2017-10-01 | BWBR0008657 | Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
This commit is contained in:
parent
0e28bd6564
commit
8dd5c748a1
1 changed files with 18 additions and 9 deletions
|
|
@ -35,7 +35,8 @@ n. *participatieplan:* het participatieplan, bedoeld in artikel 2:18, eerste lid
|
|||
o. *recht op arbeidsondersteuning:* het recht op arbeidsondersteuning op grond van hoofdstuk 2;
|
||||
p. *arbeidsongeschiktheidsuitkering:* een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van hoofdstuk 1a of 3;
|
||||
q. *zelfstandige:* de persoon die, anders dan in dienstbetrekking, arbeid in eigen bedrijf verricht of een beroep uitoefent, teneinde daarmee inkomen te verwerven;
|
||||
r. *vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel:* een bij onherroepelijk geworden vonnis opgelegde vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel als bedoeld in het Wetboek van Strafrecht, behoudens de gevallen, bedoeld in artikel 37, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
|
||||
r. *vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel:* een bij onherroepelijk geworden vonnis opgelegde vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel als bedoeld in het Wetboek van Strafrecht, behoudens de gevallen, bedoeld in artikel 37, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht;
|
||||
s. *uitreiziger:* jonggehandicapte ten aanzien van wie op grond van een melding van de opsporingsdiensten of inlichtingen- en veiligheidsdiensten, gericht aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, is gebleken dat het gegronde vermoeden bestaat dat deze persoon zich buiten Nederland bevindt met het doel om zich aan te sluiten bij een organisatie die is geplaatst op de lijst van organisaties, bedoeld in artikel 14, vierde lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -167,7 +168,8 @@ b. het rechtens zijn vrijheid zijn ontnomen;
|
|||
c. het zich onttrekken aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel;
|
||||
d. het niet in Nederland wonen;
|
||||
e. het als vreemdeling niet rechtmatig verblijf houden in de zin van artikel 8, onderdelen a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000;
|
||||
f. het bereiken of bereikt hebben van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet.
|
||||
f. het bereiken of bereikt hebben van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet;
|
||||
g. een uitreiziger zijn.
|
||||
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de uitsluitingsgrond, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, niet geldt ten aanzien van vreemdelingen die, na rechtmatig verblijf te hebben gehouden in de zin van artikel 8, onderdeel a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000, rechtmatig in Nederland verblijf hebben als bedoeld in artikel 8, onderdeel g of h, van de Vreemdelingenwet 2000.
|
||||
|
||||
|
|
@ -200,7 +202,7 @@ d. indien de jonggehandicapte overlijdt.
|
|||
|
||||
**1.** Indien op grond van artikel 1a:9, onderdeel a, het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering is geëindigd, herleeft het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering als de jonggehandicapte binnen vijf jaar na de dag waarop het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering is geëindigd duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie als bedoeld in artikel 1a:1 heeft en dit voortkomt uit dezelfde oorzaak als op grond waarvan hij eerder recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering had.
|
||||
|
||||
**2.** Indien op grond van artikel 1a:9, onderdeel b, het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering is geëindigd, omdat op de persoon die recht had op arbeidsongeschiktheidsuitkering een of meer uitsluitingsgronden als bedoeld in artikel 1a:6, eerste lid, onderdelen a tot en met e, van toepassing waren, herleeft het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering wanneer zich geen van deze uitsluitingsgronden meer voordoet.
|
||||
**2.** Indien op grond van artikel 1a:9, onderdeel b, het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering is geëindigd, omdat op de persoon die recht had op arbeidsongeschiktheidsuitkering een of meer uitsluitingsgronden als bedoeld in artikel 1a:6, eerste lid, onderdelen a tot en met e en onderdeel g, van toepassing waren, herleeft het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering wanneer zich geen van deze uitsluitingsgronden meer voordoet.
|
||||
|
||||
**3.** Indien op grond van artikel 1a:9, onderdeel c, het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering is geëindigd, herleeft het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering, indien zich geen uitsluitingsgrond als bedoeld in artikel 1a:6, eerste lid, voordoet. Het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering herleeft niet eerder dan een jaar na de dag waarop het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering is geëindigd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -358,7 +360,8 @@ a. het rechtens zijn vrijheid zijn ontnomen;
|
|||
b. het zich onttrekken aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel;
|
||||
c. het niet in Nederland wonen;
|
||||
d. het als vreemdeling niet rechtmatig verblijf houden in de zin van artikel 8, onderdelen a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000;
|
||||
e. het bereiken of bereikt hebben van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet.
|
||||
e. het bereiken of bereikt hebben van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet;
|
||||
f. een uitreiziger zijn.
|
||||
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de uitsluitingsgrond, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, niet geldt ten aanzien van vreemdelingen die, na rechtmatig verblijf te hebben gehouden in de zin van artikel 8, onder a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000, rechtmatig in Nederland verblijf hebben als bedoeld in artikel 8, onder g of h, van de Vreemdelingenwet 2000.
|
||||
|
||||
|
|
@ -429,7 +432,7 @@ d. indien de jonggehandicapte overlijdt.
|
|||
|
||||
**1.** Indien op grond van artikel 2:16, eerste lid, onderdeel a, tweede of derde lid, het recht op arbeidsondersteuning is geëindigd, herleeft op aanvraag het recht op arbeidsondersteuning als de jonggehandicapte binnen vijf jaar na de dag waarop het recht op arbeidsondersteuning is geëindigd niet in staat is om meer dan 75% van het maatmaninkomen te verdienen en dit voortkomt uit dezelfde oorzaak als op grond waarvan hij eerder recht op arbeidsondersteuning had.
|
||||
|
||||
**2.** Indien op grond van artikel 2:16, eerste lid, onderdeel b, geen recht op arbeidsondersteuning meer bestaat omdat op de persoon die recht had op arbeidsondersteuning één of meer uitsluitingsgronden als bedoeld in artikel 2:11, eerste lid, onderdeel a, b, c of d van toepassing waren, herleeft op aanvraag het recht op arbeidsondersteuning wanneer zich geen van deze uitsluitingsgronden meer voordoet.
|
||||
**2.** Indien op grond van artikel 2:16, eerste lid, onderdeel b, geen recht op arbeidsondersteuning meer bestaat omdat op de persoon die recht had op arbeidsondersteuning één of meer uitsluitingsgronden als bedoeld in artikel 2:11, eerste lid, onderdeel a, b, c, d of f van toepassing waren, herleeft op aanvraag het recht op arbeidsondersteuning wanneer zich geen van deze uitsluitingsgronden meer voordoet.
|
||||
|
||||
**3.** Indien het recht op arbeidsondersteuning is geëindigd op grond van artikel 2:16, eerste lid, onderdeel c, herleeft het recht op arbeidsondersteuning op aanvraag van de jonggehandicapte indien zich geen uitsluitingsgrond als bedoeld in artikel 2:11 voordoet. Het recht op arbeidsondersteuning herleeft niet eerder dan een jaar na de dag waarop het recht op arbeidsondersteuning is geëindigd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1107,7 +1110,7 @@ De jonggehandicapte, bedoeld in artikel 3:3, heeft geen recht op arbeidsongeschi
|
|||
|
||||
### Artikel 3:5b
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
De jonggehandicapte, bedoeld in artikel 3:3, heeft geen recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering indien en voor zolang hij op de dag waarop het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering zou ingaan en daarna een uitreiziger is.
|
||||
|
||||
### Artikel 3:6
|
||||
|
||||
|
|
@ -1294,6 +1297,8 @@ c. met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin de jonggehand
|
|||
|
||||
**9.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan het eerste lid, onderdeel c, buiten toepassing laten of daarvan afwijken voorzover toepassing, gelet op het belang van het eindigen van het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering indien de jonggehandicapte buiten Nederland gaat wonen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
|
||||
|
||||
**10.** Het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering eindigt, indien de jonggehandicapte een uitreiziger is.
|
||||
|
||||
### Artikel 3:20
|
||||
|
||||
Indien het recht op uitkering op grond van artikel 3:19, eerste lid, onderdeel c, is geëindigd en de jonggehandicapte vervolgens weer in Nederland woont, herleeft het recht op uitkering met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin hij weer in Nederland is gaan wonen.
|
||||
|
|
@ -1311,7 +1316,7 @@ b. die aan het einde van de wachttijd, bedoeld in artikel 3:3, eerste lid, onges
|
|||
|
||||
**3.** Dit artikel vindt geen toepassing indien op grond van artikel 3:22 aanspraak bestaat op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering.
|
||||
|
||||
**4.** De artikelen 3:5 en de daarop berustende bepalingen en 3:5a zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**4.** De artikelen 3:5 en de daarop berustende bepalingen, 3:5a en 3:5b zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**5.** Indien de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van dit artikel wordt toegekend en tevens recht op ziekengeld op grond van de Ziektewet bestaat, wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering uitbetaald voor zover deze het ziekengeld overtreft, danwel zou overtreffen, indien het ziekengeld op grond van artikel 45 van de Ziektewet geheel of gedeeltelijk is geweigerd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1333,7 +1338,7 @@ b. die aan het einde van de wachttijd, bedoeld in artikel 3:3, eerste lid, onges
|
|||
|
||||
**8.** Voor de toepassing van het eerste tot en met vijfde lid wordt niet als arbeidsongeschikt beschouwd degene die minder dan 25% arbeidsongeschikt is.
|
||||
|
||||
**9.** De artikelen 3:5 en de daarop berustende bepalingen en 3:5a zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**9.** De artikelen 3:5 en de daarop berustende bepalingen, 3:5a en 3:5b zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 3:23
|
||||
|
||||
|
|
@ -1355,7 +1360,11 @@ b. die aan het einde van de wachttijd, bedoeld in artikel 3:3, eerste lid, onges
|
|||
|
||||
### Artikel 3:23b
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** De jonggehandicapte, wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering in verband met artikel 3:19, tiende lid, is geëindigd, heeft vanaf de dag dat niet langer het gegronde vermoeden bestaat dat hij zich buiten Nederland bevindt met het doel zich aan te sluiten bij een organisatie als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, onderdeel s, met inachtneming van de bepalingen van deze wet recht op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, indien hij op die dag arbeidsongeschikt is.
|
||||
|
||||
**2.** Aanspraak op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft eveneens de jonggehandicapte, bedoeld in het eerste lid, die op de in dat lid bedoelde dag niet arbeidsongeschikt is, doch ten aanzien van wie dit wel het geval is binnen vier weken na afloop van dat tijdvak.
|
||||
|
||||
**3.** De artikelen 3:3, vijfde lid, 3:29 en 3:30 zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de aanspraak op heropening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in dit artikel.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 2. Vakantie-uitkering
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue