2010-09-04 | BWBR0026872 | Waterbesluit

This commit is contained in:
Coornhert 2010-09-04 12:00:00 +00:00
parent 2c8beda2b3
commit 8d69a68a03

View file

@ -22,6 +22,8 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- *grondwaterrichtlijn:* richtlijn nr. 2006/118/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 12 december 2006 betreffende de bescherming van het grondwater tegen verontreiniging en achteruitgang van de toestand (PbEU L 372);
- *hoofdwater:* oppervlaktewaterlichaam dat is aangewezen in bijlage II, onderdeel 1, bij dit besluit;
- *kaderrichtlijn mariene strategie:* richtlijn nr. 2008/56/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 juni 2008 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het beleid ten aanzien van het mariene milieu (PbEU L 164);
- *mariene strategie voor de Noordzee:* strategie als bedoeld in artikel 5 van de kaderrichtlijn mariene strategie ten aanzien van de Nederlandse territoriale zee en de Nederlandse exclusieve economische zone;
- *overstromingsrisicobeheerplan:* plan als bedoeld in de artikelen 7 en 8 van de richtlijn overstromingsrisicos;
- *Protocol:* op 7 november 1996 te Londen tot stand gekomen Protocol bij het op 29 december 1972 te Londen tot stand gekomen Verdrag inzake de voorkoming van verontreiniging van de zee ten gevolge van het storten van afval en andere stoffen (Trb. 2000, 27);
- *richtlijn overstromingsrisicos:* richtlijn nr. 2007/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 2007 over beoordeling en beheer van overstromingsrisicos (PbEU L 288);
@ -176,25 +178,39 @@ In afwijking van artikel 4.1, eerste lid, geldt een termijn van zes weken voor h
Ter voorbereiding van het nationale waterplan leggen Onze Ministers ter inzage:
a. een tijdschema en een werkprogramma voor het opstellen van de stroomgebiedbeheerplannen die betrekking hebben of mede betrekking hebben op het Nederlandse grondgebied, ten minste drie jaren voor het begin van de periode waarop het plan betrekking heeft;
b. een tussentijds overzicht van belangrijke waterbeheerkwesties die zijn vastgesteld in de stroomgebieddistricten, ten minste twee jaren voor het begin van de periode waarop het plan betrekking heeft.
b. een tussentijds overzicht van belangrijke waterbeheerkwesties die zijn vastgesteld in de stroomgebieddistricten, ten minste twee jaren voor het begin van de periode waarop het plan betrekking heeft;
c. het ontwerp van een samenvatting van de volgende elementen van de mariene strategie voor de Noordzee:
1°. de initiële beoordeling, bedoeld in artikel 8 van de kaderrichtlijn mariene strategie;
2°. de omschrijving van de goede milieutoestand, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van die richtlijn;
3°. de milieudoelen en bijbehorende indicatoren, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van die richtlijn;
4°. het monitoringsprogramma, bedoeld in artikel 11, eerste en tweede lid, van die richtlijn; en
5°. het programma van maatregelen, bedoeld in de artikelen 13, eerste tot en met vierde, zevende en achtste lid, en 14 van die richtlijn.
**2.**
Onze Ministers leggen, tegelijk met ontwerp van het nationale waterplan, ter inzage:
a. het ontwerp van de stroomgebiedbeheerplannen die betrekking hebben of mede betrekking hebben op het Nederlandse grondgebied; en
b. het ontwerp van de overstromingsrisicobeheerplannen die betrekking hebben of mede betrekking hebben op het Nederlandse grondgebied.
b. het ontwerp van de overstromingsrisicobeheerplannen die betrekking hebben of mede betrekking hebben op het Nederlandse grondgebied;
c. de initiële beoordeling en het monitoringsprogramma, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, onder 1° respectievelijk 4°.
**3.** Op een overstromingsrisicobeheerplan is artikel 4.3, tweede lid, van de wet van overeenkomstige toepassing.
**4.** Het ontwerp van een samenvatting, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt telkens ten minste zes weken voor het tijdstip waarop zij wordt vastgesteld ter inzage gelegd.
### Artikel 4.4
**1.**
Bij de voorbereiding van het nationale waterplan raadplegen Onze Ministers:
a. vertegenwoordigers uit de kring van de provincies, de waterschappen en de gemeenten;
b. ten aanzien van stroomgebiedbeheerplannen en overstromingsrisicobeheerplannen: gedeputeerde staten van de provincies en het dagelijks bestuur van de waterschappen, op wiens grondgebied het Nederlandse deel van het stroomgebieddistrict mede is gelegen;
c. ten aanzien van de uitvoering van de kaderrichtlijn water en de richtlijn overstromingsrisicos: de bevoegde autoriteiten van andere staten in de stroomgebieddistricten Rijn, Maas, Schelde en Eems;
d. ten aanzien van het Noordzeebeleid: de bevoegde autoriteiten van andere staten betrokken bij dat beleid.
d. ten aanzien van het Noordzeebeleid: de bevoegde autoriteiten van de staten die partij zijn bij het Verdrag.
**2.** Bij regeling van Onze Minister kunnen organisaties en overlegstructuren worden aangewezen die bij de voorbereiding van het nationale waterplan worden geraadpleegd met betrekking tot de mariene strategie voor de Noordzee.
### Artikel 4.5
@ -219,9 +235,27 @@ a. maatregelen als bedoeld in artikel 11 van de kaderrichtlijn water;
b. maatregelen als bedoeld in de artikelen 4, vijfde lid, en 6, eerste lid, van de grondwaterrichtlijn;
c. doelstellingen en maatregelen als bedoeld in artikel 7 van de richtlijn overstromingsrisicos.
**2.** De onderdelen van het nationale waterplan die dienen ter uitvoering van de kaderrichtlijn water en de richtlijn overstromingsrisicos vormen afzonderlijke delen van dat plan. Hieronder vallen in ieder geval de doelstellingen en maatregelen, bedoeld in het eerste lid, alsmede een overzicht van de financiële middelen die voor de uitvoering van die maatregelen nodig zijn.
**2.**
**3.** Maatregelen als bedoeld in artikel 11 van de kaderrichtlijn water dienen uiterlijk drie jaren na de in artikel 4.8, eerste lid, van de wet bedoelde zesjaarlijkse herziening operationeel te zijn.
Het in het nationale waterplan op te nemen Noordzeebeleid omvat mede de volgende elementen van de mariene strategie voor de Noordzee:
a. de omschrijving van de goede milieutoestand van de Noordzee, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de kaderrichtlijn mariene strategie en de reeks milieudoelen en bijbehorende indicatoren, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van die richtlijn; en
b. een programma van maatregelen, opgesteld overeenkomstig de eisen gesteld in de artikelen 13, eerste tot en met vierde, zevende en achtste lid, en 14, van de kaderrichtlijn mariene strategie.
**3.**
De onderdelen van het nationale waterplan die dienen ter uitvoering van de kaderrichtlijn water, de richtlijn overstromingsrisicos en de kaderrichtlijn mariene strategie vormen afzonderlijke delen van dat plan. Hieronder vallen in ieder geval:
a. de doelstellingen en maatregelen, bedoeld in het eerste lid, alsmede een overzicht van de financiële middelen die voor de uitvoering van die maatregelen nodig zijn, en
b. de goede milieutoestand, de milieudoelen met bijbehorende indicatoren en het programma van maatregelen, bedoeld in het tweede lid.
**4.** Maatregelen als bedoeld in artikel 11 van de kaderrichtlijn water dienen uiterlijk drie jaren na de in artikel 4.8, eerste lid, van de wet bedoelde zesjaarlijkse herziening operationeel te zijn.
**5.** Het programma van maatregelen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, is uiterlijk een jaar na de in artikel 4.8, eerste lid, van de wet bedoelde zesjaarlijkse herziening operationeel.
### Artikel 4.6a
Onze Ministers herzien de initiële beoordeling en het monitoringsprogramma, bedoeld in artikel 4.3, eerste lid, onderdeel c, onder 1° respectievelijk 4°, eenmaal in de zes jaren.
### Artikel 4.7
@ -271,7 +305,7 @@ a. maatregelen als bedoeld in artikel 11 van de kaderrichtlijn water;
b. maatregelen als bedoeld in de artikelen 4, vijfde lid, en 6, eerste lid, van de grondwaterrichtlijn; en
c. doelstellingen en maatregelen als bedoeld in artikel 7 van de richtlijn overstromingsrisicos.
**2.** Artikel 4.6, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
**2.** Artikel 4.6, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de onderdelen die dienen ter uitvoering van de kaderrichtlijn mariene strategie.
### Artikel 4.12
@ -302,11 +336,16 @@ Indien internationale verplichtingen of bovenregionale belangen dat noodzakelijk
### Artikel 4.15
**1.**
Bij de voorbereiding van het beheerplan voor de rijkswateren raadpleegt Onze Minister:
a. gedeputeerde staten van de provincies op wiens grondgebied de rijkswateren of een gedeelte daarvan, waarop het plan betrekking heeft, zijn gelegen;
b. het dagelijks bestuur van de waterschappen die watersystemen beheren die samenhangen of samen kunnen hangen met de rijkswateren of een gedeelte daarvan waarop het plan betrekking heeft;
c. de bevoegde Belgische, Duitse en Britse autoriteiten, voor zover het plan betrekking heeft op grensvormende of grensoverschrijdende wateren.
c. de bevoegde Belgische, Duitse en Britse autoriteiten, voor zover het plan betrekking heeft op grensvormende of grensoverschrijdende wateren;
d. de bevoegde autoriteiten van de staten die partij zijn bij het Verdrag, voor zover het plan betrekking heeft op de uitvoering van de kaderrichtlijn mariene strategie.
**2.** Bij regeling van Onze Minister kunnen organisaties en overlegstructuren worden aangewezen die bij de voorbereiding van het beheerplan voor de rijkswateren worden geraadpleegd met betrekking tot de mariene strategie voor de Noordzee.
### Artikel 4.16
@ -314,10 +353,11 @@ c. de bevoegde Belgische, Duitse en Britse autoriteiten, voor zover het plan bet
De in het beheerplan voor de rijkswateren op te nemen doelstellingen en maatregelen omvatten, gerangschikt naar stroomgebieddistrict, in elk geval:
a. maatregelen als bedoeld in artikel 11 van de kaderrichtlijn water; en
b. doelstellingen en maatregelen als bedoeld in artikel 7 van de richtlijn overstromingsrisicos.
a. maatregelen als bedoeld in artikel 11 van de kaderrichtlijn water;
b. doelstellingen en maatregelen als bedoeld in artikel 7 van de richtlijn overstromingsrisicos;
c. aanvullende maatregelen op het programma van maatregelen, bedoeld in artikel 4.6, tweede lid, onderdeel b.
**2.** Artikel 4.6, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
**2.** Artikel 4.6, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de onderdelen die dienen ter uitvoering van de kaderrichtlijn mariene strategie.
### Artikel 4.17
@ -668,6 +708,16 @@ f. de publicatie van de resultaten van de onderzoekingen.
De maatregelen, bedoeld in artikel 11 van de kaderrichtlijn water, die zijn opgenomen in een plan als bedoeld in de artikelen 4.1, 4.4 of 4.6 van de wet dat betrekking heeft op de jaren 2010 tot 2015, dienen uiterlijk op 22 december 2012 operationeel te zijn.
### Artikel 8.1a
**1.** De initiële beoordeling, bedoeld in artikel 4.3, eerste lid, onderdeel c, onder 1°, wordt door Onze Ministers vastgesteld en is uiterlijk op 13 juli 2012 uitgevoerd.
**2.** De goede milieutoestand, de milieudoelen en bijbehorende indicatoren, bedoeld in artikel 4.3, eerste lid, onderdeel c, onder 2° respectievelijk 3°, worden uiterlijk op 13 juli 2012 door Onze Ministers vastgesteld. De goede milieutoestand, bedoeld in artikel 4.6, tweede lid, onderdeel a, wordt uiterlijk 31 december 2020 bereikt onverminderd de gevallen, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de kaderrichtlijn mariene strategie.
**3.** Het monitoringsprogramma, bedoeld in artikel 4.3, eerste lid, onderdeel c, onder 4°, wordt uiterlijk op 15 juli 2014 door Onze Ministers vastgesteld. Indien internationale verplichtingen dat noodzakelijk maken, kan bij ministeriële regeling een ander tijdstip van vaststelling worden bepaald.
**4.** De informatie met betrekking tot beschermde mariene gebieden, bedoeld in artikel 13, zesde lid, van de kaderrichtlijn mariene strategie, wordt uiterlijk 31 december 2013 door Onze Ministers ter inzage gelegd.
### Artikel 8.2
De eerste overstromingsrisicobeheerplannen die betrekking hebben of mede betrekking hebben op het Nederlandse grondgebied worden uiterlijk op 22 december 2015 vastgesteld.
@ -708,10 +758,6 @@ Artikel 2.25, tweede tot en met vierde lid, van de Invoeringswet Waterwet is van
**2.** Het overeenkomstig het eerste lid bepaalde bevoegd gezag deelt aan de vergunninghouder mede dat hij bevoegd gezag is voor de watervergunning.
### Artikel 8.7a
Voor zover artikel 6.12 van toepassing is in gedeelten van het rivierbed doordat tengevolge van dit besluit zoals dat luidde op 22 december 2009 begrenzingen, gebiedsaanwijzingen of andere beperkingen op het vereiste van een vergunning krachtens de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, zoals die wet luidde vóór genoemde datum, zijn gewijzigd of vervallen, is met ingang van genoemde datum dat artikel niet van toepassing op gedragingen waarvoor op de genoemde datum een eerder verleende vergunning als bedoeld in artikel 40 van de Woningwet, zoals die wet luidde op die datum, onherroepelijk was.
### Paragraaf 2. Slotbepalingen
### Artikel 8.8