diff --git a/wet/wet-inkomensvoorziening-oudere-en-gedeeltelijk-arbeidsongeschikte-gewezen-zelfst/BWBR0004163/README.md b/wet/wet-inkomensvoorziening-oudere-en-gedeeltelijk-arbeidsongeschikte-gewezen-zelfst/BWBR0004163/README.md index dc2e1bf9072..dcb4be5d1b8 100644 --- a/wet/wet-inkomensvoorziening-oudere-en-gedeeltelijk-arbeidsongeschikte-gewezen-zelfst/BWBR0004163/README.md +++ b/wet/wet-inkomensvoorziening-oudere-en-gedeeltelijk-arbeidsongeschikte-gewezen-zelfst/BWBR0004163/README.md @@ -142,9 +142,9 @@ De in het eerste lid bedoelde voorwaarden zijn voor de gewezen zelfstandige, bed De grondslag bedoeld in het eerste lid, wordt door Onze Minister zodanig vastgesteld dat voor: -a. de gewezen zelfstandige en de echtgenoot de helft van de grondslag netto gelijk is aan € 578,272; -b. de alleenstaande gewezen zelfstandige met een of meer kinderen de grondslag netto gelijk is aan € 1.040,89; -c. voor de alleenstaande gewezen zelfstandige zonder kinderen netto gelijk is aan € 809,58. +a. de gewezen zelfstandige en de echtgenoot de helft van de grondslag netto gelijk is aan € 578,11; +b. de alleenstaande gewezen zelfstandige met een of meer kinderen de grondslag netto gelijk is aan € 1.040,59; +c. voor de alleenstaande gewezen zelfstandige zonder kinderen netto gelijk is aan € 809,35. **6.** Onze Minister herziet de bedragen, genoemd in het tweede lid, 2° en 3°, en in het derde lid, 2°, met ingang van een door hem te bepalen dag zodanig, dat deze netto gelijk zijn aan het netto minimumloon.