2012-10-01 | BWBR0001947 | Ambtenarenwet
This commit is contained in:
parent
5b3fe32224
commit
8dbed5b58e
1 changed files with 5 additions and 16 deletions
|
|
@ -50,7 +50,7 @@ Titel III is niet van toepassing op:
|
|||
– de voorzitter en de leden van de Nederlandse Zorgautoriteit, bedoeld in de Wet marktordening gezondheidszorg;
|
||||
– militaire ambtenaren;
|
||||
– onbezoldigde ambtenaren, behorende tot het personeel van de buitenlandse dienst;
|
||||
– de leden van de Commissie gelijke behandeling, bedoeld in de Algemene wet gelijke behandeling;
|
||||
– de leden en de plaatsvervangende leden van het College voor de rechten van de mens;
|
||||
– de leden van een adviescollege als bedoeld in de Kaderwet adviescolleges, niet zijnde een adviescollege als bedoeld in artikel 3 van die wet;
|
||||
– de voorzitter en de andere leden van het bestuur van het Bureau Financieel Toezicht, bedoeld in artikel 110, eerste lid, van de Wet op het notarisambt;
|
||||
– de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie, de andere leden van het bestuur van dit lichaam en de leden van het bestuur van de ringen en hun plaatsvervangers;
|
||||
|
|
@ -741,7 +741,7 @@ De ambtenaar is verplicht tijdens het verblijf op zijn werk zich te onderwerpen
|
|||
|
||||
**2.** Het bevoegd gezag mag het dienstverband met de ambtenaar niet beëindigen wegens de omstandigheid dat betrokkene in of buiten rechte een beroep heeft gedaan op het eerste lid of terzake bijstand heeft verleend.
|
||||
|
||||
**3.** De Commissie gelijke behandeling, genoemd in artikel 11 van de Algemene wet gelijke behandeling, kan onderzoeken of een onderscheid is of wordt gemaakt als bedoeld in dit artikel. De artikelen 12, 13, 14, en 15 van de Algemene wet gelijke behandeling zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**3.** Het College, genoemd in artikel 1 van de Wet College voor de rechten van de mens, kan onderzoeken of een onderscheid is of wordt gemaakt als bedoeld in dit artikel. De artikelen 10, 11, 12, 13, 22 en 23 van de Wet College voor de rechten van de mens zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** Het bevoegd gezag mag de werknemer niet benadelen wegens de omstandigheid dat de werknemer in of buiten rechte een beroep heeft gedaan op het bepaalde in het eerste lid of terzake bijstand heeft verleend.
|
||||
|
||||
|
|
@ -753,26 +753,15 @@ De ambtenaar is verplicht tijdens het verblijf op zijn werk zich te onderwerpen
|
|||
|
||||
**3.** Het bevoegd gezag mag het dienstverband met de ambtenaar niet beëindigen wegens de omstandigheid dat betrokkene in of buiten rechte een beroep heeft gedaan op het bepaalde in het eerste lid of terzake bijstand heeft verleend.
|
||||
|
||||
**4.** De Commissie gelijke behandeling, bedoeld in artikel 11 van de Algemene wet gelijke behandeling, kan onderzoeken of een onderscheid is of wordt gemaakt als bedoeld in het eerste lid. De artikelen 12, 13, 14, en 15 van de Algemene wet gelijke behandeling zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**4.** Het College, genoemd in artikel 1 van de Wet College voor de rechten van de mens, kan onderzoeken of een onderscheid is of wordt gemaakt als bedoeld in het eerste lid. De artikelen 10, 11, 12, 13, 22 en 23 van de Wet College voor de rechten van de mens zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**5.** Het bevoegd gezag mag de ambtenaar niet benadelen wegens de omstandigheid dat de ambtenaar in of buiten rechte een beroep heeft gedaan op het bepaalde in het eerste lid of terzake bijstand heeft verleend.
|
||||
|
||||
### Artikel 126
|
||||
|
||||
**1.** Indien het bevoegd gezag eener provincie nalatig blijft aan artikel 125 of 125quinquies uitvoering te geven, of wel, ingeval Wij aanvulling, wijziging of intrekking van gegeven uitvoeringsvoorschriften gewenscht achten, zoodanige aanvulling, wijziging of intrekking ondanks daartoe strekkende aanmaning binnen een te stellen termijn van ten minste drie maanden niet tot stand brengt, zijn Wij bevoegd Gedeputeerde Staten uit te noodigen het noodzakelijk besluit vast te stellen. Blijven ook Gedeputeerde Staten in gebreke, of, ingeval aan hen in de reglementen der waterschappen het geven van uitvoering aan artikel 125 of 125quinquies is opgedragen, blijven zij daarin nalatig of brengen zij de door Ons gewenschte aanvulling, wijziging of intrekking niet tot stand in voege en binnen een termijn als vorenomschreven, zoo geschiedt de vaststelling door Ons. Een ingevolge dit lid vastgesteld besluit wordt geacht van het bevoegd gezag afkomstig te zijn. De afkondiging geschiedt binnen veertien dagen, nadat het besluit door het bevoegd gezag is ontvangen; in het gebruikelijke formulier van afkondiging worden daarbij de noodzakelijke wijzigingen aangebracht.
|
||||
**1.** Indien het bevoegd gezag van een waterschap niet of niet naar behoren uitvoering geeft aan artikel 125 of artikel 125quinquies, zijn de artikelen 121 tot en met 121g van de Provinciewet van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Voordat wordt overgegaan tot de in het eerste lid bedoelde aanmaning tot aanvulling, wijziging of intrekking van gegeven uitvoeringsvoorschriften wordt de Raad van State gehoord. Artikel 27d van de Wet op de Raad van State is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Indien het naar Ons oordeel wenselijk is de werking of de verdere werking van uitvoeringsvoorschriften, als in het eerste lid bedoeld, op te schorten, kunnen Wij deze uitvoeringsvoorschriften schorsen. Ons besluit tot schorsing wordt in het *Staatsblad* geplaatst. De schorsing stuit onmiddellijk de werking van de geschorste bepalingen. Zijn Wij binnen een tijdvak van een jaar na de schorsing niet overgegaan tot de in het eerste lid bedoelde aanmaning, dan neemt de schorsing dientengevolge een einde. Gedeputeerde Staten brengen in dat geval het einde der schorsing, voor zover deze een afgekondigd besluit betrof, ter openbare kennis.
|
||||
|
||||
**4.** Ten aanzien van een besluit, dat naar het oordeel van de commissaris van de Koning voor de in het eerste lid bedoelde aanvulling, wijziging of intrekking in aanmerking komt, is het bepaalde in artikel 266 van de Provinciewet van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
De voorgaande leden vinden mede toepassing:
|
||||
|
||||
a. voor de voorschriften, vast te stellen door het bevoegde gezag der gemeenten, met dien verstande dat voor Gedeputeerde Staten, burgemeester en wethouders, en voor de commissaris van de Koning, de burgemeester in de plaats treden en dat in plaats van artikel 266 van de Provinciewet, artikel 273 van de Gemeentewet (*Stb.* 1992, 96) wordt gelezen.
|
||||
b. voor de voorschriften vast te stellen door het bevoegd gezag der waterschappen, met dien verstande, dat voor zoover de uitvoering van artikel 125 of 125quinquies geheel of gedeeltelijk aan de besturen der instellingen zelf is overgelaten, de uitnoodiging wordt gericht tot het door Ons aangewezen gezag of een door Ons benoemden bijzonderen commissaris.
|
||||
**2.** Hoofdstuk XVIII van de Provinciewet is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van door het bevoegd gezag van een waterschap krachtens artikel 125 of artikel 125quinquies vastgestelde uitvoeringsvoorschriften.
|
||||
|
||||
### Artikel 127
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue