2006-09-06 | BWBR0015136 | Rechtspositiebesluit WPO/WEC
This commit is contained in:
parent
a16f1fcd8a
commit
8db5f16ce0
1 changed files with 13 additions and 92 deletions
|
|
@ -402,45 +402,15 @@ b. het verrichten van werkzaamheden ten behoeve van door Onze Minister aan te wi
|
|||
|
||||
### Artikel 31a
|
||||
|
||||
**1.** Het bevoegd gezag verleent de betrokkene desgevraagd betaald buitengewoon verlof in verband met ouderschap. Het ouderschapsverlof wordt uitsluitend verleend aan de betrokkene van wie het dienstverband bij hetzelfde bevoegd gezag ten minste twaalf maanden heeft geduurd op de ingangsdatum van het verlof. De aanvraag van het ouderschapsverlof gaat vergezeld van bewijsstukken waarmee het recht op dat verlof en de omvang van dat recht worden aangetoond en wordt afgehandeld uiterlijk 4 weken nadat deze stukken door het bevoegd gezag zijn ontvangen.
|
||||
|
||||
**2.** Een betrokkene die als ouder in familierechtelijke betrekking staat tot één of meer kinderen die op 1 augustus 2001 de leeftijd van drie jaren nog niet hebben bereikt, heeft recht op 415 uur ouderschapsverlof per kind.
|
||||
|
||||
**3.** Een betrokkene die blijkens een verklaring uit de gemeentelijke basisadministratie op hetzelfde adres woont als één of meer kinderen die op 1 augustus 2001 de leeftijd van drie jaren nog niet hebben bereikt, en die met het oog op adoptie de verzorging en opvoeding van dat kind of die kinderen op zich heeft genomen, heeft recht op 415 uur ouderschapsverlof per kind.
|
||||
|
||||
**4.** Een betrokkene die blijkens een verklaring uit de gemeentelijke basisadministratie op hetzelfde adres woont als één of meer kinderen die op 1 augustus 2001 de leeftijd van drie jaren nog niet hebben bereikt, en duurzaam de verzorging en opvoeding van dat kind of die kinderen als eigen kind of kinderen op zich heeft genomen, heeft recht op 415 uur ouderschapsverlof per kind.
|
||||
|
||||
**5.** De omvang van het ouderschapsverlof wordt berekend op grond van de betrekkingsomvang op de dag voorafgaand aan het verlof. Tenzij het bevoegd gezag anders beslist, is de omvang van het verlof niet groter dan zou gelden op grond van de betrekkingsomvang 12 maanden voorafgaand aan de ingangsdatum van het verlof.
|
||||
|
||||
**6.** Voor de betrokkene die is benoemd in een betrekking met een omvang die afwijkt van een normbetrekking wordt het ouderschapsverlof naar evenredigheid van de werktijdfactor berekend en rekenkundig afgerond op hele uren.
|
||||
|
||||
**7.** Indien de betrekkingsomvang gedurende de periode van het ouderschapsverlof wijzigt, wordt de aanspraak op het verlof voor de resterende periode van het ouderschapsverlof opnieuw vastgesteld met inachtneming van het zesde lid.
|
||||
|
||||
**8.** Het ouderschapsverlof wordt opgenomen gedurende een aaneengesloten periode van ten hoogste zes maanden die uiterlijk aanvangt in het kalenderjaar waarin het kind de leeftijd van drie jaren bereikt. In afwijking van de vorige volzin kan een betrokkene het bevoegd gezag vragen het ouderschapsverlof te kunnen opnemen over een langere periode dan zes maanden of het verlof te kunnen aanvangen na het kalenderjaar waarin het desbetreffende kind de leeftijd van drie jaren heeft bereikt. Het bevoegd gezag stemt in met het verzoek tenzij gewichtige redenen zich daartegen verzetten.
|
||||
|
||||
**9.** De betrokkene behoudt aanspraak op 75% van zijn bezoldiging met betrekking tot de uren waarop het ouderschapsverlof is verleend; deze bezoldiging komt ten laste van de eigen middelen van het bevoegd gezag.
|
||||
|
||||
**10.** Een betrokkene vraagt het ouderschapsverlof schriftelijk aan, ten minste acht weken voor het gewenste tijdstip van ingang van het verlof en onder opgave van de periode, het aantal verlofuren per week en de spreiding daarvan over de week. Zodra dat mogelijk is, deelt de betrokkene in voorkomend geval ook de naam en geboortedatum mee van het kind of de kinderen waarvoor ouderschapsverlof wordt gevraagd. De betrokkene kan de tijdstippen van ingang en einde van het ouderschapsverlof afhankelijk stellen van de datum van bevalling, het einde van het bevallingsverlof of van de aanvang van de verzorging.
|
||||
|
||||
**11.** Het bevoegd gezag kan, na overleg met de betrokkene, de spreiding van de verlofuren over de week op grond van de gewichtige redenen wijzigen, tot vier weken voor het beoogde tijdstip van ingang van het ouderschapsverlof.
|
||||
|
||||
**12.** Het bevoegd gezag stemt in met een verzoek van de betrokkene om het ouderschapsverlof niet op te nemen of niet voort te zetten op grond van onvoorziene omstandigheden, tenzij gewichtige redenen zich hiertegen verzetten. Het bevoegd gezag beslist uiterlijk vier weken nadat het verzoek is gedaan, in voorkomend geval onder opgave van de gewichtige redenen. In het geval dat het ouderschapsverlof met toepassing van de eerste volzin na het tijdstip van ingang daarvan niet wordt voortgezet, vervalt het recht op het overige deel van dat verlof tenzij het verlof wegens ziekte van de betrokkene op zijn verzoek wordt opgeschort.
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 31b
|
||||
|
||||
**1.** De betrokkene die zowel aanspraak heeft op onbetaald buitengewoon verlof in verband met ouderschap, bedoeld in artikel 31, als op betaald buitengewoon verlof in verband met ouderschapsverlof, bedoeld in artikel 31a, en die zijn aanspraken op grond van artikel 31a heeft verbruikt, heeft aansluitend aanspraak op een verlenging van ouderschapsverlof tot ten hoogste het aantal uren waarop de betrokkene op grond van artikel 31 aanspraak heeft, verminderd met het aantal uren waarover hij betaald buitengewoon verlof in verband met ouderschap heeft genoten.
|
||||
|
||||
**2.** De betrokkene die zowel aanspraak heeft op onbetaald buitengewoon verlof in verband met ouderschap, bedoeld in artikel 31, als op betaald buitengewoon verlof in verband met ouderschap, bedoeld in artikel 31a, en die zijn aanspraken op grond van artikel 31 voor een gedeelte heeft verbruikt, heeft aansluitend aanspraak op betaald ouderschapsverlof tot ten hoogste het aantal uren waarop de betrokkene op grond van artikel 31a aanspraak heeft, verminderd met het aantal uren waarover hij onbetaald buitengewoon verlof in verband met ouderschap heeft genoten.
|
||||
|
||||
**3.** Tenzij gewichtige redenen zich daartegen verzetten, stemt het bevoegd gezag in met een verzoek als bedoeld in het eerste dan wel het tweede lid.
|
||||
|
||||
**4.** Een aanspraak op verlenging van ouderschapsverlof als bedoeld in het eerste dan wel het tweede lid, wordt berekend en beoordeeld met inachtneming van artikel 31 respectievelijk 31a naar de stand van zaken op het tijdstip dat de verlenging ingaat.
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 31c
|
||||
|
||||
**1.** De betrokkene die zijn betaald buitengewoon verlof in verband met ouderschap, bedoeld in artikel 31a, volgens zijn aanvraag heeft verbruikt en die aansluitend aan de afloop van dat verlof, op zijn verzoek de omvang van zijn betrekking terugbrengt tot 50% of minder van zijn betrekkingsomvang voorafgaand aan het tijdstip waarop dat verlof inging, is verplicht tot terugbetaling van de bezoldiging die hij met betrekking tot dat verlof heeft ontvangen over het aantal uren waarmee de betrekkingsomvang is verkleind.
|
||||
|
||||
**2.** De betrokkene, bedoeld in artikel 31a, is gehouden acties te ondernemen, dan wel mee te werken aan acties van het bevoegd gezag, die bijdragen aan tijdelijke en al dan niet gedeeltelijke vervulling dan wel financiering van zijn arbeidsplaats/de arbeidsplaats van de verlofganger.
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 4. Verlof in verband met arbeidsduurverkorting
|
||||
|
||||
|
|
@ -470,18 +440,7 @@ b. het verrichten van werkzaamheden ten behoeve van door Onze Minister aan te wi
|
|||
|
||||
### Artikel 33a
|
||||
|
||||
**1.** Een betrokkene kan verzoeken ten hoogste 131 verlofuren waarop hij vanwege arbeidsduurverkorting, bedoeld in artikel 32, aanspraak heeft, als bezoldigde uren toe te voegen aan zijn betrekkingsomvang. Een verzoek wordt gedaan met betrekking tot het schooljaar dat na het verzoek volgt.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het bevoegd gezag willigt het verzoek in tenzij inwilliging leidt tot:
|
||||
|
||||
a. belasten met uren die naar het oordeel van het bevoegd gezag nog slechts één schooljaar kunnen worden gehandhaafd, als bedoeld in artikel 110, tweede lid, onder b;
|
||||
b. aanspraak op een uitkering op grond van het Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekspersoneel, dan wel het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsregeling voor onderwijspersoneel voor primair en voortgezet onderwijs, van een lid van het personeel dat die uren zou kunnen vervullen;
|
||||
c. niet voldoen aan de herbenoemingverplichting op grond van de wachtgelderbepaling, bedoeld in artikel 138, eerste lid, onder b, van de Wet op het primair onderwijs; of
|
||||
d. niet volledig benutten van de restcapaciteit van personeelsleden die een bestuursaanstelling hebben.
|
||||
|
||||
**3.** Een aanspraak op dit artikel kan niet tevens leiden tot een aanspraak op hernieuwde toepassing van artikel 32.
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Titel 4. Verlof wegens militaire dienst
|
||||
|
||||
|
|
@ -1122,17 +1081,7 @@ b. indien bij de functie geen aanlooptraject behoort, het bedrag dat in de voor
|
|||
|
||||
### Artikel 95a
|
||||
|
||||
**1.** Behoudens een verhoging van het salaris op grond van artikel 95, kan na voorafgaande beoordeling door het bevoegd gezag een hoger salarisbedrag worden vastgesteld.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van de artikelen 89, 90, 92 en 93 wordt het salaris van de betrokkene die voorafgaand aan zijn benoeming werkzaamheden heeft verricht waaraan geen inkomsten uit arbeid of in verband met arbeid waren verbonden, en die naar het oordeel van het bevoegd gezag relevante ervaring heeft opgedaan, vastgesteld op een hoger salarisbedrag dan bedoeld in voornoemde artikelen voor zover dit binnen het bij de functie behorende carrièrepatroon mogelijk is.
|
||||
|
||||
**3.** Het bevoegd gezag beoordeelt op verzoek van de betrokkene die in een onderwijsfunctie is benoemd na onderbreking van zijn carrière, of op basis van het functioneren een hoger salarisbedrag gerechtvaardigd is, indien het salaris dat op basis van het laatstgenoten salaris voor betrokkene is vastgesteld lager is dan het maximumsalaris van die functie.
|
||||
|
||||
**4.** Indien bij de beoordeling, bedoeld in het derde lid, een achterstand is geconstateerd, maakt het bevoegd gezag met betrokkene afspraken over de periode waarbinnen en de wijze waarop deze achterstand wordt ingelopen.
|
||||
|
||||
**5.** Indien toepassing van het eerste, tweede dan wel derde lid leidt tot extra periodieken, worden het salaris en de overige vergoedingen die voor bekostiging in aanmerking komen, bekostigd naar de verhouding: bekostigd salaris staat tot salaris. De kosten die betrekking hebben op de toepassing van de artikelen 59 tot en met 62, 114a, 115 en 182 zijn van de toepassing van het eerste lid uitgezonderd.
|
||||
|
||||
**6.** Toekenning van extra periodieken vindt plaats binnen het carrièrepatroon van de desbetreffende salarisschaal tot ten hoogste het maximumsalaris van die schaal.
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 96
|
||||
|
||||
|
|
@ -1268,9 +1217,7 @@ Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat recht bestaat op een algemene
|
|||
|
||||
### Artikel 108a
|
||||
|
||||
**1.** Bij ministeriële regeling kan Onze Minister een eenmalige uitkering toekennen.
|
||||
|
||||
**2.** De vaststelling van de hoogte, de berekeningswijze, de tenaamstelling en de mate waarop deze uitkering doorwerkt naar het inkomen, bedoeld in het pensioenreglement, vindt plaats in de in het eerste lid genoemde ministeriële regeling
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 2. Nadere bepalingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -1381,25 +1328,11 @@ c. tijdelijke uitbreiding van de betrekkingsomvang of benoeming in verband met e
|
|||
|
||||
### Artikel 114a
|
||||
|
||||
**1.** De betrokkene, bedoeld in titel 12, 13 dan wel 14 van dit hoofdstuk, die is benoemd volgens een functie met de salarisschaal 9, en die op 1 augustus van een jaar wordt bezoldigd volgens het maximum salarisbedrag van zijn salarisschaal dan wel een hoger salarisbedrag, heeft aanspraak op een bindingstoelage.
|
||||
|
||||
**2.** De bindingstoelage wordt jaarlijks in augustus toegekend tenzij er op basis van een beoordeling sprake is van onvoldoende functioneren.
|
||||
|
||||
**3.** De hoogte van de bindingstoelage is afhankelijk van de functie die betrokkene uitoefent, zoals aangegeven in bijlage 2, onderdeel 7, bij dit besluit.
|
||||
|
||||
**4.** De toelage maakt onderdeel uit van het inkomen bedoeld in de pensioenregeling.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
De toelage wordt in de maand augustus van het desbetreffende jaar vastgesteld op basis van de volgende formule:
|
||||
|
||||
BT x S : NS waarin: BT = de bindingstoelage bij normbetrekking, S = het salaris in de maand augustus, met uitzondering van de vermindering op het salaris, bedoeld in titel 16 van dit besluit en artikel 4, eerste lid, van het Besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid voor onderwijspersoneel primair en voortgezet onderwijs, en NS = het normsalaris in augustus. De uitkomst wordt rekenkundig afgerond op centen.
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 114b
|
||||
|
||||
**1.** Een betrokkene ontvangt maandelijks een inkomenstoelage als aangegeven in bijlage 2, onderdeel 8, bij dit besluit.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling stelt Onze Minister de berekeningswijze en de mate waarop deze uitkering doorwerkt naar het inkomen, bedoeld in het pensioenreglement, vast.
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 115
|
||||
|
||||
|
|
@ -2293,33 +2226,23 @@ L = voor de betrokkene die de leeftijd van 52 jaar heeft bereikt maar jonger is
|
|||
|
||||
**5.** Voor de betrokkene met een betrekkingsomvang van minder dan een normbetrekking, wordt het aantal uren verlof, bedoeld in het tweede, derde en vierde lid, vastgesteld naar evenredigheid van die betrekkingsomvang en rekenkundig afgerond op hele of halve uren.
|
||||
|
||||
**6.** Bij de opname van het verlof geldt de voorwaarde, dat wekelijks tenminste 50% van de aan het verlof voorafgaande betrekkingsomvang feitelijk wordt gewerkt.
|
||||
|
||||
### Artikel 200
|
||||
|
||||
**1.** Het verlof, bedoeld in artikel 199, kan voor zover het dienstbelang zich daartegen niet verzet op verzoek van betrokkene geheel of gedeeltelijk in een later schooljaar worden opgenomen bij hetzelfde of een ander bevoegd gezag dan het bevoegd gezag waarbij het verlof is gespaard.
|
||||
|
||||
**2.** Het aantal uren op te nemen verlof op grond van deze titel tezamen met het verlof op grond van artikel 32 mag jaarlijks ten hoogste 50% van de betrekkingsomvang bedragen.
|
||||
|
||||
**3.** De betrokkene die is benoemd in een normbetrekking en die op grond van artikel 5, eerste of vierde lid, van het FPU-reglement basis- en aanvullende uitkering, op de leeftijd van 61 jaar doch uiterlijk op de laatste dag van het schooljaar waarin hij die leeftijd heeft bereikt, zal uittreden voor het gedeelte van de werktijdfactor dat overeenkomt met het aantal uren waarop in de maand voorafgaand aan de datum van uittreden artikel 201 van toepassing is, wordt de omvang van het verlof, bedoeld in artikel 199, verhoogd met 170 uren extra verlof.
|
||||
|
||||
**4.** De omvang van het verlof, bedoeld in artikel 199, wordt eveneens verhoogd met 170 uren extra verlof indien de in het derde lid bedoelde betrokkene uittreedt voor een kleiner gedeelte van de werktijdfactor dan het gedeelte dat overeenkomt met het aantal uren waarop in de maand voorafgaand aan de datum van uittreden artikel 201 van toepassing is, doch voor ten minste het gedeelte van de werktijdfactor dat overeenkomt met het aantal uren verlof dat voor hem geldt op grond van artikel 199.
|
||||
|
||||
**5.** Het derde en het vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de betrokkene die is benoemd in een normbetrekking en die een aanvullende uitkering ontvangt op grond van artikel 4.3. onder a, van het FPU-reglement basis- en aanvullende uitkering, en die zal uittreden op de leeftijd van 62 jaar en op de betrokkene die zal uittreden op grond van artikel 5.7.1. van dat reglement.
|
||||
|
||||
**6.** Voor de betrokkene op wie de in het derde, vierde of vijfde lid genoemde bepalingen van het FPU-reglement basis- en aanvullende uitkering van toepassing zijn en die is benoemd in een betrekking met een omvang van minder dan een normbetrekking, wordt het extra verlof, genoemd in het derde lid, naar evenredigheid van de betrekkingsomvang berekend en afgerond op gehele uren.
|
||||
**3.** Bij de opname van het verlof geldt de voorwaarde, dat wekelijks tenminste 50% van de aan het verlof voorafgaande betrekkingsomvang feitelijk wordt gewerkt.
|
||||
|
||||
### Artikel 200a
|
||||
|
||||
**1.** De betrokkene kan tijdens de verlofuren, bedoeld in artikel 199, vervangingswerkzaamheden verrichten aan een instelling van het bevoegd gezag waarbij hij is benoemd of aangesteld. De verlofuren worden alsdan opgenomen op andere tijdstippen in het schooljaar, dan wel in het daaropvolgende schooljaar. Over de vervangingswerkzaamheden wordt geen recht op verlof als bedoeld in deze titel opgebouwd.
|
||||
|
||||
**2.** Een betrokkene kan voor ten hoogste 1/3 deel van de verlofuren waarin vervangingswerkzaamheden worden uitgevoerd, salaris ontvangen.
|
||||
|
||||
**3.** Artikel 204 is niet van toepassing op de verlofuren waarin vervangingswerkzaamheden worden uitgevoerd, bedoeld in dit artikel, tenzij wordt afgeweken van de tweede volzin van het eerste lid, en van het tweede lid.
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 201
|
||||
|
||||
**1.** De bezoldiging voor het gedeelte van de betrekkingsomvang waarvoor betrokkene verlof op grond van deze titel geniet, bedraagt voor personeel dat is benoemd in een functie met maximumschaal 8 of lager 75% en voor het overige personeel 65% van de bezoldiging die voor hem bij die betrekkingsomvang op grond van de titels 12, 13 en 14 van dit hoofdstuk of op grond van de titels 2, 3 en 4 van hoofdstuk 5 zou gelden.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de betrokkene op wie artikel 5, eerste of vierde lid, van het FPU-reglement basis- en aanvullende uitkering van toepassing is, maar die geen gebruik maakt van de in die regeling geboden mogelijkheid om uit te treden, geldt, dat hij voor het aantal uren verlof dat ligt boven het aantal uren dat voor hem geldt op grond van artikel 199, geen bezoldiging ontvangt vanaf de datum waarop hij gebruik zou kunnen maken van die uittredingsmogelijkheid.
|
||||
De bezoldiging voor het gedeelte van de betrekkingsomvang waarvoor betrokkene verlof op grond van deze titel geniet, bedraagt voor personeel dat is benoemd in een functie met maximumschaal 8 of lager 75% en voor het overige personeel 65% van de bezoldiging die voor hem bij die betrekkingsomvang op grond van de titels 12, 13 en 14 van dit hoofdstuk of op grond van de titels 2, 3 en 4 van hoofdstuk 5 zou gelden.
|
||||
|
||||
### Artikel 202
|
||||
|
||||
|
|
@ -2329,8 +2252,6 @@ L = voor de betrokkene die de leeftijd van 52 jaar heeft bereikt maar jonger is
|
|||
|
||||
**3.** Voor de toepassing van de titels 5, 8 en 9 van dit hoofdstuk wordt uitgegaan van de bezoldiging die voor de betrokkene op grond van de titels 12, 13 en 14 van dit hoofdstuk, en op grond van de titels 2, 3 en 4 van hoofdstuk 5 zou gelden indien hem dat verlof niet zou zijn verleend.
|
||||
|
||||
**4.** Het derde lid is niet van toepassing op het aantal uren verlof waarover betrokkene op grond van artikel 201, tweede lid, geen bezoldiging ontvangt.
|
||||
|
||||
### Artikel 203
|
||||
|
||||
**1.** Het verlof op grond van deze titel wordt in gehele of in halve werkdagen opgenomen, tenzij bevoegd gezag en betrokkene hierover afwijkende afspraken maken. Het tijdstip waarop het verlof op grond van deze titel wordt genoten, wordt in overleg met betrokkene vastgesteld en vastgelegd in het voor de school geldende overzicht van onderwijstijd.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue