2003-11-19 | BWBR0011826 | Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke ambtenaren

This commit is contained in:
Coornhert 2003-11-19 12:00:00 +00:00
parent d8fbe17bad
commit 8d69939470

View file

@ -42,7 +42,7 @@ j. diensttijd voor zover gelegen vóór 1 januari 1996:de tijd zoals die voor be
bij de bepaling van de diensttijd wordt in voorkomend geval de diensttijd, bedoeld in artikel D1, tweede lid, van de Algemene burgerlijke pensioenwet zoals dat luidde op 31 december 1995, mede in aanmerking genomen; het verzoek, bedoeld in artikel D2 van de Algemene burgerlijke pensioenwet wordt daarbij geacht te zijn gedaan; indien en voor zover diensttijd die bij de berekening van de bovenwettelijke uitkering in aanmerking is genomen, met een overheidspensioen, anders dan ten laste van de Stichting Pensioenfonds ABP, wordt vergolden, worden de duur en het bedrag van de bovenwettelijke uitkering met ingang van de dag waarop dit pensioen is ingegaan, herberekend, waarbij die diensttijd buiten beschouwing wordt gelaten;
k. suppletie: een suppletie krachtens de suppletieregeling, bedoeld in artikel 33 van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren.
**2.** Indien op het salaris van de betrokkene op de dag voorafgaande aan het ontslag een inhouding wordt toegepast op grond van artikel 38a of de artikelen 38b en 38c van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren, wordt voor het dagloon, bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, uitgegaan van het dagloon zoals dat zou zijn vastgesteld indien geen sprake was geweest van bedoelde inhouding.
**2.** Indien op het salaris van de betrokkene op de dag voorafgaande aan het ontslag een inhouding wordt toegepast op grond van artikel 38a of de artikelen 38d en 38e van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren, wordt voor het dagloon, bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, uitgegaan van het dagloon zoals dat zou zijn vastgesteld indien geen sprake was geweest van bedoelde inhouding.
### Artikel 2
@ -84,14 +84,6 @@ c. die op de dag van ontslag 60 jaar of ouder is, met een duur gelijk aan 78% va
**4.** Voor de toepassing van dit artikel wordt de uitkering krachtens de Ziektewet steeds geacht onverminderd door de betrokkene te zijn genoten.
### Artikel 5a
**1.** Indien de betrokkene gedurende de periode dat zij recht heeft op een uitkering krachtens de Werkloosheidswet, in verband met zwangerschap en bevalling, adoptie onderscheidenlijk het opnemen van een pleegkind in het genot komt van een uitkering krachtens de Wet arbeid en zorg, wordt de uitkering krachtens de Wet arbeid en zorg gedurende de periode waarin de betrokkene in het genot hiervan is, aangevuld tot 100% van het voor de betrokkene geldende dagloon.
**2.** Indien het recht op uitkering krachtens de Werkloosheidswet na afloop van de periode waarin de betrokkene in het genot van een uitkering krachtens de Wet arbeid en zorg is geweest, herleeft, tellen zowel de termijn waarover betrokkene voorafgaand aan die periode recht heeft gehad op een uitkering krachtens de Werkloosheidswet als de termijn gedurende welke krachtens de Wet arbeid en zorg een uitkering is genoten, mee voor het vaststellen van de hoogte van de aanvullende uitkering, bedoeld in artikel 4.
**3.** Voor de toepassing van dit artikel wordt de uitkering krachtens de Wet arbeid en zorg steeds geacht onverminderd door de betrokkene te zijn genoten.
### Artikel 6
**1.** Zo spoedig mogelijk na het overlijden van betrokkene wordt de uitkering, bedoeld in artikel 35 van de Ziektewet aangevuld tot 100% van het voor betrokkene geldende dagloon.