluit wordt verstaan onder:
1°. bij opening van de school aan het begin van het schooljaar: 1 augustus,
2°. bij opening van de school tijdens het schooljaar: de dag waarop het onderwijs aan de school is aangevangen;
- **formatieplaats:** een formatieplaats als bedoeld in artikel 1 van het Formatiebesluit W.V.O.;
- **IB-Groep:** Informatie Beheer Groep, genoemd in de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank;
- **Onze Minister:** Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of, voorzover het betreft het landbouwonderwijs, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
- **openbare school:** openbare school als bedoeld in artikel 1 van de wet;
@ -33,7 +34,8 @@ In dit besluit wordt verstaan onder:
- **school:** school voor voortgezet onderwijs;
- **scholengemeenschap:** scholengemeenschap bestaande uit twee of meer scholen;
- **schooljaar:** tijdvak van 1 augustus van enig kalenderjaar tot en met 31 juli daaraanvolgend;
- **teldatum:** datum van 1 oktober, bedoeld in artikel 8, tweede lid, en
- **teldatum:** datum van 1 oktober, bedoeld in artikel 8, tweede lid;
- **uitkering:** een werkloosheidsuitkering, een suppletie inzake arbeidsongeschiktheid alsmede een uitkering wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid van gewezen personeel anders dan op grond van de Ziektewet, en
- **wet:**
Wet op het voortgezet onderwijs.
@ -258,6 +260,51 @@ Tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip geldt voor het bevoegd gezag
De rijksbijdrage, bedoeld in artikel 10b5, tweede lid, van de wet omvat een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag per leer-werkovereenkomst als bedoeld in artikel 10b3 van de wet waarbij het desbetreffende kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven partij is, welke overeenkomst is gesloten in het schooljaar voorafgaand aan het jaar waarop de rijksbijdrage betrekking heeft. Per leerling per leer-werkplek telt niet meer dan één leer-werkovereenkomst mee in de berekening van de rijksbijdrage op grond van de eerste volzin.
## Hoofdstuk 2b. Verrekening kosten van werkloosheidsuitkeringen en suppleties inzake arbeidsongeschiktheid
### Artikel 15f
**1.**
Onze Minister brengt op de bekostiging, bedoeld in artikel 96m, eerste lid, van de wet voor een school voor een kalenderjaar een bedrag in mindering volgens de volgende formule:
(PI/PL) x (A + B + C + D)
In deze formule wordt verstaan onder:
PI: de bekostiging voor personeelskosten, bedoeld in Titel III, afdeling II, hoofdstuk II, paragraaf 2 van de wet, voor zover gebaseerd op de formatieplaatsen, van de desbetreffende school voor het desbetreffende kalenderjaar;
PL: de bekostiging voor personeelskosten, bedoeld in Titel III, afdeling II, hoofdstuk II, paragraaf 2 van de wet, voor zover gebaseerd op de formatieplaatsen, van de scholen voor het desbetreffende kalenderjaar;
A: de kosten van de uitkeringen in het desbetreffende kalenderjaar voor gewezen personeel van de scholen voortvloeiend uit een ontslag dat is geëffectueerd voor 1 augustus 1995;
B: de kosten van de uitkeringen in het desbetreffende kalenderjaar voor gewezen personeel van de scholen voortvloeiend uit een ontslag dat is geëffectueerd in de periode tussen 31 juli 1995 en 1 januari 2007 en waarvoor de rechtspersoon, bedoeld in artikel 98b van de wet, zoals luidend op 31 december 2006, heeft ingestemd op grond van artikel 96o, derde lid, tweede volzin, van de wet, zoals luidend op 31 december 2006, met het ten laste van bedoelde rechtspersoon brengen van de kosten van deze uitkeringen;
C: een bij ministeriële regeling vast te stellen percentage van de kosten van de uitkeringen in het desbetreffende kalenderjaar voor gewezen personeel van de scholen voortvloeiend uit een ontslag dat is geëffectueerd op of na 1 januari 2007, waarbij ten aanzien van de verschillende soorten uitkeringen verschillende percentages kunnen worden vastgesteld;
D: de kosten van de uitkeringen in het desbetreffende kalenderjaar voor gewezen personeel van een school die de taken beëindigt, anders dan op grond van een samenvoeging, een bestuursoverdracht als bedoeld in artikel 42c van de wet indien het een openbare school betreft, en artikel 50 van de wet indien het een bijzondere school betreft, of een splitsing als bedoeld in artikel 75 van de wet, indien het bevoegd gezag van deze school niet tevens een andere school onder zijn bestuur heeft.
**2.**
Onze Minister brengt tevens op de bekostiging van een school voor het in het eerste lid bedoelde kalenderjaar in mindering:
a. de kosten van de uitkeringen in het desbetreffende kalenderjaar voor gewezen personeel van de desbetreffende school voortvloeiend uit een ontslag dat is geëffectueerd in de periode tussen 31 juli 1995 en 1 januari 2007 en waarvoor de rechtspersoon, bedoeld in artikel 98b van de wet, zoals luidend op 31 december 2006, niet heeft ingestemd op grond van artikel 96o, derde lid, tweede volzin, van de wet, zoals luidend op 31 december 2006, met het ten laste van bedoelde rechtspersoon brengen van de kosten van deze uitkeringen, en
b. een bij ministeriële regeling vast te stellen percentage van de kosten van de uitkeringen in het desbetreffende kalenderjaar voor gewezen personeel van de desbetreffende school voortvloeiend uit een ontslag dat is geëffectueerd op of na 1 januari 2007, waarbij het percentage bedoeld in het eerste lid, onder C, en het in dit onderdeel bedoelde percentage samen 100 bedraagt.
**3.** De uitkomsten van de in het eerste en tweede lid bedoelde berekeningen worden rekenkundig afgerond op hele eurocenten.
**4.** Indien een school is opgeheven, wordt het desbetreffende bevoegd gezag belast indien deze nog ten minste één andere school onder zijn bestuur heeft.
**5.** Over het moment en de wijze van in mindering brengen, bedoeld in het eerste en tweede lid, kunnen bij ministeriële regeling nadere voorschriften worden gegeven.
### Artikel 15g
**1.** Onze Minister gaat gedurende het kalenderjaar waarop de verminderingen op de bekostiging, bedoeld in artikel 15f, eerste lid, betrekking hebben, per maand over tot een voorlopige inhouding op de bekostiging.
**2.** De definitieve vaststelling van de verminderingen, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats zo snel als mogelijk is na afloop van het desbetreffende jaar.
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften over de wijze van toepassing van het eerste en tweede lid worden gegeven.
## Hoofdstuk 3. Voorschriften inzake boekhouding, financieel beheer en financiële controle
### Titel 1. Voorschriften betreffende de boekhouding
@ -292,7 +339,7 @@ De rijksbijdrage, bedoeld in artikel 10b5, tweede lid, van de wet omvat een bij
**1.** Het bevoegd gezag stelt jaarlijks ten behoeve van de school een jaarrekening vast over het afgelopen jaar.
**2.** In de jaarrekening legt het bevoegd gezag verantwoording af over het financieel beheer. Uit de jaarrekening blijkt dat sprake is van een rechtmatige aanwending van de rijksbekostiging. De jaarrekening omvat mede de gegevens die van belang zijn voor de verantwoording met betrekking tot de besteding van op grond van artikel 85b van de wet toegekende nascholingsgelden en van toegekende aanvullende bekostiging.
**2.** In de jaarrekening legt het bevoegd gezag verantwoording af over het financieel beheer. Uit de jaarrekening blijkt dat sprake is van een rechtmatige aanwending van de rijksbekostiging. De jaarrekening omvat mede de gegevens die van belang zijn voor de verantwoording met betrekking tot de besteding van toegekende aanvullende bekostiging.
**3.** Het bevoegd gezag dient de vastgestelde jaarrekening voor 1 juli van het jaar volgend op het boekjaar in bij Onze Minister. De jaarrekening gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een door het bevoegd gezag aangewezen accountant. Bij de aanwijzing van de accountant bedingt het bevoegd gezag dat aan Onze Minister op diens verzoek inzage wordt geboden in de controlerapporten en de controledossiers van de accountant.