diff --git a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-a/BWBR0012287/README.md b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-a/BWBR0012287/README.md index 3aaf86a434a..082f38a4866 100644 --- a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-a/BWBR0012287/README.md +++ b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-a/BWBR0012287/README.md @@ -38,13 +38,11 @@ citeertitel: Vreemdelingencirculaire 2000 (A) | EEG | Europese Economische Gemeenschap | | EER | Europese Economische Ruimte | | EU | Europese Unie | -| EL&I | Ministerie/Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie | +| EZ | (Ministerie/Minister van) Economische Zaken | | Flexwet | Wet Flexibiliteit en Zekerheid (Stb. 1998, 300) | | GBA | Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens | | GG&GD | Geneeskundige en gezondheidsdienst | -| GVI | Gemeenschappelijke Visuminstructies | | HKS | Herkenningsdienstsysteem | -| I&A | Minister voor Immigratie en Asiel | | IND | Immigratie- en Naturalisatiedienst | | IOM | Internationale Organisatie voor Migratie | | JDS | Justitieel documentatiesysteem | @@ -71,6 +69,7 @@ citeertitel: Vreemdelingencirculaire 2000 (A) | SGC | Verordening (EG) Nr. 562/2006 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een communautaire code betreffende de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode) | | SIRENE | Supplementary Information Request at the National Entries | | SIS | Schengen Informatiesysteem | +| SRA | Stichting Rechtsbijstand Asiel | | Stb. | Staatsblad | | Stcrt. | Staatscourant | | SUO | Overeenkomst ter uitvoering van het Akkoord van Schengen | @@ -87,11 +86,10 @@ citeertitel: Vreemdelingencirculaire 2000 (A) | Vb | Vreemdelingenbesluit | | Vc | Vreemdelingencirculaire | | VIS | Verificatie- en informatiesysteem | -| V&J | Ministerie/Minister/Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie | -| VWN | VluchtelingenWerk Nederland | | VN | Verenigde Naties | | VNG | Vereniging van Nederlandse Gemeenten | | VRIS | Vreemdelingen in de strafrechtketen | +| VROM | (Ministerie/Minister van) Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer | | VV | Voorschrift Vreemdelingen | | Vw | Vreemdelingenwet | | VWS | (Ministerie/Minister van) Volksgezondheid, Welzijn en Sport | @@ -136,47 +134,48 @@ citeertitel: Vreemdelingencirculaire 2000 (A) | Verordening 2133/2004 | Verordening (EG) 2133/2004 van de Raad van 13 december 2004 waarbij voor de bevoegde autoriteiten van de lidstaten de verplichting wordt ingevoerd om in de reisdocumenten van onderdanen van derde landen bij het overschrijden van de buitengrenzen van de lidstaten systematisch een stempel aan te brengen, en waarbij de bepalingen van de Overeenkomst ter uitvoering van het Akkoord van Schengen en het gemeenschappelijk handboek daartoe worden gewijzigd | Pb. EU L 369/ 5 | | Verordening 1560/2003 | Verordening (EG) 1560/2003 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) 343/2003 van de Raad tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat door een onderdaan van een derde land bij één van de lidstaten wordt ingediend | Pb. EU L 222 | | Verordening 1612/68 | Verordening 1612/68/EEG betreffende het vrije verkeer van werknemers binnen de Gemeenschap | Pb. EU L 257 | -| Verordening 2725/2000 | Verordening 2725/2000 van de raad van 11 december 2000 betreffende de instelling van "Eurodac" voor de vergelijking van vingerafdrukken ten behoeve van een doeltreffende toepassing van de Overeenkomst van Dublin | Pb. EU L 316 | +| Verordening 2725/2000 | Verordening 2725/2000 van de raad van 11 december 2000 betreffende de instelling van ‘Eurodac’ voor de vergelijking van vingerafdrukken ten behoeve van een doeltreffende toepassing van de Overeenkomst van Dublin | Pb. EU L 316 | | Verordening 343/2003 | Verordening (EG) 343/2003 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat door een onderdaan van een derde land bij een van de lidstaten wordt ingediend | Pb. EU L 50 | -| Verordening 415/ 2003 | Verordening (EG) 415/ 2003 van 27 februari 2003 betreffende de afgifte van visa aan de grens, inclusief aan transiterende zeelieden | Pb. EU L 64/ 1 | | Verordening 539/2001 | Verordening (EG) 539/2001 van de Raad van 15 maart 2001 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld | Pb. EU L 81 | +| Visumcode | Verordening (EG) 810/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot vaststelling van een gemeenschappelijke visumcode | Pb. EU L 243/1 | +| Verordening 265/2010 | Verordening (EU) 265/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 25 maart 2010 tot wijziging van de Overeenkomst ter uitvoering van het te Schengen gesloten akkoord en Verordening (EG) 562/2006 wat het verkeer van personen met een visum voor verblijf van langere duur betreft. | Pb. EU L 85 | | Citeertitel | Officiële benaming | Publicatie | | --- | --- | --- | -| Antifolterverdrag | Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing | Trb. 1985, 69, 1963, 184 en 1964, 71 | +| Antifolterverdrag | Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing | Trb. 1985, 69, Trb. 1963, 184 en Trb. 1964, 71 | | Associatiebesluit 1/80 | Associatiebesluit van de Associatieraad EEG/ Turkije 1/80 | Niet gepubliceerd | | Associatieovereenkomst EEG-Israël | Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en de staat Israël betreffende liberaliseringsmaatregelen voor het onderlinge handelsverkeer en de vervanging van de Protocollen nrs. 1 en 2 bij de associatieovereenkomst tussen de EG en Israël | Pb. EU 2003 L 346 en Trb. 2004, 144 | | Associatieovereenkomst EEG-Jordanië | Euro-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en het Hasjemitische Koninkrijk Jordanië, anderzijds | Pb. EU L 283 en Trb. 2002, 115 | | Associatieovereenkomst EEG-Marokko | Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Marokko inzake de liberaliseringsmaatregelen voor het onderling handelsverkeer en de vervanging van de landbouwprotocollen bij de Associatieovereenkomst tussen de EG en het Koninkrijk Marokko | Pb. EU 2003 L 345 en Trb. 2004, 144 | | Associatieovereenkomst EG- Turkije | Associatieovereenkomst tussen de EG en de Republiek Turkije | Pb. EU 1964, 217 | | Benelux Verdrag | Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie | Trb. 1958, 18 | -| Benelux- overeenkomst | Overeenkomst tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, inzake de verlegging van de personencontrole naar de buitengrenzen van het Beneluxgebied | Trb.  1960/40 | +| Benelux- overeenkomst | Overeenkomst tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, inzake de verlegging van de personencontrole naar de buitengrenzen van het Beneluxgebied | Trb.  1960, 40 | | BuPo | Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten | Trb. 1990, 46, Nederlandse vertaling Trb. 1990, 170 | | Consulaire verdrag | Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen | Trb. 1981, 143 | | Diplomatenverdrag | Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer | Trb. 1962, 159 | -| EER- overeenkomst | Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, gewijzigd bij het Protocol tot aanpassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte | Trb. 1992, 132 en 1993, 203 | +| EER- overeenkomst | Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, gewijzigd bij het Protocol tot aanpassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte | Trb. 1992, 132 en Trb. 1993, 203 | | EG- Verdrag | Verdrag tot oprichting van de Europese gemeenschap | Trb. 1957, 9 | | ESH | Europees Sociaal Handvest | Trb. 2004, 13 | | Europees verdrag betreffende sociale en medische bijstand | Europese Verdrag betreffende sociale en medische bijstand met bijlage en protocol betreffende de vluchtelingen van 11 december 1953 | Trb. 1954, 200 | | Europees verdrag migrerende werknemers | Europees Verdrag inzake de rechtspositie van migrerende werknemers | Trb. 1978, 70 | | Europees vestigingsverdrag | Europees vestigingsverdrag | Trb. 1957, 20 | -| Europese overeenkomst inzake de afschaffing van visa voor vluchtelingen | Europese Overeenkomst inzake de afschaffing van visa voor vluchtelingen | Trb. 1959, 153, 1960, 111, 1968, 48, 1995, 232 | +| Europese overeenkomst inzake de afschaffing van visa voor vluchtelingen | Europese Overeenkomst inzake de afschaffing van visa voor vluchtelingen | Trb. 1959, 153, Trb. 1960, 111, Trb. 1968, 48, Trb. 1995, 232 | | Europese overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen | Europese overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen | Trb. 1982, 24 | | EU- Verdrag | Verdrag betreffende de Europese Unie | Pb. EU C 191 en Trb. 1992, 74, Trb. 1993, 159 | -| EVRM | Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, zoals gewijzigd door Protocol 11 met de aanvullende Protocollen 1, 4, 6, 7, 12 en 13 | Trb. 1951, 154 en 2004, 285 | +| EVRM | Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, zoals gewijzigd door Protocol 11 met de aanvullende Protocollen 1, 4, 6, 7, 12 en 13 | Trb. 1951, 154 en Trb. 2004, 285 | | Gewijzigd Nederlands- Zwitsers Traktaat | Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat | Trb. 1996, 217 | -| Haags adoptieverdrag | Verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van de interlandelijke adoptie | Trb. 1993, 197 en 1996, 94 | +| Haags adoptieverdrag | Verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van de interlandelijke adoptie | Trb. 1993, 197 en Trb. 1996, 94 | | Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee | Internationaal Verdrag voor de Beveiliging van Mensenlevens op Zee | Trb. 1978, 189 | | IVRK | Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind | Trb. 1990, 46 | -| Nationaliteitenverdrag | Verdrag van Straatsburg van 6 mei 1963 betreffende beperking van de gevallen van meervoudige nationaliteit en betreffende militaire verplichtingen in geval van meervoudige nationaliteit | Trb. 1964, 4 en 1985, 75 | -| Nederlands- Amerikaans Vriendschapsverdrag | Het Verdrag van vriendschap, handel en scheepvaart tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika; het Nederlands Amerikaans Vriendschapsverdrag | Trb. 1956, 40 en 1957, 234 | +| Nationaliteitenverdrag | Verdrag van Straatsburg van 6 mei 1963 betreffende beperking van de gevallen van meervoudige nationaliteit en betreffende militaire verplichtingen in geval van meervoudige nationaliteit | Trb. 1964, 4 en Trb. 1985, 75 | +| Nederlands- Amerikaans Vriendschapsverdrag | Het Verdrag van vriendschap, handel en scheepvaart tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika; het Nederlands Amerikaans Vriendschapsverdrag | Trb. 1956, 40 en Trb. 1957, 234 | | Nederlands- Duits Vestigingsverdrag | Nederlands- Duits Vestigingsverdrag | Stb. 1906, 279 | -| Nederlands.Japans Handelsverdrag | Het Verdrag van handel en scheepvaart tussen Nederland en Japan | Stb. 1913, 389 | +| Nederlands – Japans Handelsverdrag | Het Verdrag van handel en scheepvaart tussen Nederland en Japan | Stb. 1913, 389 | | Nederlands- Zwitsers Traktaat | Traktaat van vriendschap, vestiging en handel tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Zwitserse Bondstaat | Stb.1878, 137 | | Overeenkomst EEG- Tunesië | Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Tunesië inzake de liberaliseringsmaatregelen voor het onderlinge handelsverkeer en de wijziging van de landbouwprotocollen bij de Associatieovereenkomst tussen de EG en de Republiek Tunesië | Pb. EU 1978, L 336 | -| Overeenkomst EG- Zwitserland | Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, inzake het vrije verkeer van personen | Trb. 2000, 16 en 86, Trb. 2002, 104 | +| Overeenkomst EG- Zwitserland | Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, inzake het vrije verkeer van personen | Trb. 2000, 16 en Trb. 2000, 86, Trb. 2002, 104 | | Overeenkomst Nederland-Suriname 1975 | Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname inzake het verblijf en de vestiging van wederzijde onderdanen | Trb. 1975, 133 | -| Overeenkomst Nederland-Suriname 1981 | Overeenkomst tussen Nederland en Suriname inzake de binnenkomst en het verblijf van wederzijdse onderdanen | Trb. 1981, 35 en 1983, 171 | +| Overeenkomst Nederland-Suriname 1981 | Overeenkomst tussen Nederland en Suriname inzake de binnenkomst en het verblijf van wederzijdse onderdanen | Trb. 1981, 35 en Trb. 1983, 171 | | Overeenkomst van Dublin | Overeenkomst betreffende de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat bij een van de lidstaten van de Europese Gemeenschappen wordt ingediend | Pb. EU 1997 C 254 en Trb. 1991, 129, Trb. 1997, 236 | | Samenwerkingsovereenkomst EEG- Marokko | Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en het Koninkrijk Marokko | Pb. EU L 264 | | Samenwerkingsovereenkomst EEG-Tunesië | Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de republiek Tunesië | Pb. EU L 265 | @@ -186,7 +185,7 @@ citeertitel: Vreemdelingencirculaire 2000 (A) | SUO | Schengen Uitvoeringsovereenkomst | SCH/ Com-ex (94) 29, 2e herziening | | Toescheidingsovereenkomst Nederland- Suriname | Toescheidingsovereenkomst inzake nationaliteiten tussen Nederland en Suriname | Trb. 1975, 132 | | Verdrag van Amsterdam | Verdrag van Amsterdam houdende wijziging van het Verdrag betreffende de Europese Unie, de Verdragen tot oprichting van de Europese Gemeenschappen en sommige bijbehorende Akten | Trb. 1998, 11 en Trb. 2002, 153 | -| Verdrag van Chicago | Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart | Stb. 1947/H 165 | +| Verdrag van Chicago | Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart | Stb. 1947/ H 165 | | Vluchtelingenverdrag | Verdrag van Genève betreffende de status van vluchtelingen van 1951 en bijbehorend Protocol van New York van 1967 | Trb. 1954, 88 en Trb. 1967, 76 | | Visumfacilitatieovereenkomst EG-Russische Federatie | Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Russische Federatie inzake de versoepeling van de afgifte van visa aan burgers van de Europese Unie en de Russische Federatie | Pb. EU L 129 | @@ -565,9 +564,9 @@ Het grensoverschrijdingsdocument moet zijn afgegeven door de bevoegde autoriteit Voorts dient het grensoverschrijdingsdocument in het algemeen de familienaam, de voorna(a)m(en), de nationaliteit, de geboorteplaats en de geboortedatum van de houder te bevatten. De geldigheidsduur van het paspoort moet de duur van het voorgenomen verblijf overschrijden. -Voor de afgifte van een visum geldt als voorwaarde dat het paspoort een geldigheidsduur moet hebben die drie maanden langer is dan de geldigheidsduur van het visum (zie artikel 13 SUO en paragraaf 1.3 GVI, BNL-kader). +De criteria waaraan een reisdocument moet voldoen zijn opgenomen in artikel 12 Visumcode. -In bepaalde gevallen kan toegang worden verkregen met andere documenten voor grensoverschrijding. Deze staan vermeld in het overzicht van de door de Benelux-staten erkende reisdocumenten, welke recht geven op overschrijding van de buitengrenzen en waarin een visum kan worden aangebracht. Om te bepalen of een document van één van de Europese lidstaten recht geeft op visumvrije binnenkomst dient gekeken te worden naar bijlage IV GVI. Op grond van artikel 2.3, tweede lid, Vb is in voorkomende gevallen vereist dat de vreemdeling in het bezit is van een geldige mvv, een reisvisum of een transitvisum waarin wordt verwezen naar het document dat de vreemdeling bij zich heeft (zie voor visa A2/4.3). +In bepaalde gevallen kan toegang worden verkregen met andere documenten voor grensoverschrijding. Deze staan vermeld in het overzicht van de door de lidstaten erkende reisdocumenten, welke recht geven op overschrijding van de buitengrenzen en waarin een visum kan worden aangebracht. Op grond van artikel 2.3, tweede lid, Vb is in voorkomende gevallen vereist dat de vreemdeling in het bezit is van een geldige mvv of een visum waarin wordt verwezen naar het document dat de vreemdeling bij zich heeft (zie voor visa A2/4.3). Aan niet-visumplichtige vreemdelingen (voor het visumvereiste zie A2/4.3.1) die bij binnenkomst niet beschikken over het vereiste document voor grensoverschrijding kan aan de grens, met het oog op kort verblijf, een bijzonder doorlaatbewijs worden afgegeven (zie Model M6) Een bijzonder doorlaatbewijs is na afgifte een geldig document voor grensoverschrijding. @@ -575,16 +574,24 @@ Het afgeven van bijzondere doorlaatbewijzen aan de grens is een Benelux-aangeleg De ambtenaar belast met de grensbewaking is bevoegd om zelfstandig een bijzonder doorlaatbewijs af te geven aan een niet-visumplichtige vreemdeling. Voor afgifte dient steeds aan elk van de volgende voorwaarden te worden voldaan: -– er is sprake van een situatie van overmacht. Bij situaties van overmacht kan bijvoorbeeld worden gedacht aan passagierende zeelieden van wie het schip onaangekondigd is uitgevaren, drenkelingen en personen die het slachtoffer zijn geworden van diefstal. In geval een vreemdeling zijn paspoort is vergeten, is geen sprake van een overmachtsituatie; -– de vreemdeling kan aantonen dat er een dringende en gegronde reden voor verlening van toegang bestaat; -– de vreemdeling kan aannemelijk maken dat de duur van het verblijf niet langer dan twee weken zal bedragen; en -– de vreemdeling is in het bezit van enig document waaruit zijn identiteit blijkt, bij voorkeur een van een pasfoto voorzien identiteitsbewijs afgegeven door enige officiële instelling (dit laatste vereiste geldt niet voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaar die reizen in gezelschap van hun ouder(s), grootouder(s) of voogd). Indien de vreemdeling wel beschikt over enig document waaruit zijn identiteit blijkt, maar dat niet is voorzien van een foto, dient op het bijzonder doorlaatbewijs een foto van de vreemdeling te worden bevestigd. +• er is sprake van een situatie van overmacht. Bij situaties van overmacht kan bijvoorbeeld worden gedacht aan passagierende zeelieden van wie het schip onaangekondigd is uitgevaren, drenkelingen en personen die het slachtoffer zijn geworden van diefstal. In geval een vreemdeling zijn paspoort is vergeten, is geen sprake van een overmachtsituatie; +• de vreemdeling kan aantonen dat er een dringende en gegronde reden voor verlening van toegang bestaat; +• de vreemdeling kan aannemelijk maken dat de duur van het verblijf niet langer dan twee weken zal bedragen; en +• de vreemdeling is in het bezit van enig document waaruit zijn identiteit blijkt, bij voorkeur een van een pasfoto voorzien identiteitsbewijs afgegeven door enige officiële instelling (dit laatste vereiste geldt niet voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaar die reizen in gezelschap van hun ouder(s), grootouder(s) of voogd). Indien de vreemdeling wel beschikt over enig document waaruit zijn identiteit blijkt, maar dat niet is voorzien van een foto, dient op het bijzonder doorlaatbewijs een foto van de vreemdeling te worden bevestigd. Het verlenen van bijzondere doorlaatbewijzen geschiedt gratis. ##### 4.2.2. Visum -Ingevolge artikel 5, eerste lid, onder b, SGC dient een vreemdeling voor beoogd verblijf van korter dan drie maanden, indien vereist, te beschikken over een geldig visum. +Ingevolge artikel 5, eerste lid, onder b, SGC en artikel 1 Visumcode dient een vreemdeling voor beoogd verblijf van korter dan drie maanden, indien vereist, te beschikken over een geldig visum. + +Voor de bepalingen omtrent (vrijstelling van) het visumvereiste en andere visagerelateerde onderwerpen wordt verwezen naar A2/4.3. + +Aan het bezit van een visum kan als zodanig geen onherroepelijk recht op binnenkomst worden ontleend (zie artikel 30 Visumcode). Zo dient bij binnenkomst de door de vreemdeling te verstrekken informatie aan de ambtenaar belast met grensbewaking ter ondersteuning van het verzoek om toegang in overeenstemming te zijn met de reeds verstrekte informatie aan de diplomatieke post ter verkrijging van een visum. + +Voorts bestaat onder bijzondere omstandigheden de mogelijkheid dat visumfaciliteiten worden verleend aan de grens indien een geldig visum ontbreekt (zie A2/4.3.8.2). + +Voor verblijf van langer dan drie maanden dient men overigens, indien vereist, te beschikken over een mvv. Ook voor de bepalingen omtrent (vrijstelling van) het mvv-vereiste wordt verwezen naar A2/4.3. ##### 4.2.3. Reisdoel en middelen van bestaan @@ -592,23 +599,65 @@ Artikel 5, eerste lid, onder c, SGC ziet zowel op het vereiste het doel van het ###### 4.2.3.1. Reisdoel -Het door de vreemdeling opgegeven doel en de duur van het voorgenomen verblijf dient de vreemdeling, aannemelijk te maken. Ter staving hiervan dient de vreemdeling alle gegevens te verstrekken en beschikbare documenten te tonen. Een niet-uitputtende lijst van bewijsstukken is opgenomen in de Bijlage I bij de SGC. +Het door de vreemdeling opgegeven doel en de duur van het voorgenomen verblijf dient de vreemdeling, aannemelijk te maken. Ter staving hiervan dient de vreemdeling alle gegevens te verstrekken en beschikbare documenten te tonen. Een niet-uitputtende lijst van bewijsstukken is opgenomen in bijlage I bij de SGC. -De diplomatieke of consulaire post van de Schengenstaat op wiens grondgebied het hoofdreisdoel is gelegen, verleent in beginsel het visum voor het hele Schengengebied. Indien het reisdoel niet vooraf kan worden bepaald, dan verleent in beginsel de diplomatieke of consulaire post van het Schengenstaat van eerste binnenkomst het visum. +In het geval de vreemdeling gebruik heeft gemaakt van electronic ticketing en derhalve niet in het bezit is van een retourpassagebiljet, kan de ambtenaar belast met grensbewaking met toestemming van de vreemdeling inlichtingen inwinnen bij het hiervoor door de betreffende luchtvaartmaatschappij beschikbaar gestelde informatiepunt. Indien de vreemdeling geen toestemming verleent aan de ambtenaar belast met grensbewaking om de bovenbedoelde informatie op te vragen bij de betreffende luchtvaartmaatschappij en voorts niet anderszins het doel en de duur van het voorgenomen verblijf aannemelijk kan maken, wijst de ambtenaar de vreemdeling er op dat dit tot toegangsweigering zal leiden. + +De diplomatieke of consulaire post van de Schengenlidstaat, waarvan de enige bestemming van het (de) bezoek(en) is gelegen, verleent in beginsel het visum voor het hele Schengengebied. Indien het bezoek meer dan een bestemming omvat, verleent de diplomatieke of consulaire post van de Schengenlidstaat waarvan de hoofdbestemming van het (de) bezoek(en) is gelegen qua duur of doel van het verblijf in beginsel het visum. Indien geen hoofdbestemming kan worden vastgesteld, dan verleent in beginsel de diplomatieke of consulaire post van het Schengenlidstaat waarvan de aanvrager voornemens is de buitengrens te overschrijden om het grondgebied van de Schengenlidstaten binnen te komen het visum (zie artikel 5 Visumcode). + +De toegang kan niet worden geweigerd aan een vreemdeling op grond van het enkele feit dat het door hem opgegeven land van hoofdreisdoel niet in overeenstemming is met het land van visumafgifte. Desgevorderd is het wel aan de vreemdeling om het door hem opgegeven doel en de duur van het verblijf alsnog aannemelijk te maken. De ambtenaar belast met de grensbewaking dient de verklaringen van de vreemdeling daartoe te controleren, tenzij aanstonds duidelijk is dat de door de vreemdeling verstrekte informatie niet consistent is of niet strookt met andere (betrouwbare) gegevens die langs andere weg zijn verkregen. De controle omvat in ieder geval een controle van feiten en verklaringen die ten grondslag liggen aan de afgifte van het visum. Hiertoe zal in beginsel contact op moeten worden genomen met de visumafgevende instantie. + +De vreemdeling wordt altijd geconfronteerd met afwijkende informatie en wordt in staat gesteld hier een verklaring voor te geven. Indien deze verklaring onvoldoende aannemelijk is en er wordt geconstateerd dat de vreemdeling het visum op onrechtmatige wijze heeft verkregen, wordt de toegang geweigerd en wordt het visum nietig verklaard. Een visum wordt ingetrokken, indien blijkt dat niet langer aan de afgifte voorwaarden voldaan wordt (zie artikel 34 Visumcode en A2/4.3.7). ###### 4.2.3.2. Middelen van bestaan -Als toegangsvoorwaarde voor verblijf van ten hoogste drie maanden geldt voorts het vereiste om te beschikken over voldoende middelen van bestaan. Overigens wordt ook in het kader van de aanvraag tot het verlenen van een visum voor kort verblijf bezien of de aanvrager over voldoende middelen van bestaan beschikt voor de duur van het voorgenomen verblijf. +Als toegangsvoorwaarde voor verblijf van ten hoogste drie maanden geldt voorts het vereiste om te beschikken over voldoende middelen van bestaan. Overigens wordt ook in het kader van de aanvraag tot het verlenen van een visum voor kort verblijf bezien of de aanvrager over voldoende middelen van bestaan beschikt voor de duur van het voorgenomen verblijf (zie artikel 21, vijfde lid, Visumcode). + +De middelen dienen toereikend te zijn om te voorzien in zowel de kosten van het verblijf in Nederland als in de kosten van de reis naar een plaats buiten Nederland waar de toegang gewaarborgd is. Of de middelen waarover de vreemdeling kan beschikken toereikend zijn, hangt af van verschillende (persoonsgebonden) factoren, waaronder de duur van het voorgenomen verblijf, het reisdoel, de persoonlijke omstandigheden en de aard van het gebruikte vervoermiddel. Vaste maatstaven zijn in dit verband niet te geven. Ter indicatie kan worden aangenomen dat vreemdelingen die zelfstandig reizen, moeten kunnen voorzien in de kosten van hun verblijf en onderdak, hetgeen voor Nederland neerkomt op een bedrag van ten minste € 34 per persoon per dag. Dit bedrag is exclusief de eventuele kosten voor een vliegreis naar een plaats buiten Nederland waar de toegang is gewaarborgd. + +Aan vreemdelingen van wie niet zeker is dat zij over voldoende bestaansmiddelen kunnen beschikken voor de duur van het voorgenomen verblijf en/of voor de terugreis/reis naar een derde land, kan onder voorwaarden toegang worden verleend (zie artikel 2.11 Vb). Deze voorwaarden zijn: + +a. er bestaat geen aanleiding de vreemdeling de toegang om een van de andere voorwaarden genoemd in artikel 5, eerste lid, SGC te weigeren en er zijn geen redenen om aan te nemen dat de vreemdeling zich niet zal houden aan de in artikel 12 Vw gestelde voorwaarden voor kort verblijf (zie vrije termijn A2/4.4); +b. de vreemdeling stelt zonodig zekerheid voor de kosten van de reis naar een plaats buiten Nederland waar zijn toelating gewaarborgd is, door het deponeren van een retourpassagebiljet of een garantiesom; +c. de vreemdeling stelt zonodig zekerheid doordat een in Nederland wonende solvabele derde zich garant stelt door ondertekening van een garantverklaring. + +In daarvoor in aanmerking komende gevallen kan tevens een meldplicht worden opgelegd met toepassing van artikel 4.24, eerste lid, onder d, Vb. + +Kennisgeving aan de Korpschef van de toegangsverlening onder voorwaarden geschiedt door middel van model M20. Zie voor toegang onder voorwaarden ook A2/5.4. Aan de vreemdeling kan worden verzocht een in zijn bezit zijnde retourpassagebiljet te deponeren tot zekerheidstelling. In het geval de vreemdeling gebruik heeft gemaakt van electronic ticketing en derhalve niet in het bezit is van een retourpassagebiljet, wijst de ambtenaar belast met de grensbewaking de vreemdeling op de mogelijkheid om alsnog door de luchtvaartmaatschappij een retourpassagebiljet te laten printen. Indien de betreffende luchtvaartmaatschappij hier niet aan kan of wil voldoen, behoudt de ambtenaar belast met de grensbewaking de bevoegdheid tot het stellen van zekerheid. De geldigheid van het retourpassagebiljet moet de duur van het voorgenomen verblijf overschrijden. +De vreemdeling kan ook een garantiesom deponeren. Voor de hoogte van de garantiesom zijn de lijnvluchttarieven van de KLM bepalend. Deze tarieven kunnen worden opgevraagd bij de KLM of bij de KMar. + +Van de mogelijkheid een garantiesom te deponeren, zal in het bijzonder gebruik kunnen worden gemaakt in de volgende gevallen: + +• vreemdelingen die voor familiebezoek of toeristische doeleinden naar ons land komen en niet in het bezit zijn van een retourpassagebiljet geldig voor de terugreis; of +• zeelieden die na binnenkomst of afmonstering hier te lande toestemming krijgen voor het zoeken van werk aan boord van een ander schip. + Aan vreemdelingen die bij binnenkomst in Nederland een garantiesom of een retourpassagebiljet deponeren, wordt een folder uitgereikt. Hierin wordt informatie verschaft over ontvangst, beheer en teruggave van aan de grens gedeponeerde garantiesommen en retourpassagebiljetten. +Aan de vreemdeling die een retourpassagebiljet of een garantiesom deponeert, wordt tevens een ontvangstbewijs afgegeven. Ook aan een derde die een garantiesom deponeert, wordt een dergelijk ontvangstbewijs afgegeven. + +In de regel beheert de Korpschef de bij hem gedeponeerde retourpassagebiljetten en garantiesommen. Retourpassagebiljetten die aan de grens zijn gedeponeerd, worden in de regel toegezonden aan de Korpschef van de politieregio waarin de gemeente waar de vreemdeling zal verblijven is gelegen. Garantiesommen die aan de grens zijn gedeponeerd, worden gestort op de rekening van de Korpschef. Dit is alleen anders bij retourpassagebiljetten en garantiesommen die aan de grensdoorlaatposten van Amsterdam Schiphol, (luchthaven) Rotterdam en Rotterdam-Havens zijn gedeponeerd. Deze blijven onder berusting van de KMar en ZHP en worden dus niet doorgestuurd aan de Korpschef van de politieregio waarin de gemeente waar de vreemdeling zal verblijven, is gelegen. + +Over gedeponeerde garantiesommen wordt geen rente vergoed. + De vreemdeling die een retourpassagebiljet of een garantiesom heeft gedeponeerd, moet zich voor teruggave daarvan rechtstreeks wenden tot de beherende instantie. Hetzelfde geldt voor derden die een garantiesom ten behoeve van een vreemdeling hebben gedeponeerd. +De garantiesom dan wel het retourpassagebiljet wordt aan de betrokkene teruggegeven op vertoon van het ontvangstbewijs, indien: + +• voldoende zekerheid bestaat omtrent vertrek van de vreemdeling (op eigen kosten); of +• naderhand een aanvraag om een verblijfsvergunning wordt ingewilligd. + +Garantiesommen gedeponeerd door derden worden op vertoon van het ontvangstbewijs gerestitueerd na vertrek van de vreemdeling uit het Schengengebied. + +Bij teruggave van de garantiesom dan wel het retourpassagebiljet moet het ontvangstbewijs worden ingenomen. + Vreemdelingen die Nederland hebben verlaten zonder zich vooraf wederom in het bezit van de garantiesom of het retourpassagebiljet te hebben gesteld, dienen zich tot een in hun land gevestigde Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging te wenden met het verzoek om restitutie van de garantiesom respectievelijk teruggave van het retourpassagebiljet. Een vreemdeling die rechtstreeks vanuit het buitenland een verzoek om restitutie indient, moet worden verwezen naar de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in zijn land. -Ook kan zekerheid worden gesteld doordat een hier te lande wonende solvabele derde zich garant stelt door ondertekening van een verklaring (zie bijlage 6a VV tot en met bijlage 6c VV). In geval de vreemdeling zelf niet over voldoende middelen van bestaan beschikt kan desondanks toegang worden verleend wanneer een in Nederland rechtmatig verblijvende solvabele derde zich garant heeft gesteld. Zie voor een nadere uitwerking van solvabele derde A2/4.3.3.1. +Ook kan zekerheid worden gesteld doordat een hier te lande wonende solvabele derde zich garant stelt door ondertekening van een verklaring (zie bijlage 6a VV tot en met bijlage 6d VV/artikel 14 , vierde lid, Visumcode). In geval de vreemdeling zelf niet over voldoende middelen van bestaan beschikt kan desondanks toegang worden verleend wanneer een in Nederland rechtmatig verblijvende solvabele derde zich garant heeft gesteld. Zie voor een nadere uitwerking van solvabele derde A2/4.3.3.1. + +Deze derde stelt zich daarbij garant voor de kosten die voor de Staat of andere openbare lichamen uit het verblijf van de vreemdeling kunnen voortvloeien, alsmede voor de kosten van de reis naar een plaats buiten Nederland waar toelating van de vreemdeling is gewaarborgd. ##### 4.2.4. Signalering ter fine van weigering @@ -628,96 +677,50 @@ Indien er gegronde reden is te vrezen voor (politieke) activiteiten die gevaar o #### 4.3. Visa en visumafgifte aan de grens -##### 4.3.1. Het visumvereiste +##### 4.3.1. Algemeen -Vreemdelingen die visumplichtig zijn en zich naar Nederland willen begeven voor een verblijf van ten hoogste drie maanden per periode van zes maanden moeten in beginsel in het bezit zijn van een paspoort. Het paspoort dient te zijn voorzien van: - - - • - hetzij een geldig luchthaventransitvisum (A-visum), indien tijdens een tussenlanding verblijf in de internationale transitzone van een luchthaven wordt beoogd. Dit behelst geen verdere toegang tot het nationale grondgebied; - - - • - hetzij een geldig doorreisvisum (B-visum) indien doorreis door het Schengengebied of Nederland wordt beoogd, met een oponthoud van ten hoogste vijf dagen; of - - - • - hetzij een geldig reisvisum (C-visum), indien kort verblijf in het Schengengebied of in Nederland wordt beoogd. - - - - - De strekking van het (Schengen)visum is om de vreemdeling reeds vóór zijn komst naar Nederland aan een onderzoek te onderwerpen naar reisdoel, reispapieren, antecedenten en bestaansmiddelen. - - - Bij artikel 10 SUO is een eenvormig visum vastgesteld dat geldig is voor het gehele Schengengebied. De Schengenstaten geven het Schengenvisum af in de vorm van een sticker. Bepalingen omtrent visa zijn verder opgenomen in de GVI. - - - Bijzondere regels ten aanzien van afgifte van visa kunnen gelden op grond van een visumfacilitatieovereenkomst, welke is afgesloten tussen de EU en een derde land. Een visumfacilitatieovereenkomst vergemakkelijkt de afgifte van visa voor kort verblijf aan onderdanen van derde landen, op basis van wederkerigheid. Per 1 juni 2007 is de visumfacilitatieovereenkomst tussen de EU en Rusland van kracht. - - - Zie voor modellen van visa, afgegeven in het buitenland of aan de grens, de website van de vreemdelingenketen en bijlage 13 en BNL bijlage VI, GVI. - - - In hoofdstuk VI GVI en bijlage 9, 10, 11 en 13 GVI is aangegeven op welke wijze een visumsticker moet worden ingevuld en aangebracht. - - - Indien de vreemdeling langer dan drie maanden in Nederland wenst te verblijven en mvv-plichtig is, dient hij een D-visum (een mvv) dan wel een combinatievisum (D+C) aan te vragen (zie B1/1). - - - *Vrijstelling van de visumplicht* - - - Op basis van overeenkomsten tot afschaffing van de visumplicht van de Benelux- of Schengenstaten met derde landen, bestaan uitzonderingen op de visumplicht. Vrijgesteld zijn: - - - • - onderdanen van de EU, de EER en Zwitserland (zie bijlage 1, onderdeel 1, BNL-kader, GVI); - - - • - onderdanen van de landen opgesomd in bijlage 1, II, onderdeel 1, GVI; - - - • - onderdanen van speciale administratieve regio’s in China opgesomd in bijlage 1, II, onderdeel 2, GVI; - - - • - houders van diplomatieke, officiële en dienstpaspoorten van de landen vermeld in bijlage 2, overzicht A, GVI; - - - • - vreemdelingen die houder zijn van een geldig, door een Schengenstaat afgegeven (verblijfs-)document opgesomd in bijlage 4 GVI (zie ook artikel 21 SUO); - - - • - houders van een reisdocument dat is afgegeven door een lidstaat van de EU aan vluchtelingen, staatlozen en andere personen zonder nationaliteit die rechtmatig verblijf hebben in die lidstaat; en - - - • - overige categorieën genoemd in GVI, bijlage 1, II, onderdeel 1, BNL-kader, zoals houders van een ‘crew member licence’ of een ‘crew member certificate’ (zie A2/6.2.5) en zeelieden (zie A2/6.2.7). - - - - - In aanvulling op bovenstaande kan een vreemdeling op grond van een visumfacilitatieovereenkomst worden vrijgesteld van de visumplicht. Ingevolge de visumfacilitatieovereenkomst tussen de EU en Rusland geldt vrijstelling van het visumvereiste ten aanzien van houders van een diplomatiek paspoort. In bepaalde gevallen kan bovendien op grond van een unilaterale regel van de visumplicht worden ontheven. Dit laatste geldt ook voor wat betreft het luchthaventransitvisum. Onderdanen van de landen opgesomd in bijlage 3 GVI zijn aan de transitvisumplicht onderworpen. - - - In artikel 2.4 Vb zijn bepalingen opgenomen over de omstandigheden waaronder (transit)passagiers van vliegtuigen, zonder in het bezit te zijn van het vereiste visum, toegang kan worden verleend (zie A2/6.2.6). - - - Tot slot, zoals is neergelegd in artikel 8.9 Vb, zijn personen die normaal gesproken visumplichtig zijn vrijgesteld van de visumplicht wanneer zij een familielid zijn als bedoeld in artikel 8.7, tweede, derde en vierde lid, Vb van een onderdaan van de EU, de EER of Zwitserland die zijn recht inzake vrij verkeer uitoefent. Hierbij geldt als voorwaarde dat zij in het bezit moeten zijn van een geldige verblijfskaart afgegeven door één van de EU-/EER-landen of Zwitserland. (Hier wordt gedoeld op het document vermeld in artikel 10 van Richtlijn 2004/38 van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden.) - -20092912-02-200928-01-20092009/420092912-02-200928-01-20092009/414-02-2009 +Regels met betrekking tot procedures en voorwaarden voor de afgifte van visa voor de doorreis over het grondgebied van de lidstaten of een voorgenomen verblijf op het grondgebied van de lidstaten van ten hoogste drie maanden binnen een periode van zes maanden, zijn neergelegd in de Visumcode. + +Naast de Visumcode is een handleiding voor de behandeling van visumaanvragen en de wijziging van afgegeven visa vastgesteld (verder aangeduid met Praktisch Handboek), dat aanwijzingen en voorbeelden bevat betreffende de praktische toepassing van de Visumcode. Het Praktisch Handboek bevat verder een lijst met bijlagen, die een uniforme toepassing van de Visumcode binnen de lidstaten zal helpen borgen. De bijlagen bij het Praktisch Handboek bevatten onder andere (niet-limitatief): + +• de lijst van verblijfsdocumenten afgegeven door de lidstaten (die op grond van artikel 21 SUO recht geven op visumvrije binnenkomst); +• informatie over nationale uitzonderingen op de visumplicht (bijvoorbeeld uitzonderingen voor diplomatieke, speciale en dienstpaspoorten); +• de lijst van derde landen waarvan de onderdanen in het bezit moeten zijn van een luchthaventransitvisum wanneer zij zich in de internationale transitzone van luchthavens van één of enkele lidstaten bevinden; +• de lijst van verblijfsdocumenten waarvan de houders van de luchthaventransitvisumplicht zijn vrijgesteld; +• visumfacilitatieovereenkomsten en bijbehorende uitvoeringsrichtlijnen; +• het overzicht van reisdocumenten welke recht geven op overschrijding der buitengrenzen en waarin een visum kan worden aangebracht; +• een niet-limitatieve opsomming van documenten die kunnen dienen ter ondersteuning van een visumaanvraag; +• een lijst met derde landen waarvan de onderdanen of specifieke categorieën hiervan onderworpen zijn aan een voorafgaande consultatieplicht; +• een lijst met derde landen waarvan de onderdanen of specifieke categorieën hiervan onderworpen zijn aan een informatieplicht na afgifte van een visum; +• gegevens welke lidstaten kunnen opnemen in de zone “opmerkingen” op een visumsticker; +• voorbeelden van ingevulde visumstickers; +• een lijst met vertegenwoordigingsafspraken en andere vormen van samenwerking ten behoeve van de inname van visumaanvragen. + +Bijzondere regels ten aanzien van de behandeling van visumaanvragen kunnen gelden op grond van een visumfacilitatieovereenkomst, welke is afgesloten tussen de EU en een derde land. Een visumfacilitatieovereenkomst vergemakkelijkt de afgifte van visa voor kort verblijf aan onderdanen van derde landen, op basis van wederkerigheid. + +Indien de vreemdeling langer dan drie maanden in Nederland wenst te verblijven en mvv-plichtig is, dient hij een D-visum (een mvv) aan te vragen (zie B1/1). + +Verordening 539/2001 bepaalt welke onderdanen van derde landen bij het overschrijden van de buitengrenzen in het bezit dienen te zijn van een visum en welke onderdanen van derde landen van de visumplicht zijn vrijgesteld. Voorts is in Bijlage IV van de Visumcode een gemeenschappelijke lijst van onderdanen van derde landen vastgesteld, die in het bezit dienen te zijn van een luchthaventransitvisum wanneer zij door de internationale transitzones van luchthavens op het grondgebied van lidstaten reizen. Naast deze gemeenschappelijke lijst is er ook een lijst van onderdanen van derde landen die door één of meer Schengenlidstaten aan de luchthaventransitvisumplicht zijn onderworpen (Bijlage 7B Praktisch Handboek). + +Op grond van artikel 1 van Verordening 539/2001 zijn in ieder geval van de visumplicht vrijgesteld houders van een reisdocument dat is afgegeven door een lidstaat van de EU aan vluchtelingen, staatlozen en andere personen zonder nationaliteit die rechtmatig verblijf hebben in die lidstaat. Voorts zijn houders van een geldig, door een Schengenlidstaat afgegeven (verblijfs)document, vrijgesteld van de visumplicht (zie artikel 21 SUO). + +In artikel 4 van Verordening 539/2001 is bepaald dat lidstaten in bepaalde gevallen een uitzondering kunnen maken op de visumplicht of de vrijstelling van de visumplicht die uit de Verordening voortvloeit. Dat geldt onder andere voor houders van diplomatieke paspoorten, dienst- of officiële paspoorten en speciale paspoorten, voor civiele vliegtuig- en scheepsbemanningen, voor bepaalde groepen scholieren of personen met een vluchtelingenstatus en staatlozen. + +De uitzonderingen op de visumplicht die op grond van artikel 4 van Verordening 539/2001 door de Benelux-landen of Nederland worden gehanteerd, zijn vermeld in de bijlagen bij het Praktisch Handboek behorend bij de Visumcode. + +In aanvulling op bovenstaande kan een vreemdeling op grond van een visumfacilitatieovereenkomst worden vrijgesteld van de visumplicht. Veelal geldt dit voor houders van diplomatieke paspoorten. + +In artikel 2.4 Vb zijn bepalingen opgenomen over de omstandigheden waaronder (transit)passagiers van vliegtuigen, zonder in het bezit te zijn van het vereiste visum, toegang kan worden verleend (zie A2/6.2.6). + +Tot slot, zoals is neergelegd in artikel 8.9 Vb, zijn personen die normaal gesproken visumplichtig zijn vrijgesteld van de visumplicht wanneer zij een familielid zijn als bedoeld in artikel 8.7, tweede, derde en vierde lid, Vb van een onderdaan van de EU, de EER of Zwitserland die zijn recht inzake vrij verkeer uitoefent. Hierbij geldt als voorwaarde dat zij in het bezit moeten zijn van een geldige verblijfskaart afgegeven door één van de EU-/EER-landen of Zwitserland en samen reizen dan wel zich voegen bij de betreffende EU-onderdaan. (Hier wordt gedoeld op het document vermeld in artikel 10 van Richtlijn 2004/38 van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden.) ##### 4.3.2. Plaats van afgifte visa -Reis-, doorreis- en luchthaventransitvisa worden in beginsel in het buitenland afgegeven door de diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen van de Schengenstaten (zie artikel 12 SUO en hoofdstuk II, § 4, GVI). +Visa en luchthaventransitvisa worden in beginsel in het buitenland afgegeven door de diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen van de Schengenstaten (zie artikel 4 Visumcode). -Onder bijzondere omstandigheden bestaat de mogelijkheid dat visumfaciliteiten worden verleend aan de grens (zie A2/4.3.8), indien een geldig doorreis- of reisvisum ontbreekt. +Onder bijzondere omstandigheden bestaat de mogelijkheid dat visumfaciliteiten worden verleend aan de grens (zie A2/4.3.8), indien een geldig visum ontbreekt. -In een aantal gevallen is voor afgifte van visa voorafgaande machtiging vereist door een nationale dienst. In Nederland wordt deze machtiging ten aanzien van bepaalde categorieën vreemdelingen gegeven door de directie Personenverkeer, Migratie en Vreemdelingenzaken van het ministerie van BuZa. Voor andere categorieën vreemdelingen wordt de machtiging gegeven door de Visadienst. Voor verdeling van de visumaanvragen in geval van machtiging, zie hoofdstuk V, § 2.2, BNL-kader, GVI. +In een aantal gevallen dienen visumaanvragen te worden voorgelegd aan een nationale dienst. In Nederland wordt deze machtiging ten aanzien van bepaalde categorieën vreemdelingen gegeven door de directie Consulaire zaken en Migratiebeleid van het ministerie van BuZa. Voor andere categorieën vreemdelingen wordt de machtiging gegeven door de Visadienst. ##### 4.3.3. Soorten van visa @@ -725,40 +728,22 @@ Op de eerste plaats is een onderscheid te maken tussen Schengenvisa en nationale ###### 4.3.3.1. Schengenvisa -Als invulling van het bepaalde in artikel 10 SUO is een eenvormig visum (in de vorm van een sticker) ingesteld dat in beginsel geldig is voor het grondgebied van alle Schengenstaten. Vreemdelingen die houder zijn van een geldig Schengenvisum en die het grondgebied van één van de Schengenstaten op rechtmatige wijze zijn binnengekomen, mogen zich in beginsel vrij verplaatsen op het grondgebied van alle Schengenstaten. Uitzondering hierop vormt het territoriaal beperkte visum, zie hieronder. +Een eenvormig visum (in de vorm van een sticker) is een visum dat geldig is voor het gehele grondgebied van alle Schengenstaten (zie artikel 2, derde lid, Visumcode). Vreemdelingen die houder zijn van een geldig Schengenvisum en die het grondgebied van één van de Schengenstaten op rechtmatige wijze zijn binnengekomen, mogen zich in beginsel vrij verplaatsen op het grondgebied van alle Schengenstaten. Uitzondering hierop vormt het territoriaal beperkte visum, zie hieronder. De volgende typen Schengenvisa worden onderscheiden: -– het luchthaventransitvisum (type A) (zie hoofdstuk I, § 2.1.1, GVI); -– het doorreisvisum (type B) (zie artikel 11, eerste lid, onder b, SUO en hoofdstuk I, § 2.1.2, en hoofdstuk V, § 2.1, GVI); en -– het reisvisum (type C) (zie artikel 11, eerste lid, onder a, SUO en hoofdstuk I, § 2.1.3 en hoofdstuk V, § 2.1, GVI). +• het luchthaventransitvisum (type A) (zie artikel 2, vijfde lid, Visumcode), dat geldig is voor doorreis via de internationale transitzones van een of meer luchthavens van de lidstaten; en +• het visum (type C), dat geldig is voor doorreis over het grondgebied van de lidstaten of een voorgenomen verblijf op het grondgebied van de lidstaten van ten hoogste drie maanden in een periode van zes maanden (zie artikel 2, tweede lid, Visumcode) -Een reisvisum kan worden afgegeven voor één of meerdere binnenkomsten. Voor houders van reisvisa geldt dat de duur van een ononderbroken verblijf, noch de totale duur van de achtereenvolgende verblijfsperioden meer dan drie maanden per zes maanden, te rekenen vanaf de datum van eerste binnenkomst, mag bedragen (zie artikel 11, eerste lid, onder a, SUO en hoofdstuk I, § 2.1.3 en hoofdstuk V, § 2.1, GVI). De termijn van drie maanden begint te lopen vanaf de eerste binnenkomst (zie artikel 11, eerste lid, onder a, SUO en hoofdstuk I, § 2.1.3 en hoofdstuk V, § 2.1, GVI). +Een visum kan worden afgegeven voor één, twee of meerdere binnenkomsten. Voor houders van visa geldt dat de duur van een ononderbroken verblijf, noch de totale duur van de achtereenvolgende verblijfsperioden meer dan drie maanden per zes maanden, te rekenen vanaf de datum van eerste binnenkomst, mag bedragen. De termijn van drie maanden begint te lopen vanaf de datum van eerste binnenkomst op het grondgebied van de lidstaten (zie artikel 2, lid 2 Visumcode). -Met betrekking tot het doorreisvisum bestaat voor transiterende zeelieden een separate regeling met een standaardformulier. Hiervoor wordt verwezen naar Verordening 415/2003, alsmede naar hoofdstuk V, § 4, BNL-kader, GVI. - -De geldigheidsduur van een visum voor één reis bedraagt ten hoogste drie maanden. Een visum voor meerdere reizen kan worden afgegeven met een geldigheidsduur van één jaar. Voor bepaalde categorieën van personen kan de geldigheidsduur langer zijn, met een maximum van vijf jaar (zie hoofdstuk I, § 2.13 en hoofdstuk V, § 2.1, GVI). +De geldigheidsduur van een visum voor één reis bedraagt ten hoogste drie maanden. In bepaalde gevallen kan een meervoudig visum met een geldigheidsduur tussen zes maanden en vijf jaar worden toegekend (zie artikel 24, tweede lid, Visumcode). Het visum wordt in beginsel niet voor langere duur verleend dan waarvoor het is aangevraagd. -Het visum met territoriaal beperkte geldigheid is een visum waarbij verblijf uitsluitend is toegestaan op het grondgebied van één of meer Schengenstaten. Zie voor gevallen waarin dergelijke visa kunnen worden afgegeven artikel 10, derde lid, SUO, artikel 11, tweede lid, SUO, artikel 14, eerste lid SUO, en artikel 16 SUO alsmede hoofdstuk I, § 2.3 en hoofdstuk V, § 3, GVI. Voor wat betreft de afgifte van visa met territoriaal beperkte geldigheid aan de grens, wordt verwezen naar eerdergenoemde Verordening 415/2003, BNL-bijlage I GVI en hoofdstuk I, § 2.4, BNL-kader, GVI. Zie verder bijlage 14 GVI voor wat betreft de melding aan de overige Schengenstaten omtrent de afgifte van deze visa. +Het visum met territoriaal beperkte geldigheid is een visum waarbij verblijf uitsluitend is toegestaan op het grondgebied van één of meer Schengenlidstaten. Zie voor gevallen waarin dergelijke visa kunnen worden afgegeven artikel 25 Visumcode. -In de regel wordt het visum in het paspoort gesteld. Artikel 14, eerste lid, SUO en bijlage 11 GVI bepalen wanneer een visum in een reisdocument kan worden aangebracht. In bepaalde gevallen worden het luchthaventransit-, reis- en doorreisvisum niet in het paspoort, maar op een afzonderlijk vel papier gesteld: een visumverklaring (zie voor het model BNL-bijlage VI GVI). Aan een visumverklaring wordt dezelfde betekenis toegekend als aan een visum, met dien verstande, dat de houder van een dergelijke visumverklaring te allen tijde in het bezit dient te zijn van het identiteitsdocument waarnaar in het visum wordt verwezen. Deze visumverklaringen kunnen geldig gemaakt worden voor één of meerdere Schengenstaten. - -In de volgende gevallen moet het visum in de vorm van een visumverklaring worden afgegeven: - -– collectief reizende vreemdelingen die overigens in het bezit zijn van de vereiste individuele documenten voor grensoverschrijding; -– vreemdelingen wier document voor grensoverschrijding door de betreffende Schengenstaat niet als ‘geldig document voor grensoverschrijding’ is erkend (zie artikel 14, tweede lid, SUO en hoofdstuk VI, § 5.4, GVI). - -Voor een overzicht van reisdocumenten welke recht geven op overschrijding van de buitengrenzen en waarin een visum kan worden aangebracht, wordt verwezen naar het overzicht van reisdocumenten bij de GVI. - -Het kan hier een doorreisvisum of een reisvisum voor een verblijfsduur van ten hoogste dertig dagen betreffen, afgegeven aan vreemdelingen die: - -– met gebruikmaking van een collectief document voor grensoverschrijding in groepsverband reizen (zie A2/6.2.4); -– een groep vormen van minimaal vijf en maximaal vijftig personen; -– in het bezit zijn van de vereiste individuele documenten voor grensoverschrijding, maar waarvan kan worden vastgesteld dat zij gezamenlijk reizen en een gezamenlijk reisdoel hebben. Het visum wordt in dit geval gesteld op een losse verklaring. - -Zie ook hoofdstuk I, § 2.1.4, GVI. Voor wat betreft de afgifte van collectieve visa aan de grens zie verder Verordening 415/2003, BNL-bijlage I GVI en hoofdstuk V, § 4.5, BNL-kader, GVI. +In de regel wordt het visum in een reisdocument aangebracht. In artikel 12 Visumcode is neergelegd waaraan het reisdocument dient te voldoen. In bepaalde gevallen worden het luchthaventransitvisum en het visum niet in het paspoort, maar op een afzonderlijk blad aangebracht: een visumverklaring (zie artikel 2, achtste lid, Visumcode). Aan een visumverklaring wordt dezelfde betekenis toegekend als aan een visum, met dien verstande, dat de houder van een dergelijke visumverklaring te allen tijde in het bezit dient te zijn van het identiteitsdocument waarnaar in het visum wordt verwezen. Deze visumverklaringen kunnen geldig gemaakt worden voor één of meerdere Schengenstaten. Een visum dient in de vorm van een visumverklaring te worden afgegeven wanneer het reisdocument door de lidstaat die het visum afgeeft niet wordt erkend. Aan scholieren van derde landen die rechtmatig in Nederland verblijven, kan ter vereenvoudiging van schoolreizen binnen de EU een reizigerslijst voor scholieren worden afgegeven overeenkomstig het besluit van de Raad van de EU van 30 november 1994 (94/75/JBZ). Bij dit besluit is een standaard gemeenschappelijk formulier toegevoegd van een reizigerslijst. De reizigerslijst is opgenomen in model M7. @@ -766,52 +751,48 @@ Met de reizigerslijst kunnen scholieren uit derde landen die rechtmatig verblijf Daarnaast hebben de lidstaten van de EU de lijst tevens erkend als geldig document voor grensoverschrijding, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan: -– de lijst is voorzien van recente foto’s van de op de lijst vermelde scholieren die niet in het bezit zijn van een identiteitsbewijs met foto; -– de verantwoordelijke instantie van de lidstaat moet de verblijfsstatus van de betrokken scholieren en hun recht om opnieuw tot het land te worden toegelaten hebben bevestigd en ervoor hebben gezorgd dat het document dienovereenkomstig gewaarmerkt is; -– de lidstaat van verblijf van de scholier in kwestie moet de andere lidstaten hebben meegedeeld dat hij de lijst als geldig document voor grensoverschrijding wenst te gebruiken. +• de lijst is voorzien van recente foto’s van de op de lijst vermelde scholieren die niet in het bezit zijn van een identiteitsbewijs met foto; +• de verantwoordelijke instantie van de lidstaat moet de verblijfsstatus van de betrokken scholieren en hun recht om opnieuw tot het land te worden toegelaten hebben bevestigd en ervoor hebben gezorgd dat het document dienovereenkomstig gewaarmerkt is; +• de lidstaat van verblijf van de scholier in kwestie moet de andere lidstaten hebben meegedeeld dat hij de lijst als geldig document voor grensoverschrijding wenst te gebruiken. De scholieren komen voor visumvrijstelling, door plaatsing op de reizigerslijst, in aanmerking indien: -– zij in het kader van een schoolexcursie deelnemen aan een groepsreis van leerlingen van een school voor algemeen vormend onderwijs (basisscholen, scholen voor speciaal onderwijs en scholen voor voortgezet onderwijs); -– zij deel uitmaken van een groep die begeleid wordt door een leerkracht van de desbetreffende school; -– de leerlingenlijst volledig is ingevuld en gewaarmerkt door het schoolhoofd en is voorzien van recente foto’s van de op de lijst vermelde scholieren voor zover deze niet in het bezit zijn van een identiteitsbewijs met foto; en -– zij rechtmatig in een van de Schengenstaten verblijven. +• zij in het kader van een schoolexcursie deelnemen aan een groepsreis van leerlingen van een school voor algemeen vormend onderwijs (basisscholen, scholen voor speciaal onderwijs en scholen voor voortgezet onderwijs); +• zij deel uitmaken van een groep die begeleid wordt door een leerkracht van de desbetreffende school; +• de leerlingenlijst volledig is ingevuld en gewaarmerkt door het schoolhoofd en is voorzien van recente foto’s van de op de lijst vermelde scholieren voor zover deze niet in het bezit zijn van een identiteitsbewijs met foto; en +• zij rechtmatig in een van de Schengenstaten verblijven. -De criteria voor visumverlening zijn in beginsel gelijk aan de algemene criteria die gelden voor toegang zoals opgenomen in artikel 5, eerste lid, SGC. De criteria voor visumverlening zijn nader uitgewerkt in de GVI en de daartoe behorende bijlagen. +De criteria voor visumverlening zijn in beginsel gelijk aan de algemene criteria die gelden voor toegang zoals opgenomen in artikel 5, eerste lid, SGC. De criteria voor visumverlening zijn nader uitgewerkt in artikel 21 Visumcode. Een van de basiscriteria bij visumverlening is het voorkomen van illegale immigratie (zie artikel 21, eerste lid, Visumcode). Hierbij is het aan de visumaanvrager om aannemelijk te maken – zo nodig door middel van het overleggen van documenten – dat de tijdige terugkeer voldoende is gewaarborgd. -Een van de basiscriteria bij visumverlening is het voorkomen van illegale immigratie (zie ook hoofdstuk V, § 1.4, GVI). Hierbij is het aan de visumaanvrager om aannemelijk te maken – zo nodig door middel van het overleggen van documenten – dat de tijdige terugkeer voldoende is gewaarborgd. Bij de beoordeling of de tijdige terugkeer voldoende gewaarborgd kan worden geacht, kunnen meerdere wegingsfactoren een rol spelen. De onderstaande factoren moeten in samenhang worden gezien, maar kunnen ook reeds op zichzelf leiden tot de conclusie dat de tijdige terugkeer onvoldoende is gewaarborgd: +Zoals reeds in A2/4.2.3 werd vermeld, is in artikel 5, eerste lid, onder c, SGC aangegeven dat een vreemdeling dient te beschikken over voldoende middelen van bestaan. In bijlage 18 van het Praktisch Handboek zijn de jaarlijkse door de nationale autoriteiten vastgestelde referentiebedragen opgenomen. Tevens dient de vreemdeling in het bezit te zijn van een toereikende en geldige medische reisverzekering voor de duur van zijn verblijf in het Schengengebied (zie artikel 15 Visumcode). -– het ontbreken van een (sterke) sociale en economische band van de visumaanvrager met het land van herkomst; -– eerdere bezoeken van de visumaanvrager aan een of meer Schengenstaten, waarbij de regels omtrent de duur van het verblijf en aanmelding niet zijn gerespecteerd; -– ‘visumshoppen’: aanvrager die in een relatief korte tijd bij verschillende vertegenwoordigingen heeft getracht in het bezit gesteld te worden van een visum; -– het overleggen van valse dan wel vervalste documenten bij de visumaanvraag; -– het afleggen van valse of onjuiste verklaringen, ten einde de vertegenwoordiging ertoe te bewegen een visum te verstrekken; -– gebruik maken van een minder geloofwaardige referent of garantsteller. Dit wil zeggen een persoon waarvan vast staat dat deze eerder vreemdelingen heeft uitgenodigd dan wel hiervoor garant heeft gestaan die niet (tijdig) zijn teruggekeerd. +In geval de vreemdeling zelf niet over voldoende middelen beschikt, kan desondanks aan het middelenvereiste worden voldaan, indien een in Nederland rechtmatig verblijvende solvabele derde zich garant stelt voor de kosten die voor de staat of voor andere openbare lichamen uit het verblijf van de vreemdeling kunnen voortvloeien, alsmede voor de kosten van de reis naar een plaats buiten Nederland waar de toelating van de vreemdeling is gewaarborgd (zie bijlage 6a VV tot en met bijlage 6c VV). Deze derde kan aangemerkt worden als solvabel indien hij zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan. Onder voldoende wordt in dit kader verstaan een bruto maandinkomen minimaal gelijk aan het minimumloon in de zin van de Wet op het minimumloon en minimum vakantiebijslag (Wml). De begrippen zelfstandig, hoogte en duurzaam zijn nader uitgewerkt in artikel 3.73 Vb -De hierboven weergegeven opsomming is niet limitatief. - -Zoals reeds in A2/4.2.3 werd vermeld, is in artikel 5, eerste lid, onder c, SGC aangegeven dat een vreemdeling dient te beschikken over voldoende middelen van bestaan. In bijlage 7 GVI is voor Nederland aangegeven dat het uitgangspunt hierbij een bedrag is van € 34 per persoon per dag. Tevens dient de vreemdeling in het bezit te zijn van een medische reisverzekering voor de duur van zijn verblijf in het Schengengebied (zie hoofdstuk V, § 1.4, GVI, de Benelux-Bijlage V en deel I, punt 4.1.2. GVI). - -In geval de vreemdeling zelf niet over voldoende middelen beschikt, kan desondanks aan het middelenvereiste worden voldaan, indien een in Nederland rechtmatig verblijvende solvabele derde zich garant stelt voor de kosten die voor de staat of voor andere openbare lichamen uit het verblijf van de vreemdeling kunnen voortvloeien, alsmede voor de kosten van de reis naar een plaats buiten Nederland waar de toelating van de vreemdeling is gewaarborgd (zie bijlage 6a VV tot en met bijlage 6c VV). Deze derde kan aangemerkt worden als solvabel indien hij zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan. Onder voldoende wordt in dit kader verstaan een netto maandinkomen minimaal gelijk aan het bestaansminimum voor de categorie echtparen en gezinnen in de zin van de Wwb. De begrippen zelfstandig en duurzaam zijn nader uitgewerkt in artikel 3.73 Vb en artikel 3.75 Vb en zijn overeenkomstig van toepassing op de verlening van kort verblijf. +, artikel 3.74, eerste lid, onder a Vb,en artikel 3.75 Vb en zijn overeenkomstig van toepassing op de verlening van kort verblijf. In geval een solvabele derde zich garant stelt voor meer dan één persoon, kunnen aanvullende voorwaarden gesteld worden. In die gevallen kan bijvoorbeeld verlangd worden dat een bankgarantie ter hoogte van het lijnvluchttarief KLM en/of meerdere separate garantverklaringen worden overlegd. Voor elke aanvullend aangedragen visumaanvrager voor wie de solvabele derde zich garant wil stellen geldt, dat de solvabele derde zelfstandig en duurzaam over voldoende middelen van bestaan dient te beschikken. Indien een solvabele derde zich reeds eerder garant heeft gesteld voor een visumaanvrager en hij niet of onvoldoende aannemelijk kan maken dat deze visumaanvrager tijdig is teruggekeerd naar het land van herkomst of een land waar de toelating is gewaarborgd, kan dit mede aanleiding vormen de aanvraag voor een visum kort verblijf af te wijzen. +De beslistermijn voor een aanvraag om een visum kort verblijf is neergelegd in artikel 23 Visumcode. Uitgangspunt is dat er wordt beslist binnen vijftien kalenderdagen na de datum van indiening van een ontvankelijke aanvraag (zie artikel 23, eerste lid, Visumcode). In individuele gevallen kan de beslistermijn worden verlengd tot ten hoogste dertig kalenderdagen (zie artikel 23, tweede lid, Visumcode) en in uitzonderlijke gevallen kan de beslistermijn worden verlengd tot ten hoogste zestig dagen (zie artikel 23, derde lid, Visumcode). + +Bij een afwijzende beslissing op een visumaanvraag moeten de redenen van afwijzing van de aanvraag kenbaar worden gemaakt. Hiervoor dient gebruik te worden gemaakt van een standaardformulier (bijlage VI Visumcode) (zie artikel 32, tweede lid, Visumcode). + +Ingevolge artikel 32, derde lid, Visumcode, staat tegen het afwijzen van een visumaanvraag een rechtsmiddel open. De nationale wetgeving is hier van toepassing (zie artikel 32, derde lid, Visumcode). + ###### 4.3.3.2. Nationale visa -Er kunnen drie soorten nationale visa worden onderscheiden: +Er kunnen twee soorten nationale visa worden onderscheiden: a. een visum voor terugkeer; -b. een visum voor verblijf van langere duur (mvv) (type D); en -c. een mvv gecombineerd met visum kort verblijf (D+C-visum). +b. een visum voor verblijf van langere duur (mvv) (type D). Een terugkeervisum is een nationaal visum, dat recht geeft op terugkeer naar Nederland (zie artikel 2.3, eerste lid, onder d, Vb.) Een dergelijk visum kan onder bepaalde voorwaarden door de Visadienst, aan vreemdelingen die daarom verzoeken, worden afgegeven indien: -– zij rechtmatig verblijf hebben op grond van artikel 8, aanhef en onder f, g of h, Vw; -– zij in het bezit zijn van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14, 20, 28 of 33 Vw. +• zij rechtmatig verblijf hebben op grond van artikel 8, aanhef en onder f, g of h, Vw; +• zij in het bezit zijn van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14, 20, 28 of 33 Vw. De indiening van een verzoek om een terugkeervisum geschiedt op dezelfde wijze als een verzoek tot wijziging of verlenging van een visum. @@ -832,11 +813,11 @@ De vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, aanhef en o In de volgende gevallen is er sprake van dringende redenen die geen uitstel van vertrek gedogen: -– ernstige ziekte of overlijden van een nabije bloedverwant (in de eerste en tweede graad); -– het bijwonen van een huwelijk van een nabije bloedverwant (in de eerste en tweede graad); -– onder voogdij gestelde minderjarigen die met het pleeggezin op vakantie naar het buitenland gaan; -– deelname aan een in het kader van de opleiding of studie van belang zijnde excursie of werkweek in het buitenland; of -– deel uitmaken van een sportteam dat Nederland in het buitenland zal vertegenwoordigen. +• ernstige ziekte of overlijden van een nabije bloedverwant (in de eerste en tweede graad); +• het bijwonen van een huwelijk van een nabije bloedverwant (in de eerste en tweede graad); +• onder voogdij gestelde minderjarigen die met het pleeggezin op vakantie naar het buitenland gaan; +• deelname aan een in het kader van de opleiding of studie van belang zijnde excursie of werkweek in het buitenland; of +• deel uitmaken van een sportteam dat Nederland in het buitenland zal vertegenwoordigen. Daarnaast kunnen vreemdelingen die voor zakelijke doeleinden wensen te reizen in aanmerking komen voor een terugkeervisum, ongeacht het feit of er sprake is van dringende redenen die geen uitstel van vertrek gedogen. Deze categorie vreemdelingen dient wel te voldoen aan de voorwaarden 2 tot en met 6 zoals hierboven opgesomd. Bovendien moeten zij kunnen aantonen dat zij een aanvraag tot het verlenen van een reguliere verblijfsvergunning hebben ingediend en hiervoor leges hebben betaald. @@ -848,21 +829,21 @@ Een terugkeervisum kan worden verleend aan een vreemdeling die een aanvraag tot In principe hebben vreemdelingen die in het bezit zijn van een verblijfsvergunning asiel dan wel regulier geen terugkeervisum nodig indien zij na een reis naar het buitenland (binnen dan wel buiten het Schengengebied) weer naar Nederland willen terugkeren. Immers, deze vreemdelingen hebben zonder visum toegang tot Nederland indien zij beschikken over: -– een paspoort of ander erkend reisdocument en een afzonderlijk document als bedoeld in bijlage 7 VV; of -– een paspoort en een door het ministerie van BuZa afgegeven geprivilegieerdendocument (zie A2/6.2.3). +• een paspoort of ander erkend reisdocument en een afzonderlijk document als bedoeld in bijlage 7 VV; of +• een paspoort en een door het ministerie van BuZa afgegeven geprivilegieerdendocument (zie A2/6.2.3). Niettemin kan aan deze vreemdelingen op hun verzoek een terugkeervisum worden afgegeven, indien zij dit visum nodig hebben voor de reis door of naar een land gelegen buiten het Schengengebied (bijvoorbeeld ter verkrijging van visumfaciliteiten voor of toegang tot dat land). Het vorenstaande geldt ook voor: -– Molukkers die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers (Stb.1976, 468) als Nederlander worden behandeld; en -– vreemdelingen die al wel een positieve beslissing op hun aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier hebben ontvangen maar nog in afwachting zijn van een verblijfsdocument als bedoeld in bijlage 7 VV. +• Molukkers die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers (Stb. 1976, 468) als Nederlander worden behandeld; en +• vreemdelingen die al wel een positieve beslissing op hun aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier hebben ontvangen maar nog in afwachting zijn van een verblijfsdocument als bedoeld in bijlage 7 VV. Zij behoeven hiervoor géén dringende reden aan te dragen. De geldigheidsduur van zowel het grensoverschrijdingsdocument als de geldigheidsduur van de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning dient de duur van het terugkeervisum met ten minste één maand te overschrijden. -Het terugkeervisum wordt voor ten hoogste één jaar verleend. Dit is slechts anders ten aanzien van Molukkers die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers (Stb.1976, 468) als Nederlander worden behandeld. Aan hen kan voor een periode van langer dan 1 jaar een terugkeervisum worden verleend. Dit laat onverlet dat de vreemdeling zijn hoofdverblijf niet buiten Nederland mag vestigen. De geldigheidsduur van een terugkeervisum kan na uitreis niet worden gewijzigd of verlengd. Het terugkeervisum kan, voor de hiervoor genoemde vreemdelingen, worden verleend voor één of meerdere reizen. +Het terugkeervisum wordt voor ten hoogste één jaar verleend. Dit is slechts anders ten aanzien van Molukkers die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers (Stb. 1976, 468) als Nederlander worden behandeld. Aan hen kan voor een periode van langer dan 1 jaar een terugkeervisum worden verleend. Dit laat onverlet dat de vreemdeling zijn hoofdverblijf niet buiten Nederland mag vestigen. De geldigheidsduur van een terugkeervisum kan na uitreis niet worden gewijzigd of verlengd. Het terugkeervisum kan, voor de hiervoor genoemde vreemdelingen, worden verleend voor één of meerdere reizen. Een terugkeervisum kan tevens worden verstrekt aan de vreemdeling die in het bezit is (was) van een verblijfsvergunning, indien hij (tijdig) verlenging of wijziging van de beperking van zijn vergunning heeft gevraagd. In deze gevallen behoeft geen dringende reden te worden aangevoerd. De overige voorwaarden zoals eerder vermeld onder 2 tot en met 6 ‘vreemdeling in procedure’ blijven onverkort van kracht. @@ -876,107 +857,94 @@ Indien de vreemdeling die in het bezit is van de verblijfsvergunning asiel voor Voor de behandeling van een aanvraag voor een terugkeervisum zijn leges verschuldigd (zie verder A2/4.3.5). -Visa voor een verblijf van langere duur (type D) zijn visa die door de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van een Schengenstaat overeenkomstig de eigen wetgeving worden afgegeven. In de Nederlandse situatie geeft het D-visum de houder het recht tot inreis in Nederland om vervolgens een verblijfsvergunning aan te vragen voor een verblijf van langer dan drie maanden. - -Een dergelijk visum geeft de houder bovendien het recht op doorreis over het grondgebied van de overige Schengenstaten te reizen, teneinde zich te begeven naar het Schengenstaat dat het visum heeft verleend. Voor een dergelijke doorreis dient de vreemdeling overigens te voldoen aan de normale voorwaarden voor binnenkomst als bedoeld in A2/4.2, met uitzondering van het middelenvereiste (zie ook hoofdstuk I, paragraaf 2.2 en hoofdstuk V, paragraaf 5, BNL-kader, GVI). +Visa voor een verblijf van langere duur (type D) zijn visa die door de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van een Schengenstaat overeenkomstig de eigen wetgeving worden afgegeven. Ingevolge Verordening EU 265/2010 geeft een dergelijk visum de houder, mits hij voldoet aan de in artikel 5, eerste lid, onder a), c), en e) Schengengrenscode bedoelde toegangsvoorwaarden, en niet gesignaleerd staat op de nationale signaleringslijst van de betrokken staat, het recht op inreis in en circulatie binnen het grondgebied van de overige Schengenstaten voor de duur van maximaal drie maanden (90 dagen) per periode van zes maanden(180 dagen). De mvv is een nationaal visum dat wordt afgegeven door een Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het buitenland (artikel 1, onder h, Vw). -Een mvv-verklaring, in de vorm van een voorbedrukt formulier (zie BNL-bijlage VI, GVI), kan in de plaats komen van de mvv gesteld in het paspoort. In dat geval moet de houder van de verklaring steeds in het bezit zijn van het daarin aangegeven reisdocument. +Een mvv-verklaring, in de vorm van een voorbedrukt formulier kan in de plaats komen van de mvv gesteld in het paspoort. In dat geval moet de houder van de verklaring steeds in het bezit zijn van het daarin aangegeven reisdocument. Zie voor bepalingen omtrent aanvraag, afgifte en vrijstellingen van een mvv B1/1.1, B1/1.2 en B1/4.1.1 van de Vc. -De aanvraag om afgifte van een mvv leidt in de praktijk veelal tot afgifte van een D+C-visum. Dit is een combinatie van een nationaal visum voor langere duur met een reisvisum (zie artikel 18, SUO, hoofdstuk I, paragraaf 2.2, GVI en B1/1). - -Het C-deel van dit combinatievisum is geldig voor een periode van maximaal negentig dagen vanaf de dag van afgifte en wordt verstrekt als multi-entry visum. Het D-deel van het combinatievisum is geldig voor een periode van honderdtachtig dagen vanaf de datum van afgifte. - ##### 4.3.4. Verplichting tot aanmelding Vreemdelingen aan wie verblijf in de vrije termijn is toegestaan en die naar Nederland zijn gekomen voor een verblijf van ten hoogste drie maanden, zijn in beginsel verplicht zich binnen drie dagen in persoon te melden bij de vreemdelingenpolitie van de gemeente waar zij verblijven (zie artikel 4.48 Vb). Het kan daarbij zowel om niet-visumplichtige als om visumplichtige vreemdelingen gaan. De verplichting tot aanmelding bij de vreemdelingenpolitie voor deze laatste groep hoeft niet expliciet op de visumsticker te zijn vermeld. Niet nakoming van een verplichting tot aanmelding is een strafbaar feit (zie artikel 108, eerste lid, Vw). -Bij afgifte van een visum kan de verplichting worden opgelegd zich binnen 3 dagen na aankomst bij de vreemdelingenpolitie te melden (artikel 4.49 Vb). In dat geval wordt onder het visum een aantekening gesteld (zie bijlage 9 GVI). +Bij afgifte van een visum kan de verplichting worden opgelegd zich binnen 3 dagen na aankomst bij de vreemdelingenpolitie te melden (artikel 4.49 Vb). In dat geval wordt onder het visum een aantekening gesteld. ##### 4.3.5. Kosten -De kosten voor een aanvraag tot het verlenen van een visum zijn vastgelegd in bijlage 12 GVI. +De leges voor een aanvraag tot het verlenen van een visum zijn vastgelegd in artikel 16 Visumcode. Als hoofdregel geldt dat aanvragers een bedrag van 60 euro aan visumleges dienen te voldoen. -Dit is nader uitgewerkt in de Regeling van de Minister van BuZa van 12 december 2003, nr. DJZ/BR-1003/2003 tot vaststelling van de tarieven voor consulaire dienstverlening (Regeling op de consulaire tarieven), zoals laatstelijk gewijzigd bij besluit van 29 mei 2007, nr. DJZ/BR/0201/2007, waarin nader is bepaald dat voor de aanvraag of wijziging van een visum dan wel verlenging van de geldigheidsduur van een visum kosten in rekening worden gebracht. +De kosten voor nationale visa zijn nader uitgewerkt in de Regeling van de Minister van BuZa van 12 december 2003, nr. DJZ/BR-1003/2003 tot vaststelling van de tarieven voor consulaire dienstverlening (Regeling op de consulaire tarieven), zoals laatstelijk gewijzigd bij besluit van 7 januari 2011, nr. DJZ/BR/0734-2010 (Staatscourant 2011 nr. 597 d.d. 14 januari 2011 ). -Indien aan de vreemdeling bij één gelegenheid verschillende visumfaciliteiten worden verleend, dan wordt éénmaal (het hoogste bedrag) geheven. - -De ZHP maakt de geheven visumgelden in verband met het verlengen en wijzigen van visa voor in de regio Rotterdam-Rijnmond verblijvende zeelieden ten minste éénmaal per maand over op de rekening van de IND. Het totaalbedrag van elke storting of overschrijving wordt aan de IND gespecificeerd verantwoord. +De ZHP maakt de geheven visumgelden in verband met het verlengen en wijzigen van visa voor in de regio Rotterdam-Rijnmond verblijvende zeelieden tenminste éénmaal per maand over op de rekening van de IND. Het totaalbedrag van elke storting of overschrijving wordt aan de IND gespecificeerd verantwoord. De (overige) door de KMar en de ZHP aan de grens geheven visumgelden worden wekelijks, vergezeld van een gespecificeerde verantwoording, overgemaakt op de rekening van het ministerie van BuZa. +In artikel 16 Visumcode is een aantal categorieën vreemdelingen vrijgesteld van visumleges. Dit betreft onder andere kinderen jonger dan 6 jaar. Daarnaast biedt het artikel aan lidstaten de mogelijkheid om andere categorieën vrij te stellen van de betaling van leges. + +Ook in visumfacilitatieovereenkomsten kunnen uitzonderingen worden gemaakt op de plicht om leges te betalen. Deze uitzonderingen kunnen bestaan uit zowel een lager legesbedrag of een volledige uitzondering voor bepaalde categorieën personen. + Visa worden op grond van artikel 3 Rijksbesluit op de consulaire tarieven kosteloos verleend aan de vreemdeling die houder is van een diplomatiek paspoort. -Daarnaast zijn vrijgesteld van kosten de in artikel 8.7, tweede, derde en vierde lid, Vw bedoelde familieleden van een onderdaan van de EU, de EER of Zwitserland die zijn recht op vrij verkeer uitoefent (zie hoofdstuk VII, § 4 en BNL-kader, GVI). +Daarnaast zijn vrijgesteld van kosten de in artikel 8.7, tweede, derde en vierde lid, Vw bedoelde familieleden van een onderdaan van de EU, de EER of Zwitserland die zijn recht op vrij verkeer uitoefent. -Voorts kan de Minister van BuZa in andere gevallen waarin overwegingen van internationale hoffelijkheid of reciprociteit besluiten om visa kosteloos te verstrekken (zie artikel 3 Rijksbesluit op de consulaire tarieven). In de visumfacilitatieovereenkomst tussen de EU en Rusland is op basis van reciprociteit vastgelegd dat bepaalde categorieën personen zijn vrijgesteld van de plicht om leges te betalen voor visa. +Voorts kan de Minister van BuZa in andere gevallen waarin overwegingen van internationale hoffelijkheid of reciprociteit besluiten om visa kosteloos te verstrekken (zie artikel 3 Rijksbesluit op de consulaire tarieven). -Indien het visum kosteloos is verstrekt, wordt een eventuele wijziging of verlenging van het visum eveneens kosteloos verleend. +Terugkeervisa worden op grond van artikel 3a, eerste lid, Regeling op de consulaire tarieven kosteloos afgegeven aan vreemdelingen op wie de Wet betreffende de positie van Molukkers van toepassing is, op grond waarvan zij voor terugkeer naar Nederland geen visum behoeven. Verder geldt ingevolge art 3a, vierde lid onder b, Regeling op de consulaire tarieven een verlaagd tarief voor Turkse onderdanen, als bedoeld in artikel 1, onderdeel s, onder 6°. Het betreft hier Turkse onderdanen, die rechten kunnen ontlenen aan de Associatieovereenkomst EG-Turkije. -Terugkeervisa worden op grond van artikel 3a, eerste lid, Regeling op de consulaire tarieven kosteloos afgegeven aan vreemdelingen op wie de Wet betreffende de positie van Molukkers van toepassing is, op grond waarvan zij voor terugkeer naar Nederland geen visum behoeven. +##### 4.3.6. Wijziging van visa -##### 4.3.6. Wijziging en verlenging van visa +Onder wijziging van een visum wordt begrepen: -Het verblijf op basis van een visum kan in geen geval de termijn van drie maanden overschrijden. Ook bij wijziging of verlenging is die maximale termijn van drie maanden relevant, dat wil zeggen de duur van het oorspronkelijke visum met inbegrip van de verlenging. Dit is alleen anders bij een nationale verlenging (zie hieronder). Zie voor nadere bepalingen omtrent wijziging en verlenging hoofdstuk I, § 2.6, BNL-kader en BNL-bijlage II en III, GVI. +a. het omzetten van een enkelvoudig visum in een meervoudig visum; +b. het verlengen van de geldigheidsduur van een visum (art 33 Visumcode); -Voor de in te vullen aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum, wordt verwezen naar model M5-A. Voor de beschikking waarmee een dergelijke aanvraag wordt afgewezen, wordt verwezen naar model M5-C. +###### 4.3.6.1. Omzetten enkelvoudig visum in een meervoudig visum -###### 4.3.6.1. Wijziging - -Een reisvisum dat is afgegeven door één van de Schengenstaten voor één binnenkomst kan, indien zich nieuwe feiten en omstandigheden voordoen, bij wijze van uitzondering voor bepaalde categorieën van personen en onder bepaalde voorwaarden worden omgezet naar een reisvisum voor meer binnenkomsten. De Visadienst zet deze reisvisa om. Het omzetten van visa voor in de regio Rotterdam-Rijnmond verblijvende zeelieden geschiedt door de ZHP. +Een visum dat is afgegeven door één van de Schengenlidstaten voor één binnenkomst kan, indien zich nieuwe feiten en omstandigheden voordoen, bij wijze van uitzondering worden omgezet naar een visum voor meer binnenkomsten. De Visadienst zet deze visa om. Het omzetten van visa voor in de regio Rotterdam-Rijnmond verblijvende zeelieden geschiedt door de ZHP. Bij het omzetten wordt terughoudendheid betracht, aangezien de integriteit en betrouwbaarheid van de aanvrager in principe slechts in het land van herkomst afdoende kan worden getoetst. Het omzetten naar een meervoudig visum kan worden gezien als een verlenging van de geldigheidsduur: het maakt de facto een langer verblijf in het Schengengebied mogelijk dan indien het visum niet zou worden omgezet. -De aanvraag van het omzetten van enkelvoudige naar meervoudige visa ziet dan ook in het bijzonder op overmacht, humanitaire, ernstige beroepsmatige of persoonlijke redenen (zie Besluit van het Uitvoerend Comité van 14 december 1993 betreffende de Verlenging van het Eenvormig Visum). +De aanvraag van het omzetten van enkelvoudige naar meervoudige visa ziet in het bijzonder op overmacht, humanitaire, ernstige beroepsmatige of persoonlijke redenen. Bij de beoordeling van de aanvraag voor het omzetten naar een meervoudig reisvisum wordt allereerst de noodzaak van de omzetting getoetst: a. de vreemdeling maakt voldoende aannemelijk dat het bij de aanvraag van het enkelvoudige visum niet reeds in rede lag een meervoudig visum aan te vragen; b. de vreemdeling toont aan dat er sprake is van overmacht, van onvoorziene en ernstige beroepsmatige of persoonlijke redenen. -Daarbij is het van belang dat de vreemdeling in de laatste zes maanden niet reeds langer dan drie maanden in het Schengengebied heeft verbleven (zie GVI, hoofdstuk II, § 2, punt 2.1.3). +Daarbij is het van belang dat de vreemdeling in de laatste zes maanden niet reeds langer dan drie maanden in het Schengengebied heeft verbleven. Vervolgens worden de bijzondere redenen getoetst die worden aangevoerd voor het omzetten naar een visum voor meer binnenkomsten. Hiervan is sprake indien de aanvrager aantoont aan dat hij om bijzondere redenen belang heeft bij de mogelijkheid meer dan een keer het Schengengebied binnen te reizen en de aangevoerde redenen, die kunnen zijn gelegen in de zakelijke of persoonlijke omstandigheden, van voldoende zwaarwegende aard zijn. Tenslotte worden bij de omzetting de overige voorwaarden voor de afgifte van een visum (nogmaals) getoetst: -a. d e vreemdeling voldoet aan de toelatingsvoorwaarden zoals gesteld in artikel 5, lid 1, onder a, c, d en e, SGC; +a. de vreemdeling voldoet aan de toelatingsvoorwaarden zoals gesteld in artikel 5, lid 1, onder a, c, d en e, SGC; b. de vreemdeling beschikt over een geldige ziektekostenverzekering; c. de vreemdeling heeft het voornemen werkelijk naar het land van herkomst terug te keren; en d. heeft een gewaarborgde toelating in een ander land. Het gevolg van een omzetting mag niet zijn dat, meer dan op grond van de aangevoerde omstandigheid noodzakelijk wordt geacht, gebruik kan worden gemaakt van meervoudige binnenkomsten en van de initieel toegekende vrije termijn. -Het gevolg van een omzetting mag evenmin zijn dat de duur aangegeven in initieel visum wordt overschreden of bij de herhaalde binnenkomst meer dan drie maanden per zes maanden in het Schengengebied wordt verbleven (zie artikel 11, eerste lid, onder a, SUO). +Het gevolg van een omzetting mag evenmin zijn dat de duur aangegeven in initieel visum wordt overschreden of bij de herhaalde binnenkomst meer dan drie maanden per zes maanden in het Schengengebied wordt verbleven. Het gevolg van een omzetting mag in ieder geval niet zijn dat het visum voor een oneigenlijk doel wordt gebruikt. Indien een reisvisum voor meer reizen geldig gemaakt wordt, wordt in het reisdocument van de vreemdeling een nieuw Schengenvisumsticker aangebracht. Indien de vreemdeling houder is van een visumverklaring, wordt de visumsticker op een afzonderlijk vel papier aangebracht. -Aan houders van een doorreisvisum wordt na het verstrijken van de geldigheidsduur van het visum in beginsel geen verder verblijf toegestaan. Indien de Visadienst, de ZHP of de KMar echter van mening is dat er bijzondere redenen zijn om aan de houder van een doorreisvisum verder verblijf in de vrije termijn toe te staan, wordt het doorreisvisum omgezet in een reisvisum. In dat geval wordt gebruik gemaakt van een Schengenvisumsticker. - -De visumautoriteit die een visum wijzigt, informeert de diplomatieke vertegenwoordiging die het visum heeft afgegeven. - -Voor zover het een door een andere Schengenstaat afgegeven visum betreft, stelt de visumautoriteit in beginsel binnen 72 uur de centrale autoriteiten van de Schengenstaat die het visum heeft afgegeven in kennis van de wijziging. - ###### 4.3.6.2. Verlenging van geldigheidsduur -In bepaalde gevallen en onder bepaalde voorwaarden kunnen door één van de Schengenstaten afgegeven visa worden verlengd door de Visadienst. Het verlengen van visa voor in de regio Rotterdam-Rijnmond verblijvende zeelieden geschiedt bij de doorlaatpost Rotterdam-Havens door de ZHP. Voor zover het een door een andere Schengenstaat afgegeven visum betreft, stelt de Visadienst in beginsel binnen 72 uur de centrale autoriteiten van de Schengenstaat dat het visum heeft afgegeven in kennis van de verlenging. +In artikel 33 Visumcode is bepaald in welke gevallen de geldigheidsduur van en/of de duur van het verblijf van een afgegeven visum kan worden verlengd. Dit is mogelijk in gevallen van overmacht of humanitaire redenen en vanwege zwaarwegende persoonlijke redenen. Wanneer een visum wordt verlengd vanwege overmacht of humanitaire redenen, gebeurt dit kosteloos. Wanneer een visum wordt verlengd vanwege zwaarwegende persoonlijke redenen kost dit 30 euro. -De geldigheidsduur kan worden verlengd indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: +Het verblijf op basis van een Schengenvisum kan in geen geval de termijn van drie maanden overschrijden. Ook bij verlenging is die maximale termijn van drie maanden relevant, dat wil zeggen de duur van het oorspronkelijke visum met inbegrip van de verlenging. Dit is alleen anders bij een nationale verlenging (zie hieronder). Voor de in te vullen aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum, wordt verwezen naar model M5-A. Voor de beschikking waarmee een dergelijke aanvraag wordt afgewezen, wordt verwezen naar model M5-C. -• De vreemdeling voldoet aan de in artikel 12, eerste lid, Vw genoemde voorwaarden; -• De vreemdeling kan aantonen dat hij er om bijzondere redenen belang bij heeft langer in het Schengengebied te verblijven dan de duur waarvoor het oorspronkelijke visum geldig was. Zulke bijzondere omstandigheden kunnen bijvoorbeeld gelegen zijn in onvoorziene wijziging in de omstandigheden sinds de binnenkomst. Een aanvraag tot visumverlenging moet voldoende gemotiveerd zijn en in het bijzonder gebaseerd zijn op overmacht, humanitaire, ernstige beroepsmatige of persoonlijke redenen. Het gevolg van een verlenging mag in ieder geval niet zijn dat het visum voor een oneigenlijk doel wordt gebruikt; -• De duur van de visumverlenging en de duur waarvoor het oorspronkelijke visum verblijf toestond, mogen samen niet meer dan drie maanden bedragen. Binnen Schengen is een verdergaande verlenging van het eenvormige visum niet mogelijk; -• Toelating van de vreemdeling in een ander land moet zijn gewaarborgd; -• Er moet een reisbiljet voorhanden zijn dat geldig is voor de reis naar een land waar toelating van de vreemdeling is gewaarborgd; dit reisbiljet kan zo nodig tot aan het vertrek van de vreemdeling worden ingehouden; -• De reeds bij afgifte van het visum voor kort verblijf afgesloten ziektekostenverzekering moet zijn verlengd; en -• Tussen de datum tot welke het visum verlengd wordt en de uiterste datum waarop toelating van de vreemdeling in een ander land is gewaarborgd moet een termijn van ten minste drie maanden liggen. Bij de bepaling van deze termijn moet niet alleen gelet worden op de geldigheidsduur van het paspoort, maar ook op de in dat reisdocument eventueel gestelde visa voor terugkeer naar het land van herkomst of doorreis door derde landen. +Verlenging van een visum dient achterwege te blijven in geval de vreemdeling niet (of niet meer) voldoet of zal kunnen voldoen aan de voorwaarden voor verblijf in de vrije termijn (zie artikel 12, eerste lid, Vw). Een visumverlenging mag nimmer leiden tot oneigenlijk gebruik van het visum. -In geval van een nationale verlenging van de geldigheidsduur van het visum, waarbij de geldigheid van het visum wordt beperkt tot de Benelux, kan de geldigheidsduur van een visum, indien zeer bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, nog eens worden verlengd met maximaal negentig dagen (zie artikel 11, tweede lid, SUO). De duur van het eerste oorspronkelijke visum (inclusief de eventuele eerdere verlenging voor het gehele Schengengebied) en de nationale verlenging mogen samen niet meer dan zes maanden bedragen. Deze zeer bijzondere omstandigheden moeten in ieder geval gebaseerd zijn op overmacht of op strikt humanitaire redenen. +De Visadienst is de bevoegde autoriteit om over te gaan tot het verlengen van door één van de Schengenlidstaten afgegeven visa. Verlenging van visa geschiedt bij de IND-loketten. + +Het verlengen van visa voor in de regio Rotterdam-Rijnmond verblijvende zeelieden geschiedt bij de doorlaatpost Rotterdam-Havens door de ZHP. + +In geval van een nationale verlenging van de geldigheidsduur van het visum, waarbij de geldigheid van het visum wordt beperkt tot de Benelux, kan de geldigheidsduur van een visum, indien zeer bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, nog eens worden verlengd met maximaal negentig dagen(artikel 25 Visumcode). De duur van het eerste oorspronkelijke visum (inclusief de eventuele eerdere verlenging voor het gehele Schengengebied) en de nationale verlenging mogen samen niet meer dan zes maanden bedragen. Deze zeer bijzondere omstandigheden moeten in ieder geval gebaseerd zijn op overmacht of op strikt humanitaire redenen. Ook het wezenlijk Nederlands belang kan aanleiding vormen om tot een nationale verlenging van de geldigheidsduur van een visum over te gaan. Het betreft hier zeer bijzondere gevallen waarbij nationale belangen, zoals bijvoorbeeld het internationaal aanzien van Nederland, economische en/of culturele belangen, in het geding zijn. @@ -988,28 +956,31 @@ In geval van visumverlenging wordt in het reisdocument van de vreemdeling een Sc • Houders van een geprivilegieerdendocument afgegeven door het ministerie van BuZa; de geldigheidsduur van het visum van deze personen hoeft niet te worden verlengd. • Houders van een diplomatiek paspoort die niet in het bezit zijn van een door het ministerie van Buza afgegeven geprivilegieerdendocument: verlenging van de geldigheidsduur van het visum geschiedt door de directie Kabinet en Protocol van het ministerie van BuZa. +• Surinaamse onderdanen die op medische indicatie voor een behandeling in Nederland zijn en voor dit doel ook in het bezit waren gesteld van een visum en waarvan het visum op nationale gronden is verlengd tot zes maanden kunnen in aanmerking komen voor voortzetting van het verblijf als voortzetting van de behandeling in Nederland medisch noodzakelijk is, zie B11/16.2 Vc. -##### 4.3.7. Intrekking van visa +##### 4.3.7. Nietigverklaring en intrekking van visa -Indien de Korpschef constateert dat de houder van een nog geldig visum niet of niet meer aan de voorwaarden van artikel 12 Vw voldoet, moeten maatregelen getroffen worden ten behoeve van de verwijdering van de vreemdeling in kwestie. +In artikel 34 Visumcode zijn de regels met betrekking tot nietigverklaring en intrekking van visa neergelegd. -De Korpschef dient hiertoe contact op te nemen met de Visadienst in verband met de intrekking van het visum. Indien het visum wordt ingetrokken, komt daarmee de resterende geldigheidsduur van het visum te vervallen (zie ook hoofdstuk I, § 2.7, BNL-kader en BNL-bijlage III). +Een visum wordt nietig verklaard indien blijkt dat op het moment van afgifte niet aan de afgiftevoorwaarden voldaan was, met name indien er ernstige redenen bestaan om aan te nemen dat het visum op onrechtmatige wijze is verkregen. Een visum wordt in beginsel nietig verklaard door de bevoegde autoriteiten die het heeft afgegeven. Een visum kan door de bevoegde autoriteiten van een andere lidstaat nietig worden verklaard; in dat geval worden de autoriteiten van de lidstaat die het visum heeft afgegeven van de nietigverklaring in kennis gesteld (zie artikel 34, eerste lid, Visumcode). -De intrekking geschiedt door, bij voorkeur met rode inkt, op het visum de volgende vermelding aan te brengen: +Een visum wordt ingetrokken indien blijkt dat niet langer aan de afgiftevoorwaarden wordt voldaan. Een visum wordt in beginsel ingetrokken door de bevoegde autoriteiten die het heeft afgegeven. Een visum kan door de bevoegde autoriteiten van een andere lidstaat worden ingetrokken; in dat geval worden de autoriteiten van de lidstaat die het visum heeft afgegeven van de intrekking in kennis gesteld (zie artikel 34, tweede lid, Visumcode). -“INGETROKKEN op ……. (datum), omdat niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 12 Vw.” +In Nederland zijn de Korpschef (Vreemdelingenpolitie), de KMar en de ZHP bevoegd om visa nietig te verklaren en in te trekken. Alvorens een visum in te trekken of nietig te verklaren, dient in beginsel contact te worden opgenomen met de IND. -Deze aantekening moet worden voorzien van een dienststempel en een paraaf van de desbetreffende ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen. De vreemdeling wordt aangezegd om Nederland onmiddellijk te verlaten. - -Bij verwijdering van de vreemdeling die houder is van een visumverklaring moet deze verklaring worden ingehouden en worden toegezonden aan de Visadienst. - -Voor zover het een door een andere Schengenstaat afgegeven visum betreft, stelt de Visadienst in beginsel binnen 72 uur de centrale autoriteiten van de Schengenstaat dat het visum heeft afgegeven in kennis van de intrekking. - -Intrekking van een visum dient te worden onderscheiden van annulering (zie daarvoor A2/4.3.8.4). +De beslissing tot nietigverklaring of intrekking van een visum en de gronden waarop deze is gebaseerd, wordt aan de aanvrager kenbaar gemaakt door middel van een standaardformulier (bijlage VI Visumcode).De wijze waarop de beslissing tot nietigverklaring of intrekking zichtbaar gemaakt wordt in het paspoort is vastgelegd in het Praktisch Handboek bij de Visumcode. ##### 4.3.8. Visumfaciliteiten aan de grens -Ook aan de grens worden onder voorwaarden reis- en doorreisvisa afgegeven. Bevoegd inzake visumafgifte aan de grens zijn de ambtenaren belast met grensbewaking. +Ook aan de grens kan in uitzonderlijke gevallen een visum worden afgegeven (zie artikel 35 Visumcode). Voorts kan aan transiterende zeevarenden aan de grens onder bepaalde voorwaarden visa worden afgegeven (zie artikel 36 Visumcode). Bevoegd inzake visumafgifte aan de grens zijn de ambtenaren belast met grensbewaking. + +De belangrijkste voorwaarde voor verlening van een visum aan de grens is de voorwaarde dat de aanvrager niet op voorhand in de gelegenheid is geweest om een visum aan te vragen. Op verzoek dient betrokkene dit met bewijsstukken te staven. + +Een aan de buitengrens afgegeven visum is een eenvormig visum dat de houder het recht geeft op een verblijf van ten hoogste vijftien dagen, naargelang het doel en de omstandigheden van het voorgenomen verblijf. Voor een doorreis komt de duur van het toegestane verblijf overeen met de tijd die voor doorreis is vereist (zie artikel 35, derde lid, Visumcode). + +Ingevolge artikel 35, vijfde lid, Visumcode kan aan onderdanen van een land waarvoor voorafgaande raadpleging dient plaats te vinden in beginsel geen visum worden afgegeven. Wanneer dit in bijzondere gevallen toch gebeurt, dient een territoriaal beperkt visum te worden verleend. In die gevallen dienen de betrokken Schengenlidstaten, overeenkomstig artikel 25, vierde lid, Visumcode, te worden ingelicht. + +Tevens dient opgave te worden gedaan van de visumstickers die zijn vervallen als gevolg van verschrijvingen of die anderszins onbruikbaar zijn geworden. Bedoelde stickers mogen niet worden vernietigd. Ten aanzien van stickers die onverhoopt toch worden vernietigd, bijvoorbeeld door storingen bij het printen, wordt een proces-verbaal opgemaakt en wordt verslag uitgebracht aan het ministerie van Buza. ###### 4.3.8.1. Soorten visa @@ -1021,31 +992,19 @@ Aan de grens kunnen (in individuele of collectieve vorm) onder bepaalde voorwaar ###### 4.3.8.2. Voorwaarden verlening van visa aan de grens -De voorwaarden voor verlening van een visum aan de grens zijn opgenomen in artikel 1 van Verordening 415/2003 (zie ook BNL-bijlage I GVI). De belangrijkste voorwaarde hierbij is dat de vreemdeling kan aantonen dat door onvoorziene en dringende redenen hij niet in de gelegenheid is geweest een visum aan te vragen voorafgaand aan zijn komst naar de betreffende Schengenstaat. Overigens kan dit niet worden tegengeworpen aan familieleden van EU, EER of Zwitserse onderdanen die vallen onder het Gemeenschapsrecht inzake vrij verkeer van personen. - -Zie voor de visumafgifte aan de grens aan zeelieden Verordening Nr. 415/2003 en hoofdstuk V, § 4, BNL-kader, GVI. +20111749630-09-201123-09-2011WBV2011/1120111749630-09-201123-09-2011WBV2011/1101-10-2011 ###### 4.3.8.3. Praktische handelingen -Invulling van visa mag alleen plaatsvinden met gebruikmaking van speciale pennen, die voorzien zijn van onuitwisbare inkt. Indien de betreffende grensdoorlaatpost is geautomatiseerd, vindt afgifte plaats met behulp van speciale visumprinters. De visumsticker dient eerst volledig te worden ingevuld, alvorens zij in het betreffende document mag worden aangebracht. Voor wat betreft de invulling van de visumsticker zie hoofdstuk VI GVI. - -Het aanbrengen van wijzigingen in visumstickers is niet toegestaan (zie ook hoofdstuk VI, § 5.2, GVI). Indien er aanleiding bestaat om een doorreisvisum in een reisvisum om te zetten, betekent dit, dat het aanwezige visum dient te worden geannuleerd (zie A2/4.3.8.4) en een nieuw visum dient te worden afgegeven. - -Indien de houder van een visum bij binnenkomst niet beschikt over voldoende bestaansmiddelen voor de gehele periode waarvoor zijn visum geldig is of wanneer de datum van terugreis van zijn retourpassagebiljet valt voor de datum van afloop van de geldigheidsduur van het visum, dient de geldigheidsduur van zijn visum aangepast te worden aan hetzij de voor handen zijnde bestaansmiddelen hetzij de datum van de terugvlucht. - -Voor de in te vullen aanvraag om wijziging van de geldigheidsduur van een visum wordt verwezen naar model M5-A. Voor de beschikking waarmee een dergelijke aanvraag wordt afgewezen wordt verwezen naar model M5-C. - -Voor de wijziging van de geldigheidsduur dient vooraf toestemming te worden verleend door de Visadienst. Voorzover het een door een andere Schengenstaat afgegeven visum betreft, stelt de Visadienst in beginsel binnen 72 uur de centrale autoriteiten van de Schengenstaat dat het visum heeft afgegeven in kennis van de wijziging. +20111749630-09-201123-09-2011WBV2011/1120111749630-09-201123-09-2011WBV2011/1101-10-2011 ###### 4.3.8.4. Annulering van visa -Indien een vreemdeling nog geen toegang tot het Schengengebied heeft verkregen, kan het visum worden geannuleerd. Annulering kan alleen aan de grens geschieden en dient te geschieden door de ambtenaar belast met de grensbewaking. De annulering werkt terug tot en met het tijdstip van de verlening (zie bijlage 14 GVI en BNL-bijlage III GVI). +20111749630-09-201123-09-2011WBV2011/1120111749630-09-201123-09-2011WBV2011/1101-10-2011 ###### 4.3.8.5. Registratie en informatie -Indien een territoriaal beperkt visum aan de grens wordt verleend – in gevallen waarin raadpleging vereist was – dienen de betrokken Schengenstaten onverwijld te worden ingelicht. De Visadienst dient dan ook zo spoedig mogelijk in kennis te worden gesteld van alle aan de grens afgegeven visa. - -Tevens dient opgave te worden gedaan van de visumstickers die zijn vervallen als gevolg van verschrijvingen of die anderszins onbruikbaar zijn geworden. Bedoelde stickers mogen niet worden vernietigd. Ten aanzien van stickers die onverhoopt toch worden vernietigd, bijvoorbeeld door storingen bij het printen, wordt een proces-verbaal opgemaakt en wordt verslag uitgebracht aan het ministerie van Buza. +20111749630-09-201123-09-2011WBV2011/1120111749630-09-201123-09-2011WBV2011/1101-10-2011 #### 4.4. Vrije termijn @@ -1116,16 +1075,14 @@ De termijn van drie maanden wordt berekend door op de datum van inreis in Nederl Categorieën van vreemdelingen: duur vrije termijn niet-visumplichtigen: drie maanden (zie artikel 3.3, eerste lid, aanhef, onder c en d, Vb); -• visumplichtigen (C-visum): voor de duur aangegeven in het visum; +• visumplichtigen (C-visum): voor de duur aangegeven in het visum (ten hoogste drie maanden); • houders van een luchthaventransitvisum (A-visum): geen; -• houders van een doorreisvisum met recht van oponthoud (B-visum): voor de duur aangegeven in het visum (ten hoogste vijf dagen. Zie artikel 3.3, eerste lid, aanhef en onder b, Vb); -• houders van een reisvisum: voor de duur aangegeven in het visum (ten hoogste drie maanden. Zie artikel 3.3, eerste lid, aanhef en onder b, Vb); -• houders van een reisvisum geldig voor meerdere reizen: voor de duur aangegeven in het visum waarbij voor elke binnenkomst geldt dat deze ten hoogste drie maanden per zes maanden bedraagt (zie artikel 11, eerste lid, onder a, SUO); +• houders van een visum geldig voor meerdere reizen: voor de duur aangegeven in het visum waarbij voor elke binnenkomst geldt dat deze ten hoogste drie maanden per zes maanden bedraagt (zie artikel 2, tweede lid, Visumcode; • houders van een bijzonder doorlaatbewijs: voor de duur aangegeven in het bewijs (zie model M6). -Zie voor de geldigheidsduur van visa A2/4.3. +Zie voor de geldigheidsduur van visa A2/4.3.3.1 -Op grond van artikel 3.3, eerste lid, onder c, Vb kan de vrije termijn van niet-visumplichtige vreemdelingen in geval van bijzondere omstandigheden worden verlengd tot zes maanden. De Minister voor I&A is hiertoe bevoegd. Hierbij kan worden gedacht aan situaties van overmacht, zoals ernstige ziekte van familieleden of van de vreemdeling zelf of een zeer gewichtige zakelijk belang, waardoor een verblijf ná de drie maanden van de vrije termijn gewenst is. Ook op grond van het criterium wezenlijk Nederlands belang, zoals dat bij verlenging van de geldigheidsduur van visa staat beschreven (zie A2/4.3.6.2), kan tot verlenging van de vrije termijn tot zes maanden worden overgegaan. +Op grond van artikel 3.3, derde lid, Vb kan de vrije termijn van niet-visumplichtige vreemdelingen in geval van bijzondere omstandigheden worden verlengd tot zes maanden. De Minister voor I&A is hiertoe bevoegd. Hierbij kan worden gedacht aan situaties van overmacht, zoals ernstige ziekte van familieleden of van de vreemdeling zelf of een zeer gewichtige zakelijk belang, waardoor een verblijf ná de drie maanden van de vrije termijn gewenst is. Ook op grond van het criterium wezenlijk Nederlands belang, zoals dat bij verlenging van de geldigheidsduur van visa staat beschreven (zie A2/4.3.6.2), kan tot verlenging van de vrije termijn tot zes maanden worden overgegaan. Om deze verlenging van de vrije termijn zichtbaar te maken wordt gebruik gemaakt van de sticker verblijfsaantekening algemeen, die in het paspoort wordt aangebracht. Voor deze verlenging van de vrije termijn worden geen kosten in rekening gebracht. @@ -1347,7 +1304,6 @@ Voor onderdanen van de Benelux-landen alsmede onderdanen van de EU, de EER en Zw • het EG-verdrag en het EU-Verdrag en de daaruit voortvloeiende verordeningen en Richtlijnen; • de EER-overeenkomst; • de Overeenkomst EG-Zwitserland; -• de GVI | Land | EU | Schengen | EER | | --- | --- | --- | --- | @@ -1385,9 +1341,7 @@ Voor onderdanen van de Benelux-landen alsmede onderdanen van de EU, de EER en Zw Het toepassingsgebied van het EU-Verdrag betreft de in Europa gelegen grondgebieden van de lidstaten van EU en de EER landen. -*Bijzondere bepalingen met betrekking tot het toepassingsgebied van het EU-Verdrag:* - -• voor Nederland betekent dit dat de toepassing zich niet uitstrekt tot het grondgebied van Aruba en de Nederlandse Antillen; +• voor Nederland betekent dit dat de toepassing zich niet uitstrekt tot het grondgebied van de Caribische gebiedsdelen van het Koninkrijk der Nederlanden (Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba ); • voor wat Frankrijk betreft betekent dit dat de toepassing zich uitstrekt tot de zogeheten Franse overzeese departementen Martinique, Guadeloupe, Frans-Guyana en Réunion, in zoverre dat Franse ingezetenen van die departementen op grond van desbetreffende beschikking van de Raad van de EU kunnen deelnemen aan het vrij verkeer van personen en diensten; • voor wat Denemarken betreft betekent dit dat de toepassing zich niet uitstrekt tot de Faeröer. De Deense onderdanen die daar woonachtig zijn, worden niet als onderdanen van een lidstaat beschouwd; • voor wat het Verenigd Koninkrijk betreft zijn de communautaire bepalingen betreffende het vrije verkeer van personen en diensten niet van toepassing op de onderdanen van de Kanaaleilanden en van het eiland Man. Voor het vrij verkeer van personen en diensten wordt met een Brits onderdaan (‘British citizen’) gelijkgesteld een ‘British subject’ met aantekening in het paspoort: ‘holder has the right of abode in the United Kingdom’ of ‘holder is defined as an United Kingdom national for community purposes’. @@ -1400,8 +1354,22 @@ Artikel 8.7 Vb geeft aan welke vreemdelingen onder welke omstandigheden onder de Voor de onderdanen van de EU, de EER en Zwitserland, alsmede voor de familieleden als bedoeld in artikel 8.7, tweede, derde en vierde lid, Vb, gelden in beginsel de in de artikelen 4 Vw en 4.4, 4.6 en 4.8 tot en met 4.16 Vb genoemde algemene verplichtingen in verband met grenscontrole. Zij kunnen bij passage van de buitengrens in beginsel (enkel) aan een minimumcontrole worden onderworpen (zie A2/5.2.1). +Voor wat betreft het vereiste om te beschikken over een geldig document voor grensoverschrijding geldt voor onderdanen van de EU, de EER en Zwitserland dat naast een geldig nationaal paspoort ook een geldige identiteitskaart volstaat. + +Het familielid dat onderdaan is van een derde land dient echter, indien er sprake is van een visumplichtige nationaliteit, in beginsel te beschikken over een geldig nationaal paspoort dat is voorzien van een visum (zie A2/4.3.1 voor het visumvereiste). Zoals is aangegeven in A2/4.3.1, zijn (visumplichtige) familieleden als bedoeld in artikel 8.7, tweede, derde en vierde lid, Vb vrijgesteld van de visumplicht als zij in het bezit zijn van een geldige verblijfskaart met de aantekening ‘familielid van een burger van de Unie’, afgegeven door één van de landen van de EU, de EER of Zwitserland, en samenreizen met of zich voegen bij de betreffende EU-onderdaan. + Ten aanzien van bepaalde categorieën familie- en gezinsleden van onderdanen van de EU, de EER en Zwitserland, als bedoeld in artikel 8.7, tweede, derde en vierde lid, Vb, die ingevolge Verordening 539/2001 visumplichtig zijn, gelden – voor zover zij (nog) niet in het bezit zijn gesteld van een verblijfskaart met de aantekening ‘familielid van een burger van de Unie’ – gunstigere regels met betrekking tot de aanvraag en afgifte van visa. Ongeacht de beoogde verblijfsduur kan voor inreis worden volstaan met een (Schengen)visum kort verblijf. Het familielid hoeft bovendien niet te voldoen aan de criteria voor visumverlening die zien op de tijdige terugkeer naar het land van herkomst en hoeft ook niet te beschikken over voldoende middelen van bestaan (zie A2/4.3.3.1). Om die redenen is het familielid of gezinslid vrijgesteld van het beantwoorden van vragen op het visum-aanvraagformulier met betrekking tot die criteria. Bovendien dient het visum versneld en kosteloos te worden verstrekt. +Ten aanzien van de kring van familieleden en gezinsleden, voor wie de gunstigere regels gelden, wordt verwezen naar artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid Vb. Het gaat hier uitsluitend om bepaalde familieleden of gezinsleden van een onderdaan van de EU, de EER of Zwitserland, welke onderdaan gebruik maakt van zijn recht op vrij verkeer. De onderdaan van de EU, de EER of Zwitserland dient zich te begeven naar of te verblijven in een andere lidstaat dan die waarvan hij de nationaliteit bezit en het familielid of gezinslid dient deze onderdaan te begeleiden of zich bij hem te voegen. + +Om in aanmerking te komen voor de toepassing van de gunstigere regels met betrekking tot de aanvraag en afgifte van visa dient de visumplichtige vreemdeling met objectieve bewijzen aan te tonen dat hij familielid of gezinslid is van een onderdaan van de EU, de EER of Zwitserland, als bedoeld in artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid, Vb. Indien de familierechtelijke relatie als bedoeld in artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid Vb niet overtuigend kan worden aangetoond geldt het reguliere visumbeleid (zie A2/4.2.3). + +Een visumplichtige ongehuwde partner (niet zijnde een geregistreerde partner) van een onderdaan van de EU, de EER en Zwitserland dient aan te tonen dat hij een duurzame relatie met een burger van de Unie heeft in de zin van artikel 8.7, vierde lid, Vb om als begunstigde te worden aangemerkt. De duurzame relatie zal in ieder geval worden aangenomen indien met deugdelijk bewijs kan worden aangetoond dat de ongehuwde partner en de onderdaan van de EU, de EER en Zwitserland die gebruik maakt van zijn recht op vrij verkeer, reeds gedurende een een termijn van zes maanden een gezamenlijke huishouding voeren dan wel (recentelijk) hebben gevoerd of indien uit de relatie een kind is geboren. + +Om aan te tonen dat sprake is of is geweest van het voeren van een gezamenlijke huishouding, oftewel samenwoning, buiten Nederland valt te denken aan het overleggen van een bewijs van inschrijving in een gemeentelijke administratie, huurcontracten of afschriften van rekeningen op beider naam. + +Als bewijs om aan te tonen dat de ongehuwde partners in Nederland samenwonen of recentelijk hebben samengewoond wordt een inschrijving in de GBA op hetzelfde adres verlangd. + In alle gevallen dient het om een (nog immer) bestaande relatie te gaan. Wanneer overtuigend is aangetoond dat de aanvrager een familielid of een gezinslid is in de zin van artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid Vb kan de aanvraag om een visum slechts worden geweigerd: @@ -1435,11 +1403,15 @@ Zoals aangegeven in A2/4.4.1, wordt sedert de implementatie op 29 april 2006 van • beschikt over een geldige identiteitskaart of een geldig paspoort; of • het bewijs van zijn nationaliteit ondubbelzinnig met andere middelen levert. +Een eerste termijn van drie maanden geldt ten aanzien van familieleden als bedoeld in artikel 8.7, tweede, derde en vierde lid, Vb die geen onderdaan zijn van de EU, de EER of Zwitserland, met dien verstande dat dat gezinslid in het bezit moet zijn van een geldig paspoort (zie artikel 8.11, tweede lid, Vb). Andere documenten dan het paspoort worden niet geaccepteerd. + +Overigens, een vreemdeling die niet beschikt over het vereiste document voor grensoverschrijding, kan pas worden uitgezet nadat hem gedurende een redelijke termijn de gelegenheid is gegeven dat document te verkrijgen of op andere wijze vast te stellen of te bewijzen dat hij het recht op vrij verkeer en verblijf geniet (zie artikel 8.8, vierde lid, Vb). + ###### 6.2.2.3. Onderdanen van België en Luxemburg Voor onderdanen van België en Luxemburg geldt in beginsel eveneens hetgeen in A2/6.2.2.2 is gesteld. Voorts geldt voor onderdanen van België en Luxemburg steeds dat ook sinds de inwerkingtreding van de SUO, de bepalingen van de Benelux-overeenkomst van kracht blijven voor zover zij voor de Benelux-onderdanen gunstiger voorwaarden bevatten voor wat betreft grenscontrole, toegang en (lang) verblijf dan het Schengenakkoord aangeeft. -Onderdanen van België en Luxemburg mogen Nederland voor kortere of langere duur binnenkomen, ongeacht het doel van hun verblijf, indien zij in het bezit zijn van een paspoort of identiteitsbewijs (zie bijlage 4 GVI). +Onderdanen van België en Luxemburg mogen Nederland voor kortere of langere duur binnenkomen, ongeacht het doel van hun verblijf, indien zij in het bezit zijn van een paspoort of identiteitsbewijs. Op onderdanen van België en Luxemburg die geen gebruik maken van het recht op vrij verkeer van personen geldt dat artikel 8.8, eerste en tweede lid, VV niet van toepassing zijn. Op deze vreemdelingen is artikel 8.5 Vb van toepassing. Uit dat artikel volgt dat aan deze onderdanen van België en Luxemburg, indien zij het vereiste document van grensoverschrijding bezitten, de toegang tot Nederland alleen kan worden geweigerd als zij een actuele bedreiging voor de openbare orde of nationale veiligheid vormen. Net als bij andere onderdanen van de EU/EER, dient voorafgaand aan toegangsweigering de IND te worden geraadpleegd (zie A2/5.5.1). Indien wordt overgegaan tot toegangsweigering moet een schriftelijke gemotiveerde beschikking worden uitgereikt. Hiervoor kan model M18 worden gebruikt. @@ -1459,9 +1431,7 @@ Op vreemdelingen die in Nederland werkzaamheden verrichten als lid van een diplo De bijzondere status houdt onder meer in dat de maatregelen van uitzetting krachtens de Vw op hen niet kunnen worden toegepast. Hun toegang, toelating en verblijf hier te lande richten zich naar de algemene regelen van volkenrecht. -Houders van diplomatieke, officiële en dienstpaspoorten van de landen vermeld in bijlage 2, overzicht A, GVI zijn vrijgesteld van de visumplicht. - -Wel moeten zij bij grensoverschrijding beschikken over een geldig document voor grensoverschrijding (zie artikel 5, eerste lid, onder a, artikel 19, eerste lid, onder d, en Bijlage VII SGC). +Houders van bepaalde diplomatieke, officiële en dienstpaspoorten zijn vrijgesteld van de visumplicht. Wel moeten zij bij grensoverschrijding beschikken over een geldig document voor grensoverschrijding (zie artikel 5, eerste lid, onder a, artikel 19, eerste lid, onder d, en Bijlage VII SGC). Zoals is aangegeven in A2/5.5.1, dient in het geval het voornemen bestaat om de toegang te weigeren aan een persoon die zich op een bijzondere status beroept, eerst contact op te worden genomen met de IND. @@ -1469,35 +1439,22 @@ Op vreemdelingen die reeds een jaar of meer op grond van artikel 8 Vw rechtmatig Vreemdelingen van deze categorie ontvangen wel een geprivilegieerdendocument afgegeven door het ministerie van BuZa. Daarop komt echter een lettercode voor, met een verklaring waaruit bovengenoemde, niet-bijzondere status blijkt: -bij ambassades: - -AD Het hoofd van de diplomatieke vertegenwoordiging, het diplomatiek personeel en hun gezinsleden; - -BD Leden van het administratief en technisch personeel en hun gezinsleden; - -ED Leden van het bedienend personeel en hun gezinsleden; - -PD Particuliere bediendes. - -bij Consulaten: - -AC Consul, Generaal Consul, Vice Consul en Consulaire Agenten en hun gezinsleden; - -BC Leden van het administratief en technisch personeel en hun gezinsleden; - -EC Leden van het bedienend personeel en hun gezinsleden; - -PC Particuliere bediendes. - -bij internationale organisaties: - -AO Personeelsleden met diplomatieke of vergelijkbare status en hun gezinsleden; - -BO Leden van het administratief en technisch personeel en hun gezinsleden; - -EO Leden van het bedienend personeel en hun gezinsleden; - -PO Particuliere bediendes of huishoudelijke hulp (met de toevoeging ZF). +| bij ambassades: | | +| --- | --- | +| AD | Het hoofd van de diplomatieke vertegenwoordiging, het diplomatiek personeel en hun gezinsleden; | +| BD | Leden van het administratief en technisch personeel en hun gezinsleden; | +| ED | Leden van het bedienend personeel en hun gezinsleden; | +| PD | Particuliere bediendes. | +| bij Consulaten: | | +| AC | Consul, Generaal Consul, Vice Consul en Consulaire Agenten en hun gezinsleden; | +| BC | Leden van het administratief en technisch personeel en hun gezinsleden; | +| EC | Leden van het bedienend personeel en hun gezinsleden; | +| PC | Particuliere bediendes. | +| bij internationale organisaties: | | +| AO | Personeelsleden met diplomatieke of vergelijkbare status en hun gezinsleden; | +| BO | Leden van het administratief en technisch personeel en hun gezinsleden; | +| EO | Leden van het bedienend personeel en hun gezinsleden; | +| PO | Particuliere bediendes of huishoudelijke hulp (met de toevoeging ZF). | De afwijkende codering die kan voorkomen is ZF (=zelfstandige functie). Aan deze codering kunnen geen rechten worden ontleend aan privileges of immuniteiten. Nederlanders in dienst van genoemde instellingen worden onderscheiden door achter de bovengenoemde codering de aanduiding /NL te plaatsen. Duurzaam in Nederland verblijvende vreemdelingen krijgen de toevoeging /DV. Parttimers in dienst van genoemde instellingen krijgen de toevoeging /PT. @@ -1571,13 +1528,13 @@ Ook in het geval van gezelschappen die reizen op een collectief paspoort of lijs ##### 6.2.5. Piloten en andere bemanningsleden van luchtvaartuigen -Voor wat betreft de bijzondere regels voor piloten en andere bemanningsleden van vliegtuigen wordt verwezen naar artikel 19 en Bijlage VII, onder 2, SGC. +Voor wat betreft de bijzondere regels voor piloten en andere bemanningsleden van vliegtuigen wordt verwezen naar artikel 19 en bijlage VII, onder 2, SGC. ##### 6.2.6. Transitpassagiers van vliegtuigen In artikel 2.4 Vb zijn bepalingen opgenomen over vreemdelingen die als passagier van een vliegtuig een vliegveld aandoen (transiteren). -Voor wat betreft het luchthaventransitvisum staat in bijlage 3 GVI opgesomd voor de onderdanen van welke landen geldt dat zij zijn vrijgesteld van het visumvereiste. +Voor wat betreft het luchthaventransitvisum geldt dat in artikel 3, vijfde lid, Visumcode alsmede in bijlage V van de Visumcode staat opgesomd voor welke vreemdelingen geldt dat zij zijn vrijgesteld van het visumvereiste. Aan visumplichtige transitpassagiers van vliegtuigen die in het bezit zijn van een voor het Benelux-gebied geldig paspoort doch niet van het vereiste visum en die door omstandigheden buiten hun wil hun reis niet kunnen voortzetten, kan onder voorwaarden toegang tot het Benelux-gebied worden verleend. @@ -1585,16 +1542,16 @@ Zie voor transitpassagiers van vliegtuigen tevens de Benelux Voorschriften Verza In beginsel wordt toegang verleend tot het Benelux-gebied indien: -– de onderbreking plaatsvindt wegens van de wil van de vreemdeling onafhankelijke omstandigheden (bijvoorbeeld ongunstige weersomstandigheden, technische storingen enz.); -– hij van één van de daartoe aangewezen luchthavens zal vertrekken; -– hij in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding en reisbiljetten op grond waarvan zijn doorreis en toegang tot het land van bestemming vaststaat; en -– hij voldoet aan artikel 12, eerste lid, onder b en d, Vw. +• de onderbreking plaatsvindt wegens van de wil van de vreemdeling onafhankelijke omstandigheden (bijvoorbeeld ongunstige weersomstandigheden, technische storingen enz.); +• hij van één van de daartoe aangewezen luchthavens zal vertrekken; +• hij in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding en reisbiljetten op grond waarvan zijn doorreis en toegang tot het land van bestemming vaststaat; en +• hij voldoet aan artikel 12, eerste lid, onder b en d, Vw. De toegang wordt verleend voor de duur die noodzakelijk is om de doorreis per eerstvolgende gelegenheid te kunnen voortzetten. De toegang kan worden geweigerd aan personen ten aanzien van wie een gegrond vermoeden bestaat dat zij toegang vragen voor een ander doel dan waarvoor deze regeling bedoeld is. Als blijk van de verleende toegang aan de transitpassagier, wordt in het reisdocument van de transitpassagier een aantekening gesteld. De tekst van deze aantekening luidt: -‘Toegang tot het Benelux-gebied verleend van ... geldig tot ..., (vermelding relevante artikel en lid).’ Voorts wordt een territoriaal beperkt visum verleend voor de duur die noodzakelijk is om de doorreis te kunnen voortzetten. Daarbij komt een inreisstempel en handtekening van de ambtenaar die toegang verleent. +‘Toegang tot het Benelux-gebied verleend van geldig tot , (vermelding relevante artikel en lid).’ Voorts wordt een territoriaal beperkt visum verleend voor de duur die noodzakelijk is om de doorreis te kunnen voortzetten. Daarbij komt een inreisstempel en handtekening van de ambtenaar die toegang verleent. In plaats van het stellen van een aantekening kan, in het geval van toegangverlening aan de transitpassagier van een vliegtuig, een afzonderlijke verklaring aan de vreemdeling worden verstrekt (zie bijlage 5 VV). @@ -1608,17 +1565,17 @@ Voor wat betreft de bijzondere regels voor zeelieden wordt verwezen naar artikel ###### 6.2.7.1. Specifieke voorschriften voor zeelieden -Op grond van de Wet op de uitgebreide identificatieplicht is een politieambtenaar bevoegd tot het vorderen van een identiteitsbewijs voor zover dat redelijkerwijs noodzakelijk is voor zijn taakuitoefening. In dat geval dienen ook passagierende zeelieden een identiteitsbewijs ter inzage aan te bieden. Een geldig grensoverschrijdingsdocument is in dat geval voldoende. Zeelieden kunnen eveneens aan een grensbewakingscontrole worden onderworpen voordat zij het vaartuig verlaten dan wel betreden. +Op grond van de Wet op de uitgebreide identificatieplicht is een politieambtenaar bevoegd tot het vorderen van een identiteitsbewijs voor zover dat redelijkerwijs noodzakelijk is voor zijn taakuitoefening. In dat geval dienen ook passagierende zeelieden een identiteitsbewijs ter inzage aan te bieden. Een geldig grensoverschrijdingsdocument is in dat geval voldoende. Zeelieden kunnen eveneens aan een grensbewakingscontrole worden onderworpen voordat zij het vaartuig, verlaten dan wel betreden. Wanneer een zeeman niet of niet langer aan de in de SGC neergelegde voorwaarden voor passagieren voldoet, stelt het hoofd van de doorlaatpost daaromtrent een aantekening op de bemanningslijst achter de naam van de zeeman. Bij gevaar voor de openbare orde kan het hoofd van de doorlaatpost/het hoofd van dienst volstaan de vreemdeling de verplichting op te leggen aan boord van het schip te blijven. Zonodig kan hij de zeeman in dit geval ook met toepassing van artikel 50 Vw overbrengen naar de vreemdelingenpolitie. Dit laatste geschiedt steeds: -– wanneer de zeeman staat gesignaleerd als ongewenst vreemdeling of als ongewenst verklaarde vreemdeling op grond van artikel 67 Vw; of -– wanneer de zeeman is achtergebleven na vertrek van het schip, dan wel is afgemonsterd, zonder te voldoen aan de voorwaarden voor binnenkomst en verblijf in Nederland. +• wanneer de zeeman staat gesignaleerd als ongewenst vreemdeling of als ongewenst verklaarde vreemdeling op grond van artikel 67 Vw; of +• wanneer de zeeman is achtergebleven na vertrek van het schip, dan wel is afgemonsterd, zonder te voldoen aan de voorwaarden voor binnenkomst en verblijf in Nederland. -De ambtenaar belast met grensbewaking hoeft geen machtiging te vragen voor het verlenen van een visum aan zeelieden die toegang willen tot andere dan de gemeenten waarin de haven gelegen is waar hun schip is afgemeerd of de daaraan grenzenden gemeenten. Zoals is aangegeven in A2/4.3.3.1, bestaat met betrekking tot het doorreisvisum voor transiterende zeelieden een separate regeling (inclusief een standaardformulier). Zie hiervoor Verordening 415/2003 en hoofdstuk V, § 4, BNL-kader, GVI. Behalve de daar genoemde voorwaarden gelden voor zelfstandige verlening van een visum in dit geval bovendien de volgende voorwaarden: +De ambtenaar belast met grensbewaking hoeft geen machtiging te vragen voor het verlenen van een visum aan zeelieden die toegang willen tot andere dan de gemeenten waarin de haven gelegen is waar hun schip is afgemeerd of de daaraan grenzenden gemeenten. Zoals is aangegeven in A2/4.3.8, bestaat met betrekking tot het verlenen van visa aan de grens aan transiterende zeelieden een separate regeling (zie artikel 36 Visumcode).Behalve de daar genoemde voorwaarden gelden voor zelfstandige verlening van een visum in dit geval bovendien de volgende voorwaarden: -– de betreffende zeeman moet deel uit blijven maken van de bemanning van het schip waarop hij het Schengengebied is binnen gekomen; -– de betrokken rederij of agent moet zich garant stellen door ondertekening van een verklaring zoals opgenomen in bijlage 6a en 6b VV. +• de betreffende zeeman moet deel uit blijven maken van de bemanning van het schip waarop hij het Schengengebied is binnen gekomen; +• de betrokken rederij of agent moet zich garant stellen door ondertekening van een verklaring zoals opgenomen in bijlage 6a en 6b VV. ###### 6.2.7.2. Zieke zeelieden @@ -1628,6 +1585,12 @@ Aan visumplichtige zeelieden die na aankomst in Nederland onmiddellijk in een zi Zeelieden die werk willen zoeken aan boord van een in één van de Schengenhavens liggend schip, zonder dat uit een verklaring van de rederij/scheepsagent de mogelijkheid van aan- of overmonstering blijkt, moeten aan alle voorwaarden voor toegang voldoen. +Voor wat betreft het vereiste van een geldig grensoverschrijdingsdocument geldt, dat voor werkzoekende zeelieden het zeemansboekje niet in de plaats van het paspoort kan treden. + +Indien in het geldig document van grensoverschrijding het benodigde visum ontbreekt, kan aan werkzoekende zeelieden aan de grens een visum met een geldigheid van maximaal vijftien dagen worden afgegeven, mits aan alle overige voorwaarden voor toegang wordt voldaan. Indien nodig kan in uitzonderlijke gevallen na ommekomst van de vijftien dagen termijn een verlenging van de geldigheidsduur van het visum bij de Visadienst, of (voor zover het de in de regio Rotterdam-Rijnmond verblijvende zeelieden betreft) bij de ZHP worden gevraagd. + +Deze werkzoekende zeelieden moeten bovendien met een zeemansboekje (-paspoort) of andere bewijsmiddelen kunnen aantonen dat zij daadwerkelijk het beroep van zeeman uitoefenen. + ###### 6.2.7.4. Zieke zeelieden 200622416-11-200608-11-20062006/34A200622416-11-200608-11-20062006/34A16-11-200613-10-2006 @@ -1709,16 +1672,16 @@ In het al tweede geval wordt bovendien van de aspirant-pleegouders verlangd dat Toegang wordt steeds verleend aan: -– vreemdelingen die in het bezit zijn van een geldig paspoort en een geldige verblijfsvergunning afgegeven door één der Schengenstaten; -– vreemdelingen die in het bezit zijn van een paspoort alsmede een geldig verblijfsdocument (zie bijlagen 7a, 7b, 7c, 7d en 7e VV). +• vreemdelingen die in het bezit zijn van een geldig paspoort en een geldige verblijfsvergunning afgegeven door één der Schengenstaten; +• vreemdelingen die in het bezit zijn van een paspoort alsmede een geldig verblijfsdocument (zie bijlagen 7a, 7b, 7c, 7d en 7e VV). Ten aanzien van de tweede voorwaarde geldt voorts dat aan een persoon met een door de Nederlandse autoriteiten afgegeven paspoort of identiteitskaart die gebruik heeft gemaakt van zijn recht op vrij verkeer van personen (zie B10) en (vervolgens) verwijderd is door een andere lidstaat om redenen van openbare orde, openbare veiligheid of volksgezondheid, door de Nederlandse ambtenaar belast met de grensbewaking zonder formaliteiten toegang dient te worden verleend. Dit geldt ook wanneer het paspoort of de identiteitskaart is vervallen of de nationaliteit van de houder wordt betwist (zie artikel 8.10 Vb). Inwonende kinderen beneden de twaalf jaar zijn meestal opgenomen in de vergunning van hun ouders. Deze kinderen worden ook feitelijk in het bezit gesteld van een verblijfsdocument (zie artikel 4.21, tweede lid, Vb). -Alle hierboven genoemde vreemdelingen zijn in geval van terugkeer naar Nederland vrijgesteld van de visumplicht (zie bijlage 4 GVI en bijlage 3 VV). +Alle hierboven genoemde vreemdelingen zijn in geval van terugkeer naar Nederland vrijgesteld van de visumplicht (zie bijlage 3 VV). -– *Vreemdelingen die kunnen aantonen dat hen lang verblijf in Nederland is toegestaan.* +• *Vreemdelingen die kunnen aantonen dat hen lang verblijf in Nederland is toegestaan.* Vreemdelingen aan wie lang verblijf in Nederland is toegestaan zijn bij in- en uitreis verplicht om het in hun bezit zijnde document voor grensoverschrijding desgevraagd aan een grensbewakingsambtenaar te tonen en te overhandigen (zie artikel 4.5 Vb). @@ -1726,7 +1689,7 @@ Ten aanzien van vreemdelingen die kunnen aantonen dat hen lang verblijf in Neder Zoals is aangegeven in A2/5.5.1, dient in het geval het voornemen bestaat om de toegang te weigeren aan een persoon die zich er op beroept dat hem lang verblijf in Nederland is toegestaan, eerst contact op te worden genomen met de IND. -– *Vreemdelingen aan wie lang verblijf in Nederland niet meer is toegestaan / bij twijfel omtrent het verblijfsrecht* +• *Vreemdelingen aan wie lang verblijf in Nederland niet meer is toegestaan / bij twijfel omtrent het verblijfsrecht* Uit een signalering in het OPS kan blijken dat de verblijfsvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd is ingetrokken dan wel de geldigheidsduur is verstreken. Aan de houder van een geldig paspoort en van een verblijfsvergunning waarvan de geldigheidsduur nog maar korte tijd is verstreken kan, wanneer hij een redelijke grond kan aanvoeren voor zijn verlate terugkeer, toegang worden verleend. In ieder geval dient de grensbewakingsambtenaar zo veel mogelijk direct de verblijfsrechtelijke status na te gaan. Indien de vreemdeling wordt doorgelaten dient met toepassing van artikel 4.26 Vb een meldplicht te worden opgelegd. @@ -1742,7 +1705,7 @@ Wanneer deze vreemdelingen in het bezit zijn van een geldig paspoort, voorzien v ###### 6.2.10.3. In de overige Schengenstaten voor lang verblijf toegelaten vreemdelingen -Vreemdelingen die houder zijn van een geldige, door een Schengenstaat afgegeven verblijfsdocument opgesomd in bijlage 4 GVI zijn vrijgesteld van de visumplicht (zie ook artikel 21 SUO). +Vreemdelingen die houder zijn van een geldig, door een Schengenstaat afgegeven verblijfsdocument zijn vrijgesteld van de visumplicht (zie artikel 21 SUO). De toegang wordt aan houders van een geldige Belgische of Luxemburgse verblijfsvergunning niet geweigerd op de enkele grond dat zij niet tevens in het bezit zijn van hun paspoort. Controle op bestaansmiddelen blijft bij deze vreemdelingen achterwege, wanneer zij in het bezit zijn van geldige reisbiljetten naar de landen waarvoor zij over een geldige verblijfstitel of terugkeervisum beschikken. @@ -4451,7 +4414,7 @@ Vervallen Vervallen -## Bijlage M5-A. Aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum +## Bijlage M5-A. Aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om omzetting van een enkelvoudig visum in een meervoudig visum *[afbeelding]* @@ -4459,7 +4422,7 @@ Vervallen Vervallen -## Bijlage M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum +## Bijlage M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum *[afbeelding]*